Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 juli 2026, kenmerk 4476325-1101043-DMO, houdende een specifieke uitkering voor AZWA- en HLO-doelen (Regeling specifieke uitkering AZWA en HLO) [KetenID WGK029253]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-22
Laatst bijgewerkt 2026-07-28
State In force
Source BWB
artikelen 15
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • AZWA: Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord, Samen sterker voor zorg en welzijn, Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 943, bijlage;
  • AZWA, onder D5 en D6: afspraken in het AZWA ten aanzien van:
  • D5: versterking van de samenwerking tussen partijen op het snijvlak van het zorgdomein en het sociaal domein;
  • D6: het in het sociaal domein inrichten van een basisinfrastructuur ter ondersteuning van de basisfunctionaliteiten;
  • basisfunctionaliteit: een landelijk afgesproken, minimaal noodzakelijke aanpak op het snijvlak van zorg en sociaal domein op de thema’s kansrijk opgroeien, gezonde leefstijl, mentale gezondheid, vitaal ouder worden en gezondheidsachterstanden verminderen ten behoeve van de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn;
  • basisinfrastructuur: structuur van basisvoorzieningen in wijken en buurten op het gebied van gezondheid, ondersteuning, welzijn en zorg;
  • bestuurlijke afspraken: afspraken tussen het Rijk en gemeenten als vastgelegd in het AZWA en het HLO;
  • criteria regiobeelden en regioplannen: door de partijen bij het IZA opgestelde inhoudelijke en procesmatige criteria voor regiobeelden en regioplannen, Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 704, bijlage;
  • HLO: Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, Samen voor kwaliteit van bestaan, Kamerstukken II 2024/25, 29 389, nr. 152, bijlage;
  • IZA: Integraal Zorgakkoord, Samen werken aan gezonde zorg, Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 655, bijlage;
  • minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
  • NPLV: Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, Kamerstukken II 2021/22, 30 995, nr. 100, bijlage;
  • NPLV-gemeente: gemeente die deelneemt aan de Multiproblematiek aanpak in het NPLV;
  • ontwikkelagenda: in het AZWA opgenomen agenda met aanpakken die worden uitgewerkt conform de criteria voor basisfunctionaliteiten:
  • a. Mentale Gezondheidsnetwerken;
  • b. Ketenaanpak dementie;
  • c. Nicotinevrij;
  • d. Ketenaanpak overgewicht kinderen;
  • e. Rookvrije start binnen Kansrijke Start;
  • f. Multiproblematiek aanpak in NPLV-gebieden;
  • regioplan: een door een samenwerkingsregio, met inachtneming van de criteria voor regioplannen, opgesteld document waarin inzichtelijk gemaakt wordt welke opgaven uit het IZA voor de regio prioriteit hebben met afspraken over hoe partijen deze regio-opgaven gaan aanpakken;
  • VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
  • werkagenda: een door een samenwerkingsregio opgestelde aanvulling op het regioplan, goedgekeurd door het college van B&W van de gemeenten in de betreffende samenwerkingsregio, waarin de afspraken ten aanzien van het AZWA, onder D5, zijn uitgewerkt.

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

1.

Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37, 4:38, 4:40, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2.

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Hoofdstuk 2. Regionale activiteiten

Artikel 2.1. Regionale AZWA- en HLO-doelen

1.

De minister verstrekt voor de jaren 2027, 2028 en 2029 aan elke mandaathouder ambtshalve een specifieke uitkering voor regionale activiteiten in een samenwerkingsregio in het kader van de ambities en doelen zoals gesteld in het AZWA, onder D5 en D6, en het HLO, onder paragraaf 3.2.

2.

Tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval:

  • a. het realiseren van een regionaal dekkend aanbod in 2030 van de volgende basisfunctionaliteiten:
  • 1°. sociaal verwijzen;
  • 2°. laagdrempelige steunpunten voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen;
  • 3°. valpreventie;
  • 4°. ketenaanpak overgewicht volwassenen; en
  • 5°. Kansrijke Start, waaronder Nu Niet Zwanger en de Integrale gezinspoli;
  • b. het uitwerken van op de ontwikkelagenda geplaatste aanpakken conform de criteria voor basisfunctionaliteiten;
  • c. regionale coördinatie van gemeenten in de samenwerkingsregio;
  • d. versterking van het aanbod van respijt- en logeerzorg.
3.

De minister verstrekt voor het jaar 2027 ambtshalve een specifieke uitkering aan elke GGD voor versterking van de regionale kennis- en adviesfunctie en coördinatie van de ketenaanpakken ten aanzien van gezondheid.

Artikel 2.2. Hoogte van de uitkering

1.

Een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedraagt per kalenderjaar het in bijlage 1 bij deze regeling bij de desbetreffende mandaathouder en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

2.

Een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, bedraagt het in bijlage 2 bij deze regeling bij de desbetreffende GGD genoemde bedrag.

Hoofdstuk 3. Lokale activiteiten

Artikel 3.1. Lokale AZWA- en HLO-doelen

1.

De minister verstrekt voor de jaren 2027, 2028 en 2029 aan elke gemeente ambtshalve een uitkering voor activiteiten in het kader van de ambities en doelen zoals gesteld in het AZWA, onder D5 en D6, en het HLO, onder paragraaf 3.2.

2.

Tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval:

  • b. het zorg dragen voor de basisvoorzieningen in wijken en buurten behorend bij de in het AZWA opgenomen afspraken over de basisinfrastructuur;
  • c. het zorg dragen voor de voorzieningen behorend bij de in het HLO opgenomen afspraken over mantelzorgondersteuning.
3.

De minister verstrekt voor de jaren 2027, 2028 en 2029 een aanvullende uitkering aan NPLV-gemeenten voor het ontwikkelen van een Multiproblematiek aanpak in het betreffende NPLV-gebied conform de criteria voor basisfunctionaliteiten.

Artikel 3.2. Hoogte van de uitkering

1.

Een uitkering als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, bedraagt per kalenderjaar het in bijlage 3 bij deze regeling bij de desbetreffende gemeente en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

2.

Een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, bedraagt per kalenderjaar het in bijlage 4 bij deze regeling bij de desbetreffende NPLV-gemeente en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

Hoofdstuk 4. Voorwaarde

Artikel 4.1. Voorwaarde

Een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 3.1, eerste lid, wordt alleen verstrekt als de mandaathouder namens de samenwerkingsregio en de daarbij behorende gemeenten uiterlijk 1 maart 2027 een werkagenda overlegt.

Hoofdstuk 5. Verlening, bevoorschotting en spreiding van middelen

Artikel 5.1. Verlening en bevoorschotting

1.

De minister verleent een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 3.1, eerste lid, en een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, ambtshalve binnen acht weken nadat de mandaathouder aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 4.1 heeft voldaan, maar niet eerder dan 1 februari 2027.

2.

De minister verleent een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, ambtshalve uiterlijk op 1 februari 2027.

3.

Het besluit tot verlening van een uitkering vermeldt in elk geval waarvoor de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.

4.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering een voorschot van 100% voor de jaren 2027, 2028 en 2029, dat in jaarlijkse termijnen wordt betaald.

Artikel 5.2. Spreiding van middelen

1.

Indien een uitkering voor regionale activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in een bepaald jaar niet of niet geheel is besteed, kunnen de voor de regionale activiteiten verstrekte middelen tot en met 2029 tot een maximum van 70% in het daaropvolgende jaar aan de regionale activiteiten worden besteed.

2.

Indien een uitkering voor lokale activiteiten als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, en een aanvullende uitkering voor deelname aan de Multiproblematiek aanpak, genoemd in artikel 3.1, derde lid, in een bepaald jaar niet of niet geheel is besteed, kunnen de voor de lokale activiteiten verstrekte middelen tot en met 2029 tot een maximum van 70% in het daaropvolgende jaar aan de lokale activiteiten worden besteed.

Hoofdstuk 6. Verplichtingen

Artikel 6.1. Verplichtingen

1.

De ontvanger van een uitkering draagt er zorg voor dat:

  • a. de uitvoering van de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend conform de bestuurlijke afspraken is;
  • b. wordt meegewerkt aan de afspraken in het AZWA en HLO ten aanzien van monitoring.
2.

De ontvanger van een uitkering meldt, onder overlegging van een toelichting en de relevante stukken, onverwijld schriftelijk aan de minister indien:

  • a. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of
  • b. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
3.

De ontvanger van een uitkering draagt er zorg voor dat de verstrekte middelen niet worden aangewend voor:

  • a. activiteiten waarvoor zij op andere wijze een vergoeding van overheidswege ontvangt;
  • b. btw die verschuldigd is over kosten voor zover het aan btw te betalen bedrag in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1. Verantwoording

De ontvanger van een uitkering legt uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering, zoals bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 7.2. Vaststelling en terugvordering

1.

De minister besluit over de vaststelling van de uitkering uiterlijk 37 weken na ontvangst van de eindverantwoordingsinformatie.

2.

Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op de cumulatieve besteding van de periode van 2027 tot en met 2029 tot ten hoogste het totaal voor die periode verleende bedrag.

3.

Indien de informatie ten behoeve van de eindverantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding en vervaldatum

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 16 juli 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 8.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering AZWA en HLO.

Bijlage 1. behorend bij artikel 2.2, eerste lid

Samenwerkingsregio Mandaathouder Gemeenten in de samenwerkingsregio Bedrag 2027 Bedrag 2028 Bedrag 2029
1. Achterhoek Doetinchem Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk € 3.443.208 € 4.170.896 € 2.999.496
2. Amstelland Amstelveen Aalsmeer, Amstelveen, Ouder-Amstel, Uithoorn € 1.536.743 € 1.861.519 € 1.338.709
3. Amsterdam Amsterdam Amsterdam, Diemen € 9.480.704 € 11.484.357 € 8.258.963
4. Apeldoorn/Zutphen Apeldoorn Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Zutphen € 3.643.028 € 4.412.947 € 3.173.566
5. Arnhem/Centraal Gelderland Arnhem Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar € 4.793.222 € 5.806.223 € 4.175.539
6. Drenthe Emmen Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld € 5.626.460 € 6.815.557 € 4.901.401
7. DWO-gemeenten Delft Delft, Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Westland € 3.449.225 € 4.178.185 € 3.004.737
8. Flevoland Almere Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk € 4.287.627 € 5.193.775 € 3.735.098
9. Friesland Smallingerland Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest Fryslân, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf € 7.597.730 € 9.203.436 € 6.618.641
10. Gelderse Vallei Ede Barneveld, Ede, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal, Wageningen € 3.322.131 € 4.024.231 € 2.894.021
11. Gooi en Vechtstreek Hilversum Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren € 2.284.718 € 2.767.571 € 1.990.296
12. Groningen Groningen Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier, Westerwolde € 6.671.622 € 8.081.605 € 5.811.877
13. Haaglanden Zoetermeer 's-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer € 9.220.677 € 11.169.377 € 8.032.446
14. Haarlemmermeer Haarlemmermeer Haarlemmermeer € 1.494.142 € 1.809.914 € 1.301.598
15. Hart van Brabant/Midden-Brabant Tilburg Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk € 5.343.111 € 6.472.325 € 4.654.566
16. Helmond-de Peel Helmond Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Someren € 2.673.521 € 3.238.543 € 2.328.995
17. Holland Rijnland Leiden Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude € 5.640.400 € 6.832.444 € 4.913.544
18. IJssel-Vecht IJssel-Vecht Zwolle Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle € 4.040.647 € 4.894.598 € 3.519.945
19. Kennemerland Haarlem Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort € 3.833.214 € 4.643.326 € 3.339.243
20. Lekstroom IJsselstein Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vijfheerenlanden € 2.275.016 € 2.755.818 € 1.981.843
21. Midden Holland Gouda Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas € 2.557.299 € 3.097.759 € 2.227.750
22. Midden-IJssel Deventer Deventer, Olst-Wijhe, Raalte, Voorst € 1.923.885 € 2.330.480 € 1.675.962
23. MVS-gemeenten Vlaardingen Maassluis, Schiedam, Vlaardingen € 2.423.927 € 2.936.200 € 2.111.565
24. Noord en Midden Limburg Venlo Beesel, Bergen (L.), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert € 6.442.346 € 7.803.873 € 5.612.147
25. Noord Veluwe Elburg Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde € 2.179.949 € 2.640.660 € 1.899.028
26. Noord-Holland Noord Hoorn Alkmaar, Bergen (NH.), Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest € 7.354.964 € 8.909.363 € 6.407.159
25. Noordoost Brabant 's-Hertogenbosch 's-Hertogenbosch, Bernheze, Boekel, Boxtel, Land van Cuijk, Maasdriel, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught, Zaltbommel € 7.433.842 € 9.004.912 € 6.475.873
27. Rijk van Nijmegen Nijmegen Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen € 3.390.400 € 4.106.928 € 2.953.493
28. Rivierenland Buren Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal € 2.224.877 € 2.695.083 € 1.938.166
29. Rotterdam Rijnmond Rotterdam Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Rotterdam € 9.312.823 € 11.280.997 € 8.112.717
30. Twente Openbaar Lichaam SamenTwente Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden € 7.069.447 € 8.563.506 € 6.158.436
31. Utrecht-Eemland Amersfoort Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Soest, Woudenberg € 3.177.184 € 3.848.651 € 2.767.753
32. Utrecht/Utrecht Utrecht Utrecht € 2.993.888 € 3.626.617 € 2.608.078
33. Utrecht/West De Ronde Venen De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht, Woerden € 1.762.797 € 2.135.347 € 1.535.632
34. Utrecht Zuidoost Zeist Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Zeist € 1.698.449 € 2.057.400 € 1.479.577
35. Waardenland Dordrecht Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht € 4.290.926 € 5.197.771 € 3.737.971
36. West-Brabant Breda Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht, Zundert € 8.152.234 € 9.875.129 € 7.101.688
38. Zaanstreek Waterland Purmerend Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad € 3.817.699 € 4.624.532 € 3.325.727
39. Zeeland Goes Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen € 4.497.681 € 5.448.222 € 3.918.083
40. ZHE-BAR (Zuid Hollandse Eilanden en BAR gemeenten) Nissewaard Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Hoeksche Waard, Nissewaard, Ridderkerk, Westvoorne € 4.617.551 € 5.593.425 € 4.022.505
41. Zuid-Limburg Sittard-Geleen Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal € 7.801.825 € 9.450.665 € 6.796.435
42. Zuid Oost Brabant Eindhoven Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre € 5.968.460 € 7.229.835 € 5.199.328

Bijlage 2. behorend bij artikel 2.2, tweede lid

GGD Bedrag 2027
GGD Amsterdam € 175.547
GGD Brabant-Zuidoost € 155.110
GGD Drenthe € 89.561
GGD Flevoland € 50.910
GGD Fryslân € 191.714
GGD Gelderland-Midden € 124.897
GGD Gelderland-Zuid € 92.371
GGD Gooi en Vechtstreek € 46.260
GGD Groningen € 72.446
GGD Haaglanden € 98.879
GGD Hart voor Brabant € 161.422
GGD Hollands-Midden € 151.137
GGD Hollands-Noorden € 158.257
GGD IJsselland € 86.780
GGD Kennemerland € 55.372
GGD Limburg-Noord € 252.476
GGD Noord- en Oost-Gelderland € 151.701
GGD Regio Utrecht € 213.573
GGD Rotterdam-Rijnmond € 107.659
GGD Twente € 98.366
GGD West-Brabant € 101.698
GGD Zaanstreek/Waterland € 47.154
GGD Zeeland € 98.878
DGJ Zuid-Holland Zuid € 80.342
GGD Zuid-Limburg € 102.689

Bijlage 3. behorend bij artikel 3.2, eerste lid

Gemeente Bedrag 2027 Bedrag 2028 Bedrag 2029
Aa en Hunze € 293.386 € 353.220 € 408.058
Aalsmeer € 398.742 € 480.062 € 554.593
Aalten € 372.966 € 449.030 € 518.743
Achtkarspelen € 431.943 € 520.035 € 600.772
Alblasserdam € 282.185 € 339.734 € 392.479
Albrandswaard € 264.897 € 318.920 € 368.434
Alkmaar € 1.394.657 € 1.679.087 € 1.939.770
Almelo € 1.126.722 € 1.356.509 € 1.567.111
Almere € 2.561.448 € 3.083.835 € 3.562.610
Alphen aan den Rijn € 1.359.434 € 1.636.680 € 1.890.780
Alphen-Chaam € 119.234 € 143.551 € 165.838
Altena € 829.165 € 998.267 € 1.153.251
Ameland € 153.347 € 164.227 € 174.198
Amersfoort € 1.649.986 € 1.986.487 € 2.294.896
Amstelveen € 932.357 € 1.122.503 € 1.296.776
Amsterdam € 10.934.998 € 13.165.105 € 15.209.029
Apeldoorn € 2.135.747 € 2.571.316 € 2.970.521
Arnhem € 2.215.644 € 2.667.507 € 3.081.646
Assen € 842.904 € 1.014.808 € 1.172.360
Asten € 243.908 € 293.651 € 339.241
Baarle-Nassau € 97.007 € 116.790 € 134.922
Baarn € 285.713 € 343.982 € 397.386
Barendrecht € 518.370 € 624.088 € 720.979
Barneveld € 739.698 € 890.554 € 1.028.815
Beek € 223.060 € 268.552 € 310.245
Beekdaelen € 490.515 € 590.551 € 682.236
Beesel € 209.877 € 252.679 € 291.909
Berg en Dal € 485.089 € 584.019 € 674.690
Bergeijk € 223.154 € 268.665 € 310.376
Bergen (L.) € 189.756 € 228.455 € 263.923
Bergen (NH.) € 328.417 € 395.395 € 456.781
Bergen op Zoom € 975.276 € 1.174.176 € 1.356.471
Berkelland € 578.081 € 695.977 € 804.029
Bernheze € 400.419 € 482.082 € 556.926
Best € 347.009 € 417.779 € 482.641
Beuningen € 313.866 € 377.877 € 436.543
Beverwijk € 596.113 € 717.686 € 829.109
Bladel € 254.234 € 306.083 € 353.603
Blaricum € 111.255 € 133.945 € 154.740
Bloemendaal € 175.853 € 211.716 € 244.586
Bodegraven-Reeuwijk € 407.801 € 490.968 € 567.193
Boekel € 145.293 € 174.924 € 202.082
Borger-Odoorn € 345.962 € 416.518 € 481.184
Borne € 266.946 € 321.388 € 371.285
Borsele € 293.940 € 353.887 € 408.829
Boxtel € 472.305 € 568.628 € 656.909
Breda € 2.170.705 € 2.613.404 € 3.019.143
Bronckhorst € 452.937 € 545.310 € 629.971
Brummen € 284.902 € 343.005 € 396.258
Brunssum € 483.554 € 582.171 € 672.555
Bunnik € 125.939 € 151.624 € 175.164
Bunschoten € 301.140 € 362.555 € 418.843
Buren € 365.251 € 439.741 € 508.012
Capelle aan den IJssel € 883.814 € 1.064.061 € 1.229.259
Castricum € 347.739 € 418.658 € 483.656
Coevorden € 488.548 € 588.184 € 679.501
Cranendonck € 300.139 € 361.350 € 417.451
Culemborg € 347.224 € 418.038 € 482.940
Dalfsen € 345.126 € 415.512 € 480.021
Dantumadiel € 296.369 € 356.811 € 412.206
De Bilt € 422.832 € 509.065 € 588.099
De Fryske Marren € 673.490 € 810.844 € 936.730
De Ronde Venen € 491.485 € 591.719 € 683.586
De Wolden € 289.836 € 348.945 € 403.120
Delft € 1.193.748 € 1.437.203 € 1.660.333
Den Helder € 868.285 € 1.045.365 € 1.207.662
Deurne € 473.784 € 570.408 € 658.966
Deventer € 1.288.935 € 1.551.803 € 1.792.725
Diemen € 313.472 € 377.402 € 435.995
Dijk en Waard € 1.051.674 € 1.266.154 € 1.462.729
Dinkelland € 286.830 € 345.326 € 398.939
Doesburg € 178.894 € 215.378 € 248.816
Doetinchem € 754.648 € 908.553 € 1.049.608
Dongen € 347.387 € 418.234 € 483.166
Dordrecht € 1.678.424 € 2.020.725 € 2.334.449
Drechterland € 277.629 € 334.249 € 386.142
Drimmelen € 381.127 € 458.855 € 530.094
Dronten € 518.769 € 624.568 € 721.534
Druten € 255.648 € 307.785 € 355.569
Duiven € 306.775 € 369.339 € 426.680
Echt-Susteren € 488.170 € 587.729 € 678.975
Edam-Volendam € 486.554 € 585.782 € 676.727
Ede € 1.415.377 € 1.704.032 € 1.968.589
Eemnes € 87.016 € 104.763 € 121.027
Eemsdelta € 700.702 € 843.605 € 974.577
Eersel € 227.543 € 273.948 € 316.479
Eijsden-Margraten € 296.934 € 357.491 € 412.993
Eindhoven € 3.103.887 € 3.736.900 € 4.317.066
Elburg € 325.333 € 391.682 € 452.492
Emmen € 1.725.402 € 2.077.285 € 2.399.790
Enkhuizen € 264.402 € 318.324 € 367.745
Enschede € 2.247.374 € 2.705.708 € 3.125.777
Epe € 465.496 € 560.431 € 647.439
Ermelo € 328.808 € 395.866 € 457.325
Etten-Leur € 580.306 € 698.655 € 807.123
Geertruidenberg € 315.107 € 379.371 € 438.269
Geldrop-Mierlo € 517.071 € 622.524 € 719.172
Gemert-Bakel € 429.432 € 517.011 € 597.279
Gennep € 228.181 € 274.717 € 317.368
Gilze en Rijen € 351.692 € 423.416 € 489.153
Goeree-Overflakkee € 721.401 € 868.525 € 1.003.367
Goes € 549.238 € 661.251 € 763.912
Goirle € 276.576 € 332.981 € 384.678
Gooise Meren € 547.389 € 659.025 € 761.341
Gorinchem € 543.082 € 653.839 € 755.349
Gouda € 962.135 € 1.158.355 € 1.338.194
Groningen € 2.569.158 € 3.093.118 € 3.573.334
Gulpen-Wittem € 192.751 € 232.061 € 268.089
Haaksbergen € 300.019 € 361.205 € 417.284
Haarlem € 1.884.857 € 2.269.258 € 2.621.568
Haarlemmermeer € 1.772.739 € 2.134.275 € 2.465.628
Halderberge € 439.486 € 529.116 € 611.263
Hardenberg € 836.461 € 1.007.051 € 1.163.399
Harderwijk € 614.452 € 739.764 € 854.615
Hardinxveld-Giessendam € 258.263 € 310.933 € 359.207
Harlingen € 251.516 € 302.811 € 349.823
Hattem € 141.656 € 170.545 € 197.023
Heemskerk € 516.273 € 621.563 € 718.063
Heemstede € 224.272 € 270.011 € 311.931
Heerde € 261.377 € 314.683 € 363.538
Heerenveen € 663.884 € 799.278 € 923.369
Heerlen € 1.578.176 € 1.900.032 € 2.195.018
Heeze-Leende € 173.733 € 209.165 € 241.638
Heiloo € 228.142 € 274.670 € 317.313
Hellendoorn € 464.037 € 558.673 € 645.409
Helmond € 1.422.148 € 1.712.183 € 1.978.005
Hendrik-Ido-Ambacht € 342.331 € 412.146 € 476.133
Hengelo € 1.040.899 € 1.253.182 € 1.447.743
Het Hogeland € 686.634 € 826.668 € 955.011
Heumen € 178.831 € 215.302 € 248.728
Heusden € 605.623 € 729.136 € 842.336
Hillegom € 295.339 € 355.571 € 410.775
Hilvarenbeek € 172.775 € 208.011 € 240.305
Hilversum € 1.102.847 € 1.327.765 € 1.533.904
Hoeksche Waard € 1.102.655 € 1.327.533 € 1.533.637
Hof van Twente € 443.419 € 533.851 € 616.733
Hollands Kroon € 669.880 € 806.497 € 931.708
Hoogeveen € 885.311 € 1.065.863 € 1.231.341
Hoorn € 975.575 € 1.174.536 € 1.356.886
Horst aan de Maas € 569.087 € 685.148 € 791.519
Houten € 468.592 € 564.158 € 651.746
Huizen € 497.009 € 598.370 € 691.269
Hulst € 389.702 € 469.179 € 542.020
IJsselstein € 378.526 € 455.723 € 526.476
Kaag en Braassem € 358.185 € 431.234 € 498.185
Kampen € 727.317 € 875.648 € 1.011.595
Kapelle € 142.235 € 171.243 € 197.829
Katwijk € 878.198 € 1.057.300 € 1.221.449
Kerkrade € 866.666 € 1.043.415 € 1.205.409
Koggenland € 275.569 € 331.769 € 383.277
Krimpen aan den IJssel € 392.414 € 472.444 € 545.792
Krimpenerwaard € 737.579 € 888.003 € 1.025.868
Laarbeek € 317.759 € 382.563 € 441.957
Land van Cuijk € 1.196.888 € 1.440.984 € 1.664.702
Landgraaf € 609.859 € 734.235 € 848.227
Landsmeer € 125.350 € 150.914 € 174.344
Lansingerland € 613.146 € 738.193 € 852.799
Laren € 102.652 € 123.587 € 142.774
Leeuwarden € 1.614.578 € 1.943.859 € 2.245.649
Leiden € 1.391.409 € 1.675.176 € 1.935.252
Leiderdorp € 292.738 € 352.440 € 407.157
Leidschendam-Voorburg € 871.061 € 1.048.707 € 1.211.522
Lelystad € 1.109.505 € 1.335.780 € 1.543.164
Leudal € 469.040 € 564.697 € 652.368
Leusden € 294.810 € 354.935 € 410.039
Lingewaard € 588.474 € 708.489 € 818.484
Lisse € 307.966 € 370.773 € 428.337
Lochem € 384.105 € 462.441 € 534.236
Loon op Zand € 315.610 € 379.977 € 438.969
Lopik € 194.051 € 233.626 € 269.897
Losser € 309.889 € 373.088 € 431.012
Maasdriel € 370.469 € 446.024 € 515.270
Maasgouw € 343.608 € 413.684 € 477.910
Maashorst € 799.598 € 962.670 € 1.112.127
Maassluis € 493.272 € 593.871 € 686.072
Maastricht € 1.735.030 € 2.088.876 € 2.413.180
Medemblik € 637.188 € 767.138 € 886.238
Meerssen € 240.740 € 289.837 € 334.835
Meierijstad € 1.089.002 € 1.311.095 € 1.514.647
Meppel € 457.734 € 551.085 € 636.643
Middelburg € 629.855 € 758.309 € 876.039
Midden-Delfland € 195.920 € 235.876 € 272.497
Midden-Drenthe € 405.935 € 488.722 € 564.598
Midden-Groningen € 923.897 € 1.112.318 € 1.285.009
Moerdijk € 493.268 € 593.866 € 686.066
Molenlanden € 524.425 € 631.378 € 729.401
Montferland € 544.769 € 655.870 € 757.696
Montfoort € 157.609 € 189.753 € 219.212
Mook en Middelaar € 78.407 € 94.397 € 109.053
Neder-Betuwe € 359.371 € 432.662 € 499.834
Nederweert € 266.954 € 321.397 € 371.295
Nieuwegein € 836.841 € 1.007.508 € 1.163.926
Nieuwkoop € 358.555 € 431.679 € 498.698
Nijkerk € 549.577 € 661.658 € 764.383
Nijmegen € 2.193.749 € 2.641.146 € 3.051.193
Nissewaard € 1.226.789 € 1.476.983 € 1.706.290
Noardeast-Fryslân € 689.330 € 829.914 € 958.761
Noord-Beveland € 97.821 € 117.771 € 136.055
Noordenveld € 367.281 € 442.185 € 510.835
Noordoostpolder € 629.685 € 758.105 € 875.803
Noordwijk € 531.943 € 640.428 € 739.857
Nuenen, Gerwen en Nederwetten € 232.466 € 279.875 € 323.327
Nunspeet € 379.897 € 457.373 € 528.382
Oegstgeest € 192.832 € 232.158 € 268.202
Oirschot € 229.196 € 275.939 € 318.780
Oisterwijk € 396.431 € 477.280 € 551.379
Oldambt € 654.676 € 788.192 € 910.561
Oldebroek € 360.241 € 433.709 € 501.044
Oldenzaal € 417.826 € 503.038 € 581.136
Olst-Wijhe € 219.786 € 264.610 € 305.691
Ommen € 239.910 € 288.838 € 333.681
Oost Gelre € 363.104 € 437.157 € 505.027
Oosterhout € 770.778 € 927.972 € 1.072.043
Ooststellingwerf € 372.900 € 448.950 € 518.651
Oostzaan € 110.222 € 132.700 € 153.302
Opmeer € 160.192 € 192.862 € 222.805
Opsterland € 395.289 € 475.905 € 549.791
Oss € 1.314.491 € 1.582.571 € 1.828.270
Oude IJsselstreek € 590.454 € 710.873 € 821.238
Ouder-Amstel € 135.478 € 163.107 € 188.430
Oudewater € 128.209 € 154.356 € 178.320
Overbetuwe € 559.109 € 673.135 € 777.642
Papendrecht € 402.409 € 484.477 € 559.693
Peel en Maas € 636.242 € 765.999 € 884.922
Pekela € 216.049 € 260.110 € 300.493
Pijnacker-Nootdorp € 553.288 € 666.126 € 769.544
Purmerend € 1.249.069 € 1.503.807 € 1.737.278
Putten € 334.849 € 403.139 € 465.727
Raalte € 474.518 € 571.293 € 659.988
Reimerswaal € 323.156 € 389.062 € 449.465
Renkum € 345.785 € 416.305 € 480.937
Renswoude € 63.900 € 76.932 € 88.876
Reusel-De Mierden € 170.759 € 205.584 € 237.501
Rheden € 595.259 € 716.657 € 827.921
Rhenen € 260.235 € 313.308 € 361.951
Ridderkerk € 726.025 € 874.092 € 1.009.798
Rijssen-Holten € 470.408 € 566.344 € 654.271
Rijswijk € 722.375 € 869.698 € 1.004.721
Roerdalen € 293.946 € 353.894 € 408.837
Roermond € 899.091 € 1.082.454 € 1.250.508
Roosendaal € 1.115.736 € 1.343.282 € 1.551.831
Rotterdam € 9.773.059 € 11.766.197 € 13.592.936
Rozendaal € 112.658 € 115.240 € 117.606
Rucphen € 390.533 € 470.179 € 543.176
Schagen € 592.228 € 713.009 € 823.706
Scherpenzeel € 132.502 € 159.525 € 184.291
Schiedam € 1.220.398 € 1.469.289 € 1.697.401
Schiermonnikoog € 109.195 € 111.071 € 112.790
Schouwen-Duiveland € 455.509 € 548.407 € 633.549
's-Gravenhage € 7.590.761 € 9.138.837 € 10.557.671
's-Hertogenbosch € 1.965.803 € 2.366.713 € 2.734.153
Simpelveld € 156.096 € 187.930 € 217.107
Sint-Michielsgestel € 336.641 € 405.297 € 468.220
Sittard-Geleen € 1.440.416 € 1.734.177 € 2.003.414
Sliedrecht € 384.322 € 462.701 € 534.537
Sluis € 307.849 € 370.632 € 428.174
Smallingerland € 794.543 € 956.583 € 1.105.096
Soest € 534.833 € 643.908 € 743.877
Someren € 284.994 € 343.116 € 396.386
Son en Breugel € 167.025 € 201.089 € 232.308
Stadskanaal € 546.336 € 657.757 € 759.875
Staphorst € 217.929 € 262.374 € 303.109
Stede Broec € 345.369 € 415.804 € 480.359
Steenbergen € 358.829 € 432.009 € 499.080
Steenwijkerland € 603.764 € 726.897 € 839.750
Stein € 383.153 € 461.294 € 532.911
Stichtse Vecht € 724.975 € 872.828 € 1.008.338
Súdwest-Fryslân € 1.219.337 € 1.468.011 € 1.695.924
Terneuzen € 870.366 € 1.047.870 € 1.210.555
Terschelling € 162.250 € 174.946 € 186.581
Texel € 184.801 € 222.489 € 257.032
Teylingen € 386.955 € 465.872 € 538.200
Tholen € 390.730 € 470.416 € 543.450
Tiel € 624.263 € 751.577 € 868.262
Tilburg € 3.121.468 € 3.758.067 € 4.341.519
Tubbergen € 249.754 € 300.689 € 347.372
Twenterand € 489.626 € 589.482 € 681.001
Tynaarlo € 321.917 € 387.570 € 447.741
Tytsjerksteradiel € 417.545 € 502.701 € 580.746
Uitgeest € 124.620 € 150.035 € 173.329
Uithoorn € 356.708 € 429.455 € 496.130
Urk € 267.688 € 322.280 € 372.315
Utrecht € 3.552.127 € 4.276.555 € 4.940.504
Utrechtse Heuvelrug € 514.291 € 619.176 € 715.305
Vaals € 165.577 € 199.345 € 230.294
Valkenburg aan de Geul € 234.728 € 282.599 € 326.474
Valkenswaard € 449.959 € 541.725 € 625.829
Veendam € 432.801 € 521.068 € 601.965
Veenendaal € 866.891 € 1.043.687 € 1.205.723
Veere € 239.667 € 288.545 € 333.343
Veldhoven € 531.975 € 640.467 € 739.902
Velsen € 897.574 € 1.080.627 € 1.248.398
Venlo € 1.673.238 € 2.014.482 € 2.327.237
Venray € 625.417 € 752.966 € 869.866
Vijfheerenlanden € 821.204 € 988.682 € 1.142.179
Vlaardingen € 1.162.220 € 1.399.246 € 1.616.483
Vlieland € 118.496 € 122.268 € 125.725
Vlissingen € 646.247 € 778.044 € 898.838
Voerendaal € 159.296 € 191.783 € 221.558
Voorne aan Zee € 918.399 € 1.105.699 € 1.277.362
Voorschoten € 234.313 € 282.100 € 325.897
Voorst € 299.373 € 360.427 € 416.385
Vught € 347.530 € 418.405 € 483.364
Waadhoeke € 657.616 € 791.731 € 914.650
Waalre € 153.185 € 184.425 € 213.058
Waalwijk € 751.821 € 905.149 € 1.045.677
Waddinxveen € 394.108 € 474.484 € 548.149
Wageningen € 462.969 € 557.388 € 643.924
Wassenaar € 243.432 € 293.078 € 338.580
Waterland € 200.367 € 241.230 € 278.682
Weert € 750.976 € 904.131 € 1.044.501
West Betuwe € 675.870 € 813.709 € 940.039
West Maas en Waal € 267.747 € 322.352 € 372.398
Westerkwartier € 771.495 € 928.835 € 1.073.040
Westerveld € 251.351 € 302.612 € 349.594
Westervoort € 212.951 € 256.381 € 296.184
Westerwolde € 413.861 € 498.265 € 575.622
Westland € 1.536.264 € 1.849.573 € 2.136.725
Weststellingwerf € 392.769 € 472.871 € 546.286
Wierden € 273.864 € 329.716 € 380.906
Wijchen € 516.983 € 622.418 € 719.050
Wijdemeren € 262.556 € 316.102 € 365.178
Wijk bij Duurstede € 262.108 € 315.563 € 364.555
Winterswijk € 428.266 € 515.608 € 595.658
Woensdrecht € 326.313 € 392.863 € 453.856
Woerden € 589.208 € 709.373 € 819.505
Wormerland € 197.398 € 237.655 € 274.552
Woudenberg € 153.541 € 184.855 € 213.554
Zaanstad € 2.160.586 € 2.601.221 € 3.005.069
Zaltbommel € 381.514 € 459.320 € 530.631
Zandvoort € 253.011 € 304.610 € 351.902
Zeewolde € 242.843 € 292.368 € 337.760
Zeist € 689.972 € 830.686 € 959.653
Zevenaar € 671.415 € 808.345 € 933.844
Zoetermeer € 1.512.330 € 1.820.758 € 2.103.437
Zoeterwoude € 104.239 € 125.498 € 144.982
Zuidplas € 532.508 € 641.109 € 740.643
Zundert € 309.423 € 372.528 € 430.364
Zutphen € 649.022 € 781.385 € 902.697
Zwartewaterland € 325.914 € 392.381 € 453.300
Zwijndrecht € 675.570 € 813.347 € 939.622
Zwolle € 1.497.643 € 1.803.075 € 2.083.008

Bijlage 4. behorend bij artikel 3.2, tweede lid

NPLV-gemeente NPLV-gebied Bedrag 2027 Bedrag 2028 Bedrag 2029
1. Amsterdam Amsterdam Nieuw-West € 2.129.654 € 2.981.515 € 3.549.423
Amsterdam Zuidoost € 1.177.262 € 1.648.167 € 1.962.103
2. Arnhem Arnhem-Oost € 608.472 € 851.861 € 1.014.121
1. Breda Breda-Noord € 337.305 € 472.228 € 562.176
4. Delft Delft-West € 462.968 € 648.155 € 771.614
5. Den Haag Den Haag Zuidwest € 925.936 € 1.296.311 € 1.543.227
6. Dordrecht Dordrecht West € 396.830 € 555.562 € 661.383
7. Eindhoven Eindhoven Woensel Zuid € 529.106 € 740.749 € 881.844
8. Groningen Groningen-Noord € 873.026 € 1.222.236 € 1.455.043
9. Heerlen Heerlen-Noord € 730.828 € 1.023.160 € 1.218.047
10. Leeuwarden Leeuwarden Oost € 486.778 € 681.489 € 811.297
11. Lelystad Lelystad Oost € 449.741 € 629.637 € 749.568
12. Nieuwegein Nieuwegein Centrale As € 304.236 € 425.931 € 507.060
13. Roosendaal Roosendaal Ring € 502.651 € 703.712 € 837.752
14. Rotterdam Rotterdam-Zuid € 2.645.532 € 3.703.745 € 4.409.221
15. Schiedam Schiedam Nieuwland en Oost € 343.919 € 481.487 € 573.199
16. Tilburg Tilburg NoordWest € 678.354 € 949.696 € 1.130.590
17. Utrecht Utrecht Overvecht € 462.968 € 648.155 € 771.614
18. Vlaardingen Vlaardingen Westwijk € 171.960 € 240.743 € 286.599
19. Zaandam Zaandam-Oost € 608.472 € 851.861 € 1.014.121

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)