Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 29 november 2022, nr. 2022-0000630123, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie aan verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in verband met het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen in bestaande woningen (Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 34
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikelen 3, eerste en tweede lid, en 4, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vierde lid en vijfde lid, onderdeel b, 8, eerste en tweede lid, 11, 14, 20 en 21, onderdelen b en h, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Onder eigenaar-bewoner wordt in deze regeling verstaan een natuurlijke persoon die:

3.

Onder appartement wordt in deze regeling verstaan:

Artikel 2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel verduurzaming te stimuleren in en bij gebouwen van verenigingen, door subsidie te verstrekken voor:

Artikel 3. Staatssteun

1.

Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van in totaal € 25.000 of meer wordt wat betreft subsidie voor de kosten van energiebesparende isolatiemaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, 8 en 9, eerste en tweede lid, toepassing gegeven aan artikel 38bis van de Algemene groepsvrijstellingverordening, voor de kosten van duurzame warmteopties wordt toepassing gegeven aan artikel 41 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening en wat betreft subsidie voor de kosten van ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming, advies over oplaadpunten en voor bouwbegeleiding wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening. Voor het installeren van basislaadinfrastructuur wordt toepassing gegeven aan artikel 36a van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

Bij de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling van minder dan € 25.000 voor de kosten van verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen, het zeer energiezuinig pakket, de ondersteunende onderzoeken, bedoeld in artikel 5, eerste lid en advies over oplaadpunten en het installeren van basislaadinfrastructuur, bedoeld in de artikelen 5, 7, 8, 9 en 12 wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening.

Artikel 4. Subsidieplafond

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van de hoofdstukken IIen III geldt tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 179.020.000.

2.

Voor subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk IV geldt tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 10.000.000.

3.

Het beschikbare bedrag per subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

4.

Indien er meer aanvragen zijn ontvangen op één dag, waarbij toekenning van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het betreffende subsidieplafond wordt, in afwijking van het derde lid, de onderlinge rangorde van die aanvragen door loting vastgesteld.

Hoofdstuk II. Ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

Artikel 5. Activiteiten en voorwaarden: ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

1.

De minister kan aan een vereniging ten behoeve van het gebouw of de groep van gebouwen waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor de volgende ondersteunende onderzoeken, enkelvoudig of gecombineerd:

2.

De rapportages in het kader van ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming worden opgesteld en de uitgevoerde procesbegeleiding heeft plaatsgevonden vanaf 1 januari 2024, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en zijn ten tijde van indiening van deze subsidieaanvraag maximaal drie jaar geleden opgesteld.

3.

Het DMJOP heeft een doorlooptijd van dertig jaar en bevat behalve de onderhouds-, herstel- en vernieuwingswerkzaamheden die gedurende de looptijd van het plan nodig worden geacht, ook de uitvoering van ten minste twee maatregelen binnen tien jaar, genoemd in het eerste lid. Een DMJOP bevat tevens een kostenberekening van de geplande werkzaamheden en een gelijkmatige toerekening van de kosten aan de onderscheiden jaren.

4.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, en het tweede lid zijn: verduurzamingsmaatregelen en de maatregelen uit het zeer energiezuinig pakket met uitzondering van bouwbegeleiding, als bedoeld in de artikelen 7 en 9.

5.

Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen verstrekt.

6.

Op grond van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt, indien voor in dat lid bedoelde activiteiten reeds door een bestuursorgaan van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of een ander bestuursorgaan, niet zijnde bestuursorganen van een gemeente, provincie, waterschap of openbare lichamen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, subsidie is verstrekt voor hetzelfde gebouw of dezelfde groep van gebouwen.

7.

Het gelijkwaardigheidsonderzoek:

Artikel 6. Aanvraag subsidie voor ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

1.

Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 5, eerste lid, wordt met gebruikmaking van een door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier ingediend in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030.

2.

In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit worden de volgende gegevens en bescheiden op verzoek van de Minister verstrekt:

Hoofdstuk III. Verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket

Artikel 7. Verduurzamingsmaatregelen

1.

De Minister verstrekt aan een vereniging ten behoeve van het gebouw of groep van gebouwen op aanvraag subsidie voor:

2.

Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen wordt deze verstrekt aan een vereniging ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een woning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende isolatiemaatregelen:

3.

Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering van duurzame warmteopties wordt deze verstrekt aan een vereniging ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwinstallatiebedrijf laten installeren van één of meer van de volgende installaties:

4.

Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor de centrale aansluiting op een warmtenet wordt deze verstrekt aan een vereniging ten behoeve van het door een warmteleverancier aansluiten van: een bestaand gebouw op een centrale aansluiting op een warmtenet.

5.

Indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners zijn, voldoen de maatregelen, bedoeld in het tweede lid aan de eisen van energiebesparing als bedoeld in artikel 38bis, zesde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 8. Aanvullende energiebesparende maatregelen

Aanvullende energiebesparende maatregelen zijn:

Artikel 9. Zeer energiezuinig pakket

1.

Een zeer energiezuinig pakket is een samenhangend pakket van maatregelen, uitgevoerd in het hele gebouw behorend tot de bestaande thermische schil, dat bestaat uit:

2.

De isolatiewaarden in een zeer energiezuinig pakket zijn:

3.

Het zeer energiezuinig pakket kan mede bouwbegeleiding omvatten, mits deze wordt geboden door een bouwbegeleider als bedoeld in artikel 1, eerste lid.

Artikel 10. Activiteiten en voorwaarden: verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket

1.

De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor het na de datum van indiening van de subsidieaanvraag door een bouwbedrijf of bouwinstallatiebedrijf laten uitvoeren van:

2.

De Minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw of groep van gebouwen, waarin zich ten minste één koopwoning bevindt, subsidie verstrekken voor door een bouwbegeleider te bieden bouwbegeleiding na de datum van indiening van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, mits sprake is van het uitvoeren van minimaal twee verduurzamingsmaatregelen met een minimale investering van € 100.000.

3.

Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel e, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, b, c of d.

4.

Subsidie op grond van het eerste en tweede lid wordt per pakket of maatregel slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen verstrekt, met uitzondering van glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie, inhoudende dat een aanvrager binnen een termijn van vierentwintig maanden, gerekend vanaf het moment dat hiervoor een beschikking is verleend, eenmalig nogmaals voor deze maatregel een aanvraag voor een subsidie mag indienen.

5.

Op grond van het eerste en tweede lid, kan ook subsidie worden verstrekt, indien de bedoelde activiteiten ook uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.

6.

Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel d, wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen met alleen eigenaar-bewoners.

7.

In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van huurwoningen in het gebouw indien de aanvraag is gedaan op grond van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 2° of 3°, als blijkt dat een begunstigde van staatssteun meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening of algemene groepsvrijstellingsverordening.

8.

In afwijking van het vijfde lid wordt geen subsidie verstrekt indien de begunstigde van de subsidie reeds subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid, op grond van:

9.

Voor zover de subsidie die verstrekt wordt aan een vereniging toekomt aan eigenaren van huurwoningen en bij de aanvraag gebruik wordt gemaakt van artikel 11, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, dienen de voor subsidie in aanmerking komende kosten voor energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen en zeer energiezuinig pakket rechtstreeks verband te houden met het behalen van een hoger niveau van energie-efficiëntie en de kosten dienen voor de investering in energie-efficiëntie binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering te kunnen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 38bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

10.

De aanvrager toont de gelijkwaardigheid van een of meerdere andere maatregelen dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aan door middel van een verklaring van een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500-MWA-W, die een gelijkwaardigheidsberekening en een oordeel van de certificaathouder over de gelijkwaardigheid bevat.

Artikel 11. Aanvraag subsidie voor verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket

1.

Een aanvraag voor subsidie wordt op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, in de periode van 23 januari 2023 tot en met 31 december 2030 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.

2.

Een vereniging kan ten behoeve van een gebouw of groep van gebouwen op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, een aanvraag doen voor een subsidie waarvoor:

3.

In plaats van de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit bevat de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

4.

De minister kan aanvullend bewijs opvragen waaruit blijkt dat het gebouw of de groep van gebouwen waarvoor subsidie wordt aangevraagd een monument is.

5.

De aanvraag voor subsidie die betrekking heeft op een investering door een rechtspersoon of natuurlijke persoon, niet-zijnde eigenaar-bewoner, bevat, onverminderd het eerste lid, de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

6.

Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, bevat naast de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, tevens een verklaring per eigenaar van een of meerdere huurwoningen, waaruit blijkt dat deze begunstigde van staatssteun niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op grond van de de-minimisverordening.

7.

Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° en 3°, bevat naast de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, tevens:

8.

Ingeval de aanvraag tevens betrekking heeft op een of meer andere gelijkwaardige energiebesparende isolatiemaatregelen dan als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, dan bevat de aanvraag een verklaring waarin aanvrager aangeeft dat hij beschikt over een verklaring als bedoeld in artikel 10, tiende lid.

Hoofdstuk IV. Oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Artikel 12. Activiteiten en voorwaarden: subsidiabele activiteit

1.

De minister kan aan een vereniging subsidie verstrekken voor:

2.

Subsidie op grond van het eerste lid wordt voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b afzonderlijk slechts eenmaal per gebouw of groep van gebouwen aan een vereniging verstrekt.

3.

Een subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, kan worden verstrekt voor advisering waarbij het schriftelijk advies bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b, niet ouder is dan twee jaar, gerekend vanaf het moment van indiening van de aanvraag.

Artikel 13. Activiteiten en voorwaarden: voorwaarden oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

1.

De advisering, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a,:

2.

Het schriftelijk advies omvat in ieder geval:

3.

Het installeren van de basislaadinfrastructuur omvat de volgende activiteiten:

Artikel 14. Aanvraag: oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

1.

Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12 kan worden ingediend tot en met 31 december 2030.

2.

Een vereniging kan ten behoeve van een gebouw of groep van gebouwen op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een subsidie waarvoor op grond van artikel 17, vijfde lid, subsidie wordt verstrekt voor het aandeel koopwoningen en het aandeel huurwoningen binnen de vereniging. De subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de vereniging, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door inachtneming van de voorwaarden van:

3.

De aanvraag bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, bevat:

4.

De aanvraag bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, hoeft niet te bevatten de gegevens en bescheiden, genoemd in artikel 11, derde lid, onder c, d, en e van het Kaderbesluit.

5.

Een aanvraag bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, wordt ingediend na afronding van het schriftelijk advies, bedoeld in artikel 13 tweede lid.

6.

De aanvraag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, bevat:

7.

Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.

Hoofdstuk V. Hoogte subsidie

Artikel 15. Hoogte subsidie voor ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

1.

De subsidie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt per aanvraag 75% van de kosten inclusief btw van het ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met een maximum van:

2.

Ten aanzien van de energiescan bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of groep van gebouwen.

3.

Ten aanzien van het advies en de procesondersteuning voor het plaatsen van een zonnestroom-installatie bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of de groep van gebouwen.

4.

Ten aanzien van het DuMo-advies (niveau 2) bedraagt de subsidie maximaal € 2.500 per gebouw of groep van gebouwen.

5.

Ten aanzien van het advies over de bouwkundige en energetische staat bedraagt de subsidie maximaal € 1.500 per gebouw of de groep van gebouwen.

Artikel 16. Hoogte subsidie voor investeringen voor duurzame warmteopties

1.

De subsidie voor een investering voor duurzame warmteopties bedraagt voor:

2.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, onder 1°, en onderdeel b, onder 1°, wordt verhoogd met:

3.

De subsidie wordt verhoogd met:

4.

De jaarlijkse zonne-energiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voor zonneboilers vastgesteld op:

5.

Afhankelijk van de energie-efficiëntieklasse vermeld op het etiket of de energie-efficiëntieklasse vastgesteld volgens de methode, bedoeld in bijlage II, onderdeel 2, van verordening (EU) nr. 812/2013, bedraagt de verliesfactor van de warmwatertank, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c:

6.

In afwijking van het vijfde lid bedraagt de verliesfactor voor een warmwatertank met een volume van 2.000 liter en meer 0,81.

Artikel 17. Hoogte subsidie energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen

1.

Indien een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen is aangebracht bedraagt de subsidie voor:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, is voor het isoleren van het dak niet vereist dat 70% van het gehele oppervlakte van het dak wordt geïsoleerd, maar volstaat het volledig isoleren van de hoofd- en nevendaken in de bestaande thermische schil van het gebouw, indien:

3.

Wanneer er maar één energiebesparende isolatiemaatregel in totaal wordt uitgevoerd, bedraagt het subsidiebedrag ten hoogste de helft van het subsidiebedrag, genoemd in het eerste en vierde lid. Dit wordt omgezet naar het volledige subsidiebedrag, indien binnen vierentwintig maanden vanaf het moment van de subsidiebeschikking voor één energiebesparende isolatiemaatregel een subsidieaanvraag voor een volgende energiebesparende isolatiemaatregel of een duurzame warmteoptie voor een gebouw of groep van gebouwen wordt toegekend.

4.

Indien een investering voor aanvullende energiebesparende maatregelen als bedoeld in artikel 8, is aangebracht bedraagt de subsidie voor:

5.

Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, betreft, wordt het bedrag dat berekend is op grond van het eerste lid vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het percentage, bedoeld in artikel 11, derde lid, onderdeel e, is en de noemer 100.

6.

Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1° of 2°, betreft, dan wordt in aanvulling op het bedrag dat resulteert uit de berekening uit het vierde lid, daarbij het bedrag opgeteld dat resulteert uit de volgende berekening: het bedrag dat berekend is op grond van het eerste lid wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het aantal huurwoningen waarvoor een verklaring als bedoeld in artikel 11, vijfde of zesde lid, is aangeleverd en die aan de voor die verklaring op grond van de de-minimisverordening of algemene groepsvrijstelling geldende voorwaarden voldoet, uitgedrukt als percentage van het totaal aantal appartementen in het gebouw, is en de noemer 100.

Artikel 18. Hoogte subsidie investeringen voor een centrale aansluiting op een warmtenet

De subsidie voor een investering voor een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid, bedraagt bij een vermogen van:

Artikel 19. Hoogte subsidie zeer energiezuinig pakket

1.

Voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket wordt de subsidie met overeenkomstige toepassing van artikel 17 berekend en vervolgens verhoogd met € 4.000 per appartement.

2.

Vervallen.

Artikel 20. Maximale totale subsidie per vereniging

1.

De subsidie voor een vereniging bedraagt per appartement gemiddeld ten hoogste € 15.000 op grond van artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b en e, en ten hoogste € 20.000 op grond van artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met e.

2.

Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, onderdeel 2° of 3°, betreft, bedraagt de totale subsidie voor een vereniging op grond van artikel 10, eerste lid, ten hoogste 30% van de voor staatssteun in aanmerking komende kosten van de te treffen energiebesparende isolatiemaatregelen, duurzame warmteopties en aanvullende energiebesparende maatregelen of het zeer energiezuinig pakket.

Hoofdstuk VI. Wijze van subsidieverstrekking

Artikel 21

Artikel 22. Subsidieverstrekking onder opschortende voorwaarde

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)