Besluit van 15 maart 2024, houdende regels met betrekking tot de uitvoering en handhaving van EU-verordeningen met betrekking tot de financiële markten of de op die markten werkzame personen (Besluit EU-verordeningen Wft)
De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, met uitzondering van de artikelen 41, 45, eerste lid, 46, en 49, tweede en derde lid.
De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
4. Buitengerechtelijke geschillenbeslechting
6. Samenwerking bevoegde autoriteiten (doorhaling registratie)
Bijlage 28. Verordening (EU) 2019/2033 (IFR -prudentiële vereisten beleggingsondernemingen)
Verordening (EU) nr. 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PbEU 2019, L 134)
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 31. Verordening (EU) 2020/1503 (CSPR – Crowdfundingdienstverleners voor bedrijven)
Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PbEU 2020, L 347)
4. Openbaarmaking overtredingen
Bijlage 32. Verordening (EU) 2021/23 (CCPRRR – herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen)
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 33. Verordening (EU) 2021/1230 (CBPR – grensoverschrijdende betalingen)
Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie (codificatie) (PbEU 2021, L 274)
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 34. Verordening (EU) 2022/858 (DLTPRR – DLT pilot regime)
Verordening (EU) 2022/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende een proefregeling voor marktinfrastructuren op basis van distributed ledger-technologie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 909/2014 en Richtlijn 2014/65/EU (PbEU 2022, L 151)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
Bijlage 35. Verordening (EU) 2022/2554 (DORA - digitale operationele weerbaarheid)
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten (PbEU 2023, L 2830)
Verordening (EU) nr. 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PbEU 2022, L 333)
De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van:
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 36. Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR – cryptoactivamarkten)
Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PbEU 2023, L 150)
3. Openbaarmaking overtredingen
De verordening is niet van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, onderdelen 4 tot en met 23, van Richtlijn 2013/36/EU (kapitaalvereisten).
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PbEU 2023, L 150)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 4 tot en met 15, 19, 27, 29, 51, 53, 59 tot en met 66, 68 tot en met 82 en 85 tot en met 92.
5. Lidstaatoptie artikel 143, derde lid (duur overgangsregeling)
2 Voor overtredingen, gerangschikt in de derde boetecategorie, waarbij een percentage is vermeld, geldt bij omzetgerelateerde boeten een verhoogd percentage, gelijk aan het vermelde percentage. Voor overtredingen, gerangschikt in de tweede categorie, geldt bij vermelding van een percentage dat de bevoegde autoriteit in dat geval tevens een omzetgerelateerde boete tot ten hoogste dat percentage kan opleggen. Artikel 1:82, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Verordening (EU) nr. 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PbEU 2022, L 333)
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
4. Lidstaatoptie artikel 2, vijfde lid (uitzondering richtlijn kapitaalvereisten)
Bijlage 36. Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR – cryptoactivamarkten)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 4 tot en met 15, 19, 27, 29, 51, 53, 59 tot en met 66, 68 tot en met 82 en 85 tot en met 92.
De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 16 tot en met 18, 20 tot en met 27, 28, 30 tot en met 50, 52, 54 t/m 58, 67, 83 en 84.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
1 Indien in de kolom «boetecategorie» een bedrag staat, geldt een verhoogd boetemaximum, gelijk aan dat bedrag. Het basisbedrag is dan de helft van het verhoogde boetemaximum.
4. Aanwijzen bevoegde autoriteiten grensoverschrijdende samenwerking
Als centraal aanspreekpunt voor grensoverschrijdende administratieve samenwerking als bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de verordening wordt aangewezen:
5. Lidstaatoptie artikel 143, derde lid (duur overgangsregeling)
De overgangsregeling voor bestaande aanbieders van cryptoactivadiensten, bedoeld in artikel 143, derde lid, van de verordening eindigt op 30 juni 2025.
Bijlage 38. Verordening (EU) 2023/2830 (veiling van broeikasgasemissierechten)
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten (PbEU 2023, L 2830)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten (PbEU 2023, L 2830)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Autoriteit Consument en Markt: ten aanzien van artikel 8.
3. Buitengerechtelijke geschillenbeslechting
Bijlage 5. Verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR – OTC-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters)
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 4, eerste en tweede lid, 4 bis, 4 ter, eerste tot en met derde lid, 6 bis, tweede lid, 7 bis, 7 ter, 7 quinquies, 11, 12, voor zover de tegenpartij geen bank, clearinginstelling, herverzekeraar, pensioenfonds of verzekeraar is, alsmede ten aanzien van de artikelen 4, derde lid bis, 4 ter, vijfde lid, 5 tot en met 7, 7 quater, 8 tot en met 10, 36 tot en met 39, 57, 59, 61 tot en met 63, 68 en 71 tot en met 74.
3. Samenwerking bevoegde autoriteiten
Bijlage 6. Verordening (EU) nr. 345/2013 (EuVECA – Europese durfkapitaalfondsen)
Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PbEU 2013, L 115)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 7. Verordening (EU) nr. 346/2013 (EuSEF – Europese sociaalondernemerschapsfondsen)
Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PbEU 2013, L 115)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 8. Verordening (EU) nr. 575/2013 (CRR – kapitaalvereisten)
Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Nederlandsche Bank.
Deel drie. Kapitaalvereisten
1 De artikelen 95, eerste en tweede lid, tot en met 98 vervallen met ingang van 26 juni 2026: zie artikel 62, veertiende lid, van Verordening (EU) 2019/2033 (IFR).
3. Openbaarmaking overtredingen
De Nederlandsche Bank kan, indien het een voorschrift betreft dat is gerangschikt in de derde boetecategorie, bij overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
4. Lidstaatoptie artikel 92, derde lid (kapitaalvloer op geconsolideerd niveau binnen Nederland)
Indien een Nederlandse bank onderdeel is van een groep met een Nederlandse moederbank, kan die Nederlandse bank het totaal van de risicoposten zonder ondergrens, bedoeld in artikel 92, vierde lid, van de verordening, gebruiken als totaal van de risicoposten, bedoeld in artikel 92, derde lid, eerste alinea, van de verordening, op voorwaarde dat de Nederlandse moederbank of, in het geval van een groep bestaande uit een centrale kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet en blijvend aangesloten banken, het geheel gevormd door de centrale kredietinstelling en de aangesloten banken, het totaal van de risicoposten op geconsolideerde basis berekent overeenkomstig artikel 92, derde lid, eerste alinea, van de verordening.
5. Lidstaatoptie artikel 465, vijfde tot en met negende lid (risicogewichten op blootstellingen gedekt door hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed)
Indien door de Nederlandsche Bank, of de Europese Centrale Bank indien dit volgt uit de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht, is vastgesteld dat een bank voldoet aan alle vereisten, bedoeld in artikel 465, zesde tot en met achtste lid, onderdeel e, van de verordening kapitaalvereisten, kan de bank gebruik maken van de mogelijkheden geboden in artikel 465, vijfde en negende lid, van die verordening met betrekking tot de risicogewichten voor blootstellingen die gedekt worden door hypotheken op Nederlands niet-zakelijk onroerend goed, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 75, van die verordening.
Bijlage 9. Verordening (EU) nr. 596/2014 (MAR – marktmisbruik)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
2 Voor overtredingen, gerangschikt in de derde boetecategorie, waarbij een percentage is vermeld, geldt bij omzetgerelateerde boeten een verhoogd percentage, gelijk aan het vermelde percentage. Voor overtredingen, gerangschikt in de tweede categorie, geldt bij vermelding van een percentage dat de bevoegde autoriteit in dat geval tevens een omzetgerelateerde boete tot ten hoogste dat percentage kan opleggen. Artikel 1:82, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
3. Onmiddellijke publicatie
De Autoriteit Financiële Markten maakt op grond van artikel 1:97, derde lid, van de wet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van een in bovenstaande tabellen met een «P» aangeduide overtreding zo spoedig mogelijk openbaar.
4. Lidstaatoptie artikel 17, vierde lid (openbaarmaking voorwetenschap)
Uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van de verordening en deelnemers aan een emissierechtenmarkt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 20, van de verordening hoeven slechts op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk uiteen te zetten op welke wijze aan de voorwaarden voor uitstel, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de verordening, is voldaan.
5. Lidstaatoptie artikel 19, derde lid (transacties door leidinggevenden)
Uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van de verordening en deelnemers aan een emissierechtenmarkt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 20, van de verordening zijn niet gehouden de overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de verordening aan de Autoriteit Financiële Markten gemelde informatie overeenkomstig het derde lid van dat artikel openbaar te maken.
Bijlage 10. Verordening (EU) nr. 600/2014 (MiFIR – markten voor financiële instrumenten)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
3. Openbaarmaking overtredingen
De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 12. Verordening (EU) nr. 909/2014 (CSDR – centrale effectenbewaarinstellingen)
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Bijlage 16. Verordening (EU) 2015/751 (MIF – afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties)
Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PbEU 2015, L 123)
3. Openbaarmaking bestuurlijke boetes
De maximale afwikkelingsvergoeding voor een binnenlandse debetkaarttransactie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, eerste volzin, van de verordening, bedraagt € 0,02 per transactie.
Bijlage 18. Verordening (EU) 2015/2365 (SFTR – effectenfinancieringstransacties)
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
Bijlage 20. Verordening (EU) 2017/565 (Gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 – organisatorische eisen)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
Bijlage 23. Verordening (EU) 2017/2358 (IDD POG – productontwikkeling en -governance)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
Bijlage 24. Verordening (EU) 2017/2359 (IDD COB – verzekeringen met een beleggingscomponent)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
3. Openbaarmaking overtredingen
Bijlage 25. Verordening (EU) 2017/2402 (SECR – securitisaties)
Een melding als bedoeld in artikel 4, tweede alinea, van de verordening kan gedaan worden op de website van de Belastingdienst, www.belastingdienst.nl, onder «Meldpunt securitisatieverordening».
Bijlage 27. Verordening (EU) 2019/1238 (PEPP – pan-Europees persoonlijk pensioenproduct)
De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 41, 45, eerste lid, 46, en 49, tweede en derde lid.
Bijlage 28. Verordening (EU) 2019/2033 (IFR -prudentiële vereisten beleggingsondernemingen)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
Bijlage 31. Verordening (EU) 2020/1503 (CSPR – Crowdfundingdienstverleners voor bedrijven)
3. Ontzegging bevoegdheid om bepaalde functies uit te oefenen
De bevoegde autoriteit maakt op grond van artikel 1:97, derde lid, van de wet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van een in de tabel onder 2 met een «P» aangeduide overtreding zo spoedig mogelijk openbaar.
Bijlage 32. Verordening (EU) 2021/23 (CCPRRR – herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen)
De Nederlandsche Bank kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
Bijlage 33. Verordening (EU) 2021/1230 (CBPR – grensoverschrijdende betalingen)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
4. Lidstaatoptie artikel 10, derde lid (beperken geschillenbeslechting tot consumenten en micro-ondernemingen)
Bijlage 36. Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR – cryptoactivamarkten)
De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 16 tot en met 18, 20 tot en met 27, 28, 30 tot en met 50, 52, 54 t/m 58, 67, 83 en 84.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
3. Ontzegging bevoegdheid om bepaalde functies uit te oefenen
2 Voor overtredingen, gerangschikt in de derde boetecategorie, waarbij een percentage is vermeld, geldt bij omzetgerelateerde boeten een verhoogd percentage, gelijk aan het vermelde percentage. Voor overtredingen, gerangschikt in de tweede categorie, geldt bij vermelding van een percentage dat de bevoegde autoriteit in dat geval tevens een omzetgerelateerde boete tot ten hoogste dat percentage kan opleggen. Artikel 1:82, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
3. Ontzegging bevoegdheid om bepaalde functies uit te oefenen
De bevoegde autoriteit kan bij overtreding van de artikelen 59, 60, 64 tot en met 83 en 88 tot en met 92 van de verordening aan de overtreder of, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven, tijdelijk de bevoegdheid ontzeggen om het beleid te bepalen en leiding te geven bij een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 15, van de verordening.
4. Aanwijzen bevoegde autoriteiten grensoverschrijdende samenwerking
Als centraal aanspreekpunt voor grensoverschrijdende administratieve samenwerking als bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de verordening wordt aangewezen:
Bijlage 37. Verordening (EU) 2023/2631 (EuGBR – Europese groene obligaties)
Bijlage 38. Verordening (EU) 2023/2830 (veiling van broeikasgasemissierechten)
De Nederlandsche Bank: ten aanzien van titel II, hoofdstuk 2 en de artikelen 18 en 19 van de verordening voor zover het een initiator als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3, van Verordening (EU) 2017/2402 (SECR) betreft.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De overgangsregeling voor bestaande aanbieders van cryptoactivadiensten, bedoeld in artikel 143, derde lid, van de verordening eindigt op 30 juni 2025.
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties
3. Openbaarmaking overtredingen
De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde, in voorkomend geval met inachtneming van artikel 45, eerste lid, onderdeel n, van de verordening, de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
3. Openbaarmaking overtredingen
De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde, in voorkomend geval met inachtneming van artikel 45, eerste lid, onderdeel n, van de verordening, de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.
Bijlage 38. Verordening (EU) 2023/2830 (veiling van broeikasgasemissierechten)
De bevoegde autoriteit maakt op grond van artikel 1:97, derde lid, van de wet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van een in de tabel onder 2 met een «P» aangeduide overtreding zo spoedig mogelijk openbaar.
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten (PbEU 2023, L 2830)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Bijlage 36. Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR – cryptoactivamarkten)
5. Lidstaatoptie artikel 143, derde lid (duur overgangsregeling)
Bijlage 37. Verordening (EU) 2023/2631 (EuGBR – Europese groene obligaties)
1. Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, voor zover de Nederlandsche Bank ten aanzien titel II, hoofdstuk 2 en de artikelen 18 en 19 niet als bevoegde autoriteit is aangewezen.
De Nederlandsche Bank: ten aanzien van titel II, hoofdstuk 2 en de artikelen 18 en 19 van de verordening voor zover het een initiator als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3, van Verordening (EU) 2017/2402 (SECR) betreft.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
4. Onmiddellijke publicatie
Bijlage 38. Verordening (EU) 2023/2830 (veiling van broeikasgasemissierechten)
De Autoriteit Financiële Markten, voor zover het betreft de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, het geheel of gedeeltelijk intrekken van die vergunningen en het toezicht op de naleving en de handhaving van artikel 50, tweede en derde lid.
2. Handhaving door middel van last onder dwangsom of bestuurlijke boete
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)