Besluit van 26 juni 2026 tot vaststelling van eenmalige uitkeringen in januari 2024, september 2024 en 1 juli 2025 en tot wijziging van enige besluiten in het kader van hoofdstuk 2 van het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023, het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 en het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode van 1 januari 2025 tot 1 september 2026 (Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026)

Type AMvB
Publication 2026-08-26
Laatst bijgewerkt 2026-09-02
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 12 mei 2026, nr. 2026001042;

Gelet op de artikelen 12 en 12o, tweede lid, van de Wet ambtenaren defensie;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 27 mei 2026, no. W07.26.00124/II;

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 23 juni 2026, nr. MINDEF20260042874

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel II

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie.

Artikel III

Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.

Artikel IV

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel V

Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel VI

Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen.

Artikel VII

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit defensie.

Artikel VIII

1.

De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 1.500,– in januari 2024:

2.

De eenmalige uitkering januari 2024, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:

3.

In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering januari 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder g, a, h en c, die op 1 januari 2024 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering januari 2024.

4.

De eenmalige uitkering januari 2024 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

5.

De eenmalige uitkering januari 2024 maakt deel uit van de pensioengrondslag.

6.

Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met k, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 1.500,–.

Artikel IX

1.

De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 500,– in september 2024:

2.

De eenmalige uitkering september 2024, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:

3.

In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering september 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b, die op 1 september 2024 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering september 2024.

4.

De eenmalige uitkering september 2024 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

5.

De eenmalige uitkering september 2024 maakt deel uit van de pensioengrondslag.

6.

Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 500,–.

Artikel X

1.

De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 350,– in juli 2025:

2.

De eenmalige uitkering juli 2025, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:

3.

In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering september 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b, die op 1 juli 2025 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering juli 2025.

4.

De eenmalige uitkering juli 2025 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

5.

De eenmalige uitkering juli 2025 maakt deel uit van de pensioengrondslag.

6.

Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 350,–.

Artikel XI

De ambtenaar maakt eenmalig aanspraak op een vitaliteitsbudget van € 100,– netto ten behoeve van fitheid en vitaliteit. De aanspraak wordt op declaratiebasis toegekend. De aanspraak vervalt na afloop van het kalenderjaar en is niet overdraagbaar naar een volgend kalenderjaar.

Artikel XII

1.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 1, 2 of 3 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 4 of lager had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 5.

2.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 4 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 3 of lager had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 4.

3.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 5 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 0 of 1 had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 2.

4.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 6 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 0 had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 1.

5.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 of 16 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 het maximumsalaris van diens salarisschaal had bereikt gedurende een periode van minimaal 12 maanden, wordt met ingang van 1 januari 2024 met één salarisnummer opgehoogd.

6.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 of 16 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 het maximumsalaris van diens salarisschaal had bereikt gedurende een periode van minder dan 12 maanden, wordt met één salarisnummer opgehoogd nadat de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, is verstreken.

7.

De ambtenaar, bedoeld in het zesde lid, die voor 1 januari 2024 in het genot was van een functioneringstoelage, heeft met ingang van 1 januari 2024 aanspraak op een overbruggingstoelage met een gelijke waarde als de functioneringstoelage tot het moment waarop de periode waarvoor de functioneringstoelage was toegekend, is verstreken dan wel de ambtenaar opnieuw het maximumsalaris van diens salarisschaal heeft bereikt en aan de ambtenaar opnieuw een functioneringstoelage is toegekend voor de alsdan geldende resterende periode.

8.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 9 van toepassing is en die voor 1 januari 2025 salarisnummer 9 had gedurende een periode van 12 maanden, wordt met ingang van 1 januari 2025 met één salarisnummer opgehoogd.

9.

Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 9 van toepassing is en die voor 1 januari 2025 salarisnummer 9 had gedurende een periode van minder dan 12 maanden, wordt met één salarisnummer opgehoogd nadat de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, is verstreken.

10.

De ambtenaar, bedoeld in het negende lid, die voor 1 januari 2025 in het genot was van een functioneringstoelage, heeft met ingang van 1 januari 2025 aanspraak op een overbruggingstoelage tot het moment waarop de periode waarvoor de functioneringstoelage was toegekend, is verstreken dan wel de ambtenaar opnieuw het maximumsalaris van diens heeft bereikt en aan de ambtenaar opnieuw een functioneringstoelage is toegekend.

11.

Bij samenloop van de toepassing van het eerste tot en met het tiende lid, de jaarlijkse verhoging van het salarisnummer op grond van artikel 11, eerste lid, of een bevordering, wordt uitvoering gegeven aan de voor de ambtenaar meest gunstige volgorde.

Artikel XIII

1.

Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 1 of 2 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 5, 6, 7, 8, 8, 9 of 10 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4 of 5.

2.

Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 3 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10 of 11 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5 of 6.

3.

Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 4 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 4, 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10, 11 of 12 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8.

4.

Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 5 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10, 11 of 12 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 of 10.

5.

Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 6 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10, 11 of 12 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 of 11.

6.

Bij samenloop van de toepassing van het eerste tot en met het vijfde lid, de jaarlijkse verhoging van het salarisnummer op grond van artikel 11, eerste lid, of een bevordering, wordt uitvoering gegeven aan de voor de ambtenaar meest gunstige volgorde.

Artikel XIX

1.

Een militair die uiterlijk op 31 december 2024 een verzoek heeft ingediend tot handhaving van de op dat moment geldende aanstelling en aan wie dit verzoek door het bevoegd gezag is toegewezen, behoudt deze aanstelling met de specifiek daaraan verbonden rechten en verplichtingen, zoals deze waren opgenomen in het Algemeen militair ambtenarenreglement, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie en het Inkomstenbesluit militairen zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van dit besluit.

2.

De aanstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege op de datum waarop deze overeenkomstig het oorspronkelijke aanstellingsbesluit eindigt.

3.

Op deze overgangsbepaling is voor zover niet anders bepaald de bij de aanstelling geldende rechtspositie van toepassing.

Artikel XX. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat:

Artikel XXI. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)