Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 6 september 2023, kenmerk 3663019-1052552-DMO, houdende regels voor de subsidiëring van de onrendabele top bij realisatie van zorggeschikte woningen binnen geclusterde woonvormen (Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-05-13
Laatst bijgewerkt 2026-05-14
State In force
Source BWB
artikelen 15
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel de totstandkoming van zorggeschikte wooneenheden in geclusterde woonvormen, met een huur tot de maximum huurgrens, te stimuleren.

Artikel 1.3. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Op deze regeling zijn de hoofdstukken 5 en 7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing.

Artikel 1.4. Staatssteun

1.

De totstandkoming van zorggeschikte wooneenheden in geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de subsidieaanvrager met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat hem belast met en hij zich verplicht tot het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 2. Verlening en vaststelling van de subsidie

Artikel 2.1. Aanvraag van de subsidie

1.

De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor een bijdrage in de kosten voor de transformatie of nieuwbouw bij de realisatie van zorggeschikte wooneenheden in een geclusterde woonvorm.

2.

De aanvraag kan worden ingediend door:

3.

De aanvraag bevat in ieder geval:

4.

De aanvraag wordt geweigerd indien voor hetzelfde project op grond van deze regeling:

5.

Het vierde lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een andere, duidelijk te onderscheiden fase of deelactiviteit van het project dan fases of activiteiten genoemd in de aanvraag waarop het vierde lid van toepassing is.

Artikel 2.2. Voorwaarden subsidie

Een subsidie wordt enkel verstrekt indien:

Artikel 2.3. Hoogte van de subsidie

1.

Bij nieuwbouw of transformatie waarbij de gemiddelde kosten van de verbouwing per wooneenheid meer dan € 100.000 inclusief BTW bedragen, is de hoogte van de subsidie maximaal:

2.

Bij transformatie waarbij de gemiddelde kosten van de verbouwing per wooneenheid meer dan € 40.000 inclusief BTW bedragen, is de hoogte van de subsidie maximaal:

Artikel 2.4. Subsidieplafond

1.

De minister stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor het verlenen van subsidie op grond van dit hoofdstuk.

2.

Het subsidieplafond voor 2023 en 2024 gezamenlijk bedraagt € 90 miljoen.

3.

Het subsidieplafond voor 2025 bedraagt € 125 miljoen.

4.

Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 80 miljoen.

5.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de complete aanvragen.

6.

Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één complete aanvraag ontvangen wordt en de volgorde van binnenkomst van deze aanvragen niet is vast te stellen, wordt de volgorde vastgesteld door middel van loting.

Artikel 2.5. Aanvraagperiode en wijze van indienen

1.

In 2026 kan een aanvraag voor een subsidie worden ingediend van 18 mei 2026 9.00 uur tot en met 18 december 2026 17.00 uur.

2.

Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een digitaal formulier dat door de minister beschikbaar is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

3.

De minister beslist binnen twaalf weken op de aanvraag.

4.

Indien een beschikking niet binnen de in het derde lid bedoelde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met twaalf weken worden verlengd.

Artikel 2.6. Subsidieverplichtingen

1.

De subsidieontvanger is verplicht:

2.

Indien de bouw van de geclusterde woonvorm buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is binnen de termijnen, genoemd in het eerste lid, onder b en c, kan de minister op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van die termijnen.

Artikel 2.7. Voorschot

1.

De minister verstrekt een voorschot van maximaal 90% van de verleende subsidie uiterlijk binnen twaalf weken na ontvangst van:

2.

Indien het voorschot van het subsidiebedrag niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verstrekt, kan deze termijn eenmaal met twaalf weken worden verlengd.

Artikel 2.8. Vaststelling

1.

Uiterlijk binnen 22 weken na de oplevering van de geclusterde woonvorm wordt een aanvraag tot vaststelling ingediend.

2.

De aanvraag bevat in ieder geval een verklaring waarin is opgenomen:

3.

Bij de aanvraag tot vaststelling hoeft, in afwijking van artikel 7.5, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS geen assurancerapport te worden aangeleverd.

4.

Op grond van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt het subsidiebedrag vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag op basis van het aantal gerealiseerde zorggeschikte wooneenheden.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 3.1. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.2. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verleend.

Artikel 3.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen.

Bijlage 1. Eisen wooneenheid geschikt voor een bewoner met rolstoel

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voor de in deze bijlage aangeduide ruimten, opstelplaatsen, lift, doorgang, bereikbaarheid, hoofdtoegang en overbrugging van hoogteverschillen en gemeenschappelijk toegankelijkheidssector, gelden de definities en begrippen zoals bedoeld in het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Voor de afmetingen en inrichting van de wooneenheid en het woongebouw gelden de volgende vereisten:

A. Voor het verblijfsgebied en de verblijfsruimte:

B. Toiletruimte:

C. Badruimte:

D. Opstelplaatsen:

E. Bereikbaarheid, doorgang en hoofdtoegang:

F. Overbrugging van hoogteverschillen:

G. Gemeenschappelijke toegankelijkheidssector:

H. Lift (afmetingen):

Bijlage 2. Eisen wooneenheid geschikt voor een bewoner met rollator

Voor de in deze bijlage aangeduide ruimten, lift en doorgang, gelden de definities en begrippen zoals bedoeld in het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)