Beleidsregel Vergoedingenarrangement in civiele cassatiezaken Wvggz en Wzd 2026-2028

Type ZBO-regeling
Publication 2026-04-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 39, eerste lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr), waarin is bepaald dat het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand in afwijking van hoofdstukken II en III van het Bvr de vergoeding kan bepalen met inachtneming van nader vast te stellen kwaliteitscriteria, mits de desbetreffende rechtsbijstandverlener of rechtsbijstandverleners daarmee instemmen,

BESLUIT

De volgende beleidsregel vast te stellen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Advocaten met wie een arrangement kan worden gesloten

De Raad sluit met het oog op het verrichten van rechtsbijstand als genoemd in artikel 5 van deze beleidsregel een arrangement met advocaten van wie uit de aantekening op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten blijkt dat zij de hoedanigheid van ‘advocaat bij de Hoge Raad’ hebben voor het behandelen van civiele cassatiezaken zoals bedoeld in artikel 9j, eerste lid van de Advocatenwet. De advocaat dient daartoe een verzoek bij de Raad in.

Artikel 3. Voorwaarden voor het sluiten van een arrangement

De in artikel 2 genoemde advocaten dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden:

Artikel 4. Gronden voor beëindiging van het arrangement door de Raad
1.

De Raad kan besluiten het arrangement met een opzegtermijn van één maand te beëindigen indien:

2.

In zwaarwegende en dringende omstandigheden kan het bestuur het arrangement met onmiddellijke ingang opzeggen. Dit geldt onder andere in het geval indien het bestuur tot het oordeel komt dat voortzetting van het arrangement niet langer verantwoord is.

3.

De beëindiging van het arrangement geldt voor een periode van minimaal één jaar. Voor het sluiten van een nieuw arrangement gelden de voorwaarden zoals benoemd in artikelen 2 en 3 van deze beleidsregel. In zwaarwegende omstandigheden kan het bestuur weigeren een nieuw arrangement te sluiten. Dit geldt onder andere in het geval indien het bestuur tot oordeel komt dat het sluiten van een nieuw arrangement niet verantwoord is.

Artikel 5. Afbakening werkzaamheden

De werkzaamheden waarvoor op grond van dit arrangement een van het Bvr afwijkende vergoeding kan worden verstrekt, zijn strikt beperkt tot het verrichten van rechtsbijstand in civiele cassatiezaken op grond van de Wet Wvggz en de Wzd.

Artikel 6. Vergoeding
1.

Aan in artikel 5 genoemde zaken waarbij de zaak in eerste aanleg enkelvoudig is behandeld en geen middelen zijn ingediend worden in afwijking van rij B1 van de bijlage bij het Bvr vijf punten toegekend.

2.

Aan in artikel 5 genoemde zaken waarbij de zaak in eerste aanleg enkelvoudig is behandeld en wel middelen zijn ingediend worden in afwijking van rij B2 van de bijlage bij het Bvr elf punten toegekend

3.

Voor de beoordeling van de toekenning van extra uren blijft het aantal punten zoals genoemd in Rij B1 en B2 jo. artikel 22 lid 2 Bvr leidend.

Artikel 7. Aanhalen Beleidsregel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Vergoedingenarrangement in civiele cassatiezaken Wvggz en Wzd 2026-2028’. Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8. Duur, inwerkingtreding en verval
1.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2026.

2.

Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 april 2028 of vanaf het moment van de inwerkingtreding van wet- en regelgeving waarin de in deze beleidsregel opgenomen vergoeding en kosteloze rechtsbijstand zijn vastgelegd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.