Reglement van de Koninklijke Bibliotheek 2024

Type ZBO-regeling
Publication 2025-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 105
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 2. Algemeen bestuurscollege

Hoofdstuk 2. Algemeen bestuurscollege

Hoofdstuk 4. De organisatie

Hoofdstuk 5. Openbaarheid en tarieven

Hoofdstuk 6. Rechtsbescherming

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 1. Besluit mandaat-, volmacht- en machtigingsregeling koninklijke bibliotheek 2022

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op de bepalingen in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de bepalingen in de Auteurswet;

Gelet op titel 3 van het Burgerlijk Wetboek;

Gelet op de bepalingen in de Kaderwet;

Gelet op de bepalingen in de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 96/46/EG (verder: Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;

Gelet op de bepalingen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gelet op de bepalingen in de Wet open overheid;

Gelet op de bepalingen in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en;

Gelet op artikel 2.1 en artikel 3.1 van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek

Besluit:

De directeur-bibliothecaris (hierna aangeduid als: Algemeen Directeur) van de Koninklijke Bibliotheek mandaten, volmachten en machtigingen ter uitvoering van de taken en bevoegdheden ten aanzien van de Koninklijke Bibliotheek te verlenen;

Artikel 1

Artikel 2

De Algemeen Directeur heeft de bevoegdheid mandaat, volmacht en machtiging te verlenen voor ondertekening van uitvoeringstechnische zaken.

Artikel 3

Artikel 4

De ondertekening van documenten namens het Algemeen Bestuurscollege luidt als volgt: “namens het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek, (naam), Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek”.

Artikel 5

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Mandaat-, Volmacht-, en Machtigingsregeling Koninklijke Bibliotheek 2022.

Bijlage 2. Besluit volmachtsregeling personeelsbeleid/ personeelsbeheer koninklijke bibliotheek 2022

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op de bepalingen in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de bepalingen in de Auteurswet;

Artikel 1

Artikel 2

Gelet op de bepalingen in de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 96/46/EG (verder: Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;

Artikel 3

Gelet op de bepalingen in de Wet open overheid;

Artikel 4

Artikel 5

Besluit:

Artikel 6

Artikel 1

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Volmachtsregeling personeelsbeleid/personeelsbeheer Koninklijke Bibliotheek 2022.

Bijlage 3. Besluit mandaatregeling algemeen directeur koninklijke bibliotheek algemene verordening gegevensbescherming 2022

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op de bepalingen in de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 96/46/EG (verder: Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;

De ondertekening van documenten namens het Algemeen Bestuurscollege luidt als volgt: “namens het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek, (naam), Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek”.

Besluit:

De directeur-bibliothecaris (hierna aangeduid als: Algemeen Directeur) van de Koninklijke Bibliotheek het navolgende mandaat te verlenen:

Artikel 1. Bevoegdheden

Artikel 2. (Onder)mandaat

Artikel 3. Slotbepalingen

Bijlage 4. Besluit mandaatregeling subsidie koninklijke bibliotheek 2022

Besluit:

De directeur-bibliothecaris (hierna aangeduid als: Algemeen Directeur) van de Koninklijke Bibliotheek de navolgende volmachten inzake personeelsbeleid/ personeelsbeheer, het vaststellen en wijzigen van de (collectieve) arbeidsvoorwaarden en het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomsten te verlenen.

Gelet op artikel 9 en artikel 20 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

Besluit:

De Algemeen Directeur is gevolmachtigd om namens het Algemeen Bestuurscollege het overleg te voeren met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers.

Artikel 3

Artikel 2

De uitoefening van het mandaat strekt zich niet uit tot het beslissen op een bezwaarschrift (artikel 10:3 lid 3 Awb).

Artikel 5

De ondertekening van documenten namens het Algemeen Bestuurscollege luidt als volgt: “namens het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek, (naam), Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek”.

Artikel 6

De ondertekening van uitgaande stukken luidt als volgt: ‘namens het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek, (naam), Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek’.

Artikel 5

Artikel 6

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Bijlage 5A. De regeling bezwarenprocedure koninklijke bibliotheek 2024

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 5B. Besluit herbenoeming adviescommissie subsidie regeling bezwarenprocedure koninklijke bibliotheek 2023

Besluit:

De directeur-bibliothecaris (hierna aangeduid als: Algemeen Directeur) van de Koninklijke Bibliotheek het navolgende mandaat te verlenen:

Besluit:

Artikel 2. (Onder)mandaat

Artikel 3. Slotbepalingen

Artikel 3

Bijlage 6. Reglement koninklijke bibliotheek 2023

Klachtregeling Koninklijke Bibliotheek

Gelet op artikel 9 en artikel 20 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

Besluit:

De directeur-bibliothecaris (hierna aangeduid als: Algemeen Directeur) van de Koninklijke Bibliotheek het navolgende mandaat te verlenen.

Artikel 1

Artikel 2

De uitoefening van het mandaat strekt zich niet uit tot het beslissen op een bezwaarschrift (artikel 10:3 lid 3 Awb).

Artikel 3

Artikel 3. Klachtrecht

Artikel 4

Artikel 4. Mondelinge klachten

Artikel 5

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Mandaatregeling subsidie Koninklijke Bibliotheek 2022.

Artikel 7. Niet ontvankelijkheid

Hoofdstuk 3. Klachtbehandelaar en klachtregistratie

Artikel 8. Coördinator klachtbehandeling

Artikel 9. Klachtregistratie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 5. Formele klachtbehandeling

Artikel 2. Reikwijdte Regeling

Artikel 12. Klachtafdoening

Hoofdstuk 2. Procedure

Artikel 3. Bezwaar

Artikel 4. Inhoud bezwaarschrift

Het bezwaarschrift wordt overeenkomstig artikel 6:5 Awb ondertekend en bevat tenminste:

Artikel 5. Herstellen verzuim

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a. Algemeen Bestuurscollege: het algemeen bestuur van de Koninklijke Bibliotheek zoals bedoeld in artikel 13.3 van de WHW;
  • b. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming;
  • d. BW: Burgerlijk Wetboek;
  • e. Directeur-bibliothecaris: de bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek zoals bedoeld in artikel 13.5 van de WHW, aangeduid als Algemeen Directeur;
  • h. Machtiging: Een handeling zijnde noch een publiekrechtelijke noch een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het betreft het doen van feitelijke handelingen.
  • i. Mandaat: De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Degene aan wie een bevoegdheid is gemandateerd, mag die bevoegdheid (onder)mandateren aan hiërarchische ondergeschikten.
  • j. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • k. Schakelbepaling: De bepalingen in artikel 10: 12 van de Awb omtrent mandaat zijn van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging.
  • l. Volmacht: De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

Artikel 2.1. Taken en bevoegdheden

1.

De bevoegdheid tot regeling en bestuur van de Koninklijke Bibliotheek berust bij het Algemeen Bestuurscollege voor zover die bevoegdheid niet bij of krachtens de WHW aan de directeur-bibliothecaris is opgedragen. Het Algemeen Bestuurscollege oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de WHW, de Wsob en de Kaderwet aan het instellingsbestuur zijn opgedragen, voor zover bij of krachtens hoofdstuk 13 van de WHW niet anders is bepaald. (Ontleend aan art. 13.3, lid 1 van de WHW).

2.

Het Algemeen Bestuurscollege laat zich bij de uitvoering van zijn taken leiden door de taakstelling van de Koninklijke Bibliotheek als de nationale bibliotheek, zoals omschreven in artikel 1.5, lid 2 van de WHW en, ten aanzien van de taken genoemd onder a tot en met c, in artikel 9 van de Wsob.

De Koninklijke Bibliotheek is als nationale bibliotheek werkzaam op het gebied van het bibliotheekwezen en heeft in ieder geval tot taak:

  • a. de informatievoorziening op het gebied van de Nederlandse geschiedenis, cultuur en samenleving, aan het hoger onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek, het openbaar bestuur en de uitoefening van beroep of bedrijf;
  • b. het aansturen van het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen door:
    1. afstemming en coördinatie;
    1. educatie, informatie en reflectie; en
    1. vertegenwoordiging en promotie;
  • c. het in stand houden van de landelijke digitale bibliotheek; en
  • d. het verzorgen van een bibliotheekvoorziening van noodzakelijk omgezette werken voor personen met een handicap;
  • e. het zorg dragen voor de nationale bibliotheekverzameling van geschreven, gedrukte en digitale publicaties;
  • f. het bevorderen van de totstandkoming en instandhouding van nationale voorzieningen voor duurzaam behoud, beheer, ontsluiting en beschikbaarstelling van de nationale bibliotheekverzameling op haar werkterrein;
  • g. het verrichten van onderzoek, gericht op de voorbereiding en uitvoering van het beleid op het in de wet genoemde terrein;
  • h. het zorg dragen voor landelijke programma’s voor conservering en digitalisering;
  • i. het bijdragen aan de internationale infrastructuur voor de duurzame toegankelijkheid van digitale wetenschappelijke publicaties;
  • j. het bevorderen van de afstemming met overige wetenschappelijke bibliotheken in en buiten Nederland;
  • k. het bevorderen van de samenwerking met archieven, musea en uitgeverijen op haar werkterrein;
  • l. het bevorderen van de internationale samenwerking op haar werkterrein.

Artikel 2.2. Samenstelling

Het Algemeen Bestuurscollege bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste vier andere leden. Het aantal leden wordt door Onze Minister bepaald. (Ontleend aan art. 13.3, lid 2 van de WHW).

Artikel 2.3. Benoeming, schorsing en ontslag

1.

De leden van het Algemeen Bestuurscollege worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een door Onze Minister te bepalen termijn. (Ontleend aan art. 13.3, lid 3 van de WHW).

2.

De leden van het Algemeen Bestuurscollege kunnen door Onze Minister, de overige leden van het Algemeen Bestuurscollege gehoord, worden geschorst en tussentijds ontslagen. (Ontleend aan art. 13.3, lid 4 van de WHW).

3.

Schorsing en ontslag vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. (Ontleend aan art. 12, lid 2 van de Kaderwet).

Artikel 2.4. Nevenfuncties

1.

Een lid van het Algemeen Bestuurscollege vervult geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. (Ontleend aan art. 13, lid 1 van de Kaderwet).

2.

Een lid van het Algemeen Bestuurscollege meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn functie aan Onze Minister. (Ontleend aan art. 13, lid 2 van de Kaderwet).

3.

Nevenfuncties van een lid van het Algemeen Bestuurscollege anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Koninklijke Bibliotheek en bij Onze Minister. (Ontleend aan art. 13, lid 3 van de Kaderwet).

Artikel 2.5. Bezoldiging

1.

Onze Minister kan aan een of meer leden van het Algemeen Bestuurscollege een bezoldiging of toelage toekennen. (Ontleend aan art. 13.3, lid 5 van de WHW).

2.

Buiten de bezoldiging of de schadeloosstelling en de vergoeding van bijzondere kosten in verband met zijn functie geniet een lid van het Algemeen Bestuurscollege geen inkomsten ten laste van de Koninklijke Bibliotheek. (Ontleend aan art. 14, lid 3 van de Kaderwet).

3.

In het jaarverslag wordt een geaccumuleerde opgave gedaan van het bedrag van de bezoldigingen of schadeloosstellingen, met inbegrip van de pensioenlasten en van andere uitkeringen, voor de gezamenlijke leden van het Algemeen Bestuurscollege (Ontleend aan art. 14, lid 4 van de Kaderwet).

Artikel 2.6. Vertegenwoordiging

De voorzitter van het Algemeen Bestuurscollege vertegenwoordigt de Koninklijke Bibliotheek in en buiten rechte. (Ontleend aan art. 13.3, lid 6 van de WHW).

Artikel 2.7. Vervanging van leden bij afwezigheid of ontstentenis

De voorzitter wordt bij afwezigheid of ontstentenis vervangen door het langst zittende bestuurslid, dan wel bij eenzelfde aantal zittingsjaren van twee of meer langst zittende bestuursleden door de oudste van hen.

Artikel 2.8. Begroting

1.

Het Algemeen Bestuurscollege stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, de begroting vast. Het besluit tot vaststelling van de begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Het Algemeen Bestuurscollege zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister de begroting voor het daaropvolgende jaar.(Ontleend aan art. 26 en aan artikel 29, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen).

2.

De begroting behelst een voorstel aan Onze Minister over het bedrag dat in het betreffende jaar in de rijksbegroting zal worden opgenomen en een voorstel aan Onze Minister aangaande de in het betreffende jaar te hanteren tarieven. Indien de Koninklijke Bibliotheek andere baten of inkomsten raamt, worden deze afzonderlijk vermeld en van een toelichting voorzien. (Ontleend aan art. 28 van de Kaderwet).

3.

In een apart onderdeel van de begroting wordt invulling gegeven aan de taken als bedoeld in artikel 9 van de Wsob, waarbij een allocatie van middelen is opgenomen die overeenstemt met het instellingsplan. (Ontleend aan art. 19, lid 3 Wsob).

4.

Het Algemeen Bestuurscollege draagt zorg voor wijziging van de begroting indien de vastgestelde rijksbijdrage afwijkt van de in de begroting opgenomen geraamde rijksbijdrage, alsmede in geval van een nader bepaalde rijksbijdrage. (Ontleend aan art. 2.8, lid 3 van de WHW).

5.

Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de Koninklijke Bibliotheek daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. (Ontleend aan art. 30 van de Kaderwet).

6.

Het Algemeen Bestuurscollege doet de noodzakelijke uitgaven binnen de grenzen van de vastgestelde of gewijzigde begroting. (Ontleend aan art. 2.8, lid 4 van de WHW).

7.

Af- en overschrijving op de uitgaafposten van de begroting kunnen door het Algemeen Bestuurscollege geschieden in de gevallen, voorzien in de door het Algemeen Bestuurscollege ter zake vast te stellen regels. (Ontleend aan art. 2.8, lid 5 van de WHW).

Artikel 2.9. Verslag

1.

Het Algemeen Bestuurscollege dient jaarlijks voor 15 maart bij Onze Minister een verslag en jaarrekening in. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. (Ontleend aan art. 18, lid 1 en art. 34 van de Kaderwet en art. 2.9, lid 6 van de WHW).

2.

Het jaarverslag wordt aan beide kamers der Staten-Generaal toegezonden. (Ontleend aan art. 18, lid 2 van de Kaderwet).

3.

Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. (Ontleend aan art. 2.9 van de WHW).

4.

In een apart onderdeel van het jaarverslag wordt beleidsmatig en financieel verantwoording afgelegd over de taken als bedoeld in artikel 9 van de Wsob. (Ontleend aan art. 19, lid 3 van de Wsob).

5.

In het jaarverslag doet de Koninklijke Bibliotheek verslag van hetgeen zij heeft gedaan teneinde de personen en instellingen die met de Koninklijke Bibliotheek in aanraking komen zorgvuldig te behandelen, zoals de zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften en klachten die zijn ontvangen en de wijze waarop de Regeling bezwarenprocedure KB en de Klachtregeling KB (Zie de Bijlagen 5a en 6 bij het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek) worden toegepast. Daarnaast wordt in het jaarverslag vermeld welke voorzieningen zijn getroffen waardoor personen en instellingen die met de Koninklijke Bibliotheek in aanraking komen in de gelegenheid zijn voorstellen tot verbeteringen van werkwijzen en procedures te doen. (Ontleend aan art. 19 van de Kaderwet).

Artikel 2.10. Instellingsplan

1.

Het Algemeen Bestuurscollege stelt een instellingsplan vast uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige plan en zendt dit na vaststelling onverwijld aan Onze Minister. Het plan geeft een omschrijving van de inhoud en de specificatie van het voorgenomen beleid van de Koninklijke Bibliotheek voor die periode. Het Algemeen Bestuurscollege maakt het plan openbaar. (Ontleend aan art. 2.2 en 2.2a van de WHW).

2.

In een apart onderdeel van het instellingsplan wordt invulling gegeven aan de taken als bedoeld in artikel 9 van de Wsob. Daarnaast wordt in een onderdeel van het instellingsplan, het beheerplan, specifiek ingegaan op de wijze waarop de Koninklijke Bibliotheek de landelijke digitale bibliotheek in stand houdt. (Ontleend aan art. 19, lid 3 en art. 17, lid 2 van de Wsob).

Artikel 2.11. Collectieplan en gezamenlijke catalogus

1.

Het Algemeen Bestuurscollege stelt elke vier jaar een gezamenlijk collectieplan vast voor de deelnemers van het netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen als bedoeld in artikel 7 Wsob. (Ontleend aan art. 10, lid 1 van de Wsob).

2.

Ten behoeve van de gezamenlijke catalogus voor de landelijke digitale bibliotheek, stelt het Algemeen Bestuurscollege regels over het tijdstip en de wijze waarop gegevens over de collectie en de beschikbaarheid daarvan door lokale bibliotheken en provinciale ondersteuningsinstellingen worden verstrekt aan de Koninklijke Bibliotheek. (Ontleend aan art. 11, lid 1 en lid 3 van de Wsob).

Artikel 2.12. Toegang digitale werken

Ten behoeve van het in stand houden van de landelijke digitale bibliotheek door de Koninklijke Bibliotheek stelt het Algemeen Bestuurscollege een reglement vast voor de toegang tot digitale werken. (Ontleend aan art. 17, lid 1 onder c van de Wsob).

Artikel 2.13. Inkoop digitale werken

De Koninklijke Bibliotheek verricht namens de Staat der Nederlanden het inkopen van werken voor de landelijke digitale bibliotheek. De inkoop wordt uitsluitend verricht op voordracht van vertegenwoordigers van de lokale bibliotheken, welke is afgestemd op het bedrag dat Onze Minister jaarlijks aan de Koninklijke Bibliotheek ter beschikking stelt voor het inkopen van werken. (Ontleend aan art. 18 van de Wsob).

Artikel 2.14. Subsidieverstrekking

1.

Ten behoeve van de taken bedoeld in artikel 9 van de Wsob kan de Koninklijke Bibliotheek subsidie verstrekken. (Ontleend aan art. 20, lid 1 van de Wsob).

2.

Indien de Koninklijke Bibliotheek subsidie verstrekt, stelt het Algemeen Bestuurscollege een subsidiereglement vast waarin in ieder geval wordt vastgelegd de werkwijze, de procedures en de criteria die het bestuur bij het verstrekken van subsidies hanteert, alsmede de verplichtingen die aan de subsidieontvanger worden opgelegd. (Ontleend aan art. 20, lid 2 van de Wsob).

3.

Onze Minister kan het Algemeen Bestuurscollege voorschrijven een subsidiereglement te wijzigen met betrekking tot de vaststelling van een subsidieplafond en de wijze van verdeling daarvan, de betaling en terugvordering van de subsidie alsmede de verlening van voorschotten op de subsidie. (Ontleend aan art. 20, lid 3 van de Wsob).

4.

Het besluit tot vaststelling van een subsidiereglement of een wijziging daarvan treedt slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. (Ontleend aan art. 20, lid 4 van de Wsob).

Artikel 2.15. Werkwijze

1.

Het Algemeen Bestuurscollege vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee leden dit wenselijk achten, doch tenminste vier keer per jaar.

2.

Het Algemeen Bestuurscollege kan slechts besluiten nemen wanneer tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is. Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is, wordt een nieuwe vergadering uitgeschreven waarin ongeacht het aantal aanwezige leden besluiten kunnen worden genomen.

3.

Onverminderd het bepaalde in zijn taakomschrijving heeft de directeur-bibliothecaris de zorg voor de voorbereiding van de vergaderingen – waaronder begrepen het verzenden van een oproepingsbrief, de concept-agenda en de bijbehorende vergaderstukken – de verslaglegging, alsmede de uitvoering van de besluiten, voorzover het Algemeen Bestuurscollege een en ander zichzelf niet heeft voorbehouden. Hij woont de vergaderingen met raadgevende stem bij.

4.

De termijn van oproeping bedraagt, tenzij de voorzitter om spoedeisende redenen anders beslist, tenminste zes dagen, de dag van oproeping en van vergadering niet meegerekend.

5.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter met inachtneming van eventuele voorwaarden van het Algemeen Bestuurscollege, buiten de vergadering besluiten nemen namens het Algemeen Bestuurscollege. Dergelijke besluiten worden zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuurscollege.

Hoofdstuk 3. Directeur-bibliothecaris

Artikel 3.1. Taken en bevoegdheden

1.

Binnen het kader van het door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde beleid berust de leiding van de Koninklijke Bibliotheek bij de directeur-bibliothecaris. (Ontleend aan art. 13.5, lid 1 van de WHW).

2.

De directeur-bibliothecaris heeft tot taak het beleid van het Algemeen Bestuurscollege voor te bereiden en ten uitvoer te leggen. (Ontleend aan art. 13.5, lid 2 van de WHW).

3.

De directeur-bibliothecaris is bevoegd om uitgaven te doen en verplichtingen aan te gaan binnen het kader van de door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde begroting.

4.

De directeur-bibliothecaris ontvangt van het Algemeen Bestuurscollege mandaat, volmacht en machtiging om de taken en bevoegdheden van de Koninklijke Bibliotheek op een ordentelijke wijze uit te kunnen oefenen. (Besluit Mandaat-, Volmacht-, en Machtigingsregeling Koninklijke Bibliotheek 2022 is opgenomen in Bijlage 1 bij dit reglement).

5.

De directeur-bibliothecaris is namens het Algemeen Bestuurscollege bevoegd de taken en bevoegdheden in lid 4 in (onder)mandaat en in (onder)volmacht te verlenen. (Ontleend aan art. 3:41 en art. 10:5 Awb).

Hoofdstuk 4. De organisatie

Artikel 4.1. Bijzondere regelingen

1.

Het Algemeen Bestuurscollege kan bijzondere regelingen vaststellen inzake onderdelen of aspecten van de organisatie.

2.

Het Algemeen Bestuurscollege heeft de volgende bijzondere regelingen vastgesteld;

  • a). Besluit Volmachtsregeling personeelsbeleid/ personeelsbeheer Koninklijke Bibliotheek 2022 (Bijlage 2).
  • b). Besluit Mandaatregeling Algemeen Directeur Koninklijke Bibliotheek Algemene Verordening Gegevensbescherming 2022 (Bijlage 3).
  • c). Besluit Mandaatregeling subsidie Koninklijke Bibliotheek 2022 (Bijlage 4).

Hoofdstuk 5. Openbaarheid en tarieven

Artikel 5.1. Informatie uit eigen beweging en op verzoek

Het Algemeen Bestuurscollege verschaft desgevraagd alsmede uit eigen beweging informatie over de Koninklijke Bibliotheek aan belanghebbenden en belangstellenden. In de Wet open overheid (Woo) is geregeld in welke gevallen het verschaffen van informatie achterwege blijft. (Ontleend aan art. 13.8, lid 1 van de WHW).

Artikel 5.2. Tarieven

1.

Het Algemeen Bestuurscollege stelt regels vast voor het berekenen van tarieven bij het op verzoek verschaffen van informatie. (Ontleend aan art. 13.8, lid 2 van de WHW).

2.

Het Algemeen Bestuurscollege stelt, nadat door de Koninklijke Bibliotheek overleg is gevoerd met vertegenwoordigers van de lokale bibliotheken, tarieven vast voor de toegang tot digitale werken of het gebruik van digitale diensten of bronnen. (Ontleend aan art. 14 van de Wsob).

3.

Voor zover de Koninklijke Bibliotheek bevoegd is tot het vaststellen van tarieven, behoeft de hoogte van de vastgestelde tarieven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring is niet vereist indien de Koninklijke Bibliotheek is gebonden aan een maximumbedrag voor het tarief. (Ontleend aan art. 17 Kaderwet).

Hoofdstuk 6. Rechtsbescherming

Artikel 6.1. Besluiten, beschikkingen, bezwaar en beroep

1.

Van toepassing zijn de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet open overheid (Woo) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) over besluiten, c.q. beschikkingen, alsmede die over bezwaar en beroep. Ten behoeve van een beslissing op een bezwaar kan het Algemeen Bestuurscollege zich laten adviseren door een adviescommissie.

2.

Voor de behandeling van bezwaar en beroep kan het Algemeen Bestuurscollege bijzondere reglementen vaststellen.

3.

Het Algemeen Bestuurscollege heeft de volgende bijzondere reglementen vastgesteld;

  • a). De Regeling Bezwarenprocedure Koninklijke Bibliotheek (Bijlage 5a).
  • b). De Klachtregeling Koninklijke Bibliotheek (Bijlage 6).

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7.1. Vervanging Reglement van de Koninklijke Bibliotheek van 7 februari 2023

Dit reglement vervangt het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek van 7 februari 2023

Artikel 7.2. Inwerkingtreding

Het reglement treedt in werking een dag na bekendmaking van de vaststelling ervan in de Staatscourant. Hierbij werken de bijlagen 1 tot en met 4, 5b en 6 terug tot en met 12 maart 2025.

Bijlage 1. Besluit mandaat-, volmacht- en machtigingsregeling koninklijke bibliotheek 2022

Gelet op titel 3 van het Burgerlijk Wetboek;

Gelet op de bepalingen in de Kaderwet;

Gelet op de bepalingen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gelet op de bepalingen in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en;

Gelet op artikel 2.1 en artikel 3.1 van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek

De directeur-bibliothecaris (hierna aangeduid als: Algemeen Directeur) van de Koninklijke Bibliotheek mandaten, volmachten en machtigingen ter uitvoering van de taken en bevoegdheden ten aanzien van de Koninklijke Bibliotheek te verlenen;

Artikel 2

De Algemeen Directeur heeft de bevoegdheid mandaat, volmacht en machtiging te verlenen voor ondertekening van uitvoeringstechnische zaken.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Mandaat-, Volmacht-, en Machtigingsregeling Koninklijke Bibliotheek 2022.

Bijlage 2. Besluit volmachtsregeling personeelsbeleid/ personeelsbeheer koninklijke bibliotheek 2022

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op artikel 3.1 en artikel 4.1 van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek;

Artikel 1

Artikel 2

De Algemeen Directeur heeft de bevoegdheid volmacht te verlenen voor ondertekening van uitvoeringstechnische zaken.

Artikel 4

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Volmachtsregeling personeelsbeleid/personeelsbeheer Koninklijke Bibliotheek 2022.

Bijlage 3. Besluit mandaatregeling algemeen directeur koninklijke bibliotheek algemene verordening gegevensbescherming 2022

Gelet op de bepalingen in de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 96/46/EG (verder: Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;

Gelet op artikel 3.1 en artikel 4.1 van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek;

Artikel 1. Bevoegdheden

Bijlage 4. Besluit mandaatregeling subsidie koninklijke bibliotheek 2022

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op artikel 3.1 en artikel 4.1 van het Bestuursreglement van de Koninklijke Bibliotheek;

De Algemeen Directeur heeft de bevoegdheid ondertekeningsmandaat te verlenen voor uitvoeringstechnische zaken.

De ondertekening van uitgaande stukken luidt als volgt: ‘namens het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek, (naam), Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek’.

Bijlage 5A. De regeling bezwarenprocedure koninklijke bibliotheek 2024

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op de hoofstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6.1 lid 3 sub a van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek;

Besluit onderstaande regeling met betrekking tot de bezwaarprocedure van de Koninklijke Bibliotheek vast te stellen:

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling is van toepassing op te nemen beslissingen op bezwaarschriften inzake bestuursrechtelijke aangelegenheden op het gehele publieke werkterrein van de Koninklijke Bibliotheek, met uitzondering van bezwaren inzake personele aangelegenheden.

Indien niet is voldaan aan artikel 7 van de Awb kan het bezwaar niet ontvankelijk worden verklaard, mits de belanghebbende in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, binnen een hem daartoe gestelde redelijke termijn.

Artikel 6. Termijn

Artikel 7. Ontvangstbevestiging

De ontvangst van het bezwaarschrift wordt schriftelijk bevestigd.

Artikel 8. Géén opschortende werking

Het bezwaar schorst niet de werking van het bestreden besluit, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.

Hoofdstuk 3. Adviescommissie

Artikel 9. Advies aanvragen Adviescommissie Subsidie

Artikel 10. Samenstelling

Artikel 11. Géén advies aanvragen

Geen advies wordt gevraagd indien:

Artikel 12. Behandeling bezwaarschrift

Artikel 13. Het uitbrengen van het advies

Na de zitting gaat een adviescommissie over tot beraadslaging over het uit te brengen advies.

Hoofdstuk 4. De beslissing op bezwaar

Artikel 14. De termijn

Artikel 15. Het besluit

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 16. Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet besluit de Algemeen Directeur.

Artikel 17. Inwerkingtreding

De Regeling Bezwarenprocedure Koninklijke Bibliotheek treedt in werking een dag na bekendmaking van de vaststelling ervan in de Staatscourant.

Bijlage 5B. Besluit herbenoeming adviescommissie subsidie regeling bezwarenprocedure koninklijke bibliotheek 2023

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op artikel 9 en 10 van de Regeling Bezwarenprocedure Koninklijke Bibliotheek 2023;

Besluit:

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Bijlage 6. Reglement koninklijke bibliotheek 2023

Klachtregeling Koninklijke Bibliotheek

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6.1 lid 3 sub b van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek;

Besluit onderstaande regeling met betrekking tot de klachtenprocedure van de Koninklijke Bibliotheek vast te stellen:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en reikwijdte

Artikel 3. Klachtrecht

Hoofdstuk 2. De wijze van indienen en ontvankelijkheid van klachten

Artikel 4. Mondelinge klachten

Artikel 5. Schriftelijke klachten

Artikel 6. Ontvangstbevestiging

De KB bevestigt de ontvangst van de klacht schriftelijk (artikel 9:6 Awb) en zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen twee weken na ontvangst van de klacht.

Artikel 7. Niet ontvankelijkheid

Hoofdstuk 3. Klachtbehandelaar en klachtregistratie

Artikel 8. Coördinator klachtbehandeling

Artikel 9. Klachtregistratie

Hoofdstuk 4. Informele klachtafhandeling

Artikel 10. Informele klachtbehandeling

Hoofdstuk 5. Formele klachtbehandeling

Artikel 11. Gelegenheid tot horen

Artikel 12. Klachtafdoening

Artikel 13. Geen beroep en klacht Nationale ombudsman

Hoofdstuk 6. Inwerkingtreding

Artikel 14. Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist de Algemeen Directeur.

Artikel 15. Inwerkingtreding

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)