Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 18 augustus 2023, nr.2023-0000495330 houdende regels over het verstrekken van subsidies voor inbedding van financiële educatie op mbo-instellingen ter preventie van geldzorgen (Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-23
State In force
Source BWB
artikelen 16
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling en benodigde formulieren

1.

Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de Kaderregeling, met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.1, van toepassing.

2.

De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 3. Doel

Het doel van deze regeling is het creëren, ontwikkelen en bevorderen van structurele aandacht voor financiële educatie in onderwijsinstellingen.

Artikel 4. Subsidieplafond en het subsidiebedrag per aanvraag

1.

Het subsidieplafond bedraagt € 8.620.000,– voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a.

2.

De subsidie bedraagt minimaal € 25.000,– en maximaal € 400.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a.

3.

Het subsidieplafond bedraagt € 18.700.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel b.

4.

De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 300.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel b.

5.

Het subsidieplafond bedraagt € 11.200.000 voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel c.

6.

De subsidie bedraagt minimaal € 75.000 en maximaal € 200.000 per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel c.

7.

Het subsidieplafond voor aanvragen gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, bedraagt voor:

8.

De subsidie per aanvraag gedaan in het tijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, bedraagt voor:

9.

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 8.

10.

Indien in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, het beschikbare bedrag voor een van de onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid, niet geheel wordt verleend, kan het resterende bedrag aangewend worden voor de aanvragen van de andere onderwijsinstellingen, genoemd in artikel 4, zevende lid. De verdeling van dit bedrag vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 5. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze regeling worden ingediend in het aanvraagtijdvak van:

Artikel 6. Projectperiode

1.

Activiteiten voor een project in het kader van deze regeling vinden plaats binnen de periode van:

2.

De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden gemaakt in een door de minister aangewezen projectperiode.

Artikel 7. Subsidiabele activiteiten

1.

Voor subsidie komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

2.

Het expertisepunt financiële educatie adviseert de minister over opleidingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en toetst daarbij of het scholingsaanbod:

3.

Van effectieve financiële educatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is sprake, indien:

4.

Door de minister goedgekeurde opleidingen worden opgenomen op www.geldlessen.nl.

Artikel 8. Subsidiabele kosten

1.

Voor subsidie komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:

2.

De subsidiabele kosten voor de activiteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen c en d, bedragen per onderdeel maximaal 25% van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e.

Artikel 9. Niet subsidiabele kosten;

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

Artikel 10. Bevoorschotting

De minister verstrekt bij de beschikking van de subsidieverlening een voorschot tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 11. Subsidieaanvraag

1.

De subsidieaanvraag door een mbo-instelling of vo-instelling heeft in ieder geval betrekking op de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a en b.

2.

De subsidieaanvraag door een po-school heeft betrekking op activiteiten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, f en g.

3.

De subsidieaanvraag voor een project, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c en d, kan worden ingediend door een po-school die niet ligt in een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid als bedoeld in de Regeling kansrijke wijk. Voor een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs geldt voor een project als bedoeld in artikel 6, onderdeel c, daarnaast als voorwaarde dat voor die school voor het jaar 2024 de uitkomst van de formule A – B, bedoeld in artikel 18, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, meer is dan 0.

4.

Een subsidieaanvrager dient één aanvraag in voor één of meerdere onderwijslocaties die horen bij dezelfde mbo-instelling, vo-instelling of po-school.

5.

Per subsidieaanvrager wordt voor mbo-instellingen of po-scholen één aanvraag in behandeling genomen. Per subsidieaanvrager kunnen voor vo-instellingen meerdere aanvragen in behandeling worden genomen indien deze een verschillende instellingscode uit de Registratie Instellingen en Opleidingen betreffen.

6.

De subsidieaanvraag wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier en ondertekend door de tekenbevoegde van het bevoegd gezag.

7.

Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van:

8.

De subsidieaanvraag bevat middels voorgeschreven formats in ieder geval een activiteitenplan met bijbehorende begroting.

9.

Het activiteitenplan bevat in ieder geval:

10.

Een aanvraag is volledig wanneer het elektronische formulier en de bijbehorende bijlagen volledig zijn ingevuld en binnen het aanvraagtijdvak zijn ontvangen door de minister.

11.

Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, kan mede worden gedaan door een vo-instelling gevestigd op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba’.

Artikel 12. Rangschikking

De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.

Artikel 13. Weigering van de subsidie

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht kan een aanvraag voor subsidie deels of geheel worden afgewezen:

Artikel 14. Rapportageverplichting

1.

Indien een project langer dan achttien maanden duurt, wordt binnen acht weken na afloop van deze periode een voortgangsrapportage in het voorgeschreven format ingediend.

2.

Een verzoek tot vaststelling van subsidie wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.

3.

Het verzoek, als bedoeld in tweede lid, omvat middels een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld format, voor:

4.

Indien de verleende subsidie, exclusief de accountantskosten bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel f, € 125.000,– of meer bedraagt, bevat het verzoek tot vaststelling, in aanvulling op het tweede lid, tevens een controleverklaring omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door het bevoegd gezag, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld model met inachtneming van een door de minister beschikbaar gesteld accountantsprotocol.

Artikel 15. Inwerkingtreding en vervallen van de regeling

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 17 oktober 2028.

2.

In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 16 oktober 2028, van toepassing op de afwikkeling van verleende subsidies op grond van deze regeling.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen.

Bijlage

Niet opgenomen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)