Wijzigingsgeschiedenis
Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 16 december 2022, nr. VO/35104710, met betrekking tot de wijze van uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen (Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen 2022)
3 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen 2
Wijzigingen op 2025-01-01
@@ -14,11 +14,15 @@
- c. **onderwijsinstelling:** instelling of school in de zin van een onderwijswet als bedoeld in [artikel 1, onder d, van de Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800&artikel=1) waar onderwijs wordt verzorgd;
- d. **subsidie:** subsidie, verstrekt aan een onderwijsinstelling op grond van of krachtens een of meer van de artikelen, genoemd in [artikel 9.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=9.3).
- [d.]. **samenwerkingsverband:** samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=1) en [artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=1.1);
- [e.]. **subsidie:** subsidie, verstrekt aan een onderwijsinstelling op grond van of krachtens een of meer van de artikelen, genoemd in [artikel 9.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=9.3).
##### Artikel 2. Doel
Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in de [artikelen 155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=155) en [169 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=169), de [artikelen 123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=123) en [129 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=129), de [artikelen 133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=133) en [145, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=145), de [artikelen 5.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=5.49), en [10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=10.1), de [artikelen 2.5.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=2.5.9), en [11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=11.1), de [artikelen 2.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=2.9), en [15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=15.1), de [artikelen 2.3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=2.3.11), en [10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.2) en de [artikelen 4:46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:46), [4:48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48), [4:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:49), [4:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:50), [4:56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:56) en [4:57 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:57).
1. Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in de [artikelen 155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=155) en [169 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=169), de [artikelen 123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=123) en [129 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=129), de [artikelen 133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=133) en [145, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=145), de [artikelen 5.49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=5.49), en [10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=10.1), de [artikelen 2.5.9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=2.5.9), en [11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=11.1), de [artikelen 2.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=2.9), en [15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=15.1), de [artikelen 2.3.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=2.3.11), en [10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.2), [artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685) en de [artikelen 4:46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:46), [4:48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48), [4:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:49), [4:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:50), [4:56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:56) en [4:57 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:57).
2. Deze beleidsregel regelt in aanvulling op het eerste lid de wijze waarop de Minister ten aanzien van samenwerkingsverbanden gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in [artikel 155 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=155), [artikel 10.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=10.1), [artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685&artikel=38) en de [artikelen 4:46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:46), [4:48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48), [4:49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:49), [4:50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:50), [4:56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:56) en [4:57 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:57).
##### Artikel 3. Terugvordering bij onrechtmatige verkrijging of besteding
@@ -32,7 +36,7 @@
##### Artikel 4. Sancties bij tekortkomingen basisonderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs
1. Bij het niet naleven van een wettelijk voorschrift door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=1), [artikel 1 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=1), [artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=1.1) of [artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=1), kan de minister:
1. Bij het niet naleven van een wettelijk voorschrift gesteld bij of krachtens de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), de [Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280) of de [Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685) door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=1), [artikel 1 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549), [artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=1.1), [artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=1) of [artikel 1 van de Experimentenwet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002718&artikel=1) kan de Minister:
- a. in de eerste drie maanden van het verzuim maandelijks ten minste 0 en ten hoogste 15 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar inhouden;
@@ -40,7 +44,15 @@
- c. in de zevende en daaropvolgende maanden van het verzuim maandelijks ten hoogste 100 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar inhouden.
2. De minister kan bij het herhaaldelijk niet naleven van hetzelfde wettelijk voorschrift direct een hoger inhoudingspercentage dan dat genoemd in het eerste lid, onder a of b, toepassen. Hiervan is sprake indien een dergelijk niet naleven van hetzelfde wettelijke voorschrift meer dan eenmaal plaatsvindt binnen een periode van vier jaar.
2. Bij het niet naleven van een wettelijk voorschrift gesteld bij of krachtens de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420), de [Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212) of de [Wet medezeggenschap op scholen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020685) door een samenwerkingsverband kan de Minister:
- a. in de eerste drie maanden van het verzuim maandelijks ten minste 0 en ten hoogste 15 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar inhouden;
- b. in de vierde tot en met zesde maand van het verzuim maandelijks ten minste 16 en ten hoogste 75 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar inhouden;
- c. in de zevende en daaropvolgende maanden van het verzuim maandelijks ten hoogste 100 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar inhouden.
3. De Minister kan bij het herhaaldelijk niet naleven van hetzelfde wettelijk voorschrift direct een hoger inhoudingspercentage toepassen dan genoemd in het eerste lid, onder a of b, of het tweede lid, onder a of b,. Hiervan is sprake indien een dergelijk niet naleven van hetzelfde wettelijke voorschrift meer dan eenmaal plaatsvindt binnen een periode van vier jaar.
##### Artikel 5. Sancties bij tekortkomingen middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs
@@ -56,29 +68,29 @@
##### Artikel 6. Spoedaanwijzing en aanwijzing
1. In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=4&z=2023-08-01&g=2023-08-01) kan de minister een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar direct met 100% inhouden indien het bevoegd gezag niet voldoet aan een:
1. In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01) kan de minister een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende kalenderjaar direct met 100% inhouden indien het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband niet voldoet aan een:
- a. spoedaanwijzing als bedoeld in [artikel 153a van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=153a), [artikel 122a van de Wet primair onderwijs BES](onbekend), [artikel 132a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=132a) of [artikel 3.38a van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=3.38a); of
- a. spoedaanwijzing als bedoeld in [artikel 153a van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=153a), [artikel 122a van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=122a), [artikel 132a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=132a) of [artikel 3.38a van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=3.38a); of
- b. aanwijzing als bedoeld in [artikel 153 van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=153), [artikel 122 van de Wet primair onderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030280&artikel=122), [artikel 132 van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=132) of [artikel 3.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=3.38).
2. In afwijking van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=5&z=2023-08-01&g=2023-08-01) kan de minister de bekostiging direct met 100% opschorten of inhouden indien het bevoegd gezag of, voor het hoger onderwijs, de raad van toezicht niet voldoet aan een:
2. In afwijking van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01) kan de minister de bekostiging direct met 100% opschorten of inhouden indien het bevoegd gezag of, voor het hoger onderwijs, de raad van toezicht niet voldoet aan een:
- a. spoedaanwijzing als bedoeld in [artikel 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=3.1.6), [artikel 10.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](onbekend) of de [artikelen 9.9b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=9.9b), [10.3e1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=10.3e1) of [11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=11.7b); of
- a. spoedaanwijzing als bedoeld in [artikel 3.1.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=3.1.6), [artikel 10.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.1a) of de [artikelen 9.9b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=9.9b), [10.3e1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=10.3e1) of [11.7b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=11.7b); of
- b. aanwijzing als bedoeld in [artikel 3.1.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=3.1.5), [artikel 10.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028395&artikel=10.1) of de [artikelen 9.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=9.9a), [10.3e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=10.3e) of [11.7a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=11.7a).
##### Artikel 7. Redelijke termijn
De minister neemt een besluit als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=4&z=2023-08-01&g=2023-08-01), of [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=5&z=2023-08-01&g=2023-08-01), slechts nadat het bevoegd gezag, of voor het hoger onderwijs, het instellingsbestuur een redelijke termijn heeft gekregen om de tekortkoming te herstellen.
De minister neemt een besluit als bedoeld in [artikel 4, eerste lid, onder a, of tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01), of [artikel 5, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01), slechts nadat het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband, of voor het hoger onderwijs, het instellingsbestuur een redelijke termijn heeft gekregen om de tekortkoming te herstellen.
##### Artikel 8. Hardheidsclausule
De minister kan de terugvordering, lagere vaststelling, opschorting of inhouding, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=3&z=2023-08-01&g=2023-08-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=4&z=2023-08-01&g=2023-08-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=5&z=2023-08-01&g=2023-08-01) achterwege laten, matigen, of overgaan tot opschorten in plaats van inhouden indien strikte toepassing van die artikelen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De minister kan de terugvordering, lagere vaststelling, opschorting of inhouding, bedoeld in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01) achterwege laten, matigen, of overgaan tot opschorten in plaats van inhouden indien strikte toepassing van die artikelen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
##### Artikel 9. Overgangsrecht
Op de toepassing van bevoegdheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=2&z=2023-08-01&g=2023-08-01), naar aanleiding van tekortkomingen geconstateerd in inspectierapporten die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijft de [Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031665), zoals die gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel, van toepassing.
Op de toepassing van bevoegdheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), naar aanleiding van tekortkomingen geconstateerd in inspectierapporten die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijft de [Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031665), zoals die gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel, van toepassing.
##### Artikel 10. Intrekking regeling
@@ -88,7 +100,7 @@
1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Indien de Staatscourant waarin deze beleidsregel wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2022, treedt hij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
2. In afwijking van het eerste lid treden, indien het bij koninklijke boodschap van 29 september 2021 aanhangig gemaakte voorstel van wet houdende wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met onder andere de uitbreiding van het bestuurlijk handhavingsinstrumentarium (Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet in werking treedt, [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=6&z=2023-08-01&g=2023-08-01), en artikel 6, tweede lid, onderdeel a, op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van die wet in werking. De vorige volzin is niet van toepassing indien het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel, bedoeld in het eerste lid, is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet, genoemd in de vorige volzin.
2. In afwijking van het eerste lid treden, indien het bij koninklijke boodschap van 29 september 2021 aanhangig gemaakte voorstel van wet houdende wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met onder andere de uitbreiding van het bestuurlijk handhavingsinstrumentarium (Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet in werking treedt, [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047690&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en artikel 6, tweede lid, onderdeel a, op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van die wet in werking. De vorige volzin is niet van toepassing indien het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel, bedoeld in het eerste lid, is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de wet, genoemd in de vorige volzin.
##### Artikel 12. Citeertitel
2023-08-01
Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen 2
2023-01-01
Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellinge
original version
Tekst op deze datum