Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 23 juni 2023, nr. Min-BuZa.2023.15586-32, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Migration and Displacement 2023–2028)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 2.7, 2.8, sub a tot en met e, en 2.9, sub b, c en f, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.7, 2.8, sub a tot en met e, en 2.9, sub b, c en f, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van migratiesamenwerking en opvang in de regio gelden voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 maart 2029 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Voor het in artikel 1 genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van € 57 miljoen, welke middelen als volgt zijn verdeeld over de volgende thema’s:
- a). € 12 miljoen voor aanvragen gericht op migratiesamenwerking;
- b). € 45 miljoen voor aanvragen gericht op opvang in de regio.
Indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor een van beide beleidsdoelstellingen als bedoeld in het eerste lid, komen deze beschikbaar voor aanvragen gericht op de andere beleidsdoelstelling, indien en voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven neergelegd in de bijlage bij dit besluit.
Meerjarige subsidies kunnen worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3
Aanvragen voor een subsidie in het kader van Migration and Displacement 2023–2028 worden ingediend in de periode 4 juli 2023 12:00 uur CET, tot en met 3 september 2023 om 12:00 uur CET, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier wordt geplaatst op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-buitenlandse-zaken/documenten/besluiten/2023/07/03/subsidiekader-migratie-en-ontheemding-2023-2028
Artikel 4
De verdeling van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 2, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2029, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.
Subsidiebeleidskader Migration and Displacement 2023–2028
1. Inleiding
Dit subsidiebeleidskader hoort bij het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 23 juni 2023, nr. MINBUZA-2023.15586-32, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. Dit subsidiebeleidskader bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van Migration and Displacement 2023–2028.
2. Definities
In dit subsidiebeleidskader wordt verstaan onder:
3. Achtergrond
Zoals uiteengezet in de beleidsnotitie ‘Doen waar Nederland goed in is’3Beleidsnotitie 2022 ‘Doen waar Nederland goed in is’, werkt Nederland aan veilige en humane opvang van ontheemden en vluchtelingen in hun regio’s van herkomst. Het kabinet bevordert zelfredzaamheid van vluchtelingen en gastgemeenschappen door het financieren van projecten op het gebied van bescherming (inclusief sociale bescherming zoals bijvoorbeeld kinderbescherming of geestelijke gezondheidszorg), onderwijs en training, werkgelegenheid en infrastructuur (op het gebied van schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne, afvalbeheer, huisvesting en digitale informatie voorzieningen en systemen) in de Hoorn van Afrika, de MENA-regio, Pakistan en Turkije. Daarnaast investeert Nederland in het versterken van migratiesamenwerking met partnerlanden. Prioriteiten daarbij zijn de bescherming van migranten, het waarborgen van de mensenrechten van migranten, het beperken van irreguliere migratie, het tegengaan van mensensmokkel en -handel, beter grensbeheer en het bevorderen van vrijwillige terugkeer en herintegratie.
Opvang in de regio en migratiesamenwerking zijn beleidsterreinen die constant onderhevig zijn aan verandering. Het vereist dan ook gezamenlijke inspanning op verschillende niveaus om blijvend duurzame oplossingen te kunnen bieden voor mensen die kwetsbaar zijn (geworden) door migratie en ontheemding. Op dit moment wordt het merendeel van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget voor opvang in de regio en migratiesamenwerking besteed via internationale en multilaterale organisaties. Hoewel deze organisaties het voordeel hebben dat ze op grote schaal opereren, staan zij over het algemeen verder af van de lokale- context en kennis dan de mensen uit de gemeenschappen zelf, namelijk migranten, vluchtelingen en gastgemeenschappen.
Vaak weten lokaal gevestigde organisaties die geleid en/of gevormd worden door mensen die direct getroffen worden door de negatieve gevolgen van migratie en ontheemding, beter wat de behoeftes van deze doelgroep zijn. Desondanks tonen verschillende studies4ODI Localisation Report, October 2021 aan dat lokale actoren zelden in the lead zijn, bij de bepaling van de richting van en de besluitvorming over de aanpak van een crisis en/of benodigde inzet voor duurzame oplossingen. Hierdoor wordt de stem van de meest getroffenen te weinig gehoord. Via samenwerkingsconstructies worden lokale actoren soms geraadpleegd en gefinancierd door multilaterale organisaties, maar vaak ontbreekt een gelijkwaardige vorm van partnerschap. Daarnaast ondervinden lokale organisaties structurele barrières bij het krijgen van toegang tot fondsen om directe diensten te verlenen aan deze doelgroep. Dit gaat ten koste van de effectiviteit van de steun aan de meest getroffenen van migratie en ontheemding.
Om bovenstaande redenen wil de minister via dit subsidiebeleidskader, bij het ondersteunen van activiteiten op het gebied van migratiesamenwerking en opvang in de regio, tegelijk een bijdrage leveren aan het doorbreken van dit patroon en het versterken van eigenaarschap en zelfstandig opereren van lokale actoren (hierna: in-country partners). Zo kan meer impact gerealiseerd worden op de doelstellingen voor migratiesamenwerking en opvang in de regio. Nederland ziet een sterke rol weggelegd voor in-country partners en voor organisaties geleid door vluchtelingen en migranten. Zij kunnen een belangrijke spil zijn tussen migranten- en vluchtelingengemeenschappen enerzijds, en lokale gemeenschappen, (inter)nationale autoriteiten, en (inter)nationale hulpactoren anderzijds. Niet alleen kunnen zij de stem van vluchtelingen en migranten goed laten horen, ze bieden op basis van directe uitvoering en veldkennis vaak gedegen contextanalyses en kunnen in sommige gevallen sneller, flexibeler en doeltreffender optreden. Tevens laten deze actoren vaak een aanvullend en/of kritisch geluid horen ten opzichte van andere organisaties, zoals multilaterale organisaties.
Nederland heeft meermaals het belang bevestigd van lokalisatie als proces van erkenning, respect en versterking van onafhankelijk leiderschap en besluitvorming door lokale actoren bij ontwikkeling-georiënteerde actie. Binnen de Grand Bargain5Op 23–24 mei 2016 werd tijdens de World Humanitarian Summit in Istanbul een serie hervormingen gepresenteerd onder de naam ‘Grand Bargain’, een gezamenlijk streven van de grootste humanitaire donoren en uitvoerende organisaties, om de humanitaire hulpverlening effectiever en efficiënter te maken om zoveel mogelijk mensen in nood te kunnen helpen met de beschikbare middelen. committeerde Nederland zich aan de doelstelling om 25% van humanitaire financiering op een zo direct mogelijke manier uit te keren aan lokale en nationale partijen. In de BHOS-nota van 2022 ‘Doen waar Nederland goed in is’ wordt lokaliseren genoemd als werkwijze voor maximale ontwikkelingsimpact. Ook steunde Nederland in december 2022 de verklaring van donoren aangaande ‘Locally Led Development’6Donor Statement on Supporting Locally Led Development, December 2022. Dit subsidiebeleidskader bouwt voort op de voorgenomen inzet aangaande lokalisatie en introduceert een vernieuwende aanpak om bij te dragen aan de doelstellingen voor migratiesamenwerking en opvang in de regio.
4. Doelstellingen waarop dit subsidiebeleidskader is gericht
De doelstellingen waarop dit subsidiebeleidskader is gericht, betreffen de volgende:
Aanvragen gericht op migratiesamenwerking richten zich, via in-country partners en interventiestrategieën genoemd in hoofdstuk 6, op ten minste één van de onderstaande doelstellingen.
*Bescherming van (kwetsbare) migranten door in-country partners* (middels één van de volgende drie doelstellingen):
In lijn met de focuslanden voor migratiesamenwerking7Beleidsnotitie 2022 – Doen waar Nederland goed in is dienen activiteiten uitsluitend te worden uitgevoerd in of gericht te zijn op minstens één van de volgende landen: Algerije, Egypte, Ethiopië, Irak, Mali, Marokko, Niger, Nigeria, Pakistan, Soedan, Libië, Turkije of Tunesië.
Aanvragen gericht op opvang in de regio richten zich, via in-country partners en interventiestrategieën genoemd in hoofdstuk 6, op ten minste één van de onderstaande doelstellingen.
In lijn met de geografische focus voor opvang in de regio9Beleidsnotitie 2022 – Doen waar Nederland goed in is dienen activiteiten uitsluitend te worden uitgevoerd in of gericht te zijn op minstens één van de volgende landen: Egypte, Ethiopië, Irak, Jordanië, Kenia, Libanon, Oeganda, Pakistan, Soedan of Turkije.
5. Wie kunnen voor subsidie in aanmerking komen
Binnen dit subsidiebeleidskader wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende actoren:
Van deze drie actoren kunnen enkel *support* partners in aanmerking komen voor een subsidie in het kader van Migration and Displacement 2023–2028. Aan een subsidieaanvrager (support partner) worden de volgende eisen gesteld; de organisatie heeft:
Let op:
De subsidieaanvrager hoeft niet te beschikken over een landenkantoor. Voor aanvragen gericht op migratiesamenwerking wordt ervaring in en het beschikken over een netwerk in het land waar de subsidie voor wordt aangevraagd, meegewogen in de beoordeling.
Aanvragen namens een alliantie komen niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van Migration and Displacement 2023–2028.
Organisaties kunnen per beleidsdoelstelling – migratiesamenwerking of opvang in de regio – in aanmerking komen voor ten hoogste één subsidie. Indien een organisatie meerdere aanvragen indient voor eenzelfde beleidsdoelstelling, wordt alleen de aanvraag die als eerste is ontvangen in behandeling genomen en worden de later op dezelfde beleidsdoelstelling ingediende aanvragen afgewezen.
6. Subsidiabele activiteiten
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van Migration and Displacement 2023–2028 moeten aanvragen zich richten op ofwel (een of meer van) de doelstellingen op het gebied van migratiesamenwerking en de bijbehorende focuslanden (zie hoofdstuk 4), ofwel op (een of meer van) de doelstellingen op het gebied van opvang in de regio en de bijbehorende focuslanden (zie hoofdstuk 4).
Lokaal-geleide ontwikkeling vormt het uitgangspunt van dit subsidiebeleidskader. De voorgestelde aanpak dient daarom gericht te zijn op het versterken en in hun kracht zetten van in-country partners die onafhankelijk van de support partner activiteiten uitvoeren op het gebied van migratiesamenwerking of opvang in de regio. Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt bovendien meegewogen in hoeverre de strategie gericht is op duurzame versterking en verzelfstandiging van in-country partners (zie hoofdstuk 12).
Gelet op voorgaande dienen aanvragen activiteiten te betreffen die vallen onder tenminste één van de volgende drie interventiestrategieën:
Let op:
Om in te kunnen spelen op de land-specifieke situaties kan de aanpak van activiteiten verschillen per land en mogen voor landen waar uitvoering om bijvoorbeeld politieke redenen moeilijk is, activiteiten worden geïnitieerd vanuit een ander land dan het land waarvoor de resultaten worden beoogd. Voorstellen dienen in lijn te zijn met geldende richtlijnen en regelgeving op het gebied van migratie- en opvang in de regio beleid van plaatselijke autoriteiten in de landen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
7. Looptijd activiteiten
De activiteiten duren minimaal 36 maanden en maximaal 60 maanden. Activiteiten starten vanaf 1 januari 2024, uiterlijk op 1 april 2024 en worden uiterlijk op 31 maart 2029 beëindigd.
8. Beschikbare middelen en verdeling
Voor subsidieverlening in het kader van Migration and Displacement 2023–2028 is in totaal € 57 miljoen beschikbaar. Dit bedrag is als volgt verdeeld over de twee beleidsdoelstellingen:
De verdeling van de voor Migration and Displacement 2023–2028 beschikbare middelen vindt plaats via een tender, dat wil zeggen aan de hand van een rangschikking op basis van kwaliteit van de tijdig ingediende subsidieaanvragen. Na sluiting van de indieningsperiode worden alle tijdig ontvangen aanvragen in behandeling genomen. De beoordeling wordt voor elke aanvraag gedaan op basis van de informatie die voor sluiting van de aanvraagtermijn is ontvangen.
De rangschikking wordt bepaald aan de hand van de beoordeling op grond van de inhoudelijke beoordelingscriteria die in dit subsidiebeleidskader zijn vermeld (paragraaf 12.3). De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking. De minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde, totdat het beschikbare budget is uitgeput. Hierbij wordt op grond van het bepaalde in artikel 8, derde lid, onder d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen over de focuslanden zoals genoemd in hoofdstuk 4.
Daarnaast geldt dat uit oogpunt van doelmatigheid maximaal acht aanvragen gericht op opvang in de regio zullen worden gehonoreerd en maximaal drie aanvragen gericht op migratiesamenwerking, uiteraard indien en voor zover er voldoende kwalificerende aanvragen zijn.
Indien blijkt dat er te weinig kwalificerende aanvragen zijn voor een van de twee beleidsdoelstellingen, waardoor het voor het subsidieplafond voor de betreffende beleidsdoelstelling niet wordt uitgeput, komen de uit dat plafond resterende middelen beschikbaar voor kwalificerende aanvragen op de andere beleidsdoelstelling.
9. Subsidiabele kosten
Slechts de kosten, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en die redelijkerwijs niet uit eigen middelen of op andere wijze kunnen worden bekostigd, zijn subsidiabel10Artikel 14, eerste lid, Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.. Activiteiten die reeds zijn gestart voor de datum waarop de aanvraag wordt ingediend zijn niet subsidiabel, en dus zijn de daarmee gemoeide kosten niet subsidiabel11Artikel 9 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken..
In alle gevallen geldt dat de middelen zoveel mogelijk ten goede moeten komen aan en ingezet moeten worden op de beoogde veranderingen voor de doelgroep. Indirecte kosten van support partners – zoals gedefinieerd in Appendix 5 bij deze beleidsregels – dienen tot een minimum te worden beperkt, waarbij een absoluut maximum geldt van 15% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag. Nadere informatie hierover is te vinden in het budgetmodel (zie Appendix 5).
10. Vereisten subsidieaanvraag
Voor het indienen van een subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het door de minister daartoe vastgestelde aanvraagformulier (zie Appendix 1 bij deze beleidsregels).12Het aanvraagformulier wordt geplaatst op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-buitenlandse-zaken/documenten/besluiten/2023/07/03/subsidiekader-migratie-en-ontheemding-2023-2028 Het aanvraagformulier dient volledig ingevuld te zijn en te zijn voorzien van de op het formulier vermelde bescheiden.
Het aanvraagformulier behorende bij de subsidieaanvraag bevat de volgende verplichte bijlagen:
Los van de subsidieaanvraag en bovenstaande bijlagen dient een Organizational Risk and Integrity Assessment (ORIA) te worden aangeleverd (in verband met de vereisten opgenomen in paragraaf 12.1). Voor deze bijlage ix. geldt:
Zonder goedgekeurde ORIA komt een aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.
11. Aanvraagprocedure
Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 4 juli 2023 om 12:00 uur CET tot en met 3 september om 12:00 uur CET. Aanvragen die later dan genoemde datum en tijd worden ingediend, worden afgewezen. Als moment van indiening geldt het moment waarop de aanvraag door het ministerie is ontvangen (zie ook hierna). De aanvragende organisatie is de enige verantwoordelijke voor een tijdige en volledige indiening van een aanvraag. Zie voor de afwijkende deadline voor bijlage 10 bij de aanvraag hiervoor in hoofdstuk 10.
In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag niet voldoen aan de formele vereisten die op grond van dit subsidiebeleidskader aan aanvragen worden gesteld, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. Hoe korter voor het verstrijken van de deadline voor het indienen van aanvragen een aanvraag wordt ingediend, hoe groter het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om een aanvulling te vragen; dit in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid en de tijd die nodig is om een aanvulling te vragen en in te dienen. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair is ingediend. Dit kan leiden tot een lagere rangschikking of zelfs afwijzing van de subsidieaanvraag.
Aanvragen dienen volledig en zonder voorbehoud te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de aanvragende organisatie bevoegde persoon met vermelding van naam en functie. Het is niet mogelijk om een voorlopige aanvraag in te dienen.
Bij het opstellen van de subsidieaanvraag is het kortheidshalve verwijzen naar andere onderdelen van de aanvraag of bijlagen niet voldoende, tenzij in de aanvraagdocumenten uitdrukkelijk is aangegeven dat daarmee (geheel of gedeeltelijk) kan worden volstaan. Indien onderdelen van het aanvraagformulier – met inbegrip van bijlages – niet worden ingevuld cq aangeleverd, loopt de aanvrager het risico op afwijzing van de aanvraag.
De aanvraag dient te worden opgesteld in de Engelse taal. Bijlagen die zijn opgesteld in een andere taal dienen voorzien te zijn van een vertaling in het Engels. Additionele informatie (zoals USB-sticks of links naar achtergrondinformatie over een organisatie) worden niet meegenomen in de beoordeling van een aanvraag.
Het heeft de uitdrukkelijke voorkeur dat aanvragen per e-mail in.pdf-formaat worden ingediend. Aanvragen per e-mail worden ingediend door deze te sturen naar het e-mailadres: DSH-MO-subsidies@minbuza.nl onder vermelding van Migration and Displacement 2023–2028.
Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. E-mails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp-regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.13Bijvoorbeeld: e-mail 1 van 5, e-mail van 2 van 5 etc.
Eventuele (technische) problemen bij verzending komen voor rekening en risico van aanvrager.
Indiening van aanvragen per post wordt afgeraden14Indien u daar niettemin voor kiest dient de aanvraag per aangetekende post gestuurd worden naar: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Secretariaat DSH o.v.v. Migration and Displacement 2023–2028, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag. Indien de aanvraag niet aangetekend wordt verzonden berust het risico dat de aanvraag niet of te laat wordt ontvangen door het ministerie geheel bij de aanvrager. Indien de aanvraag per post wordt ingediend (anders dan met de aanduiding ‘port betaald’) wordt de aanvraag nog als tijdig ingediend beschouwd, als de aanvraag voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, waarbij het datumstempel van de post doorslaggevend is, en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Bij gebruikmaking van een envelop met de aanduiding ‘port betaald’ is de datum van ontvangst bepalend bij het vaststellen of de aanvraag tijdig, d.w.z. uiterlijk 3/09/2023 12:00 uur CET, is ingediend. Houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat de datum van ontvangst wordt vastgesteld aan de hand van het tijdstip van inschrijving en dat ’s avonds en op zaterdag en zondag geen post wordt ingeschreven.. Indien u daar alsnog voor kiest, of voor indienen in persoon of koerier, neemt u dan contact op met het ministerie via het e-mailadres: DSH@minbuza.nl onder vermelding van Migration and displacement 2023–2028.
Vragen naar aanleiding van dit document of andere zaken kunt u uitsluitend per e-mail en uiterlijk tot en met 25 augustus 2023 richten aan DSH-MO-subsidies@minbuza.nl. Waar nodig samengevoegd met andere vragen vindt geanonimiseerde beantwoording hiervan (zoveel mogelijk) tweewekelijks plaats door middel van publicatie via internet op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ontwikkelingssamenwerking/subsidies-en-financiering-ontwikkelingssamenwerking.
12. Beoordelingsprocedure
12.1. Beoordeling
De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van dit subsidiebeleidskader. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in dit subsidiebeleidskader opgenomen criteria.
De aanvrager en de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen allereerst te voldoen aan de drempelcriteria, zoals genoemd in paragraaf 12.2. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.
Dit betekent dat enkel aanvragen die aan de drempelcriteria voldoen, doorgaan naar de twee volgende onderdelen van de beoordelingsprocedure:
12.2. Drempelcriteria
Alle tijdig ontvangen aanvragen worden als eerste beoordeeld op grond van onderstaande drempelcriteria. Aan alle drempelcriteria moet worden voldaan ten einde in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie.
12.2.1. Drempelcriteria over de aanvrager:
12.2.2. Drempelcriteria over de activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd:
12.3. Inhoudelijke criteria
De aanvragen die voldoen aan de drempelcriteria worden beoordeeld op kwaliteit op grond van de hierna volgende inhoudelijke criteria. Er zijn criteria die de kwaliteit van het track record beoordelen, criteria die de kwaliteit van het project voorstel beoordelen en criteria die de algehele samenhang en impact van de voorgestelde interventie beoordelen. Per set van criteria is aangegeven welk percentage van het totaal aantal te behalen punten voor die criteria kan worden behaald.
De kwaliteit van het track record wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:
De kwaliteit van het voorgestelde projectvoorstel (inclusief interventielogica) wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:
12.4. Inceptiefase
Na subsidieverlening zullen de subsidieontvangers een inceptiefase van (maximaal) zes maanden doorlopen. Doel van de inceptiefase is om landen-specifieke invulling te geven aan de algemene en op hoofdlijnen opgestelde plannen die zijn ingediend bij de subsidieaanvraag (zie ook hoofdstuk 10, punt vi). De subsidieontvangers ontwikkelen deze nadere invulling in nauwe samenwerking met en met mede-besluitvorming door de beoogde in-country partners.
Meer specifiek benutten de subsidieontvangers de inceptiefase in elk geval voor:
Na afronding van de inceptiefase wordt een inceptierapport ingediend bij het ministerie over de in deze fase uitgevoerde activiteiten en de resultaten daarvan. Het rapport bevat tevens de landen-specifieke plannen voor de resterende activiteitenperiode.
Bij een voldoende positieve beoordeling van de landen-specifieke plannen worden de kosten verbonden aan de activiteiten uit te voeren in de resterende projectperiode subsidiabel.
De subsidie wordt betaald via periodieke voorschotten. Ten behoeve van het laatste financieringsjaar wordt maximaal 90% van de voor dat jaar aangevraagde middelen als voorschot betaald.
13. Tijdpad
Uiterlijk op 1 maart 2024 zal op de aanvragen worden besloten. Concreet betekent dit het volgende.
14. Rapportage- en andere subsidieverplichtingen
Aan de subsidieverlening worden verplichtingen verbonden, die worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking. Deze verplichtingen hebben onder andere betrekking op een meldingsplicht ten aanzien van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidie, zoals het niet (geheel of tijdig) kunnen uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten, en op verplichtingen over verantwoordingsrapportages, zoals inhoudelijke en financiële tussen- en eindrapportages in IATI. Ook zullen verplichtingen worden opgenomen over:
De support partner dient transparant te zijn over de projecten die middels subsidie vanuit Migration and Displacement 2023–2028 worden gefinancierd. Jaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportage dient te worden geleverd, met in ieder geval een overzicht van de projectenpijplijn. Ook dienen subsidieontvangers jaarlijks een jaarplan en de bijbehorende begroting voor het komende jaar aan te leveren.
Indien na de looptijd van de beschikking middelen over zijn, zullen deze terugvloeien naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook hierover zal een verplichting worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.
15. Administratieve lasten
De administratieve lasten voor de uitvoering van dit subsidiebeleidskader bedragen € 71.700 voor de totale subsidieperiode. Administratieve lasten zijn de lasten die gepaard gaan met informatieverplichtingen in verband met het doen van de aanvraag en in geval subsidie wordt verstrekt het voldoen aan de daaraan verbonden verantwoordingsverplichtingen. Het bedrag van € 71.700 komt neer op 1,9 procent van het totale subsidiebudget. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat maximaal 15 organisaties interesse hebben voor het subsidiebeleidskader en een aanvraag zullen indienen die kan worden gehonoreerd.
Bij de totstandkoming van het subsidiebeleidskader is kritisch bezien dat ten eerste de criteria voor de subsidieaanvragers en de beoogde resultaten helder zijn geformuleerd en ten tweede duidelijkheid bestaat over de wijze waarop de financiering en verantwoording van de toegekende subsidies plaatsvindt. Hiermee moet een aanvrager de afweging kunnen maken of met de indiening van een subsidieaanvraag kans bestaat op een toekenning. Het ministerie beoogt op deze wijze de administratieve lasten voor de subsidieaanvragers tot een minimum te beperken.
16. Appendices
Dit besluit zal met de bijlage, met uitzondering van de appendices bij de bijlage, in de Staatscourant worden geplaatst. Appendices bij de bijlage worden via internet bekend gemaakt.2https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-buitenlandse-zaken/documenten/besluiten/2023/07/03/subsidiekader-migratie-en-ontheemding-2023-2028
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)