Besluit van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 juli 2026, nr. BZ2630491, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Humanitaire hulp 2027–2031)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-07
Laatst bijgewerkt 2026-08-12
State In force
Source BWB
artikelen 5
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op de artikelen 3.1. tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 3.1. tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 met het oog op de financiering van activiteiten ten behoeve van noodhulp gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

1.

Voor subsidieverlening in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 voor activiteiten als bedoeld in de artikelen 3.1. tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2031 een subsidieplafond van € 507.000.000, dat als volgt over de twee afzonderlijke financieringskanalen wordt verdeeld:

2.

Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 juli 2031 23:59.59 uur CEST.

Artikel 4

Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan komt van de op die dag gelijktijdig binnengekomen aanvragen, die voldoen aan de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, de aanvraag die daaraan het beste voldoet het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Indien twee of meer van deze aanvragen in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Bijlage. Subsidiebeleidskader humanitaire hulp 2027–2031

1. Inleiding

1.1. Effectieve en efficiënte humanitaire hulpverlening

Internationale humanitaire hulpverlening is een onlosmakelijk onderdeel van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Instabiliteit en geweld als gevolg van (geo)politieke geschillen, natuurrampen, klimaatverandering en uitbraken van infectieziektes leiden ertoe dat toenemende aantallen mensen in noodsituaties terechtkomen en blijven. In 2026 gaat het naar verwachting om 239 miljoen mensen, berekende de VN2Global Humanitarian Overview (GHO) 2026, Engelse versie, publicatiedatum 8 december 2025..

De wereldwijd beschikbare middelen om deze noden te lenigen zijn ontoereikend om alle mensen in nood van adequate hulp te voorzien. De kloof tussen teruglopende financiering en hoge noden dwingt hulporganisaties tot ingrijpende keuzes en scherpe prioritering. Tegen deze achtergrond werken humanitaire organisaties aan noodzakelijke hervormingen van het humanitaire systeem. Deze hervormingen richten zich, naast scherper prioriteren, ook op het terugdringen van kosten door efficiënter te werken.

Juist in een periode van grote humanitaire noden en wereldwijd afnemende financiering is meerjarige en flexibele voorfinanciering belangrijk om hulp slimmer te organiseren en middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Daarnaast is het organiseren van hulp op lokaal niveau, door lokale en nationale organisaties, van onverminderd groot belang. Het streven is om financiering, besluitvorming en verantwoordelijkheid in toenemende mate te leggen bij lokale en nationale actoren, of de netwerken die hen vertegenwoordigen, om zo de effectiviteit, relevantie en duurzaamheid van humanitaire hulp te vergroten.

Daarnaast is relevant dat het humanitair oorlogsrecht (HOR) onder druk staat en de humanitaire ruimte afneemt. Er is sprake van een trend van toenemend – ook gericht – geweld tegen humanitair personeel. Nederland wil bijdragen aan herstel en versterking van respect voor het HOR3Kamerstuk 36 180-198 van 31 maart 2026., aan borging van humanitaire ruimte en aan betere veiligheid van hulpverleners. Nederland zet zich daarom in voor versterking van het systeem om schendingen van het HOR te onderzoeken en bewijs te vergaren en om diegenen die het HOR hebben geschonden te vervolgen. In specifieke conflictsituaties wil Nederland bovendien met gerichte humanitaire diplomatie en bemiddeling bijdragen aan de ruimte die nodig is voor menselijke, onpartijdige, neutrale en onafhankelijke humanitaire actie. Dit doet Nederland in nauwe samenwerking met humanitaire partners en partners op het gebied van conflictbemiddeling en vredesopbouw. Tenslotte wil Nederland bijdragen aan zo adequaat mogelijke inzet door de gehele hulpverleningsketen op veiligheid van de mensen die bij de hulpverlening zijn betrokken.

Geworteld in de humanitaire beginselen, kent het Nederlandse beleid voor humanitaire hulp twee samenhangende pijlers:

Het kader van het Nederlandse beleid voor humanitaire hulp en diplomatie wordt gevormd door bovengenoemde overwegingen en het bredere buitenlandbeleid en het ontwikkelingsbeleid. Ook de kabinetsreactie (Kamerstukken II 2025/26, 36 180-198 van 31 maart 2026) op het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken, ‘Hulp onder Vuur: bescherming van hulpverleners in conflictsituaties’6www.adviesraadinternationalevraagstukken.nl/documenten/2026/03/12/straffeloosheid-geweld-tegen-hulpverleners, vormt een onderdeel van dit kader.

Aangezien de huidige financieringsrelaties voor humanitaire hulpverlening met zowel de leden van Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen als de Dutch Relief Alliance op 31 december 2026 aflopen, terwijl financiering van noodhulp via onafhankelijke, particuliere organisaties wenselijk blijft, stelt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2027–2031 opnieuw subsidiemiddelen beschikbaar. Het voorliggende subsidiebeleidskader vormt het richtsnoer voor de beoordeling van subsidieaanvragen en de toekenning van subsidies uit deze middelen. De subsidiemiddelen zijn bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelen zoals gesteld in dit subsidiebeleidskader.

1.2. Doelstelling subsidiebeleidskader Humanitaire hulp 2027–2031

Het doel van de humanitaire hulpverlening is het redden van levens, het herstellen van waardigheid en het versterken van paraatheid. Hierin worden twee samenhangende lange-termijn doelstellingen onderscheiden voor de twee kanalen:

1.3. Opbouw van dit kader

In dit subsidiebeleidskader worden in hoofdstuk 2 de financiële middelen, de verdeling daarvan en het selectieproces geschetst.

Hoofdstuk 3 bevat uitleg over de subsidieverstrekking op hoofdlijnen.

Hoofdstuk 4 is gewijd aan de formele vereisten die worden gesteld aan de aanvraag en informatie over de aanvraagprocedure.

In de laatste twee hoofdstukken worden de verschillende drempelcriteria en inhoudelijke beoordelingscriteria uiteengezet. Voor de financieringskanalen a en b is elk een eigen hoofdstuk ingericht.

Hoofdstuk 5 bevat criteria die van toepassing zijn op subsidieaanvragen in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 – financieringskanaal a (voor leden van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen).

Hoofdstuk 6 bevat criteria die van toepassing zijn op subsidieaanvragen in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 – financieringskanaal b (voor leden van de Dutch Relief Alliance).

2. Financiële middelen, verdeling daarvan en selectieproces

2.1. Beschikbare middelen

Het subsidieplafond voor Humanitaire hulp 2027–2031 bedraagt € 507.000.000 voor de periode vanaf de inwerkingtreding van het besluit tot en met 31 december 2031. Dit budget is opgebouwd uit de deel-plafonds voor twee financieringskanalen:

2.2. Verdeling beschikbare middelen

De verdeling van de beschikbare middelen vindt, voor elk van bovengenoemde deel-plafonds, plaats door behandeling van de aanvragen op volgorde van binnenkomst. De totaal beschikbare middelen zijn al op voorhand verdeeld in middelen voor subsidieverlening voor de twee verschillende financieringskanalen zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, en in paragraaf 2.1. hierboven.

Indien het subsidieplafond voor een financieringskanaal dreigt te worden overschreden door aanvragen die op eenzelfde dag zijn ontvangen, dan komt van de op die dag gelijktijdig binnengekomen aanvragen die voldoen aan de maatstaven die in dit subsidiebeleidskader zijn neergelegd, de aanvraag die daaraan het beste voldoet het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Indien twee of meer van deze aanvragen in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.

2.3. Selectieproces

Het selectieproces bestaat uit een aantal opeenvolgende stappen. Allereerst moet worden voldaan aan de drempelcriteria. Alleen indien daaraan is voldaan wordt de kwaliteit van de aanvraag beoordeeld op grond van inhoudelijke beoordelingscriteria.

2.3.1. Formele vereisten

De formele vereisten waaraan een aanvraag voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 moet voldoen zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van dit subsidiebeleidskader.

2.3.2. Beoordeling

De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in dit subsidiebeleidskader opgenomen criteria. In hoofdstuk 5 zijn de drempelcriteria en inhoudelijke criteria opgenomen voor aanvragen voor een subsidie ten laste van financieringskanaal a (voor leden van de IFRC, in hoofdstuk 6 die voor aanvragen voor een subsidie ten laste van financieringskanaal b (voor leden van de DRA).

2.3.2.1. Drempelcriteria

Zowel de aanvrager/penvoerder en eventuele mede-indieners, als de subsidieaanvraag, dienen ten minste te voldoen aan de drempelcriteria om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031. De drempelcriteria hebben betrekking op de betrokken organisatie(s) die subsidie aanvragen en op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder inhoudelijk beoordeeld.

2.3.2.2. Inhoudelijke criteria

Indien en nadat voldaan is aan de drempelcriteria zal de kwaliteit van de aanvraag worden beoordeeld aan de hand van de inhoudelijke criteria. Om voor subsidieverlening in het kader van de Humanitaire hulp 2027–2031 in aanmerking te komen dient de aanvraag van voldoende kwaliteit te zijn, oftewel in voldoende mate te voldoen aan de inhoudelijke criteria.

3. Subsidieverstrekking op hoofdlijnen

In dit hoofdstuk wordt de subsidieverstrekking in het kader van Humanitaire Hulp 2027–2031 op hoofdlijnen toegelicht. In paragraaf 3.1 worden de algemene uitgangspunten en principes uiteengezet die van toepassing zijn op subsidiëring via dit kader. In paragraaf 3.2 wordt beschreven wie in aanmerking kan komen voor subsidie. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de soorten activiteiten die binnen dit kader subsidiabel zijn. In paragraaf 3.4, 3.5, 3.6 en 3.7 wordt achtereenvolgens ingegaan op welke activiteiten van subsidie worden uitgesloten, voor welke landen subsidie kan worden verkregen en de looptijden van de (te financieren) activiteiten.

3.1. Doelstellingen, humanitaire principes en overige uitgangspunten

3.1.1. Doelstellingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 dienen aanvragen zich te richten op beide doelstellingen van dit subsidiebeleidskader zoals opgenomen in paragraaf 1.2.

3.1.2. Humanitair imperatief en humanitaire principes

Hulpverlening die wordt uitgevoerd met behulp van de onder dit subsidiebeleidskader verkregen subsidiemiddelen geschiedt in overeenstemming met het zogenoemde ‘humanitair imperatief’ d.w.z. het recht op het ontvangen van levensreddende hulp en het bieden daarvan. Tevens zijn de vier principes van Humanitaire hulp van toepassing:

3.1.3. Overige uitgangspunten

Hulpverlening die wordt uitgevoerd met behulp van de onder dit subsidiebeleidskader verkregen subsidiemiddelen geschiedt ook in overeenstemming met de volgende uitgangspunten:

3.2. Wie kunnen in aanmerking komen voor subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031?

De twee financieringskanalen zoals opgenomen in artikel 2, eerste lid en in paragraaf 2.1 kennen verschillende soorten organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Om deze reden worden ze hieronder separaat gepresenteerd.

3.2.1. Financieringskanaal a – voor wie bedoeld

Voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 ten laste van financieringskanaal a kunnen in aanmerking komen nationale verenigingen van de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging die lid zijn van de IFRC.

Een subsidieontvanger uit dit financieringskanaal kan voor de uitvoering van (onderdelen van) zijn voorstel gebruik maken van andere organisaties zonder winstoogmerk of van bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan het laten uitvoeren van onderdelen van het voorstel door andere (lokale) organisaties zonder winstoogmerk, bijvoorbeeld door Nationale Verenigingen van de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging.

Adviesbureaus en organisaties met een winstoogmerk komen niet in aanmerking voor subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031. Subsidieontvangers kunnen wel kosten voor inhuur van (experts van) organisaties met winstoogmerk opvoeren in de begroting van een voorstel indien de uitvoering van het voorstel of de activiteiten hun inhuur vereist.

3.2.2. Financieringskanaal b – voor wie bedoeld

Voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 ten laste van financieringskanaal b kunnen in aanmerking komen organisaties die voldoen aan alle volgende vereisten:

Een alliantie is een samenwerkingsverband van twee of meer organisaties als hierboven bedoeld, die een gezamenlijk voorstel uitvoeren waarbij alle partijen een bijdrage leveren aan het geheel. Zij sluiten daartoe een samenwerkingsovereenkomst en overleggen deze aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De penvoerder is, indien de aanvraag wordt gehonoreerd, verantwoordelijk voor de uitvoering van en verantwoording over de activiteiten van de alliantie, evenals voor de naleving jegens de minister van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. De overige partijen van de alliantie zijn mede-indieners. Het is van belang dat de alliantieleden in hun samenwerkingsovereenkomst (o.a.) afspraken maken die het voor de penvoerder mogelijk maken om de verplichtingen jegens de minister waar te maken.

De alliantie kan voor de uitvoering van (een deel van) de activiteiten gebruik maken van andere organisaties zonder winstoogmerk of van bedrijven. Een dergelijke samenwerking vindt niet plaats binnen de alliantie zoals hiervoor genoemd, maar betreft samenwerking met bijvoorbeeld een lokale organisatie die enkele onderdelen van het voorstel lokaal uitvoert.

Adviesbureaus en organisaties met een winstoogmerk komen niet in aanmerking voor subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031. Subsidieontvangers kunnen wel kosten voor inhuur van (experts van) organisaties met winstoogmerk opvoeren in de begroting van een voorstel indien de uitvoering van het voorstel of de activiteiten hun inhuur vereist.

3.3. Subsidiabele activiteiten Humanitaire hulp 2027–2031 (werkwijze en thema’s)

De subsidiemiddelen die via dit subsidiebeleidskader beschikbaar zijn, zijn bedoeld voor

Deze activiteiten dienen betrekking te hebben op een of meer van de hierna in paragraaf 3.3.1. en 3.3.2. genoemde lijsten van thema’s. Deze lijsten zijn samenhangend en limitatief. (Financiering van) activiteiten met betrekking tot niet-genoemde thema’s komt/komen niet voor subsidie in aanmerking.

3.3.1. Voorzien in humanitaire behoeften en verbeteren van de bescherming van de burgerbevolking (acute en chronische crises)

Binnen humanitaire respons wordt een onderscheid gemaakt tussen acute en chronische crises. Onder acute crises wordt verstaan de gevolgen van plotseling opgetreden of verergerde noodsituaties. Onder chronische crises wordt verstaan langdurige noodsituaties die het noodzakelijk maken om gedurende een (verwachte) periode van minimaal twee jaar met humanitaire hulp aanwezig te zijn in het betreffende gebied. Noden op gebied van geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning kunnen deel uitmaken van response in zowel acute als chronische crises.

Subsidieaanvragen voor (financiering van) activiteiten ten behoeve van de humanitaire respons in crises:

3.3.2. Het versterken van het systeem voor de humanitaire respons.

(Te financieren) activiteiten voor de versterking van het humanitair responssysteem moeten bijdragen aan een duurzaam, effectief en inclusief humanitair systeem en zijn gericht op één of meer van de volgende thema’s:

3.4. Niet-subsidiabele activiteiten

Voor subsidie komen niet in aanmerking:

3.5. Geografische Focus

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 dient de aanvraag zich te richten op ondersteuning, uitvoering en verbetering van humanitaire hulpverlening in landen, vermeld in de door het Development Assistance Committee (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) meest recent vastgestelde List of Recipients of Official Development Assistance.9https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/topics/policy-sub-issues/oda-eligibility-and-conditions/DAC-List-of-ODA-Recipients-for-reporting-2024-25-flows.pdf.

3.6. Start- en einddatum en tijdvak uit te voeren of te financieren activiteiten

Door de aanvrager/penvoerder uit te voeren of te financieren activiteiten moeten vallen binnen het tijdvak van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031. De uiterste startdatum van uit te voeren of te financieren activiteiten is 1 augustus 2031.

Activiteiten gericht op acute humanitaire response aan slachtoffers van plotseling opgetreden noodsituaties als gevolg van natuurrampen of conflicten vormen hierop een uitzondering. De uiterlijke termijn voor het starten van acute activiteiten is 31 december 2031. Activiteiten met betrekking tot acute hulp dienen uiterlijk 30 juni 2032 te worden afgerond.

De subsidieontvanger informeert het Ministerie van Buitenlandse Zaken voordat wordt gestart met (financiering van) acute humanitaire respons

3.7. Looptijd activiteiten

3.7.1. Looptijd acute humanitaire respons

De maximale looptijd voor activiteiten gericht op humanitaire hulpverlening in acute crises bedraagt:

In bepaalde gevallen, zoals bijvoorbeeld verandering van de aard van de crisis, kan het Ministerie van Buitenlandse Zaken op verzoek van de aanvrager van zowel financieringskanaal a als financieringskanaal b een uitzondering op deze termijnen maken.

3.7.2. Looptijd chronische humanitaire respons

De looptijd voor activiteiten gericht op humanitaire hulpverlening in chronische crises bedraagt voor zowel financieringskanaal a als b tenminste 24 maanden, met uitzondering van activiteiten gedurende de laatste twaalf maanden van de looptijd van dit subsidiebeleidskader. Voor financieringskanaal a kan de aanvrager een verzoek voor een uitzondering op de minimale termijn van 24 maanden indienen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

4. Formele vereisten aanvraag en aanvraagprocedure

4.1. Aanvraagprocedure

4.2. Formele vereisten aanvraag

Een subsidieaanvraag dient in ieder geval de volgende informatie te bevatten:

4.3. Specifiek voor aanvragen t.l.v. financieringskanaal a moet aanvullend worden aangeleverd:

4.4. Specifiek voor aanvragen t.l.v. financieringskanaal b moet aanvullend worden aangeleverd:

5. Criteria voor aanvragen ten laste van financieringskanaal a

In dit hoofdstuk zijn de criteria opgenomen op grond waarvan subsidieaanvragen worden beoordeeld die worden ingediend voor financieringskanaal a.

5.1. Drempelcriteria

Voor de drempelcriteria geldt dat indien een aanvraag niet voldoet aan één of meerdere criteria, deze wordt afgewezen en niet verder wordt beoordeeld. De drempelcriteria worden hieronder vermeld en indien nodig toegelicht.

5.1.1. Type organisatie

De aanvrager van een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2027–2031 ten laste van financieringskanaal a is een rechtspersoon zijnde een Nationale Vereniging van Rode Kruis- of Rode Halve Maanbeweging die lid is van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen (IFRC) met een bewezen track record in humanitaire hulpverlening.

De aanvrager toont dit aan aan de hand van zijn statuten en een EU Humanitarian Partnership Certificate.

5.1.2. Organisatorische capaciteit en integriteit

Hiertoe voegt de aanvrager bij zijn aanvraag de in Annex 3 vermelde documentatie.

5.1.3. Maximale bezoldiging

5.1.4. Subsidiabele activiteiten

5.1.5. Minimumeisen besluitvormingsmechanisme

5.1.6. Besluitvormingsmechanisme overig

In het besluitvormingsmechanisme is inzichtelijk dat bij de vormgeving van projectvoorstellen aandacht bestaat voor – en bij de beoordeling van financieringsverzoeken in ieder geval criteria worden gehanteerd op het gebied van:

5.1.7. Financiële aspecten

5.1.8. Van subsidie uitgesloten activiteiten

De in paragraaf 3.4 genoemde activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking.

5.2. Inhoudelijke criteria

De ingediende aanvraag wordt, na positieve uitkomst van toetsing op de drempelcriteria, beoordeeld op basis van de volgende inhoudelijke, kwalitatieve criteria:

5.2.1. Risicodeling

5.2.2. Lokaal geleid werken

De mate waarin in het kader van lokaal geleid werken aandacht wordt besteed aan de vormgeving van meer gelijkwaardige partnerschappen tussen leden van de IFRC.

5.2.3. Financiële aspecten

6. Criteria voor aanvragen ten laste van kanaal b

In dit hoofdstuk zijn de criteria opgenomen op grond waarvan subsidieaanvragen worden beoordeeld die worden ingediend voor financieringskanaal b.

6.1. Drempelcriteria

Voor de drempelcriteria geldt dat indien een aanvraag aan één of meerdere criteria niet voldoet, deze wordt afgewezen en niet verder wordt beoordeeld. De drempelcriteria worden hieronder vermeld en indien nodig toegelicht.

6.1.1. Alliantie

6.1.2. Type organisatie

Elke alliantiepartner:

De penvoerder toont dit aan voor elke alliantiepartner aan de hand van diens statuten.

6.1.3. Organisatorische capaciteit en integriteit

Hiertoe voegt de aanvrager bij zijn aanvraag de in Annex 3 vermelde documentatie.

6.1.4. Maximale bezoldiging

De maximale bezoldiging van de individuele leden van het management en bestuur van elk van de alliantiepartners bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar ten hoogste € 241.000 (bruto) bij een dienstverband van een 36-urige werkweek.

Genoemd bedrag bestaat uit:

Op een van de volgende wijzen wordt aangetoond dat hieraan wordt voldaan:

6.1.5. Subsidiabele activiteiten

Dit blijkt uit het beoordelingskader dat wordt ingediend ten behoeve van de criteria onder 6.1.7.

6.1.6. Minimumeisen beoordelingskader

In het beoordelingskader is inzichtelijk dat bij de beoordeling van financieringsverzoeken in ieder geval de volgende punten worden geborgd:

6.1.7. Beoordelingskader overig

In het beoordelingskader is inzichtelijk dat bij de beoordeling van financieringsverzoeken in ieder geval criteria worden gehanteerd op het gebied van:

6.1.8. Financiële aspecten

6.1.9. Van subsidie uitgesloten activiteiten

De in paragraaf 3.4 genoemde activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking.

6.2. Inhoudelijke criteria

De ingediende aanvraag wordt, na positieve uitkomst van toetsing op de drempelcriteria, beoordeeld op basis van de volgende inhoudelijke, kwalitatieve criteria:

6.2.1. Risicodeling

6.2.2. Lokaal geleid werken

De mate waarin in het kader van lokaal geleid werken aandacht wordt besteed aan de vormgeving van meer gelijkwaardige partnerschappen tussen de organisatie(s) die de subsidieaanvraag doet (doen) en lokale/nationale partners door (in ieder geval):

6.2.3. Financiële aspecten

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst. Annexen bij de bijlage worden via internet bekend gemaakt.1open.overheid.nl

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)