Besluit ingevolge artikel 18, tweede lid, Wet politiegegevens en artikel 4:7, eerste lid, onder a, van het Besluit politiegegevens van de Minister van Justitie en Veiligheid, kenmerk 7765469 van 25 augustus 2026 houdende toestemming aan de korpschef tot het verstrekken van politiegegevens voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek door LEBZ en onderzoekers (Wpg-machtigingsbesluit zedenzaken aan LEBZ en onderzoekers)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-09-03
Laatst bijgewerkt 2026-09-04
State In force
Source BWB
artikelen 4
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

*Overwegende:*

De Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (hierna: LEBZ) is in 1999 door het College van Procureurs-Generaal opgericht en heeft als doel inzicht te verschaffen in de waarde van de verklaringen en in de gedragswetenschappelijke aspecten die relevant zijn voor de bewijsvoering, en bij te dragen aan een kansrijkere rechtszaak, voorkomen dat een beschuldigde wordt aangehouden in een zaak waar meer ondersteuning is voor een alternatief scenario en vervolging naar alle waarschijnlijkheid niet zal leiden tot veroordeling. Daarbij heeft LEBZ onder andere de volgende taken:

advies uitbrengen aan de officier van justitie over de haalbaarheid van een concreet lopend opsporingsonderzoek in een zedenzaak (waarheidsgetrouwheid),

hierover jaarlijks te rapporteren, en

hieromtrent expertise te ontwikkelen en kennis over te dragen.

De doelen en taken van de LEBZ waren vanaf 1999 vastgelegd in de OM-aanwijzing: ‘opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik’ en vanaf 2016 vastgelegd bij de Politie-instructie: ‘Zeden, Kinderpornografie en Kindersekstoerisme (PIZKK).’

De kerngroep van LEBZ bestaat uit het LEBZ-coördinatiepunt, dat bestaat uit een of meerdere coördinatoren en een secretariaat. Het coördinatiepunt is sinds 1999 gefinancierd door en onder beheer van de Nationale Politie. Binnen de Landelijke Eenheid Expertise en Operaties1Artikel 3 lid 2 Besluit beheer politie. valt LEBZ onder de Dienst specialistische operaties2Artikel 7 Besluit beheer politie.. Die dienst heeft tot taak ‘het leveren van hoogwaardige, specialistische ondersteuning ten behoeve van de uitvoering van de politietaak’ waar de afdeling Netwerk van Expertiseteams onder valt. Onderdeel van die afdeling is het Team recherchepsychologen, waaronder het LEBZ-coördinatiepunt is geplaatst.

Bij het ontwikkelen van expertise en kennis maakt LEBZ 5-jaarverslagen waarin bijvoorbeeld trendontwikkelingen worden geschetst, en doet LEBZ samen met externe onderzoekers wetenschappelijk onderzoek, zoals thematische analyses waaronder fenomeenonderzoeken op zedenzaken. Deze onderzoeken vinden periodiek plaats en per onderzoek dient op dit moment telkens opnieuw een ministeriële toestemming te worden verleend voor het gebruik van politiegegevens. Gelet op het feit dat LEBZ al sinds 1999 bestaat, een politieonderdeel is, eerder ministeriële toestemmingen zijn verleend (kenmerk 3880347 en kenmerk 4803100) en het bestuursdepartement op dit moment aan het onderzoeken is om het stelsel rondom de ministeriële toestemmingen bij wetenschappelijke onderzoeken te herzien, is het opportuun om een doorlopende machtiging te verlenen aan de korpschef om politiegegevens te verstrekken aan LEBZ en externe onderzoekers totdat het stelsel is herzien. Onderhavig besluit betreft dan ook een doorlopende toestemming aan de korpschef om politiegegevens te verstrekken aan LEBZ en externe onderzoekers ten behoeve van het maken van de 5-jaarverslagen en het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.

Persoonsgegevens in zedenzaken worden verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak en betreffen politiegegevens. Het verstrekken van politiegegevens is alleen toegestaan als daartoe bij of krachtens de Wet politiegegevens een grondslag bestaat. De meeste grondslagen staan in het Besluit politiegegevens.

Op grond van artikel 22 van de Wpg kunnen politiegegevens worden verwerkt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek of statistiek met het oog op de taak, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder de voorwaarde dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten. In artikel 4:7, eerste lid, van het Besluit politiegegevens (hierna: Bpg) wordt bepaald dat politiegegevens, die verwerkt worden op grond van de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de Wpg, slechts kunnen worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie en wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het gegevens betreft die worden verwerkt met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie. In het tweede, derde, vierde en vijfde lid van artikel 4:7 van het Bpg staat onder welke voorwaarden een toestemming wordt verleend, de mogelijkheid om aanvullende voorwaarden te verbinden aan de toestemming, kennisgevingsplicht aan de verwerkingsverantwoordelijke en het verbod op rechtstreekse benadering van personen, op wie de politiegegevens betrekking hebben. Artikel 4:7, zesde lid, van het Bpg bepaalt dat indien politiegegevens, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 13 van de Wpg, op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wpg worden verstrekt ten behoeve van het in het eerste lid omschreven doel, het bepaalde in het tweede, derde, vierde en vijfde lid van toepassing is.

Ingevolge artikel 18, tweede lid, van de Wpg kan de minister in bijzondere gevallen toestemming of opdracht geven tot het verstrekken van daarbij door hem te omschrijven politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, de verstrekking noodzakelijk en proportioneel is voor het doel waarvoor de gegevens worden verstrekt. Daarnaast moeten de te verstrekken persoonsgegevens duidelijk omschreven zijn. Van de desbetreffende toestemming of opdracht wordt mededeling gedaan aan de Autoriteit persoonsgegevens.

Het merendeel van de zedenzaken waar het hier om gaat, hebben LEBZ en de externe (gedrags-) deskundigen die gelieerd zijn aan het LEBZ en als verwerker optreden, eerder ontvangen voor het uitbrengen van een advies aan de officier van justitie over de haalbaarheid van een concreet lopend opsporingsonderzoek. Deze politiegegevens worden verwerkt onder artikel 9 van de Wpg en zijn gebonden aan de verwerkingstermijnen, bewaartermijnen en vernietigingstermijnen in de Wpg. Voor het uitvoeren van een onderzoek ten behoeve van de 5-jaarverslagen, thematisch onderzoek waaronder fenomeenanalyses, worden politiegegevens aan LEBZ en in sommige gevallen ook aan externe onderzoekers verstrekt. Deze verstrekte persoonsgegevens worden opgeslagen binnen het politiesysteem en worden verwerkt conform het intern beleid van de politie en de wetenschappelijke standaarden. Dit houdt in dat de persoonsgegevens niet toegankelijk zijn voor de operatie van de politie en deze opgeslagen worden in een beveiligde omgeving. De externe onderzoekers krijgen enkel toegang tot de persoonsgegevens via een beveiligde digitale omgeving of op een beveiligde locatie. De externe onderzoekers worden conform beleid geselecteerd op basis van volgende objectieve criteria:

de onderzoeker is onder verantwoordelijkheid van (of verbonden aan) een onafhankelijke kennis- of onderzoeksinstelling; en

de onafhankelijke kennis- of onderzoeksinstelling is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instelling die structureel of projectmatig wetenschappelijk onderzoek verricht en die beschikt over een onafhankelijk statuut, een onderzoek ethische toetsingsprocedure en een beveiligings- en geheimhoudingsregeling die voldoet aan de normen van de Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (VSNU 2018) of een gelijkwaardig equivalent daarvan.

Van de verstrekking van politiegegevens wordt een registratie bijgehouden en wordt schriftelijk vastgelegd of het onderzoek binnen het doel van dit besluit valt, of de externe onderzoeker voldoet aan de gestelde eisen, en of er aanvullende maatregelen zoals beveiligingsmaatregelen zijn afgesproken en er een geheimhoudingsovereenkomst is ondertekend. LEBZ heeft een centrale onderzoeksadministratie waarin dit wordt vastgelegd.

Volledige zaaksdossiers van zedenzaken

Adviezen van LEBZ aan de officier van justitie in de zedenzaken

Het betreffen gegevens die verwerkt worden overeenkomstig artikel 9 van de Wet politiegegevens.

De inbreuk die het verstrekken van de gevraagde politiegegevens met zich brengt kan gelegitimeerd zijn als de verstrekking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Gelet op artikel 8, tweede lid, van het Europees verdrag van de rechten van de mens wordt als zwaarwegend algemeen belang aangemerkt: het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Het verstrekken van de politiegegevens uit bijzondere zedenzaken aan LEBZ en externe onderzoekers om onderzoek doen naar de trends, het fenomeen in brede zin, de modus operandi of andere thema’s zijn cruciaal voor de ontwikkeling van kennis voor de opsporingspraktijk bij bijzonder zedendelicten. Gedragswetenschappelijke kennis wordt gebruikt bij het interpreteren van gegevens en het vaststellen van feiten. De uit de onderzoeken opgedane kennis dient dan ook het belang van de opsporing van zedendelicten en het voorkomen van onterechte beschuldigingen.

Er wordt voldaan aan het vereiste van subsidiariteit en proportionaliteit. De verstrekte gegevens zijn enkel toegankelijk voor een kleine groep van personen, namelijk politieambtenaren die werkzaam zijn bij het LEBZ en enkele externe onderzoekers via een beveiligde digitale omgeving of op een beveiligde locatie. Onderzoek op dit gebied vergt vaak specialistisch kennis en achtergrond. Beschikbare onderzoekers met de juiste expertise zijn dan ook schaars.

De gegevens zijn beperkt tot zaakdossiers van bijzondere zedenzaken, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het specifieke onderzoek van het LEBZ. Het gaat daarbij niet om namen van personen, maar met name om gewone persoonsgegevens, zoals leeftijd en geslacht, bijzondere persoonsgegevens, zoals seksualiteit, en strafrechtelijke persoonsgegevens. Het is echter niet mogelijk om deze bijzondere zedenzaken geheel te ontdoen van al haar directe of indirecte persoonsgegevens. Het aantal zaken is beperkt in omvang en elke zaak is vrij uniek van aard, waardoor een zekere herleidbaarheid niet te voorkomen is.

LEBZ is een politieonderdeel dat jarenlang kennis heeft met het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Er zijn passende organisatorische en technische maatregelen getroffen om de verwerkingen van persoonsgegevens te scheiden van de verwerkingen van politiegegevens, en de rechtmatigheid van de verwerkingen te borgen. De externe onderzoekers vallen onder de verantwoordelijkheid van een onafhankelijk onderzoeksinstelling die voldoet aan diverse onafhankelijkheids- en (informatie)beveiligingseisen. Aanvullend hierop worden er geheimhoudingsverklaringen gesloten tussen de politie en de externe onderzoekers om de kans op onrechtmatige verwerkingen te mitigeren. Het besluit bepaalt ook expliciet dat er sprake moet zijn van interne regels en procedures bij de ontvangende partij die de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming waarborgt, voordat verstrekking van politiegegevens mag plaatsvinden. Denk hierbij aan privacy beleid, procedures en protocollen.

Er is een beleidsdocument: ‘Bewaring, gebruik, archivering en vernietiging van (persoons)gegevens binnen LEBZ bij (wetenschappelijk) onderzoek’. Daarin staat onder andere bepaald dat de ontvangen persoonsgegevens in beginsel voor tien jaar na publicatie van de onderzoeksresultaten wordt bewaard. Deze termijn sluit aan bij gangbare wetenschappelijke standaarden voor controleerbaarheid en herleidbaarheid van onderzoeksbevindingen. Tegen het einde van deze termijn wordt beoordeeld of verdere bewaring van de onderzoeksgegevens nog noodzakelijk is. Indien deze noodzaak ontbreekt, worden de gegevens vernietigd. Indien verdere bewaring noodzakelijk is voor een lopend of voorzienbaar aanverwant onderzoek, wordt deze noodzaak expliciet gemotiveerd en vastgelegd.

Het beleidsdocument bevat daarnaast nader beleid op het gebied van het uitvoeren van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling, maatregelen voor de privacybescherming, beveiliging, governance, toezicht en archivering. Het beleidsdocument wordt tweejaarlijks geëvalueerd.

De resultaten van het onderzoek bevatten geen persoonsgegevens. Dit volgt uit artikel 22, eerste lid, van de Wpg.

Met bovenstaande wordt de inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op gegevensbescherming van de betrokkene zoveel als mogelijk beperkt. Het belang van de opsporing van zedendelicten en het voorkomen van onterechte beschuldigingen weegt hier zwaarder dan de beperkte inbreuk op het belang van de betrokkene.

Onderhavig besluit geldt in beginsel voor een periode van vijf jaar en kan telkens met vijf jaar worden verlengd. Hiermee wordt geborgd dat periodieke herbeoordeling mogelijk is in geval van gewijzigde omstandigheden of inzichten. De verlenging geschiedt door een wijziging van de vervaldatum die in onderhavig besluit is opgenomen.

In artikel 7 van de Wet politiegegevens is de geheimhouding van politiegegevens geregeld. Deze geheimhoudingsplicht geldt voor politieambtenaren en anderen aan wie politiegegevens zijn verstrekt, dus ook LEBZ en externe onderzoekers. De gegevens mogen alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt en het doel is om de 5-jaarverslagen te maken en wetenschappelijk onderzoek uit te voeren.

De geheimhoudingsplicht kan worden doorbroken in de situatie dat een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift de ontvanger tot verstrekking verplicht of zijn taak daartoe noodzaakt.

Er zijn geen organisatorische uitvoeringsconsequenties. Dit betreft staande praktijk. De organisatie van de politie wordt om die reden niet onnodig belast.

Gelet op artikelen 18, tweede lid, en artikel 22, van de Wet politiegegevens en artikel 4:7 van het Besluit politiegegevens;

Besluit:

Artikel 1. Definities

Artikel 2. Verstrekkingsgrondslag

1.

De korpschef kan politiegegevens die overeenkomstig artikel 9 van de wet worden verwerkt, verstrekken aan de onderzoekers van het Landelijk Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken en externe onderzoekers onder verantwoordelijkheid van een onafhankelijke kennis- en onderzoeksinstelling ten behoeve van het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in het algemeen belang en het opstellen van 5-jaarverslagen.

2.

Verstrekking zoals bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats dan nadat door de ontvanger interne regels en procedures zijn vastgesteld die de naleving van de Verordening (EU) 2016/679 waarborgen.

3.

Elke verstrekking bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk vastgelegd en omvat tenminste:

Artikel 3. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 4. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Wpg-machtigingsbesluit verstrekking voor onderzoek aan LEBZ en externe onderzoekers

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)