Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister voor Rechtsbescherming, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 mei 2022, nummer 3952250, tot besteding van de gelden uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-16
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 33
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage J. behorende bij artikel 4, onderdeel i

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Europese Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel J2. Aanvraag tijdvak

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel i: het ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om een geharmoniseerde aanpak wat de uitgifte van visa betreft te waarborgen en legaal reizen te vergemakkelijken, en tegelijkertijd risico's uit migratie- en veiligheidsoogpunt te helpen voorkomen.

Artikel J1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Europese Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel J2. Aanvraag tijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 augustus 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel J3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel J2, € 13.208.962 waarbij de volgende onderverdeling geldt voor activiteiten die zien op:

Artikel J4. Subsidiabele activiteiten

Artikel J5. Specifieke eisen aan het project

Bijlage K. behorende bij artikel 8, eerste lid

Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten)
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
1. Relevantie (maximaal 15 punten) a. In welke mate draagt het project bij aan de gekozen subsidiabele activiteit zoals vermeld in de Bijlagen B en D van deze subsidieregeling? 4
1. Relevantie (maximaal 15 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel wat de concrete uitdaging/het probleem is waar het projectvoorstel zich op richt? 4
1. Relevantie (maximaal 15 punten) c. Dragen de verwachte projectresultaten bij aan de oplossing 3
1. Relevantie (maximaal 15 punten) d. Zijn de geplande activiteiten direct noodzakelijk voor het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Deze streefwaarden zijn rechtstreeks gelinkt aan de beoogde in Nederland te behalen streefwaarden uit het Nationaal Programma AMIF. 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) a. Is het projectvoorstel op alle onderdelen duidelijk en concreet? 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) b. Zijn de voorziene activiteiten en de te behalen resultaten kwantificeerbaar en meetbaar? 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) c. Is er sprake van een realistische tijdsplanning met duidelijke en concrete mijlpalen en (eventueel) tussenproducten? 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) d. Is er sprake van de ontwikkeling van een nieuwe, creatieve of onconventionele aanpak? 3
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) a. Lijken de begrote kosten duidelijk omschreven, onderbouwd en noodzakelijk voor het behalen van de doelstellingen en resultaten van het project? 7
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) b. Lijkt de prijs/prestatieverhouding redelijk? 8
4. Organisatie (maximaal 15 punten) a. Heeft de aanvragende organisatie voldoende capaciteit, ervaring, expertise en financiële armslag om het projectvoorstel met succes uit te voeren? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel dat de aanvrager kan voldoen aan de vereisten die aan de projectadministratie worden gesteld? 2
4. Organisatie (maximaal 15 punten) c. Is aannemelijk op basis van eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten dat de aanvrager het projectvoorstel met succes kan uitvoeren en aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen kan voldoen? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) d. Heeft de aanvragende organisatie ervaring met EU subsidieregels? 2
4. Organisatie (maximaal 15 punten) e. Heeft de aanvragende organisatie kennis van het beleidsterrein asiel en opvang of integratie? 3
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 10 punten) a. Blijkt uit de inhoud van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke procedures om de te behalen streefwaarden en/of andere resultaten te meten en vast te leggen? 5
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 10 punten) b. Blijkt uit de inhoud van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke criteria om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? 5
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) a. Blijkt uit het projectvoorstel dat er kans is op een structurele inbedding van positieve projectresultaten en/of blijvende samenwerking na afloop van de projectperiode? 3
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel dat er sprake zal zijn van actieve kennisdeling en brede deling van de resultaten, zowel nationaal als Europees/internationaal, gedurende de looptijd? 3
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) c. Blijkt uit het projectvoorstel dat er adequaat gebruik gemaakt wordt van de kennis, capaciteiten en ervaringen van de (deelnemende) onderdanen uit derde landen waarop het doel van het project zich richt? 1
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) d. Blijkt uit het projectvoorstel dat de aanpak van het project bij succes op grotere schaal kan worden toegepast? 3
Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten)
--- --- ---
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) a. In welke mate bestaat de doelgroep van een opvangproject uit kwetsbare groepen (kwetsbare groepen in de opvang zijn alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen)? 12
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) b. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij omwonenden voor asielopvang (communicatie richting omwonenden, betrekken omwonenden bij het project)? 4
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) c. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij de bredere gemeenschap, zoals andere gemeenten, Provincie, Nederlandse bevolking voor asielopvang (bijvoorbeeld in de vorm van brede communicatie)? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) a. Is in het projectvoorstel voorzien in samenwerking met relevante partijen? Is duidelijk beargumenteerd welke partijen participeren en waarom? 3
8. Integratie (maximaal 20 punten) b. In hoeverre zijn de voorgestelde acties om bij de werving en selectie van deelnemers te zorgen voor minimaal een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen of meer, en de voorgestelde acties om de verwachte specifieke obstakels voor vrouwelijke deelnemers te ondervangen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 3
8. Integratie (maximaal 20 punten) c. In hoeverre wordt in het projectvoorstel voorzien in het betrekken van de doelgroep van inburgeraars bij de voorbereiding en uitvoering van het project? 2
8. Integratie (maximaal 20 punten) d. In hoeverre zijn de voorgestelde acties om de belemmeringen voor arbeidsparticipatie (zoals (psychische) gezondheid en schulden) te ondervangen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) e. 1°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel a, genoemde activiteiten: In hoeverre is de samenwerking met werkgevers, de voorgestelde acties om te zorgen voor voldoende taalrijke werkplekken bij werkgevers en de voorgestelde acties om de taalactiviteiten en de werkactiviteiten op elkaar af te stemmen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 8
8. Integratie (maximaal 20 punten) 2°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel b, genoemde activiteiten: In hoeverre zijn de praktijksituaties (buiten het klaslokaal) die binnen het project worden ingezet, de voorgestelde acties om te zorgen voor een goede aansluiting bij de belevingswereld van de deelnemers en de wijze waarop met verschillende organisaties wordt samengewerkt om de praktijksituaties te organiseren realistisch en overtuigend uitgewerkt?
8. Integratie (maximaal 20 punten) 3°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, lid 1, onderdeel c genoemde activiteiten: In hoeverre zijn de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers (in taalrijke omgevingen) geactiveerd worden en de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers meer gaan participeren in de Nederlandse samenleving realistisch en overtuigend uitgewerkt?

Bijlage K. Behorende bij artikel 8, eerste lid

Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten)
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
1. Relevantie (maximaal 15 punten) a. In welke mate dragen de verwachte projectresultaten bij aan het beoogde doel zoals opgenomen in artikel B4 lid 1 en D4, lid 1? 3
1. Relevantie (maximaal 15 punten) b. In welke mate sluiten de uitgewerkte activiteiten van het project aan bij de gekozen subsidiabele activiteit zoals vermeld in de Bijlagen B en D (art. B5, lid 1 en art. D5, lid 1) van deze subsidieregeling en de kaders en richtlijnen zoals opgenomen in de toelichting bij dit artikel? 7
1. Relevantie (maximaal 15 punten) c. Is er sprake van een aanpak die vernieuwend is ten opzichte van het bestaande, vergelijkbare aanbod voor de doelgroep? 2
1. Relevantie (maximaal 15 punten) d. Is in het projectvoorstel voorzien in samenwerking met relevante partijen? Is duidelijk beargumenteerd welke partijen participeren en waarom? 3
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) a. Is het projectvoorstel op alle onderdelen duidelijk en concreet? 5
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) b. In welke mate zijn de voorziene activiteiten concreet uitgewerkt en zijn de te behalen resultaten kwantificeerbaar en meetbaar? 5
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) c. Is er sprake van een realistische tijdsplanning met duidelijke en concrete mijlpalen en (eventueel) tussenproducten? 5
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) d. Blijkt uit het projectvoorstel dat er adequaat gebruik gemaakt wordt van de kennis, capaciteiten en ervaringen van de (deelnemende) onderdanen uit derde landen waarop het doel van het project zich richt? 5
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) a. Lijken de begrote kosten duidelijk omschreven, onderbouwd en noodzakelijk voor het behalen van de doelstellingen en resultaten van het project? 10
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) b. Lijkt de prijs/prestatieverhouding redelijk? 5
4. Organisatie (maximaal 15 punten) a. Heeft de aanvragende organisatie voldoende capaciteit, ervaring met projectorganisatie, expertise en financiële armslag om het projectvoorstel met succes uit te voeren? 5
4. Organisatie (maximaal 15 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel dat de aanvrager kan voldoen aan de vereisten die aan de projectadministratie worden gesteld? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) c. Is aannemelijk op basis van eerdere EU- of nationale subsidieverleningen dat de aanvrager het projectvoorstel met succes kan uitvoeren en aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen kan voldoen? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) d. Heeft de aanvragende organisatie kennis van het beleidsterrein asiel en opvang of integratie? 2
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 9 punten) a. In hoeverre is uitgewerkt hoe de geplande activiteiten bijdragen aan het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Deze streefwaarden zijn rechtstreeks gelinkt aan de beoogde in Nederland te behalen streefwaarden uit het Nationaal Programma AMIF. 5
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 9 punten) b. Blijkt uit de inhoud van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke criteria om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? 4
6. Duurzaamheid (maximaal 6 punten) a. In welke mate blijkt uit het projectvoorstel dat er kans is op een structurele inbedding van positieve projectresultaten en/of blijvende samenwerking na afloop van de projectperiode? 2
6. Duurzaamheid (maximaal 6 punten) b. In welke mate blijkt uit het projectvoorstel dat er sprake zal zijn van actieve kennisdeling en brede deling van de resultaten gedurende de looptijd? 2
6. Duurzaamheid (maximaal 6 punten) c. In welke mate is uitgeschreven hoe bij succes de project aanpak overdraagbaar kan worden gemaakt en dienen als blauwdruk voor andere organisaties? 2
Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten)
--- --- ---
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) a. In welke mate bestaat de doelgroep van een opvangproject uit kwetsbare groepen (kwetsbare groepen in de opvang zijn alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen)? 12
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) b. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij omwonenden voor asielopvang (communicatie richting omwonenden, betrekken omwonenden bij het project)? 4
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) c. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij de bredere gemeenschap, zoals andere gemeenten, Provincie, Nederlandse bevolking voor asielopvang (bijvoorbeeld in de vorm van brede communicatie)? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) a. In welke mate is de evaluatie opgenomen in artikel D7, lid 1b uitgewerkt en in welke mate voldoet de beschreven evaluatie-opzet aan de richtlijnen die zijn beschreven in de toelichting op artikel D7, lid 1b? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) b. In welke mate richt het project zich specifiek op jongeren (18–27 jaar) en in welke mate is de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk afgestemd op specifieke kenmerken en wensen van jongeren? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) c. In welke mate richt het project zich specifiek op vrouwen en in welk mate is de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk afgestemd op specifieke kenmerken en wensen van vrouwen? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) d. 1°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel a, genoemde activiteiten: In hoeverre wordt er met de voorgestelde acties rekening gehouden met de diversiteit van inburgeraars qua leerbaarheid en digitale vaardigheden en is er in het project aandacht voor de didactiek van online lesgeven en voor de digitale vaardigheden van de betrokken NT2-docenten? 2°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, lid 1, onderdeel b genoemde activiteiten: In hoeverre is de inhoud van de begeleiding gericht op toeleiding naar betaald werk van zowel COA-locatiebewoners als werkgevers en de wijze waarop goede ‘matches’ tussen werkgevers en COA-locatiebewoners gerealiseerd worden, realistisch en overtuigend uitgewerkt? In hoeverre kan het project gebruik maken van een uitgebreid netwerk van werkgevers? 3°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel c, genoemde activiteiten: In hoeverre is de samenwerking met werkgevers, de begeleiding van de werkgevers en de deelnemers, de voorgestelde acties om te zorgen voor voldoende taalrijke werkplekken bij werkgevers en de voorgestelde acties om de taalactiviteiten en de werkactiviteiten op elkaar af te stemmen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 4°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, lid 1, onderdeel d genoemde activiteiten: In hoeverre zijn de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers (in taalrijke omgevingen) geactiveerd worden en de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers meer gaan participeren in de Nederlandse samenleving realistisch en overtuigend uitgewerkt? In welke mate sluiten de uitgewerkte activiteiten aan bij het sub-thema cq de sub-thema’s (opgenomen in artikel D5, lid 1d) waarop het project zich richt en de beschrijving van deze sub-thema’s in de toelichting bij dit artikel? 8

Procedure betreffende gebruik geconverteerde documenten of gegevensdragers en digitale bewijsstukken

Hieronder staan de procedures om deze stukken te kunnen gebruiken als geaccepteerde bewijsstukken in het kader van de projectadministratie.

In het kader van de verantwoording onderbouwt de subsidieontvanger of de penvoerder de kosten met originele bewijsstukken. De Verordening maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. Hiertoe moet door de lidstaat een procedure voor de vaststelling van de authenticiteit worden opgesteld. In deze bijlage worden de door Nederland vastgestelde procedures weergegeven.

In het kader van de verantwoording onderbouwt de subsidieontvanger of de penvoerder de kosten met originele bewijsstukken. De Verordening maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. Hiertoe moet door de lidstaat een procedure voor de vaststelling van de authenticiteit worden opgesteld. In deze bijlage worden de door Nederland vastgestelde procedures weergegeven.

Procedure voor het gebruik van de documenten, genoemd in de onderdelen a en b.

Hieronder staan de procedures om deze stukken te kunnen gebruiken als geaccepteerde bewijsstukken in het kader van de projectadministratie.

De hierboven genoemde bewijsstukken a en b zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

De hierboven genoemde bewijsstukken a en b zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in elektronische versie bestaan (onderdeel c)

De subsidieaanvrager of de penvoerder verklaart door middel van het aanvraagformulier en voortgangsrapportageformulier dat de geconverteerde documenten of de nieuwe gegevensdragers die onderdeel zijn van de projectadministratie, voldoen aan de vereisten uit artikel 25 en daarmee aan deze bijlage.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel G3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel G2, € 5.218.191.

Artikel G4. Doel

Een project heeft tot doel het verbeteren en intensiveren van de grensoverschrijdende coördinatie en samenwerking, met inbegrip van gezamenlijke operaties tussen bevoegde autoriteiten, met betrekking tot terrorisme en zware en georganiseerde criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie.

Artikel G5. Subsidiabele activiteiten

Bijlage H. behorende bij artikel 4, onderdeel g

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel g: het ondersteunen van de versterking van de capaciteiten van de lidstaten voor het voorkomen en bestrijden van criminaliteit, terrorisme en radicalisering en het beheersen van veiligheid gerelateerde incidenten, risico's en crises, onder meer door nauwere samenwerking tussen overheidsdiensten, de relevante organen en instanties van de Unie, het maatschappelijk middenveld en particuliere partners in verschillende lidstaten.

Artikel G7. Hoogte van de subsidie

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel g: het ondersteunen van de versterking van de capaciteiten van de lidstaten voor het voorkomen en bestrijden van criminaliteit, terrorisme en radicalisering en het beheersen van veiligheid gerelateerde incidenten, risico's en crises, onder meer door nauwere samenwerking tussen overheidsdiensten, de relevante organen en instanties van de Unie, het maatschappelijk middenveld en particuliere partners in verschillende lidstaten.

Artikel H1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Straffen en Beschermen, het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s, het directoraat-generaal Georganiseerde en Ondermijnende Criminaliteit, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de politie.

Artikel H2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel H3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel H2, € 20.020.932.

Artikel H4. Doel

Een project heeft tot doel het ondersteunen van de versterking van de capaciteiten van de lidstaten voor het voorkomen en bestrijden van criminaliteit, terrorisme en radicalisering en het beheersen van veiligheid gerelateerde incidenten, risico's en crises, onder meer door nauwere samenwerking tussen overheidsdiensten, de relevante organen en instanties van de Europese Unie, het maatschappelijk middenveld en particuliere partners in verschillende lidstaten.

Artikel H5. Subsidiabele activiteiten

Bijlage I. behorende bij artikel 4, onderdeel h

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel h: het versterken en ondersteunen van het Europees geïntegreerd grensbeheer, om legale grensoverschrijdingen te faciliteren, illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen te beheren.

Artikel H7. Hoogte van de subsidie

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel h: het versterken en ondersteunen van het Europees geïntegreerd grensbeheer, om legale grensoverschrijdingen te faciliteren, illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen te beheren.

Artikel I1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Migratie van het Ministerie van Asiel en Migratie, de politie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Koninklijke Marechaussee.

Artikel I2. Aanvraagtijdvak

Artikel I3. Subsidieplafond

Bijlage J. behorende bij artikel 4, onderdeel i

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel i: het ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om een geharmoniseerde aanpak wat de uitgifte van visa betreft te waarborgen en legaal reizen te vergemakkelijken, en tegelijkertijd risico's uit migratie- en veiligheidsoogpunt te helpen voorkomen.

Artikel I5. Specifieke eisen aan het project

Artikel J4. Subsidiabele activiteiten

Bijlage L. behorende bij artikel 25, tweede lid

Bijlage L. behorende bij artikel 25, tweede lid

Artikel J5. Specifieke eisen aan het project

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Hieronder staan de procedures om deze stukken te kunnen gebruiken als geaccepteerde bewijsstukken in het kader van de projectadministratie.

Procedure betreffende gebruik geconverteerde documenten of gegevensdragers en digitale bewijsstukken

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in elektronische versie bestaan (onderdeel c)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel J2. Aanvraag tijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 augustus 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel J3. Subsidieplafond

Bijlage K. behorende bij artikel 8, eerste lid

Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten)
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
1. Relevantie (maximaal 15 punten) a. In welke mate draagt het project bij aan de gekozen subsidiabele activiteit zoals vermeld in de Bijlagen B en D van deze subsidieregeling? 4
1. Relevantie (maximaal 15 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel wat de concrete uitdaging/het probleem is waar het projectvoorstel zich op richt? 4
1. Relevantie (maximaal 15 punten) c. Dragen de verwachte projectresultaten bij aan de oplossing 3
1. Relevantie (maximaal 15 punten) d. Zijn de geplande activiteiten direct noodzakelijk voor het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Deze streefwaarden zijn rechtstreeks gelinkt aan de beoogde in Nederland te behalen streefwaarden uit het Nationaal Programma AMIF. 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) a. Is het projectvoorstel op alle onderdelen duidelijk en concreet? 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) b. Zijn de voorziene activiteiten en de te behalen resultaten kwantificeerbaar en meetbaar? 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) c. Is er sprake van een realistische tijdsplanning met duidelijke en concrete mijlpalen en (eventueel) tussenproducten? 4
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 15 punten) d. Is er sprake van de ontwikkeling van een nieuwe, creatieve of onconventionele aanpak? 3
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) a. Lijken de begrote kosten duidelijk omschreven, onderbouwd en noodzakelijk voor het behalen van de doelstellingen en resultaten van het project? 7
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) b. Lijkt de prijs/prestatieverhouding redelijk? 8
4. Organisatie (maximaal 15 punten) a. Heeft de aanvragende organisatie voldoende capaciteit, ervaring, expertise en financiële armslag om het projectvoorstel met succes uit te voeren? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel dat de aanvrager kan voldoen aan de vereisten die aan de projectadministratie worden gesteld? 2
4. Organisatie (maximaal 15 punten) c. Is aannemelijk op basis van eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten dat de aanvrager het projectvoorstel met succes kan uitvoeren en aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen kan voldoen? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) d. Heeft de aanvragende organisatie ervaring met EU subsidieregels? 2
4. Organisatie (maximaal 15 punten) e. Heeft de aanvragende organisatie kennis van het beleidsterrein asiel en opvang of integratie? 3
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 10 punten) a. Blijkt uit de inhoud van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke procedures om de te behalen streefwaarden en/of andere resultaten te meten en vast te leggen? 5
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 10 punten) b. Blijkt uit de inhoud van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke criteria om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? 5
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) a. Blijkt uit het projectvoorstel dat er kans is op een structurele inbedding van positieve projectresultaten en/of blijvende samenwerking na afloop van de projectperiode? 3
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel dat er sprake zal zijn van actieve kennisdeling en brede deling van de resultaten, zowel nationaal als Europees/internationaal, gedurende de looptijd? 3
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) c. Blijkt uit het projectvoorstel dat er adequaat gebruik gemaakt wordt van de kennis, capaciteiten en ervaringen van de (deelnemende) onderdanen uit derde landen waarop het doel van het project zich richt? 1
6. Duurzaamheid (maximaal 10 punten) d. Blijkt uit het projectvoorstel dat de aanpak van het project bij succes op grotere schaal kan worden toegepast? 3
Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten)
--- --- ---
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) a. In welke mate bestaat de doelgroep van een opvangproject uit kwetsbare groepen (kwetsbare groepen in de opvang zijn alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen)? 12
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) b. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij omwonenden voor asielopvang (communicatie richting omwonenden, betrekken omwonenden bij het project)? 4
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) c. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij de bredere gemeenschap, zoals andere gemeenten, Provincie, Nederlandse bevolking voor asielopvang (bijvoorbeeld in de vorm van brede communicatie)? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) a. Is in het projectvoorstel voorzien in samenwerking met relevante partijen? Is duidelijk beargumenteerd welke partijen participeren en waarom? 3
8. Integratie (maximaal 20 punten) b. In hoeverre zijn de voorgestelde acties om bij de werving en selectie van deelnemers te zorgen voor minimaal een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen of meer, en de voorgestelde acties om de verwachte specifieke obstakels voor vrouwelijke deelnemers te ondervangen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 3
8. Integratie (maximaal 20 punten) c. In hoeverre wordt in het projectvoorstel voorzien in het betrekken van de doelgroep van inburgeraars bij de voorbereiding en uitvoering van het project? 2
8. Integratie (maximaal 20 punten) d. In hoeverre zijn de voorgestelde acties om de belemmeringen voor arbeidsparticipatie (zoals (psychische) gezondheid en schulden) te ondervangen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) e. 1°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel a, genoemde activiteiten: In hoeverre is de samenwerking met werkgevers, de voorgestelde acties om te zorgen voor voldoende taalrijke werkplekken bij werkgevers en de voorgestelde acties om de taalactiviteiten en de werkactiviteiten op elkaar af te stemmen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 8
8. Integratie (maximaal 20 punten) 2°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel b, genoemde activiteiten: In hoeverre zijn de praktijksituaties (buiten het klaslokaal) die binnen het project worden ingezet, de voorgestelde acties om te zorgen voor een goede aansluiting bij de belevingswereld van de deelnemers en de wijze waarop met verschillende organisaties wordt samengewerkt om de praktijksituaties te organiseren realistisch en overtuigend uitgewerkt?
8. Integratie (maximaal 20 punten) 3°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, lid 1, onderdeel c genoemde activiteiten: In hoeverre zijn de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers (in taalrijke omgevingen) geactiveerd worden en de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers meer gaan participeren in de Nederlandse samenleving realistisch en overtuigend uitgewerkt?

In het kader van de verantwoording onderbouwt de subsidieontvanger of de penvoerder de kosten met originele bewijsstukken. De Verordening maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. Hiertoe moet door de lidstaat een procedure voor de vaststelling van de authenticiteit worden opgesteld. In deze bijlage worden de door Nederland vastgestelde procedures weergegeven.

Procedure betreffende gebruik geconverteerde documenten of gegevensdragers en digitale bewijsstukken

Procedure voor het gebruik van de documenten, genoemd in de onderdelen a en b.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 4a. Projecten in het kader van een specifieke maatregel

1.

De minister kan met inachtneming van deze regeling en onder het voorbehoud, bedoeld in artikel 63 van de Verordening gemeenschappelijke bepalingen, subsidie verlenen ten behoeve van projecten zonder winstoogmerk in het kader van specifieke maatregelen.

2.

In afwijking van artikel 5 kan de subsidieaanvrager de subsidie aanvragen bij de minister conform het projectvoorstel zoals ingediend bij de Europese Commissie en de daaropvolgende positieve aanwijzing.

3.

In afwijking van artikel 5 bedraagt de subsidie voor projecten die overeenkomstig het tweede lid zijn aangevraagd ten hoogste het in de positieve aanwijzing opgenomen subsidieplafond.

4.

In afwijking van artikel 4 wordt de subsidie voor projecten die overeenkomstig het tweede lid zijn aangevraagd, verstrekt onder de condities en voorwaarden zoals vastgesteld door de Europese Commissie en opgenomen in de uitnodigingsbrief, het projectvoorstel en de positieve aanwijzing.

Bijlage A. behorende bij artikel 4, onderdeel a

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel a: het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan om bij te dragen aan het bewerkstelligen van een toekomstbestendige migratieketen

Artikel A1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek, het directoraat-generaal Migratie van het Ministerie van Asiel en Migratie, Het College voor de Rechten van de Mens, de Inspectie Justitie en Veiligheid, NIDOS of het directoraat-generaal Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel A2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel A5. Subsidiabele activiteiten

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel A7. Hoogte van de subsidie

Bijlage B. behorende bij artikel 4, onderdeel a

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel a: het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan om bij te dragen aan het bewerkstelligen van een toekomstbestendige migratieketen

Artikel B1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door:

Artikel B2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 19 augustus 2024, 09.00 uur, tot en met 13 september 2024, 17.00 uur.

Artikel B3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel B2, € 7.514.710,64.

Artikel B8. Hoogte van de subsidie

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten voor maatregelen die zijn gericht op kwetsbare personen en verzoekers om internationale bescherming met bijzondere behoeften inzake opvang of procedures, waaronder maatregelen die de doeltreffende bescherming van minderjarigen waarborgen, met name niet-begeleide minderjarigen, onder meer door middel van alternatieve, niet-geïnstitutionaliseerde zorgsystemen.

Bijlage C. behorende bij artikel 4, onderdeel b

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel b: het versterken van de economische positie van Nederland door het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor kennismigranten en werkgevers

Artikel C1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door de Immigratie-en Naturalisatiedienst.

Artikel C2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 18 juli 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel C3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel C2, € 3.903.642,53.

Artikel C7. Hoogte van de subsidie

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten voor integratiemaatregelen die worden uitgevoerd door lokale en regionale autoriteiten en door maatschappelijke organisaties, waaronder vluchtelingenorganisaties en door migranten geleide organisaties;

Bijlage D. behorende bij artikel 4, onderdeel c

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel c: het leveren van een bijdrage aan het maatschappelijke doel van inburgering, te weten alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij.

Artikel D1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en door Divosa.

Artikel D2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 januari 2026, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel D5. Subsidiabele activiteiten

In aanvulling op artikel 7 bevat de projectbeschrijving:

Artikel D7. Specifieke eisen aan het project

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten voor integratiemaatregelen die worden uitgevoerd door lokale en regionale autoriteiten en door maatschappelijke organisaties, waaronder vluchtelingenorganisaties en door migranten geleide organisaties.

Bijlage E. behorende bij artikel 4, onderdeel d

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel d: De bevordering van zelfstandig dan wel gedwongen vertrek van vreemdelingen die geen recht op verblijf in Nederland hebben, dan wel van vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, bezwaarschrift of beroep, dan wel van vreemdelingen met een tijdelijk verblijfsrecht.

Artikel E1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door de Dienst Terugkeer en Vertrek of de Internationale Organisatie voor Migratie.

Artikel E2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel E6. Specifieke eisen aan het project

Bijlage F. behorende bij artikel 4, onderdeel e

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel e: het verbeteren en vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie tussen en binnen de bevoegde autoriteiten en relevante organen en instanties van de Europese Unie, en in voorkomend geval met derde landen en internationale organisaties.

Artikel F1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Straffen en Beschermen, het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s, het directoraat-generaal Georganiseerde en Ondermijnende Criminaliteit, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de politie.

Artikel F2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 18 juli 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel F3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel F2, € 7.581.279.

Artikel F4. Doel

Een project heeft tot doel het verbeteren en vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie tussen en binnen de bevoegde autoriteiten en relevante organen en instanties van de Unie, en in voorkomend geval met derde landen en internationale organisaties.

Artikel F5. Subsidiabele activiteiten

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel F6. Specifieke eisen aan het project

Bijlage G. behorende bij artikel 4, onderdeel f

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel f: het verbeteren en intensiveren van de grensoverschrijdende coördinatie en samenwerking, met inbegrip van gezamenlijke operaties tussen bevoegde autoriteiten, met betrekking tot terrorisme en zware en georganiseerde criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie

Artikel G1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Straffen en Beschermen, het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s, het directoraat-generaal Georganiseerde en Ondermijnende Criminaliteit, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de politie.

Artikel G2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 augustus 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel G6. Specifieke eisen aan het project

Bijlage H. behorende bij artikel 4, onderdeel g

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel H6. Specifieke eisen aan het project

Bijlage I. behorende bij artikel 4, onderdeel h

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 20 juni 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel I2, € 60.569.517 waarbij geldt voor activiteiten die zien op:

Bijlage J. behorende bij artikel 4, onderdeel i

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel i: het ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om een geharmoniseerde aanpak wat de uitgifte van visa betreft te waarborgen en legaal reizen te vergemakkelijken, en tegelijkertijd risico's uit migratie- en veiligheidsoogpunt te helpen voorkomen.

Artikel J1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Europese Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel J2, € 10.688.738 waarbij de volgende onderverdeling geldt voor activiteiten die zien op:

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking activiteiten die het gemeenschappelijk visumbeleid ondersteunen, en zien op:

Bijlage K. Behorende bij artikel 8, eerste lid

Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten) Algemene criteria (1 tot en met 6, maximaal 80 punten)
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
1. Relevantie (maximaal 15 punten) a. In welke mate dragen de verwachte projectresultaten bij aan het beoogde doel zoals opgenomen in artikel B4 lid 1 en D4, lid 1? 3
1. Relevantie (maximaal 15 punten) b. In welke mate sluiten de uitgewerkte activiteiten van het project aan bij de gekozen subsidiabele activiteit zoals vermeld in de Bijlagen B en D (art. B5, lid 1 en art. D5, lid 1) van deze subsidieregeling en de kaders en richtlijnen zoals opgenomen in de toelichting bij dit artikel? 7
1. Relevantie (maximaal 15 punten) c. Is er sprake van een aanpak die vernieuwend is ten opzichte van het bestaande, vergelijkbare aanbod voor de doelgroep? 2
1. Relevantie (maximaal 15 punten) d. Is in het projectvoorstel voorzien in samenwerking met relevante partijen? Is duidelijk beargumenteerd welke partijen participeren en waarom? 3
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) a. Is het projectvoorstel op alle onderdelen duidelijk en concreet? 5
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) b. In welke mate zijn de voorziene activiteiten concreet uitgewerkt en zijn de te behalen resultaten kwantificeerbaar en meetbaar? 5
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) c. Is er sprake van een realistische tijdsplanning met duidelijke en concrete mijlpalen en (eventueel) tussenproducten? 5
2. Doeltreffendheid en kwaliteit van het projectvoorstel (maximaal 20 punten) d. Blijkt uit het projectvoorstel dat er adequaat gebruik gemaakt wordt van de kennis, capaciteiten en ervaringen van de (deelnemende) onderdanen uit derde landen waarop het doel van het project zich richt? 5
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) a. Lijken de begrote kosten duidelijk omschreven, onderbouwd en noodzakelijk voor het behalen van de doelstellingen en resultaten van het project? 10
3. Doelmatigheid (maximaal 15 punten) b. Lijkt de prijs/prestatieverhouding redelijk? 5
4. Organisatie (maximaal 15 punten) a. Heeft de aanvragende organisatie voldoende capaciteit, ervaring met projectorganisatie, expertise en financiële armslag om het projectvoorstel met succes uit te voeren? 5
4. Organisatie (maximaal 15 punten) b. Blijkt uit het projectvoorstel dat de aanvrager kan voldoen aan de vereisten die aan de projectadministratie worden gesteld? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) c. Is aannemelijk op basis van eerdere EU- of nationale subsidieverleningen dat de aanvrager het projectvoorstel met succes kan uitvoeren en aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen kan voldoen? 4
4. Organisatie (maximaal 15 punten) d. Heeft de aanvragende organisatie kennis van het beleidsterrein asiel en opvang of integratie? 2
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 9 punten) a. In hoeverre is uitgewerkt hoe de geplande activiteiten bijdragen aan het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Deze streefwaarden zijn rechtstreeks gelinkt aan de beoogde in Nederland te behalen streefwaarden uit het Nationaal Programma AMIF. 5
5. Monitoring en evaluatie (maximaal 9 punten) b. Blijkt uit de inhoud van de subsidieaanvraag dat het projectvoorstel voorziet in duidelijke criteria om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? 4
6. Duurzaamheid (maximaal 6 punten) a. In welke mate blijkt uit het projectvoorstel dat er kans is op een structurele inbedding van positieve projectresultaten en/of blijvende samenwerking na afloop van de projectperiode? 2
6. Duurzaamheid (maximaal 6 punten) b. In welke mate blijkt uit het projectvoorstel dat er sprake zal zijn van actieve kennisdeling en brede deling van de resultaten gedurende de looptijd? 2
6. Duurzaamheid (maximaal 6 punten) c. In welke mate is uitgeschreven hoe bij succes de project aanpak overdraagbaar kan worden gemaakt en dienen als blauwdruk voor andere organisaties? 2
Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten) Specifieke criteria (7 of 8, maximaal 20 punten)
--- --- ---
Subcriteria Bijbehorende vragen Punten
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) a. In welke mate bestaat de doelgroep van een opvangproject uit kwetsbare groepen (kwetsbare groepen in de opvang zijn alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen)? 12
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) b. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij omwonenden voor asielopvang (communicatie richting omwonenden, betrekken omwonenden bij het project)? 4
7. Asiel en opvang (maximaal 20 punten) c. In welke mate wordt in het project gezorgd voor draagvlak bij de bredere gemeenschap, zoals andere gemeenten, Provincie, Nederlandse bevolking voor asielopvang (bijvoorbeeld in de vorm van brede communicatie)? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) a. In welke mate is de evaluatie opgenomen in artikel D7, lid 1b uitgewerkt en in welke mate voldoet de beschreven evaluatie-opzet aan de richtlijnen die zijn beschreven in de toelichting op artikel D7, lid 1b? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) b. In welke mate richt het project zich specifiek op jongeren (18–27 jaar) en in welke mate is de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk afgestemd op specifieke kenmerken en wensen van jongeren? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) c. In welke mate richt het project zich specifiek op vrouwen en in welk mate is de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk afgestemd op specifieke kenmerken en wensen van vrouwen? 4
8. Integratie (maximaal 20 punten) d. 1°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel a, genoemde activiteiten: In hoeverre wordt er met de voorgestelde acties rekening gehouden met de diversiteit van inburgeraars qua leerbaarheid en digitale vaardigheden en is er in het project aandacht voor de didactiek van online lesgeven en voor de digitale vaardigheden van de betrokken NT2-docenten? 2°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, lid 1, onderdeel b genoemde activiteiten: In hoeverre is de inhoud van de begeleiding gericht op toeleiding naar betaald werk van zowel COA-locatiebewoners als werkgevers en de wijze waarop goede ‘matches’ tussen werkgevers en COA-locatiebewoners gerealiseerd worden, realistisch en overtuigend uitgewerkt? In hoeverre kan het project gebruik maken van een uitgebreid netwerk van werkgevers? 3°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, eerste lid, onderdeel c, genoemde activiteiten: In hoeverre is de samenwerking met werkgevers, de begeleiding van de werkgevers en de deelnemers, de voorgestelde acties om te zorgen voor voldoende taalrijke werkplekken bij werkgevers en de voorgestelde acties om de taalactiviteiten en de werkactiviteiten op elkaar af te stemmen realistisch en overtuigend uitgewerkt? 4°. Voor projecten gericht op de onder artikel D5, lid 1, onderdeel d genoemde activiteiten: In hoeverre zijn de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers (in taalrijke omgevingen) geactiveerd worden en de voorgestelde acties om ervoor te zorgen dat de deelnemers meer gaan participeren in de Nederlandse samenleving realistisch en overtuigend uitgewerkt? In welke mate sluiten de uitgewerkte activiteiten aan bij het sub-thema cq de sub-thema’s (opgenomen in artikel D5, lid 1d) waarop het project zich richt en de beschrijving van deze sub-thema’s in de toelichting bij dit artikel? 8

Procedure voor het gebruik van de documenten, genoemd in de onderdelen a en b.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in elektronische versie bestaan (onderdeel c)

Indien een subsidieontvanger of de penvoerder gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger of penvoerder om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Projecten zijn gericht op het ondersteunen van de uitvoering van het inburgeringsbeleid met nadruk op de Wet inburgering 2021.

Vervallen.

Artikel D8. Hoogte van de subsidie

Bijlage E. behorende bij artikel 4, onderdeel d

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur.

Artikel E7. Hoogte van de subsidie

Bijlage F. behorende bij artikel 4, onderdeel e

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel F7. Hoogte van de subsidie

Bijlage G. behorende bij artikel 4, onderdeel f

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Bijlage H. behorende bij artikel 4, onderdeel g

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

Bijlage I. behorende bij artikel 4, onderdeel h

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel I2, € 113.990.491 waarbij geldt voor activiteiten die zien op:

Artikel I6. Hoogte van de subsidie

Bijlage J. behorende bij artikel 4, onderdeel i

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking activiteiten die het gemeenschappelijk visumbeleid ondersteunen, en zien op:

Artikel J6. Hoogte van de subsidie

Bijlage L. behorende bij artikel 25, tweede lid

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in elektronische versie bestaan (onderdeel c)

Indien een subsidieontvanger of de penvoerder gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger of penvoerder om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)