Tijdelijke regeling van de StaatssecretarisKoninkrijksrelaties en Digitalisering van 14 juni 2024 nr. 2024-0000317622, houdende subsidie voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-01
State In force
Source BWB
artikelen 18
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Financiën, de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister voor Klimaat en Energie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 3 en 4, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vierde en zevende lid, 7, derde lid, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 14 en 20 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidiedoel

De minister kan subsidie verstrekken voor initiatieven in het Europese deel van Nederland ten behoeve van nazaten van tot slaaf gemaakten, die in navolging van de gemaakte excuses voor het trans-Atlantisch slavernijverleden een of meer van de volgende doelen dienen:

Artikel 3. Staatssteun

Subsidies op grond van deze regeling kunnen staatssteun bevatten. Dit wordt gerechtvaardigd door artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 4. Subsidieplafond

1.

De minister stelt in de periode 11 augustus 2025 tot en met 3 mei 2028 € 29.333.333,33 beschikbaar, welk bedrag wordt verdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor elk van die aanvraagtijdvakken afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.

2.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 5, tweede lid, bedraagt elk € 1.000.000.

3.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 5, derde lid, bedraagt elk € 4.000.000.

4.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 5, vierde lid, bedraagt elk € 3.500.000.

5.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 5, vijfde lid, bedraagt voor het eerste tijdvak € 6.333.333 en het tweede tijdvak € 6.000.000.

Artikel 5. Aanvraagtijdvakken

1.

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.

2.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 6, eerste lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 11 augustus 2025, 09.00 uur, tot 12 september 2025, 17.00 uur, of in het tweede aanvraagtijdvak van 1 juli 2027, 09.00 uur, tot 2 augustus 2027, 17.00 uur.

3.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 6, tweede lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 3 november 2025, 09.00 uur, tot 3 december 2025, 17.00 uur, of in het tweede aanvraagtijdvak van 3 april 2028, 09.00 uur, tot 3 mei 2028, 17.00 uur.

4.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 6, derde lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 april 2026, 09.00 uur, tot 1 mei 2026, 17.00 uur, of in het tweede aanvraagtijdvak van 1 april 2027, 09.00 uur, tot 3 mei 2027, 17.00 uur.

5.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 6, vierde lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 april 2026, 09.00 uur, tot 1 mei 2026, 17.00 uur, of in het tweede aanvraagtijdvak van 1 april 2027, 09.00 uur, tot 3 mei 2027, 17.00 uur.

Artikel 6. Subsidiecategorieën

1.

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten met een maximale looptijd van 1 jaar voor het professionaliseren van aanvragers die werkzaam zijn in het Europese deel van Nederland en die werken ten behoeve van de doelen, genoemd in artikel 2.

2.

De minister kan subsidie verstrekken voor kleinschalige maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 1 jaar in het Europese deel van Nederland die bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2.

3.

De minister kan subsidie verstrekken voor middelgrote maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 4 jaar in het Europese deel van Nederland die bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2.

4.

De minister kan subsidie verstrekken voor grootschalige maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 4 jaar in het Europese deel van Nederland die bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2.

Artikel 7. Hoogte van subsidie

1.

De subsidie op grond van artikel 6, eerste lid, bedraagt € 5.000,–.

2.

De subsidie op grond van artikel 6, tweede lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal € 5.000,– tot € 25.000,–.

3.

De subsidie op grond van artikel 6, derde lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal € 25.000,– tot € 125.000,–.

4.

De subsidie op grond van artikel 6, vierde lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal € 125.000,– en ten hoogste € 500.000,–.

Artikel 8. Subsidiabele activiteiten

1.

Voor subsidies op grond van artikel 6, eerste lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

2.

Voor subsidies op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

3.

Onverminderd het tweede lid, komen voor subsidies op grond van artikel 6, vierde lid, uitsluitend projecten in aanmerking met een blijvende of langdurige impact of met een groot bereik die het slavernijverleden en de gedeelde geschiedenis zichtbaar maken.

Artikel 9. Subsidiabele kosten

1.

Voor subsidie komen in aanmerking:

2.

Onverminderd het eerste lid, komen voor activiteiten op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, voor subsidie in aanmerking:

3.

Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste € 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van:

4.

Een uurtarief van een externe adviseur bedraagt maximaal € 135,–, exclusief btw. Voorgaande volzin is niet van toepassing, indien de Aanbestedingswet 2012 op de subsidieontvanger van toepassing is.

5.

Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de hiernavolgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vrijwilligersvergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel:

6.

Voor subsidie komen niet in aanmerking:

7.

Voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, zijn opleidingskosten niet subsidiabel.

Artikel 10. Aanvragers

1.

Voor subsidie komen in aanmerking rechtspersonen zonder winstoogmerk die zijn gevestigd in het Europese deel van Nederland.

2.

Geen subsidie wordt verstrekt aan natuurlijke personen.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen op Bonaire, St. Eustatius en Saba.

Artikel 11. Subsidieaanvraagvereisten

1.

De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het daartoe bestemde elektronisch aanvraagformulier op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl dat is ondertekend door een functionaris, bevoegd om namens de subsidieaanvrager te handelen.

2.

Een aanvraag bevat de gegevens en bescheiden, genoemd in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies.

3.

Onverminderd het tweede lid, bevat de subsidieaanvraag een activiteitenplan en begroting met gebruikmaking van de voorgeschreven formats.

4.

Indien van toepassing, bevat een aanvraag een machtigingsformulier.

5.

Een aanvraag is volledig wanneer het elektronische formulier en de vereiste bijlagen volledig zijn ingevuld en binnen het aanvraagtijdvak zijn ontvangen door de minister. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen 2 weken na de mededeling van de minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de aanvrager.

6.

Door het indienen van de aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.

Artikel 12. Beoordeling aanvragen

1.

Bij overschrijding van het subsidieplafond, genoemd in artikel 4, stelt de minister na afloop van het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 5, door middel van loting de volgorde vast waarin de ontvangen aanvragen worden afgehandeld.

2.

Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen.

3.

Onvolledige subsidieaanvragen worden, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst.

4.

Indien de minister voornemens is negatief te beschikken omdat een project, op grond van artikel 6, derde en vierde lid, onvoldoende verband houdt met het slavernijverleden en de daarop gerichte doelen, zal eerst advies worden ingewonnen bij de adviescommissie, bedoeld in artikel 13.

5.

De projectperiode vangt aan op de datum van de beschikking tot subsidieverlening. De subsidiabele activiteiten starten niet later dan 13 weken nadat de subsidieverlening is beschikt.

Artikel 13. Adviescommissie

1.

De minister stelt een adviescommissie in.

2.

De adviescommissie adviseert de minister over de toepassing van artikel 12, vierde lid.

3.

Indien de adviescommissie adviseert om een aanvraag te subsidiëren, kan de minister gemotiveerd anders besluiten.

4.

De adviescommissie brengt binnen 6 weken na het verzoek daartoe schriftelijk advies uit aan de minister.

Artikel 14. Weigeringsgronden

De minister wijst een aanvraag voor een subsidie af voor zover:

Artikel 15. Wijze van subsidieverstrekking

1.

Bij subsidieverstrekking op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, wordt een beschikking tot subsidieverlening gegeven met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.

2.

Bij subsidieverstrekking op grond van artikel 6, derde en vierde lid, wordt de subsidie verstrekt in de vorm van een vast bedrag op basis van de gegevens die worden ingediend bij de aanvraag. Een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en de datum waarop een verzoek tot subsidievaststelling moet worden gedaan.

3.

De subsidieaanvrager dient het verzoek tot subsidievaststelling in door middel van het daartoe bestemde elektronisch formulier op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 16. Verplichtingen subsidieontvanger

1.

Indien in de activiteit gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers, wordt een vrijwilligersovereenkomst afgesloten.

2.

Voor activiteiten als bedoeld in artikel 6, tweede, derde en vierde lid, wordt een urenadministratie bijgehouden.

Artikel 17. Inwerkingtreding

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 11 augustus 2025 en vervalt met ingang van 4 mei 2028.

2.

In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, van vervallen van de regeling van toepassing op de afwikkeling van subsidieaanvragen en -vaststellingen op grond van deze regeling.

Artikel 53 AGVV

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)