Algemeen Reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Type ZBO-regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 25
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb),

gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 november 2024,

besluit:

Artikel 1. Definities

In dit reglement wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid

Het Algemeen Reglement is van toepassing naast en in aanvulling op de deelreglementen Ontwikkeling, Realisering, Distributie en Filmactiviteiten tenzij in de betreffende deelreglementen anders is bepaald.

Artikel 3. Subsidieverlening

1.

Het bestuur verstrekt, ter bevordering van de kwaliteit en de diversiteit van filmproducties in Nederland en voor een voor de filmkunst ontvankelijk klimaat in Nederland, subsidies ten behoeve van professionele filmproducties en filmactiviteiten.

2.

Subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd als niet wordt voldaan aan de culturele criteria zoals bedoeld in artikel 4.

3.

Onverminderd het bepaalde in dit reglement neemt het bestuur bij zijn besluit op de aanvraag tot subsidieverlening het volgende in overweging:

4.

De rechten en verplichtingen die uit de subsidieverlening voortvloeien zijn niet overdraagbaar, te bezwaren, tot zekerheid te stellen of te cederen aan derde partijen.

Artikel 4. Culturele criteria en staatssteunpercentages filmproducties

1.

Om in aanmerking te komen voor subsidie in de zin van dit reglement dient een filmproductie, onverminderd het bepaalde in Europese staatsteun regelgeving, in het geval van speelfilms ten minste aan drie en, in het geval van de overige categorieën en minoritaire coproducties, aan twee van de hierna volgende kenmerken te voldoen:

2.

Voor een filmproductie, waarvoor van een ander (Nederlands) bestuursorgaan of van het Fonds een subsidie is ontvangen, kan slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal aan staatssteun verleende subsidies niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten.

3.

Voor een grensoverschrijdende filmproductie die door subsidies van meer dan een lidstaat van de Europese Unie wordt gefinancierd en waarbij producenten uit meer dan één lidstaat betrokken zijn, kan het in het tweede lid genoemde percentage aan staatssteun maximaal 60% van het productiebudget bedragen.

4.

Voor een ‘moeilijke’ film (zie toelichting) of een grensoverschrijdende filmproductie waarbij landen uit de DAC-landenlijst van de OESO betrokken zijn en die derhalve beperkte commerciële waarde hebben, kan een hoger percentage worden verleend dan het in het tweede en derde lid genoemde percentage, mits producent en eventueel de regisseur bij de subsidieaanvraag een schriftelijke visie hebben gevoegd waaruit naar het oordeel van het bestuur blijkt dat de filmproductie:

Artikel 5. Beoordelingscriteria

1.

Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag hanteert het bestuur de volgende criteria ter beoordeling van de kwaliteit van de filmproductie of filmactiviteit. De filmproductie of filmactiviteit dient:

2.

Bij de beoordeling van de staat van dienst beoordeelt het bestuur de resultaten die de betrokken scenarist, regisseur, producent of betrokken organisaties met eerdere filmproducties of filmactiviteiten hebben behaald.

3.

Bij de beoordeling van de bijdrage aan de diversiteit en het filmklimaatbeoordeelt het bestuur in welke mate de filmproductie of filmactiviteit bijdraagt aan:

4.

Om in aanmerking te komen voor toekenning van de aanvraag dient het oordeel over de in het eerste tot en met het derde lid genoemde beoordelingscriteria positief te zijn waarbij de onderlinge samenhang tussen deze criteria eveneens bij dit oordeel wordt betrokken.

5.

Het bestuur kan in de deelreglementen nadere beoordelingscriteria opnemen.

Artikel 6. Subsidievormen

1.

Het bestuur verstrekt projectsubsidies, meerjarige activiteitensubsidies dan wel subsidies in de vorm van slate funding.

2.

Het bestuur kan aan het verstrekken van deze subsidies de voorwaarde verbinden dat de inkomsten die worden verkregen uit exploitatie van de op de aanvraag betrekking hebbende filmproductie of filmactiviteit worden terugbetaald aan het Fonds.

3.

Het bestuur kan een subsidie in de vorm van een garantstelling verstrekken.

Artikel 7. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

1.

Het bestuur kan per kalenderjaar een subsidieplafond vaststellen en bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

2.

Het bestuur kan per deelreglement, binnen de verschillende deelreglementen, programma’s en categorieën als ook per subsidieronde afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen en bepalen hoe de beschikbare bedragen worden verdeeld.

3.

De subsidieplafonds kunnen per kalenderjaar verschillen en worden gepubliceerd in de Staatscourant en bekendgemaakt op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl.

4.

De subsidieverlening wordt geweigerd indien door het verlenen van de subsidie de subsidieplafonds, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden overschreden.

5.

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 8. Hoogte van het subsidiebedrag

1.

De hoogte van een subsidie kan door het bestuur per geval worden bepaald aan de hand van maximale bijdragen, eventueel vermeerderd met eventuele aanvullende subsidies die worden gepubliceerd in het Financieel & Productioneel Protocol.

2.

Het bestuur kan de in het vorige lid bedoelde subsidies vaststellen per categorie, per programma, voor internationale coproducties en voor filmproducties waarbij het Fonds samenwerkt met andere (subsidie verlenende) instellingen.

Artikel 9. Aanvrager

1.

Een subsidie op aanvraag wordt slechts verstrekt aan een filmprofessional of een rechtspersoon die tenminste gedurende minimaal twee jaar voorafgaand aan de aanvraag in het Koninkrijk der Nederlanden, een lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland woonachtig respectievelijk gevestigd is, en wiens beroep respectievelijk hoofdactiviteit is het schrijven voor, het ontwikkelen, produceren, exploiteren/distribueren van filmproducties of het organiseren of uitvoeren van een filmactiviteit ter bevordering van de kwaliteit en de diversiteit van de filmproductie in Nederland en een voor de filmkunst ontvankelijk (productie)klimaat in Nederland.

2.

Het bestuur kan in een deelreglement nadere eisen stellen aan de aanvrager.

3.

Niet in aanmerking voor een subsidie komen:

Artikel 10. Vereisten

Een subsidie kan slechts worden verstrekt, indien naar het oordeel van het bestuur:

Artikel 11. Aanvraag

1.

Een subsidieaanvraag wordt uitsluitend ingediend met gebruikmaking van een door het Fonds ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

2.

Het aanvraagformulier dient naar waarheid, volledig en volgens de in de toelichting bij het aanvraagformulier en het Financieel & Productioneel Protocol vermelde richtlijnen te worden ingevuld en voorzien te zijn van alle gevraagde bijlagen.

3.

Aanvraagformulieren zijn digitaal beschikbaar via de website www.filmfonds.nl.

4.

Een aanvraag die te laat is ingediend wordt niet in behandeling genomen.

5.

Indien het bestuur constateert dat een aanvraag onvolledig is ingediend stelt hij de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vijf werkdagen aan te vullen. Indien de aanvrager er niet in slaagt om de aanvraag binnen de gestelde termijn aan te vullen, dan wordt de onvolledig zijnde aanvraag niet in behandeling genomen. Indien de aanvraag binnen de gestelde termijn volledig is ingediend dan geldt de initiële datum van indiening.

6.

Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

7.

Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens financiering heeft aangevraagd bij of ontvangen van private partijen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag door middel van specificatie van deze partijen, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot deze financiering.

8.

Verschillende aanvragen voor dezelfde filmproductie of filmactiviteit kunnen niet gelijktijdig bij het Fonds worden ingediend, tenzij het bestuur hier schriftelijk toestemming voor heeft gegeven.

Artikel 12. Inleverdata

1.

Het bestuur behandelt aanvragen in subsidierondes, vanaf de daarvoor bestemde sluitingsdata, tenzij door het bestuur anders is bepaald.

2.

Het Fonds publiceert de sluitingsdata van de subsidierondes op zijn website: www.filmfonds.nl

Artikel 13. Wijze van beoordeling en beslissing op de aanvraag

1.

Een aanvraag is gericht aan het bestuur. Het bestuur kan een aanvraag ter advisering voorleggen aan een filmconsulent(en) of (ad hoc)adviseur(s) of hoofd(en), zoals bedoeld in het Huishoudelijk reglement.

2.

Het bestuur besluit op de aanvraag uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag ter advisering aan een filmconsulent of (ad hoc) adviseur(s) is voorgelegd bedraagt deze termijn uiterlijk 22 weken.

Artikel 14. Weigeringsgronden

1.

Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, wordt een aanvraag voor een subsidie afgewezen, indien naar het oordeel van het bestuur niet wordt voldaan aan het bepaalde in het Algemeen Reglement, waaronder, maar niet beperkt tot, artikel 10 van het Algemeen Reglement of het van toepassing zijnde deelreglement van het Fonds.

2.

Het bestuur heeft de mogelijkheid een lagere subsidie te verlenen dan is aangevraagd op grond van de door het bestuur vastgestelde bedragen zoals bedoeld in artikel 8.

3.

Een aanvraag voor subsidie kan verder worden afgewezen indien de aanvrager of de natuurlijke persoon die de aanvrager rechtsgeldig vertegenwoordigt niet aantoonbaar heeft voldaan aan voorschriften gesteld aan eerder door het bestuur toegekende subsidies, dan wel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen verbonden aan een eerdere subsidieverlening of een uitvoeringsovereenkomst van het Fonds.

4.

Een aanvraag voor een filmactiviteit of fase van een filmproductie die tweemaal eerder door het bestuur is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen.

Artikel 15. Voorwaarden en uitvoeringsovereenkomst

1.

Het bestuur verbindt in het geval van een subsidie in de vorm van een lening, aan het besluit tot subsidieverlening de opschortende voorwaarde dat de uitvoeringsovereenkomst tot stand komt tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.

2.

Het bestuur verbindt in het geval van een subsidie in de vorm van een garantstelling, aan het besluit tot subsidieverlening de opschortende voorwaarde dat de leningsovereenkomst tussen de producent en de kredietverstrekker tot stand komt.

3.

Het bestuur kan in het besluit tot subsidieverlening bepalen dat de aanvrager van een subsidie á fonds perdu verplicht is mee te werken aan de totstandkoming van een uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 16. Algemene verplichtingen

1.

Het bestuur legt aan de subsidieontvanger de verplichting op dat:

2.

Het bestuur kan aan de subsidieontvanger de verplichting opleggen dat:

3.

De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het Fonds zodra:

4.

De subsidieontvanger toont aan, op in de beschikking tot verlening van subsidie aangegeven wijze, dat de filmproductie of filmactiviteit waarvoor de subsidie is verleend, is gerealiseerd en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

5.

Het Fonds gaat ervan uit dat aanvragers en de bij een aanvraag betrokken filmprofessionals en ondernemingen de kaders van de eigen beroepsverenigingen respecteren, de op de sector van toepassing zijnde gedragscodes (waaronder de fair practice code, de code diversiteit & inclusie en de governance code cultuur) toepassen en als opdrachtgevers en opdrachtnemers transparant, integer en professioneel handelen.

Artikel 17. Bijzondere verplichtingen

De subsidieontvanger:

Artikel 18. Voorschotten

1.

Het bestuur kan voorschotten verstrekken. In het besluit tot subsidieverlening en in de uitvoeringsovereenkomst worden het bevoorschottingsritme en de hoogte van het voorschot bepaald.

2.

Indien subsidie is verleend aan een rechtspersoon als aanvrager waarvan de hoofdvestiging of vestigingsplaats niet in het Koninkrijk der Nederlanden is gelegen, dan is de aanvrager verplicht ten genoegen van het bestuur aan te tonen dat de aanvrager op het moment van voorschotverlening beschikt over een nevenvestiging in Nederland met ten minste één werknemer in vaste dienst.

Artikel 19. Verantwoording

1.

De subsidieontvanger is verplicht onverminderd het bepaalde in artikel 4:45 Awb desgevraagd de volgende bescheiden in te dienen:

2.

Het activiteitenverslag zoals genoemd in het eerste lid onder a, geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten, alsmede in het publieksbereik. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de voorgenomen activiteiten in het activiteitenplan.

3.

Het bestuur kan de subsidieontvanger verplichten een financieel verslag inzake werkelijke kosten en ontvangen financiering in te dienen.

4.

Het financiële verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de feitelijke besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en van de ontvangen financiering van derden. Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de begroting en het financieringsplan die voorafgaand aan de subsidieverlening of bij de ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst zijn overgelegd en door het Fonds zijn goedgekeurd volgens het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds. Belangrijke verschillen tussen financieel verslag en begroting of financieringsplan worden toegelicht.

5.

Het bestuur kan de subsidieontvanger verplichten om het financieel verslag te voorzien van een verklaring van de accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval volgt de accountant het Handboek Financiële Verantwoording van het Fonds.

6.

Vertegenwoordigers van het Fonds hebben op eerste verzoek inzage in de administratie die betrekking heeft op de filmproductie of de filmactiviteit waarvoor de subsidie is verleend. De kosten voor een dergelijke controle door vertegenwoordigers van het Fonds zijn voor rekening van het Fonds tenzij er verwijtbare onregelmatigheden worden aangetroffen. In een dergelijk geval worden de kosten doorberekend aan de ontvanger van subsidie.

7.

Het Fonds kan ongelimiteerd steekproeven houden om te controleren of aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 20. Subsidievaststelling

1.

Binnen vier maanden na eerste openbaarmaking van de filmproductie of voltooiing van de filmactiviteit dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in, tenzij een andere termijn is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst of de subsidie bij verlening al is vastgesteld. Indien deze termijn wordt overschreden, is het bestuur bevoegd de verleende subsidie ambtshalve vast te stellen.

2.

De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van de in artikel 19 en in de uitvoeringsovereenkomst genoemde bescheiden.

3.

De ontvanger van de subsidie is verplicht aan het Fonds op verzoek alle bescheiden en inlichtingen te verstrekken die het noodzakelijk acht voor het vaststellen van de subsidie.

4.

De ontvanger van een subsidie draagt er zorg voor dat zijn accountant medewerking verleent aan een eventueel onderzoek door of vanwege het Fonds naar de door de accountant van de aanvrager verrichte (controle) werkzaamheden. De kosten die zijn gemoeid met de medewerking van de accountant, komen voor rekening van de aanvrager.

5.

Het bestuur stelt de hoogte van de subsidie uiterlijk 22 weken na de in het eerste lid bedoelde indieningtermijn vast. De hoogte van de subsidievaststelling kan niet hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening.

6.

In afwijking van dit artikel kan het bestuur in bepaalde gevallen een beschikking tot subsidieverlening geven, met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk door het fonds wordt vastgesteld.

Artikel 21. Betaling

1.

Binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot vaststelling van de subsidie wordt het subsidiebedrag betaald of verrekend met betaalde voorschotten.

2.

De ontvanger van de subsidie stort teveel ontvangen voorschotten terstond terug.

Artikel 22. Wijziging, intrekking en terugvordering subsidie

1.

Het bestuur kan de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als deze niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, waaronder maar niet beperkt tot, de meldingsplicht zoals bedoeld in artikel 16 dan wel tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit de uitvoeringsovereenkomst waarna de middelen toevallen aan de betreffende categorie.

2.

Als het bestuur constateert dat substantiële wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag dan wel bij de totstandkoming van de uitvoeringsovereenkomst overgelegde gegevens die aan het Fonds zijn verstrekt, kan het bestuur de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen.

3.

Het bestuur is bevoegd de subsidie te wijzigen dan wel in te trekken wanneer de aanvrager na de subsidieverlening, maar vóór de vaststelling van de subsidie, meer of minder financiële bijdragen van derde partijen heeft verkregen dan aangegeven bij de aanvraag.

4.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

5.

Het bedrag waarmee de subsidie eventueel wordt verlaagd wordt in eerste instantie verrekend met de nog te verlenen voorschotten. Mocht dat niet toereikend zijn dan worden reeds uitbetaalde voorschotten teruggevorderd.

Artikel 23. Overig

In voorkomende gevallen kan het bestuur met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 5 van dit reglement, buiten het toepassingsgebied van de deelreglementen, een subsidie verstrekken.

Artikel 24. Conservering en exploitatie

Ter behoud van het cultureel erfgoed is het Fonds of diens rechtsopvolger gerechtigd om alle stukken, documenten en eventueel opgeleverde filmkopieën of ander beeldmateriaal, die het met betrekking tot een aanvraag voor een subsidie in zijn bezit heeft, na afronding van de aanvraag te bewaren dan wel in bewaring te geven c.q. te schenken aan het EYE Filminstituut Nederland of de Rijksarchiefdienst. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur en, waar nodig, van de rechthebbende(n) zullen deze stukken en documenten noch door het Fonds of diens rechtsopvolger, noch door het EYE Filminstituut Nederland of de Rijksarchiefdienst aan derden ter inzage worden gegeven. Het bestuur zal deze toestemming niet verlenen indien het redelijkerwijs kan vermoeden dat het verlenen van inzage in de stukken of documenten, het belang van de aanvrager, of andere bij de aanvraag betrokken personen, kan schaden.

Artikel 25. Overgangs- en slotbepalingen

1.

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

2.

Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement en de hierop gebaseerde deelreglementen, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie.

3.

Per 1 januari 2025 zijn wijzigingen in het reglement geïmplementeerd welke zijn vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 20 september 2024.

4.

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.

5.

Het Algemeen Reglement, geldend vanaf 1 januari 2024 is per 1 januari 2025 ingetrokken.

6.

Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2025 zijn ontvangen blijft het Algemeen Reglement zoals dit gold tot 1 januari 2025 van toepassing.

7.

Dit reglement wordt aangehaald als Algemeen Reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film.

8.

Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Fonds (www.filmfonds.nl).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)