Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 november 2023, nr. 2023– 2023-0000600837, houdende regels met betrekking tot het verlenen van een specifieke uitkering ten behoeve van het realiseren van gebiedsmaatregelen (Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-28
State In force
Source BWB
artikelen 15
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verlenen van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van regeling

1.

Deze regeling heeft tot doel om gemeenten en openbare lichamen een specifieke uitkering te verlenen waarmee zij in staat worden gesteld gebiedsmaatregelen te realiseren die als randvoorwaarden noodzakelijk zijn om op een woningbouwlocatie woningbouw plaats te laten vinden.

2.

De typen gebiedsmaatregelen waarvoor een specifieke uitkering kan worden verleend zijn:

3.

Voor deze specifieke uitkering komen in aanmerking de gemeenten en openbare lichamen die zijn genoemd in de bijlage. In deze gemeenten en openbare lichamen bevinden zich woningbouwlocaties waarbij sprake is van:

Artikel 3. Specifieke uitkering

1.

De minister kan een gemeente of een openbaar lichaam een specifieke uitkering verlenen voor de realisatie van gebiedsmaatregelen bij een woningbouwlocatie.

2.

De gemeenten en openbare lichamen waaraan, en de gebiedsmaatregelen, woningbouwlocaties, het aantal te realiseren woningen en de maximale bedragen waarvoor, een specifieke uitkering kan worden verleend zijn allen in de bijlage opgenomen.

3.

Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking:

Artikel 4. Verlening

1.

De minister besluit uiterlijk 1 juni 2026 over het verlenen van een specifieke uitkering.

2.

Het besluit, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in ieder geval:

3.

De bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn de bedragen inclusief omzetbelasting.

Artikel 5. Uitkeringsplafond en maximale bedragen

Het uitkeringsplafond bedraagt € 1.017.500.000, inclusief omzetbelasting.

Artikel 6. Verplichtingen ontvanger

1.

De ontvanger realiseert de gebiedsmaatregelen waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

2.

De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de gebiedsmaatregelen waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

3.

De ontvanger start de realisatie van de laatst te realiseren woning op de woningbouwlocatie uiterlijk 31 december 2034.

4.

De ontvanger realiseert de gebiedsmaatregelen uiterlijk op 31 december 2039.

5.

Op het moment dat de woningen op de woningbouwlocatie zijn gerealiseerd bedraagt het aantal op de woningbouwlocatie gerealiseerde betaalbare woningen ten minste 50 procent van het totaal van de op de woningbouwlocatie gerealiseerde woningen.

6.

De ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:

7.

De ontvanger verstrekt, onverminderd het zesde lid, jaarlijks uiterlijk op 1 juli beleidsinformatie over de beheersing van de risico’s en de voortgang van de voorbereidingen en de realisatie van de gebiedsmaatregelen waarvoor een specifieke uitkering is verleend alsmede van de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie.

8.

De minister kan nadere voorschriften aan de specifieke uitkering verbinden, waarbij in bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het vijfde lid.

Artikel 7. Bevoorschotting en wijze van uitkering

1.

De minister verstrekt bij een besluit tot verlening van een specifieke uitkering een voorschot ter hoogte van het totaalbedrag van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 3, exclusief omzetbelasting.

2.

Het voorschot wordt, met ingang van het jaar dat het besluit tot verlening van de specifieke uitkering is genomen, in één keer uitgekeerd.

Artikel 8. Wijziging specifieke uitkering op aanvraag

1.

De minister kan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen.

2.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op:

3.

In geval van een situatie als bedoeld in artikel 6, zesde lid, kan de minister, mits er sprake is van bijzondere omstandigheden, bij een besluit tot wijziging van de specifieke uitkering bepalen dat wordt afgeweken van de termijnen, genoemd in artikel 6, derde en vierde lid en het percentage, bedoeld in artikel 6, vijfde en achtste lid.

4.

Een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan voorzien in het verlenen van een specifieke uitkering voor een gewijzigde gebiedsmaatregel mits:

5.

De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan uiterlijk tot de start van de realisatie van de gebiedsmaatregel waarop het oorspronkelijke besluit ziet worden ingediend met een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.

6.

Het bedrag van de gewijzigde specifieke uitkering in het gewijzigde besluit is niet hoger dan het bedrag van de oorspronkelijke uitkering.

7.

Het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie in het gewijzigde besluit is niet hoger dan het percentage van de oorspronkelijke uitkering.

8.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

9.

De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, over de wijziging van de verleende specifieke uitkering.

Artikel 9. Verantwoording

De verantwoording van de ontvanger over de besteding van de specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 10. Vaststelling

1.

De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve vast uiterlijk 31 december van het jaar waarop de laatste verantwoording overeenkomstig artikel 9 heeft plaatsgevonden.

2.

De minister kan de specifieke uitkering ambtshalve vaststellen indien uit de verantwoording, bedoeld in artikel 9, blijkt dat de ontvanger niet voldoet aan een verplichting als bedoeld in artikel 6 of artikel 8. Een ambtshalve vaststelling kan zien op het bedrag van de specifieke uitkering per gebiedsmaatregel.

3.

Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval:

4.

In geval van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, vermeldt het besluit op welke gebiedsmaatregel de vaststelling ziet.

5.

De specifieke uitkering kan lager worden vastgesteld dan het bedrag dat bij verlening is vastgesteld, indien de ontvanger niet heeft voldaan aan de bij of krachtens deze regeling gestelde verplichtingen.

6.

Indien uit de verantwoording blijkt dat het daadwerkelijke resterend financiële tekort per woningbouwlocatie lager is dan het voorziene resterend financiële tekort, bedoeld inartikel 4, tweede lid, onderdeel f, dan wordt het bedrag van de specifieke uitkering niet hoger vastgesteld dan het percentage, bedoeld in artikel 4 tweede lid, onderdeel g, van het resterend financiële tekort.

Artikel 11. Terugvordering

1.

Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 3, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd.

2.

De minister kan het verschil tussen de bedragen, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, terugvorderen.

Artikel 12. Hardheidsclausule

De minister kan een bepaling van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van het verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Evaluatie

1.

De minister publiceert uiterlijk op 1 september 2035 en op 30 september 2040 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de uitkering.

2.

De ontvanger verleent op verzoek van de minister alle gevraagde medewerking aan een evaluatieonderzoek.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 30 september 2040, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget.

Bijlage. bij artikel 3

Bijlage bij de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1 Het woningaantal staat op nul omdat het afgesproken woningaantal voor deze gemeente in dit woningbouwgebied is gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. Zie ook artikel II van de regeling.

2 Idem.

3 Idem.

4 Idem.

5 Dit woningbouwaantal maakt onderdeel uit van de MIRT-afspraken uit 2022; het is niet gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

6 Zie vorige voetnoot.

7 Zie vorige voetnoot.

8 Het woningaantal staat op nul omdat het afgesproken woningaantal voor deze gemeente in dit woningbouwgebied is gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. Zie ook artikel II van de regeling.

9 Idem

10 Door de te verwachten bijdrage op grond van de Tijdelijke regeling realisatiestimulans komt de aanvullende bijdrage vanuit het gebiedsbudget uit op € 0.

11 Het woningaantal staat op nul omdat het afgesproken woningaantal voor deze gemeente in dit woningbouwgebied is gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. Zie ook artikel II van de regeling.

12 Idem.

13 Dit woningbouwaantal maakt onderdeel uit van de MIRT-afspraken uit 2022; het is niet gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)