Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 april 2021, nr. WJZ/27740278, houdende instelling van de Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog en de vaststelling van het door deze commissie te hanteren beoordelingskader (Instellingsbesluit Restitutiecommissie)
6 versions
· 2025-11-29
2025-11-29
Instellingsbesluit Restitutiecommissie — arts. 1, 4, 6 y 2 más
2023-01-24
Instellingsbesluit Restitutiecommissie — arts. 1, 4, 6 y 2 más
2023-01-01
Instellingsbesluit Restitutiecommissie — arts. 4, 1, 3 y 6 más
2021-12-01
Instellingsbesluit Restitutiecommissie — arts. 3, 3, 4 y 4 más
2021-04-22
Instellingsbesluit Restitutiecommissie — arts. 15, 1, 2 y 11 más
Wijzigingen op 2021-04-22
@@ -183,63 +183,3 @@
Als de bijzonderheden van een zaak daartoe een zwaarwegende aanleiding geven, kan de Restitutiecommissie bij wijze van uitzondering van een of meer onderdelen van dit beoordelingskader afwijken om een rechtvaardige en eerlijke oplossing als bedoeld in principe 8 van de Washington Principles te bereiken.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### § 2. Eigendomsvereiste
### Beoordelingscriterium
Indien de Restitutiecommissie het verzoek inhoudelijk in behandeling neemt, beoordeelt zij vervolgens of in hoge mate aannemelijk is dat de verzoeker de oorspronkelijke eigenaar of diens rechtsopvolger krachtens erfrecht is.
### Beoordelingscriteria
Als de Restitutiecommissie heeft vastgesteld dat in hoge mate aannemelijk is dat de verzoeker de oorspronkelijke eigenaar of diens rechtsopvolger krachtens erfrecht is, beoordeelt zij of ook in voldoende mate aannemelijk is dat de oorspronkelijke eigenaar het bezit van het cultuurgoed door onvrijwillig bezitsverlies heeft verloren.
De Restitutiecommissie beoordeelt dit aan de hand van de criteria 3.1, 3.2 en 3.3.
### Criterium 3.1. Particulier die tot vervolgde bevolkingsgroep behoorde
### Criterium 3.3. Overige gevallen van onvrijwillig bezitsverlies
Ongeacht de hoedanigheid van de oorspronkelijke eigenaar en ongeacht in welk land en op welk tijdstip – mits na 30 januari 1933 – het bezitsverlies heeft plaatsgevonden, wordt onvrijwillig bezitsverlies eveneens aangenomen als de onvrijwilligheid voldoende aannemelijk is, bijvoorbeeld omdat de oorspronkelijke eigenaar de opbrengst nodig had voor de financiering om het naziregime te ontvluchten.
### § 4. Aanwezigheid van goede trouw
Goede trouw wordt aangenomen als:
### § 5. Afwijking bij zwaarwegende aanleiding
Als de bijzonderheden van een zaak daartoe een zwaarwegende aanleiding geven, kan de Restitutiecommissie bij wijze van uitzondering van een of meer onderdelen van dit beoordelingskader afwijken om een rechtvaardige en eerlijke oplossing als bedoeld in principe 8 van de Washington Principles te bereiken.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 10a. Overgangsrecht verlenging benoemingstermijn
1. De Minister kan de benoeming van een persoon die op 1 januari 2023 lid was van de Restitutiecommissie, verlengen tot een totaalduur van ten hoogste vier jaar.
2. Een verlenging als bedoeld in het eerste lid laat een eventuele herbenoeming op grond van [artikel 3, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0045060&artikel=3&z=2023-01-24&g=2023-01-01), onverlet.
## Beoordelingskader Restitutiecommissie
Het advies of het bindend advies van de Restitutiecommissie is gericht op het bereiken van een rechtvaardige en eerlijke oplossing als bedoeld in principe 8 van de Washington Principles on Nazi-Confiscated Art (hierna: Washington Principles). Daarbij past zij de volgende beoordelingscriteria toe.
### Beoordelingscriteria
De Restitutiecommissie beoordeelt eerst of het restitutieverzoek:
Indien de Restitutiecommissie het verzoek inhoudelijk in behandeling neemt, beoordeelt zij vervolgens of in hoge mate aannemelijk is dat de verzoeker de oorspronkelijke eigenaar of diens rechtsopvolger krachtens erfrecht is.
### Advies of bindend advies
Als dit niet in hoge mate aannemelijk is, adviseert de Restitutiecommissie tot afwijzing van het restitutieverzoek.
### Criterium 3.1. Particulier die tot vervolgde bevolkingsgroep behoorde
Als de oorspronkelijke eigenaar een particulier is die tot een vervolgde bevolkingsgroep behoorde, wordt onvrijwillig bezitsverlies aangenomen indien het bezitsverlies in Nederland na 10 mei 1940, in Duitsland na 30 januari 1933 of in Oostenrijk na 13 maart 1938 heeft plaatsgevonden, tenzij nadrukkelijk anders blijkt.
Ongeacht de hoedanigheid van de oorspronkelijke eigenaar en ongeacht in welk land en op welk tijdstip – mits na 30 januari 1933 – het bezitsverlies heeft plaatsgevonden, wordt onvrijwillig bezitsverlies eveneens aangenomen als de onvrijwilligheid voldoende aannemelijk is, bijvoorbeeld omdat de oorspronkelijke eigenaar de opbrengst nodig had voor de financiering om het naziregime te ontvluchten.
Goede trouw wordt aangenomen als:
Als de bijzonderheden van een zaak daartoe een zwaarwegende aanleiding geven, kan de Restitutiecommissie bij wijze van uitzondering van een of meer onderdelen van dit beoordelingskader afwijken om een rechtvaardige en eerlijke oplossing als bedoeld in principe 8 van de Washington Principles te bereiken.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2021-04-22
Instellingsbesluit Restitutiecommissie
original version
Tekst op deze datum