Besluit Deelnemingsvrijstelling

Type Beleidsregel
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

2.17. Artikel 13, zeventiende lid, Wet Vpb

In artikel 13, zeventiende lid, Wet Vpb is geregeld dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op voordelen uit hoofde van een deelneming voor zover die voordelen bestaan uit vergoedingen of betalingen die bij het lichaam waarin de deelneming wordt gehouden rechtens dan wel in feite direct of indirect in aftrek kunnen komen voor een winstbelasting. De uitsluiting van de deelnemingsvrijstelling geldt ook voor hetgeen de belastingplichtige ontvangt ter vervanging van de belastbare vergoedingen of betalingen.

2.17.1. Naar haar aard aftrekbaar

Voor de toepassing van artikel 13, zeventiende lid, Wet Vpb is van belang of de vergoeding of betaling naar haar aard in het buitenland in aftrek kan komen bij de bepaling van de totaalwinst van het lichaam waarin de deelneming wordt gehouden. Een eventuele aftrekbeperking van de vergoeding of betaling staat evenals het niet daadwerkelijk in aftrek brengen van de vergoeding of betaling niet in de weg aan de toepassing van deze bepaling. Daarnaast is niet van belang of de vergoeding of betaling in hetzelfde jaar in aftrek kan worden gebracht als het jaar waarin deze wordt ontvangen.13Kamerstukken II 2015/16, 34 306, nr. 3, p. 7.

2.17.2. Vervreemdingsresultaat

Bij de vervreemding van bijvoorbeeld een hybride schuldvordering waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is kan de verkoopprijs voor een deel bestaan uit nog niet betaalde vergoedingen (meegekocht(e) rente of dividend). De koper activeert de hybride schuldvordering tegen kostprijs, dus inclusief de nog te ontvangen vergoeding. Als de bij de schuldenaar aftrekbare vergoeding wordt ontvangen door de koper, boekt de koper deze vergoeding af op de hybride schuldvordering. Op grond van de laatste volzin van artikel 13, zeventiende lid, Wet Vpb wordt deze vergoeding voor zover deze bij de schuldenaar waarin een deelneming wordt gehouden aftrekbaar is, bij de koper tot de winst gerekend.14Kamerstukken II 2015/16, 34 306, nr. 3, p. 7–8.

2.17.3. Betalingen om niet tussen vennootschappen in het buitenland

Het komt voor dat een vennootschap die gevestigd noch belastingplichtig is in Nederland een in het buitenland aftrekbare betaling rechtstreeks verricht aan een andere in dat (buiten)land gevestigde vennootschap, zonder dat daar een levering van een goed of dienst tegenover staat. Als deze vennootschappen gelieerd zijn aan een in Nederland belastingplichtige vennootschap kan deze betaling bij de Nederlandse belastingplichtige tot een verkapte winstuitdeling leiden. Op grond van doel en strekking van artikel 13, zeventiende lid, Wet Vpb is in dit specifieke geval deze bepaling niet van toepassing.

3. Artikel 13a Wet Vpb

Gereserveerd.

4. Artikel 13aa Wet Vpb

Gereserveerd.

5. Artikel 13b Wet Vpb

Artikel 13b, eerste lid, Wet Vpb is van toepassing bij een afgewaardeerde vordering op een lichaam waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam een deelneming heeft. Het begrip ‘deelneming’ beoogt slechts aan te geven dat het verbonden lichaam een belang in de schuldenaar moet hebben dat voldoet aan de objectieve criteria van artikel 13, tweede lid, Wet Vpb (zie Kamerstukken I 2004/05, 29 686, nr. C, p. 3). Artikel 13b, eerste lid, Wet Vpb is dus ook van toepassing als de deelneming wordt gehouden door een verbonden lichaam dat niet kan worden aangemerkt als een belastingplichtige voor de heffing van de vennootschapsbelasting.

5.1.2. Begrip ‘afgewaardeerde schuldvordering’; liquidatie-uitkeringen

Artikel 13b, eerste lid, Wet Vpb is van toepassing als een schuldvordering ten laste van de in Nederland belastbare winst is afgewaardeerd. Uit de parlementaire behandeling van artikel 13b Wet Vpb blijkt dat het begrip ‘afwaardering’ ruim moet worden opgevat (zie Kamerstukken I 1989/90, 19 968, nr. 41c, p. 8).

5.2. Artikel 13b, tweede lid, Wet Vpb

Gereserveerd.

5.3. Artikel 13b, derde lid, Wet Vpb

Als een schuldvordering op een lichaam waarin een deelneming wordt gehouden, is afgewaardeerd ten laste van in Nederland belastbare winst, heeft de vervreemding of overbrenging van de schuldvordering in bepaalde gevallen tot gevolg dat de afwaardering moet worden teruggenomen (artikel 13b, eerste en tweede lid, Wet Vpb). Deze bepaling ziet niet alleen op waardedalingen van een schuldvordering door de slechte gang van zaken bij de schuldenaar, maar ook op waardedalingen van een schuldvordering door valutaverliezen.

6. Artikel 13ba Wet Vpb

Artikel 13ba, eerste lid, Wet Vpb bepaalt dat de belastingplichtige onder bepaalde omstandigheden een bedrag gelijk aan een ten laste van de winst gekomen afwaardering op een schuldvordering tot de winst moet rekenen. Dit bedrag kan gelijktijdig ten laste van de winst worden toegevoegd aan een opwaarderingsreserve. Deze bepaling ziet niet alleen op een afwaardering die het gevolg is geweest van een waardedaling van een schuldvordering door de slechte gang van zaken bij de schuldenaar, maar ook op een waardedaling van een schuldvordering door valutaverliezen.

6.1.1. Opwaarderingsreserve

De belastingplichtige kan zijn keuze om de uit artikel 13ba, eerste lid, Wet Vpb voortvloeiende winst toe te voegen aan een opwaarderingsreserve herzien tot het moment waarop de aanslag van het jaar waarin de omstandigheid als bedoeld in artikel 13ba, tweede lid, Wet Vpb zich voordoet onherroepelijk vaststaat. Het is niet mogelijk om slechts een deel van deze winst toe te voegen aan de opwaarderingsreserve.16Kamerstukken I 2004/05, 29 686, C, p. 12.

6.1.2. Afgewaardeerde schuldvordering; afgedekt valutaresultaat

Als een schuldvordering in vreemde valuta luidt, kan de belastingplichtige het valutarisico dat hij loopt op deze schuldvordering hebben afgedekt. Als de schuldvordering door valutawijzigingen in waarde is gedaald, zal tegenover deze waardedaling van de schuldvordering een waardestijging van het afdekkingsinstrument staan. Of en in welke mate deze waardestijging op enig moment in de winst wordt begrepen hangt af van de feitelijke situatie. Het maakt voor de toepassing van artikel 13ba Wet Vpb echter niet uit of het valutarisico op de schuldvordering is afgedekt. In situaties waarbij sprake is van een afdekking en het afdekkingsinstrument gelijktijdig met de rechtshandelingen genoemd in artikel 13ba, tweede lid, Wet Vpb wordt afgewikkeld, ben ik bereid om te bezien of er onder voorwaarden aanleiding is tot toepassing van artikel 63 AWR. Belanghebbenden kunnen hiertoe een verzoek richten aan de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.

6.2. Artikel 13ba, tweede lid, Wet Vpb

Op grond van artikel 13ba, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, Wet Vpb wordt een afwaardering van een schuldvordering teruggenomen als de met de schuldvordering corresponderende schuld door de schuldenaar wordt voldaan door het uitgeven van aandelen, winstbewijzen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid. Ook bij een samenstel van rechtshandelingen kan sprake zijn van een situatie als bedoeld in artikel 13ba, tweede lid, onderdeel a, Wet Vpb. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een belastingplichtige een afgewaardeerde schuldvordering in vreemde valuta heeft op een schuldenaar en op enig moment tegen uitreiking van aandelen contanten worden gestort in de schuldenaar, waarna de schuld aan de belastingplichtige wordt afgelost.

6.2.2. Artikel 13ba, tweede lid, onderdeel b Wet Vpb; onzakelijke kwijtschelding zakelijke schuldvordering

De handeling waarbij een belastingplichtige een zakelijke schuldvordering op een deelneming geheel of ten dele uitsluitend op grond van aandeelhoudersmotieven kwijtscheldt wordt bestreken door artikel 13ba, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb en dus niet door artikel 13ba, tweede lid, onderdeel c, Wet Vpb.17Vgl. Kamerstukken II 2001/02, 27 209, nr. 89b, p. 2. Als gevolg hiervan is een beroep op artikel 13ba, vierde lid, Wet Vpb in dat geval niet mogelijk.

7. Artikel 13c Wet Vpb

Artikel 13c Wet Vpb is ingevoerd om te voorkomen dat de zogenoemde inhaalregeling van artikel 35 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt ontlopen. Het terugnemen van inhaalverliezen als bedoeld in artikel 13c Wet Vpb ziet op verliezen uit een buitenlandse onderneming die voorheen door de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam werd gedreven, maar die na de omzetting in een deelneming wordt gedreven door het lichaam waarin die deelneming wordt gehouden. Zonder artikel 13c Wet Vpb zou het mogelijk zijn om inhaalverliezen definitief te maken door een buitenlandse onderneming om te zetten in een deelneming. Met ingang van 2012 is artikel 13c Wet Vpb vervallen. Op grond van artikel 33b, vijfde lid, Wet Vpb blijft dit artikel echter van toepassing in de daar beschreven gevallen. De volgende paragrafen hebben daarom ook na 2011 hun belang behouden.

7.1. Artikel 13c, eerste lid, Wet Vpb

In artikel 13c, eerste lid, Wet Vpb is aansluiting gezocht bij de positieve voordelen uit hoofde van de deelneming in het lichaam dat de buitenlandse onderneming voortzet. Dit betekent dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de positieve voordelen die enerzijds zijn toe te rekenen aan de activiteiten van de voortgezette buitenlandse onderneming en anderzijds aan de andere activiteiten van de deelneming. Ik kan mij voorstellen dat deze benadering in bepaalde gevallen kennelijk onredelijk uitpakt. Daarom keur ik het volgende goed.

7.1.2. Niet meer verrekenbare verliezen

Op grond van artikel 20, zoals dat luidde op 31 december 2021, en artikel 20a Wet Vpb zijn nog openstaande verliezen vanaf enig moment niet meer verrekenbaar. De 13c-claim kent geen termijn. Dit verschil kan naar mijn mening bij een onverkorte toepassing van artikel 13c Wet Vpb onredelijk uitpakken. Deze onredelijkheid doet zich voor als de 13c-claim betrekking heeft op niet meer verrekenbare verliezen voor zover deze verliezen direct voortvloeien uit buitenlandse verliezen van een omgezette buitenlandse onderneming. Daarom keur ik het volgende goed.

7.1.3. Verliezen gestaakte buitenlandse onderneming

Als een belastingplichtige is opgehouden winst uit een buitenlandse onderneming te genieten en hij of een met hem verbonden lichaam later opnieuw winst uit een buitenlandse onderneming gaat genieten, welke onderneming vervolgens wordt omgezet in een deelneming, ziet artikel 13c Wet Vpb niet op de eventuele verliezen uit de eerste gestaakte onderneming. Alleen de inhaalverliezen uit de op het moment van omzetting gedreven buitenlandse onderneming, worden voor de toepassing van artikel 13c Wet Vpb in aanmerking genomen.

7.2. en 7.3 Artikel 13c, tweede en derde lid, Wet Vpb

Gereserveerd.

7.4. Artikel 13c, vierde lid, Wet Vpb

In artikel 13c, vierde lid, Wet Vpb is een regeling voor middellijke belangen opgenomen. Hierdoor is artikel 13c Wet Vpb ook van toepassing als de buitenlandse onderneming wordt voortgezet door een lichaam waarin de belastingplichtige via een deelneming een middellijk belang heeft.

8. Artikel 13d Wet Vpb

In artikel 13, eerste lid, Wet Vpb is de hoofdregel van de deelnemingsvrijstelling opgenomen dat bij het bepalen van de winst de voordelen uit hoofde van een deelneming buiten aanmerking blijven. Dit betekent dat de winst niet wordt beïnvloed door waardestijgingen, maar ook niet door waardedalingen van een aandelenpakket.

8.1. Artikel 13d, eerste lid, Wet Vpb

Bij de liquidatieverliesregeling valt het ontbindingstijdstip (artikel 13d, eerste lid, Wet Vpb) vaak in een eerder jaar dan het vereffeningstijdstip (artikel 13d, veertiende lid, Wet Vpb). Dit betekent dat het geldende regime in het jaar van ontbinding door een wetswijziging kan afwijken van het regime in het jaar van vereffening. Naar mijn mening is de wettekst op het vereffeningstijdstip bepalend. Dit is namelijk het moment waarop het liquidatieverlies fiscaal in aanmerking kan worden genomen.

8.1.2. Verruiming begrip ‘liquidatie’

De liquidatieverliesregeling van artikel 13d Wet Vpb ziet alleen op formele liquidaties. Hiervan is sprake bij een ontbinding van een deelneming gevolgd door een vereffening. In de praktijk kunnen zich echter situaties voordoen waarin een deelneming weliswaar niet formeel is ontbonden of kan worden ontbonden, maar waarbij een toestand is ingetreden die materieel met een formele liquidatie is gelijk te stellen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het geval waarin een in het buitenland gevestigde dochtermaatschappij haar werkzaamheden wegens politieke omstandigheden blijvend moet beëindigen. Ook kan worden gedacht aan het geval waarin een dochtermaatschappij wordt genationaliseerd, waarbij de moedermaatschappij alle zeggenschap in de dochtermaatschappij verliest en de investering geen vruchten meer afwerpt.

8.2. t/m 8.4 Artikel 13d, tweede t/m vierde lid, Wet Vpb

Gereserveerd

8.5. Artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb

Als uit de winst van een deelneming een bonusaandeel wordt ontvangen, heeft dit geen effect op het voor de deelneming opgeofferde bedrag. Het maakt daarbij geen verschil of de uitgifte van het bonusaandeel geput wordt uit nieuwe winstreserves of reserves die al bestonden ten tijde van de verwerving van de deelneming (meegekocht dividend). Hoewel bij de deelneming een verschuiving van winstreserves naar kapitaal/agio plaatsvindt, kan niet gezegd worden dat de belastingplichtige ter gelegenheid van de uitgifte van de winstbonusaandelen iets opoffert.

8.5.2. Opgeofferd bedrag; wijziging in uiteindelijk belang belastingplichtige

Bij de bepaling van het voor een deelneming opgeofferde bedrag is in beginsel hetgeen een belastingplichtige bij de verkrijging van de deelneming heeft opgeofferd van belang. Het opgeofferde bedrag moet beoordeeld worden vanuit het perspectief van de belastingplichtige. Een wijziging in het uiteindelijke belang in de belastingplichtige is dan ook niet van invloed op het door de belastingplichtige voor haar deelneming opgeofferde bedrag.

8.6. Artikel 13d, zesde lid, Wet Vpb

Als een deelneming fiscaal wordt gewaardeerd boven de kostprijs kan dat ertoe leiden dat de belastingplichtige in enig jaar een ongerealiseerd (boekhoudkundig) vrijgesteld voordeel uit hoofde van die deelneming in aanmerking neemt. Dit voordeel wordt echter voor de toepassing van artikel 13d, zesde lid, Wet Vpb in dat jaar niet geacht te zijn genoten en behoort dan ook niet tot het totaal van de liquidatie-uitkeringen als bedoeld in dat zesde lid.

8.7. Artikel 13d, zevende lid, Wet Vpb

Artikel 13d, zevende lid, Wet Vpb regelt onder andere hoe moet worden omgegaan met de liquidatie van een tussenhoudster als een tot het vermogen van deze tussenhoudster behorende deelneming is vervreemd of als voorafgaand aan de liquidatie van deze tussenhoudster deze deelneming wordt geliquideerd.

8.8. Artikel 13d, achtste lid, Wet Vpb

Gereserveerd.

8.9. Artikel 13d, negende lid, Wet Vpb

Op grond van artikel 13d, negende lid, Wet Vpb wordt, bij de verkrijging van een deelneming van een verbonden lichaam, het opgeofferde bedrag ten tijde van de verkrijging niet hoger gesteld dan het bedrag hetwelk dat lichaam voor die deelneming heeft opgeofferd.

8.10. t/m 8.13 Artikel 13d, tiende t/m dertiende lid, Wet Vpb

Gereserveerd.

8.14. Artikel 13d, veertiende lid, Wet Vpb

Artikel 13d, veertiende lid, Wet Vpb bepaalt dat het liquidatieverlies – mits aan een aantal wettelijke vereisten wordt voldaan – eerst op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid in aanmerking wordt genomen. Deze keuze voor het tijdstip waarop de vereffening is voltooid, is tijdens de parlementaire behandeling als volgt nog nader gemotiveerd:

8.14.1. Vereffening

Het komt voor dat een deelneming in staat van faillissement is verklaard of het besluit tot liquidatie van de deelneming is genomen, maar de vereffening buiten de wil van de belastingplichtige om nog niet is voltooid. Omdat de vereffening nog niet is voltooid kan nog geen liquidatieverlies in aanmerking worden genomen. Dat vind ik in dit geval ongewenst en daarom keur ik het volgende goed.

8.14.1.2. Tijdstip vereffening voltooid; vereenvoudigde ontbindingsprocedures

Sommige buitenlandse rechtssystemen kennen de mogelijkheid om een lichaam volgens een vereenvoudigde procedure te ontbinden, zonder dat een formeel vereffeningtraject wordt doorlopen. Een bijzonder aspect van deze vereenvoudigde ontbindingsprocedures is dat in sommige gevallen het lichaam onder voorwaarden weer kan herleven.

8.14.2. Het begrip ‘enigerlei tegemoetkoming’

Artikel 13d, veertiende lid, Wet Vpb stelt o.a. als voorwaarde dat er bij de belastingheffing geen recht geldt op enigerlei tegemoetkoming ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven (artikel 13d, veertiende lid, onderdeel a, Wet Vpb). Naar mijn mening is sprake van enigerlei tegemoetkoming als de (buitenlandse) verliezen van de te liquideren deelneming in het kader van een buitenlandse groupreliefregeling zijn of hadden kunnen worden overgedragen aan een ander (concern)lichaam. Ook dan is bij die (al voor de liquidatie) overgedragen verliezen namelijk sprake van een tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij de deelneming onverrekend zijn gebleven. Dat betekent dus dat het van toepassing (kunnen) zijn van een groupreliefregeling op verliezen van de deelneming tot gevolg heeft dat bij liquidatie van de deelneming aftrek van het liquidatieverlies niet mogelijk is.

8.14.3. Voortzetting

Artikel 13d, veertiende lid, onderdeel b j° artikel 13e Wet Vpb regelt dat de effectuering van de liquidatiebepaling wordt opgeschort als de onderneming van het ontbonden lichaam geheel of gedeeltelijk wordt voortgezet door de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam.

8.14.3.1. Het begrip ‘onderneming’; beleggingsactiviteiten

Tijdens de parlementaire behandeling (zie Kamerstukken II 1987/88, 19 968, nr. 7, p. 40) is aangegeven dat het begrip ‘onderneming’ voor artikel 13d, veertiende lid, onderdeel b, Wet Vpb ruim moet worden opgevat. Hierdoor vallen ook beleggingsactiviteiten onder dit ondernemingsbegrip. Deze ruime uitleg is in lijn met de ratio van deze bepaling dat reguliere verliescompensatiemogelijkheden niet naar willekeur kunnen worden ingeruild voor een liquidatieverlies.

8.14.3.2. Staken en gehele/gedeeltelijke voortzetting

Allereerst merk ik op dat er pas sprake is van staken als de gehele onderneming is gestaakt. Omdat het begrip ‘onderneming’ in dit verband ruim moet worden geïnterpreteerd, betekent dit dus ook dat eventuele beleggingsactiviteiten moeten zijn gestaakt.

9. Artikel 13e Wet Vpb

Gereserveerd.

9.2. Artikel 13e, tweede lid, Wet Vpb

Artikel 13e, tweede lid, Wet Vpb bepaalt dat het voor de verkrijging van een deelneming opgeofferde bedrag wordt verhoogd met het liquidatieverlies dat op grond van artikel 13d, veertiende lid, onderdeel b, Wet Vpb niet in aftrek kan worden gebracht, omdat de onderneming van het ontbonden lichaam geheel of gedeeltelijk wordt voortgezet door een verbonden lichaam waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam deelneemt.

10. Artikel 13h Wet Vpb

Gereserveerd.

11. Artikel 13i Wet Vpb

Gereserveerd.

12. Artikel 13j Wet Vpb

Gereserveerd.

13. Artikel 13k Wet Vpb

Gereserveerd.

13.2. Artikel 13k, tweede lid, Wet Vpb

Artikel 13k, tweede lid, Wet Vpb regelt dat het opgeofferde bedrag voor de bij een juridische fusie uitgereikte aandelen in de verkrijgende rechtspersoon niet hoger wordt gesteld dan het bedrag dat is opgeofferd voor de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon. Dit betekent dat als de waarde van de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon ten tijde van de juridische fusie lager is dan het voor die aandelen opgeofferde bedrag, slechts dat lagere bedrag als opgeofferd bedrag geldt voor de aandelen in de verkrijgende rechtspersoon.

13.2.1. Doorschuiven opgeofferd bedrag bij juridische zusterfusie

Dit onderdeel is niet van toepassing op fusies die op of na 1 januari 2025 van kracht zijn geworden in de zin van artikel 318 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)