Besluit van 16 september 2020 tot aanvulling en wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit, de intrekking en wijziging van andere besluiten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringsbesluit Omgevingswet)

Type AMvB
Publication 2025-09-20
State In force
Source BWB
artikelen 167
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Een verordening als bedoeld in artikel 2.17, zevende lid, in samenhang met artikel 2.17a, vijfde lid, 2.18, vijfde lid, 2.19a, tweede lid, 2.21, eerste of tweede lid, 3.63, vijfde lid of 3.148, tweede lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer die van kracht is, blijft uiterlijk tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelden.

Artikel 8.2.3. (informeren emissie zeer zorgwekkende stof)

Vervallen

§ 8.2.3. Overgangsbepaling Besluit algemene regels milieu mijnbouw

Artikel 8.2.4. (instemming en lopende procedure)
1.

Een instemming voor een activiteit als bedoeld in de artikelen 5a en 8a van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning voor die activiteit als bedoeld in artikel 3.321 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

Voorschriften, beperkingen of voorwaarden als bedoeld in artikel 5b van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan een instemming zijn verbonden, gelden als vergunningvoorschriften als bedoeld in paragraaf 5.1.4 van de Omgevingswet.

3.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een instemming voor een activiteit als bedoeld in artikel 5a of 8a van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw is ingediend, blijft het oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk wordt.

§ 8.2.4. Overgangsbepaling Besluit Erfgoedwet archeologie

Artikel 8.2.5. (gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten)
1.

Voor de toepassing van artikel 2.2, tweede lid, onder d, van het Besluit Erfgoedwet archeologie wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

2.

Het eerste lid is van toepassing:

  • a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en
  • b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

§ 8.2.5. Overgangsbepaling Besluit externe veiligheid buisleidingen

Artikel 8.2.6. (nadeelcompensatie Besluit externe veiligheid buisleidingen)
1.

Het oude recht blijft van toepassing op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als voor de inwerkingtreding van die wet schade is veroorzaakt door een onherroepelijk besluit als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid buisleidingen.

2.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:

  • a. een aanvraag om een besluit als bedoeld in het eerste lid is ingediend,
  • b. een ontwerp van een ambtshalve te nemen besluit als bedoeld in het eerste lid ter inzage is gelegd, of
  • c. voor een ambtshalve te nemen besluit als bedoeld in het eerste lid toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of een ambtshalve te nemen besluit is bekendgemaakt, en het besluit onherroepelijk wordt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het oude recht van toepassing op een verzoek om schadevergoeding, veroorzaakt door dat besluit, als dat is ingediend binnen vijf jaar nadat het besluit is vastgesteld.
3.

Het oude recht blijft van toepassing op het verzoek om schadevergoeding tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt en, bij toewijzing van het verzoek, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald.

4.

Afdeling 4.1 van de Invoeringswet Omgevingswet is in die gevallen niet van toepassing.

§ 8.2.6. Overgangsbepaling Besluit externe veiligheid inrichtingen

Artikel 8.2.7. (veiligheidscontour)
1.

Als een veiligheidscontour als bedoeld in artikel 14 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is vastgelegd in een onherroepelijk besluit, geldt dat besluit als deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

2.

De beoordelingsregels, bedoeld in artikel 10 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijven op een veiligheidscontour van toepassing tot:

  • a. het omgevingsplan onherroepelijk voorziet in een risicogebied externe veiligheid; of
  • b. het bevoegd gezag besluit om de veiligheidscontour niet als risicogebied externe veiligheid vast te leggen in het omgevingsplan.

§ 8.2.7. Overgangsbepalingen Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

Artikel 8.2.8. (beschikking)
1.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een beschikking als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 37, eerste lid, van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of de beschikking is bekendgemaakt, blijft het oude recht toepassing tot de beschikking onherroepelijk wordt. Artikel 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet is in dat geval niet van toepassing.

2.

Een beschikking als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 37, eerste lid, van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden die onherroepelijk is, geldt als een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet, voor zover die beschikking gaat over een onderwerp waarvoor het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen als bedoeld in dat artikel.

Artikel 8.2.9. (zwemwaterprofiel)

Een zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 44c, eerste lid, van het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden dat van kracht is, geldt als een zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

§ 8.2.8. Overgangsbepaling Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009

Artikel 8.2.10. (monitoringsprogramma)

Een monitoringsprogramma als bedoeld in artikel 13 van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 dat van kracht is, geldt als een monitoringsprogramma als bedoeld in artikel 10.14b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

§ 8.2.9. Overgangsbepaling Besluit omgevingsrecht

Artikel 8.2.11. (regels gemeentelijke verordening interferentiegebied)

Een verordening als bedoeld in artikel 2.2b, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht die van kracht is, blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelden.

§ 8.2.10. Overgangsbepalingen Besluit risico’s zware ongevallen 2015

Artikel 8.2.12. (aanwijzing domino-effecten Seveso-inrichting)

Een aanwijzing als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 geldt als een aan een omgevingsvergunning verbonden voorschrift als bedoeld in artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 8.2.13. (bestuurlijk sanctiebesluit, bestuurlijke boete)
1.

Als voor de inwerkingtreding van afdeling 13.3 van het Omgevingsbesluit een overtreding van een bij of krachtens het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 gestelde verplichting heeft plaatsgevonden, is aangevangen of het gevaar voor een dergelijke overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor de inwerkingtreding van die afdeling een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop:

  • a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd;
  • b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of
  • c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:
  • 1°. de last volledig is uitgevoerd;
  • 2°. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of
  • 3°. de last is opgeheven.
2.

Als voor de inwerkingtreding van afdeling 13.3 van het Omgevingsbesluit een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 is opgelegd, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden of is ingetrokken.

Artikel 8.2.14. (Arbeidsomstandighedenwet: waarschuwing)

Een waarschuwing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 geldt als een waarschuwing als bedoeld in artikel 13.28, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.

Artikel 8.2.15. (Arbeidsomstandighedenwet: eis tot naleving en bevel tot stillegging)

Als voor de inwerkingtreding van afdeling 13.3 van het Omgevingsbesluit in verband met de niet-naleving van een bij of krachtens het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 gestelde verplichting een eis tot naleving als bedoeld in artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet of een bevel tot stillegging van het werk als bedoeld in artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet is opgelegd, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop:

  • a. de beschikking onherroepelijk is geworden, volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; of
  • b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen.

§ 8.2.10a. Overgangsbepaling Besluit ruimtelijke ordening

Artikel 8.2.15a. (regels gemeentelijke doelgroepenverordeningen)

Een verordening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d, e of j, van het Besluit ruimtelijke ordening die van kracht is, blijft uiterlijk tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelden.

§ 8.2.11. Overgangsbepaling Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

Artikel 8.2.16. (experiment)

Op experimenten als bedoeld in paragraaf 3 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet die op grond van artikel 4.30 van de Invoeringswet Omgevingswet berusten op artikel 23.3 van die wet, wordt hetgeen bepaald is in het derde lid, onder a, b, c, f en i, van dat artikel geacht besloten te liggen in de oorspronkelijke aanwijzing van die experimenten.

§ 8.2.11a. Overgangsbepaling Besluit veiligheidsregio’s

Artikel 8.2.16a. (aanwijzing bedrijfsbrandweer)

Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer moet beschikken, op grond van artikel 31, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt de begrenzing van die inrichting als de begrenzing van de locatie waarop de aanwijzing om te beschikken over een bedrijfsbrandweer van toepassing is, bedoeld in artikel 7.3, derde lid, van het Besluit veiligheidsregio’s.

§ 8.2.12. Overgangsbepalingen Bouwbesluit 2012

Artikel 8.2.17. (gelijkwaardige oplossing)

Een gelijkwaardige oplossing voor bouwwerken of het gebruik daarvan als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 geldt als een toestemming als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 8.2.18. (langdurig overgangsrecht Bouwbesluit)
1.

Afdeling 4.11 van het Bouwbesluit 2003 zoals die afdeling luidde voor 1 april 2012 blijft tot 1 april 2022 van toepassing, tenzij in het op het bouwen van toepassing zijnde omgevingsplan voorschriften over de stallingruimte voor fietsen zijn opgenomen.

2.

Op een route als bedoeld in artikel 3.98 van het Besluit bouwwerken leefomgeving waarop voor de inwerkingtreding van de Omgevingswetartikel 9.2, achtste lid, van het Bouwbesluit 2012 van toepassing was, blijft het oude recht van toepassing.

§ 8.2.13. Overgangsbepalingen Stortbesluit bodembescherming

Artikel 8.2.19. (gedoogplichtbeschikking)

Een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 15 van het Stortbesluit bodembescherming die onherroepelijk is, geldt als een gedoogplichtbeschikking als bedoeld in artikel 10.13a van de Omgevingswet.

Artikel 8.2.20. (experiment duurzaam stortbeheer)

Hoofdstuk IIIa van het Stortbesluit bodembescherming blijft van toepassing op het experiment duurzaam stortbeheer totdat uitvoering is gegeven aan artikel 17f van dat hoofdstuk.

§ 8.2.14. Overgangsbepaling Waterbesluit

Artikel 8.2.21. (initiële beoordeling, omschrijving goede milieutoestand en milieudoelen)
1.

De op grond van artikel 8.1a, eerste lid, van het Waterbesluit vastgestelde initiële beoordeling, geldt als de op grond van artikel 3.1, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving vastgestelde initiële beoordeling.

2.

De op grond van artikel 8.1a, tweede lid, van het Waterbesluit vastgestelde goede milieutoestand, geldt als de op grond van artikel 3.1, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving vastgestelde goede milieutoestand.

3.

De op grond van artikel 8.1a, tweede lid, van het Waterbesluit vastgestelde milieudoelen en bijbehorende indicatoren, gelden als de op grond van artikel 3.1, aanhef en onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving vastgestelde milieudoelen en bijbehorende indicatoren.

Afdeling 8.3. Overgangsbepalingen per ingetrokken of gewijzigde wet

§ 8.3.1. Overgangsbepaling Waterwet

Artikel 8.3.1. (verslag veiligheid primaire waterkeringen)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§ 8.3.2. Overgangsbepalingen Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

Artikel 8.3.2. (ontheffing)
1.

Een besluit tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden dat onherroepelijk is, geldt als een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet, voor zover die ontheffing gaat over een onderwerp waarvoor het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen als bedoeld in dat artikel.

2.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een besluit tot het verlenen van een ontheffing is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt.

Artikel 8.3.3. (aanwijzing zwemlocatie)

Een besluit tot het aanwijzen van een locatie als bedoeld in artikel 10b, tweede lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden dat onherroepelijk is, geldt als een besluit tot het aanwijzen van een zwemlocatie als bedoeld in artikel 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

§ 8.3.3. Overgangsbepaling Wet milieubeheer

Artikel 8.3.4. (emissies EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol)

De artikelen 5.8 tot en met 5.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving treden in werking met ingang van 1 januari van het eerste kalenderjaar na het kalenderjaar waarin het Besluit activiteiten leefomgeving in werking is getreden. Tot dat tijdstip blijft titel 12.3 van de Wet milieubeheer, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en de regels die bij of krachtenarts deze titel zijn gesteld van toepassing.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 9.1. (overgangsrecht)

Als een bepaling, opgenomen in een algemene maatregel van bestuur, genoemd in hoofdstuk 5 of artikel 6.1, wordt vervangen door een bepaling in een ministeriële regeling, kan de overgangsbepaling die daarvoor nodig is, in een ministeriële regeling worden opgenomen.

Artikel 9.2. (inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 9.3. (citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Invoeringsbesluit Omgevingswet.

Artikel 9.4. (Staatsblad)
1.

Na de inwerkingtreding van:

kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nummering van een of meer hoofdstukken, afdelingen, paragrafen en artikelen van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit opnieuw vaststellen.

2.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties brengt in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in de overige hoofdstukken respectievelijk de overige artikelen van de besluiten, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met e, met de nieuwe nummering in overeenstemming:

3.

Als toepassing is gegeven aan:

  • b. het tweede lid: wordt de vernummerde tekst van de overige hoofdstukken respectievelijk de overige artikelen van de besluiten, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met e, in het Staatsblad geplaatst.

Bijlage I. behorend bij artikel 7.2

Deze bijlage is niet opgenomen. Zie voor de tekst van deze bijlage Stb. 2020, 400 en de wijzigingen in Stb. 2020, 557, Stb. 2021, 98, Stb. 2022, 172, Stb. 2022, 181 en de Verbeterbladen bij Stb. 2021, 98 (d.d. 14-12-2021 en 13-1-2022).

Bijlage I. behorend bij artikel 7.2

Deze bijlage is niet opgenomen. Zie voor de tekst van deze bijlage Stb. 2020, 400 en de wijzigingen in Stb. 2020, 557, Stb. 2021, 98, Stb. 2022, 172, Stb. 2022, 181 en de Verbeterbladen bij Stb. 2021, 98 (d.d. 14-12-2021 en 13-1-2022).

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 8.1.11. (geldigheid omgevingsvergunning van rechtswege instandhoudingsactiviteiten beheerder)

Aan de geldigheid van een omgevingsvergunning van rechtswege als bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet is geen termijn verbonden voor zover het gaat om het door of namens de waterbeheerder verrichten van een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk of met betrekking tot de Noordzee, voor zover het gaat om:

  • a. het in stand houden van een verharding die geen bouwwerk is, een opgaande houtbeplanting, een werk om oeverafslag tegen te gaan, een steiger, vlonder of aanmeervoorziening en de voorzieningen die daarbij horen of een kabel of leiding in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • d. het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging met een volume van meer dan 50 m3 per kadastraal perceel in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • e. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties tussen 1 oktober en 1 april in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • g. het in stand houden van een bodemverharding, een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag, een kabel of leiding of een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • h. het in stand houden van een bouwbord of een niet permanent bouwwerk in de periode van 1 oktober tot 1 april of het in stand houden van een kabel of leiding, een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

Afdeling 8.2. Overgangsbepalingen per ingetrokken of gewijzigd besluit

§ 8.2.1. Overgangsbepaling Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

§ 8.2.2. Overgangsbepalingen Activiteitenbesluit milieubeheer

§ 8.2.3. Overgangsbepaling Besluit algemene regels milieu mijnbouw

§ 8.2.4. Overgangsbepaling Besluit Erfgoedwet archeologie

§ 8.2.5. Overgangsbepaling Besluit externe veiligheid buisleidingen

§ 8.2.6. Overgangsbepaling Besluit externe veiligheid inrichtingen

§ 8.2.7. Overgangsbepalingen Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

§ 8.2.8. Overgangsbepaling Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009

§ 8.2.9. Overgangsbepaling Besluit omgevingsrecht

§ 8.2.10. Overgangsbepalingen Besluit risico’s zware ongevallen 2015

§ 8.2.10a. Overgangsbepaling Besluit ruimtelijke ordening

§ 8.2.11. Overgangsbepaling Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

§ 8.2.11a. Overgangsbepaling Besluit veiligheidsregio’s

§ 8.2.12. Overgangsbepalingen Bouwbesluit 2012

§ 8.2.13. Overgangsbepalingen Stortbesluit bodembescherming

§ 8.2.14. Overgangsbepaling Waterbesluit

Afdeling 8.3. Overgangsbepalingen per ingetrokken of gewijzigde wet

§ 8.3.1. Overgangsbepaling Waterwet

§ 8.3.2. Overgangsbepalingen Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

§ 8.3.3. Overgangsbepaling Wet milieubeheer

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Bijlage II. behorend bij artikel 7.25

Deze bijlage is niet opgenomen. Zie voor de tekst van deze bijlage Stb. 2020, 400 en de wijziging in Stb. 2022, 172.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)