Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666114, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over de systeemtarieven elektriciteit (Tarievencode elektriciteit 2026)
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 5.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Tarievencode elektriciteit 2026.
Bijlage 1. bij artikel 2.4, derde lid: standaardelementen per aansluitcapaciteit en straatwerk
Algemeen
Deze bijlage betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van de aansluiting (artikel 2.4, derde lid) per type aansluiting zoals gedefinieerd in de tabel in bijlage 2: de knip, de verbinding en de beveiliging. Voorts wordt in deze bijlage nader geregeld welke kosten voor het straatwerk in de aansluittarieven voor de verschillende typen standaardaansluitingen kunnen worden verwerkt. Deze bijlage heeft niet tot doel alle onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om duidelijk aan te geven waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de systeembeheerder bepalen welke materialen en werkzaamheden behoren tot de aansluiting en welke kosten gedekt worden door het aansluittarief (zowel de eenmalige bijdrage als de periodieke vergoeding voor onderhoud).
1.1. Gewenste aansluitcapaciteit tot en met 1x6A geschakeld
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 1x6A is op de laagspanningskabel (figuur 1a), hulpader (figuur 1b) of o.v.kabel (figuur 1c) die deel uitmaken van het systeem van de systeembeheerder. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel, hulpader of o.v.kabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in een aansluitkast die in het object is gemonteerd. De aansluitkast wordt nog toegerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.
1.2. Gewenste aansluitcapaciteit 3x25A tot en met 60 kVA
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 60 kVA is op de laagspanningskabel. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. De aansluitkast en het meterbord worden nog gerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De aangeslotene kan in de categorie tot 3x25A bij sommige systeembeheerders kiezen tussen bijvoorbeeld 3x25A, 1x35A of 1x25A. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.
1.3. Gewenste aansluitcapaciteit 60 kVA tot en met 0,3 MVA (figuur 3)
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 60 kVA tot en met 0,3 MVA is op het dichtstbijzijnde algemene LS-voedingspunt in het systeem van de systeembeheerder (MS/LS-transformatorstation). De knip ligt in het transformatorstation en begint vanaf de strook op het laagspanningsrek. De verbinding bestaat uit een laagspanningskabel die loopt vanaf het transformatorstation tot aan de beveiliging binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. Het overdrachtspunt (beveiliging en scheiding) bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. Het meterbord wordt nog toegerekend aan de beveiliging op de onroerende zaak van de aangeslotene. De meettransformatoren dienen vergoed te worden middels het gereguleerde aansluittarief. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot het dichtstbijzijnde MS/LS-transformatorstation, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.
1.4. Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met zuivere MS-aansluiting
De standaard aansluitmethode voor aansluitingen vanaf 0,3 MVA tot en met 3 MVA is inlussen in het middenspanningssysteem. De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee scheiders en een vermogensschakelaar en een MS-meetveld (inclusief meettransformatoren). De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder (figuur 4).
1.5. Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met meting op LS
1.6. Gewenste aansluitcapaciteit 3 MVA – 10 MVA
Systeembeheerders hebben de mogelijkheid boven 3 MVA op basis van voorcalculatorische projectkosten (maatwerk) aansluitkosten te bepalen. Voor de categorie aansluitingen tussen de 3 MVA en 10 MVA wordt dit alleen op verzoek van de aangeslotene gedaan. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, eerste lid, toegepast. Indien de aangeslotene geen verzoek doet geldt de standaard aansluitmethode. De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 3 MVA tot en met 10 MVA is op een middenspanningsrail van een HS/MS-, TS/MS-, MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of op de MS stamvoeding. De knip bestaat in deze categorie uit twee of meer afgaande velden van een middenspannings- of tussenspanningsrail. De verbinding bestaat uit een N-1 veilige voeding bestaande uit twee of meer kabels in een tracé. De beveiliging bestaat uit minimaal twee vermogensschakelaars, een scheider en een meetveld aangeboden in één inkoopstation binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. De lengte van de verbinding, die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde MS rail in een HS/MS-, TS/MS- of MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of de MS stamvoeding, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.
1.7. Gewenste aansluitcapaciteit > 10 MVA
Boven 10 MVA bepalen systeembeheerders het aansluittarief op basis van de voorcalculatorische projectkosten. Voor de bepaling van het aansluittarief wordt als uitgangspunt voor de offerte genomen het dichtstbijzijnde punt in het systeem van de systeembeheerder waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De systeembeheerder dient mee te werken aan onderzoek dat door de aangeslotene of in opdracht van de aangeslotene wordt uitgevoerd ter controle van de plaats in het systeem waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De aansluittarieven dienen non-discriminatoir en transparant te worden berekend en vooraf bekend gemaakt te worden. De systeembeheerder dient de standaardelementen van de aansluiting de knip, de verbinding en de beveiliging nader in te vullen in componenten. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede lid, toegepast.
1.8. Straatwerk
Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de systeembeheerder aan de bestrating moet verrichten om een aansluiting te maken. De systeembeheerder onderhandelt met gemeenten en anderen over de kosten van het terugleggen van de definitieve bestrating zowel voor de bestrating ten behoeve van aansluitingen als ten behoeve van werkzaamheden aan het systeem van de systeembeheerder. De definitieve straatwerkkosten op de openbare weg en onroerende zaken van derden die ten behoeve van de aansluiting worden doorkruist, dienen gedekt te worden door middel van het standaardtarief. Daarbij dient de systeembeheerder in het standaard aansluittarief een gemiddelde op te nemen van de straatwerkkosten. Binnen de onroerende zaak van de aangeslotene valt alleen het openen en dichtvleien van open verharding onder het standaardtarief. Derhalve dient in de aansluittarieven een standaardopslag te worden opgenomen voor straatwerk, die bestaat uit:
Bijlage 2. bij artikel 2.4, derde lid: aansluittarief voor een aansluiting
-
- Het aansluittarief voor een aansluiting, niet zijnde een systeemkoppeling, is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting volgens onderstaande tabel.
-
- Indien de systeembeheerder in de onderstaande tabel afwijkende grenzen hanteert, dan worden die afwijkende grenzen eveneens gehanteerd in artikel 3.8, tweede lid.
-
- In gebieden waar geen TS voorhanden is, wordt de aansluiting op het naast hogere of lagere spanningsniveau gerealiseerd.
| Gewenste aansluitcapaciteit | Nominale aansluitspanning | Tarief voor de verbreking in het systeem (knip) | Tarief voor het installeren van de beveiligingsvoorziening (beveiliging) | Tarief voor de verbinding tussen de verbreking in het systeem en de beveiligingsvoorziening (verbinding) | Tarief voor de verbinding tussen de verbreking in het systeem en de beveiligingsvoorziening (verbinding) |
|---|---|---|---|---|---|
| Kabellengte tot max. 25 meter | Tarief per meter, voor afstanden > 25 meter | ||||
| t/m 1x6A (geschakeld) | 0,4 kV | ||||
| t/m 1x10A | 0,4 kV | ||||
| 1 fase >1x10A en 3 fase t/m 3x25A | 0,4 kV | ||||
| >3x25A en t/m 3x35A | 0,4 kV | ||||
| >3x35A en t/m 3x50A | 0,4 kV | ||||
| >3x50A en t/m 3x63A | 0,4 kV | ||||
| >3x63A en t/m 3x80A | 0,4 kV | ||||
| >3x80A en t/m 60 kVA af LS-net | 0,4 kV | ||||
| >60 kVA en t/m 0,3 MVA af sec. zijde LS-transf. | 0,4 kV | ||||
| >0,3 MVA en t/m 3,0 MVA | MS | ||||
| >3,0 MVA en t/m 100 MVA | TS | ||||
| >100 MVA | HS en EHS |
Bijlage 3. bij artikel 2.9, tweede lid: standaardfactuur voor de aansluitdienst
Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt onderstaande standaardfactuur toegepast.
| Materiaal | Component- beschrijving | Hoeveelheid Componenten | Kosten per eenheid comp. | |
|---|---|---|---|---|
| Materiaalkosten knip | 1. X 2. Y 3. Z etc. | ................... ................... ................... | EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... | EURO...... EURO...... EURO...... |
| Materiaalkosten verbinding(en) | 1. X 2. Y 3. Z etc. | ................... ................... ................... | EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... | EURO...... EURO...... EURO...... |
| Materiaalkosten beveiliging | 1. X 2. Y 3. Z etc. | ................... ................... ................... | EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... | EURO...... EURO...... EURO...... |
| Overige materiaalkosten | EURO...... | |||
| Totaal materiaalkosten | EURO...... | |||
| Arbeid | Aantal uur | Loonkosten per uur | ||
| Loonkosten knip | ................... | EURO............ | EURO...... | |
| Loonkosten verbinding(en) | ................... | EURO............ | EURO...... | |
| Loonkosten beveiliging | ................... | EURO............ | EURO...... | |
| Totaal loonkosten | EURO...... | |||
| Bijzondere kosten | Soortbeschrijving | Hoeveelheid | Kosten per eenheid | |
| 1. X 2. Y 3. Z etc. | ................... ................... ................... | EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... | EURO...... EURO...... EURO...... | |
| Totaal voorcalculatorische projectkosten | Totaal voorcalculatorische projectkosten | Totaal voorcalculatorische projectkosten | Totaal voorcalculatorische projectkosten | EURO...... |
Bijlage 4. bij artikel 2.11, eerste lid: standaardofferte voor periodieke aansluitvergoeding
-
- De systeembeheerder hanteert onderstaande tabel als standaardofferte voor de initiële vaststelling van de periodieke aansluitvergoeding.
-
- Het initieel tarief van de met de aangeslotene overeengekomen investeringskosten kan gedifferentieerd worden voor de afzonderlijke componenten.
-
- De omschrijvingen van “beheer” en “vervanging” in onderstaande tabel zijn uitsluitend van toepassing op de artikelen 2.11 en 2.12.
-
- In onderstaande tabel worden de categorieën van werkzaamheden opgesplitst naar knip, verbinding en beveiliging.
| Categorieën van werkzaamheden | Omschrijving | Initieel tarief in % van de met de aangeslotene overeengekomen investering | Initieel tarief in € |
|---|---|---|---|
| Beheer | Preventief onderhoud + correctief onderhoud + werkzaamheden op initiatief derden + overige operationele werkzaamheden | ... % | € ... |
| Vervanging | Gehele en/of gedeeltelijke vervanging van de aansluiting met als doel levensduurverlenging van de aansluiting | ... % | € ... |
Bijlage 5. bij artikel 3.9, vijfde lid: wegingsfactoren voor kwMAXGEWOGEN
-
- Onderstaande tabel toont de wegingsfactoren voor aangeslotenen aangesloten op het transmissiesysteem.
| uur 1 | uur 2 | uur 3 | uur 4 | uur 5 | uur 6 | uur 7 | uur 8 | uur 9 | uur 10 | uur 11 | uur 12 | uur 13 | uur 14 | uur 15 | uur 16 | uur 17 | uur 18 | uur 19 | uur 20 | uur 21 | uur 22 | uur 23 | uur 24 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Werkdagen | jan | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 0,9 | 0,8 |
| Werkdagen | feb | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 0,9 | 0,8 |
| Werkdagen | mrt | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 0,9 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | apr | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | mei | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | jun | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | jul | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | aug | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | sep | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | okt | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 0,9 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | nov | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 0,9 | 0,8 | 0,8 |
| Werkdagen | dec | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,9 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 0,9 | 0,8 |
| weekend/feestdagen | weekend/feestdagen | 0,7 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,7 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,6 | 0,7 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
-
- Wegingsfactoren voor verbruikers als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel f, aangesloten op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee zijn elk uur van het jaar: 0,9.
Bijlage 6. bij artikel 3.11, derde lid: rekencapaciteit bij kleine aansluitingen
-
- Onderstaande tabel toont de rekencapaciteit bij kleine aansluitingen.
-
- Bij categorieën 4 en 5 wordt de doorlaatwaarde van een aansluiting van 3x35A vervangen door 3x40A indien een schakelautomaat wordt toegepast.
| Categorie | Doorlaatwaarde van de aansluiting | Rekencapaciteit [kW] |
|---|---|---|
| 1 | t/m 1x6A geschakeld | 0,05 |
| 2 | 1-fase aansluitingen t/m 1x10A | 0,5 |
| 3 | 1-fase > 1x10A en 3-fase t/m 3x25A | 4 |
| 4 | > 3x25A t/m 3x35A | 20 |
| 5 | > 3x35A t/m 3x50A | 30 |
| 6 | > 3x50A t/m 3x63A | 40 |
| 7 | > 3x63A t/m 3x80A | 50 |
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)