Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 17 juni 2026, nr. OA2627, tot vaststelling van een subsidieregeling Onderzoek naar de journalistieke praktijk: open aanvraag 2026–2027
Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gelet op de artikelen 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a). Buitenlandse onderzoeksinstelling: een publieke of private onderwijsinstelling, (commercieel) onderzoeksbureau, organisatieadviesbureau, collectief van zelfstandige onderzoekers of non-profitorganisatie met een ANBI-status of een daarmee vergelijkbare fiscale of maatschappelijke status naar het recht van het land van vestiging, met als (hoofd)activiteit het uitvoeren van (wetenschappelijk) onderzoek, die is gevestigd in België en staat ingeschreven in het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register van het land van vestiging.
- b). Europees Nederland: het grondgebied van Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
- c). Journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
- i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor alle geledingen binnen de samenleving en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
- ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
- iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
- d). Journalistiek onderzoek: een onderzoek, waarvan de onderliggende probleemstelling betrekking moet hebben op ten minste twee journalistieke titels.
- e). Journalistieke organisatie: een private of publieke organisatie met als (hoofd)activiteit het produceren van een of meerdere journalistieke titels waarbij;
- i. de activiteiten gericht zijn op de Nederlandse markt;
- ii. deze gevestigd is in Nederland; en
- iii. deze staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
- f). Journalistieke titel: een op zichzelf staand nieuwsmerk van een journalistieke organisatie waarbij:
- i. het product of de dienst gericht is op het Nederlandse publiek;
- ii. minimaal 25 procent van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
- iii. de publicatiefrequentie minimaal een keer per twee weken is en daarmee sprake is van een journalistieke titel waartoe burgers zich met een vaste regelmaat kunnen wenden.
- g). Onderzoeksinstelling: een publieke of private onderwijsinstelling, (commercieel) onderzoeksbureau, organisatieadviesbureau, collectief van zelfstandige onderzoekers of NGO met een ANBI-status, met als (hoofd)activiteit het uitvoeren van (wetenschappelijk) onderzoek en die staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
- h). Onderzoeksteam: de groep personen die onder verantwoordelijkheid van de onderzoeksinstelling het onderzoek uitvoert waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Tot het onderzoeksteam behoren zowel medewerkers van de onderzoeksinstelling als derden die door de onderzoeksinstelling zijn ingehuurd of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van het onderzoek.
- i). Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
Artikel 1.2. Doel van de subsidie
Het Stimuleringsfonds kan subsidie verstrekken voor het uitvoeren van (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van de journalistieke bedrijfstak als geheel. Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft specifiek tot doel het stimuleren van onderzoek dat, in samenwerking met journalistieke titels, betrekking heeft op de dagelijkse praktijk van journalistieke organisaties.
Artikel 1.3. Subsidiabele activiteiten en subsidieperiode
Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een journalistiek onderzoek dat:
- a). wordt uitgevoerd door een onderzoeksteam, bestaande uit tenminste twee personen met een aantoonbare onderzoeksachtergrond;
- b). minimaal zes en maximaal twaalf maanden duurt; en
- c). aantoonbaar wordt uitgevoerd in inhoudelijke samenwerking met ten minste twee bij het onderzoek betrokken journalistieke titels.
Een onderzoek waarvoor subsidie wordt verstrekt, mag niet zijn aangevangen voordat op de subsidieaanvraag is beslist en moet binnen drie maanden worden aangevangen na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening.
Artikel 1.4. Subsidieplafond en deelplafonds
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 450.000 euro beschikbaar, waarvan:
- a). 150.000 euro beschikbaar is voor aanvragen die worden ingediend in de periode 1 september 2026 tot en met 9 november 2026;
- b). 150.000 euro beschikbaar is voor aanvragen die worden ingediend in de periode 1 april 2027 tot en met 9 juni 2027;
- c). 150.000 euro beschikbaar is voor aanvragen die worden ingediend in de periode 1 september 2027 tot en met 9 november 2027.
Als het deelplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b niet wordt overschreden, kan het Stimuleringsfonds met de resterende middelen het andere deelplafond verhogen.
Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Het besluit tot het verhogen van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant.
Artikel 1.5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen uitsluitend de in het vierde lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald.
Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.
Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten, inclusief btw:
- a). Gewerkte uren van de bij het onderzoek betrokken personen, voor de onderstaande werkzaamheden:
- i. het verrichten van activiteiten ten behoeve van de uitvoering van het onderzoek;
- ii. projectcoördinatie en -administratie van het onderzoek.
- b). Overige onderzoekskosten, voor zover noodzakelijk voor het onderzoek, tot maximaal 10 procent van het aangevraagde subsidiebedrag:
- i. reis- en verblijfskosten die noodzakelijk zijn voor de deelname aan bijeenkomsten, presentaties, workshops of andere activiteiten die gericht zijn op het delen, bespreken of toepassen van de onderzoeksresultaten binnen de journalistieke sector;
- ii. inhuur- of inkoopkosten voor hulpmiddelen of ondersteunende dienstverlening, voor zover noodzakelijk voor het verrichten van kwantitatief of kwalitatief onderzoek;
- iii. een vergoeding voor de inzet van bij het onderzoek betrokken journalistieke titels.
Voor kosten als bedoeld in het vierde lid, onder a, gelden marktconforme uurtarieven tot ten hoogste de onderstaande subsidiabele bovengrenzen, inclusief btw:
- a). Student-onderzoeker of onderzoeksassistent: maximaal 45 euro per uur;
- b). Junior onderzoeker: maximaal 95 euro per uur;
- c). Medior onderzoeker: maximaal 120 euro per uur;
- d). Senior onderzoeker of lead-onderzoeker: maximaal 150 euro per uur;
- e). Overig personeel belast met projectcoördinatie en -administratie: maximaal 115 euro per uur.
Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager de btw niet kan verrekenen met de door de aanvrager af te dragen omzetbelasting.
De subsidiabele kosten worden door de aanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.
Hoofdstuk 2. Aanvraag tot subsidieverlening
Artikel 2.1. Subsidieaanvrager
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 1.1, onder e of een buitenlandse onderzoeksinstelling, als bedoeld in artikel 1.1, onder a.
Een buitenlandse onderzoeksinstelling komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij middels een door haar ondertekende verklaring aantoont dat de activiteiten waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft uitsluitend zijn gericht op de journalistieke sector in Europees Nederland.
Artikel 2.2. Subsidieaanvraag
Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen en ondertekenen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
- a). een onderzoeksopzet, bestaande uit de volgende onderdelen:
- i. de aanleiding van het onderzoek;
- ii. de probleemstelling van het onderzoek;
- iii. de onderzoeksvraag of onderzoeksvragen;
- iv. een beschrijving van de onderzoeksmethode; en
- v. een omschrijving van de op te leveren resultaten.
- b). een plan van aanpak voor de uitvoering van het onderzoek;
- c). KVK-nummer van de aanvrager(s);
- d). cv’s van de bij het onderzoek betrokken personen;
- e). een gespecificeerde en realistische begroting van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten;
- f). het rapport of verslag van een door de onderzoeksinstelling eerder uitgevoerd onderzoek, dat ten hoogste drie jaar oud is en aantoont dat deze bekend is met de in de onderzoeksopzet omschreven problematiek binnen de journalistieke bedrijfstak en/of dat deze over ervaring beschikt met het toepassen van de voorgestelde onderzoeksmethoden.
- g). een individuele onderbouwing van elk van de bij het onderzoek betrokken journalistieke titels afzonderlijk. De onderbouwing moet uit onderstaande onderdelen bestaan:
- i. een beschrijving van de relevantie en urgentie van het te onderzoeken thema voor de individuele journalistieke praktijk, waaruit onverbloemd een directe relatie spreekt met de probleemstelling uit de onderzoeksopzet;
- ii. concrete voorstellen voor het reflecteren op de onderzoeksresultaten binnen individuele journalistieke praktijk die tot uitdrukking komen binnen de ingediende planning en begroting; en
- iii. concrete voorstellen voor het aanwenden van onderzoeksresultaten binnen de individuele journalistieke praktijk die tot uitdrukking komen binnen de ingediende planning en begroting.
- h). documenten waaruit blijkt dat het uitvoeren van onderzoek behoort tot de doelstelling of feitelijke werkzaamheden van de onderzoeksinstelling. Indien de onderzoeksinstelling beschikt over statuten, worden deze overgelegd. Indien de onderzoeksinstelling niet beschikt over statuten, toont zij dit op andere wijze aan;
- i). Indien de aanvraag wordt ingediend door een buitenlandse onderzoeksinstelling:
- i. een door de onderzoeksinstelling ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de activiteiten waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft uitsluitend zijn gericht op de journalistieke sector in Europees Nederland.
- ii. een uittreksel uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register van het land van vestiging dat op het moment van indiening van de aanvraag niet ouder is dan zes maanden.
De begroting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt opgesteld conform de modelbegroting zoals die is vastgesteld door het Stimuleringsfonds.
De onderbouwing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, wordt opgesteld conform het format zoals die is vastgesteld door het Stimuleringsfonds.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is en in een in Nederland erkende taal is opgesteld. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. Over eventuele ontbrekende gegevens krijgt de aanvrager bericht, met de uitnodiging om deze alsnog binnen één week aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld.
Artikel 2.3. Aanvraagtermijn
Een aanvraag kan worden ingediend in de volgende perioden:
- a). 1 september 2026 tot 9 november 2026 23.59 uur;
- b). 1 april 2027 tot 9 juni 2027 23.59 uur;
- c). 1 september 2027 tot 9 november 2027 23.59 uur.
Een onderzoeksinstelling of een buitenlandse onderzoeksinstelling kan per in het eerste lid genoemde periode maximaal één aanvraag indienen.
Indien een aanvraag is afgewezen, is herindiening slechts toegestaan als de nieuwe aanvraag aantoonbaar wijzigingen bevat waarmee tegemoet wordt gekomen aan de gronden waarop de oorspronkelijke aanvraag is afgewezen.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening
Artikel 3.1. Verdeling subsidie
Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
Artikel 3.2. Drempelcriteria
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van de volgende drempelcriteria:
- a). het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met ten minste twee journalistieke titels, waarbij per journalistieke titel een individuele onderbouwing als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder g, wordt overgelegd; en
- b). alle voorgestelde onderdelen van het onderzoek zijn uitvoerbaar binnen de maximale termijn, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b.
Voldoet een aanvraag niet aan de drempelcriteria dan wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
Artikel 3.3. Inhoudelijke criteria
Alleen indien voldaan is aan alle drempelcriteria, wordt een aanvraag tot subsidieverlening aansluitend door het Stimuleringsfonds beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:
- a). relevantie en urgentie van het onderzoek: het onderzoek adresseert een relevant en urgent thema of onderwerp, afkomstig uit de journalistieke bedrijfstak;
- b). onderzoeksvraag en -methode(n): de centrale onderzoeksvraag is duidelijk geformuleerd, de onderzoeksmethode(n) is (zijn) geschikt om het thema of onderwerp te onderzoeken en de uitvoering van het onderzoek is haalbaar;
- c). teamsamenstelling: het onderzoeksteam beschikt over de benodigde kennis, ervaring en competenties, die nodig zijn bij de voorgestelde onderzoeksmethode(n);
- d). onderzoeksresultaten: de resultaten zijn direct inzetbaar in de journalistieke praktijk.
Artikel 3.4. Beoordeling inhoudelijke criteria
Bij beoordeling op de inhoudelijke criteria wordt het oordeel door het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf, aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.
Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag per criterium tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. onvoldoende, 2. matig, 3. voldoende, 4. goed, 5. zeer goed.
De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.
Per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, wordt een afzonderlijke rangschikking gemaakt. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald.
Om voor rangschikking in aanmerking te komen, dient een aanvraag op ieder afzonderlijk beoordelingscriterium ten minste 3 punten te behalen. Aanvragen die op één of meer beoordelingscriteria 1 of 2 punten behalen, worden niet gerangschikt en worden afgewezen.
Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het deelplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:
- a). de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b). telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
- c). indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
- i. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘onderzoeksvraag en -methode(n)’;
- ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'onderzoeksresultaten’;
- iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘relevantie en urgentie van het onderzoek’;
- iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘teamsamenstelling’;
- v. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
Wanneer door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond of deelplafond zou worden overschreden, wordt de aanvraag voor subsidie afgewezen.
Artikel 3.5. Besluit
Het Stimuleringsfonds beslist binnen uiterlijk 12 weken na sluiting van de desbetreffende aanvraagperiode zoals bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, op de aanvragen.
Artikel 3.6. Subsidiebedrag
Het minimaal te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag is 25.000 euro, het maximaal te verstrekken subsidiebedrag is 75.000 euro.
Artikel 3.7. Betaling
Bij de subsidieverlening wordt het verleende subsidiebedrag in twee termijnen betaald, waarbij:
- a). 50 procent van het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot direct na de subsidieverlening wordt betaald;
- b). het restant na vaststelling van de subsidie wordt betaald.
Hoofdstuk 4. Verplichtingen
Artikel 4.1. Medewerkings- en informatieplicht
De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de omschrijving van de activiteiten die in de beschikking tot subsidieverlening is gegeven.
De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens het Stimuleringsfonds ingestelde onderzoeken, bijeenkomsten en overlegrondes die erop gericht zijn het Stimuleringsfonds inlichtingen te verschaffen over de voortgang en staat van projecten alsmede ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens het Stimuleringsfonds te voeren beleid.
De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het Stimuleringsfonds van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie, waaronder ingrijpende wijzigingen in de opzet, uitvoering en deelnemers van een project. Daarbij worden de relevante stukken overlegd.
De subsidieontvanger werkt mee aan overleg over en presentatie en publicatie van (tussentijdse) resultaten van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, met als doel het onderzoek onder de aandacht te brengen en kennis te delen met andere partijen uit de sector. De subsidieontvanger dient zich ervan bewust te zijn, dat de onderzoeksresultaten onder geen beding exclusief zijn, maar bij uitstek te gunste moeten komen van de gehele sector.
De subsidieontvanger vermeldt in zijn bekendmakingen en publicaties rondom een gesubsidieerd project het Stimuleringsfonds als subsidieverstrekker.
Artikel 4.2. Publicatieafspraken
De subsidieontvanger verleent het Stimuleringsfonds een alomvattend, eeuwigdurend, wereldwijd, niet-opzegbaar, niet-exclusief, onherroepelijk, ongelimiteerd recht op verveelvoudiging en openbaarmaking van het onderzoeksrapport (waaronder ook begrepen: tussentijdse versies daarvan en door het Stimuleringsfonds op te stellen samenvattingen van het onderzoeksrapport), inclusief het recht om derden (naar eigen inzicht van Stimuleringsfonds; om niet dan wel tegen betaling,) sub-licenties te verlenen.
Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling
Artikel 5.1. Aanvraag tot vaststelling
Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend uiterlijk twee maanden na afloop van de periode, bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, van deze regeling, dan wel zo veel eerder als dat het onderzoek is afgerond. Dit geschiedt door het invullen en ondertekenen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds.
Een aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
- a). een onderzoeksrapport;
- b). een activiteitenverslag;
- c). een financiële verantwoording; en
- d). afzonderlijke reflectieverslagen van de bij het onderzoek betrokken journalistieke titels.
Artikel 5.2. Onderzoeksrapport, activiteitenverslag, financieel verslag en reflectieverslag
Het onderzoeksrapport moet voldoen aan de volgende inhoudelijke eisen:
- a). volledigheid: het rapport bevat een integrale weergave van de onderzoeksresultaten, inclusief de uiteindelijke conclusies en aanbevelingen, zoals bedoeld in de goedgekeurde aanvraag.
- b). journalistieke toepasbaarheid: het rapport is zodanig opgesteld dat de resultaten direct inzetbaar zijn voor journalistieke praktijk, conform het criterium 'onderzoeksresultaten' uit artikel 3.4.
- c). methodologie: het rapport beschrijft kort de gevolgde onderzoeksmethode en eventuele afwijkingen daarvan ten opzichte van het aanvraagdossier, met een onderbouwing van de keuzes.
- d). openheid: het rapport is geschreven in heldere, toegankelijke Nederlandse taal, zodat het niet alleen voor experts, maar ook voor het brede publiek en de journalistieke sector begrijpelijk is.
Het activiteitenverslag bevat in ieder geval:
- a). een overzicht van de verrichte activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;
- b). een toelichting waar de gerealiseerde uren aan besteed zijn.
De financiële verantwoording bevat een overzicht van de gerealiseerde uren en kosten ten opzichte van de in de subsidieaanvraag begrote uren en kosten. De aan dit overzicht ten grondslag liggende urenadministratie dient te zijn afgetekend en geaccordeerd door een daartoe bevoegd functionaris.
De afzonderlijke reflectieverslagen bevatten een reflectie op de onderzoeksresultaten van de bij het onderzoek betrokken journalistieke titels.
Het activiteitenverslag, de financiële verantwoording en de reflectieverslagen worden opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.
Het Stimuleringsfonds kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de financiële verantwoording en de reflectieverslagen.
Artikel 5.3. Wijziging, intrekking en terugvordering
De artikelen 4:48 tot en met 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1. Begrotingsvoorbehoud
Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 6.2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2026.
Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 september 2026, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 september 2026.
Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2027. In afwijking van de eerste volzin blijft deze regeling zoals hij luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verleende subsidies.
Artikel 6.3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als Onderzoeksregeling 2026–2027.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)