Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 6 september 2026, nr. WJZ/108066175, houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen in verband met de uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak (Regeling specifieke uitkering gebiedsgerichte aanpak) [KetenID WGK29414]
Gelet op de artikelen 2a, eerste lid, en 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. bijlage besteding middelen Regeling gebiedsgerichte aanpak: onderdeel van een uitvoeringsprogramma, waarin is vermeld aan welke uitvoeringsactiviteiten en onder welke voorwaarden deze specifieke uitkering kan worden besteed;
- –. minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- –. taxateur: taxateur die is ingeschreven in de van toepassing zijnde Kamer van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs;
- –. regiokassier: provincie die de taak van kassier vervult op grond van een samenwerkingsovereenkomst;
- –. samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst tussen de minister en andere partijen, waarvan ten minste één provincie, waarin afspraken zijn vastgelegd over de onderlinge samenwerking in een gebiedsgerichte aanpak;
- –. uitvoeringsactiviteiten: in de bijlage besteding middelen Regeling gebiedsgerichte aanpak bij het uitvoeringsprogramma opgenomen te verrichten activiteiten;
- –. uitvoeringsprogramma: programma of plan vastgesteld op grond van een samenwerkingsovereenkomst, waarin een gebiedsgerichte aanpak is uitgewerkt in een uitvoeringsstrategie en werkwijze, inclusief de bijlage besteding middelen Regeling gebiedsgerichte aanpak;
- –. werkgebied: gebied waarvoor een samenwerkingsovereenkomst is gesloten en ten behoeve waarvan de middelen van de specifieke uitkering overeenkomstig het betreffende uitvoeringsprogramma worden besteed;
- –. De Peel: werkgebied waarvoor de minister, de provincie Noord-Brabant, de provincie Limburg, gemeenten en waterschappen een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten [Stcrt, 2026, 26929];
- –. Veluwe: werkgebied waarvoor de minister, provincie Gelderland, gemeenten en waterschappen een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten [Stcrt. 2026, 27554].
Artikel 2. Specifieke uitkering
De minister kan aan een regiokassier op aanvraag een specifieke uitkering voor uitvoeringsactiviteiten verstrekken.
De regiokassier bestemt de middelen van de specifieke uitkering voor uitvoeringsactiviteiten zoals opgenomen in het betreffende uitvoeringsprogramma en bijlage besteding middelen Regeling gebiedsgerichte aanpak.
Er wordt per uitvoeringsprogramma één specifieke uitkering per regiokassier verstrekt.
De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor:
- a. kosten waarvoor al uit anderen hoofde een uitkering of subsidie is of wordt verstrekt;
- b. de omzetbelasting die de provincie kan aftrekken op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Als de uitvoeringsactiviteiten het kopen van onroerende goederen omvat, kan de uitkering alleen worden verstrekt voor de waardedaling van de onroerende goederen door functieverandering of gebruiksbeperkingen.
Artikel 3. Uitkeringsplafond en BTW
Per werkgebied bedraagt de specifieke uitkering of, in het geval een werkgebied zich uitstrekt over meerdere provincies, de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ten hoogste:
- a. € 300.000.000, inclusief de btw voor De Peel;
- b. € 293.000.000, inclusief de btw voor de Veluwe.
Voor De Peel bedraagt de specifieke uitkering per regiokassier ten hoogste € 150.000.000, inclusief de btw.
De betaling wordt verminderd met de hoogte van de btw waarvoor de provincie of gemeente op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds voor compensatie in aanmerking komt.
Artikel 4. Aanvraag tot verlening
De aanvraag bevat in ieder geval:
- a. de hoogte van de gevraagde uitkering, waaruit blijkt welk deel de btw betreft en welk deel daarvan compensabele btw betreft; en
- b. de periode waarin de gevraagde uitkering wordt besteed.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
Artikel 5. Verlening en betaling
De minister geeft binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking over de verstrekking van de uitkering.
De beschikking vermeldt in ieder geval:
- a. het bedrag van de uitkering en het bedrag dat wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds; en
- b. de periode waarbinnen de specifieke uitkering kan worden besteed.
Als de uitvoeringsactiviteiten het kopen van onroerende goederen omvatten, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, vermeldt de beschikking de uiterste datum waarop de inkennisstelling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, door de regiokassier kan worden gedaan.
Als de uitvoeringsactiviteiten het verstrekken van subsidie omvatten, vermeldt de beschikking de uiterste datum waarop de inkennisstelling, bedoeld in artikel 6, derde lid, door de regiokassier kan worden gedaan, zijnde niet later dan de bestedingsperiode.
De minister verleent de regiokassier een voorschot van 100% van het uitkeringsbedrag en betaalt dat voorschot binnen een of meer in de beschikking vermelde termijnen.
Artikel 6. Verplichtingen
De regiokassier:
- a. draagt er zorg voor dat de specifieke uitkering uitsluitend aan uitvoeringsactiviteiten wordt besteed;
- b. neemt bij de besteding van de uitkering het Unierecht met betrekking tot mededinging, aanbesteding en staatssteun in acht;
- c. komt de verplichtingen die voortvloeien uit de samenwerkingsovereenkomst en het uitvoeringsprogramma en die verband houden met de uitvoering van deze uitkering na;
- d. besteedt de specifieke uitkering binnen de in de beschikking tot verlening opgenomen periode, waarbij de periode uiterlijk 31 december 2035 eindigt;
- e. deelt jaarlijks voor 1 oktober aan de minister het bedrag mee dat zij voor het opvolgende kalenderjaar raamt als compensabele omzetbelasting;
- f. informeert de minister op verzoek over de voortgang van de uitvoeringsactiviteiten waarvoor de uitkering is verstrekt;
- g. werkt op verzoek van de minister mee aan een door de minister ingestelde evaluatie van deze regeling;
- h. doet onverwijld mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat de uitvoeringsactiviteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht, of niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
Voor zover de uitkering is verstrekt voor de waardedaling, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, stelt de regiokassier de minister in één keer voor de hele uitkering, uiterlijk op de datum, bedoeld in artikel 5, derde lid, in kennis van de door een taxateur bepaalde aankoopwaarde en opbrengst- of restwaarde van die goederen.
Voor zover de uitvoeringsactiviteit bestaat uit het verstrekken van subsidie, stelt de regiokassier de minister uiterlijk op de datum, bedoeld in artikel 5, vierde lid, in kennis van het vastgestelde bedrag van de subsidie.
De minister kan in de beschikking tot verlening andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma.
Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor het einde van de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de regiokassier verlengen met ten hoogste vijf jaar.
Artikel 7. Verantwoording, vaststelling en terugvordering
De regiokassier legt jaarlijks verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Voor zover de regiokassier een uitkering heeft verstrekt aan een gemeente, legt die gemeente jaarlijks verantwoording af over de besteding van de desbetreffende uitkering met toepassing van artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.
Nadat de minister de voor een uitkering relevante eindverantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken na die ontvangst ambtshalve vast.
Artikel 8. Inwerkingtreding en horizon
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van vijf jaar na inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.
Artikel 9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering gebiedsgerichte aanpak.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)