Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 6 september 2026, nr. WJZ/108066175, houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen in verband met de uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak (Regeling specifieke uitkering gebiedsgerichte aanpak) [KetenID WGK29414]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-09-09
State In force
Source BWB
artikelen 9
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2a, eerste lid, en 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering

1.

De minister kan aan een regiokassier op aanvraag een specifieke uitkering voor uitvoeringsactiviteiten verstrekken.

2.

De regiokassier bestemt de middelen van de specifieke uitkering voor uitvoeringsactiviteiten zoals opgenomen in het betreffende uitvoeringsprogramma en bijlage besteding middelen Regeling gebiedsgerichte aanpak.

3.

Er wordt per uitvoeringsprogramma één specifieke uitkering per regiokassier verstrekt.

4.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor:

5.

Als de uitvoeringsactiviteiten het kopen van onroerende goederen omvat, kan de uitkering alleen worden verstrekt voor de waardedaling van de onroerende goederen door functieverandering of gebruiksbeperkingen.

Artikel 3. Uitkeringsplafond en BTW

1.

Per werkgebied bedraagt de specifieke uitkering of, in het geval een werkgebied zich uitstrekt over meerdere provincies, de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ten hoogste:

2.

Voor De Peel bedraagt de specifieke uitkering per regiokassier ten hoogste € 150.000.000, inclusief de btw.

3.

De betaling wordt verminderd met de hoogte van de btw waarvoor de provincie of gemeente op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds voor compensatie in aanmerking komt.

Artikel 4. Aanvraag tot verlening

1.

De aanvraag bevat in ieder geval:

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel 5. Verlening en betaling

1.

De minister geeft binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking over de verstrekking van de uitkering.

2.

De beschikking vermeldt in ieder geval:

3.

Als de uitvoeringsactiviteiten het kopen van onroerende goederen omvatten, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, vermeldt de beschikking de uiterste datum waarop de inkennisstelling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, door de regiokassier kan worden gedaan.

4.

Als de uitvoeringsactiviteiten het verstrekken van subsidie omvatten, vermeldt de beschikking de uiterste datum waarop de inkennisstelling, bedoeld in artikel 6, derde lid, door de regiokassier kan worden gedaan, zijnde niet later dan de bestedingsperiode.

5.

De minister verleent de regiokassier een voorschot van 100% van het uitkeringsbedrag en betaalt dat voorschot binnen een of meer in de beschikking vermelde termijnen.

Artikel 6. Verplichtingen

1.

De regiokassier:

2.

Voor zover de uitkering is verstrekt voor de waardedaling, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, stelt de regiokassier de minister in één keer voor de hele uitkering, uiterlijk op de datum, bedoeld in artikel 5, derde lid, in kennis van de door een taxateur bepaalde aankoopwaarde en opbrengst- of restwaarde van die goederen.

3.

Voor zover de uitvoeringsactiviteit bestaat uit het verstrekken van subsidie, stelt de regiokassier de minister uiterlijk op de datum, bedoeld in artikel 5, vierde lid, in kennis van het vastgestelde bedrag van de subsidie.

4.

De minister kan in de beschikking tot verlening andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma.

5.

Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor het einde van de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de regiokassier verlengen met ten hoogste vijf jaar.

Artikel 7. Verantwoording, vaststelling en terugvordering

1.

De regiokassier legt jaarlijks verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Voor zover de regiokassier een uitkering heeft verstrekt aan een gemeente, legt die gemeente jaarlijks verantwoording af over de besteding van de desbetreffende uitkering met toepassing van artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.

3.

Nadat de minister de voor een uitkering relevante eindverantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken na die ontvangst ambtshalve vast.

Artikel 8. Inwerkingtreding en horizon

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van vijf jaar na inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 9. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering gebiedsgerichte aanpak.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)