Besluit van 13 december 2021, houdende de herziening van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022)
Het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Besluit van 22 maart 2019 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, het Besluit inburgering en het Vreemdelingenbesluit 2000 om enkele regelingen te treffen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (Stb. 2019, 125) worden ingetrokken.
Artikel 13.2. Grondslag uitvoeringsregeling
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust mede de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen op de artikelen 6.2, tweede lid, en 10.1, vijfde lid, van dit besluit.
Artikel 13.3. Inwerkingtreding en vervaldatum
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het toekomstbestendig maken van de wetgeving op het terrein van arbeidsmigratie (Stb. 2021, 505) in werking treedt.
De artikelen 2.7 en 7.1, onder a, subonderdeel 6°, met vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 4° door «; of» en met vervanging van «; of» aan het slot van subonderdeel 5° door een punt, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 vervallen met ingang van 1 juni 2028.
Het tweede lid geldt met dien verstande dat:
- a. artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals die luidden op 31 mei 2028, tot en met 31 mei 2029 van toepassing blijven met betrekking tot de vreemdeling die op basis van artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 werkzaamheden verricht.
- b. Artikel 7.1, onder a, subonderdeel 6°, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, zoals dat luidde op 31 mei 2028, tot en met 31 mei 2029 van toepassing blijft met betrekking tot het familie- of gezinslid van de vreemdeling, bedoeld onder a.
Artikel 6.5 vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 4.5a en de zinsnede «en voor zover de vreemdeling niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 4.5a» in artikel 4.5, onderdeel b, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13.4. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.5. Vreemdeling die verblijft op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG)
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling, bedoeld in artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, van het Vreemdelingenbesluit 2000, die in Nederland wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verbod eveneens niet van toepassing is op de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, die als zelfstandige arbeid verricht, en kunnen regels worden gesteld omtrent de omstandigheden waaronder dit verbod niet van toepassing is.
Hoofdstuk 7. Overige categorieën
Hoofdstuk 8. Verboden en quota tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning
Hoofdstuk 9. Duur tewerkstellingsvergunning
Hoofdstuk 9. Duur tewerkstellingsvergunning
Hoofdstuk 11. Openbaarmaking
Hoofdstuk 12. Wijzigingsbepalingen
Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.5a. Werkzaamheden tijdelijke opvang asielzoekers op zeeschip
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en arbeid verricht:
- a. op een bij ministeriële regeling aangewezen zeeschip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het zeeschip als tijdelijk opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, wordt geëxploiteerd;
- b. waarbij de arbeid bestaat uit dienstverlening in de basisvoorzieningen in het kader van de taken, die zijn gesteld bij of krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, aan boord van het zeeschip;
- c. waarvoor het overeengekomen, vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt over de periode van ten hoogste een maand, en dat wordt bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling, ten minste gelijk is aan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, en waarvoor artikel 12 van die wet van overeenkomstige toepassing is, waarbij een normale arbeidsduur van 40 uren per week in aanmerking wordt genomen; en
- d. waarvoor de werkgever zorgdraagt voor behoorlijke en veilige accommodatie voor de vreemdeling.
Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval nadere regels worden gesteld over:
- a. een limiet voor de toepassing van dit artikel voor categorieën van werkzaamheden of voor bepaalde categorieën vreemdelingen per aangewezen zeeschip;
- b. de invulling van de werkzaamheden;
- c. de administratie die aanwezig is op het zeeschip.
Hoofdstuk 5. Internationaal
Hoofdstuk 6. Asielzoekers en vreemdelingen in procedure
Hoofdstuk 7. Overige categorieën
Hoofdstuk 8. Verboden en quota tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning
Hoofdstuk 10. Strafbepalingen
Hoofdstuk 11. Openbaarmaking
Hoofdstuk 12. Wijzigingsbepalingen
Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 7.10. Aangewezen categorieën vreemdelingen en hun gezinsleden
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verbod niet van toepassing is met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over:
- a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
- b. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld omtrent de omstandigheden waaronder dit verbod niet van toepassing is.
Hoofdstuk 10. Strafbepalingen
Hoofdstuk 11. Openbaarmaking
Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)