Beleidsregel van de Minister van Financiën van 15 mei 2026, 2026-0000130200, directie Financiële Markten, over de bepaling van de hoogte van bestuurlijke boetes bij overtreding van artikelen 11, eerste en tweede lid, en 12 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies (Beleidsregel bestuurlijke boetes handhaving registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies)
Besluit:
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. bestuurlijke boete: een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- b. minister: Minister van Financiën;
- c. overtreder: degene die de overtreding pleegt of medepleegt;
- d. overtreding: handelen in strijd met artikel 11, eerste of tweede lid, of artikel 12 van de wet;
- e. recidive: de omstandigheid dat een overtreder een overtreding begaat binnen vijf jaren nadat de oplegging van een bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie of het verval van het recht tot strafvervolging ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht wegens overtreding van artikel 11, eerste of tweede lid, of artikel 12 van de wet, onherroepelijk is geworden;
- g. wettelijk maximumbedrag: het bedrag bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet.
Artikel 2. Bepaling hoogte bestuurlijke boete
De minister kan een overtreding beboeten met een bestuurlijke boete ter hoogte van tien procent van het wettelijk maximumbedrag.
Indien sprake is van recidive kan de minister, met toepassing van het eerste lid, een vast te stellen bestuurlijke boete verdubbelen. Met inachtneming van het wettelijk maximumbedrag, kan de minister in successievelijke gevallen van recidive, met toepassing van het eerste lid, een vast te stellen bestuurlijke boete verviervoudigen, verachtvoudigen respectievelijk vertienvoudigen.
Onverminderd het eerste en tweede lid alsmede de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houdt de minister bij het vaststellen van de hoogte van een bestuurlijke boete wegens een overtreding in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover deze van toepassing zijn:
- a. de financiële draagkracht van de overtreder;
- b. de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding;
- c. de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.
De omstandigheden genoemd in het derde lid, onderdelen a, b en c, kunnen slechts leiden tot matiging van de hoogte van een bestuurlijke boete.
De stelplicht en de bewijslast van omstandigheden die kunnen leiden tot matiging van de hoogte van een bestuurlijke boete rusten op de overtreder.
Artikel 3. Meerdere overtredingen
Indien de minister constateert dat een overtreder met één gedraging meer dan één overtreding heeft begaan, dan beboet hij die overtredingen met één bestuurlijke boete.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2026.
Artikel 5. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuurlijke boetes handhaving registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)