Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 3 november 2025, nr. 2025-10381 over inkomstenbelasting, aanmerkelijk belang (Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025)
Cumulatief preferente aandelen komen slechts onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor de doorschuifregelingen in het aanmerkelijk belang (artikel 4.17a en 4.17c Wet IB 2001). Cumulatief preferente aandelen die bij de faciliteit van de geruisloze omzetting (artikel 3.65 Wet IB 2001) zijn uitgereikt, kwalificeren hierdoor niet voor de toepassing van genoemde doorschuifregelingen. Gezien de eisen die deze faciliteit stelt in de situatie dat twee of meer deelnemers in een samenwerkingsverband hun onderneming in dezelfde vennootschap inbrengen (zie met name de vijfde standaardvoorwaarde en de toelichting behorende bij het besluit van 24 oktober 2025, nr. 2025-21695 (Stcrt. 2025-37092) keur ik goed dat de hierbij uitgereikte cumulatief preferente aandelen geacht worden te voldoen aan de eisen van artikel 4.17a, derde lid, onderdeel a, b en d, Wet IB 2001.
Aan de hierboven genoemde goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden:
Voorgaande goedkeuring geldt ook indien twee of meer deelnemers in een samenwerkingsverband hun (subjectieve) onderneming in hun persoonlijke houdstervennootschap inbrengen en de houdstervennootschappen vervolgens hun onderneming met toepassing van artikel 14 Wet VPB 1969 laten uitzakken in een gezamenlijke werkmaatschappij en waarbij cumulatief preferente aandelen zijn uitgereikt.
Uiteraard zal ook moeten zijn voldaan aan de overige voorwaarden voor de toepassing van de doorschuifregelingen. Deze beoordeling is voorbehouden aan de inspecteur.
6.6. Aandelenruil en ongelijke tegenprestatie
Een ongelijke en dus een onzakelijke ruilverhouding brengt in zijn algemeenheid mee dat de aandelenfusiefaciliteit op die grond niet kan worden verleend (Hoge Raad, 25 oktober 2000, nr. 35 957, ECLI:NL:HR:2000:AA7846).
Ik keur niettemin goed dat een aandelenfusie met ongelijke ruilverhouding wordt toegestaan. Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden:
Vanzelfsprekend moet ook aan de overige in artikel 3.55 Wet IB 2001 gestelde vereisten zijn voldaan.
6.7. Aandelenruil zonder soortgelijke aandelen
In beginsel kan – mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.55 Wet IB 2001 – een ruil van gewone aandelen tegen uitreiking van soortaandelen worden aangemerkt als een gefacilieerde aandelenfusie. Indien een directe omvorming van gewone aandelen in soortaandelen (dus zonder het door middel van een aandelenruil tussenplaatsen van een houdstermaatschappij) zou kwalificeren als een belaste vervreemding, kan bij de aandelenruil sprake zijn van het ontgaan of het uitstellen van belastingheffing als bedoeld in artikel 3.55, vierde lid, onderdeel b, Wet IB 2001, juncto artikel 4.41, eerste lid, Wet IB 2001. Een en ander staat ter beoordeling van de competente inspecteur.
7. Genietingstijdstip
7.1. Fictieve vervreemding van fictief aanmerkelijk belang
Als sprake is van een fictief aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.11 Wet IB 2001 worden de aandelen geacht te zijn vervreemd als belastingplichtige daarom verzoekt (artikel 4.16, derde lid, van de Wet IB 2001). Een belastingplichtige kan niet terugkomen op een dergelijk verzoek. Zou dat anders zijn, dan zou dat de mogelijkheid bieden tot ongewenste manipulatie: belastingplichtige zou dan een verzoek tot overbrenging van de aandelen naar box 3 per 1 januari van een jaar kunnen indienen en vervolgens het waardeverloop van de aandelen in dat jaar kunnen afwachten. Stijgt de waarde van zijn aandelenpakket, dan blijft hij bij zijn oorspronkelijke keuze en realiseert de waardestijging in box 3. Daalt de waarde van zijn aandelenpakket, dan herroept hij het verzoek en dient kort daarop een volgend, gelijkluidend verzoek in. De mogelijkheid om terug te komen op een verzoek ex artikel 4.16, derde lid, Wet IB 2001 past overigens ook niet bij het vervreemdingsbegrip van het aanmerkelijk belang. Dat is een eenmalig moment. Het onderscheid tussen een civielrechtelijke vervreemding en een fictieve vervreemding is in dit verband niet relevant.
8. Verliesverrekening
8.1. Belastingkorting in box 1
In de situatie dat iemand in jaar 1 een verlies uit aanmerkelijk belang heeft geleden, zou gelet op de letterlijke tekst van artikel 4.53 van de Wet IB 2001 de indruk kunnen bestaan dat pas na afloop van jaar 3 een beschikking als bedoeld in dat artikel door de inspecteur kan worden afgegeven. Op dat moment kan immers pas worden vastgesteld dat de belastingplichtige in het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen aanmerkelijk belang heeft. Uit de parlementaire geschiedenis is echter af te leiden dat dit niet de bedoeling is van deze bepaling.
In jaar 3 kan dus een beschikking in de zin van artikel 4.53, derde lid, Wet IB 2001 worden afgegeven. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.11a Wet IB 2001 kan de belastingkorting worden verrekend met de over jaar 3 verschuldigde belasting over het inkomen uit werk en woning. Bij het vaststellen van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor jaar 3 kan hiermee al rekening worden gehouden. Met betrekking tot de volgorde van verrekening van de belastingkorting en de heffingskorting merk ik op dat de belastingkorting vóór de heffingskorting wordt geplaatst (zie ook HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1092).
Mochten na het afgeven van voormelde beschikking in de loop van jaar 3 opnieuw aandelen verworven worden die een aanmerkelijk belang vormen, dan moet de eerder afgegeven beschikking door de inspecteur worden herzien omdat niet (meer) is voldaan aan de wettelijke omschrijving van artikel 4.53, eerste lid, Wet IB 2001.
8.2. Gedeeltelijke omzetting in belastingkorting
Indien een belastingplichtige geen aanmerkelijk belang meer heeft, is het mogelijk te verzoeken het nog niet verrekende verlies uit aanmerkelijk belang om te zetten in een belastingkorting in box 1 (artikel 4.53 Wet IB 2001). Deze formulering impliceert dat de omzetting moet gelden voor het gehele nog niet verrekende verlies.
Ik ben niettemin bereid om mogelijk onder nader te formuleren voorwaarden goed te keuren dat een verlies uit aanmerkelijk belang eenmalig ook partieel kan worden omgezet in een belastingkorting. Voor het overige blijft het nog niet verrekende verlies uit aanmerkelijk belang dan nog uitsluitend beschikbaar voor latere verrekening in box 2. Verzoeken kunnen worden voorgelegd aan Belastingdienst/ Corporate Dienst Vaktechniek/ Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.
8.3. Belastingkorting en niet verrekend verlies ontstaan bij overlijden
Als een belastingplichtige en diens partner niet langer een aanmerkelijk belang houden, kan een nog onverrekend verlies uit aanmerkelijk belang op grond van artikel 4.53 Wet IB 2001 op verzoek worden omgezet in een belastingkorting. In het geval een belastingplichtige geen (fiscaal) partner heeft en in het kalenderjaar is overleden, geldt als voorwaarde voor het indienen van een verzoek tot omzetting van een nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang in een belastingkorting dat de belastingplichtige ten tijde van het overlijden geen aanmerkelijk belang heeft (artikel 4.53, eerste lid, tweede volzin, Wet IB 2001).
Als ten gevolge van het overlijden van deze belastingplichtige een negatief vervreemdingsvoordeel wordt genoten en vervolgens een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaat dat onverrekend blijft, kan dit verlies niet worden omgezet, omdat belastingplichtige ten tijde van het overlijden een aanmerkelijk belang heeft. Het verlies wordt dan op geen enkele wijze meer benut. Dit gevolg is bij de invoering van voornoemde tweede volzin niet voorzien en is een onbillijkheid van overwegende aard.
Ik keur op basis van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) goed dat als bij het overlijden van een belastingplichtige die geen partner heeft een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaat dat niet verrekend kan worden, dit verlies op verzoek kan worden omgezet in een belastingkorting.
Hierbij merk ik op dat het niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang bij beschikking moet zijn vastgesteld voordat omzetting in een belastingkorting kan plaatsvinden. De verliesvaststellingsbeschikking wordt afgegeven gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan. Daarna kan het verlies worden omgezet in een belastingkorting. De inspecteur kan vervolgens ambtshalve de belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning in het overlijdensjaar met de belastingkorting verminderen. Verminderen van de belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning vóór het overlijdensjaar is niet mogelijk (zie artikel 4.53, vierde lid, Wet IB 2001).
8.4. Belastingkorting en fiscaal partnerschap in voorafgaand kalenderjaar
Indien de belastingplichtige en zijn partner in het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande jaar geen aanmerkelijk belang hebben, wordt een nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang op verzoek van de belastingplichtige omgezet in een belastingkorting (artikel 4.53, eerste lid, Wet IB 2001). Als een belastingplichtige in het kalenderjaar noch een aanmerkelijk belang noch een (fiscaal) partner heeft en in het voorafgaande kalenderjaar evenmin een aanmerkelijk belang had maar wel een (fiscaal) partner met een aanmerkelijk belang, dan kan een onverrekend gebleven verlies uit aanmerkelijk belang van de belastingplichtige niet in het kalenderjaar op verzoek worden omgezet.13Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:003:2024:5, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.
In het daaropvolgende kalenderjaar kan op verzoek het onverrekend gebleven verlies wel worden omgezet in een belastingkorting mits de belastingplichtige in dat kalenderjaar nog steeds geen aanmerkelijk belang noch een (fiscaal) partner met een aanmerkelijk belang heeft.
9. Rechtspersonen met natuurschoonwet-landgoederen (NSW-lichamen)
9.1. Transparantie NSW-rechtspersonen
Rechtspersonen met natuurschoonwet-landgoederen (de zogenoemde NSW-rechtspersonen) worden onder voorwaarden fiscaal als transparant aangemerkt (artikel 10.9 Wet IB 2001 jo. artikel 23 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001). Deze regeling is imperatief en ontleend aan artikel 68 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Uit de parlementaire behandeling van het laatstgenoemde wetsartikel blijkt dat de wetgever er destijds van uitging dat de transparantie steeds in het voordeel zou werken van belanghebbenden. Dat hoeft echter niet het geval te zijn indien als gevolg van het intreden van de transparantie afgerekend moet worden over een aanmerkelijkbelangpakket.
Ik heb daarom in enkele gevallen onder voorwaarden een oplossing geboden door de fiscale transparantie van een NSW-rechtspersoon achterwege te laten. Vergelijkbare verzoeken kunnen worden voorgelegd aan Belastingdienst/ Corporate Dienst Vaktechniek/ Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.
10. Internationale aspecten
10.1. Verdragstoepassing; overgang onder algemene titel
De overgang onder algemene titel is naar nationaal recht een fictieve vervreemding. Dit geldt ook voor de toepassing van de belastingverdragen. Het is namelijk internationaal geaccepteerd dat een overgang onder algemene titel kan worden aangemerkt als vervreemding in de zin van artikel 13 van de belastingverdragen (vermogenswinstartikel). In dit verband wordt verwezen naar paragraaf 5 van het commentaar op artikel 13 van het OESO-modelverdrag.
11. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
13. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025.
De citeertitel wordt afgekort tot: Verzamelbesluit AB 2025.
14. Publicatie en ondertekening
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)