Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 24 januari 2022, nr. 25679618, houdende vaststelling van het onderwijsaccountantsprotocol voor de sectoren PO, VO en MBO in Caribisch Nederland (Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2021)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2022-02-17
Laatst bijgewerkt 2021-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 4
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie met DUO is beschreven in de folder ‘Leerlingtelling 1 oktober 2021 voor de bekostiging’, deze is te vinden in de administratie van de school. De instelling overlegt aan de instellingsaccountant het gewaarmerkte overzicht geregistreerde tellingen (OGT). De instellingsaccountant kan op een kopie daarvan zijn correcties aangeven. De correcties dienen ook in de onderliggende detailniveaus aangebracht te worden.

In maart 2022 ontvangt het bevoegd gezag van een school een brief van DUO over de informatie uitwisseling met DUO met betrekking tot de jaarstukken. Het is noodzakelijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief.

6.2. Onderzoek bekostigingsgegevens

6.2.1. Object van onderzoek

1 december 2020

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

Het voor de bekostiging relevante soort gegeven van de onderwijsinstellingen betreft:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

6.2.2. Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant

1 december 2021

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier. Hierin wordt minimaal aandacht besteed aan alle toetsingspunten (zoals benoemd in paragraaf 6.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor studenten per 1-10-2021) en moet per toetsingspunt duidelijk zijn of er al dan niet sprake is van een significant risico.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere Standaard 240.

De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

De instellingsaccountant definieert indien mogelijk op grond van zijn risicoanalyse afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen de relevante soorten gegevens, zoals genoemd in paragraaf 6.2.1. Dit betekent dat delen van een populatie op grond van de risicoanalyse van de instellingsaccountant ofwel systeemgericht (steunen op IB) ofwel gegevensgericht onderzocht kunnen worden. Dit kan per toetsingspunt verschillend zijn.

Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van afzonderlijke onderzoekpopulaties bij het relevante soort gegeven studenten per 1-10-2021, dan wordt in ieder geval een afzonderlijke onderzoekpopulatie gedefinieerd voor nieuwe inschrijvingen kort voor 1-10-2021 en voor uitschrijvingen kort na 1-10-2021. Het risico van deze afzonderlijke onderzoekpopulaties is afhankelijk van de situatie hoger of significant.

Indien de instellingsaccountant voornemens is te steunen op de effectieve werking van specifieke IB, dan dient hij deze interne beheersingsmaatregelen op werking te toetsen. Onder toepassing van de controlestandaarden (waaronder Standaard 315 en 330) is het toegestaan dit roulerend te doen (eens in de 3 controles). Interne beheersingsmaatregelen voor een risico dat significant is dienen in de lopende controleperiode getoetst te worden.

Om vast te stellen of de instellingsaccountant kan steunen op de aanwezige IB dient hij werkzaamheden uit te voeren gericht op de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen. De omvang van deze toetsing is afhankelijk van de frequentie van de betreffende maatregel en kan dan ook per maatregel verschillend zijn. De instellingsaccountant voert per interne beheersingsmaatregel minimaal de volgende omvang proceduretesten uit:

Uit de vastlegging van deze werkzaamheden moet blijken welke relevante risico’s en toetsingspunten (zoals benoemd in paragraaf 6.2.3. minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor studenten per 1-10-2021) door de betreffende IB maatregel zijn afgedekt.

Indien bij het onderzoek gesteund wordt op geautomatiseerde gegevensverwerking, dan dient de betrouwbaarheid hiervan vastgesteld te worden. Indien vastgesteld kan worden dat er gedurende de onderzoeksperiode geen wijzigingen zijn geweest in die geautomatiseerde gegevensverwerking met een mogelijke impact op de te onderzoeken toetsingspunten (dit moet uit het onderzoekdossier van de instellingsaccountant blijken) dan kan volstaan worden met 1 (lijncontrole) test.

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Ongeacht de inschatting van risico’s op een afwijking van materieel belang dient de instellingsaccountant gegevensgerichte controles op te zetten en uit te voeren voor alle soorten relevante gegevens zoals genoemd in paragraaf 6.2.1.

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIETde bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

6.2.3. Minimale werkzaamheden

1 juli 2021

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Van de ingeschreven studenten per 1 oktober 2021, stelt de instellingsaccountant vast dat:

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat indien uit gegevens blijkt dat sprake is van overeenstemming gericht op het volgen van onderwijs of beroepspraktijkvorming (BPV) en daadwerkelijk het onderwijs of de BPV is genoten, bij het niet aanwezig zijn van een schriftelijke overeenkomst of het ontbreken van een handtekening daarop sprake is van het niet-naleven van de vormvoorschriften. Bij het niet-naleven van vormvoorschriften wordt de terugvordering van het volledige bedrag aan teveel betaalde bekostiging niet redelijk geacht. In dat kader is het niet passend om aan de instellingsaccountant te vragen een bekostigde inschrijving bij het niet tijdig aanwezig zijn van een ondertekende onderwijsovereenkomst en/of een BPV-overeenkomst per definitie als niet rechtmatig voor de bekostiging aan te laten merken. Daarom wordt in deze paragraaf aangegeven hoe de instellingsaccountant in een dergelijk geval moet handelen. In deze gevallen wordt gebruik gemaakt van een kwalitatieve tolerantie. Hiermee wordt bedoeld dat de instellingsaccountant bij het constateren van gebreken de procedures m.b.t. de tijdige en juiste totstandkoming van de onderwijsovereenkomsten en BPV-overeenkomsten bij de instelling beoordeelt en indien de procedure niet op orde is hierover in de vorm van een uitzonderingsrapportage aan DUO rapporteert.

Als de accountant gebreken constateert beoordeelt de accountant de procedures.

Als de procedures op orde zijn hoeft niet aan de inspectie gerapporteerd te worden. De procedures zijn op orde als deze er in opzet, bestaan en werking op zijn gericht dat de onderwijsovereenkomsten en BPV-overeenkomsten tijdig door alle benodigde partijen worden ondertekend.

(Actieve monitoring is onderdeel van een werkende procedure)

Als de accountant fouten vindt moet hij de aard van de fout analyseren en in hoeverre dit een incident is of een fout die gemaakt wordt omdat de procedure niet wordt nageleefd.

Als er individuele gevallen zijn, waarbij de ondertekening te laat is en de instelling kan aantonen dat de procedure is gevolgd, maar om specifieke redenen niet heeft gewerkt dan is een rapportage niet nodig.

Uit het VvB kan de inspectie opmaken dat inmiddels (met ingang van inschrijfjaar 2015/2016) geen van de instellingen meer gebruik maakt van voor gestempelde of geprinte data, oude gevallen hoeven niet gerapporteerd te worden, de rapportage heeft betrekking op de procedure die voor het betreffende controlejaar wordt gehanteerd.

Voorbeelden van afwijkingen waarbij de procedure niet werkt en wel rapportage nodig is:

Voorbeelden van afwijkingen waarbij de procedure is gevolgd, maar geen rapportage nodig is:

Bij twijfel graag de casus/situatie voorleggen aan de inspectie (n.vanschie@owinsp.nl)

Voor indiening van deze uitzonderingsrapportage bij DUO en het aanbiedingsformulier wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Daarnaast treedt de instellingsaccountant in overleg met het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling over de benodigde aanpassingen in de procedures met het doel de onvolkomenheden daarin op te heffen.

De uitzonderingsrapportage is van belang, omdat een instelling alle wettelijke voorschriften moet naleven (artikel 1.1.2, van de WEB BES). Indien uit uitzonderingsrapportages herhaaldelijk blijkt dat een instelling niet aan de wettelijke eisen voldoet dan kan opschorting van de rijksbijdrage plaatsvinden tot het moment waarop alsnog aan de wettelijke eisen wordt voldaan of kan de rijksbijdrage geheel of gedeeltelijk worden ingehouden.

Indien een tijdig ondertekende onderwijsovereenkomst of BPV-overeenkomst ontbreekt, dan hoeft de bekostigde inschrijving niet per definitie fout gerekend te worden. Hieronder wordt per gebrek aangegeven wat van de instellingsaccountant in zo’n geval wordt gevraagd.

Indien de instellingsaccountant niet met zekerheid kan vaststellen dat de onderwijsovereenkomst van een op 1 oktober voor bekostiging in aanmerking gebrachte student op de betreffende datum is gesloten en ondertekend, dan hoeft de bekostigde student niet als fout aangemerkt te worden als de instellingsaccountant heeft vastgesteld dat de betreffende student wel aan de overige bekostigingsvereisten voldoet. Er moet met name zekerheid zijn dat de betreffende student op de teldatum daadwerkelijk onderwijs volgde aan de instelling.

Indien voor een bekostigde BBL-student geen tijdig ondertekende BPV-overeenkomst aanwezig is, dan hoeft de bekostigde student niet als fout aangemerkt te worden als de instellingsaccountant op andere wijze heeft vastgesteld dat de betreffende student wel daadwerkelijk deelneemt aan de BPV en aan de overige bekostigingsvereisten voldoet.

De instellingsaccountant stelt vast dat het door het bevoegd gezag ondertekende formulier overeenkomt met het formulier waarbij hij zijn assurance-rapport verstrekt en waarmerkt deze.

6.3. Assurance-rapporten

1 juli 2017

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.

1 juli 2020

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van het overzicht van de bekostigingsgegevens van instellingen die BOL en/of BBL verzorgen op grond van de WEB BES.

Aan: Opdrachtgever

Wij hebben het [bijgevoegde en door ons gewaarmerkte] overzicht geregistreerde tellingen van... (naam mbo-onderwijsinstelling) te ... (zetel) per 1 oktober 2021 (hierna: de Opgave) onderzocht.

Naar ons oordeel is de Opgave van ... (naam mbo-onderwijsinstelling) in alle van materieel belang zijnde aspecten juist in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.

Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het recht dat geldt in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgave’.

Wij zijn onafhankelijk van ... (naam mbo-onderwijsinstelling) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Voor deze opdracht gelden de volgende criteria:

De opgave is opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage van 2022, als bedoeld in artikel 2.2.1., lid 1, van de wet educatie en beroepsonderwijs BES voor ... (naam mbo-onderwijsinstelling) vast te stellen. Hierdoor is de Opgave mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam mbo-onderwijsinstelling) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Het bestuur is verantwoordelijk dat de Opgave in overeenstemming is met de van toepassing zijnde criteria.

Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de Opgave mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.

Ons onderzoek bestond onder andere uit:

Plaats en datum

... (naam accountantspraktijk)

... (naam accountant)

[Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:]

1 december 2020

8. Lijst met afkortingen

1 juli 2019

Bijlage I

Kader financiële rechtmatigheid onderwijswet- en regelgeving OCW BES 2021

Van toepassing Van toepassing Van toepassing Van toepassing
voor sector voor sector voor sector Identificatie wet- en regelgeving Identificatie wet- en regelgeving Identificatie wet- en regelgeving
PO VO MBO EOZ Naam wet art Inhoud Toelichting
Wet op het primair onderwijs (WPO BES) Wet op het primair onderwijs (WPO BES) Wet op het primair onderwijs (WPO BES)
1 5 Kosten van voeding en vervoer van leerlingen In dit artikel wordt aangegeven dat door middel van een eilandsverordening regels worden gegeven tbv het verstrekken van voedsel, kleding en mogelijk maken van vervoer. Deze kosten komen voor rekening van de eilandsraad. De bekostiging door OCW mag hier dus niet aan besteed worden.
1 31, lid 1 Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel Elke school heeft 1 of 2 directeuren, kosten van meer directeuren worden dus niet bekostigd.
1 37, lid 1 en 2 Rechtspositieregeling personeel van een bijzondere school De Wet materieel ambtenarenrecht BES en de daarop berustende regelingen zijn voor het personeel van een school voor bijzonder onderwijs van overeenkomstig toepassing, voor de salarissen en toelagen van het personeel wordt een regeling vastgesteld bij eilandsbesluit.
1 44 lid 1 en2 Toelating en verwijdering leerlingen Ten aanzien van het volgende: De toelating mag niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. Overeenkomsten waarbij ouders worden verplicht tot het betalen van een geldelijke bijdrage zijn nietig, behoudens voor zover zij na toelating van de leerling tot de school schriftelijk zijn aangegaan en in het desbetreffende schriftelijke stuk aan de ouders kenbaar is gemaakt dat het een vrijwillige bijdrage betreft waarvoor de overeenkomst niet behoeft te worden aangegaan, doch waarvoor geldt dat na ondertekening wel een verplichting tot betaling van de overeengekomen bijdrage bestaat. Daarnaast zijn in dit lid nog 2 situaties opgenomen waarbij de overeenkomst nietig is. Indien de inkomsten van de instelling op grond van een nietige overeenkomst zijn ontvangen dan zijn deze inkomsten niet rechtmatig.
1 50, lid 2 en 3 Tussenschoolse opvang De kosten voor tussenschoolse en buitenschoolse opvang komen voor rekening van de ouders, voogden of verzorgers, dus niet voor rekening van de school. Het gaat hier om de exploitatiekosten. De school kan wel geld uitgeven aan deskundigheidsbevordering overblijfkrachten en organisatie TSO.
1 78 lid 1 Voorziening in huisvesting door het openbaar lichaam Voorziening in huisvesting is taak van het openbaar lichaam, hieruit blijkt dat de bekostiging van OCW hier niet aan besteed mag worden. In artikel 79 is gedefinieerd wat wordt verstaan onder voorzieningen in de huisvesting. Dit artikel is gewijzigd per 1-1-2015 i.v.m. de overheveling van taak en budget voor aanpassing in onderwijshuisvesting van openbaar lichaam naar school.
1 106 Bekostiging voor belastingen ter zake van onroerende zaken Het openbaar lichaam bekostigt aan BG van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat is onderworpen aan een of meer der in artikel 43 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoeld belastingen ter zake van onroerende zaken het bedrag dat is uitgegeven voor de belastingen met betrekking tot de in het openbaar lichaam gelegen gebouwen en terreinen. Hier mag dus geen Rijksbijdrage aan worden besteed.
1 119 Besteding bekostiging Beschrijft waar bepaalde bekostigingen voor aangewend mogen worden.
1 152 Gebruik ontvangen gelden overeenkomstig de bestemming Het bevoegd gezag van een bijzondere school is verplicht de uit de overheidskassen ontvangen gelden overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Rest van het artikel valt buiten dit kader.
1 167a Voorziening huisvesting voor de jaren 2011 tot en met bij KB te bepalen tijdstip Op grond hiervan vindt specifieke financiering plaats door OM en het openbaar lichaam ten aanzien van de huisvesting. De uitgaven die hieronder vallen zijn dan rechtmatig.
1 Besluit bekostiging WPO BES Besluit bekostiging WPO BES Besluit bekostiging WPO BES Besluit bekostiging WPO BES
1 26 Berekening exploitatieoverschot bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van de laatste school van een bevoegd gezag Alleen van toepassing bij opheffing of beëindiging, dan dient verrekening van exploitatieoverschotten plaats te vinden.
1 Wet op het voortgezet onderwijs BES (WVO BES) Wet op het voortgezet onderwijs BES (WVO BES) Wet op het voortgezet onderwijs BES (WVO BES)
1 5 Kosten van leerlingenvervoer In dit artikel wordt aangegeven dat vervoer van leerlingen die wegens hun lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap niet zelfstandig van vervoer gebruik kunnen maken, een taak (en kosten) van het bestuurscollege is, hieruit blijkt dus dat de bekostiging van OCW hieraan niet besteed mag worden. Dit geldt ook voor leerlingenvervoer voor andere dan in het artikel genoemde leerlingen.
1 12, lid 1 Beschikbaarstelling lesmateriaal aan leerlingen Het bevoegd gezag stelt elk leerjaar om niet aan een leerling lesmateriaal ter beschikking. Bijdragen hiervoor zijn dus niet rechtmatig.
1 64 lid 4 Toelating, verwijdering, voorwaardelijke bevordering en verblijfsduur De toelating wordt niet afhankelijk gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde bijdrage. Indien inkomsten (anders dan bij de wet geregeld) van de instelling op grond van toelating zijn ontvangen dan zijn deze inkomsten niet rechtmatig.
1 90 lid 1 en 2 Rechtspositieregeling personeel De Wet materieel ambtenarenrecht BES en de daarop berustende regelingen zijn voor het personeel van een school voor bijzonder onderwijs van overeenkomstig toepassing, voor de salarissen en toelagen van het personeel wordt een regeling vastgesteld bij eilandsbesluit.
1 152, lid 2 en 3 (vanaf 1-10-2021) Bekostiging scholen Hier wordt beschreven waar de bekostiging voor bestemd en verstrekt wordt.
1 156 lid 1 (tot en met 30-09-2021) Bekostiging exploitatiekosten Geeft aan waarvoor de bekostiging van de exploitatie wordt ontvangen
1 158 Bekostiging voor belastingen ter zake van onroerende zaken Het openbaar lichaam bekostigt aan BG van een andere dan een door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat is onderworpen aan een of meer der in artikel 43 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoeld belastingen ter zake van onroerende zaken het bedrag dat is uitgegeven voor de belastingen met betrekking tot de in het openbaar lichaam gelegen gebouwen en terreinen. Hier mag dus geen Rijksbijdrage aan worden besteed.
1 172 Besteding bekostiging Het artikel geeft aan waaraan de bekostiging besteed moet worden.
1 173 lid 1 Besteding overeenkomstig bestemming De bedragen en bekostiging, bedoeld in art. 172, worden niet aangewend voor contractactiviteiten
1 208 Voorziening in huisvesting en inventaris Bepalingen over huisvesting gelden ook voor Saba Comprehensive school, dus ook voor deze school de betreffende uitgaven niet uit de rijksbijdrage.
1 1 Experimentenwet onderwijs Experimentenwet onderwijs Experimentenwet onderwijs
1 1 4 lid 1 en 3 In lid 1 en 3 wordt aangegeven dat regelen en onderwijswetten van toepassing zijn.
1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES) Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES) Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES) Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES)
1 1.2.1 Doelstellingen onderwijs Alleen ten aanzien van het volgende aspect: educatie en beroepsonderwijs omvatten niet activiteiten op het niveau hoger onderwijs. Uitgaven voor hoger onderwijs zijn dus niet rechtmatig.
1 2.2.1 lid 2 (tot en met 30-09-2021 Rijksbijdrage beroepsonderwijs Geeft aan voor welke kosten de rijksbijdrage verstrekt wordt. In de toelichting is opgenomen dat het hier niet gaat om een limitatieve opsomming. Indien het bestuurscollege naast deze genoemde kosten soorten andere kostensoorten in aanmerking wil laten komen dan is dat mogelijk.
1 2.2.1,lid 2 en 3 (vanaf 1-10-2021) Rijksbijdrage beroepsonderwijs Hier wordt beschreven waar de bekostiging voor bestemd en verstrekt wordt.
1 2.3.1 lid 2 Jaarrekening Alleen ten aanzien van het volgende aspecten: 1. Uit de jaarrekening moet blijken dat sprake is van rechtmatige aanwending van de rijksbijdrage. 2. Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het op enigerlei wijze compenseren van de extranei voor examengeld. Uitgaven hiervoor zijn dus niet rechtmatig.
1 4.1.4 lid 1 en 2 Rechtspositieregeling personeel van een bijzondere school De Wet materieel ambtenarenrecht BES en de daarop berustende regelingen zijn voor het personeel van een school voor bijzonder onderwijs van overeenkomstig toepassing, voor de salarissen en toelagen van het personeel wordt een regeling vastgesteld bij eilandsbesluit.
1 8.1.1 lid 1 Inschrijving Alleen ten aanzien van het volgende aspect: Voor de inschrijving als examendeelnemer is aan het bevoegd gezag een door het gezag te bepalen vergoeding verschuldigd.
1 8.1.6 Onderwijsbijdragen De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van geldelijke bijdrage. Uit de toelichting blijkt dat de instelling een vrijwillige bijdrage van een deelnemer kan vragen. Over deze bijdrage worden dan afspraken gemaakt in de onderwijsovereenkomst. Hieruit volgt dat niet vrijwillige bijdragen en bijdragen die niet uit de onderwijsovereenkomsten blijken niet rechtmatig zijn.
1 8.1.6a. t/m 8.1.6h. Mbo-studentenfonds Deze artikelen geven aan onder welke voorwaarden, onder welke omstandigheden en met welke omvang financiële ondersteuning gegeven kan worden door de instelling.
1 Algemene toelichting punt 10 Educatievoorzieningen Deze wet voorziet niet in de bekostiging van educatie. Uitgaven van de bekostiging aan educatie is dus niet rechtmatig.
1 1 1 Wet overige OCW-subsidies Wet overige OCW-subsidies Wet overige OCW-subsidies
1 1 1 2 en 4 Nadere voorschriften subsidieverstrekking In de subsidiebeschikking kunnen bepalingen zijn opgenomen, die van invloed zijn op de financiële rechtmatigheid. Indien dit het geval is, dan dient de accountant deze bepalingen mee te nemen in de controle werkzaamheden ten aanzien van de financiële rechtmatigheid. Dit geldt in het bijzonder wanneer er sprake is van een geoormerkte subsidie. Zie de betreffende specifieke CT en RT en paragraaf in het OAP OCW BES 2021.
1 Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs
1 18 lid 2 Besteding en verantwoording De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend.
1 Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023 Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020-2023
1 1.10, lid 1 en 2 Besteding subsidie In lid 1 is aangegeven dat de subsidie uitsluitend besteed mag worden aan de activiteiten waarvoor deze is verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. In lid 2 is aangegeven dat de subsidie voor 1 augustus 2024 moet worden besteed.
1 1 1 Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021
1 1 1 12 lid 1 Subsidieverplichtingen Voor deelname aan een inhaal- en ondersteuningsprogramma wordt aan de deelnemende leerlingen, deelnemers of ouders of verzorgers geen vergoeding gevraagd.
1 Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl
1 9 lid 1 en 2 Besteding subsidie Lid 1 geeft aan dat de subsidie uitsluitend besteed wordt aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd. Lid 2 geeft aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt tot en met het schooljaar 2023/2024 worden uitgevoerd.
Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN
1 3 Te subsidiëren activiteiten In dit artikel is opgenomen dat de subsidie is bestemd voor de uitvoering van het eilandelijk zorgplan en de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de WPO BES, artikel 69, eerste lid, van de WVO BES en artikel 3.4, eerste lid, van de WEB BES
1 7 lid 1 en 2 Besteding en verantwoording In lid 1 is aangegeven dat de subsidie in ieder geval wordt besteed aan de uitvoering van het eilandelijk zorgplan en aan de wettelijke taken, bedoeld in artikel 3. In lid 2 is opgenomen dat eventuele niet-bestede middelen door het EOZ in de daaropvolgende jaren aangewend kunnen worden voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
1 Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023 Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023
1 9 lid 1 Subsidieverplichtingen Voor deelname aan een programma als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, wordt aan de deelnemende leerlingen geen vergoeding gevraagd.
1 1 Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO
1 1 12 lid 4 Besteding en verantwoording In lid 4 is opgenomen dat de bijzondere en aanvullende bekostiging voor de doelen, genoemd in artikel 2, ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
1 Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023 Subsidieregeling capaciteitstesten 2021-2023
1 8 lid 1 Subsidieverplichtingen In lid 1 is opgenomen dat voor deelname aan een capaciteitentest aan de deelnemende leerlingen of hun ouders of verzorgers geen bijdrage gevraagd wordt. Reeds verkregen bijdragen worden door het bevoegd gezag terugbetaald.

Bijlage II

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)