Besluit van de inspecteur-generaal van het onderwijs van 11 juli 2022, nr. IvhO/2022/33553859, houdende vaststelling van de organisatie van en de mandaatbevoegdheden binnen de Inspectie van het Onderwijs (Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-10-05
State In force
Source BWB
artikelen 24
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2, eerste lid, en 3, tweede lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, de artikelen 11, eerste lid, en 14, derde lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008, artikel 9 van de Regeling Inspectie van het onderwijs 2018, artikel 3 van Regeling verlening mandaat, volmacht en machtiging Inspecteur-generaal van het Onderwijs betreffende de behandeling van Wob-verzoeken over informatie tweedelijns toezicht kinderopvang (Stcrt. 2014, 13942) en artikel 6, derde lid, van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • –. inspectie: Inspectie van het Onderwijs,
  • –. inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van de inspectie,
  • –. afdelingshoofd: degene die binnen de inspectie de functie bekleedt van afdelingshoofd,
  • –. inspecteur: degene die binnen de inspectie de functie bekleedt van coördinerend inspecteur, senior inspecteur of inspecteur,
  • –. mandaatregeling kinderopvang: Regeling verlening mandaat, volmacht en machtiging Inspecteur-generaal van het Onderwijs betreffende de behandeling van Wob-verzoeken over informatie tweedelijns toezicht kinderopvang,
Artikel 2. Organisatie van de inspectie

De organisatie van de inspectie wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage 1.

Artikel 3. Mandaat en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van machtiging om in naam van het betrokken bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, zulks voor wat betreft paragraaf 1 van hoofdstuk 3 onverminderd artikel 2 van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008.

Artikel 4. Managementafspraken
1.

De inspecteur-generaal maakt met de directeuren van de onder hem ressorterende organisatieonderdelen managementafspraken als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008.

2.

De directeur Beleidsondersteuning en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van de managementafspraken voor zover het betreft daarin opgenomen beperkingen of uitbreidingen van een mandaat dat op grond van dit besluit is verleend, door openbare terinzagelegging op het hoofdkantoor van de inspectie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van de inspectie.

Hoofdstuk 2. Aan de inspectie geattribueerde bevoegdheden

Artikel 5. Reikwijdte en Begripsbepalingen
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de uitvoering van de aan de inspectie geattribueerde taken en bevoegdheden.

2.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • –. bewindspersoon: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs of een Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • –. het ministerie: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 6. Voorbehouden aan de inspecteur-generaal

Aan de inspecteur-generaal is voorbehouden:

  • a. het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de:
  • 1°. Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
  • 2°. bewindspersonen van het ministerie of bewindspersonen van andere ministeries,
  • 3°. secretaris-generaal en directeuren-generaal van het ministerie en secretarissen-generaal en directeuren-generaal van andere ministeries, en
  • b. het vaststellen van:
Artikel 7. Mandaat aan directeuren

De directeuren hebben, binnen het kader van de met hen gemaakte managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein.

Artikel 8. Mandaat aan afdelingshoofden en inspecteurs
1.

De afdelingshoofden en de inspecteurs hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de directeuren, binnen het kader van de met hun directeur gemaakte managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 17, tweede lid, omvat het mandaat, bedoeld in het eerste lid, niet de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van de Wet op het onderwijstoezicht omtrent de openbaarmaking van inspectierapporten.

Artikel 9. Ondermandaat, ondervolmacht en mandaatregister
1.

Ondermandaat en ondervolmacht door de directeuren is mogelijk, tenzij in dit besluit anders is bepaald. Bij het verlenen van ondermandaat of ondervolmacht wordt aangegeven in hoeverre het verlenen van verder ondermandaat of ondervolmacht mogelijk is.

2.

Voor het verlenen van ondermandaat of ondervolmacht door een directeur is de goedkeuring vereist door de inspecteur-generaal.

3.

De goedkeuring, bedoeld in het tweede lid, is niet vereist voor:

  • a. ondermandaat en ondervolmacht aan een afdelingshoofd,
  • b. machtiging om op te treden in gerechtelijke procedures.
4.

De directeur Beleidsondersteuning en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van krachtens dit hoofdstuk verleende algemene ondermandaten en ondervolmachten door openbare terinzagelegging op het hoofdkantoor van de inspectie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van de inspectie.

Hoofdstuk 3. Aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden

§ 1. Ondermandaat en ondervolmacht aangelegenheden OCW

Artikel 10. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheden ten aanzien waarvan aan de inspecteur-generaal mandaat of volmacht is verleend:

Artikel 11. Ondermandaat en ondervolmacht aan directeuren
1.

De directeuren hebben, binnen het kader van de met hen gemaakte managementafspraak mandaat om namens de minister besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie.

2.

Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens volmacht ten aanzien van alle personele aangelegenheden betreffende onder hen ressorterende medewerkers tenzij bij wettelijk voorschrift anders is of wordt bepaald, met dien verstande dat ten aanzien van de strafmaat bij straffen, ontslag, waaronder de keuze van de ontslaggrond, ordemaatregelen en vaststellingsovereenkomsten, te voren een toetsing zal plaats vinden door een arbeidsjuridisch deskundige.

3.

Van de in lid 2 bedoelde personele volmacht zijn uitgezonderd:

4.

De directeuren zijn budgethouder voor de hun door de desbetreffende leidinggevende functionaris toegewezen budgetten en hebben mandaat tot het aangaan van verplichtingen op basis van het door de minister vastgestelde departementale bestedingsplan tot maximaal € 150.000 exclusief btw.

Artikel 12. Geen onderondermandaat

Onverminderd het bepaalde in artikel 17, tweede lid, verlenen de functionarissen waaraan op grond van deze paragraaf ondermandaat of ondervolmacht is verleend geen verder ondermandaat of ondervolmacht.

§ 2. Ondermandaat aangelegenheden SZW

Artikel 13. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheden ten aanzien waarvan aan de inspecteur-generaal mandaat is verleend op grond van de mandaatregeling kinderopvang.

Artikel 14. Ondermandaat aan directeuren

De directeuren hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de inspecteur-generaal, binnen het kader van de met hen gemaakte managementafspraak mandaat om besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten aanzien van alle uit hun functie voortvloeiende aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de mandaatregeling kinderopvang.

Artikel 15. Ondermandaat aan Juridische Zaken
1.

Het afdelingshoofd en de medewerkers van het team Juridische Zaken van de Directie Rekenschap en Juridische Zaken hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de inspecteur-generaal en de directeuren, binnen het kader van de met de directeuren gemaakte managementafspraken mandaat om stukken af te doen en te ondertekenen namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ten aanzien van alle uit hun functie voortvloeiende aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de mandaatregeling kinderopvang.

2.

Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van aangelegenheden als bedoeld in artikel 2 van de mandaatregeling kinderopvang omvat de bevoegdheid om de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te vertegenwoordigen, zulks met machtiging om zich door anderen te doen bijstaan, inzake:

  • a. bezwaarschriftprocedures, waaronder het horen van bezwaarden,
  • b. gedingen aanhangig bij de bestuursrechter,
  • c. het instellen van enig rechtsmiddel tegen uitspraken in gedingen als bedoeld onder b,
  • d. overige geschillen voor zover:
  • 1°. dit past binnen het kader van de functie van betrokkene, of
  • 2°. daar vanwege de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om is verzocht.
Artikel 16. Beperking verder ondermandaat

Onverminderd het bepaalde in artikel 17, tweede lid, verlenen de functionarissen waaraan op grond van deze paragraaf ondermandaat is verleend geen verder ondermandaat.

Hoofdstuk 4. Vervanging en beperkingen

Artikel 17. Afwezigheid of verhindering
1.

Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door de directeur die het aangaat, dan wel een daartoe aangewezen directeur.

De omvang van laatstgenoemde uit te oefenen bevoegdheid kan worden beperkt. Beperking of uitbreiding van de uit te oefenen bevoegdheid wordt opgenomen in de managementafspraken als bedoeld in artikel 4.

2.

Bij afwezigheid of verhindering van een directeur wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bij of krachtens dit besluit toekomende bevoegdheid uitgeoefend door het onder hem ressorterende afdelingshoofd die het aangaat, dan wel het daartoe aangewezen onder hem ressorterende afdelingshoofd.

Artikel 18. Beperking mandaat
1.

Een bij of krachtens dit besluit verleend mandaat omvat niet de bevoegdheid te beslissen op een tegen hetzelfde besluit ingediend bezwaarschrift.

2.

Onverminderd het eerste lid omvat het mandaat van degene die voor de duur van de afwezigheid of verhindering van een andere functionaris diens bevoegdheid uitoefent omvat niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat.

Artikel 19. Wijze van ondertekening
1.

De bij of krachtens dit besluit gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de in bijlage 2 bij dit besluit opgenomen formule.

2.

De gevolmachtigde is gehouden in de ondertekening van stukken inzake personele aangelegenheden als bedoeld in artikel 14 zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de in bijlage 2 bij dit besluit opgenomen formule.

3.

Ondertekening bij afwezigheid met de aanduiding ‘ b/a’ is uitsluitend mogelijk indien de ondertekenaar ook zelf bevoegd is tot ondertekenen. In dat geval wordt ook de naam van de ondertekenaar vermeld.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 20. Intrekking besluiten
2.

Mandaten die zijn verleend op grond van het in het eerste lid genoemde besluit, of mandaten die worden geacht op grond van dat besluit te zijn verleend, en die gelden op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van dit besluit, met inachtneming van het in dit besluit bepaalde.

Artikel 21. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 22. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022.

Bijlage 1. bij het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022

I. Organisatiebeschrijving Inspectie van het Onderwijs

De inspecteur-generaal van het Onderwijs is verantwoordelijk voor de gehele inspectie. De inspecteur-generaal beheert daarnaast een aantal specifieke portefeuilleonderdelen.

De inspectie kent een topstructuur van maximaal 9 personen, te weten de inspecteur-generaal en maximaal acht directeuren.

De directeuren toezicht houden toezicht op de verschillende onderwijssectoren. De inspecteurs en hun medewerkers oefenen toezicht uit onder leiding van de directeuren toezicht.

De directie Beleidsondersteuning en Organisatie, de directie Kennis en de directie Rekenschap en Juridische Zaken staan onder leiding van respectievelijk een directeur Beleidsondersteuning en Organisatie, een directeur Kennis en een directeur Rekenschap en Juridische Zaken.

Alle directeuren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van programma’s, projecten en thema’s binnen de eigen directie en beheren een aantal specifieke (inspectiebrede) portefeuilleonderdelen. Alle directeuren leggen verantwoording af aan de inspecteur-generaal.

II. Taken en verantwoordelijkheden directies

Bijlage 2. bij het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022

De formule, bedoeld in artikel 19, eerste lid, luidt:

a. voor zover het aan de inspectie geattribueerde taken en bevoegdheden betreft: De inspecteur-generaal van het Onderwijs, namens deze, functie van de gemandateerde, handtekening van de gemandateerde, naam van de gemandateerde
b. voor zover het overige aangelegenheden betreft op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: De of ¹, namens deze, functie van de gemandateerde, handtekening van de gemandateerde, naam van de gemandateerde
c. voor zover het aangelegenheden betreft op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: De 1° / 2° ¹ van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, functie van de gemandateerde, handtekening van de gemandateerde, naam van de gemandateerde

¹ Afhankelijk van de onderlinge taakverdeling

De formule, bedoeld in artikel 19, tweede lid, luidt:

De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

namens deze,

(aanduiding functie gevolmachtigde)

(handtekening gevolmachtigde)

(naam gevolmachtigde)

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)