Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 20 augustus 2025, nr. 2025-0000493616, houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan het bestuur van de Huurcommissie ten aanzien van de administratieve ondersteuning van de huurcommissie (Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-03
Laatst bijgewerkt 2026-06-02
State In force
Source BWB
artikelen 11
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte,

Gelet op de afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016;

Gelet op de instemming van het bestuur van de huurcommissie overeenkomstig artikel 10:4, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Mandaat betreffende personeelsaangelegenheden en inrichting dienst van de huurcommissie

1.

Aan het bestuur wordt mandaat verleend met betrekking tot:

2.

Aan het bestuur wordt mandaat verleend met betrekking tot:

Artikel 3. Mandaat betreffende andere bevoegdheden ten aanzien van de dienst van de huurcommissie

1.

Aan het bestuur wordt mandaat verleend voor het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die betrekking hebben op de taken van de huurcommissie en de werkzaamheden van de dienst van de huurcommissie.

2.

Aan het bestuur wordt mandaat verleend tot het overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming verwerken van persoonsgegevens die verband houden met de bij dit besluit in mandaat verleende bevoegdheden.

3.

Aan het bestuur wordt mandaat verleend om te beslissen op verzoeken, bedoeld in de Wet open overheid die verband houden met de bij dit besluit in mandaat verleende bevoegdheden.

Artikel 4. Bezwaar en beroep

Aan het bestuur wordt mandaat verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in het tweede en derde lid van artikel 3, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.

Artikel 5. Ondermandaat

1.

Het bestuur kan ten aanzien van de in een of meer van in de artikelen 2 en 3 genoemde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan:

2.

Ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a en b, wordt geen ondermandaat verleend.

3.

In afwijking van het eerste lid, verleent het bestuur geen ondermandaat aangaande het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met betrekking tot de inkoop van dienstverlening op het terrein van interim-management, organisatieadvies en formatieadvies.

4.

De verlening van ondermandaat geschiedt schriftelijk.

Artikel 6. Besluitvorming en uitoefening bevoegdheid

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter kunnen elkaar machtigen de in mandaat verleende bevoegdheden afzonderlijk namens het bestuur uit te oefenen.

Artikel 7. Begrenzing van het mandaat

1.

De uitoefening van mandaat geschiedt binnen de grenzen van de in de wet vastgestelde taken, de benoemingsbesluiten betreffende de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, het bestuursreglement van de huurcommissie, de ter zake geldende overige wetgeving en regelgeving en de beleidsregels van de minister ten aanzien van de uitoefening van de bij of krachtens dit besluit verleende bevoegdheden.

2.

Het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, geschiedt met inachtneming van:

Artikel 8. Informatieplicht

1.

Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend, informeert de minister bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.

2.

Onverminderd het eerste lid, heeft het bestuur een aan de uitoefening van de bevoegdheid voorafgaande informatie- en signaleringsplicht jegens de directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen betreffende de gemandateerde bevoegdheden, genoemd in artikel 2, tweede lid.

Artikel 9. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met mandaat gelijkgesteld, de verlening van volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 10. Overige bepalingen

1.

Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens een in dit besluit gemandateerde bevoegdheid, luidt de ondertekening:

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

namens deze:

gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de functionaris.

2.

Bij de ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister voorafgegaan door: namens de Staat der Nederlanden.

3.

Besluiten of handelingen die op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2019 zijn genomen of verricht in de periode tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, worden aangemerkt als te zijn genomen of verricht namens de Minister.

Artikel 11. Slotbepalingen

1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst en heeft terugwerkende kracht tot en met 17 september 2024.

3.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2024.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)