Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst van 19 april 2022, nr. IENW/BSK-2022/51234, houdende regels inzake in Nederland gelegen projecten welke in het belang zijn van de bescherming van het milieu (Regeling groenprojecten 2022)
Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister voor Klimaat en Energie;
Gelet op artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, en achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
BESLUITEN:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- accountantsverklaring: verklaring, afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent;
- Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- bestaand project:
- a. project als bedoeld van de bijlage, met uitzondering van projecten als bedoeld in categorie 5.3, waarvoor ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend met de uitvoering van de werkzaamheden is aangevangen;
- b. project als bedoeld in categorie 1.1 van de bijlage, voor zover het gaat om opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Natuurschoonwet 1928, dat ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend reeds voldeed aan een van de projectomschrijvingen in het betreffende onderdeel;
- c. project als bedoeld in categorie 5.3 van de bijlage, waarvoor meer dan acht maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend de hypotheekakte werd gepasseerd dan wel de leenovereenkomst werd gesloten;
- biomassa: biomassa als bedoeld in artikel 2 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
- brutovloeroppervlak: oppervlakte gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omsluiten;
- bruto-subsidie-equivalent: bruto-subsidie-equivalent als bedoeld in artikel 2 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
- de-minimisverordening landbouw: Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
- duurzaam geproduceerd hout: hout dat voldoet aan de Dutch Procurement Criteria for Timber ten aanzien van duurzaam bosbeheer en de handelsketen, volgens de bijbehorende beoordelingsmethode, zoals bij brief van 24 juli 2008 is vastgesteld door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Kamerstukken II 2007/08, 30 196, nr. 35);
- duurzame melkveehouderij: bedrijfsmatig houden van melkkoeien op een duurzame wijze met een integraal duurzaam veehouderijsysteem dat in uitvoering overeenstemt met een duurzame melkveestal die op grond van artikel 3.31 of 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;
- eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft dan wel verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben, dan wel de erfpachter, vruchtgebruiker of gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover deze rechten betrekking hebben op een woning;
- energielabelklasse: energielabelklasse als bedoeld in artikel 2.1, achtste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen;
- EU-Richtlijn 2018/2001: Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
- Groen Label Kas: tuinbouwkas die wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig telen van tuinbouwgewassen met een lagere milieubelasting en die in technische uitvoering overeenstemt met een tuinbouwkas die op grond van artikel 3.31 of 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;
- groenverklaring: schriftelijk besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarin wordt verklaard dat een project in het belang is van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos;
- groenfonds: een bank of beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- Landbouw Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
- landbouwsector: landbouwsector als bedoeld in artikel 2 van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening;
- Maatlat Duurzame Veehouderij: certificatiesysteem voor veestallen met een lagere milieubelasting, met maatregelen voor diergezondheid en dierenwelzijn die bijdraagt aan verduurzaming van de veehouderij en die in technische uitvoering overeenstemt met een veehouderij die op grond van artikel 3.31 of 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;
- maatschappelijk vastgoed: huisvesting van alle dienstverlening die, geheel of gedeeltelijk, publiek wordt gefinancierd;
- natuur- en landschappelijke waarden: natuurlijke landschappen die formeel zijn erkend als cultuur- of natuurerfgoed door de bevoegde overheidsinstantie;
- project: in Nederland gelegen technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden;
- projectbeheerder: degene voor wiens rekening en risico een project wordt ontwikkeld en in stand wordt gehouden;
- projectvermogen: vermogen dat nodig is voor de financiering van vaste activa en voor de werkzaamheden om de vaste activa te plaatsen, voor zover noodzakelijk voor en uitsluitend dienstbaar aan de totstandbrenging van een project;
- recycling: recycling als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 128 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
- utiliteitsgebouw: gebouw waarvoor in het Bouwbesluit 2012 een energieprestatie-eis is vastgelegd, met uitzondering van woningen;
- verbeterproject: project gericht op een wezenlijke verandering van een bestaand project, waardoor dit project naar inrichting, aard of omvang een wijziging ondergaat die het project aanmerkelijk waardevoller maakt voor het milieu, waaronder natuur en bos;
- Visserij Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
- voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen;
- woning: gebouw, bedoeld voor bewoning, dat voortdurend als hoofdverblijf ter beschikking staat aan een of meer natuurlijke personen en per wooneenheid ten minste is voorzien van een eigen toegang, toilet, bad- of douchevoorziening, alsmede van een energieaansluiting, bedoeld voor een kooktoestel om een maaltijd te kunnen bereiden.
Hoofdstuk 2. Projectcategorieën
Artikel 2
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten of categorieën van projecten, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, in de categorieën:
-
- Natuur;
-
- Duurzame landbouw;
-
- Circulaire economie;
-
- Duurzame energie;
-
- Duurzaam bouwen;
-
- Duurzame mobiliteit;
-
- Klimaatadaptatie.
Hoofdstuk 3. De aanvraag van een groenverklaring
Artikel 3
Een groenverklaring wordt aangevraagd door en afgegeven aan een groenfonds die voornemens is in belangrijke mate bij te dragen aan het verstrekken van kredieten ten behoeve van een project dan wel het direct of indirect beleggen van vermogen in bedoeld project.
Een aanvraag wordt ingediend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan een aanvrager verzoeken een accountantsverklaring te over leggen, waaruit de juistheid of aannemelijkheid van de in de aanvraag vermelde gegevens blijkt.
Artikel 4
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op een volledige aanvraag binnen acht weken na de indiening ervan.
Een volledige aanvraag is een aanvraag waarbij geen aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling ervan.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verzendt een afschrift van het besluit aan de projectbeheerder.
Artikel 5
Een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor:
- a. bestaande projecten;
- b. projecten waarvoor reeds een groenverklaring is verstrekt;
- c. projecten in de landbouwsector die niet worden uitgevoerd door een kleine, middelgrote en micro-onderneming in de zin van bijlage 1 van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening;
- d. projecten die niet voldoen aan de vereisten die zijn gesteld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening dan wel in de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of de Visserij Groepsvrijstellingsverordening;
- e. projecten waarvan het projectvermogen minder dan € 25.000 bedraagt;
- f. projecten waarvoor, vanwege toekenning van een financieel of ander voordeel door de overheid of de Europese Commissie uit dezen en anderen hoofde dan op grond van deze regeling, een zodanig voordeel ontstaat dat dit het totale toegestane voordeel op grond van regelgeving van de Europese Unie zou overschrijden;
- g. projecten waarvan het niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement heeft, subsidies van overheden daaronder begrepen;
- h. projecten waarvan het te verwachten economische rendement van het project in verhouding tot het risico zodanig is dat het zonder toepassing van de regeling tot stand kan komen;
- i. projecten door een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vierde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vijfde lid, van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening; of
- j. projecten door een onderneming in moeilijkheden, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, artikel 1, vijfde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vierde lid van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening.
Een groenverklaring wordt niet afgegeven indien de aanvrager, na daartoe een verzoek ontvangen te hebben, niet binnen de gestelde termijn de gegevens verstrekt die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het project.
Artikel 6
De groenverklaring geldt ten hoogste voor de levensduur van een project, maar niet langer dan:
- a. tien jaren;
- b. vijf jaren indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in subcategorie 2.1.2 van de bijlage.
De groenverklaring treedt maximaal negen maanden na de afgifte hiervan in werking.
De groenverklaring vermeldt de aard van het project, het projectvermogen, de datum waarop de groenverklaring in werking treedt en de periode waarvoor de groenverklaring geldt.
De groenverklaring voor een project als bedoeld in projectcategorie 1 van de bijlage vervalt indien binnen twee jaar na de dag van afgifte hiervan geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden.
In de groenverklaring kunnen nadere voorschriften worden opgenomen.
Hoofdstuk 4. Het projectvermogen
Artikel 7
Indien het projectvermogen het bedrag van € 75.000.000 te boven gaat, beperkt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het projectvermogen tot € 75.000.000.
Het eerste lid is niet van toepassing indien naar het oordeel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een hoger projectvermogen toegestaan kan worden vanwege het uitzonderlijke karakter van het project.
Hoofdstuk 5. Overige bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 8
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat maakt de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en de Visserij Groepsvrijstellingsverordening, van de begunstigde openbaar in de volgende gevallen:
- a. als met een project waarvoor een groenverklaring is verstrekt een financieel voordeel wordt behaald van meer dan € 100.000;
- b. als met een project als bedoeld in projectcategorie 1 of de subcategorieën 2.1.1, voor zover het de productie van landbouwproducten betreft, 2.1.3, 2.1.4 of 2.1.6 van de bijlage waarvoor een groenverklaring is verstrekt een financieel voordeel wordt behaald van meer dan € 10.000;
- c. als met een project als bedoeld in de subcategorie 2.4.1 waarvoor een groenverklaring is verstrekt en een financieel voordeel wordt behaald van meer dan € 10.000.
Artikel 9
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de groenverklaring intrekken indien:
- a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
- b. blijkt dat de uitvoering van het project in aanzienlijke mate afwijkt van de projectbeschrijving op grond waarvan de groenverklaring is afgegeven;
- c. blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert;
- d. niet wordt voldaan aan de voorschriften die in de groenverklaring zijn opgenomen; of
- e. niet wordt voldaan aan artikel 10.
Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager. Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en aan de inspecteur van de Belastingdienst.
Artikel 10
Indien de uitvoering van een project wijzigt, meldt het groenfonds dat kapitaal verschaft ten behoeve van een project waarvoor een groenverklaring is afgegeven dat onverwijld aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel 11
Ten behoeve van de vaststelling van een groenverklaring is, ten aanzien van het groenfonds en de projectbeheerder, hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing inzake de verstrekking van de van belang zijnde gegevens en de daaraan verbonden rechten en plichten. Hierbij gelden de aan de inspecteur opgelegde verplichtingen eveneens voor de door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen personen.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Artikel 12
Aan de in deze regeling bedoelde normen, meetvoorschriften, tests en certificaten worden gelijkgesteld normen, meetvoorschriften, tests en certificaten die ten minste een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden.
Artikel 13
Op projecten waarvoor tussen 1 april 2016 en 1 juni 2022 een aanvraag voor een groenverklaring is ingediend, blijven de bepalingen van de Regeling groenprojecten 2016 van toepassing.
Artikel 14
De Regeling groenprojecten 2016 wordt ingetrokken.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2022.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling groenprojecten 2022.
Bijlage. behorend bij artikel 2
Projectcategorie 1. Natuur
Categorie 1.1: Natuur en landschap
Projectomschrijving: projecten gericht op de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden, in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie.
Projectvermogen: Een groenverklaring wordt niet afgegeven op een aanvraag in deze categorie als artikel 53 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en de steun meer bedraagt dan € 1.000.000 per onderneming. Als artikel 36 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening van toepassing is, wordt een aanvraag in deze categorie niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Projectcategorie 2. Duurzame landbouw
Categorie 2.1: Biologisch landbouw
Subcategorie 2.1.1: Produceren of verwerken van biologische landbouwproducten
Projectomschrijving: produceren of verwerken van biologische landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 of het Besluit dierlijke producten.
Projectvermogen: voor zover de aanvraag betrekking heeft op de verwerving van grond, komt voor een groenverklaring in aanmerking een bedrag dat is gemoeid met de verwerving van grond, voor zover dit het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 14, zesde lid, onderdeel a, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening overschrijdt en tot een maximum dat op grond van de de-minimisverordening landbouw is toegestaan. Een groenverklaring in deze categorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 2.1.2: Deelname aan de kwaliteitsregeling
Projectomschrijving: projecten gericht op deelname van producenten van landbouwproducten aan de kwaliteitsregeling in de zin van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU 2007, L 189).
Projectvermogen: voor een groenverklaring komt een bedrag in aanmerking dat is gebaseerd op de kosten die worden gemaakt om tot een kwaliteitsregeling waarvoor steun wordt verleend toe te treden en de jaarlijkse bijdrage voor deelname aan die kwaliteitsregeling, inclusief, in voorkomend geval, de kosten van de controles die nodig zijn om te verifiëren of het productdossier wordt nageleefd. Een aanvraag voor een groenverklaring in deze subcategorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 3.000 per jaar per onderneming.
Categorie 2.2: Duurzame land- en tuinbouw
Subcategorie 2.2.1: Duurzame melkveehouderij
Projectomschrijving: projecten gericht op een duurzame melkveehouderij, die is voorzien van een certificaat A conform het van toepassing zijnde certificatieschema van de Maatlat Duurzame Veehouderij, onderdeel MDV – melkveestallen (rundvee) op het moment van indiening van de aanvraag.
Projectvermogen: het projectvermogen is gemaximeerd tot € 1.000.000 per stal. Een groenverklaring in deze categorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 2.2.2: Omschakelprogramma
Projectomschrijving:
Projectvermogen: Het projectvermogen is beperkt tot de kosten van de investering die niet vanuit het IDL worden gefinancierd. Een groenverklaring in deze categorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 2.2.3: Zilte teelt
Projectomschrijving: akkerbouwproductie van teelten op zilte grond, waarbij het gewas is geselecteerd en aangepast aan het zoutgehalte in de grond en het grondwater.
Projectvermogen: een aanvraag voor een groenverklaring in deze subcategorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 2.2.4: Monomestvergister
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 2.2.5: Voedselbossen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring in deze categorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 2.3: Glastuinbouw
Subcategorie 2.3.1: Groen Label Kas
Projectomschrijving: projecten gericht op het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas, met niveau A, conform het van toepassing zijnde certificatieschema Groen Label Kas op het moment van indiening van de aanvraag, mits er geen voorzieningen aanwezig zijn voor het zonder nuttig hergebruik wegkoelen van opgewekte warmte.
Projectvermogen: het projectvermogen is gemaximeerd op € 100,– per vierkante meter kasoppervlak, exclusief de kosten voor zelf opgewekte of zelf gewonnen energie als bedoeld in de categorie 4.1. Een groenverklaring in deze subcategorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 2.3.2: LED-verlichting in glastuinbouw
Project omschrijving:
Projectvermogen: een aanvraag voor een groenverklaring in deze subcategorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 2.4 Eiwittransitie
Subcategorie 2.4.1: Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 2.4.2: Insectenkweeksysteem
Project omschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring in deze categorie wordt niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 2.4.3: Bioraffinagesysteem
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Projectcategorie 3. Circulaire economie
Categorie 3: Algemene eisen circulaire economie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze Categorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per project.
Categorie 3.1: Biobased
Subcategorie 3.1.1: Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa
Projectomschrijving: in gebruik nemen van productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van afvalstromen en bijproducten van duurzame biomassa bestemd voor het verwerken tot biomassagrondstoffen of (onderdelen van) een product waarin biomassagrondstoffen zijn toegepast, mits het geen gangbare toepassing is, en waarbij:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.1.2: Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 3.2: Grondstofbesparing
Subcategorie 3.2.1: Grondstof besparende productieapparatuur
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 3.3: Levensduurverlenging
Subcategorie 3.3.1: Productieapparatuur voor refurbishment of hergebruik
Project omschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.3.2: Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling
Project omschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.3.3: Apparatuur of voorziening voor het opnieuw gebruiken van verpakkingen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 3.4: Recycling
Subcategorie 3.4.1: Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur
Projectomschrijving: innovatieve recyclingapparatuur voor het verwerken van afval tot grondstof, met uitzondering van investeringen in mobiele werktuigen en apparatuur voor productie op basis van de teruggewonnen grondstoffen, bestemd voor het terugbrengen van afval tot een grondstof, niet zijnde het chemisch verwerken van afval, door het toepassen van een nieuwe en innovatieve technologie, waarbij:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.4.2: Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen
Project omschrijving: apparatuur voor het verwerken van gerecycled materiaal tot een product, met uitzondering van mobiele werktuigen, bestemd voor het verwerken van gerecyclede grondstoffen, niet zijnde biomassagrondstoffen, met uitzondering van katoenafval, in (onderdelen van) een product, waarbij:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.4.3: Scheidingsapparatuur voor afval
Projectomschrijving: scheidingsapparatuur voor afval bestemd voor het scheiden van gemengde afvalstromen in deelstromen, met het oog op de voorbereiding voor hergebruik of recycling, met uitzondering van mobiele werktuigen, waarbij:
projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.4.4: Apparatuur voor het chemisch verwerken van afvalstoffen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 3.5: Overig circulair
Projectomschrijving: een project dat naar aard, toepassing en gebruik niet overeenkomt met een projectomschrijving in de subcategorieën als bedoeld in deze projectcategorie, dat wel voldoet aan de voorwaarden uit Categorie 3, algemene eisen circulaire economie.
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 3.4.4: Apparatuur voor het chemisch verwerken van afvalstoffen
Categorie 4.1: Opwekken van duurzame energie
Subcategorie 4.1.1: Windturbines
Projectomschrijving: opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine, waarbij het project aan de volgende voorwaarden voldoet:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie, indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 4.1.2: Fotovoltaïsche panelen
Projectcategorie 4. Duurzame energie
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 4.1.3: Zonnecollectoren
Projectomschrijving: gebruik van thermische zonne-energie door middel van nieuwe of gebruikte zonnecollectoren, eventueel in combinatie met een warmtepomp als bedoeld in subcategorie 4.1.4.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie: 4.1.4 Warmteopwekkers
Projectomschrijving:
Aanschaf en installatie van een elektrisch gedreven warmtepomp, bestemd voor het verwarmen van bedrijfsgebouwen of het (collectief) verwarmen van woningen, waarbij een koppeling met een met fossiele brandstoffen gestookte energie-uitrusting is uitgesloten, die voldoet aan de specificaties uit Tabel 2.
Projectvermogen:
Binnen het project vallen, voor zover van toepassing, de kosten voor bodemwarmtewisselaar of grondwaterbron, (ijs)buffer, restwarmte-opslagvat en een aansluiting op het verwarmingsnet.
Een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze subcategorie, indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 4.1.5: Waterkracht
Projectomschrijving: opwekken van elektrische energie uit water of waterkracht, mits de waterkrachtinstallatie voldoet aan Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (Pb EG 2000, L 327) en voor zover het project is voorzien van maatregelen ter bescherming van de biodiversiteit, en met uitzondering van het opwekken van energie met behulp van stoomturbines.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per project.
Subcategorie 4.1.6: Aardwarmte
Projectomschrijving: winnen van aardwarmte.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 4.1.7: Geavanceerde duurzame brandstoffenproductie
Projectomschrijving: de productie van:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 4.1.8: Biogasopwaardeerinstallatie
Projectomschrijving: realiseren van een biogasopwaardeerinstallatie, bestemd voor het produceren van gas van aardgasnetkwaliteit, waarbij uitsluitend biogas uit grondstoffen als bedoeld in Annex IX, deel A, bij Richtlijn (EU) 2018/2001 als grondstof dient en een mogelijke opslagcomponent op jaarbasis ten minste 75% van zijn brandstofinhoud rechtstreeks uit de installatie haalt.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Subcategorie 4.1.9: Innovatieve energieopwekking
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 4.2: Opslag en distributie van duurzame energie
Subcategorie 4.2.1: Opslag duurzame energie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 4.2.2: Warmte -en koude distributie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten als bedoeld in deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 20.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 4.3: Efficiënt gebruiken van energie
Subcategorie 4.3.1: Procesintensificatie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 4.3.2: Koelen en vriezen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Subcategorie 4.3.3: Nuttig gebruik van restenergie
Projectomschrijving: uitkoppelen bij de bron en het transporteren van afvalwarmte en – koude voor het verwarmen van gebouwen of processen.
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 5.1: Nieuwbouw woningen
Categorie 5.1: Nieuwbouw woningen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: voor een project in deze categorie, genoemd in onderdeel a en onderdeel c, komt voor een groenverklaring in aanmerking een bedrag van € 150.000 per woning. Een project in deze categorie, genoemd in onderdeel b, komt voor een groenverklaring in aanmerking een bedrag van € 75.000 per woning.
Categorie 5.2: Herbestemming
Projectcategorie 5. Duurzaam bouwen
Projectomschrijving: door herbestemming van gebouwen zonder woonfunctie realiseren van nieuwe woningen, waarbij, indien hout wordt toegepast, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzaam geproduceerd hout en waarvan de energielabelklasse na de herbestemming energielabelklasse A of beter is.
Projectvermogen: voor een groenverklaring komt in aanmerking een bedrag van € 1.250 per vierkante meter bruto vloeroppervlak van het gedeelte van een pand met woonbestemming, tot een maximum van € 125.000 per gerealiseerde woning.
Subcategorie 5.2.2: Herbestemming monumenten tot woningen
Projectomschrijving: door herbestemming van gebouwen zonder woonfunctie en met de status van Rijks- of Gemeentemonument realiseren van nieuwe woningen, waarbij, indien hout wordt toegepast, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzaam geproduceerd hout en waarvan de energielabelklasse na herbestemming energieklasse B of beter is.
Projectvermogen: voor een groenverklaring komt in aanmerking een bedrag van € 1.250 per vierkante meter bruto vloeroppervlak van het gedeelte van een pand met woonbestemming, tot een maximum van € 125.000 per gerealiseerde woning.
Categorie 5.3: Renovatie woningen door eigenaar of bewoner
Projectomschrijving: renoveren van bestaande woningen door de eigenaar of eigenaren van het gebouw of de huurder of huurders, waarbij indien hout wordt toegepast, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzaam geproduceerd hout en waarbij energiebesparende maatregelen worden toegepast, die leiden tot een verbetering van de energielabelklasse van de woning:
Projectvermogen: op een project als bedoeld in deze categorie is de volgende tabel van toepassing:
Categorie 5.4: Vervallen.
Categorie 5.5: Nieuwbouw utiliteitsgebouwen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: op een project als bedoeld in deze categorie is de volgende tabel van toepassing:
Categorie: 5.6 Renovatie utiliteitsgebouwen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: op een project als bedoeld in deze categorie is de volgende tabel van toepassing:
Categorie 5.7: Nieuwbouw gebouwen met industriefunctie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een project als bedoeld in deze categorie, komt voor een groenverklaring in aanmerking een bedrag van ten hoogste € 600 per vierkante meter bruto vloeroppervlak voor projecten die voldoen aan de eisen zoals bedoeld in deze categorie.
Categorie 5.8: Renovatie gebouwen met industriefunctie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een project als bedoeld in deze categorie, komt voor een groenverklaring in aanmerking maximaal € 450 per vierkante meter bruto vloeroppervlak.
Categorie 6.1: Niet-railgebonden duurzame voertuigen
Categorie 6.1: Niet-railgebonden duurzame voertuigen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 6.2: Duurzame binnenvaartschepen
Projectomschrijving: aanschaf of ombouw (retrofit) van duurzame binnenvaartschepen die voorzien zijn van een dieselelektrisch-, batterij-elektrisch- of brandstofcelsysteem voor de voortstuwing.
Projectvermogen: geen bijzonderheden.
Projectcategorie 6. Duurzame mobiliteit
Projectomschrijving:
Projectvermogen: wanneer het gaat om met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in materiële of immateriële activa op landbouwbedrijven wordt een aanvraag in deze categorie niet afgegeven indien het bruto-subsidie-equivalent meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 6.4: Laad- en tankinfrastructuur
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 6.5: Voorzieningen voor elektrisch varen
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 6.6: Mobiele aggregaten
Projectomschrijving:
Projectvermogen: geen bijzonderheden
Categorie 6.7: Gekoeld transport
Projectomschrijving:
Projectvermogen: het projectvermogen is beperkt tot de kosten voor de aanschaf van het koelsysteem.
Categorie 7.1: Retentiegebied
Categorie 7.1: Retentiegebied
Projectomschrijving: aanleg en inrichting of herinrichting van gebieden om wateroverlast op regionaal of lokaal niveau te voorkomen mits de gebieden een natuurcomponent kennen.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze categorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 7.2: Gebouw- en terreingebonden waterberging
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven voor projecten binnen deze categorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Projectcategorie 7. Klimaatadaptatie
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze categorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 7.4: Vegetatiedaken
Projectomschrijving: aanleg van vegetatiedaken of groene gevels in stedelijk gebied, al dan niet in combinatie met voorzieningen ter bevordering van de biodiversiteit.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 7.5: Verhogen grondwater in veenweidegebieden
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze categorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 7.4: Vegetatiedaken
Projectomschrijving: aanleg van vegetatiedaken of groene gevels in stedelijk gebied, al dan niet in combinatie met voorzieningen ter bevordering van de biodiversiteit.
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 15.000.000 per onderneming per investeringsproject.
Categorie 7.5: Verhogen grondwater in veenweidegebieden
Projectomschrijving:
Projectvermogen: een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor projecten binnen deze subcategorie indien de steun meer bedraagt dan € 600.000 per onderneming per investeringsproject.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Projectcategorie 4. Duurzame energie
Projectomschrijving:
Projectcategorie 5. Duurzaam bouwen
Subcategorie 5.2.1: Herbestemming tot woningen
Projectcategorie 6. Duurzame mobiliteit
Categorie 6.3: Mobiele werktuigen
Projectcategorie 7. Klimaatadaptatie
Categorie 7.3: Innovatieve koeling van gebouwen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Projectcategorie 5. Duurzaam bouwen
Projectcategorie 6. Duurzame mobiliteit
Projectcategorie 7. Klimaatadaptatie
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)