Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 19 juni 2025, nr. 2025-0000019371, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van het uitvoeren van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (Regeling kansrijke wijk (tweede tranche))

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De minister kan voor de jaren 2026, 2027 en 2028 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid een specifieke uitkering verstrekken voor:

2.

De te behalen resultaten, bedoeld in het eerste lid, onder b, hebben betrekking op de volgende thema’s:

3.

De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat in de begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. Ten aanzien van de uitkering is artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

4.

Aan de bekostiging van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden voorwaarden gesteld die in de artikelen 3 tot en met 8 zijn genoemd.

Artikel 3. Bijdrage aan organisatie uitvoeringsprogramma
1.

Voor de organisatie van het uitvoeringsprogramma worden de uitgekeerde middelen besteed aan het in stand houden van een programmaorganisatie, het in stand houden en ondersteunen van de alliantie en het alliantieoverleg, het aanjagen en bewaken van de voortgang van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, en het equiperen van inwoners ten behoeve van de invulling van hun rol in de alliantie en het alliantieoverleg.

2.

De partners in het alliantieoverleg dragen gezamenlijk in euro’s of natura bij aan de programmaorganisatie, bedoeld in het eerste lid, en aan de realisatie van het uitvoeringsprogramma, en leggen deze bijdragen in afspraken vast.

3.

De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen en is gebaseerd op het aantal focusgebieden binnen een ontvangende gemeente.

Artikel 4. Bijdrage aan integraliteit
1.

Voor de bekostiging van integrale activiteiten kunnen de uitgekeerde middelen worden besteed aan de uitvoering van activiteiten binnen het stedelijk focusgebied ten behoeve van te behalen resultaten, die bijdragen aan een of meer doelstellingen als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 7a, eerste lid, en 7b, eerste lid.

2.

De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.

Artikel 5. Bijdrage aan re-integratie en preventie geldzorgen
1.

Voor het thema re-integratie en preventie geldzorgen worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan:

2.

De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.

Artikel 6. Bijdrage aan school en omgeving
1.

Voor het thema school en omgeving worden de uitgekeerde middelen besteed aan een programma School en Omgeving, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school en ten dienste staat van een succesvolle schoolloopbaan. Een programma School en Omgeving wordt ontwikkeld en uitgevoerd door een lokale coalitie en kan activiteiten omvatten ten behoeve van te behalen resultaten op de volgende ontwikkelgebieden:

2.

De uitgekeerde middelen worden niet besteed aan:

3.

De minister kent uitsluitend ten behoeve van de volgende stedelijk focusgebieden een uitkering toe: Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Zuid in Rotterdam, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad.

4.

De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.

Artikel 7. Bijdrage aan ontwikkeling van het jonge kind
1.

Voor het thema ontwikkeling van het jonge kind worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten die bijdragen aan het versterken van de voorschoolse en vroegschoolse periode van de kinderen binnen het stedelijke focusgebied, met als doel ervoor te zorgen dat ieder kind zich in de eerste belangrijke levensjaren zo goed mogelijk kan ontwikkelen en een goede start heeft van diens schoolloopbaan, en daarmee de kansengelijkheid te vergroten.

2.

De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.

Artikel 8. Inzet uitgekeerde middelen buiten het stedelijk focusgebied
1.

In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 7a, eerste lid, en 7b, eerste lid, kan op voorstel van het college en beargumenteerd door de alliantie, bij uitzondering, een deel van de uitgekeerde middelen worden besteed aan activiteiten buiten het stedelijk focusgebied, mits deze activiteiten hoofdzakelijk ten goede komen aan de inwoners van of de betrokken organisaties in het stedelijk focusgebied.

2.

Het programma School en Omgeving wordt aangeboden voor leerlingen op alle scholen die vallen binnen de lokale coalitie, mits ten minste 85% van de scholen in die lokale coalitie in het postcodegebied van het stedelijk focusgebied staat, waarvoor de uitkering wordt aangevraagd.

Artikel 9. Aanvraag voor de specifieke uitkering of wijziging van de uitkering
1.

Een uitkering kan worden aangevraagd van 7 juli 2025 tot en met 17 oktober 2025.

2.

De uitkering wordt aangevraagd door het college met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier, waarin het college aangeeft wat de te behalen resultaten zijn. Een aanvraag kan enkel worden ingediend met een handtekening van de burgemeester, als voorzitter van de alliantie, en van de directeur van de programmaorganisatie.

3.

Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag indienen voor een uitkering die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2026 tot en met 28 februari 2026. Het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

4.

Het college kan de uitkering na de verlening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, wijzigen voor wat betreft de te behalen resultaten binnen het budget voor een thema of voor het integrale deel.

5.

Het college kan de uitkering na de verlening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, enkel wijzigen na goedkeuring van de minister, indien:

6.

In een situatie als bedoeld in het vijfde lid dient het college een aanvraag tot wijziging van de uitkering in bij de minister. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

7.

De aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het zesde lid, kan door het college worden ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 september 2028. Indien uitstel van de bestedingstermijn als bedoeld in artikel 10, vierde lid, is verleend, kan de aanvraag tot wijziging van de uitkering ook worden ingediend van 1 oktober 2028 tot uiterlijk drie maanden vóór de datum tot wanneer het uitstel van de bestedingstermijn is verleend.

Artikel 10. Reserveringsregeling en bestedingstermijn

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.