Wet van 8 juli 2026, houdende regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het gelet op Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148(PbEU 2022, L 333) noodzakelijk is om wettelijke bepalingen vast te stellen ter bevordering van de digitale veiligheid;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Begripsbepaling
Artikel 1. (begripsbepaling)
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- –. Aanbeveling 2003/361/EG: Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);
- –. aanbieder van beheerde beveiligingsdiensten: een aanbieder van beheerde diensten die bijstand biedt of verleent voor activiteiten die verband houden met risicobeheer op het gebied van cyberbeveiliging;
- –. aanbieder van beheerde diensten: een entiteit die diensten verleent die verband houden met de installatie, het beheer, de exploitatie of het onderhoud van ICT-producten, -netwerken, -infrastructuur, -toepassingen of andere netwerk- en informatiesystemen, via bijstand of actieve administratie bij de klant ter plaatse of op afstand;
- –. belangrijke entiteit: een entiteit als bedoeld in artikel 12 of 13;
- –. beveiliging van netwerk- en informatiesystemen: het vermogen van netwerk- en informatiesystemen om op een bepaald niveau van betrouwbaarheid weerstand te bieden aan elke gebeurtenis die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de diensten die door of via deze netwerk- en informatiesystemen worden aangeboden, in gevaar kan brengen;
- –. beveiligingsscan: technisch onderzoek van netwerk- en informatiesystemen om inzicht te krijgen in kwetsbaarheden en risico’s van deze systemen;
- –. bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de NIS2-richtlijn en bedoeld in artikel 15;
- –. bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie: een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de NIS2-richtlijn en die als zodanig is aangewezen in het nationale recht van die andere lidstaat;
- –. bijna-incident: een gebeurtenis die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de diensten die worden aangeboden door of toegankelijk zijn via netwerk- en informatiesystemen, in gevaar had kunnen brengen, maar die met succes is voorkomen of zich niet heeft voorgedaan;
- –. centraal contactpunt: het centrale contactpunt, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de NIS2-richtlijn en bedoeld in artikel 14;
- –. centraal contactpunt van een andere lidstaat van de Europese Unie: het centrale contactpunt van een andere lidstaat van de Europese Unie als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de NIS2-richtlijn en dat als zodanig is aangewezen in het nationale recht van die andere lidstaat;
- –. CER-richtlijn: Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PbEU 2022, L 333);
- –. cloudcomputingdienst: een digitale dienst die administratie op aanvraag en brede toegang op afstand tot een schaalbare en elastische pool van deelbare computerbronnen mogelijk maakt, ook wanneer die bronnen over verschillende locaties verspreid zijn;
- –. coördinator met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden: de coördinator met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de NIS2-richtlijn en bedoeld in artikel 17;
- –. CSIRT: een Computer security incident response team, bedoeld in artikel 10 van de NIS2-richtlijn en bedoeld in artikel 16;
- –. CSIRT van een andere lidstaat van de Europese Unie: een CSIRT van een andere lidstaat van de Europese Unie als bedoeld in artikel 10 van de NIS2-richtlijn en dat als zodanig is aangewezen in het nationale recht van die andere lidstaat;
- –. CSIRT-netwerk: het netwerk van CSIRT’s, genoemd in artikel 15 van de NIS2-richtlijn;
- –. cyberbeveiliging: de activiteiten die nodig zijn om netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers van dergelijke systemen, en andere personen die getroffen worden door cyberdreigingen, te beschermen;
- –. cyberdreiging: elke potentiële omstandigheid, gebeurtenis of actie die netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers van dergelijke systemen en andere personen kan schaden, verstoren of op andere wijze negatief kan beïnvloeden;
- –. datacentrumdienst: een dienst die structuren of groepen van structuren omvat die bestemd zijn voor de gecentraliseerde accommodatie, de interconnectie en de exploitatie van IT en netwerkapparatuur die diensten op het gebied van gegevensopslag, -verwerking en -transport aanbiedt, samen met alle faciliteiten en infrastructuren voor energiedistributie en omgevingscontrole;
- –. digitale dienst: elke dienst van de informatiemaatschappij, dat wil zeggen elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten wordt verricht, waarbij onder «op afstand» wordt verstaan: een dienst die wordt geleverd zonder dat de partijen gelijktijdig aanwezig zijn, onder «langs elektronische weg» wordt verstaan: een dienst die wordt verzonden en ontvangen via elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en de opslag van gegevens, en die geheel via draden, radio, optische middelen of andere elektromagnetische middelen wordt verzonden, doorgeleid en ontvangen, en onder «op individueel verzoek van een afnemer van diensten» wordt verstaan: een dienst die op individueel verzoek via de transmissie van gegevens wordt geleverd;
- –. DNS-dienstverlener: een entiteit die openbare recursieve domeinnaamomzettingsdiensten voor interneteindgebruikers verleent, of die gezaghebbende domeinnaamomzettingsdiensten voor gebruik door derden, met uitzondering van root-naamservers, verleent;
- –. domeinnaamsysteem (DNS): een hiërarchisch gedistribueerd naamgevingssysteem dat het mogelijk maakt internetdiensten en -bronnen te identificeren, waardoor eindgebruikersapparaten in staat worden gesteld routing- en connectiviteitsdiensten op het internet te gebruiken om die diensten en bronnen te bereiken;
- –. elektronisch communicatienetwerk: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
- –. elektronische communicatiedienst: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
- –. Enisa: het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, genoemd in titel II van Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening) (PbEU 2019, L 151);
- –. entiteit: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon, een overheidsinstantie, een maatschap als bedoeld in artikel 1655 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel en een commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel, alsmede een samenwerkingsverband naar buitenlands recht dat met één van deze rechtsvormen vergelijkbaar is;
- –. entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent: een registrator of een agent die namens registrators optreedt, zoals een aanbieder van privacy- of proxy-registratiediensten of wederverkoper;
- –. essentiële entiteit: een entiteit als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 11;
- –. gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten: een verlener van vertrouwensdiensten die één of meerdere gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent en van het toezichthoudende orgaan, bedoeld in artikel 46 ter van de Verordening (EU) nr. 910/2014, de status van gekwalificeerde heeft gekregen;
- –. gekwalificeerde vertrouwensdienst: een vertrouwensdienst die voldoet aan de toepasselijke eisen zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 910/2014;
- –. hoofdvestiging: de hoofdvestiging van een entiteit, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de NIS2-richtlijn;
- –. ICT-dienst: een dienst die volledig of hoofdzakelijk bestaat in de verzending, opslag, opvraging of verwerking van gegevens door middel van netwerk- en informatiesystemen;
- –. ICT-product: een element of groep elementen van een netwerk- of informatiesysteem;
- –. incident: een gebeurtenis die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de diensten die worden aangeboden door of toegankelijk zijn via netwerk- en informatiesystemen, in gevaar brengt;
- –. internetknooppunt: een netwerkfaciliteit die de interconnectie van meer dan twee onafhankelijke netwerken (autonome systemen) mogelijk maakt, voornamelijk ter vergemakkelijking van de uitwisseling van internetverkeer, die alleen interconnectie voor autonome systemen biedt en die niet vereist dat het internetverkeer dat tussen een paar deelnemende autonome systemen verloopt, via een derde autonoom systeem verloopt, noch dat verkeer wijzigt of anderszins verstoort;
- –. kwetsbaarheid: een zwakheid, vatbaarheid of gebrek van ICT-producten of ICT-diensten die door een cyberdreiging kan worden uitgebuit;
- –. netwerk voor de levering van inhoud: een netwerk van geografisch verspreide servers met het oog op een hoge beschikbaarheid, toegankelijkheid of snelle levering van digitale inhoud en diensten aan internetgebruikers ten behoeve van aanbieders van inhoud en diensten;
- –. netwerk- en informatiesysteem:
- a. een elektronisch communicatienetwerk; of
- b. elk apparaat of elke groep van onderling verbonden of verwante apparaten, waarvan er een of meer, op grond van een programma, een automatische verwerking van digitale gegevens uitvoeren; of
- c. digitale gegevens die worden opgeslagen, verwerkt, opgehaald of verzonden met behulp van de in punten a. en b. bedoelde elementen met het oog op de werking, het gebruik, de bescherming en het onderhoud ervan;
- –. NIS2-richtlijn: Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148(PbEU 2022, L 333);
- –. norm: een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort:
- a. «internationale norm»: een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;
- b. «Europese norm»: een door een Europese normalisatieorganisatie vastgestelde norm;
- c. «geharmoniseerde norm»: een Europese norm die op verzoek van de Commissie is vastgesteld met het oog op de toepassing van harmonisatiewetgeving van de Unie;
- d. «nationale norm»: een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;
- –. onderzoeksorganisatie: een entiteit die als hoofddoel heeft het verrichten van toegepast onderzoek of experimentele ontwikkeling met het oog op de exploitatie van de resultaten van dat onderzoek voor commerciële doeleinden, met uitsluiting van onderwijsinstellingen;
- –. onlinemarktplaats: een dienst die gebruikmaakt van software, waaronder een website, een deel van een website of een door of namens een handelaar beheerde applicatie, en die consumenten in staat stelt op afstand overeenkomsten te sluiten met andere handelaren of consumenten;
- –. onlinezoekmachine: een digitale dienst die het gebruikers mogelijk maakt zoekvragen in te voeren om zoekacties uit te voeren op in beginsel alle websites of alle websites in een bepaalde taal, op basis van een zoekvraag over eender welk onderwerp in de vorm van een trefwoord, een gesproken opdracht, een frase of andere input, en die resultaten in eender welk formaat oplevert met informatie over de opgevraagde inhoud;
- –. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
- –. openbaar elektronisch communicatienetwerk: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
- –. overheidsinstantie: een entiteit die overeenkomstig het Nederlands recht als zodanig in Nederland is erkend, met uitzondering van de rechtbanken, de gerechtshoven, de Hoge Raad, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Centrale Raad van Beroep, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beide Kamers der Staten-Generaal en De Nederlandsche Bank N.V., en die aan de volgende criteria voldoet:
- a. zij is opgericht om te voorzien in behoeften van algemeen belang en heeft geen industrieel of commercieel karakter;
- b. zij heeft rechtspersoonlijkheid of mag volgens de wet namens een andere entiteit met rechtspersoonlijkheid optreden;
- c. zij wordt grotendeels gefinancierd door de staat, regionale autoriteiten of andere publiekrechtelijke organen, is onderworpen aan beheerstoezicht door die autoriteiten of organen, of heeft een bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan waarvan de leden voor meer dan de helft door de staat, regionale autoriteiten of andere publiekrechtelijke organen worden benoemd; en
- d. zij heeft de bevoegdheid om ten aanzien van natuurlijke personen of rechtspersonen administratieve of regelgevende besluiten te nemen die van invloed zijn op hun rechten op het grensoverschrijdende verkeer van personen, goederen, diensten of kapitaal;
- –. platform voor sociale netwerkdiensten: een platform dat eindgebruikers in staat stelt zich met elkaar te verbinden, te delen, te ontdekken en met elkaar te communiceren via meerdere apparaten, met name via chats, posts, video’s en aanbevelingen;
- –. register voor topleveldomeinnamen: een entiteit waaraan een specifieke topleveldomeinnaam is gedelegeerd en die verantwoordelijk is voor het beheer van de topleveldomeinnaam, met inbegrip van de registratie van domeinnamen onder de topleveldomeinnaam en de technische exploitatie van de topleveldomeinnaam, met inbegrip van de exploitatie van de naamservers, het onderhoud van de databases en de verdeling van de zonebestanden van de topleveldomeinnaam over de naamservers, ongeacht of die activiteiten door de entiteit zelf worden uitgevoerd of worden uitbesteed, maar met uitzondering van situaties waarin topleveldomeinnamen uitsluitend voor eigen gebruik worden aangewend door een register;
- –. Richtlijn (EU) 2018/1972: Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PbEU 2018, L 321);
- –. risico: de mogelijkheid van verlies of verstoring als gevolg van een incident, wat wordt uitgedrukt als een combinatie van de omvang van een dergelijk verlies of verstoring en de waarschijnlijkheid dat het incident zich voordoet;
- –. root-naamserver: een gezaghebbende naamserver voor de root-zone van het domeinnaamsysteem (DNS) van het internet;
- –. samenwerkingsgroep: de samenwerkingsgroep, bedoeld in artikel 14 van de NIS2-richtlijn;
- –. significant incident: een incident als bedoeld in artikel 25, tweede lid;
- –. significante cyberdreiging: een cyberdreiging waarvan op basis van de technische kenmerken kan worden aangenomen dat zij ernstige gevolgen kan hebben voor de netwerk- en informatiesystemen van een entiteit of de gebruikers van de diensten van de entiteit door het veroorzaken van aanzienlijke materiële of immateriële schade;
- –. verlener van vertrouwensdiensten: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer vertrouwensdiensten verleent als een gekwalificeerde of als een niet-gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten;
- –. Verordening (EG) nr. 300/2008: Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002(PbEU 2008, L 97);
- –. Verordening (EU) nr. 910/2014: Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG(PbEU 2014, L 257), zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/1183 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014, wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (PbEU 2024, L 1183);
- –. Verordening (EU) 2018/1139: Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PbEU 2018, L 212);
- –. Verordening (EU) 2022/2554: Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011(PbEU 2022, L 333);
- –. vertegenwoordiger: een in de Europese Unie gevestigde natuurlijk persoon of rechtspersoon die uitdrukkelijk is aangewezen om op te treden namens een DNS-dienstverlener, een register voor topleveldomeinnamen, een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent, een aanbieder van cloudcomputingdiensten, een aanbieder van datacentrumdiensten, een aanbieder van een netwerk voor de levering van inhoud, een aanbieder van beheerde diensten, een aanbieder van beheerde beveiligingsdiensten, of een aanbieder van een onlinemarktplaats, van een onlinezoekmachine of van een platform voor socialenetwerkdiensten die niet in de Unie is gevestigd, en die door een bevoegde autoriteit of een CSIRT kan worden aangesproken in plaats van de entiteit zelf met betrekking tot de verplichtingen van die entiteit uit hoofde van deze wet;
- –. vertrouwensdienst: een elektronische dienst die gewoonlijk tegen betaling wordt verricht en uit één van de volgende elementen bestaat:
- a. het uitgeven van certificaten voor elektronische handtekeningen, certificaten voor elektronische zegels, certificaten voor websiteauthenticatie of certificaten voor het verlenen van andere vertrouwensdiensten;
- b. het valideren van certificaten voor elektronische handtekeningen, certificaten voor elektronische zegels, certificaten voor websiteauthenticatie of certificaten voor het verlenen van andere vertrouwensdiensten;
- c. het aanmaken van elektronische handtekeningen of elektronische zegels;
- d. het valideren van elektronische handtekeningen of elektronische zegels;
- e. het bewaren van elektronische handtekeningen, elektronische zegels, certificaten voor elektronische handtekeningen of certificaten voor elektronische zegels;
- f. het beheer van middelen voor het op afstand aanmaken van elektronische handtekeningen of middelen voor het op afstand aanmaken van elektronische zegels;
- g. het uitgeven van elektronische attesteringen van attributen;
- h. het valideren van elektronische attesteringen van attributen;
- i. het aanmaken van elektronische tijdstempels;
- j. het valideren van elektronische tijdstempels;
- k. het verlenen van diensten voor elektronisch aangetekende bezorging;
- l. het valideren van gegevens die via diensten voor elektronisch aangetekende bezorging zijn verzonden en het bewijs daarvoor;
- m. het elektronisch archiveren van elektronische gegevens en elektronische documenten;
- n. het opslaan van elektronische gegevens in elektronische registers.
Hoofdstuk 2. Algemeen
Artikel 2. (doel van deze wet)
Deze wet is, met het oog op het in stand houden van kritieke maatschappelijke of economisch belangrijke functies of activiteiten, gericht op het verhogen van de cyberbeveiliging door regels te stellen ten aanzien van:
- a. het beheersen van risico’s voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen;
- b. het voorkomen van incidenten;
- c. het beperken van gevolgen van incidenten; en
- d. het verkrijgen en verstrekken van informatie over incidenten, bijna-incidenten, cyberdreigingen en kwetsbaarheden.
Artikel 3. (uitvoering uitvoeringshandelingen, gedelegeerde handelingen en richtsnoeren)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de op grond van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, gedelegeerde handelingen en richtsnoeren.
Hoofdstuk 3. Toepassingsbereik en jurisdictie
Artikel 4. (toepassingsbereik en jurisdictie)
Het bepaalde bij of krachtens deze wet met betrekking tot essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten is van toepassing op die entiteiten, indien zij in Nederland zijn gevestigd en hun diensten verlenen of hun activiteiten verrichten in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie.
In afwijking van het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens deze wet met betrekking tot essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten die aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten zijn, van toepassing op die aanbieders, indien zij hun diensten in Nederland aanbieden.
In afwijking van het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens deze wet met betrekking tot essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten van toepassing op de volgende entiteiten, indien zij hun hoofdvestiging of vertegenwoordiger in Nederland hebben en hun diensten verlenen of hun activiteiten verrichten in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie:
- a. DNS-dienstverleners;
- b. registers voor topleveldomeinnamen;
- c. aanbieders van cloudcomputingdiensten;
- d. aanbieders van datacentrumdiensten;
- e. aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud;
- f. aanbieders van beheerde diensten;
- g. aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten;
- h. aanbieders van onlinemarktplaatsen;
- i. aanbieders van onlinezoekmachines;
- j. aanbieders van platforms voor socialenetwerkdiensten.
Het bepaalde bij of krachtens deze wet met betrekking tot entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen is van toepassing op die entiteiten, indien zij hun hoofdvestiging of vertegenwoordiger in Nederland hebben.
Een entiteit als bedoeld in het derde of vierde lid wordt geacht haar hoofdvestiging in Nederland te hebben indien de beslissingen met betrekking tot de maatregelen voor het beheersen van cyberbeveiligingsrisico’s hoofdzakelijk in Nederland worden genomen. Indien deze beslissingen niet hoofdzakelijk in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie worden genomen of indien niet kan worden bepaald in welke lidstaat van de Europese Unie die beslissingen hoofdzakelijk worden genomen, wordt de hoofdvestiging geacht zich in Nederland te bevinden indien de cyberbeveiligingsactiviteiten in Nederland worden uitgevoerd. Indien de cyberbeveiligingsactiviteiten niet in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie worden uitgevoerd of niet kan worden bepaald in welke lidstaat van de Europese Unie de cyberbeveiligingsactiviteiten worden uitgevoerd, wordt de hoofdvestiging geacht zich te bevinden in Nederland indien de vestiging van de betrokken entiteit in Nederland het grootste aantal werknemers in de Europese Unie heeft.
Onverminderd het eerste, derde en vierde lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 42, 60 en 61 van toepassing.
Artikel 5. (overheidsinstanties die in hoofdzaak activiteiten uitvoeren op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving)
Deze wet, met uitzondering van artikel 96, is niet van toepassing op:
- a. het Ministerie van Defensie;
- b. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;
- c. het openbaar ministerie;
- d. de politie;
- e. de veiligheidsregio’s, bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s; en
- f. indien van toepassing, de andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen overheidsinstanties die in hoofdzaak activiteiten uitvoeren op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving, met inbegrip van het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten.
In afwijking van het eerste lid is deze wet wel van toepassing op overheidsinstanties als bedoeld in het eerste lid, wanneer en voor zover zij optreden als verleners van vertrouwensdiensten die niet uitsluitend worden gebruikt binnen systemen die gesloten zijn als gevolg van een wettelijke regeling of een overeenkomst tussen een bepaalde groep deelnemers.
Artikel 6. (root-naamservers)
Deze wet is niet van toepassing op root-naamservers.
Artikel 7. (entiteiten uitgezonderd van Verordening (EU) 2022/2554)
Deze wet is niet van toepassing op de entiteiten die zijn uitgezonderd van de Verordening (EU) 2022/2554 op grond van artikel 2, vierde lid, van die verordening.
Hoofdstuk 4. Essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten
§ 4.1. Essentiële entiteiten
Artikel 8. (essentiële entiteit van rechtswege)
De volgende entiteiten zijn essentiële entiteiten:
- a. gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten;
- b. aanbieders van registers voor topleveldomeinnamen;
- c. DNS-dienstverleners;
- d. aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;
- e. aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;
- f. andere entiteiten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die de in artikel 2, eerste lid, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG bedoelde drempel voor middelgrote ondernemingen overschrijden;
- g. de ministeries, met inbegrip van de daartoe behorende dienstonderdelen doch met uitzondering van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, en zelfstandige bestuursorganen van de centrale overheid, voor zover deze zelfstandige bestuursorganen kwalificeren als overheidsinstantie;
- h. provincies, gemeenten en waterschappen, alsmede openbare lichamen, gemeenschappelijke organen en bedrijfsvoeringsorganisaties als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover deze openbare lichamen, gemeenschappelijke organen en bedrijfsvoeringsorganisaties kwalificeren als overheidsinstantie;
- i. kritieke entiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen d tot en met f, is artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG niet van toepassing.
Artikel 9. (essentiële entiteit op basis van criteria)
Bij regeling of besluit van Onze Minister die het aangaat, na overleg met Onze Minister, wordt een in bijlage 1 of bijlage 2 van deze wet genoemde entiteit aangewezen als essentiële entiteit, op grond van de toepasselijkheid van één of meer van de volgende criteria:
- a. de entiteit is in Nederland de enige aanbieder van een dienst die essentieel is voor de instandhouding van kritieke maatschappelijke of economische activiteiten;
- b. verstoring van de door de entiteit verleende dienst kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de openbare veiligheid, de openbare beveiliging of de volksgezondheid;
- c. verstoring van de door de entiteit verleende dienst kan een aanzienlijk systeemrisico met zich brengen, met name voor sectoren waar een dergelijke verstoring een grensoverschrijdende impact kan hebben;
- d. de entiteit is kritiek vanwege het specifieke belang ervan op nationaal of regionaal niveau voor de specifieke sector of het specifieke type dienst, of voor andere onderling afhankelijke sectoren in Nederland.
Onze Minister die het aangaat trekt de aanwijzing in, indien de entiteit niet langer voldoet aan één of meer van de criteria, genoemd in het eerste lid.
Artikel 10. (essentiële entiteit die aanbieder van een essentiële dienst was)
Bij regeling of besluit van Onze Minister die het aangaat, na overleg met Onze Minister, kan worden aangewezen als essentiële entiteit: een aanbieder die voor 16 januari 2023 op grond van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen is aangewezen als aanbieder van een essentiële dienst.
Artikel 11. (aanwijzing instelling voor hoger onderwijs als essentiële entiteit)
Bij regeling of besluit van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, na overleg met Onze Minister, kan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek als essentiële entiteit worden aangewezen.
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trekt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in, indien er voor die aanwijzing geen grond meer aanwezig is.
§ 4.2. Belangrijke entiteiten
Artikel 12. (belangrijke entiteit van rechtswege)
De volgende entiteiten zijn belangrijke entiteiten:
- a. entiteiten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, niet zijnde een essentiële entiteit, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG;
- b. entiteiten, genoemd in bijlage 2 van deze wet, niet zijnde een essentiële entiteit, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG of de in het eerste lid van laatstgenoemd artikel vastgestelde drempels voor middelgrote ondernemingen overschrijden;
- c. aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die in aanmerking komen als kleine of micro-onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG, niet zijnde een essentiële entiteit;
- d. aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die in aanmerking komen als kleine of micro-onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG, niet zijnde een essentiële entiteit;
- e. verleners van vertrouwensdiensten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die in aanmerking komen als kleine of micro-onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG, niet zijnde een essentiële entiteit.
Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid is artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG niet van toepassing.
Artikel 13. (aanwijzing instelling voor hoger onderwijs als belangrijke entiteit)
Bij regeling of besluit van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, na overleg met Onze Minister, kan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek als belangrijke entiteit worden aangewezen.
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trekt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in, indien er voor die aanwijzing geen grond meer aanwezig is.
Hoofdstuk 5. Aanwijzing en taken van instanties
Artikel 14. (aanwijzing en taken centraal contactpunt)
Onze Minister is het centrale contactpunt en heeft in die hoedanigheid de volgende taken:
- a. het zorgen voor grensoverschrijdende samenwerking van de autoriteiten van Nederland met de relevante autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie, de Europese Commissie en Enisa, door middel van het vervullen van een verbindingsfunctie;
- b. het zorgen voor sectoroverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten binnen Nederland, door middel van het vervullen van een verbindingsfunctie; en
- c. de overige in deze wet genoemde taken.
Artikel 15. (aanwijzing en taken bevoegde autoriteit)
De bevoegde autoriteit is voor de entiteiten in de sectoren en subsectoren, genoemd in bijlage 1 en bijlage 2 van deze wet:
| Bevoegde autoriteit | Sector | Subsector (indien van toepassing) |
|---|---|---|
| Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | overheid | centrale overheden |
| Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | overheid | decentrale overheden, uitgezonderd de waterschappen |
| Onze Minister van Economische Zaken | digitale infrastructuur | |
| Onze Minister van Economische Zaken | beheer van ICT-diensten (business-to-business) | |
| Onze Minister van Economische Zaken | ruimtevaart | |
| Onze Minister van Economische Zaken | post- en koeriersdiensten | |
| Onze Minister van Economische Zaken | vervaardiging | vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten |
| Onze Minister van Economische Zaken | vervaardiging | vervaardiging van elektrische apparatuur |
| Onze Minister van Economische Zaken | vervaardiging | vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, niet elders geclassificeerd |
| Onze Minister van Economische Zaken | vervaardiging | vervaardiging van motorvoertuigen, aanhangers en opleggers |
| Onze Minister van Economische Zaken | vervaardiging | vervaardiging van andere transportmiddelen |
| Onze Minister van Economische Zaken | digitale aanbieders | |
| Onze Minister van Financiën | bankwezen | |
| Onze Minister van Financiën | infrastructuur voor de financiële markt | |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | vervoer | lucht |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | vervoer | spoor |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | vervoer | water |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | vervoer | weg |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | drinkwater | |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | afvalwater | |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | afvalstoffenbeheer | |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | vervaardiging, productie en distributie van chemische stoffen | |
| Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat | overheid | decentrale overheden, alleen voor wat betreft de waterschappen |
| Onze Minister van Klimaat en Groene Groei | energie | elektriciteit |
| Onze Minister van Klimaat en Groene Groei | energie | stadsverwarming en -koeling |
| Onze Minister van Klimaat en Groene Groei | energie | aardolie |
| Onze Minister van Klimaat en Groene Groei | energie | aardgas |
| Onze Minister van Klimaat en Groene Groei | energie | waterstof |
| Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | productie, verwerking en distributie van levensmiddelen | |
| Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | gezondheidszorg | |
| Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | vervaardiging | vervaardiging van medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek |
Onze Minister van Economische Zaken is de bevoegde autoriteit voor de entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen.
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is de bevoegde autoriteit voor de instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die op grond van artikel 11 zijn aangewezen als essentiële entiteit of op grond van artikel 13 zijn aangewezen als belangrijke entiteit.
De bevoegde autoriteit voor een entiteit in de sector onderzoek, genoemd in bijlage 2 van deze wet, is Onze Minister die is aangewezen als bevoegde autoriteit voor de entiteiten in de sector of subsector waarin de betrokken entiteit haar onderzoeksactiviteiten verricht. De bevoegde autoriteit voor een entiteit in de sector onderzoek, genoemd in bijlage 2 van deze wet, die niet valt in een sector of subsector waarvoor reeds een bevoegde autoriteit is aangewezen, is Onze Minister die het aangaat.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, van een op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten aangewezen kritieke entiteit is tevens de bevoegde autoriteit in de zin van deze wet voor die entiteit.
De bevoegde autoriteit heeft de volgende taken:
- a. het zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet ten aanzien van essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en leden van het bestuur van essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten;
- b. het zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie; en
- c. de overige in deze wet genoemde taken van de bevoegde autoriteit.
Artikel 16. (aanwijzing, taken en eisen CSIRT)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het CSIRT aangewezen voor elke essentiële entiteit en belangrijke entiteit.
Het CSIRT heeft de volgende taken:
- a. het monitoren en analyseren van cyberdreigingen, kwetsbaarheden en incidenten op nationaal niveau, en het op verzoek verlenen van bijstand aan de betrokken essentiële entiteit of belangrijke entiteit met betrekking tot het realtime of bijna-realtime monitoren van haar netwerk- en informatiesysteem;
- b. het verstrekken van vroegtijdige waarschuwingen, meldingen en aankondigingen en het verspreiden van informatie aan de betrokken essentiële entiteit of belangrijke entiteit, de bevoegde autoriteiten, Onze Minister van Economische Zaken, ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven, en andere relevante partijen over cyberdreigingen, kwetsbaarheden en incidenten, indien mogelijk in bijna-realtime;
- c. indien van toepassing, het reageren op incidenten en verlenen van bijstand aan de betrokken essentiële entiteit of belangrijke entiteit;
- d. het verzamelen en analyseren van forensische gegevens en het zorgen voor dynamische risico- en incidentenanalyse en situationeel bewustzijn met betrekking tot cyberbeveiliging;
- e. het op verzoek van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit proactief scannen van het netwerk- en informatiesysteem van de betrokken entiteit om kwetsbaarheden met mogelijk significante gevolgen op te sporen;
- f. het deelnemen aan het CSIRT-netwerk en, in overeenstemming met zijn capaciteiten en bevoegdheden, het verlenen van wederzijdse bijstand aan andere leden van het CSIRT-netwerk op verzoek van een lid van dat netwerk;
- g. het deelnemen aan de op grond van artikel 19 van de NIS2-richtlijn georganiseerde collegiale toetsingen;
- h. indien van toepassing, het optreden als coördinator ten behoeve van het proces van gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden, bedoeld in artikel 17; en
- i. het bijdragen aan de uitrol van veilige instrumenten voor het delen van informatie, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de NIS2-richtlijn.
Het CSIRT kan een openbaar toegankelijk netwerk- en informatiesysteem van een essentiële entiteit en belangrijke entiteit proactief en niet-intrusief scannen met het oog op het opsporen van een kwetsbaar of onveilig geconfigureerd netwerk- en informatiesysteem en het informeren van de betrokken entiteit. Deze scan leidt niet tot negatieve gevolgen voor de dienstverlening van de betrokken entiteit.
Bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede en derde lid, kan het CSIRT op grond van een risicogebaseerde benadering prioriteit geven aan bepaalde taken.
Het CSIRT brengt samenwerkingsrelaties tot stand met essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, Onze Minister van Economische Zaken en andere relevante partijen, teneinde de doelstellingen van deze wet te verwezenlijken.
Met het oog op de samenwerking, bedoeld in het vijfde lid, bevordert het CSIRT de invoering en het gebruik van gemeenschappelijke of gestandaardiseerde praktijken, classificatieschema’s en taxonomieën met betrekking tot:
- a. procedures voor de incidentenbehandeling;
- b. crisisbeheer; en
- c. gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de functionele, financiële, technische en organisatorische vereisten ten aanzien van de organisatie die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als CSIRT wordt aangewezen.
Artikel 17. (aanwijzing en taken coördinator bekendmaking kwetsbaarheden)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt een CSIRT aangewezen als de coördinator met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden.
De coördinator met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden heeft de volgende taken:
- a. het optreden als tussenpersoon en het waar nodig vergemakkelijken van de interactie tussen de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een kwetsbaarheid op grond van artikel 34 meldt en de fabrikant of aanbieder van de mogelijk kwetsbare ICT-producten of -diensten, op verzoek van een van beide partijen;
- b. het identificeren van en contact opnemen met de betrokken entiteiten;
- c. het bijstaan van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een kwetsbaarheid meldt;
- d. het onderhandelen over tijdschema’s voor de bekendmaking en het beheren van kwetsbaarheden die van invloed zijn op meerdere entiteiten; en
- e. wanneer een gemelde kwetsbaarheid significante gevolgen kan hebben voor entiteiten in meer dan één lidstaat van de Europese Unie: het binnen het CSIRT-netwerk samenwerken met de door andere lidstaten van de Europese Unie aangewezen coördinatoren met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden.
Artikel 18. (aanwijzing en taken cybercrisisbeheerautoriteit)
Onze Minister is de cybercrisisbeheerautoriteit, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de NIS2-richtlijn, en heeft in die hoedanigheid de taken die zijn opgenomen in het nationaal plan voor grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crisisrespons, genoemd in artikel 20.
Hoofdstuk 6. Nationale cyberbeveiligingsstrategie en nationaal plan voor grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crisisrespons
Artikel 19. (nationale cyberbeveiligingsstrategie)
Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaan een nationale cyberbeveiligingsstrategie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de NIS2-richtlijn vast.
In het kader van de nationale cyberbeveiligingsstrategie stelt Onze Minister respectievelijk Onze Minister die het aangaat beleid vast over de in artikel 7, tweede lid, van de NIS2-richtlijn genoemde onderwerpen die onder zijn beleidsverantwoordelijkheid vallen.
Onze Minister beoordeelt in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaan de nationale cyberbeveiligingsstrategie regelmatig en ten minste om de vijf jaar, op basis van kernprestatie-indicatoren. Hij werkt de nationale cyberbeveiligingsstrategie in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat zo nodig bij.
Artikel 20. (nationaal plan voor grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crisisrespons)
Onze Minister stelt een nationaal plan voor grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crisisrespons als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de NIS2-richtlijn vast.
Hoofdstuk 7. Zorgplicht en governance
Artikel 21. (zorgplicht)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit neemt passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen om de risico’s voor de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen, die zij voor haar werkzaamheden of voor het verlenen van haar diensten gebruikt, te beheersen. Ook neemt zij deze maatregelen om incidenten te voorkomen of de gevolgen van incidenten voor de afnemers van haar diensten en voor andere diensten te beperken.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zorgen voor een beveiligingsniveau van de netwerk- en informatiesystemen dat is afgestemd op de risico’s, bedoeld in het eerste lid. Bij het nemen van de maatregelen houdt de entiteit in ieder geval rekening met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten en, indien van toepassing, de desbetreffende Europese en internationale normen. Ten aanzien van de evenredigheid van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, houdt de entiteit naar behoren rekening met de mate waarin zij aan risico’s is blootgesteld, de omvang van de entiteit en de kans dat zich incidenten voordoen en de ernst ervan, met inbegrip van de maatschappelijke en economische gevolgen.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een benadering die alle gevaren omvat en tot doel heeft netwerk- en informatiesystemen en de fysieke omgeving van die systemen tegen incidenten te beschermen, en omvatten ten minste het volgende:
- a. beleid inzake risicoanalyse en beveiliging van informatiesystemen;
- b. incidentenbehandeling;
- c. bedrijfscontinuïteit, zoals back-upbeheer en herstelplannen, en crisisbeheer;
- d. de beveiliging van de toeleveringsketen, met inbegrip van beveiligingsgerelateerde aspecten met betrekking tot de relaties tussen de entiteit en haar rechtstreekse leveranciers of dienstverleners;
- e. beveiliging bij het verwerven, ontwikkelen en onderhouden van netwerk- en informatiesystemen, met inbegrip van de respons op en bekendmaking van kwetsbaarheden;
- f. beleid en procedures om de effectiviteit van maatregelen voor het beheersen van cyberbeveiligingsrisico’s te beoordelen;
- g. basispraktijken op het gebied van cyberhygiëne en opleiding op het gebied van cyberbeveiliging;
- h. beleid en procedures inzake het gebruik van cryptografie en, in voorkomend geval, encryptie;
- i. beveiligingsaspecten ten aanzien van personeel, toegangsbeleid en beheer van assets; en
- j. wanneer gepast, het gebruik van multifactor-authenticatie- of continue-authenticatieoplossingen, beveiligde spraak-, video- en tekstcommunicatie en beveiligde noodcommunicatiesystemen binnen de entiteit.
Wanneer de entiteit overweegt welke maatregelen als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, passend zijn, houdt zij rekening met:
- a. de specifieke kwetsbaarheden van elke rechtstreekse leverancier en dienstverlener;
- b. de algemene kwaliteit van de producten en de cyberbeveiligingspraktijken van haar leveranciers en dienstverleners, met inbegrip van hun veilige ontwikkelingsprocedures; en
- c. de resultaten van de door de samenwerkingsgroep op grond van artikel 22, eerste lid, van de NIS2-richtlijn uitgevoerde gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen van kritieke toeleveringsketens.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en kunnen met betrekking tot die maatregelen eisen worden gesteld aan entiteiten, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen sectoren, subsectoren, soorten entiteiten en entiteiten.
De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 21a. (weren producten en diensten van leveranciers)
Indien dat naar het oordeel van Onze Minister die het aangaat, ter uitwerking van artikel 21, noodzakelijk is om risico’s voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen die de nationale veiligheid raken te beheersen of om incidenten die de nationale veiligheid raken te voorkomen, legt hij in overeenstemming met Onze Minister een essentiële entiteit of een belangrijke entiteit de verplichting op om in de daarbij aangewezen onderdelen van haar netwerk- en informatiesystemen uitsluitend gebruik te maken van producten of diensten van anderen dan de daarbij door Onze Minister die het aangaat genoemde partij die:
- a. een staat, entiteit of persoon is waarvan bekend is of waarvoor gronden zijn te vermoeden dat deze de intentie heeft om de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen van de essentiële entiteit of belangrijke entiteit aan te tasten of om incidenten bij de essentiële entiteit of belangrijke entiteit te veroorzaken; of
- b. nauwe banden heeft met of onder invloed staat van een staat, entiteit of persoon als bedoeld in onderdeel a, of een entiteit of persoon is ten aanzien van wie er gronden zijn om dergelijke banden of invloed te vermoeden.
In het kader van de beoordeling van de noodzaak, bedoeld in het eerste lid, beoordeelt Onze Minister die het aangaat in elk geval of beheersmaatregelen mogelijk en realiseerbaar zijn die de nationale veiligheidsrisico’s die in het geding zijn voldoende beschermen.
Indien de verplichting, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op reeds in gebruik zijnde producten en diensten ten behoeve van de daarbij aangewezen onderdelen, stelt Onze Minister die het aangaat in het belang van de continuïteit van de dienstverlening een termijn vast voor het vervangen respectievelijk beëindigen van de betreffende producten en diensten.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten die aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten zijn.
Artikel 22. (sectorspecifieke rechtshandelingen zorgplicht)
Indien sectorspecifieke rechtshandelingen van de Europese Unie voorschrijven dat een essentiële entiteit of belangrijke entiteit risicobeheersmaatregelen op het gebied van cyberbeveiliging neemt en indien deze verplichtingen ten minste gelijkwaardig zijn aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 21, is artikel 21 niet van toepassing op die entiteit.
De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden geacht gelijkwaardig te zijn aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 21, wanneer de door sectorspecifieke rechtshandelingen van de Europese Unie voorgeschreven risicobeheersmaatregelen op het gebied van cyberbeveiliging ten minste een vergelijkbare uitwerking hebben als de verplichtingen, bedoeld in artikel 21.
Artikel 23. (ontheffing zorgplicht)
Onze Minister die het aangaat kan bij regeling of besluit, in overeenstemming met Onze Minister, een essentiële entiteit respectievelijk een belangrijke entiteit die activiteiten uitvoert op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving of die uitsluitend diensten verleent aan een overheidsinstantie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met betrekking tot die activiteiten of diensten ontheffen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 21.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer en voor zover een entiteit optreedt als verlener van vertrouwensdiensten die niet uitsluitend worden gebruikt binnen systemen die gesloten zijn als gevolg van een wettelijke regeling of een overeenkomst tussen een bepaalde groep deelnemers.
Artikel 24. (governance)
De maatregelen, bedoeld in artikel 21, behoeven de goedkeuring van het bestuur van de essentiële entiteit of belangrijke entiteit.
Ieder lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit beschikt over kennis en vaardigheden om:
- a. risico’s voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen te kunnen identificeren;
- b. risicobeheersmaatregelen op het gebied van cyberbeveiliging te kunnen beoordelen; en
- c. de gevolgen van de risico’s en risicobeheersmaatregelen voor de diensten die door de entiteit worden verleend te kunnen beoordelen.
Ieder lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit voldoet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het tweede lid aan het bepaalde in het tweede lid. Indien een lid na de inwerkingtreding van het tweede lid wordt benoemd, voldoet dit lid binnen twee jaar na diens benoeming aan het bepaalde in het tweede lid.
Ieder lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit houdt de kennis en vaardigheden, bedoeld in het tweede lid, aantoonbaar actueel.
Met het oog op het aantonen van de kennis en vaardigheden bezit ieder lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit een certificaat, waaruit de deelname blijkt aan een training die de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, behandelt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de training en het certificaat, bedoeld in het vijfde lid, waaronder de duur en het niveau van de training.
Indien een rechtspersoon het bestuur of een lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit is, is het bepaalde bij of krachtens het tweede tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon of natuurlijke personen die namens die rechtspersoon zitting heeft of hebben in het bestuur van de essentiële entiteit of belangrijke entiteit.
Indien de essentiële entiteit of belangrijke entiteit toepassing heeft gegeven aan de artikelen 129a of 239a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zesde lid uitsluitend van toepassing op de uitvoerende bestuurders van die essentiële entiteit of belangrijke entiteit.
Indien de essentiële entiteit of belangrijke entiteit een maatschap is, is het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing op iedere maat van die maatschap.
Indien de essentiële entiteit of belangrijke entiteit een vennootschap onder firma is, is het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing op iedere vennoot van die vennootschap onder firma.
Indien de essentiële entiteit of belangrijke entiteit een commanditaire vennootschap is, is het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing op de beherende vennoten van die commanditaire vennootschap.
Indien de essentiële entiteit een overheidsinstantie is, wordt voor de toepassing van dit artikel als het bestuur aangemerkt:
- a. bij ministeries: de minister;
- b. bij zelfstandige bestuursorganen van de centrale overheid: het zelfstandige bestuursorgaan;
- c. bij provincies: gedeputeerde staten;
- d. bij gemeenten: het college van burgemeester en wethouders;
- e. bij waterschappen: het dagelijks bestuur;
- f. bij gemeenschappelijke regelingen: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan.
Dit artikel is niet van toepassing op een essentiële entiteit of belangrijke entiteit indien artikel 21 niet van toepassing is op die entiteit.
Hoofdstuk 8. Significante incidenten, incidenten, bijna-incidenten, significante cyberdreigingen, cyberdreigingen en kwetsbaarheden
§ 8.1. Meldplicht
Artikel 25. (meldplicht significante incidenten)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit meldt overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 29 ieder significant incident.
Een incident is een significant incident als het:
- a. een ernstige operationele verstoring van de diensten of financiële verliezen voor de betrokken entiteit veroorzaakt of kan veroorzaken; of
- b. andere entiteiten heeft getroffen of kan treffen door aanzienlijke materiële of immateriële schade te veroorzaken.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de criteria worden vastgesteld op basis waarvan wordt bepaald of sprake is van een significant incident als bedoeld in het tweede lid, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen sectoren, subsectoren, soorten entiteiten en entiteiten.
Ten aanzien van de entiteiten waarvoor in uitvoeringshandelingen op grond van artikel 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn nader is gespecificeerd in welke gevallen een incident bij die entiteiten als significant wordt beschouwd, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur naast de hiervoor bedoelde specificaties in uitvoeringshandelingen, aanvullende criteria worden vastgesteld op basis waarvan wordt bepaald of sprake is van een significant incident als bedoeld in het tweede lid, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen sectoren, subsectoren, soorten entiteiten en entiteiten.
Artikel 26. (vroegtijdige waarschuwing)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit geeft ten behoeve van de melding, bedoeld in artikel 27, eerste lid, een vroegtijdige waarschuwing over het significante incident aan haar CSIRT en haar bevoegde autoriteit. Dit doet zij onverwijld of, indien dat niet mogelijk is, binnen 24 uur nadat zij kennis heeft gekregen van het significante incident.
Bij de vroegtijdige waarschuwing, bedoeld in het eerste lid:
- a. geeft de entiteit aan of het significante incident vermoedelijk door een onrechtmatige of kwaadwillige handeling is veroorzaakt;
- b. geeft de entiteit aan of het significante incident grensoverschrijdende gevolgen kan hebben; en
- c. verstrekt de entiteit de contactgegevens van de functionaris die verantwoordelijk is voor de melding.
Artikel 27. (melding, update en initiële beoordeling)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit dient onverwijld of, indien dat niet mogelijk is, binnen 72 uur nadat zij kennis heeft gekregen van het significante incident een melding in bij haar CSIRT en haar bevoegde autoriteit met:
- a. indien van toepassing, een update van de informatie, bedoeld in artikel 26;
- b. indien van toepassing, een initiële beoordeling van het significante incident, met inbegrip van de ernst en de gevolgen ervan;
- c. indien van toepassing en beschikbaar, de indicatoren voor aantasting; en
- d. alle beschikbare informatie die het CSIRT en de bevoegde autoriteit in staat stelt om eventuele grensoverschrijdende gevolgen van het incident te bepalen.
In afwijking van het eerste lid dient een essentiële entiteit of belangrijke entiteit die een vertrouwensdienst aanbiedt onverwijld of, indien dat niet mogelijk is, binnen 24 uur nadat zij kennis heeft gekregen van het significante incident een melding van het significante incident in bij haar CSIRT en haar bevoegde autoriteit als dat incident gevolgen heeft voor de verlening van haar vertrouwensdienst.
Artikel 28. (tussentijds verslag)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit dient in het kader van de melding, bedoeld in artikel 27, eerste lid, op verzoek van haar CSIRT of haar bevoegde autoriteit een tussentijds verslag in over relevante updates van de situatie.
Artikel 29. (voortgangsverslag en eindverslag)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit dient uiterlijk één maand na de melding, bedoeld in artikel 27, eerste lid, een eindverslag in bij haar CSIRT en haar bevoegde autoriteit waarin het volgende is opgenomen:
- a. een gedetailleerde beschrijving van het incident, de ernst en de gevolgen ervan;
- b. het soort bedreiging of de grondoorzaak die waarschijnlijk tot het incident heeft geleid;
- c. toegepaste en lopende risicobeperkende maatregelen; en
- d. in voorkomend geval, de grensoverschrijdende gevolgen van het incident.
Indien het incident nog voortduurt op het moment dat het eindverslag had moeten worden ingediend, dient de essentiële entiteit of belangrijke entiteit op dat moment in plaats van een eindverslag een voortgangsverslag in waarin wordt ingegaan op de aspecten, genoemd in het eerste lid. Zij dient een eindverslag in binnen één maand nadat het incident is afgehandeld.
§ 8.2. Informeren van ontvangers van diensten
Artikel 30. (informeren van ontvangers van diensten)
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit stelt in voorkomend geval onverwijld de ontvangers van haar diensten in kennis van significante incidenten die een nadelige invloed kunnen hebben op de verlening van die diensten.
De essentiële entiteit of belangrijke entiteit deelt de ontvangers van haar diensten, die mogelijkerwijs door een significante cyberdreiging in relatie tot het ontvangen van die diensten worden getroffen, onverwijld mee welke maatregelen die ontvangers kunnen nemen in reactie op die dreiging. Indien nodig stelt de entiteit die ontvangers ook in kennis van de desbetreffende significante cyberdreiging.
§ 8.3. Sectorspecifieke rechtshandelingen en ontheffing
Artikel 31. (sectorspecifieke rechtshandelingen meldplicht)
Indien sectorspecifieke rechtshandelingen van de Europese Unie voorschrijven dat een essentiële entiteit of belangrijke entiteit significante incidenten moet melden en indien deze eisen ten minste gelijkwaardig zijn aan die uit deze wet, zijn de verplichtingen uit de artikelen 25 tot en met 30 niet van toepassing op die specifieke entiteit.
De eisen, bedoeld in het eerste lid, worden geacht gelijkwaardig te zijn wanneer de sectorspecifieke rechtshandeling voorziet in onmiddellijke toegang, in voorkomend geval automatisch en rechtstreeks, tot de meldingen van incidenten door het CSIRT, de bevoegde autoriteit of het centrale contactpunt, en wanneer de eisen voor het melden van significante incidenten ten minste een vergelijkbare uitwerking hebben als de eisen, bedoeld in de artikelen 25 tot en met 30, 36 en 39, eerste en tweede lid.
Artikel 32. (ontheffing meldplicht)
Onze Minister die het aangaat kan bij regeling of besluit, in overeenstemming met Onze Minister, een essentiële entiteit of belangrijke entiteit die activiteiten uitvoert op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving of die uitsluitend diensten verleent aan een overheidsinstantie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, met betrekking tot die activiteiten of diensten ontheffen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 25 tot en met 30.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer een entiteit optreedt als verlener van vertrouwensdiensten die niet uitsluitend worden gebruikt binnen systemen die gesloten zijn als gevolg van een wettelijke regeling of een overeenkomst tussen een bepaalde groep deelnemers.
§ 8.4. Vrijwillige meldingen
Artikel 33. (vrijwillige meldingen van significante incidenten, incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen)
Onverminderd artikel 25 kan op vrijwillige basis een melding worden ingediend door:
- a. een essentiële entiteit of belangrijke entiteit bij haar CSIRT, over incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen;
- b. eenieder bij een CSIRT, over significante incidenten als bedoeld in artikel 25, tweede lid, incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen.
Het CSIRT verwerkt de vrijwillige meldingen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de in artikel 36 omschreven procedure. Het CSIRT kan daarbij voorrang geven aan de verwerking van verplichte meldingen als bedoeld in artikel 25 boven vrijwillige meldingen als bedoeld in het eerste lid.
Het CSIRT kan de vrijwillige melding ter behandeling doorsturen naar een ander CSIRT.
Artikel 34. (vrijwillige meldingen van kwetsbaarheden)
Eenieder kan op vrijwillige basis een melding maken van een kwetsbaarheid bij de coördinator met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden.
De melding kan anoniem worden gedaan.
De coördinator met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden geeft opvolging aan de melding door het verrichten van de taken, genoemd in artikel 17, tweede lid, en waarborgt de anonimiteit van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de kwetsbaarheid meldt.
§ 8.5. Nadere regels
Artikel 35. (nadere regels over meldingen)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitwerking van de artikelen 26 tot en met 30, 33 en 34, waaronder regels over de gegevens waar de vroegtijdige waarschuwing, de melding, het tussentijds verslag en het eindverslag in ieder geval uit moeten bestaan en de wijze waarop dit geschiedt.
§ 8.6. Taken en bevoegdheden van het CSIRT en de bevoegde autoriteit bij significante incidenten en significante cyberdreigingen
Artikel 36. (taken CSIRT na melding significant incident)
Het CSIRT verstrekt onverwijld en zo mogelijk binnen 24 uur na ontvangst van de vroegtijdige waarschuwing, bedoeld in artikel 26, een antwoord aan de meldende entiteit, met inbegrip van een eerste terugkoppeling over het significante incident en, op verzoek van de entiteit, richtsnoeren of operationeel advies voor de uitvoering van mogelijke risicobeperkende maatregelen.
Het CSIRT verleent aanvullende technische ondersteuning indien de betrokken entiteit daar om verzoekt.
Wanneer wordt vermoed dat het significante incident van criminele aard is, geeft het CSIRT ook richtsnoeren aan de meldende entiteit voor het melden van het significante incident aan de rechtshandhavingsinstanties.
Artikel 37. (openbaarmaking significant incident door CSIRT of bevoegde autoriteit)
Het CSIRT respectievelijk de bevoegde autoriteit kan, na raadpleging van de betrokken entiteit, het publiek informeren over een significant incident of de entiteit verplichten om dit te doen, wanneer:
- a. publieke bewustmaking nodig is om een significant incident te voorkomen;
- b. dat nodig is om een lopend incident te beheersen; of
- c. de bekendmaking van het significante incident anderszins in het algemeen belang is.
Artikel 38. (inkennisstelling natuurlijke personen of rechtspersonen door entiteit)
De bevoegde autoriteit kan de essentiële entiteit of belangrijke entiteit verplichten om de natuurlijke personen of rechtspersonen aan wie de entiteit diensten verleent of voor wie de entiteit activiteiten uitvoert en die mogelijkerwijs door een significante cyberdreiging worden beïnvloed, in kennis te stellen van de aard van de dreiging en alle mogelijke beschermings- of herstelmaatregelen die deze natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen nemen als reactie op die dreiging.
§ 8.7. Informatieverstrekking in verband met meldingen
Artikel 39. (informatieverstrekking over gemelde significante incidenten, incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen)
Het CSIRT stelt het centrale contactpunt in kennis van de op grond van artikel 25 ontvangen meldingen van significante incidenten en, indien nodig, van de op grond van artikel 33, eerste lid, onderdeel a, ontvangen vrijwillige meldingen van incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen. In geval van een grensoverschrijdend of sectoroverschrijdend significant incident, zorgt het CSIRT ervoor dat de relevante informatie die hierover is gemeld tijdig aan het centrale contactpunt wordt verstrekt.
Als dat passend is en in elk geval als het aan het CSIRT gemelde incident, bijna-incident of cyberdreiging, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op twee of meer lidstaten van de Europese Unie, stelt het centrale contactpunt de centrale contactpunten van de andere getroffen lidstaten en Enisa onverwijld daarvan in kennis. Die kennisgeving omvat, in geval van een significant incident, de informatie die overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 29 is ontvangen. Daarbij beschermt het centrale contactpunt de beveiligingsbelangen en commerciële belangen van de entiteit en de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie.
Op verzoek van het CSIRT of de bevoegde autoriteit stuurt het centrale contactpunt de op grond van de artikelen 25 en 33 ontvangen meldingen door naar de centrale contactpunten van de andere betrokken lidstaten van de Europese Unie.
Als uit gegevens die het centrale contactpunt heeft ontvangen van een centraal contactpunt van een andere lidstaat van de Europese Unie blijkt dat een daar gemeld incident, bijna-incident of cyberdreiging gevolgen heeft voor de verlening van de diensten van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit in Nederland, stelt het centrale contactpunt het betrokken CSIRT en de betrokken bevoegde autoriteit daarvan op de hoogte.
Het centrale contactpunt dient elke drie maanden bij Enisa een samenvattend verslag in met geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over gemelde significante incidenten, incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen.
Artikel 40. (informatieverstrekking over gemelde significante incidenten, incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen door essentiële entiteiten die tevens kritieke entiteiten zijn)
De bevoegde autoriteit verstrekt de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, informatie over een significant incident dat overeenkomstig artikel 25 is gemeld door een essentiële entiteit die tevens een kritieke entiteit is als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
Het CSIRT verstrekt de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, informatie over een incident, bijna-incident of cyberdreiging dat overeenkomstig artikel 33, eerste lid, onderdeel a, is gemeld door een essentiële entiteit die tevens een kritieke entiteit is als bedoeld in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
Artikel 41. (informatieverstrekking in verband met incidenten met betrekking tot financiële entiteiten)
Indien het centrale contactpunt informatie van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van de Verordening (EU) 2022/2554 ontvangt over incidenten met betrekking tot financiële entiteiten, kan hij deze informatie doorsturen naar een CSIRT of een bevoegde autoriteit.
Hoofdstuk 9. Aanwijzing vertegenwoordiger
Artikel 42. (aanwijzing vertegenwoordiger)
Indien een hierna genoemde essentiële entiteit of belangrijke entiteit, als bedoeld in deze wet of in het nationale recht van een lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd, niet in de Europese Unie is gevestigd, maar wel in Nederland diensten aanbiedt, en deze entiteit geen vertegenwoordiger heeft aangewezen in een lidstaat van de Europese Unie waar die diensten worden aangeboden, wijst deze entiteit een vertegenwoordiger aan die is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie waar deze entiteit die diensten aanbiedt:
- a. DNS-dienstverleners;
- b. registers voor topleveldomeinnamen;
- c. aanbieders van cloudcomputingdiensten;
- d. aanbieders van datacentrumdiensten;
- e. aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud;
- f. aanbieders van beheerde diensten;
- g. aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten;
- h. aanbieders van onlinemarktplaatsen;
- i. aanbieders van onlinezoekmachines;
- j. aanbieders van platforms voor socialenetwerkdiensten.
Indien een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent niet in de Europese Unie is gevestigd, maar wel in Nederland diensten aanbiedt, en deze entiteit geen vertegenwoordiger heeft aangewezen in een lidstaat van de Europese Unie waar die diensten worden aangeboden, wijst deze entiteit een vertegenwoordiger aan die is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, waar deze genoemde entiteit die diensten aanbiedt.
Hoofdstuk 10. Nationaal register van essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten en entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen
Artikel 43. (nationaal register van entiteiten)
In het belang van de goede uitvoering van deze wet beheert Onze Minister een nationaal register van essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten en entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen.
Onze Minister evalueert het nationale register en past het indien nodig aan, ten minste elke twee jaren, of vaker indien daartoe aanleiding bestaat.
Onze Minister wijzigt, weigert of beëindigt in overeenstemming met de bevoegde autoriteit die het aangaat een in het eerste lid bedoelde registratie, indien de grond voor registratie is gewijzigd, vervallen of ontbreekt.
Artikel 44. (informatieverstrekking ten behoeve van nationale register)
Een essentiële entiteit, belangrijke entiteit en een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent verstrekt ten behoeve van de registratie in het nationale register, bedoeld in artikel 43, aan Onze Minister de volgende informatie middels het daarvoor opgezette mechanisme:
- a. de naam van de entiteit;
- b. het adres en de actuele contactgegevens van de entiteit, met inbegrip van e-mailadressen, IP-bereiken en telefoonnummers;
- c. indien van toepassing, de sectoren en subsectoren, bedoeld in bijlage 1 of 2 van deze wet, waartoe de entiteit behoort;
- d. indien van toepassing, een vermelding van de lidstaten van de Europese Unie waar de entiteit haar diensten als bedoeld in bijlage 1 of bijlage 2 van deze wet verleent;
- e. indien van toepassing, de deelname aan en terugtrekking uit een informatie-uitwisselingsregeling als bedoeld in artikel 62, tweede lid; en
- f. indien van toepassing, de andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur genoemde gegevens.
De entiteiten, bedoeld in het eerste lid, melden Onze Minister onverwijld of in elk geval binnen twee weken na de datum van de wijziging, elke wijziging van de informatie die zij op grond van het eerste lid hebben verstrekt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste lid, waaronder regels over de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
Artikel 45. (ontheffing verplichting informatieverstrekking nationale register)
Onze Minister die het aangaat kan bij regeling of besluit, in overeenstemming met Onze Minister, een essentiële entiteit, een belangrijke entiteit of entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent ontheffen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 44, indien de desbetreffende entiteit uitsluitend activiteiten verricht op het gebied van nationale veiligheid, openbare veiligheid, defensie of rechtshandhaving of uitsluitend diensten verleent aan een overheidsinstantie als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer en voor zover een entiteit optreedt als verlener van vertrouwensdiensten die niet uitsluitend worden gebruikt binnen systemen die gesloten zijn als gevolg van een wettelijke regeling of een overeenkomst tussen een bepaalde groep deelnemers.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)