Beleidsregel van de Staatssecretaris van Financiën van 10 juli 2026, kenmerk 2026-280814 betreffende de uitvoering van de brede ondersteuning in het buitenland overeenkomstig afdeling 2.4 van de Wet hersteloperatie toeslagen
Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 2.4 van de Wet hersteloperatie toeslagen;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie;
- leefgebieden: de vijf leefgebieden, genoemd in artikel 2.15, eerste lid, van de wet, zijnde financiën, gezin, werk, wonen en zorg;
- immateriële ondersteuning: immateriële ondersteuning is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties;
- materiele ondersteuning: materiële ondersteuning is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken;
- minister: de Minister van Financiën;
- ondersteuningsvraag: formulering van de behoefte aan brede ondersteuning die passend is om de doelstellingen, genoemd in artikel 3, tweede lid, te kunnen bereiken;
- OTB: het Ondersteuningsteam Ouders in het Buitenland, gemandateerd door de minister;
- rechthebbende: de rechthebbende als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregel;
- wet: de Wet hersteloperatie toeslagen.
Hoofdstuk 2. Rechthebbende brede ondersteuning in het buitenland
Artikel 2. Rechthebbende
De minister kan ambtshalve brede ondersteuning aanbieden op de vijf leefgebieden aan een erkend gedupeerde aanvrager van kinderopvangtoeslag, diens partner, kind, pleegkind of voormalig pleegkind, aan diens ex-partner en diens partner, kind, pleegkind of voormalig pleegkind, en aan de nabestaanden van een overleden erkend gedupeerde aanvrager van kinderopvangtoeslag, die in het buitenland woonachtig zijn en voldoen aan de voorwaarden van de Wht.
Voor het kind van een overleden aanvrager geldt, in afwijking van lid 1, dat de minister brede ondersteuning kan aanbieden op de vier leefgebieden: financiën, werk, wonen en zorg.
Hoofdstuk 3. Doel en uitzonderingen brede ondersteuning in het buitenland
Artikel 3. Doel van de brede ondersteuning in het buitenland
De brede ondersteuning in het buitenland is erop gericht om, door middel van ondersteuning die tijdelijk van aard is, een rechthebbende te helpen om weer eigen regie over diens leven te krijgen door de in het plan van aanpak vastgestelde doelen op de vijf leefgebieden te behalen.
De doelstellingen op deze vijf leefgebieden zijn:
- a. Wonen: het ondersteunen en het begeleiden bij het creëren van een stabiele en veilige woonomgeving.
- b. Financiën: het ondersteunen en het begeleiden om in staat te zijn een duurzaam financiële gezonde huishouding zelfstandig te voeren.
- c. Gezin: het bieden van ondersteuning en begeleiding om de omgeving voor de kinderen van de rechthebbende zo veilig mogelijk te maken.
- d. Werk: minimaal de beschikking kunnen hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces.
- e. Zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Artikel 4. Uitzonderingen brede ondersteuning in het buitenland
Geen onderdeel van de ondersteuning in het buitenland is:
- a. ondersteuning waar de rechthebbende een beroep op kan doen in het land waar deze woonachtig is;
- b. vormen van algemene en structurele inkomensaanvulling of inkomensondersteuning;
- c. vormen van algemene en structurele woonkostenvergoedingen;
- d. vergoeding van schade als bedoeld in hoofdstuk 2 van de wet;
- e. vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen in het woonland worden ingezet om herhaling van de bedreigende situatie te voorkomen;
- f. kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat de minister een ambtshalve aanbod heeft gedaan tot brede ondersteuning, tenzij er sprake was van een schrijnende of bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was.
Daarnaast worden in ieder geval de volgende kosten niet vergoed:
- a. verkeersboetes, strafbeschikkingen, andere bestuurlijke sancties en schadevergoedingen aan derden;
- b. cosmetische operaties of behandelingen;
- c. aanschaf van auto’s of andere motorvoertuigen, tenzij aantoonbaar noodzakelijk voor deelname aan werk en onderwijs. Daarbij wordt altijd eerst gezocht naar een passende oplossing, waarbij het minst kostbare middel dat voldoet aan de noodzaak de voorkeur krijgt;
- d. woningverbetering, behalve wanneer deze redelijk en passend is voor het creëren van een stabiele en veilige woonsituatie, rekening houdend met de maatstaven van het land waar de gedupeerde momenteel woonachtig is;
- e. tuinaanpassingen, behalve wanneer deze aantoonbaar verband houden met de situatie van de gedupeerde en gericht zijn op eenvoudige, functionele ingrepen;
- f. vakanties, tenzij deze aantoonbaar bijdragen aan het hersteltraject en verantwoord zijn binnen een zorgvuldige en doelgerichte inzet van middelen;
- g. schade door onvoorziene gebeurtenissen (zoals storm, lekkages, brand of inbraak), tenzij deze:
- i. noodzakelijk zijn voor het herstel van de situatie van de gedupeerde, én
- ii. niet op andere wijze, zoals via reguliere verzekeringen, kan worden vergoed;
- h. aanschaf van luxe- of comfortgoederen, tenzij redelijk en passend voor herstel of deelname aan onderwijs of werk;
- i. kosten voor een advocaat of juridische bijstand in het kader van de hersteloperatie toeslagen.
Hoofdstuk 4. Het eerste gesprek, het plan van aanpak en het vastleggen van de ondersteuning
Artikel 5. Het eerste gesprek
Nadat is vastgesteld dat een rechthebbende recht heeft op brede ondersteuning in het buitenland, neemt het OTB binnen tien werkdagen contact op met de rechthebbende om een afspraak te maken voor het eerste gesprek.
Het eerste gesprek en de eventuele vervolggesprekken tussen de rechthebbende en het OTB vinden digitaal of telefonisch plaats. In uitzonderlijke gevallen kan het OTB in samenspraak met rechthebbende bepalen dat een gesprek op locatie plaatsvindt.
Het eerste gesprek dient ertoe om gezamenlijk de situatie van de rechthebbende op de vijf leefgebieden te bespreken, de bijbehorende doelen vast te stellen en te bepalen wat de ondersteuningsvraag van de rechthebbende is.
Artikel 6. Het opstellen van het plan van aanpak en vastlegging van de ondersteuningsvraag
Het OTB stelt het plan van aanpak op binnen een redelijke termijn na het gesprek waarin de doelen zijn vastgesteld en legt dit vast in een beschikking die aan de rechthebbende wordt toegezonden.
In het plan van aanpak wordt in ieder geval vastgelegd:
- a. de ondersteuningsvragen op de vijf leefgebieden;
- b. de doelen op de vijf leefgebieden;
- c. de wijze waarop stapsgewijs en integraal naar deze doelen wordt toegewerkt; en
- d. of, en zo ja, welke, tegemoetkoming wordt verstrekt om de rechthebbende op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.
Het plan van aanpak kan naderhand worden gewijzigd als blijkt dat dit redelijk is om de doelstellingen op de leefgebieden in artikel 3 van deze beleidsregel te behalen.
Artikel 7. Remigratiewens en wijziging plan van aanpak remigratie
De wet schrijft voor dat de rechthebbende tot uiterlijk drie maanden na het eerste gesprek de wens tot remigratie naar Nederland te kennen kan geven. Deze remigratiewens wordt vastgelegd in het plan van aanpak.
Binnen twee jaar na het eerste gesprek dient de remigratie te hebben plaatsgevonden.
Indien de rechthebbende van gedachten verandert en niet langer de wens heeft tot remigratie, doet hij daartoe een schriftelijk verzoek aan het OTB.
Indien de remigratiewens naar het oordeel van het OTB niet haalbaar en realistisch is, en het niet aannemelijk is dat de rechthebbende binnen twee jaar kan terugkeren naar Nederland, dan wordt het plan van aanpak in overleg met de rechthebbende hierop aangepast en ontvangt de rechthebbende een gewijzigde beschikking.
Artikel 8. Uitzondering brede ondersteuning bij remigratie
Onder ondersteuning bij remigratie voor de rechthebbende wordt in ieder geval niet verstaan:
- a. het realiseren van huisvesting van een woning in Nederland;
- b. ondersteuning bij het vertrek naar meer dan één woonbestemming in Nederland.
Artikel 9. Tweesporenbeleid
In het geval van een remigratiewens zal de ondersteuning op de vijf leefgebieden zich richten op het tijdelijk stabiliseren van de huidige levenssituatie van de rechthebbende en diens gezin in het buitenland.
Heeft de rechthebbende geen remigratiewens, dan zal de ondersteuning op de vijf leefgebieden zich richten op het opbouwen van een duurzaam leven in het buitenland.
Artikel 10. Ondersteuning
Het OTB verstrekt aan de rechthebbende ondersteuning die redelijk is om de in het plan van aanpak geformuleerde ondersteuningsvragen en doelen te bereiken.
De ondersteuning in het eerste lid kan bestaan uit zowel materiële als immateriële ondersteuning.
Voor zover ondersteuning wordt geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming, wordt deze tegemoetkoming verstrekt ter vergoeding van de redelijke kosten.
Bij het toekennen van de ondersteuning houdt het OTB onder andere rekening met:
- a. de aard en het niveau van de voorzieningen die aanwezig zijn in het land waar de rechthebbende woont;
- b. de vaardigheden van de rechthebbende;
- c. de draagkracht en financiële armslag van de rechthebbende;
- d. de omvang en de samenstelling van het huishouden van de rechthebbende;
- e. het duurzame karakter van de voorziening;
- f. de wijze waarop de voorziening de rechthebbende in staat stelt om de doelen uit het plan van aanpak duurzaam te bereiken.
Hoofdstuk 5. Kosten
Artikel 11. Redelijke kosten
Het OTB stelt vast welke kosten voor welk doel als redelijk worden gezien.
Bij het bepalen van de redelijke kosten wordt in ieder geval gekeken naar de richtbedragen:
- a). ten hoogste € 5.000 voor de rechthebbende;
- b). ten hoogste € 1.500 per gezinslid van de gedupeerde aanvrager dat ondersteuning wenst.
Het OTB hanteert bij het bepalen van de redelijke kosten corrigerende factoren in het woonland waar de rechthebbende woonachtig is.
De richtbedragen in het tweede lid zijn richtinggevende bedragen en zullen bij een eventuele overschrijding worden getoetst aan het redelijkheidscriterium. Het OTB legt bij overschrijding een verzoek voor een financiële verstrekking voor aan de minister waarna wordt beslist op dit verzoek.
Artikel 12. Kosten remigratie
Ingeval van een remigratiewens vergoedt de minister de redelijke reiskosten van de remigratie naar Nederland van de rechthebbende en diens gezinsleden, als de gezinsleden van de rechthebbende op hetzelfde adres buiten Nederland wonen.
In het geval alleen een deel van het gezin van de rechthebbende remigreert naar Nederland, dan is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 6. Einde brede ondersteuning in het buitenland
Artikel 13. Doorlooptijd brede ondersteuning buitenland
De brede ondersteuning van rechthebbende in het buitenland stopt, als:
- a. een rechthebbende daarom schriftelijk verzoekt;
- b. de doelen in het plan van aanpak zijn behaald;
- c. de rechthebbende niet de nodige medewerking en eigen inspanningen verleent om de doelen in het plan van aanpak te behalen; of
- d. de rechthebbende is geremigreerd naar Nederland.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 14. Hardheidsclausule
De minister kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige benadeling van een belanghebbende of tot een uitkomst die zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.
Artikel 16. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Brede ondersteuning in het buitenland
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)