Besluit van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 27 juli 2026, nr. BZ2630255, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in verband met aanvullende middelen voor activiteiten op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen en op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling (Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-07
State In force
Source BWB
artikelen 7
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op de artikelen 2.5 en 2.6, sub d, e, g en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.5 en 2.6, sub d, e, g en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen en op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

Voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2031 een subsidieplafond van € 105 miljoen.

Artikel 3

Voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ komen uitsluitend die organisaties in aanmerking waaraan subsidie is verleend in het kader van het Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–20311Staatscourant 2023, nr. 30607., dan wel de hoogst-scorende aanvraag hadden ingediend op het thema Veiligheid voor mensen en gemeenschappen.

Artikel 4

Rekening houdend met een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken geldt dat ten hoogste vier subsidies worden verleend voor aanvragen op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen, waarvan ten minste twee aanvragen gericht op bescherming van burgers, en ten hoogste zes subsidies worden verleend voor aanvragen op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling, waarvan ten hoogste vier aanvragen gericht op vredesopbouw en ten hoogste twee aanvragen gericht op conflictbemiddeling.

Artikel 5

Aanvragen voor een subsidie in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ worden ingediend vanaf de datum waarop dit besluit in werking treedt tot en met 15 oktober 2026 om 23.59 uur CEST, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.2Het aanvraagformulier en de appendices bij de bijlage bij dit besluit worden gedeeld met de organisaties die voor subsidieverlening in aanmerking kunnen komen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’.

Bijlage. – Beleidsregels ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031

1. Achtergrond

Voor context en achtergrond van het Nederlands beleid op het gebied van stabiliteit en veiligheid wordt verwezen naar het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 november 2023, nr. Min-BuZa.2023.20012-27 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031).3Staatscourant 2023, 30607.

2. Wijziging beleidscontext

Sinds de start van het Contributing to Peaceful and Safe Societies (CPSS) Subsidieprogramma is de beleidscontext waarin het programma wordt uitgevoerd gewijzigd:

De opzet en insteek van het CPSS Subsidieprogramma sluit nauw aan op de toegenomen nadruk op een integrale en strategische inzet van middelen voor het bevorderen van stabiliteit en veiligheid – met name daar waar het gaat om het versterken van de connectie tussen verschillende soorten thematische activiteiten die bijdragen aan stabiliteit en veiligheid, en het versterken van de connectie tussen deze thematische activiteiten en (internationale) beleidsbeïnvloeding. Het feit dat de lijst met focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde) is uitgebreid betekent daarbij dat de basis voor beleidsbeïnvloeding verbreed kan worden.

Om deze redenen kiest het Ministerie van Buitenlandse Zaken ervoor om aanvullende middelen beschikbaar te stellen om het bestaande CPSS Subsidieprogramma uit te breiden. Het ministerie heeft besloten het subsidieplafond voor het CPSS Subsidieprogramma met € 105 miljoen te verhogen (van € 200 naar € 305 miljoen) middels onderhavig besluit ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’(hierna: Subsidieprogramma). Dit besluit bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidies in het kader van dit Subsidieprogramma.

3. Thematische verdeling van de beschikbare middelen

Met het oog op een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen over de beleidsdoelen van het Subsidieprogramma geldt dat:

4. Wie kunnen voor subsidie in aanmerking komen

Tegen de achtergrond van het streven naar een meer integrale en strategische inzet van middelen voor het bevorderen van stabiliteit en veiligheid en ten behoeve van een doelmatige inzet van de extra beschikbaar gekomen middelen kunnen ten hoogste tien organisaties in aanmerking komen voor subsidieverlening in het kader van dit Subsidieprogramma: de negen organisaties waaraan in het kader van het bestaande CPSS Subsidieprogramma subsidie is verleend, plus een tiende organisatie die een aanvraag had ingediend onder het beleidsdoel Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, waarvoor geen subsidie is verleend in verband met de hoeveelheid destijds beschikbare middelen en de doelmatige inzet daarvan. Daardoor zijn er tot nu toe drie in plaats van vier subsidies verleend op dit beleidsdoel. Met de extra beschikbaar komende middelen kan het gemis aan een vierde subsidie onder het CPSS Subsidieprogramma voor het beleidsdoel Veiligheid voor mensen en gemeenschappen worden ondervangen gelet op de meerwaarde van een strategische toevoeging aan het Veiligheid en democratische rechtsorde portfolio.

5. Wat komt voor subsidie in aanmerking

5.1. Subsidiabele activiteiten

Voor de subsidiabele activiteiten onder dit Subsidieprogramma gelden dezelfde vereisten als gesteld voor subsidiabele activiteiten in het kader van het CPSS Subsidieprogramma.7Zie hoofdstuk 3 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.

De eis dat minimaal 25% en maximaal 40% van de gevraagde subsidie bestemd is voor empirisch onderbouwde beleidsbeïnvloedingsactiviteiten, en dat minimaal 60% en maximaal 75% van de gevraagde subsidie bestemd is voor adaptieve, lokaal geleide programmering op landenniveau (inclusief institutionele capaciteitsversterking van lokale partners) met betrekking tot Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of met betrekking tot Vredesopbouw en conflictbemiddeling, blijft gelden.

De voorgestelde adaptieve, lokaal geleide programmering activiteiten op landenniveau dienen te worden uitgevoerd in focuslanden (zie paragraaf 5.2). De voorgestelde lokale, nationale en regionale beleidsbeïnvloeding activiteiten dienen eveneens gericht te zijn op de focuslanden (zie paragraaf 5.2). Internationale beleidsbeïnvloeding activiteiten bouwen zoveel als mogelijk voort op inzichten opgedaan in focuslanden.

De gestelde richtlijnen voor activiteiten (inclusiviteit; conflict sensitiviteit; afstemming en coördinatie) blijven onverminderd van kracht.

5.2. Focuslanden

5.2.1. Wijziging focuslanden

Het CPSS Subsidieprogramma was gericht op 14 landen die ten tijde van de publicatie van het CPSS Subsidiebeleidskader golden als de Nederlandse focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde)8Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607.: Afghanistan, Burkina Faso, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Irak, Jemen, Mali, Niger, Oeganda, Palestijnse Gebieden, Soedan, Somalië, Tunesië, en Zuid-Soedan. Als gevolg van de veranderende beleidscontext zoals hierboven beschreven in hoofdstuk 2 is de lijst met focuslanden voor inzet van budgetartikel 4.3 (Veiligheid en democratische rechtsorde) uitgebreid van 14 naar 18 focuslanden, waarbij vijf landen van de lijst verwijderd zijn: Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Jemen en Zuid-Soedan.

Aanvragen in het kader van dit subsidieprogramma moeten gericht zijn op de nieuwe lijst van focuslanden; alleen voor aanvragen die voor 100% gericht zijn op Conflictbemiddeling kan dit soms anders zijn, zie daarover paragraaf 5.2.2. Dit betekent dat bestaande CPSS activiteiten in Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo (Oost-Congo), Jemen en Zuid-Soedan niet kunnen worden geïntensiveerd.

5.2.2. Wijziging aantal focuslanden

Onder het CPSS subsidieprogramma dienen activiteiten gericht op Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, en activiteiten gericht op Vredesopbouw en conflictbemiddeling, te worden uitgevoerd in minimaal twee en maximaal vier focuslanden.9Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. Als gevolg van de wijzigingen in de beleidscontext zoals beschreven in hoofdstuk 2, wordt de eis van uitvoering van activiteiten in maximaal vier focuslanden onder dit Subsidieprogramma aangepast naar maximaal zes focuslanden (oorspronkelijke CPSS en aanvullende activiteiten tezamen). De minimum eis van twee focuslanden blijft gelden.

Voor CPSS subsidieontvangers wier onder het CPSS Subsidieprogramma gehonoreerde aanvragen volledig (i.e., 100% van de aangevraagde subsidie) gericht zijn op activiteiten op het gebied van conflictbemiddeling is geen maximum aantal focuslanden van toepassing (de minimum eis van twee focuslanden geldt wel).10Zie paragraaf 3.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. Deze uitzondering is gemaakt omdat het moeilijk te voorspellen is waar en wanneer behoefte aan conflictbemiddeling zal ontstaan.

Onder dit Subsidieprogramma mogen activiteiten van deze CPSS subsidieontvangers zich in overleg met het ministerie ook richten op niet-focuslanden (als daar behoefte aan conflictbemiddeling bestaat). Deze wijziging is doorgevoerd als gevolg van de versterkte Nederlandse inzet op conflictbemiddeling (zoals beschreven in hoofdstuk 2). De minimumeis van uitvoering van activiteiten in ten minste twee focuslanden blijft gelden.

5.3. Mogelijke insteek subsidieaanvraag

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moeten organisaties hun aanvragen richten op hetzelfde beleidsdoel als het beleidsdoel waarvoor ze in het kader van het CPSS Subsidieprogramma hebben ingeschreven (i.e., Veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of Vredesopbouw en conflictbemiddeling).

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit Subsidieprogramma moeten aanvragen worden ingestoken langs twee mogelijke lijnen (een of beide):

Een combinatie van deze twee lijnen is mogelijk (i.e. intensivering van bestaande CPSS activiteiten en toevoeging van focuslanden).

6. Looptijd en duur activiteiten

De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in het kader van dit Subsidieprogramma hebben een maximale looptijd van 60 maanden. De activiteiten dienen niet eerder te beginnen dan 1 januari 2027, en moeten uiterlijk 31 december 2031 zijn afgerond.

7. Beschikbare middelen voor en omvang van gevraagde subsidie

Voor subsidieverlening in het kader van het CPSS Subsidieprogramma is € 200 miljoen beschikbaar gesteld; dit subsidieplafond is uitgeput na beoordeling en selectie van de onder het CPSS Subsidieprogramma ingediende aanvragen. Voor subsidieverlening in het kader van ‘Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’ wordt € 105 miljoen beschikbaar gesteld. Daarmee is voor de periode 2024–2031 in totaal een subsidieplafond van € 305 miljoen beschikbaar gesteld voor subsidieverlening voor Contributing to Peaceful and Safe Societies.

Rekening houdend met een evenwichtige spreiding van de voor dit Subsidieprogramma beschikbare middelen over de beleidsdoelen van Contributing to Peaceful and Safe Societies is besloten dat de negen eerder toegekende CPSS subsidies verhoogd kunnen worden met maximaal 40% per toegekende subsidie.

Voor de organisatie die een aanvraag kan indienen voor de vierde mogelijke subsidie onder het beleidsdoel Veiligheid voor mensen en gemeenschappen geldt naar analogie dat zij ten hoogste in aanmerking kan komen voor een subsidie ter hoogte van het totaal van:

8. Vereisten subsidieaanvraag

De subsidieaanvragen die zijn ingediend in het kader van het CPSS Subsidieprogramma zijn reeds beoordeeld op:

Indien er wijzigingen zijn met betrekking tot de statuten en/of de financiële situatie van de aanvrager – zeker wanneer deze leiden tot een negatieve aanpassing van de risicoanalyse en -strategie – is de aanvrager verplicht deze te melden. Deze wijzigingen zullen dan worden meegenomen in de beoordelingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 10). Ter onderbouwing dienen aanvragers hun jaarrekeningen (in beginsel ge-audit) en/of een overzicht van hun financiële situatie van de afgelopen drie jaar (2023, 2024, 2025) bij de aanvraag in te dienen.

Met betrekking tot de voorgestelde activiteiten geldt dat aanvragers in het kader van dit Subsidieprogramma binnen de bestaande kaders, inclusief resultaatkaders, van de CPSS subsidies dienen te werken. Daarom zijn de overige vereisten aan inhoudelijke voorstellen in het kader van dit Subsidieprogramma zo licht mogelijk gehouden.

Voor het indienen van een subsidieaanvraag in het kader van dit Subsidieprogramma moet gebruik worden gemaakt van het door de minister daartoe vastgestelde aanvraagformulier (zie Appendix 1 bij dit Besluit). Het aanvraagformulier dient volledig ingevuld te zijn (in het Engels) en te zijn voorzien van de op het formulier vermelde bescheiden.

Het aanvraagformulier behorende bij de subsidieaanvraag bevat de volgende verplichte bijlagen:

9. Aanvraag procedure

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 15 oktober 2026 om 23:59 uur CEST. Aanvragen die later dan genoemde datum en tijd worden ingediend, worden afgewezen. Als moment van indiening geldt het moment waarop de aanvraag door het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen (zie ook hierna). De aanvragende organisatie is de enige verantwoordelijke voor een tijdige en volledige indiening van een aanvraag.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag niet voldoen aan de formele vereisten die op grond van deze beleidsregels aan aanvragen worden gesteld, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline wordt ingediend, loopt de aanvrager het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om de indiener om een aanvulling te vragen aangezien een dergelijke aanvulling niet meer mogelijk is zonder de deadline te overschrijden. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair was ingediend.

Aanvragen dienen volledig en zonder voorbehoud te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de aanvragende organisatie bevoegde persoon met vermelding van naam en functie. Het is niet mogelijk om een voorlopige aanvraag in te dienen.

Voor het indienen van een subsidieaanvraag in het kader van dit Subsidieprogramma moet gebruik worden gemaakt van het door de minister daartoe vastgestelde aanvraagformulier (zie Appendix 1 bij dit Besluit) en bijbehorende verplichte bijlagen (zie Appendices 2.i-2.iv bij dit Besluit).

De aanvraag dient te worden opgesteld in de Engelse taal. Bijlagen die zijn opgesteld in een andere taal dienen voorzien te zijn van een vertaling in het Engels. Additionele informatie (zoals USB-sticks of links naar achtergrondinformatie over een organisatie) wordt niet meegenomen in de beoordeling van een aanvraag.

Aanvragen dienen te worden ingediend per e-mail in .pdf formaat door deze te sturen naar het e-mailadres: DSH-CPSS@minbuza.nl van ‘Aanvraag Aanvullende middelen Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031’.

Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. E-mails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp-regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.13Bijvoorbeeld: ‘email 1 van 5’, ‘email 2 van 5’, etc.

Eventuele (technische) problemen bij verzending komen voor rekening en risico van de aanvrager.

10. Beoordelingsprocedure

10.1. Beoordeling

De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van dit Subsidieprogramma. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in deze beleidsregels opgenomen criteria.

De aanvrager en de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen allereerst te voldoen aan de drempelcriteria, zoals genoemd in paragraaf 10.2. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

Enkel aanvragen die aan de drempelcriteria voldoen, gaan door naar de inhoudelijke beoordeling (zie paragraaf 10.3). Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient een aanvraag van voldoende kwaliteit te zijn – i.e., een score van minimaal 60% behalen.

10.2. Drempelcriteria

10.2.1. Drempelcriteria over de aanvrager

De drempelcriteria over de aanvrager zoals die zijn opgenomen in het CPSS Subsidiebeleidskader14Zie paragraaf 10.2.1 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. blijven voor dit Subsidieprogramma onverminderd van kracht. Omdat de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit Subsidieprogramma als onderdeel van de beoordelingsprocedure voor het CPSS Subsidieprogramma al positief zijn beoordeeld op het voldoen aan deze drempelcriteria, zullen zij hierop niet opnieuw worden beoordeeld.

Wel zullen de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit Subsidieprogramma opnieuw worden beoordeeld op het voldoen aan het vereiste van artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken: ‘Voor subsidie komen alleen in aanmerking rechtspersonen die in staat zijn tot een adequaat financieel beheer en die door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten kunnen waarborgen.’ Aanvragers zijn daarom verplicht om wijzigingen met betrekking tot de statuten en/of de financiële situatie van de aanvrager, die leiden tot aanpassingen in het voldoen aan deze vereiste, te melden.

Hiertoe moeten aanvragers een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA), dan wel een ORIA update form, dan wel een ORIA light form aanleveren als onderdeel van hun subsidieaanvraag. Het ministerie zal in de uitnodiging aan de voor subsidieverlening in aanmerking komende organisaties toelichten welke organisatie welke informatie moet aanleveren.

10.2.2. Drempelcriteria over de activiteiten waar een subsidie voor wordt aangevraagd

De drempelcriteria over de activiteiten waar een subsidie voor wordt aangevraagd zoals die zijn opgenomen in het CPSS Subsidiebeleidskader15Zie paragraaf 10.2.2 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. blijven voor dit subsidieprogramma onverminderd van kracht, met uitzondering van de volgende drempelcriteria die voor de beoordeling en selectie van aanvragen in het kader van dit Subsidieprogramma als volgt zijn aangepast:

10.3. Inhoudelijke criteria

De inhoudelijke criteria over de subsidieaanvraag zoals die zijn opgenomen in het CPSS Subsidiebeleidskader17Zie hoofdstuk 12 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. blijven onverminderd van kracht voor dit Subsidieprogramma, met uitzondering van het volgende criterium dat voor de beoordeling en selectie van aanvragen in het kader van dit Subsidieprogramma als volgt is aangepast:

Daarnaast wordt voor subsidieverlening in het kader van dit Subsidieprogramma het volgende criterium toegevoegd:

11. Tijdspad

Uiterlijk op 16 november 2026 zal op de aanvragen worden besloten. Concreet betekent dit het volgende:

12. Subsidieverplichtingen en uitbetaling

De subsidieverplichtingen en uitbetaling zoals beschreven in het CPSS Subsidiebeleidskader18Zie paragraaf 10.3 van het CPSS Subsidiebeleidskader – Staatscourant 2023, nr. 30607. en opgenomen/op te nemen in subsidieverleningsbeschikkingen in het kader van dat Subsidiebeleidskader of dit Subsidieprogramma blijven onverminderd van kracht.

13. Appendices

Deze appendices zullen worden gedeeld met de organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie in het kader van dit besluit.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)