Beleidsregels van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de voorzitter van het CAK, de voorzitter van de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit, de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën, de Directeur-Generaal Dienst Uitvoering Onderwijs, de Directeur-Generaal van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de waarnemend inspecteur-generaal Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspecteur-Generaal Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspecteur-Generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, van 1 november 2025, nr. 6815099, betreffende betalingsregelingen bij rijksincassovorderingen (Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2026)

Type Beleidsregel
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 27
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • –. betalingsplichtige: persoon die één of meerdere vorderingen als bedoeld in artikel 1:3 moet voldoen;
  • –. betalingsregeling: afspraak tussen het CJIB en de betalingsplichtige tot verlening van uitstel van betaling of het toestaan van betaling in termijnen met betrekking tot één vordering als bedoeld in artikel 1:3, onder a, b, c, d, e, f, g, h, i, j of k, dan wel een combinatie van vorderingen als bedoeld in artikel 1:3;
  • –. CJIB: Centraal Justitieel Incassobureau, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
  • –. DFEI: Dienst Financieel-Economische Integriteit, toezichthouder binnen het Ministerie van Financiën die toezicht houdt op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en het toezicht uitvoert op de naleving van voorschriften ten aanzien van de registers van de Kamer van Koophandel en die opsporingstaken uitvoert ten aanzien van economische delicten op grond van de Wet Economische Delicten;
  • –. DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en organisatie die in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid taken uitvoert op het terrein van inburgering;
  • –. incasso: het met of zonder dwangbevel verhalen van een openstaande vordering op inkomsten, tegoeden, roerende of onroerende goederen dan wel andere liquide of liquideerbare middelen van de betalingsplichtige;
  • –. inning: het verzenden van één of meerdere aanschrijvingen tot betaling van een vordering dan wel het treffen van een betalingsregeling zonder de toepassing van incassomaatregelen;
  • –. Inspectie JenV: Inspectie Justitie en Veiligheid, zelfstandig toezichthouder binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de kwaliteit van de taakuitvoering van de uitvoeringsorganisaties binnen de domeinen van de ministeries Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie en van een aantal specifieke marktpartijen via haar, en toezicht houdt op de naleving van de Wet kwaliteit incassodienstverlening en de Wet experiment gesloten coffeeshopketen;
  • –. NEa: Nederlandse Emissieautoriteit, waarvan het bestuur een zelfstandig bestuursorgaan is en de werkorganisatie een agentschap van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, die in opdracht van de ministeries van Klimaat en Groene Groei, Infrastructuur en Waterstaat, en Financiën taken uitvoert en toezicht houdt op marktinstrumenten die bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving;
  • –. NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, onderdeel van het Ministerie van Landbouw, Visserij, en Voedselzekerheid en Natuur, die in opdracht van dat ministerie en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toezicht houdt op het gebied van voedselveiligheid, productveiligheid, tabaks- en alcoholontmoediging, diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en natuur;
  • –. RDI: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, die in opdracht van dat ministerie toezicht houdt op wet- en regelgeving op het gebied van telecommunicatie;
  • –. RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken;

Artikel 1:2. Reikwijdte

1.

Deze beleidsregels zijn van toepassing op het treffen van betalingsregelingen met betrekking tot één vordering als bedoeld in artikel 1:3, onder a, b, c, d, e, f, g, h, i, j of k dan wel een combinatie van vorderingen als bedoeld in artikel 1:3.

2.

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op het treffen van betalingsregelingen met betrekking tot één vordering als bedoeld in artikel 1:3, onder l, dan wel een combinatie die geheel bestaat uit vorderingen als bedoeld in datzelfde onderdeel.

Artikel 1:3. Relevante vorderingen

Het CJIB kan betalingsregelingen treffen met betrekking tot:

  • a. vorderingen die door de DUO aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit:
  • c. vorderingen die door de NVWA aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit bestuurlijke boetes en herstelsancties op grond van:
  • d. vorderingen die door de RVO aan het CJIB ter incasso zijn overgedragen en voortkomen uit:
  • 1°. het Europees Garantiefonds voor de Landbouw (ELGF);
  • 2°. het Europees Maritiem, Visserij en Aquacultuur Fonds (EMFAF);
  • 3°. het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO);
  • 9°. de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES);
  • 10°. de Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317);
  • e. terugvorderingen of bestuurlijke boetes die door het UWV aan het CJIB ter incasso zijn overgedragen en voortkomen uit:
  • 7°. wetten betreffende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen;
  • f. vorderingen die door de RDI aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit bestuurlijke boetes en herstelsancties op grond van:
  • g. vorderingen die door de RDW aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit bestuurlijke boetes als bedoeld in:
  • h. vorderingen die door de ATKM aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit:
  • i. vorderingen die door de DFEI aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom op grond van:
  • j. vorderingen die door de NEa aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit bestuurlijke boetes of lasten onder dwangsom op grond van:
  • k. vorderingen die door de Inspectie JenV aan het CJIB ter inning en incasso zijn overgedragen en voortkomen uit:
  • l. vorderingen die voortkomen uit:

Paragraaf 2. Verzoeken om betalingsregelingen

Artikel 2:1. Indiening

1.

Een verzoek om een betalingsregeling wordt bij voorkeur via de daarvoor opengestelde elektronische weg ingediend bij het CJIB.

2.

Bij een telefonisch verzoek kan het CJIB van de betalingsplichtige verlangen om het verzoek alsnog via de opengestelde elektronische weg in te dienen of schriftelijk.

3.

Een verzoek wordt uitsluitend in behandeling genomen, indien het is ingediend door de betalingsplichtige, door een persoon die door de betalingsplichtige is gemachtigd of door een schuldhulpverlenende instantie namens de betalingsplichtige.

Artikel 2:2. Medewerking

Bij de behandeling van een verzoek om een betalingsregeling kan het CJIB van de betalingsplichtige verlangen dat hij gegevens overlegt met betrekking tot diens inkomen of vermogen ter onderbouwing van diens betalingsonmacht of diens betalingscapaciteit.

Artikel 2:3. Beoordeling

Bij de beoordeling van een verzoek om een betalingsregeling betrekt het CJIB zo veel mogelijk alle openstaande vorderingen als bedoeld in artikel 1:3. Het CJIB betrekt in de beoordeling tevens welke vorm als betalingsregeling het meest geschikt is en ten aanzien van welke vorderingen de betalingsregeling zal gelden.

Artikel 2:4. Weigeringsgronden

1.

Het CJIB wijst een verzoek om een betalingsregeling in ieder geval af, indien:

  • a. de betalingsplichtige naar het oordeel van het CJIB onvoldoende medewerking verleent;
  • b. de betalingsplichtige verwijtbaar onjuiste gegevens verstrekt;
  • c. de betalingsregeling zich over een voor het CJIB niet redelijke termijn uitstrekt;
  • d. het totaal aan openstaande vorderingen niet meer dan € 75 bedraagt.
2.

Het CJIB kan een verzoek om een betalingsregeling afwijzen indien:

  • a. de betalingsplichtige binnen zes maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek een eerder toegestane betalingsregeling verwijtbaar niet is nagekomen;
  • b. de betalings- of vermogenscapaciteit van de betalingsplichtige zodanig is dat hij direct geheel de vorderingen kan voldoen;
  • c. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling naar het oordeel van het CJIB geen uitkomst zal bieden;

Artikel 2:5. Voorwaarden

Bij het toestaan van een betalingsregeling kunnen in ieder geval als voorwaarden worden gesteld dat:

  • a. betalingen via een machtiging tot automatische incasso worden gedaan;
  • b. de betalingsplichtige een bankrekeningnummer doorgeeft;
  • c. de betalingsplichtige een adres heeft in de Basisregistratie Personen of de Kamer van Koophandel, dan wel een ander betrouwbaar adres waarop hij kan worden bereikt;
  • d. de betalingsplichtige iedere wijziging in diens financiële situatie onverwijld meldt.

Artikel 2:6. Ambtshalve voorstel

1.

Het CJIB stelt ambtshalve een betalingsregeling voor aan de betalingsplichtige, indien:

  • b. die schuldregeling wordt beëindigd zonder kwijtschelding van de op dat moment resterende vorderingen.
2.

Het CJIB kan tevens in andere bijzondere gevallen ambtshalve een betalingsregeling voorstellen aan de betalingsplichtige.

Paragraaf 3. Uitvoering en naleving

Artikel 3:1. Opschorting andere innings- en incassomiddelen

De inning en incasso door middel van de inzet van andere middelen door het CJIB voor de vorderingen waarvoor de betalingsregeling is getroffen, wordt opgeschort voor de duur van die betalingsregeling.

Artikel 3:2. Duur en vorm

1.

Een betalingsregeling kan worden getroffen voor ten hoogste de duur van de verjaringstermijn van de vorderingen waarop zij betrekking heeft.

2.

Een betalingsregeling strekkende tot betaling in termijnen wordt toegestaan in de vorm van een standaardregeling als bedoeld in artikel 3:3 of een maatwerkregeling als bedoeld in artikel 3:4.

3.

Een betalingsregeling, niet zijnde een draagkrachtregeling als bedoeld in artikel 3:4, vierde lid, kan slechts worden toegestaan met het oog op een volledige voldoening van de betalingsverplichtingen. Percentagevoorstellen tegen finale kwijting worden niet toegestaan.

Artikel 3:3. Standaardregeling

1.

Een standaardregeling voor één of meer openstaande vorderingen kan worden getroffen indien voor deze vorderingen nog geen verhaal met dwangbevel wordt toegepast.

2.

Een standaardregeling duurt maximaal 36 maanden.

3.

De termijnbedragen voor de standaardregeling en het aantal daarvoor geldende termijnen worden op de website van het CJIB gepubliceerd. Bij het bepalen van het termijnbedrag kan een begrenzing plaatsvinden tot een maximaal openstaand bedrag en maximumaantal maanden.

Artikel 3:4. Maatwerkregeling

1.

Een maatwerkregeling kan worden getroffen indien sprake is van bijzondere omstandigheden en de standaardregeling niet mogelijk is of geen uitkomst biedt.

2.

Een maatwerkregeling kan worden getroffen, tenzij sprake is van vorderingen waarvoor de deurwaarder reeds is ingeschakeld.

3.

Een maatwerkregeling duurt maximaal 72 maanden, tenzij dit naar het oordeel van het CJIB onredelijk is.

4.

Een draagkrachtregeling kan worden getroffen indien sprake is van bijzondere omstandigheden en de reguliere maatwerkregeling niet mogelijk is, of geen uitkomst biedt.

Artikel 3:5. Uitstel van betaling

1.

Uitstel van betaling kan worden verleend als de betalingsplichtige aannemelijk maakt dat volledige betaling of een significante deelbetaling binnen een redelijke termijn zal volgen.

2.

Een uitstel van maximaal vier maanden kan worden verleend met als doel de betalingsplichtige in de gelegenheid te stellen om bij de gemeente hulp te zoeken bij het oplossen van schulden.

3.

Indien de gemeente besluit om schuldhulp te verlenen dan kan het CJIB het uitstel met maximaal acht maanden verlengen.

4.

Uitstel van betaling voor onbepaalde duur wordt niet verleend.

Artikel 3:6. Voegen van andere vorderingen

In bijzondere gevallen kunnen vorderingen als bedoeld in artikel 1:3 na het tot stand komen van een betalingsregeling in die betalingsregeling worden gevoegd.

Paragraaf 4. Informeren

Artikel 4:1. Informatie bij het toestaan van de betalingsregeling

Bij het toestaan van een betalingsregeling wordt de betalingsplichtige geïnformeerd over:

  • a. de vorderingen die onderdeel vormen van de betalingsregeling;
  • b. de ingangsdatum, termijnen en termijnbedragen;
  • c. de voorwaarden onder welke de betalingsregeling wordt toegestaan;
  • d. de gevolgen indien de voorwaarden niet worden nageleefd;
  • e. betalingsherinneringen bij niet tijdige voldoening van termijnbedragen.

Artikel 4:2. Betalingsherinneringen

Indien de betalingsplichtige het termijnbedrag van een betalingsregeling niet binnen de gestelde termijn betaalt, stuurt het CJIB eenmalig een betalingsherinnering met het verzoek het termijnbedrag alsnog te voldoen. In de betalingsherinnering wordt aangegeven dat het CJIB binnen de eerstvolgende termijn zowel het alsdan te betalen termijnbedrag, als het bedrag dat eerder niet is betaald, moet hebben ontvangen.

Artikel 4:3. Doorverwijzing naar het CJIB

Ten aanzien van vorderingen als bedoeld in artikel 1:3 waarvan de inning of incasso dan wel beiden aan het CJIB is overgedragen verwijzen de DUO, het CAK, de NVWA, de RDI, de RVO, het UWV, de RDW, de ATKM, de DFEI, de NEa en de Inspectie JenV de betalingsplichtige naar het CJIB voor informatie over het treffen van een betalingsregeling. Zij verwijzen eveneens naar het CJIB bij vragen dan wel klachten over betalingsregelingen die de betalingsplichtige heeft lopen bij het CJIB of over verzoeken om betalingsregelingen die zijn afgewezen door het CJIB.

Paragraaf 5. Verdeling en bestemming van betalingen

Artikel 5:1. Verdeling

Indien een betalingsregeling betrekking heeft op vorderingen van meerdere partijen als bedoeld in artikel 1:3, verdeelt het CJIB de van de betalingsplichtige ontvangen bedragen telkens over deze partijen naar evenredigheid van het totaalbedrag aan bij hen openstaande vorderingen.

Artikel 5:2. Bestemvolgorde

1.

Voor iedere partij worden de ontvangen bedragen na toepassing van de verdeling, bedoeld in artikel 5:1, bestemd overeenkomstig een voor de vorderingen van die partij nader bepaalde volgorde.

2.

Bij de bestemming ter voldoening van vorderingen van dezelfde categorie, worden de ontvangen bedragen eerst bestemd ter voldoening van de oudste vordering.

Artikel 5:3. Afwijken van verdeling en bestemvolgorde

Het CJIB kan bij de verdeling en bestemming van ontvangen bedragen afwijken van de artikelen 5:1 en 5:2, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Paragraaf 6. Einde van betalingsregelingen

Artikel 6:1. Voortijdige beëindiging betalingsregeling

1.

Het CJIB kan de betalingsregeling in ieder geval beëindigen, indien:

  • a. de betalingsplichtige na een betalingsherinnering de verschuldigde termijnbedragen niet voldoet;
  • b. de feiten of omstandigheden die aanleiding vormden voor het treffen van de betalingsregeling zich niet langer voordoen;
  • c. de financiële omstandigheden van de betalingsplichtige zodanig veranderen of zijn veranderd dat voortzetting van de betalingsregeling naar het oordeel van het CJIB niet langer nodig is;
  • d. de betalingsplichtige failliet wordt verklaard of surseance van betaling wordt verleend;
2.

Indien de betalingsregeling voortijdig wordt beëindigd door het CJIB, informeert het CJIB de betalingsplichtige over de reden daarvan en het vervolg.

Artikel 6:2. Gevolg voortijdige beëindiging betalingsregeling

Indien de betalingsregeling voortijdig wordt beëindigd, wordt de betalingsplichtige in de gelegenheid gesteld om binnen 30 dagen het totaal openstaande bedrag aan vorderingen in één keer te voldoen, tenzij:

  • b. het CJIB vaststelt dat de betalingsplichtige over zodanig vermogen beschikt dat dit redelijkerwijs geen aanleiding geeft voor het verlenen van verder uitstel.

Artikel 6:3. Van rechtswege eindigen van de betalingsregeling

De betalingsregeling eindigt van rechtswege indien alle openstaande vorderingen zijn voldaan binnen de gestelde termijn of deeltermijnen.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 7:1. Intrekking beleidsregels

De Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2025 worden ingetrokken.

Artikel 7:2. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 7:3. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2026.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)