Regeling van het College voor toetsen en examens van 3 februari 2025, CvTE-25.00473, houdende vaststelling van het beoordelingskader voor de doorstroomtoets in het primair onderwijs voor het openbaar lichaam Bonaire (Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO Bonaire)
Gelet op artikel 3a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet College voor toetsen en examens;
Gezien de goedkeuring van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, gegeven op 20 februari 2025, nummer 50618432,
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel V, onderdeel G, van de Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs) in werking treedt.
Artikel 1. Beoordelingskader
Het beoordelingskader voor de doorstroomtoets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel g van de Wet College voor toetsen en eamens wordt vastgesteld als opgenomen in de bijlage van deze regeling.
Artikel 2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel V, onderdeel G, van de Wet van 9 februari 2022 tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (Stb. 2022, 135) in werking treedt.
Artikel 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO Bonaire.
Bijlage 1. Beoordelingskader voor de doorstroomtoets PO Bonaire
Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO Bonaire.
1. Inleiding
1.1. Begrippen en definities
1.2. Reikwijdte
De wet die een aantal onderwijswetten wijzigt in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (De Wet doorstroomtoets po, Stb. 2022,135) wijzigt onder meer de WPO BES. De WPO BES schrijft na inwerkingtreding van de wetswijziging voor dat leerlingen op Bonaire in het laatste leerjaar van het basisonderwijs verplicht een doorstroomtoets maken die dient als objectief tweede gegeven voor het vaststellen van het niveau van de leerling. Dezelfde wet schrijft voor dat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de wettelijke taak heeft om de doorstroomtoets voor leerlingen op Bonaire te erkennen. Doorstroomtoetsen die het CvTE erkent, worden voor een periode van vier jaar toegelaten tot het primair onderwijs.
Het CvTE maakt voor het erkennen van de doorstroomtoets voor leerlingen op Bonaire gebruik van een adviseur. De adviseur baseert diens advies op het beoordelingskader vastgesteld met deze regeling.
Op basis van het advies van de adviseur stelt het CvTE tevens jaarlijks vast of de erkende doorstroomtoets voor dat jaar voldoet aan de criteria van de Regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po Bonaire.
Bij het beoordelen van extra kennisgebieden, buiten de verplichte en optionele (sub)domeinen en taalactiviteiten, taalstrategieën en taalcompetenties van de terreinen Nederlands als vreemde taal, Rekenen en Papiamentu, oordeelt het CvTE of ook dat deel van de toets inhoudelijk valide en betrouwbaar is en of het van een deugdelijke normering is voorzien. Voor de beoordeling van dit deel worden de toetsbare onderdelen van dit beoordelingskader toegepast.
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft kenbaar gemaakt dat er voor leerlingen op Bonaire geen door de overheid aangeboden calamiteitentoets beschikbaar is. Dit vanwege de geringe leerlingenpopulatie. De toetsaanbieder moet hiermee rekening houden bij diens eigen calamiteitenplan.
1.3. Relatie beoordelingskader tot andere wetgeving
Deze regeling geeft een beoordelingskader voor de erkenning en jaarlijkse vaststelling van de doorstroomtoets primair onderwijs, ten aanzien van de toepassing van de psychometrische, onderwijskundige en organisatorische aspecten van de toets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid aanhef en onder g van de Wet College voor toetsen en examens. Het CvTE betrekt bij zijn beoordeling niet of de aanbieder voldoet aan andere wet- en regelgeving zoals die geldt voor het gebruik van intellectueel eigendom of die geldt op grond van de Artificial Intelligence-verordening.
Let op: bovenstaande opsomming is niet uitputtend en een indicatie voor de aan te leveren documentatie. Met het invullen van de leeswijzer maakt een aanbieder helder in welke documentatie de kwaliteitscriteria precies worden verantwoord.
Het CvTE controleert of alle gegevens en bescheiden als bedoeld in de paragrafen 1.4.1 t/m 1.4.2 en eventueel paragrafen 1.4.3 t/m 1.4.4 zijn aangeleverd bij het indienen van de aanvraag. Indien dit het geval is, zal de adviseur worden ingeschakeld voor het opstellen van een advies op basis van de kwaliteitseisen in hoofdstuk 3, 4 en 5. De adviseur kan vaststellen dat hij nog informatie mist om de aanvraag te kunnen beoordelen. Het CvTE zal dan vragen aan de aanbieder het gebrek in de aanvraag (alsnog) te herstellen. Het CvTE kan dan de indiening buiten behandeling laten als de toetsaanbieder het gebrek in de aanvraag binnen de termijn die hij hiervoor krijgt niet herstelt.
1.4.1. Aan te leveren documentatie
De aanvrager moet minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekken:
Een aanbieder heeft de mogelijkheid om voor verschillende wijzen van afname (bijv. digitaal en papier) een erkenning of vaststelling aan te vragen (naast de optie om verschillende wijzen van afname in één aanvraag in te dienen bij het CvTE). Indien een aanbieder hiervoor kiest, moet de aanbieder ook daadwerkelijk meerdere aanvragen indienen, in separate mappen op de terminal server, met separaat ingevulde leeswijzers. Allebei de aanvragen krijgen dan ook separaat een erkenning of vaststelling. Deze aanvragen moeten volledig onafhankelijk van elkaar kunnen worden beoordeeld. Dat wil zeggen dat de ene afnamemodus bijvoorbeeld niet de terugvaloptie kan zijn van de andere afnamemodus. Dit zou namelijk betekenen dat als de ene afnamemodus niet wordt erkend of vastgesteld, dit ervoor zorgt dat door de afhankelijkheid de andere afnamemodus ook niet kan worden erkend of vastgesteld.
In het geval van een lineaire digitale toets:
Om de items in een doorstroomtoets efficiënt en gestructureerd te kunnen beoordelen, zijn er eisen aan het leveren van items aan het CvTE:
In het geval van een papieren toets:
In het geval van een lineaire digitale toets:
2. Format Regeling beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire
In het geval van een CAT:
3. Onderwijskundige aspecten
1.4.3. Optioneel: het aanleveren van data t.b.v. normering
Het aanleveren van data t.b.v. de normering is alleen van toepassing voor een al eerder afgenomen doorstroomtoets. De aanvrager moet minimaal de data verstrekken of heeft de data al verstrekt ten behoeve van de normering zoals uiteengezet in hoofdstuk 3.4 t/m 3.4.9 van de Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoets PO Bonaire.
Bovenstaande opsomming is in lijn met het Toetsbesluit PO en de Wet doorstroomtoetsen po. Voor alle wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen en taalactiviteiten, taalcompetenties en taalstrategieën zijn in deze regeling kwaliteitseisen geformuleerd.
Het aanleveren van data t.b.v. toelatings- en doorstroomonderzoek is alleen van toepassing voor al een eerder afgenomen doorstroomtoets. De aanvrager moet minimaal de data verstrekken of heeft de data al verstrekt ten behoeve van toelatings- en doorstroomonderzoek zoals uiteengezet in hoofdstuk 4.1 t/m 4.4.2 van de Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoets PO Bonaire.
2. Format Regeling beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire
Het beoordelingsformat bevat de volgende drie inhoudelijke onderdelen, die enkele onderliggende thema’s bevatten:
Toelichting V1: De aanbieder wordt gevraagd om alle toetsopgaven inzichtelijk aan te leveren. Daaronder vallen alle items van de doorstroomtoets zelf én ankeropgaven en eventuele zaai-opgaven.
Toelichting V2: De toetsmatrijs is een adequate representatie van het meetdoel voor in ieder geval:
In de volgende paragrafen worden de vakinhoudelijke kwaliteitseisen uitgewerkt voor:
Bovenstaande opsomming is in lijn met het Toetsbesluit PO en de Wet doorstroomtoetsen po. Voor alle wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen en taalactiviteiten, taalcompetenties en taalstrategieën zijn in deze regeling kwaliteitseisen geformuleerd.
Naast de wettelijk verplichte én optionele (sub)domeinen, taalactiviteiten, taalstrategieën en taalcompetenties staat het de toetsaanbieder vrij om extra kennisgebieden aan de doorstroomtoets toe te voegen, bijv. aardrijkskunde. De score die de leerling op deze extra kennisgebieden haalt, mag de toetsaanbieder toevoegen aan het leerlingrapport. Deze extra kennisgebieden tellen niet mee voor het berekende toetsadvies en tellen ook niet mee voor de berekende score op de referentie- en ERK-niveaus. Alle toetsopgaven van de wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen, taalactiviteiten, taalstrategieën en taalcompetenties, én de extra kennisgebieden worden inhoudelijk door een adviseur van het CvTE beoordeeld. Zie in dit kader de kwaliteitseisen in Hoofdstuk 3.2. Dit beoordelingskader schrijft niet voor wat de minimale en maximale toetslengte in aantal toetsvragen van een doorstroomtoets moet zijn. Eveneens worden er geen richtlijnen gegeven over de verhouding van het aantal toetsvragen tussen de wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen, taalactiviteiten, taalstrategieën en taalcompetenties, én extra kennisgebieden. Verder worden er ook geen richtlijnen gegeven voor het aantal toetsvragen per referentie- en/of ERK-niveau. Dit om de aanbieder de mogelijkheid te geven volgens de eigen zienswijze een compleet beeld van de leerlingen te kunnen geven.
Indien in de doorstroomtoets ook optionele productieve vaardigheden worden getoetst, levert de aanbieder een beoordelaarsschema in, aangevuld met informatie over de beoordelaarsovereenstemming, een en ander conform de voorschriften uit de Toetswijzer voor de doorstroomtoets po Bonaire.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.
Toelichting V1: De toetsmatrijs is een adequate representatie van het meetdoel voor in ieder geval:
3.3. Verantwoording
Er is sprake van een adequate representatie wanneer de toetstermen het meetdoel representeren. Dit blijkt uit het gegeven dat:
Toelichting V2: In de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatie-categorieën en toetsopgaven staan de constructievoorschriften voor toetsvragen en de vijf kwaliteitscriteria (relevantie, objectiviteit, efficiëntie, specificiteit en neutraliteit) beschreven. De toetsopgaven – inclusief ankeropgaven en eventuele zaai-opgaven – moeten hieraan voldoen voor:
Indien in de doorstroomtoets ook optionele productieve vaardigheden worden getoetst, levert de aanbieder een beoordelaarsschema in, aangevuld met informatie over de beoordelaarsovereenstemming.
In het geval een item niet voldoet aan de kwaliteitscriteria voor inhoudsvaliditeit, moet het betreffende item te worden verwijderd of vervangen. Indien de adviseur twijfelt over de mate waarin een item voldoet aan de kwaliteitscriteria, wordt de aanbieder verzocht om te reflecteren op de kwaliteit. Daarnaast moet de aanbieder beargumenteren door middel van een inhoudelijke en psychometrische onderbouwing waarom de toetsopgave wel óf niet volledig voldoet aan de kwaliteitscriteria. Dit kan resulteren in één van de volgende opties:
3.4. Terrein Rekenen
Het Referentiekader onderscheidt voor het terrein Rekenen vier wettelijk verplichte domeinen, te weten Getallen (g), Verhoudingen (vh), Meten en meetkunde (m/mk) en Verbanden (vb). In de doorstroomtoets dienen alle domeinen getoetst te worden. Dit betekent dat de doorstroomtoets moet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen aan het terrein Rekenen. De gestelde kwaliteitseisen voor de vier domeinen zijn opgenomen in de Toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire.
Het Referentiekader onderscheidt voor het terrein Rekenen vier wettelijk verplichte domeinen, te weten Getallen (g), Verhoudingen (vh), Meten en meetkunde (m/mk) en Verbanden (vb). In de doorstroomtoets moeten alle domeinen getoetst worden. Dit betekent dat de doorstroomtoets moet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen aan het terrein Rekenen. De gestelde vakinhoudelijke kwaliteitseisen voor deze vier domeinen en de vereiste verdeling van de toetsopgaven over de domeinen in de toetsmatrijs en de toetssamenstelling zijn opgenomen in de Toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire.
Een individuele rekenopgave kan betrekking hebben op meerdere domeinen van het terrein Rekenen. In dat geval moet de aanbieder dit duidelijk vermelden, bijvoorbeeld door te kiezen voor het domein dat het beste past bij het beoogde toetsdoel van de betreffende opgave. Tevens moet de aanbieder dan toelichten op welke wijze er wordt voldaan aan de voorgeschreven verdeling van toetsopgaven over de domeinen van het terrein Rekenen.
3.4.1. Verdeling toetsopgaven over domeinen in toetsmatrijs en toetssamenstelling
De doorstroomtoets bevat opgaven uit alle domeinen uit het referentiekader Rekenen. Het betreft de domeinen Getallen (g), Verhoudingen (vh), Meten en meetkunde (m/mk) en Verbanden (vb).
De doorstroomtoets bevat opgaven uit alle domeinen uit het referentiekader Rekenen. Het betreft de domeinen Getallen (g), Verhoudingen (vh), Meten en meetkunde (m/mk) en Verbanden (vb).
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
De opgaven moeten in de toets als volgt over de domeinen zijn verdeeld:
Toelichting D.G t/m D.Vb: De gestelde percentages toetsopgaven per domein gelden voor zowel papieren toetsen, lineaire digitale toetsen, adaptieve toetsen op itemniveau (CAT) en adaptieve toetsen op moduleniveau (MST).
3.4.2. Verdeling toetsopgaven over onderdelen
Elk domein is opgebouwd uit drie onderdelen:
Elk domein is opgebouwd uit drie onderdelen:
De toets bevat opgaven uit alle onderdelen.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
De relatieve (procentuele) verdeling van opgaven over de onderscheiden onderdelen is als volgt:
Toelichting O.A: Voor onderdeel A wordt geen minimum vereist omdat deze inhouden ook kunnen worden gebruikt en toegepast bij de inhouden van onderdeel B en onderdeel C.
Toelichting O.A t/m O.C: De gestelde percentages toetsopgaven per domein gelden voor zowel papieren toetsen, lineaire digitale toetsen, computergestuurde adaptieve toetsen op itemniveau (CAT) en adaptieve toetsen op moduleniveau (MST).
3.4.3. Opgaven met en zonder context
In het terrein Rekenen van een doorstroomtoets moeten zowel opgaven met context als opgaven zonder context (zogenoemde ‘kale opgaven’) worden opgenomen, een en ander conform de Toetswijzer PO.
In het terrein Rekenen van een doorstroomtoets moeten zowel opgaven met context als opgaven zonder context (zogenoemde ‘kale opgaven’) worden opgenomen.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting C1 t/m C2: De gestelde percentages gelden voor zowel papieren toetsen, lineaire digitale toetsen, computergestuurde adaptieve toetsen op itemniveau (CAT) en adaptieve toetsen op moduleniveau (MST).
3.4.4. Gebruik uitrekenpapier
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, dienen alle vragen met JA te worden beantwoord.
3.4.5. Gebruik rekenmachine
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, dient deze vraag met JA te worden beantwoord.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, moet deze vraag met JA worden beantwoord.
3.4.6. Context Bonaire
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, dienen alle vragen met JA te worden beantwoord.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.
Toelichting BR1: Het taalgebruik in het terrein Rekenen is volledig het Nederlands. Alle opgaven en daar bijhorende materialen (zoals teksten en luisterfragmenten) moeten daarom volledig in het Nederlands beschikbaar worden gesteld.
Toelichting BR2: Het taalgebruik dat gehanteerd wordt voor de rekenopgaven moet afgestemd worden op de groep leerlingen voor wie de toets bestemd is. In het geval van de doorstroomtoets po Bonaire betreft het taalgebruik een complex fenomeen, waarin het Nederlands de instructietaal is, maar als vreemde taal wordt getoetst. Minder algemeen gangbare begrippen en woorden kunnen worden verduidelijkt in woorden dan wel met geschikt beeldmateriaal. Hierdoor wordt het taalgebruik een minder belemmerende factor bij het omzetten van de context naar een rekenwiskundig probleem.
3.5. Terrein Papiamentu
In de doorstroomtoets po Bonaire worden voor wat betreft het terrein Papiamentu de wettelijk verplichte domeinen Lezen (§ 3.5.2) en Begrippenlijst en Taalverzorging, daaronder niet begrepen het subdomein Begrippenlijst, (§ 3.5.3) getoetst. Aanvullend hierop kunnen optioneel één of meerdere van de domeinen Schrijven (§ 3.5.4) en Mondelinge taalvaardigheid (§ 3.5.5) en het aspect Woordenschat (§ 3.5.6) worden getoetst. De gestelde vakinhoudelijke kwaliteitseisen zijn opgenomen in de Toetswijzer voor de doorstroomtoets po Bonaire.
In de doorstroomtoets po Bonaire worden voor wat betreft het terrein Papiamentu de wettelijk verplichte domeinen Lezen (paragraaf 3.5.2) en Begrippenlijst en Taalverzorging, daaronder niet begrepen het subdomein Begrippenlijst, (paragraaf 3.5.3) getoetst. Aanvullend hierop kunnen optioneel één of meerdere van de domeinen Schrijven (paragraaf 3.5.4) en Mondelinge taalvaardigheid (paragraaf 3.5.5) en het aspect Woordenschat (paragraaf 3.5.6) worden getoetst. De gestelde vakinhoudelijke kwaliteitseisen zijn opgenomen in de Toetswijzer voor de doorstroomtoets po Bonaire.
3.5.1. Context Bonaire
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, dient de volgende vraag met JA te worden beantwoord.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, moet de volgende vraag met JA worden beantwoord.
3.5.2. Wettelijk verplicht domein: Lezen
Beslisregel:
Beslisregel:
3.5.2.1. Subdomein Zakelijke Teksten
Toelichting L2.2: Qua inhoud, structuur, lay-out en stijl zijn de teksten die de leerlingen lezen divers. De teksten zijn in hun oorsprong zoveel mogelijk authentiek; dat neemt niet weg dat aanpassingen mogelijk of noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ten behoeve van betere aansluiting bij het niveau of ten behoeve van mogelijke opgaven.
Taken:
Tekstkenmerken:
3.5.2.2. Subdomein Fictionele teksten
Opgavenkenmerken:
Toelichting L2.2: Qua inhoud, structuur, lay-out en stijl zijn de teksten die de leerlingen lezen divers. De teksten zijn in hun oorsprong zoveel mogelijk authentiek; dat neemt niet weg dat aanpassingen mogelijk of noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ten behoeve van betere aansluiting bij het niveau of ten behoeve van mogelijke opgaven.
3.5.3. Wettelijk verplicht subdomein: Taalverzorging
Toelichting L3.7a: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.
Toelichting L4: De aanbieder levert o.a. een overzicht met daarin per categorie de gebruikte begrippen uit de Begrippenlijst van het Referentiekader Papiamentu verdeeld over de kenmerken van de taakuitvoering.
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, dienen de vragen TV1 t/m TV4 met JA of N.V.T. te worden beantwoord.
Taken:
Tekstkenmerken:
Kenmerken van de taakuitvoering:
3.5.4. Optioneel domein: Schrijven
Toelichting L7.4: Evenwichtig wil zeggen dat de in L7.1 t/m L7.3 genoemde kenmerken gezamenlijk een representatieve weergave zijn van de inhoud van het betreffende subdomein van het terrein Papiamentu.
Toelichting L7.4a: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.
Beslisregel schrijven directe meting:
De leerlingen worden getoetst op verschillende taalverzorgingscategorieën, zoals gespecificeerd in TV1 t/m TV4.
3.5.5. Optioneel domein: Mondelinge taalvaardigheid
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten de vragen TV1 t/m TV4 met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting TV1.b en TV1.c: Deze kwaliteitseisen toetsen inhouden op 2F niveau. Deze twee kwaliteitseisen kunnen daarom met niet van toepassing worden beantwoord aangezien de doorstroomtoets po Bonaire vooralsnog het 1F niveau toetst.
Toelichting TV2: Evenwichtig wil zeggen dat de in TV1.a tot en met TV1.d genoemde categorieën van spellingsregels gezamenlijk een representatieve weergave zijn van de inhoud van het betreffende subdomein Taalverzorging van het terrein Papiamentu.
Toelichting TV3: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.
Toelichting TV4: Spelling en interpunctie moeten voornamelijk actief getoetst worden, m.b.v. dictee-opgaven. De toets spelling kan tevens een aantal meerkeuzeopgaven omvatten (passieve toetsing); deze opgaven zijn dan echter indicatief voor een niveau boven 1F.
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Beslisregel schrijven indirecte meting:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Kenmerken van de taakuitvoering:
3.5.6. Optioneel: Woordenschat
Beslisregel schrijven directe meting:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
3.6. Terrein Nederlands als vreemde taal
Kenmerken van de taakuitvoering:
Opgavenkenmerken:
3.4.5. Optioneel domein: Mondelinge taalvaardigheid
Kwaliteitseisen mondelinge taalvaardigheid via indirecte meting
Beslisregel mondelinge taalvaardigheid indirecte meting, subdomein Gesprekken:
3.6.2. Wettelijk verplichte taalactiviteit: receptief Lezen
Taken:
Kenmerken van de taakuitvoering:
Opgavenkenmerken:
Beslisregel mondelinge taalvaardigheid indirecte meting, subdomein Spreken:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
3.6.3. Wettelijk verplicht aspect: Woordenschat receptief Lezen
Kenmerken van de taakuitvoering:
Opgavenkenmerken:
Beslisregel mondelinge taalvaardigheid directe meting, subdomein Gesprekken:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
3.6.4. Wettelijk verplichte taalactiviteit: receptief Luisteren en kijken
Opgavenkenmerken:
Beslisregel mondelinge taalvaardigheid directe meting, subdomein Luisteren:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Tekstkenmerken:
3.6.5. Optioneel aspect: Woordenschat receptief Luisteren en kijken
Opgavenkenmerken:
Beslisregel mondelinge taalvaardigheid directe meting, subdomein Spreken:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Kenmerken van de taakuitvoering:
3.6.6. Optionele taalactiviteit: productief Spreken
Beslisregel:
Beslisregel Woordenschat:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, geldt de volgende beslisregel:
3.6.7. Optionele taalactiviteit: productief Mondelinge interactie (gesprekken voeren)
Beslisregel:
In de doorstroomtoets po Bonaire wordt voor wat betreft het terrein Nederlands als vreemde taal de wettelijk verplichte taalactiviteiten receptief Lezen (§ 3.6.2) (inclusief het aspect Woordenschat (§ 3.6.3)) en receptief Luisteren en kijken (§ 3.6.4) getoetst. Aanvullend hierop kunnen optioneel de productieve en interactieve activiteiten spreken (§ 3.6.5), gesprekken voeren (§ 3.6.6), en schrijven (§ 3.6.7), taalstrategieën (§ 3.6.8) en taalcompetenties (§ 3.6.9) worden getoetst.
Voor het terrein Nederlands als vreemde taal zijn de ERK-niveau A2 en B1 leidend.
3.5.1. Context Bonaire
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, moet de volgende vraag met JA worden beantwoord.
Toelichting BN1: Het taalgebruik in het terrein Nederlands als vreemde taal is volledig het Nederlands. Alle opgaven en daar bijhorende materialen (zoals teksten en luisterfragmenten) moeten daarom volledig in het Nederlands beschikbaar worden gesteld.
3.5.2. Wettelijk verplichte taalactiviteit: receptief Lezen
3.6.9. Optioneel: Strategieën
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Tekstkenmerken:
Toelichting LZ2.2: Bij de keuze van onderwerpen van de leesteksten worden de criteria ‘vertrouwde, alledaagse onderwerpen’ en ‘van persoonlijk belang’ nader geduid als ‘passend bij de Caribische context’. Deze context wordt gekenmerkt door bijvoorbeeld de ligging en geografie van Bonaire, de meertalige situatie, en door culturele en talige aspecten van het maatschappelijke verkeer.
3.6.10. Optioneel: Taalcompetenties
Opgavenkenmerken:
Toelichting LZ3.1 t/m LZ3.4: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van leesvaardigheid en can-do statements voor de verschillende niveaus beschreven.
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Woordenschat komt in het ERK aan bod bij receptief communicatieve taalstrategieën en bij communicatieve taalcompetenties onder de noemers ‘bereik’ en ‘beheersing’. De toetswijzer schrijft voor dat Woordenschat wordt meegenomen als aspect van receptief lezen. Dit betekent dat het aan bod komt in de context van het lezen van teksten. Voor Woordenschat wordt geen aparte cesuur opgesteld maar er wordt wel voor dit specifieke aspect gerapporteerd binnen de vaardigheid receptief lezen.
3.7. Representatie van de toetsopgaven op de verschillende niveaus
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Tekstkenmerken:
Toelichting WO2.1 t/m W2.8: De sleutelbegrippen voor WO2.1 t/m WO2.8 zijn te vinden in het ERK via: https://taalunie.org/publicaties/216/gemeenschappelijk-europees-referentiekader-voor-talen-leren-onderwijzen-beoordelen.
Opgavenkenmerken:
Toelichting WO3.1 t/m W3.8: De algemene omschrijving van linguïstisch bereik en de can-do statements voor WO3.1 t/m WO3.8 zijn te vinden in het ERK via: https://taalunie.org/publicaties/216/gemeenschappelijk-europees-referentiekader-voor-talen-leren-onderwijzen-beoordelen.
3.5.4. Wettelijk verplichte taalactiviteit: receptief Luisteren en kijken
4.1. Leerlingrapport
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Tekstkenmerken:
Toelichting LU2.1 t/m LU2.5: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van luister- en kijkvaardigheid (qua niveau en onderwerp), sleutelbegrippen en hoofdkenmerken voor de verschillende niveaus beschreven.
Toelichting LU2.7: Bij de keuze van onderwerpen van de luisterteksten worden de criteria ‘vertrouwde, alledaagse onderwerpen’ en ‘van persoonlijk belang’ nader geduid als ‘passend bij de Caribische context’. Deze context wordt gekenmerkt door bijvoorbeeld de ligging en geografie van Bonaire, de meertalige situatie, en door culturele en talige aspecten van het maatschappelijke verkeer.
Opgavenkenmerken:
Toelichting LU3.1 t/m LZ3.5: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van luister- en kijkvaardigheid (qua niveau en onderwerp) en can-do statements voor de verschillende niveaus beschreven.
Toelichting LR7: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk ERK-niveau de leerling gepresteerd heeft op de taalactiviteit receptief Luisteren en kijken bij het terrein Nederlands als vreemde taal. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie niveaus de leerlingprestatie past: onder niveau A2, niveau A2 of niveau B1. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze twee categorieën geclassificeerd wordt.
Woordenschat komt in de toetswijzer ook aan bod bij de taalactiviteit receptief luisteren en kijken onder de noemer receptief communicatieve taalstrategieën. In tegenstelling tot woordenschat bij receptief lezen, hoeft woordenschat bij receptief luisteren en kijken niet verplicht getoetst te worden.
Beslisregel:
4.2. Leerlingen
Taken:
Tekstkenmerken:
Toelichting W2.1 t/m WL2.5: De sleutelbegrippen voor WL2.1 t/m WL2.5 zijn te vinden in het ERK via: https://taalunie.org/publicaties/216/gemeenschappelijk-europees-referentiekader-voor-talen-leren-onderwijzen-beoordelen.
Opgavenkenmerken:
Toelichting WL3.1 t/m W3.5: De can-do statements voor WL3.1 t/m WL3.5 zijn te vinden in het ERK via: https://taalunie.org/publicaties/216/gemeenschappelijk-europees-referentiekader-voor-talen-leren-onderwijzen-beoordelen.
Bij de constructie van de toets is rekening gehouden met leerlingen die kleurenblind zijn. Dit kan onder andere door kleurgebruik alleen ondersteunend te laten zijn. Daarnaast is er bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het aanbieden van een zwart/wit-variant.
Beslisregel:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Opgavenkenmerken:
Toelichting SP2.1, SP2.3, SP2.5, SP2.7, SP2.9: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van productief spreken (qua niveau en onderwerp) en de sleutelbegrippen voor de verschillende niveaus beschreven. In de wijziging op het Toetsbesluit staan de can-do statements voor de verschillende niveaus beschreven.
Toelichting LL1.b: De aanbieder levert bijvoorbeeld (op bestelling) een aangepaste toets indien de toets gebruikmaakt van functioneel geluid (zoals bijvoorbeeld bij dictee-opgaven).
Beslisregel:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Gesprekskenmerken:
Toelichting GS2.1 t/m GS2.9: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van productief mondelinge interactie (gesprekken voeren) (qua niveau en onderwerp) en de sleutelbegrippen voor de verschillende niveaus beschreven. In de wijziging op het Toetsbesluit staan de can-do statements voor de verschillende niveaus beschreven.
In de afnamecondities kan (bijvoorbeeld door in de planning meer pauzes of spreiding van de toetsmomenten op te nemen) rekening worden gehouden met deze ondersteuningsbehoefte. De aanbieder benoemt de eventuele mogelijkheden in diens verantwoordingsdocumenten. Indien de aanbieder het gebruik van een rekenkaart als hulpmiddel toestaat, dient de aanbieder te verantwoorden hoe dit hulpmiddel de toetsdoelstellingen beïnvloedt. Daarbij wordt toegelicht welke impact op de toetsresultaten verwacht wordt bij gebruik van de rekenkaart en onder welke voorwaarden deze tijdens de toets gebruikt mag worden.
Beslisregel:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Opgavenkenmerken:
Toelichting SR2.1, SR2.3, SR2.5 en SR2.7: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van productief schriftelijk (schrijven) (qua niveau en onderwerp) en de sleutelbegrippen voor de verschillende niveaus beschreven. In de wijziging op het Toetsbesluit staan de can-do statements voor de verschillende niveaus beschreven.
De aanbieder wijst de afnemer er in de handleiding en/of toetsreglement op dat er geen tijdslimiet bestaat en dat de afnemer zelf kan besluiten wat een passende afnameduur (spreiding van de toetsonderdelen over de dag, pauzes e.d.) is bij leerlingen met ondersteuningsbehoeften. Daarnaast wijst de aanbieder de afnemer op de mogelijkheid van de voorleesfunctie voor alle leerlingen die op basis van hun ondersteuningsbehoefte hier gebruik van moeten kunnen maken.
Strategieën worden onderscheiden voor de taalactiviteiten. Deze zijn ingedeeld in: receptieve strategieën, productieve strategieën, interactieve strategieën, mediation en strategieën om een tekst te vereenvoudigen. Bij receptieve strategieën gaat het om het herkennen en afleiden van aanwijzingen uit tekst (bij receptief lezen) en context (bij receptief luisteren en kijken). Deze can-do beschrijvingen hebben voornamelijk betrekking op woordenschat en zijn aan daarom al aan bod gekomen bij 3.6.3 en 3.6.5.
Beslisregel:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
4.3. Afname doorstroomtoets
Toelichting SA2.1 t/m SA2.9: De website van de Taalunie (https://taalunie.org/publicaties/216/gemeenschappelijk-europees-referentiekader-voor-talen-leren-onderwijzen-beoordelen) moet worden geraadpleegd voor de can-do statements en de sleutelbegrippen.
Toelichting A1:
De communicatieve taalcompetenties beschrijven de verschillende aspecten van de taalbeheersing in de communicatie: algemeen linguïstisch bereik, beheersing en bereik van de woordenschat, grammaticale nauwkeurigheid, fonologische beheersing, orthografische beheersing, sociolinguïstische trefzekerheid, flexibiliteit, het woord (de beurt) nemen, thematische ontwikkeling, coherentie en cohesie, propositionele nauwkeurigheid, en vloeiendheid. Beheersing en bereik van de woordenschat wordt in deze paragraaf niet meegenomen aangezien dit al aan bod komt bij paragraaf 3.6.3.
Beslisregel:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Opgavenkenmerken:
ToelichtingCO2.1 t/mCO2.11: De website van de Taalunie (https://taalunie.org/publicaties/216/gemeenschappelijk-europees-referentiekader-voor-talen-leren-onderwijzen-beoordelen) moet worden geraadpleegd voor de can-do statements en de sleutelbegrippen.
3.6. Representatie van de toetsopgaven op de verschillende niveaus
Voor Rekenen zijn zes referentieniveaus beschreven: 1F, 1S, 2F, 2S, 3F en 3S. Voor het terrein Rekenen zijn dit voor het po de niveaus 1F en 1S. Voor Papiamentu zijn vier referentieniveaus beschreven: 1F, 2F, 3F en 4F. Voor het terrein Papiamentu is dit voor het po alleen het niveau 1F. Voor Nederlands als vreemde taal zijn zes ERK-niveaus beschreven: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Voor het terrein Nederlands als vreemde taal zijn dit voor het po de niveaus A2 en B1.
Dit betekent dat, in lijn met de Toetswijzer PO, de doorstroomtoets, ongeacht de toetsvorm, toetsopgaven moet bevatten die de inhouden van alle niveaus voor het PO meten.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseis te voldoen, moeten de vragen TN1 t/m TN3 met JA worden beantwoord.
Toelichting TN1 t/m TN3: Dit moet uit de toetsmatrijs naar voren komen. Dat wil zeggen dat in de toetsmatrijs de verhouding van de vragen van de referentie- en ERK-niveaus is gespecificeerd en dat in zowel de toetsmatrijs als in de varianten van de doorstroomtoets de verhouding van de vragen over alle niveaus evenwichtig is. Evenwichtig wil zeggen dat het aantal en de verhouding vragen gezamenlijk inhoudelijk de referentie en ERK-niveaus van de terreinen representeren, een en ander conform de voorschriften uit de Toetswijzer PO.
Een CAT moet voor elke individuele leerling voor de drie terreinen een uitspraak over het behaalde niveau geven. In het geval van een CAT is er verantwoord hoe elk niveau op representatieve wijze voor alle individuele leerlingen aan bod komt. De aanbieder kan dit verantwoorden aan de hand van de toetsmatrijs, aangevuld met de procesbeschrijving van hoe het algoritme werkt, aangevuld met enkele mogelijke itemsets inclusief de daarin aangeboden toetsopgaven en inclusief een toelichting op het daarbij geldende stopcriterium, aangevuld met enkele toetspaden uit het design inclusief de daarin aangeboden toetsopgaven.
Elke routing binnen het MST design moet voor de terreinen een uitspraak over het behaalde niveau geven. In het geval van een MST is er verantwoord hoe het niveau van de terreinen op een bij de moeilijkheidsgraad van de betreffende route passende wijze voor alle individuele leerlingen aan bod komt. De aanbieder kan dit verantwoorden aan de hand van de toetsmatrijs, aangevuld met de beschrijving van de samenstelling van het MST design, aangevuld met enkele toetspaden uit het design inclusief de daarin aangeboden toetsopgaven.
De toetsaanbieder beschrijft in een bijbehorend calamiteitenplan de procedure ter voorbereiding op incidenten en calamiteiten. Hierin dient in ieder geval vastgelegd te worden:
Toetsaanbieders zijn bovendien zelf verantwoordelijk voor het in de gaten houden van signalen vanuit scholen, het onderwijsveld en sociale media dat hun doorstroomtoets mogelijk niet aan de voorwaarden voor doorgang vinden voldoet.
5. Psychometrische aspecten
5.1. Inleiding
Toelichting LR2: De toetsaanbieder moet in het leerlingrapport een toetsadvies geven. De aanbieder hanteert hierbij de door de rijksoverheid vastgestelde toetsadviescategorieën. Dit toetsadvies is gebaseerd op in ieder geval de resultaten van de wettelijk verplichte (sub)domeinen van Rekenen, voor Papiamentu Lezen en Taalverzorging, én voor Nederlands als vreemde taal de taalactiviteiten receptief Lezen (inclusief het aspect Woordenschat) en receptief Luisteren en kijken. Aanvullend mag de toetsaanbieder in de bepaling van het toetsadvies ook één of meerdere van de optionele (sub)domeinen, taalactiviteiten, taalstrategieën en taalcompetenties van Papiamentu en Nederlands als vreemde taal meenemen die in dit kader in Hoofdstuk 3 beschreven zijn. In de wetenschappelijke verantwoording moet zijn aangegeven op basis van metingen van welke (sub)domeinen, taalactiviteiten, taalstrategieën en taalcompetenties het toetsadvies tot stand is gekomen.
Toelichting LR3: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het terrein Rekenen. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F, op niveau 1F, of op streefniveau 1S. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze drie categorieën geclassificeerd wordt.
Toelichting LR4: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het domein Lezen bij het terrein Papiamentu. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende twee categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F of op niveau 1F. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze twee categorieën geclassificeerd wordt.
5.2. Pretestprocedure
Toelichting LR6: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk ERK-niveau de leerling gepresteerd heeft op de taalactiviteit receptief Lezen bij het terrein Nederlands als vreemde taal. Er moet extra aandacht worden besteed aan het aspect Woordenschat. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie niveaus de leerlingprestatie past: onder niveau A2, niveau A2 of niveau B1. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze twee categorieën geclassificeerd wordt.
Toelichting LR7: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk ERK-niveau de leerling gepresteerd heeft op de taalactiviteit receptief Luisteren en kijken bij het terrein Nederlands als vreemde taal. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie niveaus de leerlingprestatie past: onder niveau A2, niveau A2 of niveau B1. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze twee categorieën geclassificeerd wordt.
5.2.1. Steekproefkader en samenstelling steekproef
Toelichting LR9: Deze kwaliteitseis is niet van toepassing als er naast het leerlingrapport geen andere rapporten worden uitgegeven en/of het leerlingrapport geen niet verplichte gegevens vermeldt. De kwaliteitseis is van toepassing als de toetsaanbieder één of meerdere (model)rapportages zoals bijvoorbeeld een groepsrapportage, schoolrapportage of bovenschoolse rapportage uitgeeft. Bij de uitgegeven rapporten moet een toegankelijke toelichting worden geboden aan de beoogde gebruiker, waarin begrijpelijke handvatten gegeven worden voor de interpretatie van gerapporteerde gegevens. De aanbieder toont aan dat de rapportage begrijpelijk is voor verschillende doelgroepen, te weten leerkrachten, intern begeleiders, en directeuren of vertegenwoordigers van schoolbesturen of samenwerkingsverbanden.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, dienen alle vragen met JA of N.V.T. te worden beantwoord.
De doorstroomtoets is in principe geschikt voor alle leerlingen, ook voor leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, met uitzondering van leerlingen die onder de ontheffingsgronden vallen.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.
Toelichting LL1: Er is automatisch voldaan aan kwaliteitseis LL1 wanneer is voldaan aan de kwaliteitseisen LL1a t/m LL1g.Dit houdt het volgende in:
Waar de bovengenoemde standaard onvoldoende tegemoet komt aan de doelgroepen genoemd onder LL1.a t/m LL1.g is aantoonbaar geprobeerd de belemmeringen die deze leerlingen ervaren bij het maken van de toets weg te nemen door de mogelijkheid tot inzet van hulpmiddelen of ondersteuning en/of aanpassing van de afnamecondities.
Toelichting LL1.a: De toets wordt door de aanbieder (op bestelling) geleverd in een format dat zich leent voor de hulpmiddelen die door leerlingen met een visuele beperking worden gebruikt en met inachtneming van de toetseisen inhoudelijk geschikt zijn gemaakt voor de leerlingen met een visuele beperking. De toetsaanbieder specificeert dit per type visuele beperking volledig kleurenblind of slechtziend).
Bij de constructie van de toets is rekening gehouden met leerlingen die volledig kleurenblind zijn. Dit kan onder andere door kleurgebruik alleen ondersteunend te laten zijn. Daarnaast is er bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het aanbieden van een zwart/wit-variant.
Relevant voor de normering is dat de aanbieder er rekening mee houdt dat het ontbreken van een kleuren(afbeelding) geen invloed heeft op de moeilijkheid van het item. Dit houdt in dat de inhoud en de structuur van het item duidelijk en begrijpelijk moeten zijn, ongeacht het gebruik van kleur.
Bij twijfel mag de leerling gebruik maken van de volgende procedure: voor kleurenblinde leerlingen kan een opzoekhulp worden ingezet die op verzoek van de leerling de kleur van een door de leerling aangewezen vlakdeel benoemt, of een door de leerling aangewezen kleur aanwijst in toets of hulpmiddel.
Een aanbieder houdt bij het maken van de toets rekening met (digitale) toegankelijkheid voor leerlingen met een visuele beperking, middels bijvoorbeeld contrast, mogelijkheid tot inzoomen en mogelijkheid tot het gebruik van hulpmiddelen, waaronder audio-ondersteuning en gebruik van een brailleleesregel.
Een aanbieder maakt waar mogelijk aanvullende aanpassingen voor (zeer) slechtziende leerlingen voor de toegankelijkheid van hun toets. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van digitale brailleleesregels, tekenboeken of het aanbieden van een braillevariant. Het uitgangspunt is dat zo min mogelijk wordt afgeweken van de reguliere toetsen. Daar waar gekozen wordt om de toets aan te passen, verantwoordt de aanbieder deze aanpassingen.
Het aanbieden van een brailleversie van de doorstroomtoets is facultatief.
Toelichting LL1.b: De toets wordt zo geschikt als mogelijk gemaakt, al dan niet door extra ondersteuning, voor dove/slechthorende leerlingen. De aanbieder kan daarnaast eventueel (op bestelling) een aangepaste toets leveren indien de toets gebruikmaakt van functioneel geluid (zoals bijvoorbeeld bij dictee-opgaven).
Toelichting LL1.c: De aanbieder geeft aan hoe rekening is gehouden met leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheid tot het inzetten van de voorleesfunctie en mogelijke aanpassingen in de afnamecondities, zoals het werken met een afdekblad en het markeren van tekst.
Toelichting LL1.d: De aanbieder geeft aan hoe bij de lay-out en typografie met deze doelgroep rekening wordt gehouden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een schreefloos lettertype met minimale puntgrootte 12, afstand tussen letters, woorden, regels en alinea’s, gebruik van witruimte en een eenduidige, rustige lay-out.
Als een leerling door dyslexie moeite heeft met het lezen van teksten op beeldscherm, moet de leerling gebruik kunnen maken van een door de aanbieder geleverde voorleesfunctie. Bij een papieren versie moet de aanbieder (op vraag) een versie leveren die geschikt is voor voorleessoftware. De wijze waarop kan per toets(soort) verschillen.
Andere voorbeelden van hulpmiddelen ter ondersteuning van deze doelgroep zijn de beschikbaarheid van een zoomfunctie en een markeerstift.
Toelichting bij LL1.e: Voor leerlingen met dyscalculie wordt geen aangepaste toets geleverd.
In de afnamecondities kan (bijvoorbeeld door in de planning meer pauzes of spreiding van de toetsmomenten op te nemen) rekening worden gehouden met deze ondersteuningsbehoefte. De aanbieder benoemt de eventuele mogelijkheden in diens verantwoordingsdocumenten.
Toelichting LL1.f: De aanbieder beschrijft hoe de toets toegankelijk is gemaakt voor leerlingen met motorische beperkingen. Digitale toetsen moeten afgenomen kunnen worden met alleen het toetsenbord in plaats van met de muis en bij schriftelijke toetsen moet de mogelijkheid geboden worden tot het typen van antwoorden op een antwoordblad. Indien het niet mogelijk is de toets volledig toetsenbordbedienbaar te maken, beargumenteert de aanbieder waarom dit niet mogelijk is. Indien het voor een leerling desondanks niet mogelijk is de fysieke handelingen uit te voeren die nodig zijn om de toets te maken, wordt in de handleiding beschreven dat de leerling dan gebruik kan maken van een hulp ter ondersteuning, zoals een schrijfhulp, die antwoorden noteert op aanwijzing van de leerling.
Toelichting bij LL1.g: De aanbieder toont aan welke ondersteuning wordt geboden voor andere beperkingen zoals hier genoemd. Voor bijvoorbeeld leerlingen met ondersteuningsbehoeften voortkomend uit ziekte, psychische aandoeningen en/of gedragsproblemen geeft de aanbieder aan welke aanpassingen mogelijk zijn in de wijze van afnemen en van welke hulpmiddelen zij gebruik kunnen maken tijden de afname. De aanbieder benoemt daarbij expliciet welke aanpassingen en hulpmiddelen voor deze doelgroepen extra aandacht behoeven, waarbij gedacht kan worden aan het bieden van voldoende tijd, een prikkelarme werkomgeving of individuele afname, extra structureren van wijze van afname en regels die daarbij gelden.
Toelichting LL2: De vorm van de ondersteuning staat beschreven in de handleiding en/of toetsreglement, waaronder de wijze waarop rekening gehouden wordt met doelgroepen in de itemconstructie, door het aanbod van varianten van de toets, de beschikbaarheid van hulpmiddelen en/of via de afnamecondities.
De aanbieder schrijft voor dat bij alle toets(vorm)en alle onderdelen de hulpmiddelen zijn toegestaan binnen de gegeven kaders van de vigerende regelingen. In de Toetswijzer PO staat van een aantal hulpmiddelen voorgeschreven dat deze altijd zijn toegestaan of wanneer al dan niet deze zijn toegestaan. Aanvullend kan een aanbieder andere hulpmiddelen toestaan.
De aanbieder wijst de afnemer er in de handleiding en/of toetsreglement op dat er geen tijdslimiet bestaat en dat de afnemer zelf kan besluiten wat een passende afnameduur (spreiding van de toetsonderdelen over de dag, pauzes e.d.) is bij leerlingen met ondersteuningsbehoeften. Daarnaast wijst de aanbieder de afnemer op de mogelijkheid van de voorleesfunctie voor alle leerlingen die op basis van hun ondersteuningsbehoefte hier gebruik van moeten kunnen maken.
Toelichting LL2.a: Hulpmiddelen voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften kunnen in twee categorieën opgesplitst worden. Enerzijds gaat het om hulpmiddelen die al in de toets(omgeving) zijn opgenomen of ingebouwd. Anderzijds gaat het om de mogelijkheid tot het inzetten van hulpmiddelen van de school of leerling zelf. Bij deze tweede categorie is het belangrijk dat de toets toegankelijk is voor deze hulpmiddelen. De aanbieder beschrijft beide categorieën in de handleiding voor de afnemer en/of toetsreglement.
Toelichting LL2.b: De aanbieder geeft aan welke aanpassingen in de afnamecondities mogelijk zijn en beschrijft hier ten minste de mogelijkheden voor het bieden van voldoende tijd (langer dan de gegeven tijdsindicatie), de inzet van pauzes en de mogelijkheid tot individuele afname. Voor veel aanpassingen in de afnamecondities geldt dat deze voor alle leerlingen ingezet zouden kunnen worden. Voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften vragen deze afnamecondities echter extra aandacht. De aanbieder beschrijft de mogelijke aanpassingen in de handleiding voor de afnemer en/of toetsreglement en wijst de afnemer erop dat de afnamecondities voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften extra aandacht vragen.
Toelichting LL2.c: Wanneer een leerling aantoonbaar niet in de gelegenheid is om de toets op school te maken, kan de toets op een andere locatie worden afgenomen. Denk hierbij aan leerlingen die in het ziekenhuis liggen, of thuiszittende leerlingen. De aanbieder beschrijft in de handleiding welke (technische) randvoorwaarden hieraan verbonden zijn en hoe de school afname op een andere locatie kan organiseren.
Toelichting LL2.d: De aanbieder toont aan wat er aan maatwerk mogelijk is indien het beschreven aanbod aan hulpmiddelen, toetsvarianten en aanpassingen van afnamecondities niet toereikend zijn voor een leerling met specifieke ondersteuningsbehoeften.
Toelichting N1.3: De kwaliteit van de niet geautomatiseerd gescoorde open opgaven wordt ook beïnvloed door de beoordelaarsovereenstemming. In de pretest moet er bij niet geautomatiseerd gescoorde open opgaven daarom ook beoordelaarsovereenstemmingsonderzoek worden uitgevoerd. De aanbieder toont aan dat de mate van overeenstemming tussen de experts resulteert in een coëfficiënt voor beoordelaarsovereenstemming waarbij de proportie overeenstemming representatief is voor een instrument voor belangrijke beslissingen (high-stakes instrument). In het geval van doel A, de basis-kwaliteitscontrole, moet aangegeven worden op basis van welk criterium items vanwege een lage beoordelaarsovereenstemming niet opgenomen worden, en wanneer opgaven wel opgenomen kunnen worden. Bij doel B moet aangegeven worden wat de impact is op de geschatte parameters.
5.2.2. Itemkalibratie en toetskwaliteit
Toelichting A1: In het toetsreglement en/of de afnamehandleiding is beschreven hoe leerlingen, die bij de eerste afname waren verhinderd, alsnog bij een tweede afnamemoment de doorstroomtoets kunnen maken.
Toelichting A2.1 t/m A2.7:
In het toetsreglement en/of de afnamehandleiding is de volgende informatie gegeven:
Bij het evalueren van deze vragen kijkt de adviseur niet alleen of deze informatie er is, maar ook of deze duidelijk is en geen tegenstrijdigheden bevat. Mocht achteraf blijken dat in de praktijk de door de aanbieder verstrekte informatie en communicatie dusdanig verwarrend en/of tegenstrijdig is dat dit een negatieve impact heeft op de afname en/of de resultaten van de leerlingen, dan kan dit in de jaarlijkse evaluatie van de toets een negatief oordeel opleveren.
Toelichting A3: Staat in het het toetsreglement en/of de afnamehandleiding vermeld op welke wijze de afnamecondities moeten bijdragen aan optimale prestaties van de leerlingen? Denk aan voldoende tijd om de toets te kunnen maken en een goede voorbereiding van leerlingen op de afname van de toets.
De toetsaanbieder verantwoordt op gedegen en complete wijze de keuze voor de geselecteerde items die in aanmerking komen voor de doorstroomtoets en waarom items die niet aan deze eisen voldoen onder gegeven omstandigheden toch zijn mee genomen.
Indien de aanbieder ISO 27001 is gecertificeerd, volstaat het om dit certificaat inclusief een verklaring van toepasbaarheid (c.q. de scope van het certificaat) aan te leveren. Indien voorgaande wordt aangeleverd, zijn onderstaande kwaliteitseisen (RB1 t/m RB5) alvast voldoende verantwoord.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.
Toelichting RB1 t/m RB5: De aanbieder moet overzichtelijk per kwaliteitseis aangeven hoe daar aan is voldaan. Een voorbeeld daarvan is de verwijzing naar een verwerkersovereenkomst, waar op de kwaliteitseisen RB1 t/m RB5 wordt ingegaan. Daarbij moet bewijslast worden overlegd van de bij BI.2, BI.3 en BI.4 gevraagde documenten, processen, contracten en protocollen.
De verantwoordelijkheid voor het goed gebruik van de toets en de daarmee verzamelde informatie in de dagelijkse praktijk ligt bij de school / de eindgebruiker zelf.
Toelichting RB6: De toetsaanbieder beschrijft helder hoe een leerling tijdens een tweede afnamemoment (omdat die bij de eerste afname was verhinderd) binnen de wettelijke gestelde termijn alsnog de toets kan maken. De toetsaanbieder vermeldt daarnaast adequaat hoe eventueel deze toets verschilt van de toets van het eerste afnamemoment en waarom de toetsaanbieder hiervoor wel/niet kiest. Dit is informatie die niet per se in het toetsreglement en/of de afnamehandleiding wordt opgenomen en daarom extra is voor de adviseur t.o.v. de verantwoording van kwaliteitseis A1.
Toelichting RB7.1: Het doel van de terugvaloptie is dat in het geval van een incident of onregelmatigheid de toetsaanbieder tijdig een terugvaloptie beschikbaar heeft zodat de leerling toch een doorstroomtoets van de initiële toetsaanbieder kan afnemen tijdens de afname- of inhaalperiode.
De toetsaanbieder beschrijft in een bijbehorend calamiteitenplan de procedure ter voorbereiding op incidenten en calamiteiten. Hierin moet in ieder geval vastgelegd worden hoe de door de aanbieder geboden terugvaloptie van de doorstroomtoets eruitziet: bijvoorbeeld een itembank waaruit kan worden gekozen voor verschillende digitale versies of verschillende versies van een papieren toets. Ook moet het risico dat iteminhoud openbaar komt worden afgedekt.
Toetsaanbieders zijn bovendien zelf verantwoordelijk voor het in de gaten houden van signalen vanuit scholen, het onderwijsveld en sociale media dat hun doorstroomtoets mogelijk niet aan de voorwaarden voor doorgang vinden voldoet.
Toelichting RB7.2: De toetsaanbieder beschrijft in een calamiteitenplan hoe scholen incidenten bij de toetsaanbieder kunnen melden en welke procedures klaarliggen om hiermee om te gaan. En hoe eventuele incidenten intern beoordeeld worden. Daarbij wordt ook vermeld hoe deze meldingen gearchiveerd worden, in het kader van evaluatie (en indien mogelijk openbaarheid).
Toelichting RB7.3: De toetsaanbieder beschrijft in een calamiteitenplan hoe er richting het onderwijsveld gecommuniceerd wordt over eventuele incidenten (d.w.z. via welke kanalen en welke inhoud)?
Toelichting KA6:
Alle psychometrische modellen werken met aannames en voorwaarden waaraan voldaan moet worden, wil het model bruikbaar zijn. Past het – voor de toetssamenstelling gebruikte model – bij de data? De aanbieder dient de passing van het model grafisch te onderbouwen, indien mogelijk op basis van voor het gebruikte model en de toets toepasbare statistieken.
De toetsaanbieder moet nieuw geconstrueerde items pretesten. Dit om de psychometrische kwaliteit van de items te schatten, om van daaruit te kunnen bepalen welke items mogen worden gebruikt bij de definitieve toetssamenstelling.
De psychometrische kwaliteitsbeoordeling van de doorstroomtoets door de adviseur in opdracht van het CvTE bestaat uit de volgende stappen:
In het geval van een MST, geldt dat voor wat betreft de psychometrische kwaliteitseisen uit Hoofdstuk 5 het CvTE per kwaliteitseis mag beoordelen of en welke van de eisen voor een lineaire doorstroomtoets en/of en welke van de eisen voor een computergestuurde adaptieve doorstroomtoets op itemniveau (CAT) van toepassing zijn.
5.2. Pretestprocedure
Om nieuwe items in te kunnen zetten in een operationele afname, moeten deze eerst gepretest worden. De dataverzameling van deze nieuwe items kan twee doelen dienen:
De dataverzameling kan worden uitgevoerd aan de hand van twee scenario’s:
De pretestprocedure bestaat in beide scenario’s uit drie stappen: 1) Steekproefkader en samenstelling steekproef vaststellen (paragraaf 5.2.1), 2) Kalibratie en kwaliteit van items vaststellen met de verzamelde pretestdata (paragraaf 5.2.2), en 3) Definitieve doorstroomtoets samenstellen (paragraaf 5.2.3).
Toelichting T2: Indien van toepassing is het de door het CvTE toegewezen subset van ankeritems opgenomen in (de varianten van) de doorstroomtoets. Eventuele (minimale) aanpassingen op deze items t.o.v. het moederitem zijn alleen toegestaan met akkoord en na beoordeling van het CvTE.
De onderwijskundig goed geconstrueerde items worden gepretest volgens de kwaliteitseisen voor het steekproefkader en de samenstelling van de steekproef.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting N1: De aanbieder geeft aan via welk scenario en met welke doel de nieuwe items zijn gepretest. Vervolgens geeft de aanbieder aan door hoeveel leerlingen ieder nieuw item is gepretest. Het aantal observaties als voldoende gezien wanneer iedere opgave door minstens 200 leerlingen gemaakt is. Uiteraard geven meer gegevens meer zekerheid. Indien doel B wordt nagestreefd moet rekening worden gehouden met het minimumaantal observaties dat per item wordt vereist voor de kalibratie na operationele afname (zie kwaliteitscriterium NR1). Het staat de aanbieder vrij om zowel de gegevens van de reguliere bo-leerlingen als de s(b)o-leerlingen te gebruiken, mits er geen sprake is van DIF (zie kwaliteitscriterium KA2).
Gekloonde opgaven zijn in beginsel nieuwe opgaven, en worden zo ook beoordeeld. Wanneer er sprake is van (zeer) kleine wijzigingen, zoals de aanpassing van een munteenheid (van euro naar dollar), of de aanpassing van een naam (bijvoorbeeld ten behoeve van inclusie), waarbij de opgave inhoudelijk hetzelfde blijft, dan kunnen dergelijke items als onveranderd gezien worden. De toetsaanbieder moet dan wel duidelijk aangeven welke (inhoudelijke) aanpassing gedaan is, bij voorkeur met een rationale waaruit blijkt waarom de aanpassing geen impact heeft.
Wanneer de gekloonde opgave in termen van relevantie en/of objectiviteit verandert ten opzichte van het originele item, dan is er wel sprake van een nieuwe opgave. Meer specifiek is er sprake van een nieuwe opgave wanneer:
5.3. Normering ten behoeve van leerlingrapportage
Toelichting N2: De steekproef moet relevant zijn voor de toepassing.
Als bij (2) de omstandigheden afwijken van de werkelijke afname, wordt aangegeven welke impact verwacht wordt en hoe daar in de selectie van opgaven voor de operationele afname rekening mee is gehouden.
In het geval van scenario 2 moet de aanbieder aantonen dat de populatie voor de zaai-items niet structureel anders is dan de populatie van de niet-zaai-items.
5.4. Gegevenslevering
Wanneer de pretest gedaan wordt door middel van zaai-opgaven in de afname dan wordt aangegeven hoe dat zaai-design er uitziet.
Wanneer de pretestdata zijn verzameld met een CAT is het niet zinvol om het hele onvolledige design weer te geven, omdat iedere leerling dan in principe een unieke verzameling items maakt. Indien mogelijk moet het – indien sprake is van doel B – wel duidelijk zijn hoe deze data verbonden worden aan de bestaande schaal na kalibratie van afgelopen operationele afname.
Ook moet duidelijk zijn op welke posities de verschillende opgaven ingezet zijn, zodat door de toetsaanbieder op gedegen en complete wijze beargumenteerd kan worden op welke wijze er rekening is gehouden met vermoeidheids- en/of volgorde effecten.
Toelichting GL2: De toetsaanbieder heeft na de afname van de vorige doorstroomtoets de (persoons)gegevens verstrekt ten behoeve van toelatings- en doorstroomonderzoek zoals uiteengezet in de Regeling Beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire. Tenminste zijn aangeleverd per individuele leerling:
5.5. Kwaliteit en functioneren van de doorstroomtoets (rapportage achteraf)
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting KA1: De toetsaanbieder selecteert de gepreteste items die psychometrisch gezien van voldoende kwaliteit zijn om te kunnen gebruiken in de samen te stellen doorstroomtoets. Dat betekent dat de toetsaanbieder op gedegen en complete wijze onderbouwt dat de geselecteerde items aan minimaal de volgende eisen voldoen:
De toetsaanbieder verantwoordt op gedegen en complete wijze de keuze voor de geselecteerde items die in aanmerking komen voor de doorstroomtoets en waarom items die niet aan deze eisen voldoen onder gegeven omstandigheden toch zijn mee genomen.
Toelichting KA2: De toetsaanbieder beschrijft op gedegen en complete wijze hoe ze onderzoek naar DIF heeft uitgevoerd. Dit wordt gedaan door – indien van toepassing en indien voldoende observaties per categorie – een DIF-analyse op itemniveau uit te voeren ten aanzien van of over:
Hiervoor geldt:
De grafische weergaven en DIF-statistieken moeten aan worden geleverd voor ieder item, dus ook voor de items waarbij geen indicatie is gevonden van DIF. Wanneer een item met een indicatie van DIF desondanks wordt geselecteerd voor de operationele afname moet de aanbieder aantonen dat het verwachte effect op de behaalde (referentie) en ERK-niveaus en behaalde toetsadviezen verwaarloosbaar is.
6. Vierjaarlijkse erkenning en jaarlijkse vaststelling door het CvTE
6.1. De vierjaarlijkse erkenning
Voor een MST moet de toetsaanbieder op gedegen en complete wijze verantwoorden:
Naast dat de beslisregels voor de samenstelling van de toets geëxpliciteerd moeten zijn, is het belangrijk dat tevens beslisregels geëxpliciteerd zijn om dekking van het inhoudelijke domein te waarborgen per individuele afname. Dit houdt in dat indien er bijvoorbeeld vier verschillende domeinen van rekenen worden bevraagd, de beslisregels van de adaptieve toets ervoor moeten zorgen dat ook uit alle domeinen voldoende opgaven worden afgenomen.
6.2. De jaarlijkse vaststelling
De schattingsfout van iedere geschatte vaardigheid moet beperkt zijn voor de nieuw in te zetten operationele toets. Het evalueren van de meetnauwkeurigheid op verschillende posities op de latente vaardigheidsschaal wordt aan de hand van onderstaande vragen beoordeeld:
Model leeswijzer
Alle psychometrische modellen werken met aannames en voorwaarden waaraan voldaan moet worden, wil het model bruikbaar zijn. Past het – voor de toetssamenstelling gebruikte model – bij de data? De aanbieder moet de itemfit grafisch onderbouwen. Daarnaast moet de aanbieder een passingsmaat hanteren en de resultaten onderbouwen.
1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.
Na afronding van de kalibratie van de nieuwe items, stelt de toetsaanbieder de definitieve doorstroomtoets samen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.4. Wat minimaal aan te leveren bij een indiening?
1.4.2. Het aanleveren van items
In het geval van een MST:
In het geval van aparte varianten van de doorstroomtoets voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften:
1.4.4. Optioneel: het aanleveren van data t.b.v. toelatings- en doorstroomonderzoek
3. Onderwijskundige aspecten
3.1. Inleiding
3.2. Inhoudsvaliditeit doorstroomtoets
De toetsmatrijs is een adequate representatie van het meetdoel. Dat betekent eveneens dat er via de toetsmatrijs wordt voldaan aan de eisen uit de Toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire.
Indien een opgave op basis van punt 2 of 3 wordt behouden, moet deze toetsopgave bij de afname gemonitord te worden door de toetsaanbieder. Na de operationele afname analyseert de toetsaanbieder het functioneren van deze toetsopgave (KF2).
3.3. Terrein Rekenen
Voor het terrein Rekenen zijn de referentieniveaus 1F en 1S leidend.
3.3.1. Verdeling toetsopgaven over domeinen in toetsmatrijs en toetssamenstelling
Toelichting D.1: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design is de werking van de beslisregel aan te tonen door middel van het opleveren van enkele toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.
3.3.2. Verdeling toetsopgaven over onderdelen
Toelichting O.D: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design is de werking van de beslisregel aan te tonen door middel van het opleveren van enkele toetspaden, die voldoen aan de vereiste verdeling van toetsopgaven over de onderdelen, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.
3.3.3. Opgaven met en zonder context
Toelichting C3: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Een toetsaanbieder van adaptieve toetsen (CAT en MST) toont naast het algoritme of module-design met de werking van de beslisregel aan, door middel van het opleveren van enkele toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd, de vereiste percentuele verdelingen zoals in C1 t/m C2 geschetst.
3.3.4. Gebruik uitrekenpapier
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.
3.3.5. Gebruik rekenmachine
Toelichting: Gebruik van een niet-grafische en/of niet-programmeerbare rekenmachine is bij maximaal 20% van de toetsopgaven toegestaan. Gebruik van een grafische en/of programmeerbare rekenmachine is niet toegestaan.
3.3.6. Context Bonaire
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)