Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 19 juni 2026, nr. 7633550, houdende een subsidie voor de Joodse instellingen bij het treffen van beveiligingsmaatregelen (Regeling veiligheid Joodse instellingen 2026–2030)
Gelet op artikel 2, eerste lid, onder d, van de Kaderwet overige JenV-subsidies;
Besluit:
§. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Joods evenement: een evenement waarvan de beoogde doelgroep grotendeels bestaat uit Joodse Nederlanders.
- Joodse instelling:
- −. Het kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover zij haar leden in staat stelt de Joodse godsdienst te belijden;
- −. De vereniging of stichting die zich krachtens haar statuten primair ten doel stelt het Joodse leven in Nederland te bevorderen en die op het moment dat zij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze regeling indient ten minste een jaar bestaat;
- −. Het samenwerkingsverband van Joodse instellingen onderling en het samenwerkingsverband van een of meerdere Joodse instellingen en gemeenten.
- Joodse school: de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in artikel 55 van de Wet op het primair onderwijs dan wel artikel 4.1, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 die een bijzondere school voor Joods bijzonder onderwijs in stand houdt.
- minister: de Minister van Justitie en Veiligheid.
- organisator van een Joods evenement: de vereniging of stichting die een Joods evenement organiseert.
Artikel 2
De minister kan in de kalenderjaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 subsidie verlenen aan Joodse instellingen of Joodse scholen bij het treffen van beveiligingsmaatregelen.
De subsidie bedraagt maximaal € 250.000 per Joodse school per kalenderjaar en maximaal € 100.000 per Joodse instelling of organisator van een Joods evenement per kalenderjaar.
§. Aanvraag en subsidieverlening
Artikel 3
Aanvragen voor subsidie in het kader van deze regeling worden ingediend in jaarlijkse openstellingen.
Aanvragen voor subsidie in de eerste openstelling van deze regeling kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 12 augustus 2026.
Voor aanvragen voor subsidie in volgende openstellingen van deze regeling gelden door de minister jaarlijks nader bekend te maken openstellingsperiodes.
Een Joodse instelling, een Joodse school of een organisator van een Joods evenement vraagt subsidie aan bij de minister met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.
Onverminderd het bepaalde in artikel 10, derde lid, van het Kaderbesluit overige JenV subsidies bevat de aanvraag:
- a. een opgave van subsidies die door een bestuursorgaan zijn verleend of bij een bestuursorgaan zijn aangevraagd voor het geheel of een gedeelte van de in artikel 5 bedoelde kosten;
- b. een opgave van bijdragen die door derden zijn verstrekt of bij derden zijn aangevraagd voor het geheel of een gedeelte van die kosten; en
- c. indien de aangevraagde subsidie € 25.000 of meer bedraagt: een veiligheidsinschatting of een risicoanalyse.
Artikel 4
Indien de aanvraag zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze regeling, niet volledig is ingediend, wordt de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken alsnog de aanvraag aan te vullen.
§. Subsidiabele kosten
Artikel 5
Voor de subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, komen in aanmerking de in redelijkheid gemaakte kosten:
- a. om de veiligheid van de deelnemers aan een activiteit van een Joodse instelling of van een Joodse school of van de bezoekers van een Joods evenement te bevorderen;
- b. ter voorkoming van vernieling, beschadiging, of onbruikbaarmaking van een roerende of onroerende zaak waarvan een Joodse instelling, een Joodse school of een organisator van een Joods evenement eigenaar, huurder of gebruiker is;
- c. ter voorkoming van computervredebreuk, voor zover daardoor toegang zou kunnen worden verkregen tot niet-openbare gegevens van een Joodse instelling, van een Joodse school of van een organisator van een Joods evenement.
Artikel 6
Niet in aanmerking komen de kosten:
- a. die zijn gemaakt voor 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b. die zijn gemaakt na 31 december van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- c. voor de beveiliging van activiteiten of locaties buiten Nederland;
- d. waarvoor reeds aan de Joodse instelling, de Joodse school of de organisator van een Joods evenement subsidie is verstrekt door een bestuursorgaan, dan wel door derden een bijdrage is verstrekt, voor het geheel of een gedeelte van de artikel 5 bedoelde kosten. In dat geval wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies en bijdragen niet meer bedraagt dan maximaal 100 procent van de werkelijk gemaakte kosten.
§. Subsidieplafond en verdeelsystematiek
Artikel 7
Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 2.300.000, onderverdeeld in de volgende subsidieplafonds:
- a. € 500.000 voor Joodse scholen;
- b. € 600.000 voor activiteiten die zijn gericht op Joodse jongeren in de leeftijd tot en met 27 jaar en worden georganiseerd door Joodse instellingen of door organisatoren van een Joods evenement;
- c. € 1.200.000 voor andere activiteiten die worden georganiseerd door Joodse instellingen of door organisatoren van een Joods evenement.
Voor de kalenderjaren 2027, 2028, 2029 en 2030 gelden door de minister jaarlijks nader bekend te maken subsidieplafonds voor deze regeling.
De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
Indien het totale bedrag aan verleende subsidies in een van de in het eerste lid onder b en c genoemde categorieën lager is dan het voor die categorie vastgestelde subsidieplafond, wordt het subsidieplafond van de andere in het eerste lid onder b en c genoemde categorieën verhoogd met een bedrag dat overeenkomt met het verschil tussen het totale bedrag aan verleende subsidies in de eerstbedoelde categorie en het voor die categorie vastgestelde subsidieplafond.
§. Verantwoording en subsidievaststelling
Artikel 8
Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt deze op 1 april volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, ambtshalve vastgesteld.
Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de Joodse instelling, de Joodse school of de organisator van een Joods evenement desgevraagd uiterlijk op 1 februari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, aan dat de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Indien de verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt, wordt een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier, ingediend bij de minister. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, dan wel binnen 22 weken nadat de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling is verstreken.
De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:
- a. indien de subsidie tussen de € 25.000 en € 125.000 bedraagt, een verantwoording middels een financieel verslag en een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de voor subsidie in aanmerking komende gemaakte activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
- b. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, een verantwoording middels een financieel verslag, een activiteitenverslag en een controleverklaring door een accountant waaruit blijkt dat de voor subsidie in aanmerking komende gemaakte activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
§. Slotbepalingen
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheid Joodse instellingen 2026–2030.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)