Besluit van de Raad voor Accreditatie van 3 juli 2025 tot vaststelling van Beleidsregel Accreditaties (RvA-BR001-NL) en intrekking diverse beleidsregels

Type ZBO-regeling
Publication 2025-09-15
State In force
Source BWB
artikelen 124
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het bestuur van de Raad voor Accreditatie,

Gelet op artikel 4 Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie en artikel 4:81 Algemene Wet Bestuursrecht,

Besluit:

Per 15 september 2025 worden de volgende beleidsregels ingetrokken:

Aansluitend op de intrekking van bovengenoemde beleidsregels wordt de Beleidsregel Accreditaties (RvA-BR001-NL) vastgesteld. Deze treedt op 15 september 2025 in werking.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage

Beleidsregel Accreditatie (RvA-BR001-NL)

Het bestuur van de Stichting Raad voor Accreditatie (RvA) heeft, gelet op artikel 4 van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie voor zijn dienstverlening, Beleidsregel Accreditaties (RvA-BR001) vastgesteld.

Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied en definities

Paragraaf 1. Toepassingsgebied

Artikel 1. Toepassingsgebied

Deze beleidsregel geldt voor het accrediteren van instellingen die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie.

Paragraaf 2. Definities

Artikel 2. Definities EN ISO/IEC 17000 en Verordening (EG) 765/2008

De definities uit EN ISO/IEC 17000 en de definities uit Verordening (EG) 765/2008 zijn van toepassing.

Artikel 3. Afkortingen

Artikel 4. Definities RvA

Hoofdstuk 2. Algemene informatie

Paragraaf 3. Nationale accreditatie-instantie

Artikel 5. Nederlandse nationale accreditatie-instantie

Artikel 6. Basis voor werkwijze RvA

De RvA baseert haar werkwijze op:

Artikel 7. Accreditatievereisten

Artikel 8. Accreditatiespecificatie RvA

Artikel 9. Informatieve documenten

De RvA publiceert ook niet-verplichtende documenten die instellingen en andere belanghebbenden uitleg geven over normen of onderwerpen. Deze informatieve documenten maken geen deel uit van de formele accreditatievereisten.

Deze document worden aangeduid als INF-document.

Artikel 10. Taal RvA-documenten

De RvA stelt haar documenten beschikbaar in het Nederlands en/of in het Engels. Bij verschil is de Nederlandse versie leidend.

Artikel 11. Normen voor accreditatie

Accreditatie wordt verleend volgens een van de onderstaande normen voor accreditatie. Per norm is tevens aangegeven wat voor type instelling(en) onder de betreffende norm bedoeld wordt en welke ASR van toepassing is op het betreffende type instelling.

Artikel 12. Prioriteit CBI’s in Nederland

De RvA richt zich primair op instellingen in Nederland.

Artikel 13. Veiligheid buiten Nederland

De RvA levert geen diensten in landen waar de veiligheid van zijn medewerkers niet kan worden gewaarborgd. Het reisadvies van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken is leidend.

Artikel 14. Algemeen beleid accreditatie over de landsgrens

Bij aanvragen van buitenlandse CBI’s hanteert de RvA de volgende uitgangspunten:

Artikel 15. Uitbesteding accreditatiebeoordelingen binnen EA-MLA-regio

De RvA kan de accreditatiebeoordelingen in het buitenland uitbesteden aan de lokale AB, als die aangesloten is bij de multilaterale afspraken van EA, IAF of ILAC. Dat geldt zowel voor:

Binnen de EA regio past de RvA de werkwijze toe zoals beschreven in document EA-2/13 EA Cross Border Accreditation Policy and Procedure for Cross Border Cooperation between EA Members.

Artikel 16. Accreditatie aan CBI’s binnen EA-MLA-regio

Voor accreditatie binnen de EA-MLA-regio volgt de RvA de regels uit artikel 7 van de Verordening (EG) 765/2008:

Artikel 17. Accreditatie aan CBI’s buiten EA-MLA-regio

Paragraaf 4. Vertrouwelijkheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid RvA

Artikel 18. Vertrouwelijkheid

Artikel 19. Wet open overheid

De RvA valt onder de Wet open overheid (Woo) en behandelt Woo-verzoeken volgens de regels uit die wet. Daarbij houden we ook rekening met de vertrouwelijkheid zoals omschreven in Artikel 18.

Artikel 20. Bescherming van RvA-medewerkers

Een CBI mag medewerkers van de RvA nooit in een situatie brengen die hun onafhankelijkheid, objectiviteit, veiligheid of gezondheid in gevaar kan brengen.

Artikel 21. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid RvA

Paragraaf 5. Werkterreinen RvA

Artikel 22. Werkterreinen van de RvA

Artikel 23. Aanvragen voor nieuwe accreditatieactiviteiten

Artikel 24. Wijzigingen in werkterreinen

De RvA past de werkterreinen zoals bedoeld in Artikel 22 aan als:

Als we besluiten om een werkterrein te beperken of stop te zetten, stemmen we daarover af met de betrokken partijen.

Artikel 25. Inactieve werkterreinen

Een werkterrein waarvoor de RvA geen lopende accreditaties meer heeft uitstaan, beschouwen we als inactief. Als een CBI later accreditatie aanvraagt voor zo’n werkterrein, dan bepaalt de RvA wat nodig is om het werkterrein weer actief te maken.

Paragraaf 6. Algemene beginselen accreditatie

Artikel 26. Accreditatie op aanvraag

Artikel 27. Niet overdraagbaarheid accreditatie

Paragraaf 7. Eisen accreditatiebeoordeling voor accreditatie

Artikel 28. Basis voor toekenning accreditatie

De basis van een scope die door de RvA voor een accreditatie wordt toegekend, wordt gegeven door:

Artikel 29. Eisen beoordelingsactiviteiten voor accreditatie

De RvA verleent alleen accreditatie als:

Artikel 30. Beoordelingsmethoden

De RvA bepaalt voor iedere beoordeling de benodigde omvang en de beoordelingsmethoden. De RvA past een of meer van de navolgende beoordelingsmethoden in haar beoordelingsonderzoeken toe:

Artikel 31. Samenstelling van beoordelingsteams

Hoofdstuk 3. Proces aanvraag en vooronderzoek

Paragraaf 8. Aanvraag tot accreditatie

Artikel 32. Aanvragen van een RvA-account

Een instelling die nog geen account heeft bij de RvA, kan via de quickscan op de RvA website een account aanvragen. Dit account geeft toegang tot het online platform waar accreditatieaanvragen kunnen worden ingediend.

Artikel 33. Indienen van een accreditatieaanvraag

Artikel 34. Aanvullen van de aanvraag

Artikel 35. Aanvraag wordt niet in behandeling genomen

Naast de regels in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht behandelt de RvA een aanvraag niet verder in de volgende gevallen:

Paragraaf 9. Vooronderzoek

Artikel 36. Procedure vooronderzoek

Hoofdstuk 4. beoordelingsproces

Paragraaf 10. Accreditatiebeoordeling

Artikel 37. Initiële accreditatiebeoordeling

Bij een initiële accreditatiebeoordeling beoordeelt de RvA of de CBI aan alle accreditatievereisten voldoet. Dit gebeurt op basis van het systeem dat de CBI heeft vastgelegd, de manier waarop het systeem in de praktijk is ingevoerd en hoe de werkzaamheden binnen de aangevraagde scope van accreditatie worden uitgevoerd.

Artikel 38. Aanleveren informatie en medewerking CBI

Als niet goed wordt voldaan aan de hiervoor genoemde punten, kan de beoordeling niet volledig worden uitgevoerd of moet deze (deels) worden uitgesteld. Het risico bestaat dat dan geen besluit binnen de normale termijn worden genomen. Dit risico ligt bij de CBI.

Artikel 39. Verloop van een accreditatiebeoordeling

Artikel 40. Beeld- en geluidsopnames alleen met toestemming CBI

Beeld- en geluidsopnames worden alleen gemaakt tijdens een beoordeling als deze noodzakelijk zijn. Toestemming vooraf van de CBI is noodzakelijk. Na besluitvorming over de betreffende beoordeling worden ze vernietigd.

Artikel 41. Voortijdig stopzetten van de beoordeling

De RvA stopt een beoordeling direct – en mogelijk ook het hele accreditatieproces – als sprake is van:

Artikel 42. Slotbijeenkomst

Een kantooronderzoek wordt afgesloten met een slotbijeenkomst. Daarin licht het team de belangrijkste bevindingen toe. Als er afwijkingen zijn geconstateerd, worden die mondeling toegelicht aan de vertegenwoordiger van de CBI.

Artikel 43. Bevindingen rapport

Artikel 44. Eindrapport zonder vervolgbeoordeling

Als er bij de beoordeling geen afwijkingen zijn vastgesteld, wordt het eindrapport opgesteld en gedeeld met de CBI. Dit gebeurt via het online platform na afronding van de reactietermijn zoals genoemd in Artikel 43.

Artikel 45. Verspreiding van RvA-eindrapport en afwijkingenrapport

Paragraaf 11. Afwijkingen: vaststelling en rapportage

Artikel 46. Vaststellen afwijkingen

Wanneer een situatie niet voldoet aan de accreditatievereisten, wordt deze door de RvA-beoordelaar als afwijking gecategoriseerd (A of B) en gerapporteerd.

De Lead Assessor is verantwoordelijk voor de uiteindelijke bevestiging van de afwijkingen.

Artikel 47. Aanvang termijn vastgestelde afwijkingen

De termijn voor corrigerende maatregelen begint op het moment dat het afwijkingenrapport in het online platform beschikbaar is voor de CBI, dit is in principe de dag van de slotbijeenkomst.

Paragraaf 12. Afwijkingen: aspecten ter beantwoording door CBI

Artikel 48. Reactie op afwijkingen in online platform

De afhandeling van de afwijkingen vindt plaats in het online platform. Zowel de CBI als de RvA leggen hierin hun respectievelijke reacties vast. Soms is extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld op locatie.

Artikel 49. Analyse van de oorzaak en omvang

De RvA toetst of de CBI een toereikende analyse heeft uitgevoerd van.

Artikel 50. Correcties en corrigerende maatregelen

De RvA beoordeelt of de CBI een toereikende analyse heeft uitgevoerd van:

In de eerste reactie op de afwijking mag de CBI t.a.v. de corrigerende maatregelen ook volstaan met het benoemen van de voorgenomen corrigerende maatregel inclusief tijdstermijn voor implementatie. Het beoordelingsteam van de RvA beoordeelt vervolgens of dit voldoende is om de afwijking op grond hiervan af te sluiten, of dat alsnog in een tweede ronde bewijs van implementatie van de corrigerende maatregelen en /of beoordeling van de effectiviteit van genomen maatregelen dient te worden overgelegd.

Artikel 51. Beoordeling van effectiviteit

De CBI is primair verantwoordelijk voor het aantonen dat de genomen maatregelen daadwerkelijk effectief zijn.

Indien de ernst van de afwijking en/of de aard van de reactie op de te nemen of genomen corrigerende maatregelen daartoe aanleiding geeft, kan de RvA besluiten de CBI te vragen bewijs van de effectiviteit van de genomen maatregelen te overleggen alvorens de afwijking te kunnen sluiten.

De RvA beoordeelt in dat geval of de oorzaak van de afwijking is weggenomen en de toegepaste maatregelen aantoonbaar leiden tot borging van de oplossing. De afwijking wordt pas gesloten wanneer voldoende is aangetoond dat de maatregelen daadwerkelijk effect hebben gesorteerd.

Artikel 52. Termijn 1e beantwoording B-afwijking

De RvA ontvangt binnen maximaal zes weken na de vaststelling van de afwijkingen zoals genoemd in Artikel 47 een reactie van de CBI in het online platform. Deze reactie moet per B-afwijking ingaan op:

Artikel 53. Termijn 1e beantwoording A-afwijkingen

Bij A-afwijkingen gelden kortere termijnen:

Paragraaf 13. Vervolgbeoordelingen

Artikel 54. Aard en omvang vervolgbeoordeling

De Lead Assessor geeft tijdens de slotbijeenkomst een indicatie van de omvang van de vervolgbeoordeling.

Artikel 55. (Aanvullende) vervolgbeoordeling

Artikel 56. Eindrapport na vervolgbeoordeling

Na de vervolgbeoordeling(en) stelt de RvA een eindrapport op. Dit is een samenvoeging met het bevindingenrapport, indien er een of meerdere afwijkingen niet gesloten konden worden geeft de Lead Assessor een negatief advies ten aanzien van de accreditatiebeoordeling.

Paragraaf 14. Het besluit over accreditatie

Artikel 57. Informatie voor de besluitvorming

De RvA neemt een besluit over het al dan niet verlenen van accreditatie op basis van de documenten en adviezen:

Artikel 58. Commissie Accreditaties

Bij een initiële beoordeling, een herbeoordeling of een opgelegde intrekking van een registratie wordt de Commissie Accreditaties betrokken:

Artikel 59. Termijn voor besluitvorming

Een deel van deze periode is nodig voor de vervolgstappen zoals beschreven in Paragraaf 13 en Paragraaf 14.

Artikel 60. Negatief besluit

Als binnen de gestelde termijnen niet is aangetoond dat aan alle accreditatievereisten is voldaan, kan de RvA een negatief besluit nemen over de aanvraag voor (uitbreiding van de) accreditatie.

Hoofdstuk 5. Beschikking, accreditatieverklaring, bijlage en scope

Paragraaf 15. Accreditatiebeschikking en voorwaarden

Artikel 61. Accreditatiebeschikking en voorwaarden

Artikel 62. Geldigheidsduur accreditatieverklaring

De accreditatieverklaring en de bijlage zijn even lang geldig, namelijk maximaal vier jaar vanaf de datum van het besluit over de initiële beoordeling of herbeoordeling. De RvA kan bepalen dat de accreditatieverklaring en de bijlage slechts voor een beperkte periode geldig zijn.

Artikel 63. Toesturen accreditatieverklaring en bijlage

De RvA verstuurt, behalve de beschikking, ook de:

Deze documenten worden opgesteld in de Nederlandse taal of Engelse taal. Op verzoek zijn deze ook in beide talen beschikbaar.

Paragraaf 16. Tenaamstelling en locaties

Artikel 64. Tenaamstelling accreditatie

Artikel 65. Vestigingslocaties op de bijlage bij de accreditatieverklaring

Artikel 66. Virtuele locatie

Paragraaf 17. Scope van accreditatie

Artikel 67. Geldigheidsperiode scope

Een scope kan gedurende de geldigheidsperiode van de bijlage bij de accreditatieverklaring ongewijzigd worden gehandhaafd zolang de RvA tijdens de beoordelingen vaststelt dat het managementsysteem van de CBI voor die scope goed werkt en effectief is geweest.

Artikel 68. Gelijkwaardigheid van (inter)nationale norm

Als de RvA accreditatie heeft verleend voor werk volgens een internationale norm (zoals ISO, IEC of EN) dan geldt die accreditatie ook voor een regionale of nationale versie van diezelfde norm (en andersom), zolang de CBI vooraf aantoont dat de normen gelijk zijn.

Artikel 69. Valideren van activiteiten scope

Artikel 70. Documentversie op de scope

Artikel 71. Uitbreiding bij gewijzigde versie normatief document

Als een nieuwe versie andere competenties vraagt van de CBI, kan de RvA bepalen dat de CBI een aanvraag voor uitbreiding van de accreditatie moet indienen (zie Paragraaf 23). De RvA informeert de CBI hierover.

Artikel 72. Omgang CBI met wijzigingen in normatieve documenten

Tijdens de accreditatiecyclus controleert de RvA of de CBI wijzigingen in normdocumenten goed heeft verwerkt in haar processen en systeem. Daarbij beoordeelt de RvA ook hoe de CBI zelf met zulke wijzigingen is omgegaan.

Artikel 73. Wet- en regelgeving op scopes

Artikel 74. Tijdelijke accreditatie met beperkende voorwaarden (TAB)

Artikel 75. Vrijwillige toetsing tegen wettelijke vereisten

Artikel 76. Uitbestede activiteiten op scope

De RvA neemt geen activiteiten op in de scope van accreditatie van een CBI, als de CBI deze activiteiten structureel en volledig uitbesteedt aan andere partijen.

Artikel 77. Twee jaar geen uitvoering activiteiten

Hoofdstuk 6. Beoordelingsprogramma accreditatiecyclus

Paragraaf 18. Accreditatiecyclus

Artikel 78. Accreditatiecyclus

Artikel 79. Beoordelingsprogramma accreditatiecyclus

Artikel 80. Besluit bij controlebeoordeling

Artikel 81. Inhoud en omvang van de herbeoordeling

De RvA bepaalt de inhoud en omvang van de herbeoordeling op basis van:

Artikel 82. Administratieve verlenging geldigheid accreditatie

Als de RvA niet op tijd een besluit kan nemen over het verlengen van de accreditatie, dan kan de geldigheid van de accreditatieverklaring en de bijlage met maximaal zes maanden administratief worden verlengd.

Paragraaf 19. Reguliere beoordelingen

Artikel 83. Aard, inhoud en omvang van reguliere beoordeling

De RvA volgt voor reguliere beoordelingen de onderstaande algemene richtlijnen:

Op basis van al deze onderdelen stelt de RvA een beoordelingsplan op voor de reguliere beoordeling.

Paragraaf 20. Toevoegen extra beoordeling aan beoordelingsprogramma

Artikel 84. Extra beoordeling op basis van wijzigingen

De RvA kan een extra beoordeling toevoegen aan het beoordelingsprogramma als:

Artikel 85. Extra beoordeling op basis van extern signaal

Als via derden informatie binnenkomt bij de RvA, bijvoorbeeld via een melding (zie Artikel 115), publicatie of andere bron, waaruit blijkt dat er twijfel is of de CBI nog aan de accreditatievereisten voldoet, dan kan het bestuur van de RvA besluiten om een extra beoordeling uit te voeren bij de CBI.

Artikel 86. Uitvoering en afhandeling extra beoordeling

Een extra beoordeling wordt uitgevoerd en afgehandeld volgens Hoofdstuk 4 met uitzondering van Artikel 58.

Paragraaf 21. Minder en meer intensief beoordelingsprogramma

Artikel 87. Aanpassing beoordelingsprogramma

De RvA kan besluiten om het beoordelingsprogramma aan te passen, op basis van hoe goed of slecht een CBI heeft gepresteerd bij eerdere accreditatiebeoordelingen:

Artikel 88. Terug naar regulier beoordelingsprogramma

Een aangepast (minder of meer intensief) beoordelingsprogramma kan na iedere reguliere beoordeling weer worden gewijzigd naar het standaard beoordelingsprogramma van de CBI. Dat gebeurt als blijkt dat de reden voor de eerdere aanpassing niet meer van toepassing is.

Paragraaf 22. Buitengewone omstandigheden

Artikel 89. Accreditatiebeoordelingen tijdens buitengewone omstandigheid

Paragraaf 23. Uitbreiding van de accreditatie

Artikel 90. Uitbreiding van de activiteiten of locaties

Artikel 91. Uitbreiding met vestigingslocatie

In aanvulling op Artikel 90 omvat de beoordeling voor een uitbreiding van de accreditatie met een nieuwe vestigingslocatie:

Artikel 92. Redenen om besluit over uitbreiding uit te stellen

Een besluit over een uitbreidingsaanvraag kan worden uitgesteld als:

Artikel 93. Eventueel afwijkende termijn voor afwijking bij uitbreiding

Als bij een uitbreiding afwijkingen worden geconstateerd die ook van invloed zijn op andere geaccrediteerde activiteiten, dan gelden voor deze afwijkingen de standaardtermijnen uit Paragraaf 11.

Artikel 94. Andere wijziging van de scope

Als een CBI een wijziging in de accreditatie aanvraagt, die geen uitbreiding is, dan behandelt de RvA deze aanvraag afhankelijk van de aard van de wijziging.

Hoofdstuk 7. Maatregelen, schorsing en intrekking

Paragraaf 24. Maatregelen bij niet voldoen aan de accreditatievereisten

Artikel 95. Schorsing en intrekking

Paragraaf 25. Schorsing van de accreditatie

Artikel 96. Schorsing

Artikel 97. Kans op herstel voor schorsing

Artikel 98. Consequenties schorsing voor CBI

Artikel 99. Extra regels voor certificatie-instelling bij schorsing

Artikel 100. Opheffen schorsing

Artikel 101. Opstarten intrekkingsprocedure als schorsing niet tijdig is opgeheven

Als de schorsing niet binnen de op grond van de in Artikel 96 gestelde periode is opgeheven, dan start de procedure voor intrekking van de accreditatie. De schorsing wordt dan verlengd tot het intrekkingsbesluit is genomen.

Artikel 102. Schorsing bij faillissement

Als de schorsing is opgelegd vanwege faillissement, maar er daarna een fusie, overname of splitsing van de CBI plaatsvindt, kan de RvA de richtlijnen volgen uit beleidsregel ASR002. In dat geval moet de curator tijdig contact opnemen met de RvA.

In alle andere gevallen waarin de CBI haar rechtspersoonlijkheid verliest, vervalt de accreditatie automatisch.

Paragraaf 26. Intrekken van de accreditatie

Artikel 103. Intrekking

Artikel 104. Informatieverstrekking na intrekking

Artikel 105. Informatieverstrekking na intrekking

Na intrekking van de accreditatie mag de CBI:

Artikel 106. Extra regels voor certificatie-instellingen bij vrijwillige intrekking

Als een CI zelf de accreditatie wil intrekken, moet zij een plan van aanpak indienen waarin staat:

Het is niet toegestaan certificaten met accreditatiemerk te laten doorlopen na vrijwillige intrekking van de accreditatie.

Artikel 107. Extra regels voor certificatie-instellingen bij opgelegde intrekking

Uitstaande certificaten, die op het moment van intrekking nog langer dan zes maanden geldig zijn, moeten binnen die termijn van zes maanden worden ingetrokken. De CBI moet hiervan bewijs leveren aan de RvA.

Artikel 108. Extra regel als certificatiemerk met accreditatiemerk is toegestaan

Als certificaathouders het accreditatiemerk samen met het certificatiemerk gebruiken (zoals omschreven in ASR005), moet de CBI zorgen dat dit gebruikt stopt.

Artikel 109. Advies CA voor opgelegde intrekking volledige accreditatie

Als het bestuur van de RvA van plan is om een volledige accreditatie opgelegd in te trekken, gebeurt dat op advies van de Commissie Accreditaties (zie Artikel 58).

Hoofdstuk 8. Bezwaren, klachten, meldingen en interpretatiegeschil

Paragraaf 27. Bezwaren

Artikel 110. Behandeling bezwaren

Bezwaren tegen een besluit van het bestuur van de RvA, worden met inachtneming van hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend en behandeld.

Artikel 111. Geen opschortende werking bezwaar

Paragraaf 28. Klachten over de RvA

Artikel 112. Klachten over de RvA

Klachten over de RvA worden behandeld volgens de regels uit hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast geldt het RvA document QA008 bij de afhandeling van klachten.

Artikel 113. Geen opschortende werking klacht

Paragraaf 29. Meldingen over CBI’s

Artikel 114. Geen behandeling klachten over klanten van CBI’s

De RvA behandelt geen klachten over de klanten van een geaccrediteerde CBI of over de door deze klanten geleverde producten of diensten.

Artikel 115. Meldingen

Paragraaf 30. Interpretatiegeschil ten aanzien van accreditatievereisten

Artikel 116. Proces interpretatiegeschil

Hoofdstuk 9. Cross frontier-accreditaties

Paragraaf 31. Wijzigingen accreditatie buitenlandse CBI’s met RvA-accreditatie

Artikel 117. Heroverweging redenen accreditatie door RvA

Artikel 118. Schorsing of intrekking CBI door andere AB

Als een andere AB accreditatie van een CBI die ook door de RvA is geaccrediteerd schorst of intrekt, dan beoordeelt de RvA of dit gevolgen heeft voor de RvA-accreditatie. Dat doet de RvA via een extra beoordeling volgens Paragraaf 20. De uitkomst van deze beoordeling deelt de RvA met de andere AB.

Paragraaf 32. Algemene regels voor gebruik van de accreditatiemerken

Artikel 119. Doel van het accreditatiemerk

Artikel 120. Geen aansprakelijkheid RvA voor juistheid resultaten

De RvA is niet aansprakelijk voor de juistheid van verklaringen of besluiten van geaccrediteerde CBI’s. CBI’s mogen dus niet suggereren dat de RvA die verantwoordelijkheid draagt.

Artikel 121. Misbruik van verwijzingen naar accreditatie

Hoofdstuk 11. Inwerkingtreding beleidsregels en overgangsbeleid

Paragraaf 33. Inwerkingtreding

Artikel 122. Inwerkingtreding beleidsregel

De beleidsregel treedt in werking op 15 september 2025.

Paragraaf 34. Intrekking voorgaande beleidsregels en overgangsbepalingen

Artikel 123. Intrekking voorgaande beleidsregels

Met de inwerkingtreding van deze beleidsregel, worden de volgende documenten ingetrokken:

Artikel 124. Overgangsbepalingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)