Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 juni 2024, nr. 2024-0000158938, houdende regels voor subsidieverstrekking voor statushouders ter bevordering van duurzame participatie op de arbeidsmarkt (Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-06
State In force
Source BWB
artikelen 12
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste en derde lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak: een tijdvak als bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
  • de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
  • minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken.

Artikel 3. Doel van de subsidie

Het doel van deze regeling is het stimuleren van werkgevers om statushouders in dienst te nemen door hen financieel tegemoet te komen bij het ondernemen van activiteiten op de werkvloer, gericht op het verkleinen van cultuur- en taalverschillen ter bevordering van de duurzame participatie van de statushouder op de arbeidsmarkt.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden

Een werkgever komt in aanmerking voor subsidie ten behoeve van een statushouder indien:

  • b. de statushouder voorafgaand aan de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in onderdeel a, niet reeds eerder voor de werkgever die de subsidie aanvraagt betaalde arbeid heeft verricht;
  • c. dezelfde subsidiabele kosten niet reeds uit hoofde van deze of een andere regeling worden gefinancierd;
  • d. de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening;
  • e. de aanvraag binnen het aanvraagtijdvak wordt ingediend; en
  • f. de werkgever individuele begeleiding organiseert en deze op schrift stelt middels een activiteitenplan. Dit activiteitenplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
  • 1°. taalafspraken: afspraken over het bijbrengen van de Nederlandse taal aan de statushouder welke is gericht op het verkrijgen van specifieke kennis van taal op de werkvloer, de vaktaal en vakterminologie die nodig is voor het uitvoeren van de functie van de statushouder; en
  • 2°. begeleidingsafspraken: afspraken over hoe de begeleiding van de statushouder op de werkvloer wordt vormgegeven. Dit betreft minimaal afspraken over de structuur van de begeleiding evenals over hoe de cultuur van de organisatie wordt bijgebracht waarbij rekening wordt gehouden met de achtergrond van de statushouder.

Artikel 5. Aanvraag subsidie

1.

Een werkgever kan op grond van deze regeling maximaal één aanvraag per aanvraagtijdvak indienen.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier dat elektronisch beschikbaar is gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

3.

De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van:

  • a. het activiteitenplan met de vormgeving van de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 4, onderdeel f;
  • b. een verklaring waarin de werkgever verklaart dat de statushouder waar de subsidie voor wordt aangevraagd bij de start van de werkzaamheden beschikt over een document waaruit blijkt dat wordt voldaan aan artikel 4, onderdeel a, en dat ten opzichte van deze statushouder wordt voldaan aan artikel 4, onderdeel b;
  • c. het burgerservicenummer van de statushouder waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
  • d. een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening; en
4.

Voor het activiteitenplan, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de verklaring, bedoeld in het derde lid onderdeel d, wordt gebruik gemaakt van de daartoe verstrekte formats op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 6. Aanvraagtijdvak, subsidieplafond en verdeling

1.

Een subsidieaanvraag kan in het kalenderjaar 2024 bij de minister worden ingediend van maandag 2 september 2024, 09:00 uur tot maandag 30 september 2024, 23:59 uur en in het kalenderjaar 2025 van maandag 2 juni 2025, 09:00 uur tot en met dinsdag 30 september 2025, 17:00 uur. In het kalenderjaar 2026 kan een subsidieaanvraag bij de minister worden ingediend van maandag 8 juni 2026, 09:00 uur tot woensdag 30 september, 17:00 uur.

2.

Voor het verstrekken van subsidie is voor het kalenderjaar 2024 in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 3.100.000,– en voor het kalenderjaar 2025 een bedrag van ten hoogste € 3.000.000,–. Voor het verstrekken van subsidie voor het kalenderjaar 2026 is in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 2.000.000,–.

3.

De minister maakt de aanvraagtijdvakken en de subsidieplafonds voor de de kalenderjaren 2025 tot en met 2029 uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de openstelling van de aanvraagtijdvakken van het betreffende kalenderjaar bekend in de Staatscourant.

4.

De minister kent aan volledige aanvragen een aantal punten toe, aan de hand van het beoordelingskader, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd.

5.

De minister verdeelt de in het betreffende kalenderjaar beschikbare subsidiebedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen, met dien verstande dat de minister op de subsidieaanvraag afwijzend beslist, indien het totaal aantal punten, bedoeld in het vierde lid, minder dan elf punten bedraagt.

6.

De subsidie bedraagt € 3.000,– per statushouder. Indien de aanvrager niet eerder gelden heeft ontvangen op grond van deze regeling wordt eenmalig aanvullend een bedrag van € 3.000,– verstrekt. Het totale subsidiebedrag bedraagt niet meer dan € 24.000,–.

Artikel 7. Subsidieverlening

De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de subsidieverlening.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

Aan de werkgever aan wie subsidie wordt verleend, worden, in aanvulling op hoofdstuk 5 van de kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de volgende verplichtingen opgelegd:

  • b. de werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van de individuele begeleiding op de werkvloer van de statushouder gedurende ten minste één jaar;
  • c. de werkgever is verplicht zich in te spannen om werknemers te stimuleren om deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van de taal- en begeleidingsafspraken, bedoeld in artikel 4, onderdeel d; en
  • d. de subsidiabele activiteiten worden uiterlijk binnen twee jaar na de datum van de initiële subsidieverlening afgerond.

Artikel 9. Weigeringsgrond

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels.

Artikel 10. Vaststelling en verantwoording

1.

De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

2.

De werkgever aan wie subsidie is verleend toont op verzoek van de Minister, tot zeven jaar na de datum van de vaststelling van de subsidie, aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de verleende subsidie, aan de hand van de volgende documenten:

  • a. een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de individuele begeleiding is uitgevoerd;
  • b. een loonstaat waaruit blijkt dat de betreffende statushouder loon heeft ontvangen in de periode waarop de subsidie betrekking heeft;
  • c. een kopie van de verblijfsvergunning van de statushouder; en
3.

De Minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever die de subsidie is verleend wijzigen, indien de werkgever niet heeft voldaan aan de voorwaarden of het doel van deze regeling.

4.

Voor het activiteitenverslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het daartoe verstrekte format op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2029, met dien verstande dat de regeling zoals die luidde voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van deze regeling.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders.

Bijlage. beoordelingskader subsidieverstrekking

Deze bijlage behoort bij artikel 6, vierde lid.

Activiteitenplan

Functie en taken

Begeleiding op de werkvloer

Taalafspraken

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)