Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 3 juni 2023 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten in verband met herziening van het pensioenstelsel, standaardisering van het nabestaandenpensioen, aanpassing van de fiscale behandeling van pensioen en enige andere wijzigingen ten aanzien van pensioen (Wet toekomst pensioenen)
5 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet toekomst pensioenen
2024-01-01
Wet toekomst pensioenen
2023-07-01
Wet toekomst pensioenen
Wijzigingen op 2023-07-01
@@ -3,8 +3,6 @@
##### Artikel I. Pensioenwet
Wijzigt de Pensioenwet.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel II. Wet inkomstenbelasting 2001
@@ -22,21 +20,25 @@
##### Artikel III. Wet op de loonbelasting 1964
Onderdelen A t/m V:
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Onderdeel W:
Het in artikel III, onderdeel B, in [artikel 18a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=18a), genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in [artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=9), vermeerderd met de vakantietoeslag, te vermenigvuldigen met de factor 100/75.
Onderdeel X:
Het in artikel III, onderdeel E, in [artikel 18d, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=18d), genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt gesteld op het aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a), nog niet heeft bereikt, gelijk is aan het netto-ouderdomspensioen per maand, bedoeld in [artikel 9, vijfde lid, onderdeel a, van die wet,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=9) waarbij de nodig geachte afronding wordt aangebracht.
##### Artikel IV. Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000
Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel V. Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid
Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel VI. Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen
@@ -48,43 +50,29 @@
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel VIII. Wet privatisering ABP
Wijzigt de Wet privatisering ABP.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel IX. Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd
Wijzigt de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel X. Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd
Wijzigt de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel XI. Wet op het notarisambt
Wijzigt de Wet op het notarisambt.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel XII. Algemene pensioen- en uitkeringswet 2021
Wijzigt de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel XIIa. Algemene wet bestuursrecht
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel XIIb. Burgerlijk Wetboek
@@ -96,24 +84,64 @@
Wijzigt deze wet.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel XIIIa. Samenloop van wetten die wijzingen aanbrengen in een of meer belastingwetten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Ingeval de samenloop van wetten die in 2022 of 2023 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in een of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
##### Artikel XIIIb. Zorgplicht minister
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen draagt er zorg voor dat per 1 januari 2028 het aantal werknemers dat geen deelnemer als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=1) of [artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=1) is, met vijftig procent is gereduceerd ten opzichte van het aantal in 2019.
##### Artikel XIV. Monitoring en evaluatie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zendt aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk:
- a. binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet, voor zover het betreft de voorschriften tijdens de transitieperiode, bedoeld in [hoofdstuk 6b van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&hoofdstuk=6b) en [hoofdstuk 5a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&hoofdstuk=5a) en de geschilleninstantie, bedoeld in [artikel 48c van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=48c) en [artikel 59c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=59c);
- b. binnen vier jaar na het einde van de transitieperiode, waarbij in het bijzonder aandacht zal worden besteed aan het kader voor de pensioenovereenkomsten, de wijzigingen ten aanzien van het nabestaandenpensioen en het fiscale kader waaronder ook het harmoniseren van het fiscale kader van de tweede en derde pensioenpijler;
- c. in het jaar 2038, voor zover het betreft het overgangsrecht voor de progressieve premie in [artikel 220e van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=220e) en [artikel 214e van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=214e); en
- d. voor zover het de zorgplicht, bedoeld in [artikel XIIIB van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048328&artikel=XIIIb&z=2023-07-01&g=2023-07-01), betreft op de volgende data: waarbij tevens telkens een door het CBS, als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015926&artikel=1), aan het einde van het voorgaande kalenderjaar vastgestelde omvang van het aantal werknemers dat geen deelnemer is als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=1) of [artikel 1, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=1), wordt meegezonden.
- 1°. 1 oktober 2023;
- 2°. 1 oktober 2025;
- 3°. 1 oktober 2027; en
- 4°. 1 oktober 2028,
2. Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen monitort en zendt aan de Staten-Generaal tijdens de transitieperiode, bedoeld in [hoofdstuk 6b van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&hoofdstuk=6b) en [hoofdstuk 5a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&hoofdstuk=5a), tenminste jaarlijks ten aanzien van onderdeel a en ten minste periodiek ten aanzien van onderdeel b, een verslag over de volgende punten met als doel tijdig knelpunten met betrekking tot de voortgang van de transitie te kunnen identificeren en voor zover nodig aanvullende maatregelen te kunnen nemen:
- a. het transitiebeeld op hoofdlijnen:
- 1°. de voortgang van de besluitvorming en implementatie, waaronder de voortgang van de interne collectieve waardeoverdracht, bedoeld in [artikel 150m van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=150m) en [artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=145l);
- 2°. de transitiekeuzes die zijn gemaakt, waaronder de premiehoogte, de stabiliteit van de uitkering, de hoogte van de premie voor en dekking van het nabestaandenpensioen en de compensatieregeling; en
- 3°. de ervaringen met de transitie en het nieuwe stelsel van belanghebbenden bij de pensioenregeling, werkgevers, de partijen die de wijziging van de pensioenregeling overeenkomen of zijn overeengekomen, toezichthouders en pensioenuitvoerders; en
- b. de doelstellingen:
- 1°. eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen;
- 2°. het pensioen wordt transparanter en persoonlijker; en
- 3°. het pensioenstelsel sluit beter aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.
##### Artikel XV. Inwerkingtreding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, waarbij [artikel II, onderdelen E en I,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048328&artikel=II&z=2023-07-01&g=2023-07-01) kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip en met dien verstande dat [artikel I, onderdelen Ca, H, eerste en derde onderdeel en UUU](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048328&artikel=I&z=2023-07-01&g=2023-07-01), voor zover het betreft [artikel 220ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=220ca) en [artikel VII, onderdeel Fa en onderdeel QQQ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048328&artikel=VII&z=2023-07-01&g=2023-07-01), voor zover het betreft [artikel 214ca](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=214ca), in werking treden met ingang van 1 januari 2024.
##### Artikel XVI. Citeertitel
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Deze wet wordt aangehaald als: Wet toekomst pensioenen.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om het pensioenstelsel te herzien, over te gaan tot standaardisering van het nabestaandenpensioen en de fiscale behandeling van pensioen te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2023-01-01
Wet toekomst pensioenen — art. 2001
2023-01-01
Wet toekomst pensioenen
original version
Tekst op deze datum