Wet van 2 november 2022, houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen)

Type Wet
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 109
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Een schuld die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht dat in kracht van gewijsde is gegaan binnen vijf jaren voor de aanvang van de schuldsaneringsregeling, wordt niet betaald.

4.

De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van de schulden geschiedt door de bewindvoerder, bedoeld in artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet, bij de Dienst Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan de bewindvoerder en aan de belanghebbende.

5.

De aanvraag bevat in ieder geval:

6.

De Dienst Toeslagen betaalt aan de bewindvoerder een vergoeding ter grootte van het salaris vermeerderd met de door hem betaalde verschotten en kosten van publicaties, verminderd met eventueel verstrekte voorschotten of genoten vergoedingen. Het salaris wordt berekend overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 320, zesde lid, van de Faillissementswet waarbij ervan wordt uitgegaan dat de schuldsaneringsregeling ten minste drie jaren heeft geduurd. Het salaris wordt verhoogd met € 543 en de daarover verschuldigde omzetbelasting.

7.

Nadat uitbetaling van de bedragen, bedoeld in het tweede en zesde lid, heeft plaatsgevonden, gaat de bewindvoerder niet over tot vereffening van de boedel als bedoeld in titel III, zevende afdeling, van de Faillissementswet en verzoekt hij de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen als bedoeld in artikel 350 van die wet. Deze beëindiging wordt aangemerkt als een beëindiging op grond van artikel 350, derde lid, onder a, van die wet. Artikel 320, derde lid, van die wet is niet van toepassing.

8.

De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien op een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, diens partner of een ex-partner als bedoeld in het eerste lid door heropening op grond van artikel 356, vierde lid, van de Faillissementswet, van de schuldsaneringsregeling, welke initieel is aangevangen voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, opnieuw de schuldsaneringsregeling van toepassing is.

Artikel 4.7. Betaling schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag in buitengerechtelijke schuldregeling

1.

De Dienst Toeslagen betaalt op aanvraag een bedrag ter grootte van de schulden, bedoeld in het tweede lid, van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, en die:

1a. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, met dien verstande dat een buitenrechtelijke schuldregeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, is aangevangen voor de dag waarop de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in werking is getreden.

2.

Het bedrag van de te betalen schulden is gelijk aan de som van de openstaande vorderingen, die onderdeel zijn van een buitengerechtelijke schuldregeling.

3.

Een schuld die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht dat in kracht van gewijsde is gegaan binnen vijf jaren voor de aanvang van de buitengerechtelijke schuldregeling, of een veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, van de Faillissementswet binnen vijf jaar voor de aanvang van de buitengerechtelijke schuldregeling wordt niet betaald.

4.

De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van het bedrag aan te betalen schulden geschiedt door de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het eerste lid, of de gemeentelijke kredietbank bij de Dienst Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan die werkgever, die persoon, die gemeentelijke kredietbank of die instelling en degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b en c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.

5.

De Dienst Toeslagen betaalt aan de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het vierde lid, een vergoeding voor het opzetten en uitvoeren van de buitengerechtelijke schuldregeling en voor eventueel financieel beheer. De vergoeding bedraagt nooit meer dan het salaris van de bewindvoerder, bedoeld in artikel 4.6, zesde lid.

6.

De aanvraag bevat in ieder geval:

7.

De werkgever, de persoon of de instelling gebruikt het aan hem uitbetaalde bedrag ter uitdeling aan de schuldeisers met wie het buitengerechtelijke akkoord is getroffen.

8.

De gemeentelijke kredietbank gebruikt het aan hem uitbetaalde bedrag ter aflossing van het saneringskrediet.

9.

Nadat het zevende of achtste lid is toegepast, is artikel 3, tweede lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening niet van toepassing.

Artikel 4.8. Maximumbedrag over te nemen of te betalen zakelijke privaatrechtelijke schulden in geval van wettelijk schuldsaneringstraject of buitenrechtelijke schuldsanering

Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedrag aan te betalen zakelijke schulden, bedoeld in artikel 4.6 of 4.7.

Hoofdstuk 3. Kwijtschelding bestuursrechtelijke schulden

Afdeling 6.1. Bepalingen van procedurele aard

Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, compensatie en vergoeding

Hoofdstuk 4A. Persoonlijke bijstand bij afhandeling herstel

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 6.1. Bepalingen van procedurele aard

Afdeling 6.1. Bepalingen van procedurele aard

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 4.1. Overneming of betaling privaatrechtelijke geldschulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1.

Onze Minister neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is.

2.

De geldschulden die worden overgenomen:

3.

Geldschulden en kosten die worden overgenomen, zijn:

4.

Geldschulden en kosten die niet worden overgenomen zijn:

5.

Indien een schuldeiser geen toestemming geeft tot overneming van een geldschuld, voldoet Onze Minister de geldschuld en is de betreffende verbintenis nagekomen als bedoeld in artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 4.2. Overneming van schulden bij een zorgverzekeraar of het Landelijk Bureau Invordering Ouderbijdragen gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner

Onze Minister voldoet op aanvraag van een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, of het Landelijk Bureau Invordering Ouderbijdragen de opeisbare schulden:

Artikel 4.3. Compensatie afgeloste privaatrechtelijke geldschulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner

1.

Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of aan een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, verleent Onze Minister op aanvraag compensatie voor een afgeloste geldschuld die op grond van artikel 4.1 voor overneming in aanmerking zou komen als deze niet voldaan was.

2.

In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag worden ingediend door degene, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b of c, indien hij geen partner meer is op het tijdstip waarop die aanvraag wordt ingediend.

3.

De compensatie wordt verleend voor een geldschuld en kosten die zijn voldaan door een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c of de ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend:

4.

De compensatie wordt niet verleend indien artikel 4.6 of 4.7 wordt toegepast.

5.

De hoogte van de compensatie voor een afgeloste geldschuld en kosten is gelijk aan het bedrag dat de aanvrager van de compensatie in de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel a of b, heeft afgelost aan opeisbare geldschulden en kosten, met een maximum van het bedrag dat hij ontvangen heeft op grond van een herstelmaatregel. Artikel 3.13, derde lid, is van toepassing.

Artikel 4.4. Forfaitaire kostenvergoeding voor curator en bewindvoerder

1.

Onze Minister kent op aanvraag een forfaitaire kostenvergoeding toe aan de curator onderscheidenlijk bewindvoerder van degene, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, of artikel 4.3, eerste lid, die onder curatele staat als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of voor al de hem toebehorende onderscheidenlijk gaan toebehorende goederen onder bewind is gesteld als bedoeld in artikel 431 van die wet.

2.

De vergoeding bedraagt vier uren tegen het door Onze Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde uurtarief.

3.

De aanvraag tot toekenning van de forfaitaire kostenvergoeding wordt door de curator of bewindvoerder ingediend bij de aanvraag, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, of artikel 4.3, eerste lid.

Artikel 4.5. Maximumbedrag over te nemen of te betalen zakelijke privaatrechtelijke schulden

Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedrag van over te nemen of te betalen zakelijke schulden, bedoeld in artikel 4.1, en van compensatie voor afgeloste zakelijke schulden als bedoeld in artikel 4.3.

Afdeling 2.7. Brede ondersteuning door gemeenten

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 4.2. Wettelijke schuldsanering en buitengerechtelijke schuldregeling gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Hoofdstuk 4A. Persoonlijke bijstand bij afhandeling herstel voor nabestaanden van een overleden aanvrager

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 6.1. Bepalingen van procedurele aard

Afdeling 8.2. Overgangsrecht

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 2.15. Ondersteuning en vergoedingen voor gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en diens gezin woonachtig buiten Nederland

1.

Onze Minister kan ambtshalve brede ondersteuning in het buitenland aanbieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, ten behoeve van die aanvrager, diens partner en het kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een van beiden, indien:

2.

Voor zover de brede ondersteuning wordt geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming, wordt deze tegemoetkoming verstrekt ter vergoeding van redelijke kosten die worden gemaakt in het kader van de brede ondersteuning.

3.

In geval van een wens tot remigratie naar Nederland van de aanvrager, diens partner of een kind of pleegkind van een van hen, die binnen drie maanden na het ambtshalve aanbod, bedoeld in het eerste lid, kenbaar is gemaakt aan Onze Minister kan Onze Minister op verzoek eenmalig:

4.

Onze Minister verleent de ondersteuning, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, op basis van een plan van aanpak dat in overleg met de aanvrager van de kinderopvangtoeslag is opgesteld.

5.

Onze Minister vergoedt of neemt voor zijn rekening de kosten, bedoeld in het derde lid, indien het plan van aanpak is vastgesteld voor 1 juli 2025 en indien de remigratie naar Nederland plaatsvindt uiterlijk een jaar nadat het plan van aanpak is vastgesteld.

Afdeling 2.5. Tegemoetkomingen gedupeerde aanvrager huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget

Afdeling 2.5. Tegemoetkomingen gedupeerde aanvrager huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget

Afdeling 2.3. Compensatie en noodvoorziening ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Afdeling 2.7. Brede ondersteuning door gemeenten

Afdeling 4.2. Wettelijke schuldsanering en buitengerechtelijke schuldregeling gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Hoofdstuk 5. Commissies

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 6.1. Bepalingen van procedurele aard

Afdeling 4.2. Wettelijke schuldsanering en buitengerechtelijke schuldregeling gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Hoofdstuk 5. Commissies

Afdeling 8.2. Overgangsrecht

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe maatregelen te treffen in het kader van de hersteloperatie toeslagen en deze samen met de bestaande maatregelen onder te brengen in één wet en enige andere wetten in verband daarmee te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Afdeling 2.1. Compensatie en tegemoetkomingen gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Artikel 2.10. Tegemoetkoming voor kind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of diens partner

Aan een kind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.

Artikel 2.11. Tegemoetkoming voor pleegkind of voormalig pleegkind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of diens partner

1.

Aan een pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:

2.

Aan een voormalig pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of van diens partner, indien die tevens diens partner was op 26 januari 2021, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:

Artikel 2.12. Hoogte tegemoetkoming voor kind, pleegkind of voormalig pleegkind

1.

De tegemoetkoming bedraagt voor een kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat op 1 juli 2023:

2.

Een kind, pleegkind of voormalig pleegkind komt eenmaal in aanmerking voor de tegemoetkoming.

Artikel 2.13. Tegemoetkoming voor kind, pleegkind of voormalig pleegkind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of diens partner op aanvraag

Een kind als bedoeld in artikel 2.10, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, kan een aanvraag doen tot toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 indien:

Artikel 2.14. Tegemoetkoming voor kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een aanvrager kinderopvangtoeslag in geval van overlijden van de aanvrager

1.

De Dienst Toeslagen kent op aanvraag een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe aan een kind van een overleden aanvrager, dat op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of is geboren in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop de artikelen 2.10 en 2.11 in werking zijn getreden.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, onderdeel a, en een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel a, van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag en op een kind, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, onderdeel a, en een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel a, van de partner van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, indien hij tevens diens partner was op 26 januari 2021.

Afdeling 2.6. Moratorium

Hoofdstuk 3. Kwijtschelding bestuursrechtelijke schulden

Afdeling 2.3. Compensatie en noodvoorziening ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Hoofdstuk 4. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden

Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner, compensatie en vergoeding

Hoofdstuk 5. Commissies

Afdeling 6.2. Verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Hoofdstuk 7. Specifieke uitkeringen

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 6.1. Bepalingen van procedurele aard

Afdeling 6.2. Verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 9.1. Hardheidsclausules

1.

De Dienst Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.11a, 2.11b, 2.14, 2.14a, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die aanspraak wil maken op de toekenning.

2.

Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:

Artikel 9.2. Inwerkingtreding

1.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en werkt terug ten aanzien van:

2.

In afwijking van het eerste lid:

3.

De artikelen 6.8, negende lid, en 6.9, tiende lid, zoals deze luiden direct na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen SSa, onder 3, en TTa, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen, werken terug tot en met 22 april 2024 met betrekking tot een tegemoetkoming op grond van afdeling 2.2A.

Artikel 9.3. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet hersteloperatie toeslagen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.11a. Tegemoetkoming voor kind van ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1.

Aan een kind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind:

2.

Artikel 2.14g, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.11b. Tegemoetkoming voor pleegkind of voormalig pleegkind van ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1.

Aan een pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:

2.

Aan een voormalig pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Dienst Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:

3.

Artikel 2.14g, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.13a. Tegemoetkoming voor kind, pleegkind of voormalig pleegkind van ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag op aanvraag

Een kind als bedoeld in artikel 2.11a, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid, kan een aanvraag doen tot toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 indien:

Artikel 2.14a. Tegemoetkoming voor kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag in geval van overlijden van de ex-partner

1.

De Dienst Toeslagen kent op aanvraag een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe aan een kind van een ex-partner van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag indien:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een pleegkind van de ex-partner als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, en op een voormalig pleegkind van de ex-partner als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid.

3.

Artikel 2.14g, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.14g. Begrip ex-partner en invulling overige begrippen in afdeling 2.3

1.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder ex-partner verstaan degene die:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 mede verstaan de overleden aanvrager.

3.

De peildatum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is:

4.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid verstaan: aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, gerichte beschikking tot het verminderen of niet toekennen van een kinderopvangtoeslag of het beëindigen van voorschotverlening voor een kinderopvangtoeslag welke beschikking een direct gevolg is van institutionele vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, of hardheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b.

5.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld verstaan: aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, gerichte beschikking waarin staat dat geen persoonlijke betalingsregeling wordt toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd welke beschikking een direct gevolg is van een onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens huidige of gewezen partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.

6.

In afwijking van artikel 1.1 wordt voor de toepassing van dit artikel het begrip partner bij de beoordeling of sprake is van het al dan niet zijn van partner op het in dit artikel bedoelde tijdstip of in de dit artikel bedoelde periode om in aanmerking te komen voor compensatie als bedoeld in het eerste lid, beoordeeld op basis van artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zoals dat artikel luidde in die periode of op dat tijdstip.

Artikel 2.14h. Compensatie voor ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1.

De Dienst Toeslagen kent op aanvraag een compensatie van € 10.000 toe aan een ex-partner, met dien verstande dat de compensatie nihil bedraagt indien een ex-partner eerder compensatie heeft ontvangen op grond van dit lid.

2.

De ex-partner doet de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, via een daartoe door de Dienst Toeslagen ter beschikking gesteld formulier.

3.

Compensatie blijft achterwege voor zover op een andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming is voorzien ter zake van geleden schade als gevolg van een beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid of een beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld. Onder vergoeding of tegemoetkoming als bedoeld in de eerste zin wordt niet verstaan een bedrag dat de ex-partner heeft ontvangen van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag vanwege het met de ex-partner delen van een tegemoetkoming of compensatie die de aanvrager heeft ontvangen op grond van deze wet.

Artikel 2.14i. Incidentele noodvoorziening voor ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

Indien de Dienst Toeslagen niet op korte termijn overgaat tot uitbetaling van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, kan de Dienst Toeslagen een incidentele noodvoorziening toekennen aan een ex-partner, aan wie de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is toegekend en die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor noodzakelijke uitgaven niet mogelijk zijn.

Artikel 2.15a. Ondersteuning en vergoedingen voor een ex-partner van een gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en diens gezin woonachtig buiten Nederland

1.

Onze Minister kan ambtshalve brede ondersteuning in het buitenland aanbieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van die ex-partner en diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner, indien:

2.

Voor zover de brede ondersteuning wordt geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming, wordt deze tegemoetkoming verstrekt ter vergoeding van redelijke kosten die worden gemaakt in het kader van de brede ondersteuning.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)