Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 augustus 2021, nr. 2021-0000130089, tot uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Regeling inburgering 2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-25
State In force
Source BWB
artikelen 79
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

De minister verleent de ontheffing, bedoeld in artikel 2.8b, van het Besluit inburgering, in afwijking van artikel 2.4b van de Regeling inburgering, eveneens overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid. Dit gebeurt indien degene die inburgeringsplichtige is onder de Wet inburgering binnen twee jaar voorafgaand aan het moment van aanvraag ten minste 600 uur Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet inburgering, heeft gevolgd aan een opleiding als bedoeld in het derde lid, onderdelen a tot en met c, al dan niet in combinatie met uren gevolgd bij een cursusinstelling met het Blik op Werk-keurmerk, en:

  • b. ten minste driemaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen.
3.

De inburgeringsplichtige, bedoeld in het tweede lid, volgt op het moment van het bereiken van de achttienjarige leeftijd geen opleiding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inburgering en volgt of heeft een onderwijssoort gevolgd die behoort tot in ieder geval de volgende onderwijssoorten:

  • c. onderwijs in het kader van de eerste opvang voor nieuwkomers, bedoeld in de Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo, gericht op het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld onder a, het praktijkonderwijs als bedoeld onder b, werk of inburgering.
4.

In bijzondere omstandigheden kan ten gunste van de inburgeringsplichtige worden afgeweken van de voorwaarden, bedoeld in het tweede en derde lid.

5.

De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kan eerder worden ingediend dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn.

6.

De verlenging, bedoeld in artikel 2.4c, van de Regeling inburgering, wordt in afwijking van dat artikel eveneens verleend, indien de inburgeringsplichtige één maal heeft deelgenomen aan het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering, en voor het overige voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.4c, van de Regeling inburgering.

7.

De artikelen 4.9, tweede tot en met vijfde lid, 4.10 en 4.11 van de Regeling inburgering zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtshalve draagkrachttoets, bedoeld in artikel 12.1a, tweede lid, van het besluit. Indien de toepassing van artikel 12.1a, tweede lid, leidt tot een lagere vaststelling als bedoeld in dat artikel, wordt de draagkrachttoets steeds jaarlijks herhaald, tenzij er geen sprake meer is van een lagere vaststelling.

8.

Het percentage van de lening, bedoeld in artikel 12.1a., derde lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt:

  • a. 75%, indien de inburgeringsplichtige, bedoeld in dat artikel, dit percentage van diens lening heeft verbruikt in het jaar voor het verstrijken van de voor die inburgeringsplichtige geldende termijn;
  • b. 95%, ongeacht de resterende termijn.
Artikel 12.3. Intrekken Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt

De Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

Artikel 12.4. Intrekken Beleidsregel boetevaststelling inburgering

De Beleidsregel boetevaststelling inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

Artikel 12.5. Inwerkingtredingsbepaling

Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juni 2020 ingediende voorstel van wet houdende regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2021) (Kamerstukken 35 483) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 12.6. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering 2021.

Bijlage 1. Protocol medische deskundigenverklaring, als bedoeld in artikel 2.6, derde lid

Voorwoord

Op grond van de Wet inburgering 2021 zijn inburgeringsplichtigen verplicht om in te burgeren. In deze wet zijn wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de vorige Wet inburgering. Daartoe is ook het medisch protocol aangepast. De aanvraag voor ontheffing op medische gronden wordt door de inburgeringsplichtige ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) waarna een door een door de Minister van SZW aangewezen onafhankelijk arts een deskundigenverklaring afgeeft. De beslissing naar aanleiding van deze verklaring wordt genomen door de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO). Overal waar in dit protocol wordt gesproken over ‘hij’ of ‘zijn’, kan ook ‘zij’ of ‘haar’ worden gelezen.

Belangrijke wijzigingen in de nieuwe wet hebben betrekking op de introductie van een gedeeltelijke medische ontheffing en op het toekennen van aanpaste examenomstandigheden, daartoe komen onder de nieuwe wet meer mogelijkheden. Ook worden de kosten voor de medische deskundigenverklaring terugbetaald indien aan de inburgeringsplichtige (gedeeltelijke) ontheffing op medische gronden wordt toegekend of wanneer er aangepaste examenomstandigheden worden geadviseerd. Het medisch onderzoek ten behoeve van aangepaste examenomstandigheden (zonder verzoek tot gehele of gedeeltelijke ontheffing) wordt kosteloos. Een aanvraag voor ontheffing op medische gronden of voor aangepaste examenomstandigheden wordt door de inburgeringsplichtige direct bij DUO ingediend. DUO ontvangt na medisch onderzoek van de aangewezen onafhankelijk arts een deskundigenverklaring en neemt daarop een besluit dat wordt gedeeld met de aanvrager en de gemeente zodat de gemeente snel kan handelen ten aanzien van het stoppen (in geval van ontheffing op medische gronden) of voortzetten van de inburgeringsactiviteiten.

Dit protocol geldt voor de medische advisering ten behoeve van inburgeringsplichtigen die na 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn geworden; het is alleen van toepassing op inburgeringsplichtigen die vallen onder de Wet inburgering 2021. Voor inburgeringsplichtigen die voor de inwerkingtreding van deze wet inburgeringsplichtig zijn geworden, geldt de Wet inburgering en het daarbij behorende protocol medische advisering (zie bijlage 4 bij de Regeling inburgering (oud)). Wel wordt ook voor die doelgroep per januari 2022 een aantal wijzigingen doorgevoerd in het proces en de vergoeding.

In het huidige stelsel wordt er voor iedere inburgeringsplichtige een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) vastgesteld door de gemeente, waarbij een van de drie leerroutes die in de wet zijn opgenomen, wordt vastgelegd. Iemand voldoet aan de inburgeringsplicht als hij heeft voldaan aan de eisen van de in het PIP vastgestelde leerroute en aan de aanvullende onderdelen: het participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)1MAP is geïntegreerd in het taalschakeltraject dat gevolgd wordt door deelnemers aan de onderwijsroute..

Indien iemand door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen, kan ontheffing van de inburgeringsplicht worden gevraagd. Dit kan een gehele ontheffing zijn of een gedeeltelijke ontheffing. De voorwaarden hiervoor zijn uitgewerkt in de wet. Over of een belemmering of beperking dusdanig is dat betrokkene niet aan de inburgeringsplicht kan voldoen, kan de inburgeringsplichtige advies vragen bij een door de Minister van SZW aangewezen medisch deskundige. Dit zijn artsen die zijn ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg met een specialisatie als arts Maatschappij + Gezondheid, arts Indicatie + Advies of verzekeringsarts en artsen die zijn opgenomen in het VIA register die tevens beschikken over kennis van de wet inburgering.

Voor een dergelijke medische deskundigenverklaring zijn er kaders en uitgangspunten geformuleerd die zijn neergelegd in dit protocol. Dit protocol is een bijlage bij een ministeriële regeling; de Regeling inburgering 2021 die een uitwerking is van de Wet inburgering 2021 en het Besluit inburgering 2021. Dit protocol is geënt op het medisch protocol bij van het vorige stelsel (Wet inburgering) en is oorspronkelijk tot stand gekomen in samenwerking met de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de VIA (Vereniging Indicerende en Adviserende Artsen).

1. Algemeen

1.1. Het protocol

In dit protocol wordt de procedure rond de medische advisering in het kader van de inburgeringsplicht nader uitgewerkt. Het protocol is van toepassing op inburgeringsplichtigen die bij DUO een verzoek tot ontheffing op medische gronden indienen, ongeacht de leerroute die zij volgen en het niveau waarop de taalvaardigheden worden afgelegd. Het protocol heeft zowel betrekking op een verzoek tot (gehele of gedeeltelijke) ontheffing als op een verzoek tot aangepaste examenomstandigheden.

Het protocol beoogt uniformiteit te bevorderen in de advisering door de medisch deskundige en uniformiteit in de opbouw van de deskundigenverklaring. Uniformiteit draagt bij aan een gelijke behandeling van gelijke gevallen. Het protocol is opgesteld in de wetenschap dat het periodiek zal moeten worden geactualiseerd. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, jurisprudentie, medische technologie, hulpmiddelen en de examens kunnen een aanpassing van het protocol tot gevolg hebben.

Het protocol kent een algemeen deel en een medisch deel. De volgende bijlagen maken onderdeel uit van het protocol:

1.2. Inleiding

Gemeenten krijgen in het nieuwe stelsel de regierol in de uitvoering van de inburgering. Zij zorgen voor de afname van een brede intake en voor (advies over) passende trajecten in een van de drie leerroutes en het vastleggen van de leerroute in het PIP. Bij asielstatushouders heeft de gemeente de plicht tot het doen van een inburgeringsaanbod op de leerroutes en bekostigen gemeenten de inburgeringstrajecten. Gezinsmigranten bepalen zelf hoe zij aan de eisen van de voor hen vastgestelde leerroute voldoen en bekostigen hun lessen zelf (PVT en MAP worden hen wel aangeboden door de gemeente), eventueel met een lening van DUO.

Er zijn drie leerroutes is het stelsel:

Op verzoek van een inburgeringsplichtige kan door DUO op aanvraag van betrokkene namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontheffing worden verleend als betrokkene aantoont binnen een periode van 5 jaar na aanvraag niet in staat is te voldoen aan de inburgeringsplicht door een:

Betrokkene dient hiertoe een aanvraag in bij DUO en wordt opgeroepen door de onafhankelijk medisch deskundige (niet de eigen arts). De onafhankelijk medisch deskundige geeft advies aan DUO. De medisch deskundige kan advies geven in twee situaties:

Uitkomst op basis van medisch onderzoek bij een aanvraag onder 1 (ontheffing) kan ook zijn dat geen ontheffing wordt verleend, omdat dat examens wel kunnen worden afgelegd met aangepaste examenomstandigheden.

De regels rond medische ontheffing zijn nader uitgewerkt in het Besluit inburgering 2021 (Artikel 2.7) en de Regeling inburgering (Artikel 2.5 en 2.7). De artikelen uit Besluit en Regeling zijn in dit protocol opgenomen onder paragraaf 1.4 en 1.5. Indien iemand door medische omstandigheden in het geheel niet kan voldoen aan het leren van de taal en aan de MAP of het PVT, zal een gehele ontheffing van de inburgeringsplicht volgen.

Gedeeltelijke ontheffing kan worden verleend indien een inburgeringsplichtig door zijn beperking of belemmering niet in staat is om aan bepaalde onderdelen van de leerroute te voldoen. Het kan gaan om twee varianten:

In onderstaande tabel staat vermeld hoe de eisen zich verhouden tot de mogelijkheid tot gedeeltelijke ontheffing op medische gronden.

Voor inburgeringsplichtigen met een auditieve of visuele beperking die tevens een revalidatietraject volgen in verband met hun beperking, is het mogelijk het aantal uren voor de Z-route in het PIP naar beneden bij te stellen, dit geldt alleen voor deelnemers aan de Z-route en valt niet onder ontheffing maar wordt door de gemeente in het PIP vastgelegd. Dit is uitgewerkt in de Regeling inburgering.

1.3. Advisering

De geraadpleegde medisch deskundige zal omtrent de toestand van betrokkene een advies opmaken, waarbij de medisch deskundige een relatie legt tussen enerzijds de belemmeringen en beperkingen voortvloeiend uit de medische toestand van betrokkene en anderzijds de mogelijkheden tot het voldoen aan de inburgerinsplicht. Is het voor betrokkene mogelijk om het examen wel aangepast af te leggen, dan zal de medisch deskundige in zijn advies aangeven onder welke aangepaste examenomstandigheden het examen door betrokkene gemaakt kan worden. In geval betrokkene naar verwachting niet alle onderdelen van het examen kan afleggen of slechts deels of niet kan voldoen aan het participatiedeel in de Z-route, dan zal de medisch deskundige aangeven welke onderdelen wel en welke onderdelen niet afgelegd kunnen worden.

Een overzicht van mogelijke aangepaste examenomstandigheden is hiertoe in de Regeling inburgering 2021 opgenomen. Dit overzicht is, in tegenstelling tot de lijst in artikel 3.2 van de Regeling inburgering (oud), niet limitatief. Doordat er onder de vorige Wet inburgering geen gedeeltelijke ontheffing mogelijk was, zijn veel mensen met bijvoorbeeld een auditieve of visuele beperking (geheel) ontheven van de inburgeringsplicht en waren er geen aangepaste examens nodig voor mensen die volledig doof of blind zijn. Onder de huidige wet zal gekeken moeten worden aan welke aangepaste examens behoefte is in aanvulling op de al beschikbare aanpassingen. De mogelijkheden tot aangepaste examenomstandigheden verschillen bovendien voor de taalexamens op niveau A2 en voor de Staatsexamens Nt2 (niveau B1 en B2). Niet alle aanpassingen zijn op elk niveau beschikbaar. Mocht iemand op advies van de medisch deskundige met een aanpassing die niet is opgenomen in de lijst met aangepaste examenomstandigheden (artikel 3.6 van deze regeling) toch examens kunnen afleggen, dan wordt in overleg met DUO en indien nodig met het Ministerie van SZW gekeken of de aanpassing kan worden gerealiseerd. DUO overlegt periodiek met de aangewezen arts. Signalen hierover kunnen in dat kader worden besproken.

Bij de advisering over het wel of niet kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht neemt de medisch deskundige in zijn overweging ook (in algemene termen) mee of iemand in staat is om lessen te volgen en deel te nemen aan de andere verplichte onderdelen van de inburgeringsplicht. In het protocol wordt steeds waar er wordt gesproken over ‘de inburgeringsplicht’ ook het deelnemen aan deze lessen en activiteiten bedoeld.

1.4. Wettelijk kader ontheffing en gedeeltelijke ontheffing

Voor inburgeringsplichtigen met een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking is het mogelijk om te worden ontheven van de inburgeringsplicht door aan te tonen dat hij door deze belemmering dan wel beperking blijvend niet in staat is om te voldoen aan de inburgeringsplicht. In het geval van een gedeeltelijke ontheffing op medische gronden geldt dat moet worden aangetoond dat de inburgeringsplichtige door de belemmering dan wel beperking niet in staat is te voldoen aan alle vastgestelde onderdelen van het inburgeringsexamen of de leerroute die wordt gevolgd. Hieronder volgt hoe dat in het wettelijk kader is beschreven.

Artikel 5, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 luidt:

Artikel 5. Ontheffing van de inburgeringsplicht
    1. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige geheel of gedeeltelijk van de inburgeringsplicht als diegene heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke beperking, blijvend niet in staat te zijn aan de inburgeringsplicht, of een gedeelte daarvan, te voldoen.
    1. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige voorts van de inburgeringsplicht als het de inburgeringsplichtige, gelet op bijzondere individuele omstandigheden die hem niet kunnen worden verweten, onmogelijk of uiterst moeilijk is om te voldoen aan de inburgeringsplicht.
    1. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing of voor medisch advies voor de ontheffing, kunnen bij ministeriële regeling te bepalen bedragen worden vastgesteld die zijn verschuldigd.
    1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid, waarbij in ieder geval regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de belemmering kan worden aangetoond en de omstandigheden waaronder daarvoor gemaakte kosten vergoed worden.
    1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.

In artikel 2.7 van het Besluit inburgering 2021 is artikel 5, eerste lid, van de Wet inburgering uitgewerkt:

Artikel 2.7. Medische ontheffing
    1. In het kader van de aanvraagprocedure tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, verzoekt Onze Minister een door hem aangewezen arts, niet zijnde de behandelend arts van de inburgeringsplichtige, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, een deskundigenverklaring af te geven met betrekking tot de inburgeringsplichtige die de aanvraag tot ontheffing heeft ingediend.
    1. De gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht wordt verleend indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking zodanig is dat niet binnen vijf jaar na de aanvraag van de ontheffing aan de inburgeringsplicht dan wel aan een of meerdere onderdelen daarvan kan worden voldaan.
    1. Een gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht wordt uitsluitend verleend indien vanwege de belemmering of beperking niet kan worden voldaan aan:
  • a. maximaal drie van de vier examenonderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1 of het examen KNM van het inburgeringsexamen;
  • b. maximaal drie van de vier examenonderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1 of het examen KNM als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de wet van de onderwijsroute; of
  • c. het participatiegedeelte van de zelfredzaamheidsroute, bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, met uitzondering van de activiteiten van het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt en Participatie.
    1. Indien Onze Minister op grond van de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, van oordeel is dat de inburgeringsplichtige wel aan een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen dan wel een of meerdere examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in het derde lid, kan voldoen onder examenomstandigheden die zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, geldt dat:
  • a. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op het niveau A2 en het examen kennis van de Nederlandse maatschappij in een beschikking wordt vermeld welke aangepaste examenomstandigheden het betreft; en
  • b. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1, de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, waarin ten aanzien van de inburgeringsplichtige een voorstel wordt gedaan met betrekking tot in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden voor het voornoemde examen, aan de inburgeringsplichtige wordt verstrekt.
    1. Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking.
    1. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de verlening van de ontheffing alsmede omtrent de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid.
    1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de omstandigheden waaronder de kosten van de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, worden vergoed aan de inburgeringsplichtige.

In artikel 2.5 (Medische deskundigenverklaring) en artikel 2.7 (Tarieven ontheffing) van de Regeling inburgering 2021staat:

Artikel 2.5. Medische deskundigenverklaring
    1. De deskundigenverklaring, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, bevat in ieder geval een advies met betrekking tot het verlenen dan wel het weigeren van de gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht en, indien van toepassing, een voorstel met betrekking tot de in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden als bedoeld in artikel 3.6.
    1. De arts, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, adviseert tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht indien de inburgeringsplichtige niet in staat is zich met lichte aanpassingen binnen vijf jaar voor te bereiden op de inburgeringsplicht dan wel op een of meerdere onderdelen daarvan, en dit ook niet mogelijk is door het treffen van aangepaste examenomstandigheden voor een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen of een of meerdere van de examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, van het besluit.
    1. De arts, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, stelt de deskundigenverklaring op conform het protocol dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
Artikel 2.7. Tarieven ontheffing
    1. Voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 225.
    1. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de inburgeringsplichtige terugbetaald indien in de deskundigenverklaring, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, wordt geadviseerd de gevraagde gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen dan wel deze niet te verlenen, maar wel wordt geadviseerd de inburgeringsplichtige de examens onder aangepaste examenomstandigheden af te laten leggen.

1.5. Wettelijk kader aangepaste examenomstandigheden

In artikel 3.9 van het Besluit inburgering 2021 is artikel 5, eerste lid, van de Wet inburgering uitgewerkt:

Artikel 3.9. Aangepaste examenomstandigheden
    1. Onze Minister kan de kandidaat met een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke beperking op diens verzoek in de gelegenheid stellen om de examens, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, af te leggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
    1. De inburgeringsplichtige kan kosteloos een deskundigenverklaring aanvragen van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke arts, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, waarin deze arts zich uitlaat over de noodzaak tot het treffen van aangepaste examenomstandigheden bij het afleggen van een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen en welke mogelijke aangepaste examenomstandigheden dit kunnen betreffen.
    1. Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, legt de kandidaat de deskundigenverklaring, bedoeld in het tweede lid, over, waaruit blijkt dat hij een of meerdere van de examens, bedoeld in het eerste lid, slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
    1. Indien Onze Minister bij de toepassing van artikel 2.7 heeft geoordeeld dat de inburgeringsplichtige een of meerdere van de examens, bedoeld in het eerste lid, slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, legt de kandidaat bij de aanmelding voor het voornoemde examen, de beschikking, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, van dat artikel over.
    1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepassing van dit artikel.

In artikel 3.6 van de Regeling inburgering 2021 staat:

De aangepaste examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het besluit, betreffen in ieder geval:

  • a. examen in aangepaste locatie;
  • b. verlenging examentijd;
  • c. onderbroken examenafname;
  • d. aangepaste inroostering;
  • e. examenhulp;
  • f. grootbeeld;
  • g. grootschrift;
  • h. loepfunctie;
  • i. typen in plaats van schrijven; en
  • j. voorleesfunctie.

1.6. Taken betrokkene, DUO en medisch deskundige

In het kader van de Wet inburgering 2021 is de inburgeringsplichtige zelf verantwoordelijk voor het op tijd voldoen aan de inburgeringsplicht. Hij wordt daarin begeleid door de gemeente. De gemeenten stelt een PIP op met een van de drie leerroutes. De inburgeringsplichtige kan op eigen verzoek (conform artikel 5 van de Wet inburgering 2021) door DUO geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de inburgeringsplicht op medische gronden vanwege een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking die zodanig is dat de inburgeringsplichtige binnen een termijn van vijf jaar na de aanvraag van de ontheffing niet in staat geacht wordt te kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht.

Betrokkene dient hiertoe een verzoek in bij DUO. DUO zal over deze aanvraag een besluit nemen op basis van een medische deskundigenverklaring over betrokkene. Deze medische deskundigenverklaring wordt op verzoek van de inburgeringsplichtige opgesteld door de medisch deskundige die daartoe door DUO is gecontracteerd. De medisch deskundige dient een onafhankelijk arts te zijn – niet zijnde een behandelend arts van betrokkene – die is ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De medisch deskundige dient op de hoogte te zijn van de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van de inburgeringsplicht en het inburgeringsexamen en van de mogelijke aangepaste examenomstandigheden. Daarnaast kan DUO extra eisen stellen aan de medisch deskundige, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van scholing.

De inburgeringsplichtige dient zich bij DUO te melden met een verzoek voor ontheffing op medische gronden of met een verzoek voor aangepaste examenomstandigheden op grond van een belemmering of beperking. DUO zal de aanvraag in behandeling nemen, de kosten innen en de aanvraag doorzetten naar deze medisch deskundige, een partij die hiertoe door DUO gecontracteerd is. De medisch deskundige stelt vervolgens vast of er een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking is waardoor de betrokkene binnen een termijn van vijf jaar al dan niet kan voldoen aan de inburgeringsplicht. Tevens kan de medisch deskundige adviseren of aangepaste examenomstandigheden noodzakelijk zijn bij het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen of de mondelinge en schriftelijke vaardigheden of KNM in de onderwijsroute.

De aangewezen onafhankelijk arts deelt (conform artikel 2.7, eerste lid van het Besluit inburgering 2021) de deskundigenverklaring met DUO waarna DUO conform artikel 2.7, vijfde lid, van het Besluit inburgering 2021 binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking geeft die wordt gedeeld met de aanvrager en (conform artikel 9.1, derde lid en onder c, van het Besluit inburgering 2021) de gemeente. Er is geen geldigheidstermijn gekoppeld aan de medische deskundigenverklaring. Betrokkene dient bij het indienen van een aanvraag bij DUO en de vervolgstappen zelf rekening te houden met de inburgeringstermijn en dit proces tijdig in gang te zetten. DUO heeft een vergewisplicht (conform art. 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht), maar treedt niet in de inhoudelijke beoordeling van de (medische) deskundigenverklaring. De vergewisplicht houdt in dat DUO naast het controleren van de formulieren op het juist en volledig invullen hiervan, zich ervan moet vergewissen dat het onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

Een verkorte procedure kan volstaan indien aan de hand van bij de aanvraag tot de medische deskundigenverklaring aangeleverde medische stukken, reeds een deskundigenverklaring kan worden opgesteld. Dit betekent dat naar het oordeel van de medisch deskundige evident vaststaat dat betrokkene niet in staat zal zijn om te voldoen aan de inburgeringsplicht of bepaalde onderdelen daarvan of dat de inburgeringsplichtige aangepaste examens nodig heeft. Betrokkene hoeft dan niet (apart hiervoor) in persoon te worden gezien door de medisch deskundige. Voor de niet-evidente situaties is het gebruikelijk dat betrokkene tijdens een spreekuur in persoon door de medisch deskundige wordt opgeroepen. De te volgen procedure (verkort of regulier) is ter beoordeling aan de medisch deskundige die de deskundigenverklaring opstelt.

1.7. Aanvraagperiode en invulling begrip ‘blijvend’

Aangezien ontheffing op grond van een wezenlijke belemmering of beperking gedurende de gehele periode waarin de inburgeringsplicht op grond van de Wet inburgering 2021 bestaat, relevant is en ook op ieder moment tijdens de periode kan ontstaan, worden geen regels gesteld over de termijn waarbinnen een ontheffingsverzoek op medische gronden moet worden ingediend. De aanvraag kan dus aan het begin, tijdens of aan het einde van de termijn waarbinnen aan de inburgeringsplicht moet zijn voldaan worden ingediend.

De medisch deskundige adviseert over de vraag of betrokkene binnen een periode van vijf jaar na aanvraag van ontheffing in staat is aan de inburgeringsplicht te voldoen. Op grond van artikel 2.7, tweede lid, van het Besluit inburgering is sprake van het niet in staat zijn om geheel of gedeeltelijk aan de inburgeringplicht te voldoen indien in redelijkheid verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de belemmering of beperking zodanig is dat het voldoen aan de inburgeringsplicht binnen vijf jaar niet mogelijk is. Deze termijn van vijf jaar wordt gerekend vanaf het moment van de aanvraag van het advies.

Indien te verwachten is dat de betrokkene wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking niet binnen vijf jaar kan voldoen aan de inburgeringsplicht en een gedeeltelijke ontheffing op medische gronden en aangepaste examenomstandigheden geen perspectief bieden, dan wordt ervan uit gegaan dat er reden tot ontheffing bestaat.

1.8. Bezwaar en beroep

Beschikking ontheffing in het kader van de Wet inburgering 2021

Tegen een beschikking van DUO kan de inburgeringsplichtige binnen zes weken in bezwaar gaan. Betrokkene wordt door DUO over deze mogelijkheid in de beschikking geïnformeerd.

De afdeling Bezwaar en Beroep van DUO draagt zorg voor de afhandeling van het bezwaar conform voorgeschreven regels in de Algemene wet bestuursrecht. Bij een negatieve beslissing op bezwaar kan de inburgeringsplichtige in beroep bij de sector Bestuursrecht van de rechtbank. Betrokkene wordt over deze mogelijkheid in de negatieve beschikking op bezwaar geïnformeerd.

1.9. Examens

De vereiste mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid is in de Wet inburgering 2021 gesteld op het niveau B1. Niet iedereen zal in staat zijn om dit niveau te behalen binnen de gestelde termijn. Onder voorwaarden is het daarom in de B1-route mogelijk om de examens op niveau A2 af te leggen. Daarnaast kunnen mensen met een lage leerbaarheid de Z-route volgen en daarmee voldoen aan de inburgeringsplicht. Met de Z-route wordt beoogd de doelgroep die in het oude stelsel werd ontheven na aantoonbaar geleverde inspanning (zonder A2 niveau te hebben behaald), beter te ondersteunen op een manier die aansluit bij een lagere leerbaarheid. In de Z-route hoeven deelnemers geen examens af te leggen. Overigens kan het ook voorkomen dat inburgeringsplichtigen juist een hoger niveau aan zouden kunnen dan B1, daarom kunnen gemeenten de afspraak maken met een inburgeringsplichtige dat de examens op niveau B2 worden afgelegd.

Het taalniveau B1 is in het CEF als volgt geformuleerd2http://taalunieversum.org/onderwijs/gemeenschappelijk_europees_referentiekader/3/3/:

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens reizen in gebieden waar de taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

Het taalniveau A2 is in het CEF als volgt geformuleerd3Idem als voetnoot 2.

Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van directe behoeften beschrijven.

Het Ministerie van SZW is verantwoordelijk voor de taalexamens op niveau A2 en KNM. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is verantwoordelijk voor de Staatsexamens Nt2 (taalniveau B1 en B2). Alle examens worden afgenomen door DUO.

De totale afnametijd van het examen, inclusief 15 minuten instructietijd per examen, bedraagt 320 minuten. De kandidaat kan in een aantal gevallen (niveau A2 en KNM) naar wens meerdere onderdelen op één dag afleggen.

Niveau B1 en B2: de verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:

Niveau A2 en KNM: de verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:

De examens worden afgelegd bij DUO op één van de examenlocaties in Amsterdam, Rotterdam, Rijswijk, Eindhoven, Utrecht en Zwolle.

Een kandidaat die door een belemmering of beperking niet in staat is om de inburgeringsexamens op de gebruikelijke wijze af te leggen, kan door DUO in de gelegenheid worden gesteld om examens op een aan zijn belemmering of beperking aangepaste wijze af te leggen. De aangepaste examenomstandigheden waarin DUO in elk geval kan voorzien, worden toegelicht onder 2.6. van dit protocol. Indien uit de medische deskundigenverklaring een andere wenselijke aanpassing komt, zal in overleg met DUO worden gekeken of daaraan kan worden voldaan. Soms worden aangepaste examens ook afgenomen op een andere locatie dan de reguliere examens omdat er bepaalde apparatuur en/of expertise nodig is. Ook is het op basis van een medische deskundigenverklaring mogelijk op de reguliere examenlocaties in een aangepaste ruimte examen te doen.

2. Medisch protocol

2.1. Begrippen

2.2. Algemeen

Dit medisch protocol bevat ten behoeve van de medisch deskundige aanwijzingen, richtlijnen en feiten om door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een goed oordeel en een onderbouwd advies te komen in het kader van een aanvraag voor (gehele of gedeeltelijke) ontheffing van de inburgeringsplicht of om te komen tot advies voor aangepaste examenomstandigheden.

De medisch deskundige kan tot de overtuiging komen dat betrokkene op grond van medische stoornissen en daaruit voortvloeiende beperkingen niet in staat is binnen vijf jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht ondanks de mogelijkheid voor een gedeeltelijke ontheffing of aangepaste examenomstandigheden. Bij de beoordeling wordt ook het voorbereidingstraject tot het afleggen van het inburgeringsexamen betrokken. Wanneer betrokkene niet zonder lichte aanpassingen in dit voorbereidingstraject het inburgeringsexamen kan behalen, zal hij moeten worden ontheven. Zijn de aanpassingen in het voorbereidingstraject gering, dan is dat geen reden voor een ontheffing.

Er wordt vanuit gegaan dat voor het kunnen afleggen van het voorbereidingstraject dezelfde vaardigheden van belang zijn als bij het kunnen behalen van het inburgeringsexamen. Mochten lichte aanpassingen nodig zijn voor het afleggen van het voorbereidingstraject dan zal de medisch deskundige dit in het advies aangeven.

Naast het protocol gelden uiteraard de gedragsregels van artsen zoals die door de KNMG zijn vastgesteld en tevens de in de medische adviespraktijk gangbare inzichten (artsen Maatschappij + Gezondheid, artsen Indictie + Advies, artsen uit het VIA register en verzekeringsartsen). Zo zal het onderzoek door de medisch deskundige op een voor betrokkene zo min mogelijk belastende wijze plaatsvinden. Lichamelijk onderzoek zal achterwege kunnen blijven indien de medisch deskundige op grond van de anamnese voldoende overtuiging voor zijn oordeel heeft verkregen. Bovendien zal reeds beschikbare informatie van de behandelsector in de overwegingen worden betrokken en kan indien nodig en met gerichte toestemming van betrokkene nadere informatie bij de behandelaar worden ingewonnen. De medisch deskundige zal (verdere) medicalisering zoveel mogelijk vermijden.

2.3. Beperkingen

Er zijn vele verschillende stoornissen waaruit beperkingen en belemmeringen kunnen voortkomen die invloed kunnen hebben op de stem en/of de spraak, de visus, het gehoor, de motoriek en/of het cognitief functioneren. De aard en de ernst van de stoornissen en beperkingen dienen altijd geobjectiveerd te worden door de medisch deskundige. In het advies zal worden gemotiveerd in hoeverre deze stoornissen en beperkingen leiden tot belemmeringen en kan een advies worden gegeven voor gehele ontheffing van de inburgeringsplicht of gedeeltelijke ontheffing indien niet kan worden voldaan aan maximaal drie van de vier taalonderdelen of KNM van het inburgeringsexamen, maximaal drie van de vier examens van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden of KNM in de onderwijsroute, of het participatiedeel van de Z-route. Ook een advies voor aangepaste examenomstandigheden zal worden gemotiveerd.

2.4. Anamnese en lichamelijk onderzoek

De medisch deskundige zal tot de overtuiging moeten komen dat betrokkene wel, gedeeltelijk of niet en/of met aanpassingen in staat is te voldoen aan de inburgeringplicht via een van de drie leerroutes in het stelsel. Hieronder zijn vragen opgenomen die gebruikt kunnen worden bij de gerichte anamnese. Deze vragen zijn niet uitputtend. Per betrokkene zullen de specifieke vragen verschillen.

Inleiding

Waarom een aanvraag voor ontheffing/aangepaste examenomstandigheden op dit moment?

Specifiek

Beoordelen van de beperkingen en belemmeringen

Welke beperkingen ondervindt betrokkene ten aanzien van:

2.5. Weging en beoordeling

Naast aandoeningen en belemmeringen die blijvend van aard zijn, zijn er aandoeningen en belemmeringen die tijdelijk zijn. Het is hierbij van belang om vast te stellen op welke termijn een dermate verbetering zal optreden waarna iemand wel in staat is aan de inburgeringsplicht te voldoen. Ook wordt meegewogen in hoeverre er voorzieningen of anderszins oplossingen te treffen zijn om de beperking te compenseren. In sommige gevallen zullen behandeling en/of hulpmiddelen nodig zijn om een verbetering te bewerkstelligen. Hierbij wordt alleen uitgegaan van algemeen gebruikelijke behandelingen en/of hulpmiddelen. Er mag niet van betrokkene verwacht worden dat hij buitensporige inspanningen zal verrichten ten aanzien van de (medische) behandeling.

Er komen situaties voor waarbij het zeer onduidelijk is hoe de prognose zal zijn, bijvoorbeeld als een ziekte binnen korte termijn aanzienlijk kan verbeteren of verslechteren. De medisch deskundige kan in zo’n geval met toestemming van betrokkene besluiten de medisch deskundigenverklaring eenmalig voor maximaal drie maanden aan te houden. Het aanhouden van de deskundigenverklaring – in feite het opschorten van de conclusie van het advies – is alleen mogelijk indien de medisch deskundige dit redelijkerwijs noodzakelijk acht en kan motiveren.

Het gaat bij de medische deskundigenverklaring niet primair om het stellen van een diagnose met de daarbij behorende prognose. Aan de hand van aandoeningen, stoornissen en beperkingen stelt de medisch deskundige een advies op ten aanzien van het wel of niet kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht via een van de drie leerroutes in het stelsel. Het gaat hierbij, zoals eerder gesteld, om de overtuiging van de medisch deskundige.

2.6. Bijzondere examenomstandigheden

In bepaalde gevallen kunnen betrokkenen met een beperking of belemmering reguliere examens afleggen onder aangepaste examenomstandigheden of kunnen er aangepaste examenversies worden gemaakt. Het uitgangspunt is dat het examen zoveel mogelijk onder dezelfde omstandigheden en met gelijke normering wordt afgenomen. De volgende aangepaste examenomstandigheden zijn beschikbaar zij het niet voor alle taalniveaus (lijst is niet limitatief):

Genoemde mogelijkheden voor aangepaste examenafnames op niveau A2 zijn vervat in het volgende overzicht:

De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en uitvoering van de Staatsexamens Nt2 op niveau B1 en B2 ligt bij het CvTE. DUO voert ook deze examens uit. Aanpassingen zijn mogelijk voor:

Bijlage 1. Bij het protocol medische deskundigenverklaring

Begrippen- en afkortingenlijst

Bijlage 2. Bij het protocol medische deskundigenverklaring model deskundigenverklaring

Deskundigenverklaring

Wet Inburgering ontheffingsverzoek

Voorblad

Cliënt werd uitleg gegeven over de aard van de beoordeling en de status van de deskundigenverklaring.

Client werd uitleg gegeven over inzage-, correctie- en blokkeringsrecht.

Medische deskundigenverklaring

Cliënte heeft bij DUO een verzoek ingediend tot ontheffing voor het voldoen aan de inburgeringsplicht aan vanwege ..... (DIT IS TE HALEN UIT DE AANVRAAG)

Kan betrokkene op medische gronden in staat worden geacht binnen een termijn van 5 jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht binnen een van de drie leerroutes?

Betrokkene wordt op medische gronden wel/niet in staat geacht binnen een termijn van 5 jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht via een van de drie leerroutes.

Er is sprake van een VERSTANDELIJKE, PSYCHIATRISCHE, LICHAMELIJKE aandoening als gevolg van welke

WEL/NIET gesteld kan worden dat er geen benutbare mogelijkheden bestaan

Uit onderzoek is (NIET) gebleken dat

WEL/Niet gesteld kan worden dat deze beperkingen binnen 5 jaar niet voldoende te beïnvloeden zijn door behandeling of het treffen van oplossingen/voorzieningen.

De cliënt is tijdens het spreekuur op de hoogte gebracht van de strekking van de deskundigenverklaringen kan zich hiermee verenigen en geeft aan geen gebruik te maken van het inzage-, correctierecht en blokkeringrecht voordat het advies aan DUO wordt verzonden.

De cliënt is tijdens het spreekuur op de hoogte gebracht van de strekking van de deskundigenverklaring en kan zich hiermee wel/niet verenigen. (bij negatief advies)

De cliënt werd schriftelijk op de hoogte gebracht van de deskundigenverklaring. (na ontvangst informatie en bij negatief advies)

Naam arts, datum

Handtekening

Bijlage 3. Bij het protocol medische deskundigenverklaring machtigingsformulier eigen arts

I.v.m. het verstrekken van medische informatie

Persoonsgegevens:

Voor de beoordeling van:

Wil beoordelend arts:

bij de behandelaar verzoeken medische informatie via cliënt te verstrekken.

Gegevens behandelaar:

De beoordelend arts heeft de gegevens nodig voor een advies in het kader van de Wet inburgering 2021. Dit advies wordt aan cliënt verstrekt en cliënt zal zorgdragen voor het doorsturen van het advies aan besluitnemer (DUO).

Vraagstelling:

Handtekening

Ik ga ermee akkoord dat er gegevensverstrekking is tussen de beide bovengenoemde artsen, mits niet anders gebruikt dan is vermeld.

¹ Of handtekening wettelijk vertegenwoordiger (indien van toepassing)

Bijlage 2. Eindtermen kennis van de Nederlandse maatschappij als bedoeld in artikel 3.2

Voorwoord

In deze bijlage zijn de herziene eindtermen opgenomen voor het onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) van het inburgeringsexamen Nederland.

Deze eindtermen zijn een herziening van de eindtermen die vanaf 2015 golden voor het inburgeringsexamen. Het Ministerie van SZW heeft Cito in september 2021 verzocht om deze herziening. Aanleiding daartoe was enerzijds gewijzigde wet- en regelgeving en anderzijds actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het toegenomen belang van digitale communicatie en informatie.

Om ervoor te zorgen dat de vernieuwde eindtermen een zo breed mogelijk draagvlak zouden krijgen, heeft Cito een groot aantal organisaties en individuele personen benaderd met het verzoek actief mee te werken aan de herziening. Meewerken kon op twee manieren: deelnemen aan de adviescommissie (die voorstellen deed voor aanpassingen in de bestaande eindtermen) of deelnemen aan de klankbordgroep (die de voorstellen van de adviescommissie beoordeelde en waar nodig tegenvoorstellen deed).

De adviescommissie bestond uit negen leden. Ze werd voorgezeten door prof. dr. Han Entzinger, emeritus-hoogleraar Migratie- en Integratiestudies. De klankbordgroep bestond uit zeventien leden. Het daadwerkelijke schrijfwerk was in de handen van SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum. Cito had de rol van organisator en procesbegeleider en was niet inhoudelijk betrokken bij de herziening.

Bij de herziening van de eindtermen is ervan uitgegaan dat KNM twee hoofddoelstellingen heeft: (1) het ontwikkelen van kennis en vaardigheden die de inburgeraars ondersteunen bij het vinden van hun weg in de Nederlandse samenleving; (2) het vertrouwd maken van de inburgeraars met gangbare omgangsvormen, normen en waarden binnen de Nederlandse samenleving, met een toespitsing op rechtsstaat en democratie. Bij dit laatste is gestreefd naar een evenwichtige balans in de beschrijving van rechten en plichten.

Meer dan voorheen gaan de nieuwe eindtermen ervan uit dat de inburgeraar zich noodzakelijke kennis eigen dient te maken, terwijl ze veel minder zijn gericht op het bijbrengen van gewenst gedrag. Sommige eindtermen weerspiegelden gedragsregels en samenlevingsnormen die lang niet iedereen in Nederland deelt. Zij waren gebaseerd op een veronderstelde homogene cultuur en doen te weinig recht aan verschillen in omgangsvormen en opvattingen die in Nederland bestaan en die ook nieuwkomers in de praktijk ervaren.

Dit neemt niet weg dat het voor inburgeraars van belang is vertrouwd te raken met een aantal voor Nederland kenmerkende gewoonten en omgangsvormen. Velen van hen hebben daaraan zelf ook behoefte.

Kent men die niet, dan kan het lastig worden volwaardig mee te doen in de maatschappij. Kennisoverdracht moet echter niet ontaarden in bevoogding. Wel moet duidelijk zijn dat van eenieder wordt verwacht de beginselen van rechtsstaat en democratie te kennen en te respecteren en zich aan de wet te houden.

Bij de uitwerking van de eindtermen KNM is de terminologie van de vorige versie grotendeels gehandhaafd. Dat betekent dat bij de eindtermen sprake is van vier cruciale praktijksituaties: functioneren op de arbeidsmarkt, functioneren in de eigen leefomgeving, functioneren in contacten met instanties en overheid en functioneren als burger in Nederland. Deze situaties zijn gekoppeld aan de acht thema’s. Elk thema kent verschillende cruciale handelingen, die essentieel zijn om goed te kunnen functioneren. Een belangrijk verschil met de vorige eindtermen is dat bij elke cruciale handeling vooral wordt aangegeven welke kennis de inburgeraar voor de handeling nodig heeft. Er ligt minder nadruk op hoe de inburgeraar geacht wordt te handelen en wat hij of zij wordt geacht ergens van te vinden. Bij elk thema horen tot slot ook indicatoren die aangeven wanneer een handeling als succesvol kan worden beschouwd. De benodigde kennis en concrete indicatoren vormen de leidraad voor de inhoud van het examen KNM.

De benodigde kennis die daadwerkelijk kan worden getoetst zal in het lesmateriaal soms binnen een bredere context aan de inburgeraar moeten worden gepresenteerd. Daarbij is het onvermijdelijk dat de aanzienlijke verschillen tussen de oude en de nieuwe eindtermen niet alleen gevolgen zullen hebben voor het examen, maar ook voor het lesmateriaal en de leerboeken.

Het Ministerie van SZW heeft de door de adviescommissie voorgestelde eindtermen vrijwel integraal overgenomen. De enige wezenlijke aanpassing die zij heeft doorgevoerd is de toevoeging van eindterm 7.2.8 ‘Weet dat vrouwen in Nederland zelfbeschikkingsrecht hebben’. Indirect zat dit aspect wel verwerkt in het voorstel van de adviescommissie, maar het Ministerie van SZW hecht hier dusdanig veel belang aan dat zij hier een expliciete eindterm van heeft gemaakt.

1. Opbouw van het eindtermendocument

Het eindtermendocument is als volgt opgebouwd. In paragraaf 1 gaan we nader in op het niveau dat hoort bij het examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). In paragraaf 2 beschrijven we de onderscheiden situaties en leggen we de relatie met de thema’s. In paragraaf 3 beschrijven we per thema de cruciale handelingen. In paragraaf 4 beschrijven we per cruciale handeling de bijbehorende benodigde kennis, vrijwel steeds gespecificeerd in concrete indicatoren. In de bijlage is het geheel van eindtermen nogmaals schematisch opgenomen.

1.1. Niveau examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij

De beschrijving van de cruciale handelingen, de bijbehorende benodigde kennis en de indicatoren kunnen de indruk wekken te refereren aan complexe situaties. Bij het ontwikkelen van de eindtermen en het examen KNM is dit voor een belangrijk deel ondervangen door de eindtermen zo veel mogelijk in concrete leerbare en toetsbare kennis te verwoorden.

De situaties die voor het examen KNM geselecteerd zijn, zijn situaties die inburgeraars in het dagelijks leven tegen (kunnen) komen. In het examen wordt de herkenbaarheid van de situaties zo goed mogelijk geborgd door veel gebruik te maken van beeldmateriaal.

De opgaven die de kandidaten voorgelegd krijgen, hebben betrekking op kennis van of handelen in een alledaagse, herkenbare context.

De opgaven in het examen KNM zijn geconstrueerd op niveau A2 van het Raamwerk Nt2. In het onderstaande overzicht staat aangegeven wat er talig verwacht kan worden van een taalgebruiker op niveau A2.

Om de toegankelijkheid van de examenopgaven te vergroten, worden de vragen en de mogelijke antwoorden ondersteund door beeldmateriaal.

Voorbeelden van opgaven staan op https://www.inburgeren.nl/examen-doen/oefenen.

1.2. Cruciale praktijksituaties en thema’s

We onderscheiden (net als in de vorige versie van de eindtermen) vier essentiële situaties waarin het voor inburgeraars van belang is in Nederland te kunnen functioneren. Deze zogenoemde ‘cruciale praktijksituaties’ zijn:

Ook de indeling in thema’s is ongewijzigd:

De onderscheiden thema’s kunnen in meerdere cruciale praktijksituaties een rol spelen.

1.3. Benodigde kennis en concrete (deel)indicatoren

Er is een aantal eindtermen dat van toepassing is op alle situaties en thema’s.

Daarbinnen verwachten we dat inburgeraars bepaalde handelingen kennen en zich bepaalde vaardigheden eigen hebben gemaakt, ongeacht de situatie waarin ze verkeren.

Het gaat om de volgende handelingen en vaardigheden:

De eindtermen zijn opgebouwd rond thema´s, waaraan cruciale praktijksituaties zijn gekoppeld. Elke cruciale praktijksituatie kent vervolgens een of meer cruciale handelingen, die uitgewerkt zijn in benodigde kennis en concrete indicatoren voor succesvol handelen. Hieronder verduidelijken we deze opbouw van de eindtermen met een voorbeeld.

In enkele gevallen is de benodigde kennis niet nader gespecificeerd in concrete indicatoren. Dan zal op het niveau van de geformuleerde benodigde kennis toetsing plaatsvinden.

2. Eindtermen KNM

Thema 1. : Werk en inkomen

De inburgeraar is in staat stappen te zetten om werk te zoeken, te behouden en in eigen onderhoud te voorzien.

Thema 2. : Omgangsvormen, waarden en normen

De inburgeraar is in staat om te gaan met relevante omgangsvormen, waarden en normen.

Thema 3. : Wonen

De inburgeraar weet hoe hij passende huisvesting kan vinden en nutsvoorzieningen kan regelen. Hij kent het belang van veiligheid in de woning en een schone leefomgeving.

Thema 4. : Gezondheid en gezondheidszorg

De inburgeraar is in staat om volgens de regels van het Nederlandse zorgstelsel gebruik te maken van de gezondheidszorg.

Thema 5. : Geschiedenis en geografie

De inburgeraar is in staat om, door een aantal aspecten van de geschiedenis en geografie van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Thema 6. : Instanties

De inburgeraar is op de hoogte van de dienstverlening van de lokale overheid, de belastingdienst, de politie en instanties voor sociale en juridische dienstverlening. Hij is in staat in voorkomende gevallen informatie of hulp te vragen bij het Juridisch Loket en/of maatschappelijk werk en kent het belang van verzekeringen.

Thema 7. : Staatsinrichting en rechtsstaat

De inburgeraar weet hoe in hoofdlijnen de democratische rechtsstaat is ingericht en weet hoe hij hiermee kan omgaan en hierbij betrokken kan zijn.

Thema 8. : Onderwijs en opvoeding

De inburgeraar kent het Nederlandse onderwijssysteem en onderkent het belang van onderwijs in de Nederlandse kenniseconomie. Inburgeraars laten hun kinderen aan onderwijs deelnemen en kennen de rol die van ouders wordt verwacht.

Bijlage 3. Geheimhoudingsverklaring inburgeringsexamen als bedoeld in artikel 3.10, vierde lid

1. Verklaring met betrekking tot de geheimhoudingsplicht

Ondergetekende,

Bij overtreding van deze geheimhoudingsverklaring houdt de Minister van SZW zich het recht voor om over te gaan tot het treffen van maatregelen.

Plaats:

Datum:

Handtekening:

Bijlage 4. Model inburgeringsdiploma als bedoeld in artikel 3.17

Inburgeringsdiploma

(voor- en achternaam)

geboren (geboortedatum) te (geboorteplaats, geboorteland),

heeft met goed gevolg het inburgeringsexamen afgelegd.

Het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 is behaald op het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

Het inburgeringsexamen van de Wet inburgering 2021 bestaat uit de volgende examenonderdelen:

Leesvaardigheid niveau.

Luistervaardigheid niveau.

Schrijfvaardigheid niveau.

Spreekvaardigheid niveau.

Kennis van de Nederlandse Maatschappij

Daarnaast heeft betrokkene afgerond:

Participatieverklaringstraject

Module Arbeidsmarkt en Participatie

Plaats Datum
Groningen (datum diplomagerechtigd)
Namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Handtekening van de kandidaat
voor deze
...... ......
(naam van de ondertekenaar)
(functie van de ondertekenaar)
Diplomanummer: (unieke klantsleutel alleen bekend in ISI)
Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit diploma ongeldig. Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit diploma ongeldig.

Bijlage 5. Model inburgeringscertificaat als bedoeld in artikel 3.18

[voor- en achternaam]

Geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats, geboorteland],

Heeft voldaan aan de inburgeringsplicht.

Heeft aan de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 voldaan.

Hiertoe is het volgende afgerond:

  • –. de Zelfredzaamheidsroute, oftewel de Z-route, bestaande uit:
  • ○. 800 uren taalonderwijs en kennis van de Nederlandse Maatschappij;
  • ○. 800 uren activering en participatie, waar de module Arbeidsmarkt en Participatie en het Participatieverklaringstraject onderdeel van zijn; en
  • ○. een eindgesprek met de gemeente.

*OF*

Hiertoe is het volgende afgerond:

  • –. de Zelfredzaamheidsroute, oftewel de Z-route, bestaande uit:
  • ○. 800 uren taalonderwijs en kennis van de Nederlandse Maatschappij;
  • ○. de module Arbeidsmarkt en Participatie;
  • ○. het Participatieverklaringstraject; en
  • ○. een eindgesprek met de gemeente.

INDIEN VAN TOEPASSING

Daarnaast heeft betrokkene de volgende examens afgerond:

Leesvaardigheid niveau A2

Luistervaardigheid niveau A2

Schrijfvaardigheid niveau A2

Spreekvaardigheid niveau A2

[plaats] [datum]
Groningen [datum certificeringsgerechtigd]
Namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
[handtekening] [handtekening kandidaat]
[naam ondertekenaar]
[functie ondertekenaar]
[certificaatnummer, ISI]
Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit certificaat ongeldig Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit certificaat ongeldig

Bijlage 6a. Tabel als bedoeld in artikel 7.1, tweede lid (boete bij niet tijdig afronden b1-route)

Gevolgde uren cursus Nederlands als tweede taal en KNM Gevolgde uren cursus Nederlands als tweede taal en KNM Gevolgde uren cursus Nederlands als tweede taal en KNM
0% t/m 59% van het totaal vastgestelde aantal uren uit het PIP 60% t/m 89% van het totaal vastgestelde aantal uren uit het PIP 90% of meer van het totaal vastgestelde aantal uren uit het PIP
Aantal keren onderdelen van het inburgeringsexamen afgelegd Niet alle onderdelen minimaal 1x € 1.000 € 800 € 400
Aantal keren onderdelen van het inburgeringsexamen afgelegd Alle onderdelen minimaal 1x € 800 € 640 € 320
Aantal keren onderdelen van het inburgeringsexamen afgelegd De niet behaalde onderdelen minimaal 2x € 600 € 450 € 225
Gevolgde uren cursus Nederlands als tweede taal en KNM Gevolgde uren cursus Nederlands als tweede taal en KNM Gevolgde uren cursus Nederlands als tweede taal en KNM
--- --- --- --- ---
0 t/m 249 250 t/m 399 400 of meer
Aantal keren onderdelen van het inburgeringsexamen afgelegd Niet alle onderdelen minimaal 1x € 1.000 € 800 € 400
Aantal keren onderdelen van het inburgeringsexamen afgelegd Alle onderdelen minimaal 1x € 800 € 640 € 320
Aantal keren onderdelen van het inburgeringsexamen afgelegd De niet behaalde onderdelen minimaal 2x € 600 € 450 € 225

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid matigt zowel voor asielstatushouders als voor gezins- en overige migranten de op grond van de tabel 1 of 2 vastgestelde boete als één of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen zijn behaald, op de volgende manier:

1 behaald examenonderdeel 20% matiging van de boete
2 behaalde examenonderdelen 40% matiging van de boete
3 behaalde examenonderdelen 60% matiging van de boete
4 behaalde examenonderdelen 80% matiging van de boete

Bijlage 6b. Tabel als bedoeld in artikel 7.2, tweede lid (boete bij niet tijdig afronden onderwijsroute)

Aanwezigheid bij (taal)lessen binnen de onderwijsroute Aanwezigheid bij (taal)lessen binnen de onderwijsroute Aanwezigheid bij (taal)lessen binnen de onderwijsroute
0% t/m 59% van de lessen aanwezig 60% t/m 89% van de lessen aanwezig 90% of meer van lessen aanwezig
Aantal keren examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste niveau B1 en KNM afgelegd Niet alle onderdelen minimaal 1x € 1.000 € 800 € 400
Aantal keren examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste niveau B1 en KNM afgelegd Alle onderdelen minimaal 1x € 800 € 640 € 320
Aantal keren examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste niveau B1 en KNM afgelegd De niet behaalde onderdelen minimaal 2x € 600 € 450 € 225

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid matigt zowel voor asielstatushouders als voor gezins- en overige migranten de op grond van de tabel 3 vastgestelde boete als één of meerdere examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste niveau B1 of KNM zijn behaald, op de volgende manier:

1 behaald examenonderdeel 20% matiging van de boete
2 behaalde examenonderdelen 40% matiging van de boete
3 behaalde examenonderdelen 60% matiging van de boete
4 behaalde examenonderdelen 80% matiging van de boete

Bijlage 6c. Tabel als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid (boete bij niet tijdig afronden z-route)

Gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, en KNM¹ Gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, en KNM¹ Gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, en KNM¹
0 t/m 299 300 t/m 599 600 of meer
Bestede uren participatie-component² 0 t/m 299 € 1.000 € 800 € 400
Bestede uren participatie-component² 300 t/m 599 € 800 € 640 € 320
Bestede uren participatie-component² 600 of meer € 600 € 450 € 225

¹ Dit is inclusief de in het kader van de brede intake gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en KNM. Deze uren tellen ingevolge artikel 3.14, zesde lid, van het besluit namelijk mee voor het voldoen aan de urennorm van het taalgedeelte (artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a, van het besluit).

² Dit is inclusief de uren gemoeid met activiteiten die – voorafgaand aan de vaststelling van het PIP – zijn verricht: (i) in het kader van de brede intake, (ii) in het kader van de Participatiewet tijdens de brede intake, en (iii) in het kader van de maatschappelijke begeleiding. Deze uren tellen ingevolge de artikelen 3.1, vijfde lid, 3.2, derde lid, en 3.14, zesde lid, van het besluit namelijk mee voor het voldoen aan de urennorm van het participatiegedeelte (artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, van het besluit).

Gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, en KNM¹ Gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, en KNM¹ Gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, en KNM¹
0 t/m 299 300 t/m 599 600 of meer
€ 1.000,– € 800 € 400

¹ Dit is inclusief de in het kader van de brede intake gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en KNM. Deze uren tellen ingevolge artikel 3.14, zesde lid, van het besluit namelijk mee voor het voldoen aan de urennorm van het taalgedeelte (artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a, van het besluit).

Bijlage 7. Behorend bij artikel 9.1 gegevensverstrekking ten behoeve van statistiek, monitoring en evaluatie

Gegevenslevering door de Minister van Justitie en Veiligheid

De Minister van Justitie en Veiligheid levert het Centraal Bureau voor de Statistiek over de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, het vreemdelingenummer, bedoeld in artikel 107, derde lid, van de Vreemdelingenwet, het burgerservicenummer en de ingangsdatum van het verblijfsrecht.

Gegevenslevering door het College

Het College levert het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens over:

Gegevenslevering door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Het COA levert het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens over:

Gegevenslevering door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Minister van SZW levert gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek over:

Gegevenslevering door de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven

De Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven leveren gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek over:

Bijlage. Transponeringstabel

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)