Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 22 december 2025, nr. 2025-30110 over Tabel I behorend bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Besluit omzetbelasting toelichting tabel I)

Type Beleidsregel
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 20
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bij het repareren of vervangen van fietsonderdelen of het aanbrengen van accessoires moet de fietsenmaker het in rekening gebrachte arbeidsloon (verlaagd btw-tarief) afsplitsen van de geleverde onderdelen (algemeen btw-tarief). Daar waar naast de dienst een levering van materialen is te onderscheiden, is op die levering steeds het algemene btw-tarief van toepassing. Op deze splitsingsregel bestaat één uitzondering: als de fietsenmaker ondersteunend materiaal verbruikt bij het verrichten van reparaties aan fietsen deelt dat materiaal in het verlaagde btw-tarief dat geldt voor de reparatiedienst. Te denken valt aan plakmateriaal dat wordt verbruikt bij het plakken van fietsbanden of aan olie en vet dat wordt verbruikt bij het smeren van een fietsketting.

Als bij de verkoop van een nieuwe fiets aan de klant een service-/onderhoudspakket wordt verkocht waarin alleen het arbeidsloon is verdisconteerd, is op het service-/onderhoudspakket het verlaagde btw-tarief van toepassing indien het service-/onderhoudspakket als zelfstandige prestatie kwalificeert. Op de verkoopbon/factuur moet dan gespecificeerd zijn aangegeven wat de klant heeft aangeschaft en tegen welke vergoeding. Alleen over de vergoeding die (vooruit) wordt betaald op de servicebeurten is omzetbelasting naar het verlaagde btw-tarief verschuldigd. Daarbij is de vergoeding die voor de servicebeurten in rekening wordt gebracht nooit hoger dan het bedrag dat voor dezelfde servicebeurten wordt berekend wanneer geen fiets zou zijn aangeschaft (losse servicebeurten).

De kosten van het rijklaar maken van een fiets gaan op in de vergoeding die in rekening wordt gebracht voor de levering ervan. Die levering is belast naar het algemene btw-tarief.

Het algemene btw-tarief is ook van toepassing op het door een fietsdetailhandel rijklaar maken van een fiets die bijvoorbeeld via internet is aangeschaft. Er is dan nog steeds sprake van het rijklaar maken van een fiets en niet van een montage- of hersteldienst in de zin van de post.

Als een rijwielhersteller een te repareren fiets bij zijn klant ophaalt terwijl hij die fiets na het herstellen weer bij de klant terugbrengt, kan voor wat betreft het halen en brengen sprake zijn van een bijkomende prestatie die opgaat in de reparatie van de fiets. Dat is het geval als voor het halen en brengen een vergoeding in rekening wordt gebracht die een geringe invloed heeft op de totaalprijs. Voor deze bijkomende prestatie geldt hetzelfde btw-tarief als voor de reparatie van de fiets (verlaagd btw-tarief).

De toepasselijkheid van het verlaagde btw-tarief moet aan de hand van de administratie aannemelijk worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld via de afschriften van doorlopend genummerde reparatiebonnen of rekeningen als het arbeidsloon en de onderdelen hierop zijn gespecificeerd.

het herstellen van schoeisel en lederwaren;

Onder schoeisel moet worden verstaan: allerlei soorten voetbedekking zoals (sport)schoenen, laarzen, sandalen, pantoffels en skischoenen. Ook schaatsen, rollerskates, inlineskates en dergelijke zijn deels, voor het schoengedeelte, als schoeisel aan te merken. Voor de toepassing van de post is niet van belang uit welk materiaal het schoeisel is vervaardigd.

Het begrip lederwaren omvat uit leer vervaardigde kleine(re) gebruiksartikelen, zoals leren koffers en tassen, jassen, handschoenen, portemonnees en ceintuurs. Het herstellen van grote leren gebruiksartikelen zoals leren meubels en leren zadels voor rijdieren valt niet onder de post.

Bij het herstellen van schoeisel en lederwaren gaat het bijvoorbeeld om het repareren van stiksels of scheuren, lijmen, verven, het (opnieuw) waterafstotend maken of het verzolen. Van herstelwerkzaamheden is geen sprake bij bijvoorbeeld het slijpen en het recht maken van schaatsen. Deze prestaties vallen niet onder de post.

Als regel worden herstelwerkzaamheden aan schoeisel en lederwaren uitgevoerd door schoenmakers. Ook andere ondernemers die schoeisel en lederwaren repareren (bijvoorbeeld lederwarenwinkels) kunnen voor hun reparaties het verlaagde btw-tarief toepassen. Als de reparatie in onderaanneming wordt verricht, is het verlaagde btw-tarief zowel in de relatie hoofdaannemer-opdrachtgever als in de relatie hoofdaannemer-onderaannemer van toepassing.

De leveringen van artikelen die los worden verkocht door schoenmakers, lederwarenwinkels en dergelijke (zoals veters, schoenzolen en -hakken, schoencrème, sleutels, spuitbussen voor het waterafstotend maken van schoeisel) zijn aan het algemene btw-tarief onderworpen.

het herstellen en vermaken van kleding en huishoudlinnen;

Onder huishoudlinnen wordt verstaan alle textielartikelen die in het huishouden worden gebruikt zoals vitrage, gordijnen, dekens, (tafel)lakens, handdoeken en badlakens. Vloerkleden, karpetten en de bekleding van banken en stoelen zijn niet als huishoudlinnen aan te merken.

Zowel het herstellen als het vermaken van kleding valt onder het verlaagde btw-tarief. Als herstelwerkzaamheden kunnen worden aangemerkt het dichtmaken van gaten en scheuren en het vervangen van knopen, ritssluitingen en voering. Van het vermaken van kleding is bijvoorbeeld sprake bij het langer of korter maken van mouwen, broekspijpen enz. en bij het innemen of uitleggen van broeken, rokken en dergelijke. Zowel het vermaken van gebruikte kleding als van nieuwe kleding valt onder het verlaagde btw-tarief.

Voorbeelden van diensten met betrekking tot kleding en huishoudlinnen die niet onder de post vallen zijn: het wassen, chemisch reinigen, stomen en persen van kleding of huishoudlinnen en het borduren/appliqueren van kleding of huishoudlinnen. Ook het in opdracht vervaardigen van kleding of huishoudlinnen valt niet onder het verlaagde btw-tarief.

de diensten die door kappers als zodanig worden verricht;

Diensten die door kappers als zodanig worden verricht, zijn handelingen die een kapper gewoonlijk aan menselijk haar verricht zoals knippen, wassen, föhnen, verven, permanenten, scheren en het trimmen van baarden.

De producten die kappers verbruiken bij het behandelen van het haar (zoals shampoo, haarverf, permanentvloeistof, crème en gel) delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief. Goedkope haarversieringen die in een kapsel worden verwerkt en die niet afzonderlijk in rekening worden gebracht (zoals strikken, linten, kralen en veertjes), kunnen delen in het verlaagde btw-tarief voor de diensten door kappers. Ook het aanbrengen van zogenoemde haarextensies (haarstrengen die in het eigen haar worden verwerkt) en het aanmeten en reviseren van pruiken en toupets zijn als diensten door kappers aan te merken en vallen onder het verlaagde btw-tarief. Hierbij is alleen de door de kapper verrichte arbeid naar het verlaagde btw-tarief belast; de levering van het materiaal (de haarextensie, pruik of toupet) is aan het algemene btw-tarief onderworpen.

Haarverzorgingsproducten (zoals shampoo, haarverf, permanentvloeistof e.d.) die door kappers ‘los’ worden verkocht, zijn onderworpen aan het algemene btw-tarief. Hetzelfde geldt voor losse gebruiksartikelen die door kappers worden verkocht (bijv. oorbellen, haarspeldjes e.d.).

De diensten die niet eigen zijn aan c.q. kenmerkend zijn voor het kappersbedrijf zoals schoonheidsbehandelingen en lichaamsverzorging zijn aan het algemene btw-tarief onderworpen. Het gaat hier bijvoorbeeld om het aanbrengen van make-up (bruidsmake-up e.d.), het uitbrengen van kleur- en make-upadviezen, het manicuren en pedicuren, het gelegenheid geven tot het gebruik van de zonnebank en dergelijke. Ook het verzorgen van haar van (huis)dieren (zoals het trimmen van honden) valt buiten het begrip ‘diensten die door kappers als zodanig worden verricht’.

het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming;

Woningen zijn onroerende zaken of gedeelten daarvan die zijn bestemd voor permanente bewoning door particulieren. Het tijdelijk leegstaan ontneemt aan de onroerende zaak niet zijn karakter van woning.

Het maakt niet uit of de onroerende zaak eigendom is van de bewoner of dat hij de onroerende zaak huurt.

Bij een (semi-)permanent verblijf in bijvoorbeeld een bejaarden-, verpleeg- of verzorgingsinstelling worden de ruimten in die instelling die ter beschikking staan van de bewoner aangemerkt als woningen in de zin van de post.

Als woning zijn verder aan te merken de aanleunwoning, de studentenflat, het klooster voor zover in gebruik voor permanente bewoning en de zogenoemde ‘tweede’ woning als permanente bewoning daarvan is toegestaan.

Garages, schuren, serres en aan- en uitbouwen vallen onder het begrip woning als zij zich bevinden op hetzelfde perceel als de woning. Garages die tot hetzelfde gebouwencomplex behoren als woningen (bijv. parkeergarages onder door particulieren bewoonde flats in een flatgebouw) worden ook tot de woning gerekend. De bij een woning behorende tuin valt onder het begrip woning. Het schilderen van een tuinhek op het perceel van de woning valt daardoor onder de post.

Niet als woningen zijn aan te merken:

In het arrest Leichenich72HvJ 15 november 2012, C-532/11 (Leichenich), ECLI:EU:C:2012:720. heeft het HvJ beslist dat een woonboot, met de bijbehorende ligplaats en aanlegsteiger, onder voorwaarden is aan te merken als een onroerende zaak voor de btw.73Deze zaak ging niet over de toepassing van het verlaagde btw-tarief, maar o.a. over de vraag of de verhuur van een woonboot met de bijbehorende ligplaats en aanlegsteiger voor de btw kwalificeert als de (vrijgestelde) verhuur van een onroerende zaak. Als een woonboot is bestemd voor permanente bewoning door particulieren, is aangesloten op verschillende (nuts)voorzieningen en is bestemd om duurzaam op één bepaalde plek te worden gebruikt als woning, wordt een woonboot voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief aangemerkt als ‘woning’. Ditzelfde geldt voor een woonwagen.

Panden die deels als woning en deels als bedrijfspand (bijvoorbeeld woon/winkelpanden) worden gebruikt kunnen voor toepassing van deze post nog tot 1 juli 2025 in hun geheel als woning worden aangemerkt als een pand voor meer dan 50% voor particuliere bewoning wordt gebruikt. Bij een percentage van 50% of minder komt enkel het deel dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt in aanmerking voor de toepassing het verlaagde btw-tarief. Het is niet relevant of het pand is gesplitst in appartementsrechten.

Met ingang van 1 juli 2025 geldt voor alle panden die deels als woning en deels als bedrijfspand worden gebruikt, dat het verlaagde btw-tarief slechts van toepassing is voor het deel van het pand dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt.74Zie in dit verband HvJ 5 mei 2022, C-218/21 (DSR), ECLI:NL:EU:C:2022:355.

De gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen in appartementsgebouwen, verzorgingstehuizen/ aanleunwoning en, verpleeg- en verzorgingsinstellingen e.d. (zoals de hal, het trappenhuis, de lift, de eetzaal, de recreatieruimte e.d.) volgen het regime dat geldt voor de particuliere woongedeelten, tenzij deze ruimten en voorzieningen gemengd gebruikt worden. Gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen die gemengd gebruikt worden dienen voor de toepassing van het btw-tarief verdeeld te worden op basis van het deel van het gebouw dat bestemd is voor particuliere bewoning en het deel van het gebouw dat bestemd is voor andere doeleinden, zoals bedrijfsdoeleinden.75HvJ C-218/21 (DSR), eerder aangehaald.

Het toepassingsgebied van het verlaagde btw-tarief voor het schilderen en stukadoren van woningen geldt voor woningen van twee jaar en ouder na het tijdstip van eerste ingebruikneming (hierna: de ouderdomseis). Op het moment waarop de dienst wordt verricht, wordt bepaald of aan de ouderdomseis wordt voldaan en het verlaagde btw-tarief van toepassing is.

Om te verifiëren of het verlaagde btw-tarief terecht is toegepast, baseert de Belastingdienst zich onder meer op de gegevens uit de BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en de BRP (Basisregistratie Personen). Desgewenst kan de schilder of stukadoor door zijn opdrachtgever een verklaring laten ondertekenen dat de woning aan de ouderdomseis van twee jaar voldoet.

Voor de bepaling van de eerste ingebruikneming wordt uitgegaan van het feitelijk voor het eerst en op duurzame wijze gebruik maken van de woning overeenkomstig de objectieve bestemming ervan. Bij een pand dat niet vanaf het begin als woning in gebruik is geweest, is bepalend het tijdstip waarop het pand voor het eerst als woning in gebruik is genomen. Te denken valt aan een oud monumentaal pakhuis dat tot een appartementencomplex is omgebouwd. Als een pand in verschillende stadia tot woning wordt omgevormd, moet ter bepaling van de leeftijd van die woning zijn voldaan aan de voorwaarde dat zij voor minimaal 50% bestaat uit delen die ouder zijn dan 2 jaar.

Onder schilderen wordt in dit verband verstaan: het verwerken en aanbrengen van een verf- of schildersysteem. Met het aanbrengen van een verf- of schildersysteem wordt gedoeld op het geheel van werkzaamheden dat samenhangt met het voorbehandelen van een bepaalde ondergrond en het in aansluiting daarop afwerken van die ondergrond met bepaalde verfproducten (zoals lakverven, vernissen en beitsen).

Het binnen een verfsysteem aanbrengen van flakes op trappen en vloeren in woningen die aan de ouderdomseis voldoen valt onder de post. De werkzaamheden bestaan uit het aanbrengen van een speciale kleeflaag op de ondergrond, het in de kleeflaag blazen van de flakes (decoratieve, gepigmenteerde kunststofdeeltjes, ook wel verfvlokken genoemd) en het afwerken met een speciale laklaag.

Het aanbrengen van wrapfolie op objecten zoals bijvoorbeeld keukens valt niet onder de post. Het aanbrengen van wrapfolie valt zowel naar de wijze van verwerken en aanbrengen, als naar maatschappelijke opvattingen, niet aan te merken als een verfproduct of -systeem.

Als sprake is van een verfproduct valt ook het aanbrengen van een giet- of een coatingvloer in woningen die aan de ouderdomseis voldoen onder het verlaagde btw-tarief.

Uit de hiervoor in onderdeel 4.1 opgenomen omschrijving van het begrip verf- of schildersysteem volgt dat de voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden die direct samenhangen met de daarop volgende schilderwerkzaamheden onder het verlaagde btw-tarief vallen.

Onder de voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden bij schilderwerk vallen:

Voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden worden meestal niet afzonderlijk aan de opdrachtgever gefactureerd maar zijn in de prijs van het schilderwerk verwerkt.

De werkzaamheden van een anti-vocht specialist bestaande in het vochtvrij maken van een kelder zijn niet aan te merken als voorbereidende handelingen met het oog op het verantwoord afwerken van de wanden via een schilder- of stuclaag en vallen niet onder de post. De werkzaamheden zijn met name gericht op en hebben als voornaamste doel het waterdicht maken van de kelderruimte.

Het eigenlijke schilderwerk omvat de volgende werkzaamheden:

‘Verwerken en aanbrengen’ in de hiervoor bedoelde zin kan gebeuren met allerlei hulpmiddelen zoals de spuit, de kwast en de roller. Ook het schilderen via gieten en dompelen kan als ‘verwerken en aanbrengen’ worden aangemerkt. Het spuiten van keukens en binnendeuren van woningen die aan de ouderdomseis voldoen valt ook onder het verlaagde btw-tarief als de spuitwerkzaamheden niet in de woning maar in de werkplaats van de schilder plaatsvinden.

Werkzaamheden die te ver afstaan van het eigenlijke schilderwerk zijn aan het algemene btw-tarief onderworpen. Het betreft bijvoorbeeld de volgende werkzaamheden:

Het schuren en lakken van (parket- of andere houten) vloeren valt alleen onder de post als die vloer in bouwkundig opzicht onderdeel uitmaakt van de woning.

De term stukadoren heeft betrekking op de volgende werkzaamheden:

Als voorbehandelings- en voorbereidingswerkzaamheden bij stukadoorswerk zijn aan te merken:

De hiervoor bedoelde voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden worden meestal niet afzonderlijk aan de opdrachtgever gefactureerd maar zijn in de prijs voor het stukadoorswerk verwerkt.

Het eigenlijke stucwerk bestaat uit het herstellen van een bestaande stuclaag of het aanbrengen van een nieuwe stuclaag. Het gaat hier om het handmatig dan wel machinaal verwerken, aanbrengen en afwerken van één of meerdere lagen cement-, gips-, kalk- of kunststofgebonden pleister in pasteuze vorm. Bij pleister in pasteuze vorm valt te denken aan diverse soorten kant-en-klare mortels, sierpleister (bijv. spachtel, structuur- of decorpleister en marmerpleister) en spuitpleister (spack). Ook het aanbrengen van decoratieve lijsten, ornamenten en dergelijke aan wanden en plafonds valt hieronder.

Met ‘verwerken, aanbrengen en afwerken’ wordt gedoeld op iedere toepassing van de bij het stukadoorswerk gebruikte hulpmiddelen, zoals de spuit, kwast, roller en spaan.

De werkzaamheden die te ver afstaan van het specifieke stukadoorswerk zijn onderworpen aan het algemene btw-tarief. Te denken valt aan het plaatsen van gipswanden, het aanbrengen van tegels op wanden en het leggen van vloeren.

De bij het schilderen en stukadoren gebruikte materialen vallen onder het verlaagde btw-tarief.

Op wanden kan in plaats van stucwerk ook behang worden aangebracht. De voorbereidende werkzaamheden voor het aanbrengen van stucwerk en het aanbrengen van behang zijn identiek. Vanwege die overeenkomst keur ik goed dat het aanbrengen van behang en de noodzakelijke en direct met behangen samenhangende voorbereidingswerkzaamheden worden belast naar het verlaagde btw-tarief als het een woning betreft die aan de ouderdomseis voldoet. De levering van het behang is onderworpen aan het algemene btw-tarief.

De goedkeuring geldt niet voor snelwrapfolie dat wordt aangebracht op objecten zoals keukens, omdat behang vrijwel uitsluitend is bestemd en geschikt om te worden aangebracht op wanden.

Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is het niet noodzakelijk dat de schilder-, stukadoors- of behangwerkzaamheden worden verricht door een schilders- of stukadoorsbedrijf of een behanger. Ook aannemers, klusbedrijven enz. die (onderdelen van) schilder-, stukadoors- of behangwerkzaamheden uitvoeren, mogen het verlaagde btw-tarief hanteren. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is het ook niet noodzakelijk dat de opdrachtgever een particulier is. Ook als bijvoorbeeld woningbouwcorporaties opdracht geven tot het verrichten van schilder-, stukadoors- of behangwerkzaamheden in particuliere woningen geldt het verlaagde btw-tarief.

Als schilder-, stukadoors- of behangwerkzaamheden in onderaanneming worden verricht (bijv. bij renovatieprojecten) is het verlaagde btw-tarief zowel in de relatie hoofdaannemer-opdrachtgever als in de relatie hoofdaannemer-onderaannemer van toepassing.

Als schilder-, stukadoors- of behangwerkzaamheden deel uitmaken van een bepaald aannemingswerk mogen die werkzaamheden voor de tarieftoepassing worden afgesplitst van het overige werk. Die afsplitsing moet te zien zijn op de door de aannemer uitgereikte offerte en de factuur.

het vervoer van personen per schip, besloten busvervoer, openbaar vervoer en taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, taxivervoer van personen over de weg anders dan per auto, en het vervoer van personen met luchtvaartuigen indien de plaats van vertrek en de plaats van bestemming in Nederland zijn gelegen voor zover dat vervoer geschiedt met ballonnen of met luchtvaartuigen die zijn ingericht voor het vervoer van zieken of gewonden;

Op grond van de Wet personenvervoer 2000 wordt verstaan onder:

besloten busvervoer: personenvervoer per bus, niet zijnde openbaar vervoer;

openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;

taxivervoer: personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer.

De wijziging van de tekst van de post is een redactionele (Fiscale Verzamelwet 2015).76Kamerstukken II 2014–2015, 34 220, nr. 3. Met de wijziging wordt geen inhoudelijke wijziging beoogd. Het vervallen van de zinsnede ‘het vervoer met auto’s voor de uitvoering van trouwerijen, begrafenissen en crematies daaronder begrepen’ betekent niet dat dat vervoer niet meer onder het verlaagde btw-tarief valt. Afzonderlijke vermelding van dat vervoer is niet meer nodig omdat het al valt onder de definitie van taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000.

Bij voertuigen die via een geleidesysteem worden voortbewogen, gaat het om voertuigen die zich voortbewegen langs daartoe in, op of boven de grond geconstrueerde (hulp)banen of kabels. Hieronder vallen onder meer trolleybussen, kabelbanen en magneettreinen.

Bij taxivervoer van personen over de weg anders dan per auto moet worden gedacht aan het vervoer met bijvoorbeeld een motortaxi, tuktuk en fietstaxi.

De post is van toepassing op het vervoer van personen inclusief het vervoermiddel dat zij bij zich hebben tijdens het vervoer.

Het tegen vergoeding verzorgen van het woon-werkverkeer van werknemers door de werkgever in een auto met chauffeur is aan te merken als taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 en valt onder de post.77Voor de toepassing van de tabelpost is niet relevant dat in artikel 2, onder l, van het Besluit personenvervoer 2000 vervoer van werknemers voor eigen rekening van de onderneming is uitgezonderd van taxivervoer bedoeld in de Wet personenvervoer 2000.

Diensten waarbij de klant in diens eigen auto door een ondernemer wordt vervoerd zijn niet aan te merken als taxivervoer in de zin van de post. In die gevallen zorgt de ondernemer ervoor dat de klant en diens auto worden vervoerd naar de plaats die de klant bepaalt.

Het vervoer van personen heeft betrekking op diensten die bestaan in het verplaatsen van personen van de ene plaats naar de andere.78Zie in dit verband HvJ 1 augustus 2022, C-294/21 (Navitours Sàrl), ECLI:EU:C:2022:608. Onder ‘vervoer van personen’ vallen ook toeristische boottochten met hetzelfde vertrek- en eindpunt.

Ik keur goed dat het vervoer van personen met door paarden voortbewogen rijtuigen onder de post valt.

Voorbeelden van diensten die niet onder de post vallen:

Het begrip vervoer van personen moet naar spraakgebruik worden uitgelegd. Redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat voor de gevallen waarin artikel 11, eerste lid, onderdeel h, van de wet geen toepassing vindt onder vervoer van personen ook wordt verstaan het vervoer van een stoffelijk overschot.

Het gecombineerde vervoer van een medisch team en menselijke organen vormt voor de btw één dienst die is aan te merken als personenvervoer.79Gerechtshof ’s-Gravenhage 23 maart 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8008.

Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op het binnenlandse vervoer van personen met luchtvaartuigen. Dit geldt echter niet voor ballonvaarten en vluchten van ambulance- of traumahelikopters.

het geven van gelegenheid tot kamperen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden;

Onder de post voor het geven van gelegenheid tot kamperen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden, valt het kortdurend verhuren van (afgebakende) percelen op kampeerterreinen en in caravanparken waar kampeerders hun eigen onderkomen – zoals een tent, caravan of camper – plaatsen. Het begrip ‘kamp- en vakantiebestedingsbedrijf’ moet naar spraakgebruik en in lijn met de tekst van de btw-richtlijn die betrekking heeft op kamperen (bijlage III, post 12 van de btw-richtlijn) worden uitgelegd.

Kampeerders nemen zelf het onderkomen mee naar het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf. Kampeerders hebben doorgaans het recht gebruik te maken van de faciliteiten van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf, zoals toiletten, douches, speelterreinen en parkeerplaatsen. De diensten van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf worden gekenmerkt door een lagere mate van service dan in sommige sectoren van het hotel- en vakantiebestedingsbedrijf gebruikelijk is. De diensten zijn gericht op buitenactiviteiten en het buitenleven.

Onder de post valt ook het in het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf verhuren van afgebakende percelen waarop huurders semipermanente huisjes bouwen of stacaravans plaatsen, mits personen daar slechts voor een korte periode verblijf houden. Voor de beoordeling of sprake is van een verblijf voor korte periode wordt verwezen naar onderdeel 4. Het ontbreken van de mogelijkheid tot overnachten in eigen semipermanente huisjes en stacaravans gedurende de winterperiode, doet aan de toepassing van het verlaagde btw-tarief niet af.

Niet onder de post vallen de volgende prestaties:

De volgende prestaties die de exploitant van een kamp- en vakantiebestedingsbedrijf verricht aan de kampeerders vallen onder de post:

Niet onder de post vallen de volgende prestaties:

De activiteiten van watersportbedrijven bestaan uit onder meer het voor recreatieve doeleinden verhuren van ligplaatsen voor vaartuigen en van aan het water gelegen percelen grond. Alleen als de prestatie van het watersportbedrijf bestaat uit de verhuur van een afgebakend perceel waarop een tent of een caravan kan worden geplaatst, is het verlaagde btw-tarief van toepassing.

Als kampeerders feitelijk maximaal zes maanden op een gehuurd perceel op een kampeerterrein of caravanpark verblijven, is in ieder geval sprake van ‘verblijf voor een korte periode’. Bij verhuur van een perceel voor een langere periode dan zes maanden rust op de verhuurder de bewijslast om tegenover de inspecteur aannemelijk te maken dat naar zijn aard toch sprake is van een ‘verblijf voor een korte periode’. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als huurders percelen voor meerdere jaren huren waarop ze semipermanente huisjes bouwen of stacaravans plaatsen en zij het middelpunt van het maatschappelijk leven daar niet naar verplaatsen.

(vervallen)

het verstrekken van voedingsmiddelen als bedoeld in post a 1, voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension-, en aanverwant bedrijf;

Post b 12 voorkomt dat de levering van voedingsmiddelen door horecaondernemers voor gebruik ter plaatse wordt onderworpen aan het algemene btw-tarief.

De verstrekking in snackbars, snackwagens, bioscoopfoyers, kantines van sportverenigingen en dergelijke van vers bereide spijzen of eetwaren voor onmiddellijke consumptie vormt een levering van goederen, tenzij de diensten waarmee de levering van de eetwaren gepaard gaat, overheersen zoals het geval bij restaurantverrichtingen.81HvJ 2 mei 1996, C-231/94 (Faaborg-Gelting Linien A/S/Fza Flensburg), ECLI:EU:C:1996:184.

De activiteiten van een partyservice zijn aan te merken als diensten, tenzij spijzen worden geleverd zonder verdere aanvullende dienstverlening of wanneer de levering van de spijzen het overheersende bestanddeel van de handeling is.82HvJ C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09 (Manfred Bog), ECLI:EU:C:2011:135, eerder aangehaald.

Mixdranken zijn dranken die tot stand komen door samenvoeging van één of meer alcoholhoudende dranken en één of meer alcoholvrije dranken. Alcoholhoudende dranken (> 1,2%) zijn in beginsel belast naar het algemene btw-tarief. Voor mixdranken die worden verstrekt voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf keur ik om praktische redenen het volgende goed.

Ik keur onder voorwaarden goed dat bij de levering van mixdranken (mix van één of meer alcoholhoudende dranken en één of meer alcoholvrije dranken) voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf mag worden gehandeld alsof de samenstellende dranken afzonderlijk worden verstrekt.

Als gevolg van deze goedkeuring kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast op dat deel van de verkoopprijs dat is toe te rekenen aan de alcoholvrije bestanddelen. Als de ondernemer een forfaitaire berekeningsmethode toepast dan moet de splitsing geschieden volgens de gekozen methode. Hierbij kan de toepassing van de artikelen 17 en 17a van het besluit voor deze dranken achterwege blijven.

Voor mixdranken die niet aan de hiervóór genoemde voorwaarden voldoen, moet de wettelijke regeling onverkort worden toegepast. Als de mixdrank meer dan 1,2% alcohol bevat, is het algemene btw-tarief van toepassing. Ook mixdranken die in verpakking worden geleverd door bijvoorbeeld supermarkten en slijterijen vallen niet onder het verlaagde btw-tarief.

De mogelijkheid bestaat dat een restauranthouder aan groepen de gelegenheid biedt tot het bereiden van maaltijden onder professionele begeleiding. Het kenmerkende element van de prestatie voor de deelnemers is het samen nuttigen van de maaltijd. Deze dienstverlening van de restauranthouder kan daarom onder de post worden gerangschikt.

Als een ondernemer als ‘thuiskok’ bij klanten thuis eten kookt en daarna uitserveert is de post op de door hem verrichte prestatie van toepassing.

Sommige bakkers organiseren kinderfeestjes. Onder leiding van een gediplomeerde bakker worden door de kinderen koekjes en broodjes gebakken die de kinderen mee naar huis nemen. Tijdens het feestje presenteert de bakker veelal koekjes en limonade. Soms wordt een film vertoond over (de geschiedenis van het) broodbakken. Er is sprake van één prestatie die dicht aanligt tegen de normale bedrijfsvoering van de bakker. Die prestatie kan onder de post worden gerangschikt.

Niet onder de post vallen kookcursussen, waarbij de kennisoverdracht het kenmerkende element van de prestatie is en het nuttigen van spijzen en dranken van bijkomstige aard is.

(vervallen)

het verlenen van toegang tot:

Onder het begrip ‘circussen’ kunnen naar het spraakgebruik slechts worden verstaan voorstellingen waarin uitvoeringen en attracties van uiteenlopende aard, zoals van hogeschoolruiters, acrobaten, jongleurs, goochelaars, clowns en gedresseerde dieren, elkaar afwisselen.

Onder dierentuinen in de zin van de post vallen voor het publiek toegankelijke inrichtingen waarin gespecialiseerde dierenverzamelingen zijn ondergebracht. Het feit dat naast de toegang tot een dierentuin ook toegang wordt verkregen tot een restaurant en een speeltuin staat de toepassing van de post niet in de weg.

Onder openbare musea of verzamelingen worden verstaan: instellingen die zich ten doel stellen goederen of andere vormen van immaterieel erfgoed van historisch, cultureel, wetenschappelijk of maatschappelijk belang te verzamelen, te bewaren, eventueel wetenschappelijk te onderzoeken en (tenminste een deel van) deze goederen ten toon te stellen voor het publiek voor doeleinden van studie, educatie en recreatie.83Zie in dit verband HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7099 en HR 14 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3210. Zowel het verlenen van toegang tot permanente museaverzamelingen (de eigen collectie) als het verlenen van toegang tot wisseltentoonstellingen en -verzamelingen vallen onder de post.

De begrippen musea en verzamelingen hebben voor een groot deel dezelfde inhoud. Als regel wordt met het begrip museum gedoeld op een gebouw waarin een bepaalde verzameling goederen is ondergebracht. Er zijn ook verzamelingen die niet in een gebouw zijn ondergebracht maar die toch als een museum zijn te beschouwen, zoals een openluchtmuseum, een hortus botanicus en een beeldenverzameling op een bepaald terrein.

Als museum of verzameling is aan te merken:

Niet als musea of verzameling zijn aan te merken:

Alleen nauw met het verlenen van toegang tot openbare musea of verzamelingen verband houdende leveringen van goederen vallen onder de post. Van dergelijke leveringen is sprake bij bijvoorbeeld plattegronden, posters en ansichtkaarten waarop voorwerpen zijn afgebeeld die behoren tot de collectie van het museum of tot de verzameling.

Ik keur goed dat nauw met het verlenen van toegang tot openbare musea of verzamelingen verband houdende diensten onder de post worden gerangschikt. Voorbeelden van dergelijke diensten zijn:

Niet onder de post vallen:

Bij het verlenen van toegang tot de in de post genoemde muziek- en toneeluitvoeringen gaat het om optredens waarvoor afzonderlijk toegang wordt verleend. Dat wil zeggen dat voor de optredens daadwerkelijk aparte toegangsbewijzen worden verstrekt. Zo heeft de post geen betrekking op het verlenen van toegang tot bijvoorbeeld een discotheek of buitenterrein, waarbij het optreden van de artiest(en) een ondergeschikte betekenis heeft en waarbij voor dat optreden geen afzonderlijke toegangsprijs in rekening wordt gebracht.86Zie in dit verband Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5291 in samenhang met HR 12 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1295.

Een bloemencorso, een optocht van met bloemen versierde wagens, waarbij op en rondom de praalwagens gebruik gemaakt wordt van geluid, muziek, beweging, toneel en figuratie en waarbij optredens plaatsvinden van muziekkorpsen, fanfares en showbands, kan niet als een muziek- of toneeluitvoering in de zin van de post worden aangemerkt.87Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:209:2024:4, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Het verlenen van diensten op het gebied van muziek- en toneeluitvoeringen aan organisatoren van muziek- en toneeluitvoeringen kan niet onder de post worden gerangschikt omdat deze diensten als zodanig niet zijn aan te merken als het verlenen van toegang tot muziek- en toneeluitvoeringen. Als deze diensten zijn aan te merken als optredens door uitvoerende kunstenaars is post b 17 van toepassing.

Het rollenspel waarin de gasten van dinnergameshows door de organisator een rol krijgen toebedeeld, is niet aan te merken als een toneel- of muziekuitvoering in de zin van de post.

Muziekfestivals (een samenvoeging van verschillende muziekuitvoeringen) kunnen in hun totaliteit worden aangemerkt als een muziekuitvoering in de zin van de post.

Dance-parties zijn evenementen waarbij diskjockeys of live-muzikanten optreden. Deze parties zijn als muziekuitvoeringen in de zin van de post te beschouwen.

Het verlenen van toegang tot voorstellingen van poppenspelers of poppentheaters kan worden gerangschikt onder deze post.

Een peepshow (een erotische voorstelling op een draaiende schijf) en ieder ander optreden dat primair is gericht op erotisch vermaak (zoals een erotisch getinte paaldans-act) is nimmer aan te merken als een toneeluitvoering.88Kamerstukken II, 2007-2008, 31 206, nr. 12.

Naar spraakgebruik zien lezingen op het ten gehore brengen van een geschreven tekst, waarbij de toehoorders een passieve rol hebben.89HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:383. Bij lezingen in de zin van de post gaat het vooral om literaire of wetenschappelijke lezingen die bijdragen aan het culturele leven.

Het bijwonen van een seminar valt niet onder de post. Weliswaar kan een lezing deel uitmaken van een seminar, maar een seminar biedt meer en heeft eerder het karakter van een (intensieve) cursus gericht op het bestuderen, bespreken en oplossen van praktische vraagstukken en problemen. De betaling voor seminars heeft dan ook niet het karakter van het verlenen van toegang zoals dat wel het geval is bij de in onderdeel d genoemde culturele activiteiten.

De reserveringskosten die de organisator/zaalhouder berekent bij de voorverkoop van toegangsbewijzen voor de onder de post vallende podiumkunsten vallen (evenals de toegangsprijs) onder het verlaagde btw-tarief. Dat geldt ook voor de reserveringskosten die derden/voorverkopers (zoals platenwinkels, VVV-kantoren e.d.) aan de afnemer berekenen en aan de organisator/zaalhouder verantwoorden.

Een ondernemer die toegangsbewijzen voor muziek- of toneeluitvoeringen inkoopt, bijvoorbeeld bij ticketbureaus en particulieren, en vervolgens doorverkoopt, verleent bij de doorverkoop van deze toegangsbewijzen toegang tot de uitvoeringen in de zin van de post.90Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:209:2024:3, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl. Bij de doorverkoop van toegangsbewijzen verandert de aard van de prestatie niet.91Zie in dit verband HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:453. De dienst van een ondernemer die via een platform slechts de doorverkoop van toegangsbewijzen tussen verkopers en kopers faciliteert is niet aan te merken als het verlenen van toegang.92Hof Amsterdam 26 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3120.

Het begrip ‘verlenen van toegang tot bioscopen’ dient te worden uitgelegd tegen de achtergrond van de context waarin het in de Btw-richtlijn wordt gebruikt. De verschillende in bijlage III, categorie 7, bij de Btw-richtlijn genoemde evenementen en voorzieningen hebben met name als gemeenschappelijk kenmerk dat ze voor het publiek toegankelijk zijn tegen voorafgaande betaling van een toegangsrecht. Eenieder die dit toegangsrecht betaalt, krijgt het recht gebruik te maken van de voor deze evenementen of voorzieningen kenmerkende culturele diensten en ontspanning.

Onder een bioscoop is naar spraakgebruik te verstaan: een voor het publiek tegen betaling toegankelijke inrichting waarin als hoofdactiviteit films worden vertoond. Uit de gebruikelijke betekenis van het woord bioscoop en de context waarin dit begrip dient te worden uitgelegd, vloeit voort dat de post niet van toepassing is op het door een consument individueel bekijken van één of meer films of filmfragmenten in een afgesloten ruimte als bijvoorbeeld een sexcabine.93Zie in dit verband HvJ 18 maart 2010, C-3/09 (Erotic Center), ECLI:EU:C:2010:149.

Het geven van gelegenheid tot het bekijken van een film met een VR-bril in een daartoe ingerichte ruimte kwalificeert niet als het verlenen van toegang tot een bioscoop omdat geen sprake is van het gezamenlijk met andere bezoekers bekijken van een film.

De aard van de vertoonde films of de techniek van de filmvertoning spelen voor de toepassing van deze post geen rol.

De verhuur van dvd’s en andere fysieke beelddragers kan niet onder onderdeel e van de post worden gerangschikt.

De post heeft uitsluitend betrekking op het verlenen van toegang aan toeschouwers van sportwedstrijden, -demonstraties en dergelijke. Sportwedstrijden en dergelijke zijn manifestaties waar mensen actief sport beoefenen in de zin van post b 3.

Onder ‘het verlenen van toegang’ tot attractieparken, speel- en siertuinen en dergelijke voorzieningen wordt verstaan het tegen voorafgaande betaling verlenen van het recht om gebruik te kunnen maken van de in onderdeel g van de post bedoelde voorzieningen in een besloten ruimte of op een besloten terrein.94HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:453.

Bij ‘toegang verlenen tot’ moet het geheel van de aangeboden prestaties in het oog worden gehouden. Ook als voor één of enkele attracties nog afzonderlijk een vergoeding wordt berekend naast de toegangsprijs, is de post hierop van toepassing als deze attracties onderdeel uitmaken van de in de post bedoelde voorzieningen.

Het door de exploitant van een attractiepark tegen een afzonderlijke vergoeding gelegenheid geven tot deelname aan een puzzeltocht (via de terbeschikkingstelling van een voertuig) die nagenoeg geheel plaatsvindt buiten dat park valt niet onder de post. Dat is ook het geval als de start en finish van de puzzeltocht in het attractiepark zijn. Het betreft namelijk geen activiteit op het park zelf.

Als een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening als bedoeld in deze tabelpost een onroerende zaak betreft die wordt verhuurd, geldt voor de verhuur in beginsel de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet. In dat geval is geen sprake van het verlenen van toegang.

Op het verstrekken van logies is de post niet van toepassing. Het verstrekken van het recht op toegang tot attractieparken e.d. in combinatie met het verstrekken van logies in bijvoorbeeld een hotel, vakantiewoning of (safari)tent op of in de buurt van het terrein van attractieparken e.d., wordt als twee afzonderlijke prestaties aangemerkt. Dit is ook het geval wanneer voor deze beide prestaties één prijs in rekening wordt gebracht.

Onder een attractiepark is te verstaan: een permanent afgebakend en ingericht terrein of park met verschillende voor ontspanning en vermaak bestemde installaties.95Zie in dit verband HvJ 9 september 2021, C-406/20 (Phantasialand), ECLI:EU:C:2021:720.

De niet-winstbeogende speeltuinverenigingen zijn vrijgesteld van btw (post b 10 van bijlage B bij het uitvoeringsbesluit). Het verlenen van toegang tot speeltuinen waarvan met de exploitatie geen winst wordt beoogd, valt daarom niet onder de post.

Siertuinen worden voor het publiek opengesteld primair om daar te recreëren en ideeën op te doen over de inrichting en opbouw van tuinen. Het verkoopbevorderende karakter is bij siertuinen van bijkomstige aard.

De woorden ‘andere dergelijke’ geven aan dat de voorzieningen als bedoeld in deze tabelpost, primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorzieningen moeten zijn die wat inrichting betreft op één lijn gesteld kunnen worden met attractieparken, speel- en siertuinen (hierna afgekort als attractieparken e.d.).96HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4042. Het enkele feit dat mensen zich in een voorziening kunnen vermaken of kunnen recreëren, is dus niet voldoende voor toepassing van het verlaagde btw-tarief.

Met de term ‘primair’ is beoogd aan te geven dat de aspecten van vermaak en (dag)recreatie (zoals bedoeld in de post) voorop dienen te staan.97Kamerstukken II 1997/1998, 25 688, nr. 3, p. 25 en 26. Deze aspecten mogen niet ondergeschikt zijn aan andere doelstellingen, zoals bijvoorbeeld bij verkoopbevorderende evenementen het geval is. Wanneer het verkoopbevorderende karakter voorop staat is deze post niet van toepassing.

De term ‘permanent’ geeft aan dat sprake moet zijn van een op één plaats blijvend ingerichte voorziening. Eenmalige of jaarlijks terugkerende voorzieningen in de zin van de post die gedurende een beperkte tijdsduur plaatsvinden, voldoen niet aan dat vereiste en vallen niet onder de post. De voorziening moet jaarlijks tenminste twee maanden aaneensluitend geopend zijn, wil zijn voldaan aan het begrip permanent.

Om te kunnen worden aangemerkt als een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening moet de voorziening ook voldoende zelfstandigheid hebben. Zo is de achterzaal van een café waar permanent oud-Hollandse spellen staan opgesteld niet aan te merken als een dergelijke voorziening.

De dienst van een exploitant van een escaperoom is belast naar het verlaagde btw-tarief als een dergelijke ruimte is aan te merken als een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening. Dat de ruimte slechts voor een vooraf vastgestelde tijdsduur aan de gebruiker ervan ter beschikking staat, is daarvoor geen belemmering.

Het geven van gelegenheid tot het bekijken van een film met een VR-bril in een daartoe ingerichte ruimte kan kwalificeren als het verlenen van toegang tot een voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening als de ruimte primair en permanent is ingericht voor vermaak en dagrecreatie. Dat de ruimte slechts voor een vooraf vastgestelde tijdsduur aan de gebruiker ervan ter beschikking staat, is geen belemmering.

Het tegen betaling verlenen van toegang tot modeltuinen bij tuincentra en dergelijke valt niet onder de post. Het verkoop bevorderende karakter van deze prestatie staat voorop. Anders dan bij een siertuin is het recreatieve karakter van een bezoek aan een dergelijke modeltuin van bijkomstige aard.

Het verlenen van toegang tot huishoudbeurzen, ruilbeurzen en dergelijke in evenementen-, congres- en beurscomplexen valt niet onder de post omdat deze niet als permanente recreatievoorzieningen zijn ingericht en niet op één lijn gesteld kunnen worden met attractieparken e.d. Bij deze voorzieningen staat het verkoopbevorderende aspect voorop.

Het verlenen van toegang tot een jaarlijks van plaats naar plaats reizend theaterevenement waar verschillende theatervoorstellingen op één dag kunnen worden bezocht, valt niet onder de post. Een dergelijk evenement is niet op één lijn te stellen met een attractiepark e.d., ook wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van een permanent ingerichte voorziening. Bovendien is het (dag)recreatieve aspect van het evenement ondergeschikt aan het culturele aspect van de voorstellingen.

Het verlenen van toegang tot een schip met een horeca-, dans- en badinrichting, om daar onder andere deel te nemen aan dansmeditatie, valt niet onder de post. Een dergelijk schip is geen voor vermaak of dagrecreatie ingerichte voorziening die op één lijn kan worden gesteld met een attractiepark e.d.

Een sportaccommodatie als bedoeld in post b 3, onderdeel 2.2, eerste en derde punt van dit besluit, kwalificeert niet (tevens) als een primair voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening in de zin van deze post.

Het verlenen van toegang tot een voorziening waar door middel van het beoefenen van (kans)spelen een geldbedrag kan worden gewonnen valt niet onder de post. Deze voorziening is niet aan te merken als een voor vermaak of dagrecreatie ingerichte voorziening die op één lijn is te stellen met een attractiepark e.d. Het spelen om geld c.q. het winnen van een geldbedrag staat voorop, het eventuele (dag)recreatieve aspect van het spelen is daaraan ondergeschikt.98Gerechtshof Amsterdam 14 mei 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4297.

Door diverse bedrijven wordt op een eigen locatie een grote verscheidenheid aan recreatieve activiteiten aangeboden, meestal in de vorm van een arrangement. Het gaat daarbij om een diversiteit aan activiteiten zoals paintball, lasergame en touwtrekken. Ook kan sprake zijn van een parcours met touwbruggen en netten en soortgelijke combinatie van al dan niet sportieve activiteiten. Veel van deze arrangementen worden aangeboden voor groepen deelnemers in het kader van personeelsuitstapjes, teambuildingdagen, cursusonderbrekingen, vrijgezellenparty’s enz. Hoewel een aantal van de activiteiten sportieve elementen bevat, is het geheel nadrukkelijk gericht op het recreatieve aspect. Als dergelijke activiteiten plaatsvinden op of in een permanente en primair daarvoor ingerichte voorziening, is die voorziening wat inrichting betreft op één lijn te stellen met een attractiepark e.d. en is het verlaagde btw-tarief op grond van deze post van toepassing.

De betreffende ondernemers bieden soms de mogelijkheid om activiteiten te organiseren op een andere locatie, naar keuze van de klant. Als die locatie geen primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening is die op één lijn is te stellen met een attractiepark e.d., is op deze prestatie het algemene btw-tarief van toepassing.

Als recreatieve activiteiten in de zin van dit onderdeel op of in een permanent als zodanig ingerichte sportaccommodatie als bedoeld in post b 3, onderdeel 2.2, eerste punt van dit besluit worden georganiseerd, ontmoet het geen bezwaar die sportaccommodatie voor deze gelegenheid als een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening in de zin van deze post te beschouwen.

Als voor de recreatieve activiteiten gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte die alleen voor de duur van een bepaalde sportbeoefening als sportaccommodatie is aan te merken, kan het verlaagde btw-tarief op grond van deze post geen toepassing vinden. In deze situatie is geen sprake van een permanent ingerichte voorziening. Voorbeeld: het wandelparcours van een vierdaags wandelsport-evenement is als sportaccommodatie aangemerkt gedurende de duur van dát sportevenement.99Zie in dit verband HR 10 augustus 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3758, eerder aangehaald. Dit leidt niet ertoe dat het verlaagde btw-tarief op grond van de post van toepassing is als op dat wandelparcours op een later moment toegang wordt verleend om recreatieve activiteiten als bedoeld in dit onderdeel te verrichten.

Het gebruik van de garderobe is te beschouwen als een bijkomende dienst die op dezelfde wijze wordt belast als de hoofddienst. Bij het gebruik van de garderobe van een in de post opgenomen voorziening zijn drie situaties te onderscheiden. Het gebruik van de garderobe is in de toegangsprijs begrepen (verlaagd btw-tarief), de bezoeker betaalt een aparte vergoeding aan de exploitant van de voorziening (verlaagd btw-tarief) of voor het gebruik van de garderobe wordt een afzonderlijke vergoeding betaald aan een derde/ondernemer (algemeen btw-tarief). In het laatste geval vormt de dienst voor de desbetreffende ondernemer de hoofddienst. Die dienst bestaat in het in bewaring nemen van jassen en dergelijke.

de diensten van exploitanten van reizende inrichtingen voor vermaak op kermissen;

Kermissen worden gekenmerkt door eigen, traditionele, (buiten)attracties waartoe aan personen afzonderlijk toegang wordt verleend, zoals draaimolens, spookhuizen, botsauto’s, reuzenraden of -schommels.100Zie in dit verband HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:453, eerder aangehaald.

Leveringen vanuit de in de post bedoelde reizende inrichtingen vallen niet onder de post. Voor de leveringen van snoep en andere etenswaren geldt het verlaagde btw-tarief op grond van post a 1.

de oplevering van roerende zaken als bedoeld in onderdeel a door degene die de zaken heeft vervaardigd;

Deze post is opgenomen omdat vóór 1996 de oplevering van een roerende zaak als een levering van een (nieuw) goed werd aangemerkt. Was het goed opgenomen in een post van onderdeel a van Tabel I, dan gold het verlaagde btw-tarief. Deze opleveringen worden nu als diensten beschouwd. Beoogd is de toepassing van het verlaagde btw-tarief voor deze opleveringen te continueren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de oplevering van een kunstwerk als bedoeld in post a 29 door een kunstenaar aan een instelling voor kunstuitleen.

Aanpassingen aan confectieschoenen door een orthopedisch technicus die leiden tot de vervaardiging en oplevering van nieuw orthopedisch schoeisel in de zin van punt 11 van de toelichting op post a 35 vallen onder de post. Voor de oplevering van die nieuwe goederen is het dus niet noodzakelijk dat de functie van de oorspronkelijke goederen, in casu een schoenenfunctie, is gewijzigd.101HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2137, eerder aangehaald.

het optreden door uitvoerende kunstenaars;

Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een optreden door een uitvoerende kunstenaar is bepalend of een artistieke prestatie wordt verricht.

De post is ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars die hun diensten door middel van een rechtspersoon verlenen.

De post is in ieder geval van toepassing op optredens door kunstenaars die muziek- en toneeluitvoeringen verzorgen als bedoeld in post b 14, onderdeel d, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets. De toepassing van de post is echter niet beperkt tot dergelijke uitvoeringen. Ook de publieksoptredens van andere uitvoerende kunstenaars zoals komieken, goochelaars en buiksprekers vallen onder de post.

De post geldt ook voor de diensten van sneltekenaars en karikaturisten bij bedrijfsfeesten, workshops enz. voor en te midden van publiek. De post geldt niet voor het maken van sneltekeningen/karikaturen die anders dan bij wijze van een publieksoptreden worden gemaakt.

Een diskjockey, videojockey en Master of Ceremony/vocalist bezit de hoedanigheid van uitvoerend kunstenaar voor zijn optreden op dance-parties, festivals, poppodia en dergelijke.

Optredens van (aankomende) circusartiesten vallen onder de post omdat deze optredens elementen bevatten uit optredens van uitvoerende kunstenaars.

Het verlaagde btw-tarief geldt alleen voor optredens. Daaronder moet worden verstaan: optredens die middellijk of onmiddellijk door het publiek kunnen worden beluisterd of aanschouwd. Repetities die samenhangen met en noodzakelijk zijn voor die optredens worden hieronder begrepen.102Zie Rechtbank Haarlem 5 oktober 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9996. Het geven van gelegenheid tot deelname aan een optreden en het organiseren van optredens zijn prestaties die in een te ver verwijderd verband staan met het optreden van de uitvoerende kunstenaar. Die prestaties vallen niet onder de post.

Onder de post kunnen bijvoorbeeld worden gerangschikt:

Niet onder de post vallen:

Uitvoerende kunstenaars verlenen hun prestaties doorgaans door tussenkomst van een bemiddelaar. Als de bemiddelaar op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander (zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de wet) overeenkomsten sluit met de uitvoerende artiesten en de opdrachtgevers is de vergoeding die voor het optreden aan de opdrachtgever in rekening wordt gebracht, dus inclusief de vergoeding voor de bemiddelingsdienst (soms ook wel uitkoopsom genoemd) onderworpen aan het verlaagde btw-tarief. Ook de dienst die de uitvoerend kunstenaar verleent aan de bemiddelaar kan onder de post worden gerangschikt.

(vervallen)

het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal aan vloeren, muren en daken van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming, met uitzondering van materialen die een deel vertegenwoordigen van de waarde van deze diensten;

De tabelpost heeft alleen betrekking op diensten en niet op leveringen van isolatiemateriaal, daaronder begrepen het aanbrengen van een goed aan een ander goed in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van de wet. De kosten van in eigen productie vervaardigde materialen zien, ook waar het betreft de factor arbeid, geheel op de levering van de materialen.

De tabelpost is alleen van toepassing bij het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal aan vloeren, muren en daken van woningen. De werkzaamheden moeten erop zijn gericht de woning energiezuiniger te maken. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt met het aanbrengen van glas- en steenwol, polyurethaan (PUR/PIR), thermoskussens, schelpen, kleikorrels of EPS ‘piepschuim’.

Het isoleren van de bodem van een woning met isolatiemateriaal valt onder de post. Dit geldt eveneens voor het zogenoemde opgaand werk, het isoleren van de fundering vanaf de bodem van de kruipruimte tot de vloer. Het aanbrengen van isolatiemateriaal aan de binnen- of buitenzijde van de gevel of het vullen van de spouwmuur met isolatiemateriaal valt ook onder de post.

Ook het aanbrengen van (isolatie)glas kan onder de post worden gerangschikt. De post is niet van toepassing op de arbeidscomponent die ziet op het vervangen van een bestaand kozijn in het kader van het aanbrengen van extra isolerend glas, ook niet als vaststaat dat dit noodzakelijk is voor het aanbrengen van de isolerende beglazing.

Constructieonderdelen zoals ramen en deuren zijn een normaal onderdeel van de woning en zijn als zodanig geen isolatiemateriaal.

Het aanleggen van een groendak op een bestaand dak kwalificeert niet als het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal. Weliswaar wordt aan een groendak enige isolerende werking toegeschreven, maar de aanleg van een groendak kent verschillende redenen, bijvoorbeeld de absorptie van regenwater, het zorgen voor een schonere lucht en het verhogen van het rendement op zonnepanelen. Daardoor kan het aanleggen van een groendak niet worden aanmerkt als het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal.

Schilrenovatie is een manier van renoveren van oude woningen. Bij schilrenovatie wordt de voor-, achter- en kopgevel plus het dak van de woning vervangen. Na het verwijderen van de bestaande gevels worden er nieuwe geprefabriceerde gevelelementen als buitengevel aan de woning aangebracht. Deze gevels bevatten al kozijnen, ramen, deuren en doorvoeren voor kabels en leidingen.

Het aanbrengen van complete geprefabriceerde gevelelementen (incl. ramen, deuren e.d.), ter vervanging van bestaande gevels, kan niet worden aangemerkt als het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal. Deze werkzaamheden zijn niet volledig gericht op het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal. De arbeidsuren voor het aanbrengen van dergelijke gevels zijn daarom niet belast naar het verlaagde btw-tarief.

Het is mogelijk dat isolerende gevelelementen aan een bestaande gevel worden aangebracht zonder kozijnen, ramen, deuren enz. erin. Op de arbeidsuren voor het aanbrengen van isolerende gevelelementen zonder deuren, ramen etc. kan de post worden toegepast, aangezien deze werkzaamheden volledig gericht zijn op het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal.

Werkzaamheden die te ver af staan van het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal vallen niet onder het verlaagde btw-tarief. Te denken valt aan sloopwerkzaamheden zoals het verwijderen van de oude vloer, het dak of de kozijnen voorafgaand aan de daadwerkelijke isolatiewerkzaamheden. Ook het aanbrengen van zonwering of een dakkapel valt niet onder de post omdat geen sprake is van het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal.

Het komt voor dat bij het vervangen van bestaande delen van een woning, zoals een dak of een muur, werkzaamheden betrekking hebben op zowel de vervanging/vernieuwing van de bestaande delen als op het aanbrengen van isolatiemateriaal. In dat geval mag voor de tarieftoepassing worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de vervanging/vernieuwing en een deel dat betrekking heeft op de isolatiewerkzaamheid. Als bijvoorbeeld een bestaand dak wordt vervangen door een (rieten) dak waarbij dit dak is geplaatst op isolatiemateriaal, dan geldt het verlaagde btw-tarief alleen voor de werkzaamheden met betrekking tot het isolatiemateriaal. Riet kan niet worden aangemerkt als een dergelijk materiaal.

Het hiervoor vermelde standpunt geldt ook als bij verbouw, aanbouw of uitbouw van een woning isolatiewerkzaamheden worden verricht. Het afwerken van muren en plafonds na het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal valt niet onder de post.

Als de werkzaamheden alleen vervanging betreffen, bijvoorbeeld een oud dak wordt vervangen door een nieuw (rieten) dak zonder dat isolatiemateriaal wordt aangebracht of vervangen, valt het geheel onder het algemene btw-tarief.

Voor de uitleg van het begrip ‘woning’ wordt aangesloten bij de uitleg van dat begrip in de toelichting op post b 8. Voor de bepaling van de leeftijd van de woning en het tijdstip van de eerste ingebruikname wordt aangesloten bij de uitleg in de toelichting op post b 8, onderdeel 3.

Op het moment waarop de dienst wordt verricht, wordt bepaald of aan de ouderdomseis wordt voldaan en het verlaagde btw-tarief van toepassing is.

Om te verifiëren of het verlaagde btw-tarief terecht is toegepast, baseert de Belastingdienst zich onder meer op de gegevens uit de BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en de BRP (Basisregistratie Personen). Desgewenst kan de ondernemer door zijn opdrachtgever een verklaring laten ondertekenen dat de woning aan de ouderdomseis van twee jaar voldoet.

het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen;

Schoonmaakwerk in de woning valt onder het verlaagde btw-tarief. Schoonmaakwerkzaamheden aan de buitenkant van woningen, zoals gevelreiniging en glazenwassen, alsmede specifieke schoonmaakdiensten binnen woningen, zoals schoorsteenvegen en CV-reiniging en andere niet tot de normale werkzaamheden van een schoonmaker behorende diensten vallen buiten de reikwijdte van de post. Alle schoonmaakwerkzaamheden die meestal door speciale bedrijven met bijzondere apparatuur worden verricht (zoals het in de was zetten van parketvloeren, het reinigen van portieken met hogedrukreinigers, brand- en roetreiniging, schoonmaak bij zware vervuiling, reiniging waterschade, ontruimen en reiniging na overlijden bewoner) behoren niet tot de normale werkzaamheden van een schoonmaker en vallen dus niet onder de post.

Voor de uitleg van het begrip ‘woning’ wordt aangesloten bij de uitleg van dit begrip in de toelichting op post b 8.

Het schoonmaken van een gesloten galerij (inpandige gemeenschappelijke ruimte) kan tot de post worden gerekend. Het schoonmaken van ramen aan de buitenzijde van de flat aan een open galerij valt niet onder de post.

Overigens is huishoudelijke verzorging vrijgesteld van btw voor zover het personen betreft die voor thuiszorg geïndiceerd zijn op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Deze post is van toepassing op andere dan de hiervoor bedoelde gevallen.

het langs elektronische weg leveren of uitlenen van uitgaven als bedoeld in post a 30 of het verlenen van toegang tot nieuwswebsites zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften, mits deze uitgaven, onderscheidenlijk nieuwswebsites niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit reclamemateriaal, of uit video-inhoud of beluisterbare muziek.

Het langs elektronische weg leveren of het uitlenen van uitgaven als bedoeld in post a 30 van de Tabel of het toegang verlenen tot nieuwswebsites is belast naar het verlaagde btw-tarief, onder de voorwaarde dat deze uitgaven en nieuwswebsites niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit reclamemateriaal, of uit video-inhoud of beluisterbare muziek. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief moet de inhoud van elektronische uitgaven en nieuwswebsites voor alle afnemers hetzelfde zijn.

Met video-inhoud wordt bewegend beeld bedoeld, al dan niet voorzien van geluid. Met beluisterbare muziek wordt niet een luisterboek bedoeld. Het langs elektronische weg, al dan niet op basis van een abonnement, leveren van bijvoorbeeld films, documentaires, tv-uitzendingen en -series, muziek en reclames valt daardoor niet onder de post.

Uitgaven bedoeld in post a 30 van de Tabel zijn boeken, digitale educatieve informatie die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs, dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven. Of sprake is van een elektronische vorm van een uitgave als bedoeld in post a 30 moet naar maatschappelijke opvattingen en naar de inhoud en het gebruik van de uitgave worden beoordeeld.

De voorwaarden van post a 30 zijn overeenkomstig van toepassing voor de toepassing van deze post. Indien een fysieke uitgave niet in aanmerking zou komen voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief op grond van post a 30 komt de vergelijkbare uitgave die via elektronische weg wordt aangeboden ook niet in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief.

Overeenkomstig het huidige toepassingsbereik van post a 30 kan het verlaagde btw-tarief ook van toepassing zijn op langs elektronische weg geleverde digitale educatieve informatie onder de voorwaarde dat deze informatie kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs (het ‘onderwijscriterium’, zie punt 2, onderdeel 4 bij post a 30 in dit besluit).

De voorwaarde dat de inhoud van elektronische uitgaven niet uitsluitend of hoofdzakelijk uit video-inhoud of beluisterbare muziek mag bestaan, geldt niet voor digitale educatieve informatie die voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het verlaagde btw-tarief.

Hierna volgt een voorbeeld van een dienst die als digitale educatieve informatie langs elektronische weg onder de post valt.

Een online leeromgeving die (nagenoeg) uitsluitend ontwikkeld is om op te worden genomen in het lesprogramma van basisscholen en middelbare scholen en die bestaat uit online modules (e-learnings), zoals lesstof, uitlegvideo’s en oefenopgaven, wordt aangemerkt als langs elektronische weg geleverde digitale educatieve informatie.103Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG KG:210:2025:3, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl. Een dergelijke leeromgeving is uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ontwikkeld voor informatieoverdracht in het onderwijs, omdat de inhoud van de leeromgeving afgestemd is op de lesstof in het onderwijs.

Hierna volgen twee voorbeelden van diensten die niet onder de post vallen.104Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:210:2025:3, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Een volledige en interactieve opleiding tot een beroep die bestaat uit online modules (e-learnings) en afsluitende toetsen inclusief certificaten, die ontwikkeld is voor bedrijven om medewerkers op te leiden en waarvan de modules ook kunnen worden opgenomen in het onderwijsprogramma van het beroepsonderwijs, kan niet aangemerkt worden als langs elektronische weg geleverde digitale educatieve informatie. Bij digitale educatieve informatie zoals bedoeld in de post moet het gaan om een product dat in het verlengde ligt van school- en studieboeken. Een volledig op zichzelf staande interactieve opleiding is meer omvattend dan digitale educatieve informatie bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs. Daarnaast zijn de online modules niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ontwikkeld voor informatieoverdracht in het onderwijs.

Een onderwijsinstelling biedt een online leeromgeving aan voor bedrijven, (overheids)instellingen en onderwijsinstellingen, bestaande uit online modules (e-learnings) gericht op de persoonlijke ontwikkeling van werknemers van bedrijven en (overheids)instellingen. Een dergelijke leeromgeving kan niet aangemerkt worden als langs elektronische weg geleverde digitale educatieve informatie zoals bedoeld in de post, omdat de leeromgeving niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ontwikkeld is voor informatieoverdracht in het onderwijs. Dat een onderwijsinstelling de leeromgeving aanbiedt, is daarbij niet relevant.

Bij het verstrekken van updates voor digitale educatieve informatie geldt het volgende. Als sprake is van één betaling vooraf voor zowel de basisdienst als de latere update(s), is het verlaagde btw-tarief van toepassing op die betaling (vergoeding). Als gelijktijdig met de levering van de dienst op dat moment beschikbare updates worden ‘meegeleverd’ is op het geheel het verlaagde btw-tarief van toepassing. Als voor de latere updates apart moet worden betaald, kan sprake zijn van de volgende situaties:

Met nieuwswebsites in deze post worden websites en apps bedoeld waarop nieuws, actualiteiten en achtergrondinformatie is te lezen. Bij nieuwswebsites staat aan de toepassing van het verlaagde btw-tarief niet in de weg de aanwezigheid van eventuele podcasts, puzzels, voorgelezen tekst en de mogelijkheid tot het geven van commentaar, mits deze diensten bijkomstig van aard zijn aan de gepubliceerde artikelen en nieuwsberichten en daarvoor geen separate vergoeding wordt gevraagd. Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing voor zover via een nieuwswebsite of app andere elektronische diensten tegen vergoeding worden geleverd.

§ 6. Ingetrokken regeling

Het besluit van 23 december 2024, nr. 2024-35653 (Stcrt. 2024, 41782) is met de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.

§ 7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

§ 8. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Besluit omzetbelasting toelichting tabel I’.

§ 9. Publicatie en ondertekening

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)