Wet van 11 juni 2025, houdende regels met betrekking tot het tegemoetkomen van burgers ten aanzien van wie door de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen ten onrechte geen medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling is gegeven (Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing schuldregeling)

Type Wet
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 15
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is aan personen van wie een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling of stabilisatieverzoek in voorbereiding op een buitengerechtelijke schuldregeling onterecht is afgewezen, een onverplichte tegemoetkoming kan worden toegekend waarmee recht wordt gedaan aan het leed dat deze personen hebben ervaren door een fout van de Belastingdienst;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming

Artikel 2. Tegemoetkoming voor een onterechte afwijzing van een MSNP-verzoek

1.

De ontvanger kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een belanghebbende namens wie in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2021 een MSNP-verzoek is gedaan, dat door de ontvanger is afgewezen vanwege:

2.

De tegemoetkoming bedraagt € 500 per MSNP-verzoek dat door de ontvanger is afgewezen, met dien verstande dat opeenvolgende MSNP-verzoeken die binnen een periode van 240 dagen na elkaar worden gedaan, als een verzoek worden aangemerkt en die periode steeds aanvangt op de datum waarop de ontvanger het eerst ontvangen MSNP-verzoek onterecht heeft afgewezen.

3.

De tegemoetkoming blijft achterwege indien de afwijzing het gevolg is van een opgelegde vergrijpboete, een strafrechtelijke veroordeling, fraude met betrekking tot toeslagschulden of indien er naast de grond voor afwijzing, bedoeld in het eerste lid, een andere grond voor de afwijzing bestond en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de afwijzingsbrief.

Hoofdstuk 3. Schulden

Artikel 3. Betalen bedrag gelijk aan de afloscapaciteit

1.

Indien na de datum van inwerkingtreding van dit artikel een buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen nog niet is afgerond of aanvangt, betaalt de ontvanger op een gemotiveerde aanvraag de openstaande bedragen die de belanghebbende na de datum van inwerkingtreding van dit artikel dient af te dragen op basis van diens afloscapaciteit ten behoeve van een buitengerechtelijke schuldregeling of schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

2.

De aanvraag wordt gedaan door of namens de belanghebbende die in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

3.

Het eerste lid vindt geen toepassing indien:

4.

De ontvanger betaalt de bedragen op grond van artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek uit aan:

Artikel 4. Bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen

1.

De ontvanger betaalt ambtshalve het bedrag gelijk aan de bedragen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief of een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en die zijn voldaan of verrekend, met inbegrip van de met de schuld samenhangende betaalde renten en kosten van invordering, in de periode tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van deze wet aan de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van deze wet:

2.

Het eerste lid vindt geen toepassing indien:

3.

Het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen wordt verminderd met het bedrag dat aan de belanghebbende reeds op grond van artikel 3.13 van de Wet hersteloperatie toeslagen is toegekend vanwege betalingen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief of een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en hebben plaatsgevonden na de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief.

Artikel 5. Kwijtschelding van belastingschulden

1.

De ontvanger verleent ambtshalve kwijtschelding van het op de datum van inwerkingtreding van deze wet openstaande bedrag van een belastingaanslag van de belastingschuldige die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en ten aanzien van wie tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en datum van inwerkingtreding van deze wet:

2.

Het eerste lid vindt geen toepassing indien:

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op belastingaanslagen die niet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet bekend zijn gemaakt en betrekking hebben op een tijdvak dat is geëindigd, dan wel zien op een tijdvak dat is aangevangen, voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.

4.

De ontvanger verleent de belanghebbende die op grond van artikel 49 van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk is gesteld voor rijksbelastingen of voor andere bedragen, als bedoeld in het eerste en derde lid, ontslag van de verplichting tot betaling van die belastingen of bedragen.

5.

In afwijking van het eerste en derde lid verleent de ontvanger kwijtschelding van een voorlopige aanslag nadat de aanslag over hetzelfde tijdvak is opgelegd en bekendgemaakt.

Hoofdstuk 4. Echtgenoot en geregistreerd partners ten tijde van het verzoek om medewerking

Artikel 6. Tegemoetkoming echtgenoot en geregistreerd partner

De persoon die samen met de belanghebbende die in aanmerking komt dan wel in aanmerking zou zijn gekomen indien deze belanghebbende niet was overleden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gepoogd tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen voor al hun beider schulden door gezamenlijk een MSNP-verzoek te doen en er tussen deze persoon en de belanghebbende sprake is geweest van een gemeenschap van goederen als bedoeld in artikel 94 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ten tijde van het doen van het MSNP-verzoek komt op aanvraag in aanmerking voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, de kwijtschelding van belastingschulden, bedoeld in artikel 5 en de kwijtschelding van toeslagschulden, bedoeld in artikel 31ter van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, indien die persoon niet zelf een afwijzing heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Hoofdstuk 5. Nabestaanden

Artikel 7. Toekenning bij overlijden belanghebbende

1.

De ontvanger kent de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ambtshalve toe aan de nabestaanden, indien de belanghebbende, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is overleden voordat de tegemoetkoming waarop deze overledene recht zou hebben bij leven aan hem is toegekend.

2.

Indien meerdere kinderen op grond van het eerste lid aanspraak maken op de tegemoetkoming, wordt het bedrag verdeeld naar evenredigheid van het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor die tegemoetkoming.

3.

Nabestaanden die niet bekend zijn bij de ontvanger kunnen een gemotiveerde aanvraag doen tot toekenning van de tegemoetkoming.

4.

Bij de toepassing van het derde lid is de hoogte van de tegemoetkoming gelijk aan het bedrag dat aan een andere nabestaande van de overledene op grond van het eerste lid of derde lid is toegekend. Indien bij toepassing van het derde lid nog geen tegemoetkoming is uitgekeerd aan een andere nabestaande van de overledene op grond van het eerste of derde lid, wordt het bedrag van de tegemoetkoming naar evenredigheid verdeeld over de nabestaanden die op grond van het eerste lid in aanmerking komen en waarbij de tegemoetkoming nog niet aan die nabestaanden is toegekend en de nabestaanden die op grond van het derde lid een aanvraag tot toekenning van de tegemoetkoming hebben gedaan en de ontvanger op die verzoeken nog geen besluit heeft genomen.

Hoofdstuk 6. Procedurele bepalingen

Artikel 8. Tegemoetkoming bij voor bezwaar vatbare beschikking

1.

De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, en de kwijtschelding van belastingschulden, bedoeld in artikel 5 worden vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

2.

Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de in het eerste lid bedoelde beschikking is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9. Aanvraagtermijn

Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 6en 7, derde lid, wordt ingediend uiterlijk twaalf maanden na inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 10. Beslistermijn

Op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 6, en 7, derde lid, besluit de ontvanger binnen een termijn van zes weken na ontvangst van die aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd.

Artikel 11. Wijze van uitbetalen

1.

De uitbetaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, vindt plaats aan de belanghebbende, de persoon, bedoeld in artikel 6, of de nabestaande op een daartoe door die belanghebbende, die persoon, onderscheidenlijk die nabestaande, bestemde bankrekening die op diens naam staat, binnen zes weken nadat de tegemoetkoming, onderscheidenlijk het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, is toegekend en nadat het bankrekeningnummer van de belanghebbende, de persoon, onderscheidenlijk de nabestaande, bij de ontvanger bekend is geworden. Indien de nabestaande minderjarig is, vindt de uitbetaling plaats op een bankrekening die daartoe is bestemd door diens wettelijke vertegenwoordiger, die op naam staat van de nabestaande en door of namens de nabestaande bij de ontvanger is opgegeven.

2.

Het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt uitbetaald op het opgegeven bankrekeningnummer van de schuldhulpverlener, bewindvoerder of kredietverstrekker binnen zes weken nadat de ontvanger de aanvraag hiertoe heeft toegekend en de schuldhulpverlener, de bewindvoerder, onderscheidenlijk de kredietverstrekker, zijn bankrekeningnummer heeft opgegeven bij de ontvanger.

3.

Bij de uitbetaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, het bedrag gelijk aan de afloscapaciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in artikel 4, door de ontvanger is artikel 24 van de Invorderingswet 1990 niet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12. Verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard

1.

Indien noodzakelijk voor de uitvoering van artikel 2 kan de ontvanger persoonsgegevens van strafrechtelijke aard verwerken.

2.

Voor de verwerking van gegevens van strafrechtelijke aard worden praktische handleidingen en werkinstructies opgesteld om te borgen dat de persoonlijke levenssfeer van de belanghebbende niet onevenredig wordt geschaad.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard ter bescherming van de rechten en vrijheden van de belanghebbenden.

Hoofdstuk 7. Wijziging Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Artikel 13. Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)