Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 april 2025, kenmerk 4083470-1081010-Z houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2023 (Regeling risicoverevening 2023)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-04-29
State In force
Source BWB
artikelen 23
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, derde, vijfde en zesde lid, 3.12a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • IBZ: indicatie bevallingen en zwangerschappen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden die bevallen in het vereveningsjaar worden onderscheiden van de overige verzekerden;

Artikel 2

1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2023 bedraagt € 55.903,6 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

  • a. het macro-deelbedrag variabele zorgkosten ad € 50.375,0 miljoen;
  • b. het macro-deelbedrag vaste zorgkosten ad € 600,2 miljoen;
  • c. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ad € 4.928,4 miljoen.

Artikel 3

1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2023 geraamd op € 23.040,0 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2023 geraamd op € 3.338,1 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2023, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 29.525,5 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5

De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2023 in aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar IBZ.

Artikel 6

1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, en de klassen en gewichten die aan het criterium, bedoeld in artikel 5, worden toegekend, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.

3.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing, voor zover dat een ander jaar dan 2022 betreft.

Artikel 7

1.

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.10, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

2.

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.12 en 1.13, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen HSM’ en ‘Geen MFK’.

3.

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabel 1.15, en bijlage 2, tabel 2.9, wordt een verzekerde die in Nederland woont niet ingedeeld bij het vereveningscriterium SEI.

Artikel 8

1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.599 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van 18 jaar of ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 9

1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van 18 jaar of ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van 18 jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio, MHK en SEI en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

In afwijking van het tweede lid worden verzekerden die in het buitenland wonen niet ingedeeld bij het criterium regio en verzekerden die in Nederland wonen niet bij het criterium SEI.

4.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van 18 jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is:

  • a. Voor seizoenarbeiders: € 249,03;
  • b. Voor in het buitenland woonachtige verzekerden die geen seizoenarbeider zijn: € 270,88;
  • c. Voor overige verzekerden: € 353,25.

Artikel 10

1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium die voor de betreffende verzekerde van toepassing is toe.

2.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen toe van de volgende vereveningscriteria:

  • a. FKG’s, voor zover de in bijlage 5, tabel 5.1, opgenomen restricties die toewijzing niet verhinderen;
  • b. DKG’s, waarbij een klasse meerdere malen kan worden toegewezen;
  • c. HKG’s; en
  • d. FKG’s psychische aandoeningen, voor zover de in bijlage 5, tabel 5.2, opgenomen restricties die toewijzing niet verhinderen.
3.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van de verstrekking van een geneesmiddel die in een van de vier aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn.

4.

Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:

  • a. het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
    1. duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
    1. arbeidsongeschikten;
    1. bijstandsgerechtigden;
    1. studenten van 18 tot en met 34 jaar;
    1. werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
    1. zelfstandigen;
    1. hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
    1. alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7, zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep;
  • b. het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de vorige zin, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering van onderdeel a, bij die indeling worden alleen volwassenen betrokken die jonger zijn dan 65 jaar en die ten minste 15 jaar ouder zijn dan de betreffende verzekerde van 0 tot en met 17 jaar; en
  • c. het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling van voordat de verzekerde 65 jaar werd.
5.

Het Zorginstituut deelt

  • a. verzekerden instromend of blijvend in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in;
  • b. verzekerden ingedeeld in de klassen ‘14’ tot en met ‘16’ van het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in; en
  • c. verzekerden van 18 jaar of ouder blijvend in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’ in en bij het vereveningscriterium MHK in de klasse ‘Geen MHK’.
6.

Het Zorginstituut deelt

  • a. bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen; en
  • b. bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.
7.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van dit onderdeel, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.

8.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de gehanteerde vereveningscriteria, met uitzondering van SEI, ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het desbetreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 11

1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 12

1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 13 tot en met 16 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen met gebruik van de referentiebestanden, bedoeld in artikel 10, achtste lid.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van beide clusters en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

  • a. leeftijd en geslacht: 2023;
  • b. FKG’s: 2022;
  • c. DKG’s: 2022;
  • d. HKG’s: 2022;
  • e. AVI: 2023;
  • f. regio: 2023;
  • g. SES: 2022 en 2023;
  • h. MHK: 2020, 2021 en 2022;
  • i. GGZ-regio: 2023;
  • j. FKG’s psychische aandoeningen: 2022;
  • k. DKG’s psychische aandoeningen: 2020, 2021 en 2022;
  • l. PPA: 2022 en 2023;
  • m. GGZ-MHK: 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022;
  • n. FDG: 2022;
  • o. MVV: 2020, 2021 en 2022;
  • p. HSM: 2020;
  • q. MFK: 2020, 2021 en 2022;
  • r. IBZ: 2023;
  • s. SEI: 2022 en 2023.
4.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van een in bijlage 6, tabel 6.1 en tabel 6.2, genoemde aanpassingsklasse zodanig dat het voor de in die tabel bij die aanpassingsklasse genoemde betrokken klassen gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in de relevante tabel in bijlage 1 of 3 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in die tabel, teniet wordt gedaan.

5.

Het Zorginstituut rondt de op grond van het vierde lid herberekende gewichten af op twee decimalen.

Artikel 13

1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg:

  • a. die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
  • b. waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 14

1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 15

Het Zorginstituut merkt de kosten van bij een experiment als bedoeld in artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg betrokken prestaties:

  • a. die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
  • b. waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 16

1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van bij een experiment als bedoeld in artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg betrokken prestaties voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 15 vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van een verstrekking van een geneesmiddel die in het vereveningsjaar of de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste en tweede lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering anderzijds.

Artikel 17

1.

Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering:

  • a. de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
  • b. 90% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
  • c. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
  • d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.
  • e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2.

Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 12, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

Artikel 18

1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 9, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van 18 jaar of ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden als bedoeld in artikel 24, van de wet.

3.

Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van dat lid en artikel 9, tweede lid, het gewicht van de in bijlage 6, tabel 6.3, genoemde klassen zodanig dat het voor de in die tabel genoemde betrokken klassen gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in de relevante tabel in bijlage 4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in die tabel, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

Artikel 19

De artikelen 5, 6, tweede en derde lid, 7 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 20

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Artikel 21

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 22

Deze regeling treedt in werking met ingang van 30 september 2022. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2022, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 30 september 2022.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2023.

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten

(behorende bij artikel 6 en artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid).

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 12.252.08
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3.588.52
1–4 jaar 2.753.34
5–9 jaar 2.528.97
10–14 jaar 2.490.75
15–17 jaar 2.572.52
18–24 jaar 2.271.40
25–29 jaar 2.306.46
30–34 jaar 2.314.88
35–39 jaar 2.347.68
40–44 jaar 2.396.75
45–49 jaar 2.511.70
50–54 jaar 2.667.65
55–59 jaar 2.888.51
60–64 jaar 3.131.56
65–69 jaar 3.394.22
70–74 jaar 3.806.07
75–79 jaar 4.162.34
80–84 jaar 4.441.76
85–89 jaar 5.023.42
90+ jaar 5.771.66
Vrouwen en onbepaald geslacht 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 10.812.19
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3.292.81
1–4 jaar 2.477.70
5–9 jaar 2.486.32
10–14 jaar 2.497.91
15–17 jaar 2.683.69
18–24 jaar 2.414.79
25–29 jaar 2.559.72
30–34 jaar 2.550.35
35–39 jaar 2.497.76
40–44 jaar 2.511.74
45–49 jaar 2.589.15
50–54 jaar 2.632.09
55–59 jaar 2.681.79
60–64 jaar 2.795.93
65–69 jaar 2.971.39
70–74 jaar 3.238.50
75–79 jaar 3.556.24
80–84 jaar 3.935.24
85–89 jaar 4.528.44
90+ jaar 5.115.64
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG –374.71
COPD/astma: Medicatie 14.49
Diabetes: Insuline 1.918.90
Diabetes: Orale medicatie 500.85
CVRM: Medicatie Licht –48.10
CVRM: Medicatie Zwaar 191.59
Schildklieraandoeningen –41.42
Glaucoom 171.47
Depressie 65.99
Psychose 296.47
Epilepsie 376.61
Chronische antistolling 721.99
Transplantaties 4.116.84
Parkinson 2.853.74
Hartaandoeningen: overig 1.910.20
Chronische pijn exclusief opioïden 893.73
Neuropatische pijn 1.592.96
Diabetes type II zonder hypertensie 588.56
Diabetes type II met hypertensie 892.33
Diabetes type I zonder hypertensie 1.912.01
Diabetes type I met hypertensie 2.549.42
Cystic fibrosis/pancreasenzymen –732.31
Groeistoornissen o.b.v. add-on 4.984.59
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 4.120.33
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 2.946.78
HIV/AIDS 491.09
Psoriasis 1.040.42
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 573.48
Reuma 670.99
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 3.230.63
Nieraandoeningen o.b.v. add-on 10.363.92
Acromegalie 14.133.53
Immunoglobuline o.b.v. add-on 13.752.74
Astma 169.66
COPD/Zware astma 1.047.37
COPD/Zware astma o.b.v. add-on 13.532.22
Hormoongevoelige tumoren 903.06
Kanker 841.01
Kanker o.b.v. add-on 11.114.44
Pulmonale arteriële hypertensie 19.194.73
Maculadegeneratie o.b.v add-on 2.808.64
Hypercholesterolemie 2.065.57
Hartaandoeningen: anti-aritmica 782.88
Verslaving exclusief nicotine 1.298.55
Extreem hoge kosten cluster 1 66.547.28
Extreem hoge kosten cluster 2 192.658.41
Extreem hoge kosten cluster 3 379.601.48
Extreem hoge kosten cluster 4 696.640.22
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen DKG –440.37
1 205.54
2 845.03
3 1.123.47
4 1.811.29
5 2.625.93
6 2.897.89
7 3.795.92
8 4.623.25
9 4.717.37
10 5.362.30
11 5.505.74
12 5.476.80
13 7.109.11
14 8.615.51
15 8.543.92
16 11.705.75
17 12.036.97
18 12.414.00
19 14.465.93
20 15.277.50
21 14.800.44
22 24.635.57
23 26.565.77
24 29.912.18
25 55.119.92
26 49.544.70
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG –84.19
CPAP apparatuur 506.38
Therapeutische elastische kousen 417.33
Voorzieningen voor stomapatiënten 2.030.47
Vernevelaar met toebehoren 1.122.78
Middelen voor urine-opvang 2.774.08
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) 2.229.60
Zuurstofapparaten met toebehoren 2.874.68
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 7.009.73
Slijmuitzuigapparatuur 24.006.66
Draagbare infuuspompen 7.335.80
Compressiehulpmiddelen 2.050.01
Orthesen 1.247.23
Beenprothesen 1.823.16
Insulinepompen 1.219.90
Variabele zorgkosten
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 0–17 jaar 176.30
18–34 jaar 1.329.27
35–44 jaar 1.086.87
45–54 jaar 844.65
55–64 jaar 655.66
65–69 jaar 377.59
Arbeidsongeschikten excl. IVA 0–17 jaar 196.88
18–34 jaar 166.95
35–44 jaar 382.21
45–54 jaar 373.91
55–64 jaar 296.09
65–69 jaar 352.68
Bijstandsgerechtigden 0–17 jaar 167.08
18–34 jaar 242.99
35–44 jaar 222.33
45–54 jaar 211.70
55–64 jaar 184.63
65–69 jaar 182.40
Studenten 0–17 jaar –145.41
18–34 jaar –62.11
Zelfstandigen 0–17 jaar –118.58
18–34 jaar –40.92
35–44 jaar –91.86
45–54 jaar –134.85
55–64 jaar –192.91
65–69 jaar –21.48
Hoogopgeleiden 0–17 jaar –174.31
18–34 jaar –43.61
35–44 jaar –109.11
Referentiegroep 0–17 jaar 5.41
18–34 jaar 14.34
35–44 jaar 2.20
45–54 jaar –38.62
55–64 jaar –52.49
65–69 jaar –86.18
Variabele zorgkosten
--- ---
1 66.47
2 59.34
3 23.83
4 8.03
5 –5.48
6 –22.84
7 –27.02
8 –25.26
9 –33.82
10 –40.49
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 85.50
18–69 jaar 7.36
70+ jaar –90.32
2 (laag) 0–17 jaar 34.61
18–69 jaar 13.17
70+ jaar –25.06
3 (midden) 0–17 jaar –35.74
18–69 jaar 1.16
70+ jaar 25.78
4 (hoog) 0–17 jaar –44.81
18–69 jaar –15.04
70+ jaar 68.65
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0.00
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar 255.38
70–79 jaar –772.41
80+ jaar –2.051.91
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 8.369.24
70–79 jaar 6.386.22
80+ jaar 2.108.65
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 48.91
70–79 jaar 216.35
80+ jaar 433.06
Overig 18–69 jaar –17.31
70–79 jaar –105.97
80+ jaar –148.32
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK –498.49
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 32.20
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2.513.85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 1.955.93
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3.317.71
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 5.138.63
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 9.480.46
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 19.938.86
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 48.647.79
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG –32.60
1 559.13
2 1.649.43
3 6.275.81
4 –15.186.95
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MVV –201.29
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent 1.252.12
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent 1.556.36
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent 3.009.56
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent 5.093.43
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent 7.675.66
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent 11.091.36
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent 15.490.46
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent 25.648.82
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0 – 17 jaar 71.900.71
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HSM –84.70
Ten minste 1 keer in positieve somatische morbiditeitsklasse in vereveningsjaar 3 jaar eerder 101.83
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MFK –144.99
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren farmaciekosten in top 25 procent 321.36
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen IBZ –59.99
Bevallen in het vereveningsjaar 6.116.51
Variabele zorgkosten
--- ---
Seizoenarbeider –299.26
Geen seizoenarbeider 103.39

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ

(behorende bij artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2023)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 406.12
25–29 jaar 410.70
30–34 jaar 373.51
35–39 jaar 360.54
40–44 jaar 347.42
45–49 jaar 314.72
50–54 jaar 306.55
55–59 jaar 287.10
60–64 jaar 287.10
65–69 jaar 288.13
70–74 jaar 289.64
75–79 jaar 289.64
80–84 jaar 274.01
85–89 jaar 274.01
90+ jaar 274.01
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 559.92
25–29 jaar 473.34
30–34 jaar 414.43
35–39 jaar 384.02
40–44 jaar 359.83
45–49 jaar 336.99
50–54 jaar 317.39
55–59 jaar 287.10
60–64 jaar 287.10
65–69 jaar 288.13
70–74 jaar 289.64
75–79 jaar 289.64
80–84 jaar 274.01
85–89 jaar 274.01
90+ jaar 274.01
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –40.32
ADHD 182.06
Verslaving exclusief nicotine 288.89
Angststoornissen (benzodiazepinen) 1.125.79
Chronische stemmingsstoornissen 293.78
Bipolaire stoornissen regulier 1.274.06
Bipolaire stoornissen complex 3.039.54
Psychose 2.305.31
Chronische stemmingsstoornissen complex 2.467.41
Psychose depot 5.985.33
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –140.98
1 889.45
2 1.018.37
3 2.295.34
4 4.293.61
5 5.298.32
6 5.241.14
7 7.582.05
8 11.234.52
9 10.853.87
10 16.527.52
11 23.259.24
12 34.389.38
13 30.518.07
14 51.424.07
15 46.670.32
16 31.993.63
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 436.80
35–44 jaar 114.87
45–54 jaar –21.02
55–64 jaar –1.57
65–69 jaar –2.60
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 514.63
35–44 jaar 371.74
45–54 jaar 203.21
55–64 jaar 16.38
65–69 jaar 18.95
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 652.55
35–44 jaar 200.49
45–54 jaar 60.63
55–64 jaar –1.57
65–69 jaar –2.60
Studenten 18–34 jaar –78.85
Zelfstandigen 18–34 jaar –67.45
35–44 jaar –60.72
45–54 jaar –21.02
55–64 jaar –1.57
65–69 jaar –2.60
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –65.10
35–44 jaar –35.60
Referentiegroep 18–34 jaar –12.73
35–44 jaar –20.43
45–54 jaar –16.68
55–64 jaar –1.57
65–69 jaar –2.60
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 59.24
2 11.26
3 –0.14
4 –10.06
5 –10.06
6 –10.06
7 –10.06
8 –10.06
9 –10.06
10 –10.06
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 25.34
70+ jaar 21.36
2 (laag) 18–69 jaar –11.98
70+ jaar 0.89
3 (midden) 18–69 jaar –13.45
70+ jaar –4.75
4 (hoog) 18–69 jaar 3.87
70+ jaar –14.22
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –53.84
70–79 jaar –53.97
80+ jaar –38.34
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 948.00
70–79 jaar 450.75
80+ jaar 43.27
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 89.14
70–79 jaar 46.97
80+ jaar 2.77
Overig 18–69 jaar –15.04
70–79 jaar –18.38
80+ jaar 1.55
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –65.67
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 97.30
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1 2.126.10
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1 3.982.83
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1 6.713.34
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1 12.228.66
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 19.045.55
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 35.383.53

1 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Kosten van geneeskundige GGZ
Seizoenarbeider –197.32
Geen seizoenarbeider –144.88

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie

(behorende bij artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 404.73
25–29 jaar 410.13
30–34 jaar 374.78
35–39 jaar 361.04
40–44 jaar 349.52
45–49 jaar 316.59
50–54 jaar 306.49
55–59 jaar 285.73
60–64 jaar 285.73
65–69 jaar 285.15
70–74 jaar 286.86
75–79 jaar 286.86
80–84 jaar 272.97
85–89 jaar 272.97
90+ jaar 272.97
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 554.49
25–29 jaar 477.14
30–34 jaar 420.95
35–39 jaar 388.92
40–44 jaar 363.10
45–49 jaar 341.22
50–54 jaar 319.03
55–59 jaar 286.94
60–64 jaar 285.73
65–69 jaar 285.15
70–74 jaar 286.86
75–79 jaar 286.86
80–84 jaar 272.97
85–89 jaar 272.97
90+ jaar 272.97

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Geen FKG psychische aandoeningen –39.90
ADHD 196.35
Verslaving exclusief nicotine 337.99
Angststoornissen (benzodiazepinen) 1.066.16
Chronische stemmingsstoornissen 305.58
Bipolaire stoornissen regulier 1.257.58
Bipolaire stoornissen complex 2.917.09
Psychose 2.240.70
Chronische stemmingsstoornissen complex 2.614.09
Psychose depot 5.650.21

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Geen DKG psychische aandoeningen –140.67
1 918.35
2 1.049.42
3 2.344.11
4 4.318.97
5 5.380.37
6 5.387.98
7 7.572.38
8 10.940.95
9 10.615.21
10 15.666.80
11 20.875.14
12 30.992.51
13 27.665.91
14 45.881.58
15 38.827.88
16 32.353.78

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 419.06
35–44 jaar 114.69
45–54 jaar –22.56
55–64 jaar –1.81
65–69 jaar –1.22
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 456.18
35–44 jaar 366.61
45–54 jaar 205.57
55–64 jaar 18.93
65–69 jaar 8.90
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 640.44
35–44 jaar 201.01
45–54 jaar 55.14
55–64 jaar –1.81
65–69 jaar –1.22
Studenten 18–34 jaar –71.22
Zelfstandigen 18–34 jaar –66.39
35–44 jaar –60.33
45–54 jaar –22.56
55–64 jaar –1.81
65–69 jaar –1.22
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –63.57
35–44 jaar –34.30
Referentiegroep 18–34 jaar –11.46
35–44 jaar –20.61
45–54 jaar –16.26
55–64 jaar –1.81
65–69 jaar –1.22

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
1 54.82
2 13.28
3 1.21
4 –9.91
5 –9.91
6 –9.91
7 –9.91
8 –9.91
9 –9.91
10 –9.91

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
1 (zeer laag) 18–69 jaar 28.19
70+ jaar 19.65
2 (laag) 18–69 jaar –10.15
70+ jaar 0.47
3 (midden) 18–69 jaar –12.54
70+ jaar –4.08
4 (hoog) 18–69 jaar –0.24
70+ jaar –13.15

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –55.93
70–79 jaar –50.32
80+ jaar –36.44
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 1.002.17
70–79 jaar 493.42
80+ jaar 50.95
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 89.92
70–79 jaar 43.31
80+ jaar 1.67
Overig 18–69 jaar –15.20
70–79 jaar –17.52
80+ jaar 1.61

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Geen GGZ-MHK –65.71
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 104.27
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2 2.198.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille2 4.081.42
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille2 6.717.97
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille2 11.182.00
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 18.043.82
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 32.021.21

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

2 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Kosten van geneeskundige GGZ
Seizoenarbeider –196.42
Geen seizoenarbeider –144.27

1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico

Alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger

(behorende bij artikel 9, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 18, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 126.59
25–29 jaar 126.79
30–34 jaar 127.76
35–39 jaar 129.86
40–44 jaar 133.37
45–49 jaar 137.65
50–54 jaar 145.34
55–59 jaar 157.84
60–64 jaar 172.02
65–69 jaar 186.59
70–74 jaar 204.07
75–79 jaar 217.99
80–84 jaar 226.03
85–89 jaar 224.35
90+ jaar 211.89
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 183.47
25–29 jaar 181.82
30–34 jaar 177.65
35–39 jaar 170.10
40–44 jaar 174.17
45–49 jaar 178.35
50–54 jaar 182.88
55–59 jaar 185.06
60–64 jaar 190.59
65–69 jaar 200.71
70–74 jaar 214.89
75–79 jaar 225.20
80–84 jaar 228.93
85–89 jaar 209.23
90+ jaar 171.63
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 78.04
35–44 jaar 74.60
45–54 jaar 63.86
55–64 jaar 44.93
65–69 jaar 21.94
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 56.82
35–44 jaar 66.86
45–54 jaar 58.39
55–64 jaar 40.49
65–69 jaar 22.57
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 46.25
35–44 jaar 46.27
45–54 jaar 37.52
55–64 jaar 17.68
65–69 jaar –2.57
Studenten 18–34 jaar –6.87
Zelfstandigen 18–34 jaar –3.07
35–44 jaar –7.93
45–54 jaar –7.98
55–64 jaar –10.03
65–69 jaar –6.07
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –6.32
35–44 jaar –10.84
Referentiegroep 18–34 jaar –0.08
35–44 jaar –0.69
45–54 jaar –2.98
55–64 jaar –2.21
65–69 jaar –1.57
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 4.03
2 3.29
3 0.43
4 0.25
5 –0.48
6 –1.17
7 –2.01
8 –2.03
9 –1.84
10 –0.51
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Geen MHK –27.74
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 71.28
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Seizoenarbeider –104.22
Geen seizoenarbeider –82.37

Bijlage 5. Restricties bij samenloop van meerdere indelingen

(behorende bij artikel 10, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)

De bijlage betreft restricties die gelden bij samenloop van meerdere indelingen bij vereveningscriteria waarbij meervoudige indeling mogelijk is (artikel 10, tweede lid).

Bij samenloop met klasse ..., wordt een verzekerde niet ingedeeld bij klasse(n) ...
Diabetes type I met hypertensie Diabetes type I zonder hypertensie; Diabetes type II met hypertensie; Diabetes type II zonder hypertensie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Diabetes type I zonder hypertensie Diabetes type II met hypertensie; Diabetes type II zonder hypertensie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie.
Diabetes type II met hypertensie Diabetes type II zonder hypertensie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Diabetes type II zonder hypertensie Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie.
Diabetes: Insuline Diabetes: Orale medicatie.
Verslaving exclusief nicotine Psychose; Depressie.
Psychose Depressie.
Neuropathische pijn Chronische pijn exclusief opioïden.
COPD/Zware astma o.b.v. add-on COPD/Zware astma; Astma; COPD/astma: Medicatie.
COPD/Zware astma Astma; COPD/astma: Medicatie.
Astma COPD/astma: Medicatie.
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on Reuma; Psoriasis; Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa.
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig.
Kanker o.b.v. add-on Hormoongevoelige tumoren; Kanker.
Hormoongevoelige tumoren Kanker.
Pulmonale arteriële hypertensie Chronische antistolling; Astma; COPD/Zware astma; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Hartaandoeningen: overig Hartaandoeningen: anti-aritmica; Chronische antistolling; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Hartaandoeningen: anti-aritmica Chronische antistolling; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Chronische antistolling CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Hypercholesterolemie CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
CVRM: Medicatie Zwaar CVRM: Medicatie Licht.
Chronische pijn exclusief opioïden Psychose.
Schildklieraandoeningen Groeistoornissen o.b.v. add-on.
Extreem hoge kosten cluster 4 Extreem hoge kosten cluster 3; Extreem hoge kosten cluster 2; Extreem hoge kosten cluster 1.
Extreem hoge kosten cluster 3 Extreem hoge kosten cluster 2; Extreem hoge kosten cluster 1.
Extreem hoge kosten cluster 2 Extreem hoge kosten cluster 1.
Bij samenloop met klasse ..., wordt een verzekerde niet ingedeeld bij klasse(n) ...
--- ---
Psychose depot Chronische stemmingsstoornissen complex; Psychose; Bipolaire stoornissen complex; Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Chronische stemmingsstoornissen complex Psychose; Bipolaire stoornissen complex; Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Psychose Bipolaire stoornissen complex; Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Bipolaire stoornissen complex Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Bipolaire stoornissen regulier Chronische stemmingsstoornissen.

Bijlage 6. Herberekening van gewichten

(behorende bij artikel 12, vierde lid, en artikel 18, derde lid, van de Regeling risicoverevening 2023)

De bijlage betreft de herberekening van gewichten (‘criteriumneutraliteit’) voor de deelbedragen variabele zorgkosten en kosten van geneeskundige GGZ (artikel 12, vierde lid) en voor de opbrengsten van het verplicht eigen risico (artikel 18, derde lid).

Kenmerk Tabel Aanpassingsklasse(n) Betrokken klasse(n)
FKG’s 1.2 Geen FKG. COPD/astma: Medicatie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale Medicatie; CVRM: Medicatie Licht; CVRM: Medicatie Zwaar; Groeistoornissen o.b.v. add-on; Auto-immuunziekten o.b.v. add-on; Nieraandoeningen o.b.v. add-on; Immunoglobuline o.b.v. add-on; COPD/Zware astma o.b.v. add-on; Kanker o.b.v. add-on; Maculadegeneratie o.b.v. add-on; Hypercholesterolemie; Extreem hoge kosten cluster 1; Extreem hoge kosten cluster 2; Extreem hoge kosten cluster 3; Extreem hoge kosten cluster 4.
DKG’s 1.3 Geen DKG. Alle klassen.
HKG’s 1.4 Geen HKG. Alle klassen.
PPA 1.8 Per leeftijdsklasse: Eenpersoonshuishouden, Overig.1 Corresponderende leeftijdsklasse voor: Wlz-instelling, blijvend; Wlz-instelling, instromend.
MHK 1.9 Geen MHK. Alle klassen.
FDG 1.10 Geen FDG. Alle klassen.
MVV 1.11 Geen MVV. Alle klassen.
IBZ 1.14 Geen IBZ Alle klassen.

1 Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.

Kenmerk Tabel Aanpassingsklasse(n) Betrokken klasse(n)
DKG’s psychische aandoeningen 3.3 Geen DKG psychische aandoeningen. Alle klassen.
PPA 3.7 Per leeftijdsklasse: Eenpersoonshuishouden, Overig.1 Corresponderende leeftijdsklasse voor: Wlz-instelling, blijvend; Wlz-instelling, instromend.
GGZ-MHK 3.8 Geen GGZ-MHK. Alle klassen.

1 Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.

Kenmerk Tabel Aanpassingsklasse(n) Betrokken klasse(n)
MHK 4.4 Geen MHK Alle klassen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)