Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 2 september 2026, nr. INC004, tot vaststelling van een Oproep Jongeren en Journalistiek
Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gelet op de artikelen 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Hoofdstuk 1. Inleiding
1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 2. Oproep en deelnamesubsidie
2.1. Journalistiek probleem
Het Stimuleringsfonds roept op tot deelname aan een Incubator gericht op het zoeken van oplossingen voor het volgende journalistieke probleem:
Als Stimuleringsfonds zetten we ons in om de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek in Nederland te versterken. Elke burger zou toegang moeten hebben tot journalistiek die aansluit bij diens gebruikersbehoefte en daarmee bijdraagt aan een sterke democratische informatiepositie. Vanuit dit perspectief streven we naar een journalistiek die voldoet aan de gebruikersbehoeften van jongeren, en die bijdraagt aan hun informatiepositie en opinievorming.
Deze oproep is voortgekomen uit gesprekken met journalistieke organisaties, makers en experts op het gebied van jongeren en journalistiek. Zij onderschrijven de noodzaak om jongeren te bereiken, een onderscheidende waardepropositie te bieden en daar een verdienmodel op te ontwikkelen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de informatiebehoefte van toekomstige generaties.
De focus in het journalistieke probleem ligt op jongeren tussen de 16–24 jaar. In deze leeftijdscategorie worden cruciale ervaringen opgedaan die leidend zijn voor nieuwsroutines in het latere leven. Zij delen bepaalde omstandigheden, ervaringen en tijdsgeest, zoals dat ze social natives zijn, geboren in het internettijdperk.2Jongeren, Nieuws en Sociale Media (Cvdm 2024). www.cvdm.nl/documents/3124/Rapport-Jongeren-nieuws-en-sociale-media.pdf Tegelijkertijd zijn er ook binnen deze groep belangrijke verschillen op het gebied van nieuwsgebruik en opinievorming; jongeren kunnen niet bereikt worden door één platform of format.3Jongeren, Nieuws en Sociale Media (Cvdm 2024). www.cvdm.nl/documents/3124/Rapport-Jongeren-nieuws-en-sociale-media.pdf4Understanding Young Audiences at a Time of Rapid Change (RISJ 2026). reutersinstitute.politics.ox.ac.uk/understanding-young-news-audiences-time-rapid-change
2.1.1. Duurzame strategieën
De interesse in, het gebruik van en het vertrouwen in nieuws dalen.5Digital News Report Nederland (RISJ/ CvdM 2026). www.cvdm.nl/documents/3892/705719_CvdM_Digital_News_Report_2026_TG.pdf Ook onder jongeren is deze ontwikkeling zichtbaar. Zij gebruiken bovendien steeds vaker sociale media als voornaamste bron van nieuws en steeds minder traditionele media. Journalistieke organisaties weten dat veranderende kijk- en luistergewoonten en verwachtingen van het publiek een reactie vereisen.6Future Newsrooms Study 2026: A global benchmark of how newsrooms are changing, what they are prioritising and where they are going next (FT Strategies 2026). www.ftstrategies.com/en-gb/insights/future-newsrooms-study Een op jongeren gerichte aanpak ontbreekt, daardoor houden nieuwsmerken geen voeling met toekomstige gebruikers en andersom. Het lukt journalistieke organisaties vaak niet om experimenten gericht op jonge doelgroepen te vertalen naar grotere, operationele veranderingen.7Future Newsrooms Study 2026: A global benchmark of how newsrooms are changing, what they are prioritising and where they are going next (FT Strategies 2026). www.ftstrategies.com/en-gb/insights/future-newsrooms-study Daardoor blijft de noodzakelijke vernieuwing van organisatie- en verdienmodellen uit.
Naast traditionele nieuwsorganisaties bestaan digital-native startups en creators. Zij moeten beide voortdurend afwegingen maken tussen bereik van jongeren, inkomsten, en een groeiende afhankelijkheid van social mediaplatforms. Samenwerking, aanpassingsvermogen en het maken van strategisch weloverwogen keuzes is hierbij van groot belang.8Understanding Young Audiences at a Time of Rapid Change (RISJ 2026). reutersinstitute.politics.ox.ac.uk/understanding-young-news-audiences-time-rapid-change
We nodigen iedereen met betrokkenheid bij dit onderwerp, uit de journalistiek én daarbuiten, om binnen de SVDJ Incubator samen nieuwe oplossingsrichtingen te bedenken voor de journalistiek, gericht op het ontwikkelen van duurzame strategieën om de informatiepositie van jongeren te versterken.
2.2. Incubator en subsidieplafond
Traditionele subsidieregelingen, waarbij individuele journalistieke organisaties ideeën en oplossingen aandragen, zijn niet genoeg om deze uitdaging aan te gaan. We kiezen voor een gezamenlijke aanpak, omdat we merken dat er niet alleen behoefte is aan verandering op organisatieniveau, maar ook breder binnen de sector, en dat er een sterke bereidheid is tot samenwerking rond dit journalistieke probleem. Als we gezamenlijk op zoek gaan naar oplossingen, hoeven de betrokken organisaties niet ieder voor zich het wiel uit te vinden en kan het hele journalistieke veld ervan profiteren.
De Incubator richt zich primair op het gezamenlijk beantwoorden van de centrale vraag: Hoe kan de journalistiek duurzame strategieën ontwikkelen om de informatiepositie van jongeren te versterken?
Het gaat niet om het ontwikkelen van losse, individuele projecten, maar om het vinden van antwoorden en inzichten die voor de hele sector waardevol zijn. Multidisciplinaire samenwerking, actieve kennisuitwisseling en iteratief innoveren staan hierbij centraal. Op die manier kunnen er (eerste) deelantwoorden worden ontwikkeld op deze grote vraag voor de sector.
De Incubator Jongeren en Journalistiek loopt van 2 maart 2026 tot en met 30 november 2026. In deze 9 maanden tijd zullen deelnemers in teamverband werken aan het vinden van oplossingen voor het hierboven genoemde journalistieke probleem. Bij deze zoektocht word je begeleid door het Stimuleringsfonds en zijn er regelmatig contactmomenten om voortgang en kennis te delen.
Voor deelname aan en reiskosten voor de Incubator stelt het Stimuleringsfonds 750.000 euro beschikbaar. Tot aan dit subsidieplafond is er geld beschikbaar als vergoeding voor de tijd die in het programma wordt geïnvesteerd. Naast de vergoeding voor de tijdsinvestering kunnen deelnemers ook subsidie als tegemoetkoming voor de te maken reiskosten aanvragen. Je kunt hier alleen aanspraak op maken als je vanuit je werkgever geen ov-vergoeding hebt. Organisaties kunnen een of meerdere medewerkers aanmelden voor deelname aan de Incubator. Zzp’ers kunnen zichzelf aanmelden.
2.3. Deelnemers
Het Stimuleringsfonds zoekt (journalistieke) organisaties die werknemers beschikbaar willen stellen voor deelname. Ook zelfstandige professionals kunnen zich aanmelden voor de SVDJ Incubator Jongeren en Journalistiek.
Deelnemers dienen minimaal twee jaar werkervaring (exclusief stages) te hebben in de afgelopen vijf jaar binnen één van de volgende disciplines:
2.3.1. Deelnemers eerdere Incubators
Het Stimuleringsfonds wil met deze oproep nadrukkelijk ruimte bieden aan nieuwe deelnemers. Een belangrijk doel van de Incubator is om een bredere groep te bereiken en zo bij te dragen aan de doorontwikkeling en vernieuwing van het werkveld. Nieuwe deelnemers brengen frisse perspectieven en innovatieve ideeën mee die het programma en de resultaten kunnen verrijken en versterken. Om deze reden is het niet mogelijk om meer dan twee keer subsidie te ontvangen voor deelname aan een Incubator van het Stimuleringsfonds. Deze regel geldt voor alle eerdere oproepen – de Oproep Private Lokale Journalistiek9Staatscourant 2023, 30774, de Oproep Publieksbetrokkenheid10Staatscourant 2024, 36860en de Oproep Digitale Autonomie11Staatscourant 2025, 38353. Elke combinatie van deze oproepen telt mee. Aanvragers die al tweemaal eerder subsidie hebben ontvangen voor deelname aan een Incubator, komen niet in aanmerking voor deelname aan deze Incubator. Deze subsidieaanvragen zullen worden geweigerd.
2.3.2. Tijdsinvestering, reiskosten en subsidiehoogte
De deelnemer kan zelf bepalen hoeveel tijd hij of zij wil investeren, maar er geldt wel een minimum en maximum. De minimale vereiste beschikbaarheid van een deelnemer is 0,4 fte, wat gelijk staat aan 16 uur per week; en de maximale toegestane beschikbaarheid is 0,8 fte, wat gelijk staat aan 32 uur per week.
Voorbeeld: je bent marketeer en werkt 36 uur per week bij een organisatie. Je bent enthousiast over deelname aan de Incubator en komt met je werkgever overeen dat je hiervoor 16 uur per week beschikbaar kan worden gesteld. Als vergoeding voor deze tijdsinvestering betaalt het Stimuleringsfonds maximaal 20.000 euro aan jouw werkgever voor de 9 maanden dat je deelneemt aan de Incubator.
Naast de vergoeding voor de tijdsinvestering kunnen deelnemers ook subsidie ontvangen als tegemoetkoming voor de te maken reiskosten. Deelnemers die al vanuit hun werkgever een reiskostenvergoeding ontvangen kunnen hiervoor geen subsidie voor aanvragen. De hoogte van deze subsidie wordt berekend aan de hand van de te reizen enkele afstand (van het adres van vertrek van de deelnemer naar het kantoor van het Stimuleringsfonds in Utrecht). Hiervoor gebruikt het Stimuleringsfonds het volgende schema:
Het minimaal te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag is 20.000 euro, het maximaal te verstrekken bedrag per aanvraag is 43.600 euro.
Binnen de Incubator wordt er gewerkt in teamverband. Bij de start worden in overleg tussen de deelnemers en het Stimuleringsfonds maximaal 6 teams gevormd. Hierbij geldt dat een team bestaat uit minimaal 4 leden en maximaal 5 leden.
2.4. Aanvraagprocedure en criteria
Geïnteresseerde deelnemers kunnen in de periode van 19 oktober 2026 tot en met 17 december 2026 een aanvraag indienen. De aanvraagprocedure bestaat uit twee onderdelen: een intakegesprek met het Stimuleringsfonds en het indienen van een aanvraagformulier. Beide onderdelen moeten voor sluiting van de aanvraagperiode zijn voltooid.
Het inplannen van een intakegesprek gaat via een online boekingssysteem via de website www.svdj.nl of het aanvraagformulier. Het intakegesprek dient voor 17 december 2026 te hebben plaatsgevonden. Het indienen van het aanvraagformulier kan digitaal via MijnSVDJ, het online portaal van het Stimuleringsfonds. Het aanvraagformulier bevat onderdelen voor zowel de werkgever, als de medewerker die beschikbaar wordt gesteld. Het invullen van het formulier doen ze samen. Dit geldt uiteraard niet voor zzp’ers, zij kunnen zelfstandig een aanvraag indienen.
Bij een aanvraag wil het Stimuleringsfonds in ieder geval het volgende van aanvragers weten:
Ook dient de aanvrager een cv van de medewerker en algemene informatie over de organisatie in. Als de aanvrager zzp’er is, moeten er twee referenties worden ingeleverd, volgens een door het SVDJ vastgesteld format.
2.4.1. Drempelcriteria
Nadat een aanvraag is ingediend, controleert het Stimuleringsfonds eerst of deze compleet is. Ontbreken er gegevens, dan wordt er contact met de aanvrager opgenomen.
Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld op twee drempelcriteria:
Subsidieaanvragers die zzp’er zijn, worden ook beoordeeld op het volgende drempelcriterium:
Voor subsidieaanvragers die zich aanmelden voor de discipline Zelfstandig journalistiek contentmaker geldt, in afwijking van het drempelcriterium vermeld onder a, dat zij minimaal één jaar werkervaring (exclusief stages) in de afgelopen vijf jaar moeten hebben.
Voor de beoordeling van de drempelcriteria gebruikt het Stimuleringsfonds het cv van de aanvrager, het aanvraagformulier, de eventueel ingeleverde referenties en een lijst van gevoerde intakegesprekken. Als een aanvraag niet aan de drempelcriteria voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
2.4.2. Inhoudelijke criteria
Aanvragen die voldoen aan de gestelde drempelcriteria worden vervolgens beoordeeld aan de hand van drie inhoudelijke criteria:
Voorbeeld: Nieuwsorganisatie A dient twee aanvragen in; een voor medewerker B met als gekozen discipline ‘Journalist’ en een voor medewerker C met de discipline ‘Onderzoeker’. Beide aanvragen voldoen aan de drempelcriteria. Medewerker B heeft ervaring met de maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren, medewerker C niet.
Bij sluiting van de aanvraagperiode en beoordeling van de drempelcriteria blijft er een groep van 25 aanvragers over, hiervan vallen 10 onder de discipline ‘Journalist’ en 3 onder de discipline ‘Onderzoeker’.
De aanvraag voor medewerker B wordt als volgt op de inhoudelijke criteria beoordeelt:
Totaalscore: 15,5 punten
Voor de aanvraag van medewerker C geldt de volgende beoordeling:
Totaalscore: 11,7 punten
2.5. Selectie
De scores van elk criterium uit artikel 2.4.2 worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag. Er zijn maximaal 20 punten te behalen. De rangschikking van de aanvragen wordt bepaald door het totaal aantal punten dat is behaald. Aanvragen met de hoogste scores komen daarbij als eerste in aanmerking voor subsidie.
Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het totaal beschikbare subsidiebedrag als volgt verdeeld:
2.6. Subsidievaststelling
Na afloop van de Incubator moet de deelnemer een aanvraag tot subsidievaststelling indienen voor de deelnamesubsidie.
Hoofdstuk 3. Programma en activiteitensubsidie
3.1. Fasen en activiteiten
De Incubator bestaat uit drie opeenvolgende fasen. In Fase I (Verkennen) verkennen de deelnemers gezamenlijk het centrale thema, analyseren ze het vraagstuk en formuleren ze concrete deeluitdagingen. Gedurende deze fase wordt geen activiteitensubsidie verstrekt. Vanaf Fase II kunnen teams activiteitensubsidie aanvragen.
In Fase II (Ontwerpen) werken de deelnemers ten minste drie onderscheidende oplossingsrichtingen uit. Ze onderzoeken de technische, organisatorische en economische haalbaarheid en werken deze uit tot toetsbare concepten. In Fase III (Integreren) staat de verdere ontwikkeling en inpassing van de gekozen oplossing centraal: de oplossing wordt getoetst in relatie tot de beoogde markt of toepassingsomgeving en, waar relevant, verbonden met andere initiatieven binnen de Incubator.
De exacte data voor de start- en einddata van de fasen worden bij aanvang van het programma bekendgemaakt aan de deelnemers.
Naast de vergoeding voor de tijdsinvestering die in Hoofdstuk 1 is beschreven, kunnen teams van de Incubator een aanvullende subsidie aanvragen voor de kosten van activiteiten in Fase II en Fase III. Deze subsidie is niet bedoeld als persoonlijke vergoeding, maar om daadwerkelijk de activiteiten te kunnen uitvoeren die nodig zijn om de oplossingen tot stand te brengen en verder uit te werken. Denk aan het inhuren van externe expertise of het organiseren van testsessies.
Om activiteitensubsidie aan te vragen, wijst elk team een penvoerder aan die het contact tussen het team en het Stimuleringsfonds onderhoudt. De penvoerder is ook de enige die activiteitensubsidie kan aanvragen voor het team als geheel. De aanwijzing van een penvoerder laat onverlet dat alle deelnemers van het team afzonderlijk als subsidieontvanger worden aangemerkt en ieder verantwoordelijk zijn voor de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Indien subsidie geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd, kan het Stimuleringsfonds het terug te vorderen bedrag verhalen op ieder van de deelnemers.
3.2. Activiteitensubsidie, subsidieplafond en subsidiehoogte
In totaal stelt het Stimuleringsfonds 400.000 euro beschikbaar voor deze activiteitensubsidie, waarvan 150.000 euro beschikbaar is voor Fase II en 250.000 euro voor Fase III. Deze bedragen worden evenredig verdeeld over het aantal teams dat gevormd wordt binnen de Incubator. Het exacte bedrag per team hangt dus af van het uiteindelijke aantal deelnemende teams.
Voorbeeld: Binnen de Incubator worden er 6 teams gevormd. Voor Fase II ontvangt elk team maximaal 25.000 euro om drie oplossingsrichtingen uit te werken. In Fase III kan een team daarnaast maximaal 41.600 euro krijgen voor het toetsen en inpassen van jullie gekozen oplossing. Als er uiteindelijk slechts 5 teams zijn, ontvang je respectievelijk 30.000 euro en 50.000 euro.
3.2.1. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Een team kan subsidie aanvragen voor kosten die direct verbonden zijn aan de activiteiten in Fase II en Fase III. Het Stimuleringsfonds bepaalt hoe teams de kosten berekenen en in hun aanvraag opnemen. Het gaat om kosten die in redelijkheid noodzakelijk zijn om de activiteiten uit te voeren, en die zijn gemaakt nádat de subsidie is verleend. Kosten die al op een andere manier worden of zijn betaald, komen niet voor subsidie in aanmerking.
Het Stimuleringsfonds kan subsidie verstrekken voor de volgende kosten:
Let op: voor het reguliere reisverkeer tussen de thuislocatie en het kantoor van het SVDJ in Utrecht ontvangt een deelnemer als vergoeding al een bedrag (zie artikel 2.3.2 van dit Besluit).
Deze reiskosten hebben betrekking op aanvullende reizen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten;
Wat valt er niet onder?
Niet alle kosten komen in aanmerking. De volgende uitgaven worden niet vergoed:
Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking als de penvoerder deze niet kan verrekenen. Dit betekent dat als de penvoerder btw-plichtig is en de btw op de gemaakte kosten kan aftrekken bij de Belastingdienst, de btw-bedragen niet voor subsidie in aanmerking komen. In dat geval declareert de penvoerder alleen de netto-kosten bij het Stimuleringsfonds.
Is de penvoerder niet btw-plichtig, of kan de btw om een andere reden niet worden verrekend? Dan worden de brutokosten inclusief btw voor subsidie in aanmerking genomen. De btw is in dat geval een reële kostenpost die niet kan worden teruggevraagd bij de Belastingdienst.
3.2.2. Subsidieaanvraag
Zoals eerder aangegeven, wordt er alleen activiteitensubsidie verleend in de fasen II en III van de Incubator. In beide fasen kan elke penvoerder – en dus elk team – slechts één subsidieaanvraag doen. Het Stimuleringsfonds maakt bij aanvang van het programma bekend op welke data er activiteitensubsidie kan worden aangevraagd.
Om de activiteitensubsidie aan te vragen, levert de penvoerder een ingevuld aanvraagformulier aan bij het Stimuleringsfonds. Dit formulier bevat in ieder geval:
Ad 4) Dit lid regelt dat deelnemers die gezamenlijk een aanvraag indienen hun samenwerking vastleggen in een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst. Het Stimuleringsfonds acht een duidelijke taakverdeling, transparante afspraken en een zorgvuldige organisatie van de samenwerking essentieel voor een doelmatige besteding van publieke middelen en een goede uitvoering van het project.
Met de samenwerkingsovereenkomst wordt beoogd om een samenwerkingsklimaat te bevorderen waarin wederzijds respect, transparantie, zorgvuldige communicatie en professionele verantwoordelijkheid centraal staan. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de uitvoering, het voorkomen en tijdig oplossen van conflicten en het realiseren van de doelstellingen van de subsidie. Daarnaast maakt het voor het Stimuleringsfonds inzichtelijk dat de samenwerking organisatorisch en professioneel voldoende is ingericht om het project zorgvuldig en verantwoord uit te voeren. Het Stimuleringsfonds hecht groot belang aan een gezonde, veilige en professionele samenwerking. Daarom wordt ook van de deelnemers verwacht dat zij een gedragscode vaststellen.
Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Het Stimuleringsfonds bekijkt binnen drie werkdagen na ontvangst van het aanvraagformulier of dit volledig is. Is het dat niet, dan krijgt de aanvrager één werkdag de tijd om de ontbrekende gegevens aan te leveren. Als de aanvrager niet binnen die termijn de ontbrekende gegevens aanlevert, dan behandelt het Stimuleringsfonds de aanvraag niet. Als de aanvraag volledig is, neemt het Stimuleringsfonds deze in behandeling.
3.3. Criteria
Elke aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van criteria die afhankelijk zijn van de fase waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Voor beide fasen geldt: een aanvraag moet aan alle criteria voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Als één criterium niet wordt gehaald, wordt de aanvraag afgewezen.
3.3.1. Fase II (Ontwerpen)
Aanvragen voor fase II (Ontwerpen) worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Ad a) Er is sprake van onderling te onderscheiden oplossingsrichtingen, als de voorgestelde oplossingen wezenlijk van elkaar verschillen in ten minste één van de volgende aspecten: doelgroep, gekozen technologie, distributievorm, redactioneel concept of verdienmodel. Oplossingen die slechts in beperkte mate van elkaar verschillen of variaties zijn op hetzelfde concept, worden niet als afzonderlijke oplossingsrichtingen aangemerkt. Van praktijkgericht is sprake indien de oplossingsrichting gericht is op toepassing in een reële journalistieke context en toetsbaar is in de praktijk, bijvoorbeeld door middel van een pilot, prototype of praktijktest.
Ad b) Onder relevante externe doelgroepen wordt verstaan: groepen buiten het eigen team die direct of indirect belang hebben bij of geraakt worden door de beoogde oplossing, zoals gebruikers, lezers, kijkers, luisteraars of professionele afnemers. De betrokkenheid moet actief en inhoudelijk van aard zijn, bijvoorbeeld door middel van gebruikersonderzoek, co-creatiesessies, interviews, tests of pilots. De subsidieaanvrager maakt aannemelijk op welke wijze deze betrokkenheid plaatsvindt en welke rol de doelgroep speelt binnen de activiteiten.
Ad c) Een marktpartij is een organisatie of onderneming die actief is binnen de journalistieke sector of een aanverwante markt, zoals journalistieke organisaties, technologiebedrijven, distributeurs of commerciële dienstverleners. De betrokkenheid van een marktpartij dient inhoudelijk van aard te zijn en een aantoonbare bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten, bijvoorbeeld als samenwerkingspartner, testpartij of afnemer. Louter intenties tot samenwerking zonder concrete invulling worden onvoldoende geacht.
Ad d) Een beschrijving is concreet en navolgbaar indien de aanvraag inzichtelijk maakt welke stappen worden gezet, welke resultaten worden beoogd en op welke wijze deze bijdragen aan het beoogde doel. De beschrijving dient logisch opgebouwd te zijn en, waar mogelijk, voorzien van meetbare of toetsbare indicatoren. De subsidieaanvrager maakt duidelijk hoe de resultaten voor andere teams en het hele journalistieke veld bruikbaar zijn.
3.3.2. Fase III (Integreren)
Aanvragen voor de fase III (Integreren) worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Ad a) Voor criterium onafhankelijke marktpartijen geldt dat deze geen organisatorische, financiële of bestuurlijke verbondenheid hebben met de subsidieaanvrager of andere betrokken partijen die de objectiviteit van de toetsing kan beïnvloeden. Hiervan is in ieder geval geen sprake indien partijen deel uitmaken van dezelfde groep of zeggenschapsstructuur.
Ad d) Van verifieerbaar kwalitatief en kwantitatief bewijs is sprake wanneer gegevens en informatie controleerbaar zijn en de gestelde aannames onderbouwen, zoals gebruikersonderzoek, testresultaten, data-analyses, feedback van betrokken partijen of andere vormen van documentatie. De subsidieaanvrager dient aan te geven op welke wijze deze gegevens zijn verkregen en hoe deze bijdragen aan de onderbouwing van de aanvraag.
Er is sprake van doelmatigheid indien de voorgestelde oplossing naar verwachting een effectieve bijdrage levert aan het oplossen van het journalistieke probleem, in verhouding tot de benodigde middelen.
Noodzakelijkheid ligt er wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat de oplossing een relevante en niet eenvoudig vervangbare bijdrage levert en dat er geen voor de hand liggende, minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn.
3.4. Verdeling, beslistermijn en voorschotten
Het Stimuleringsfonds verdeelt het beschikbare budget gelijktijdig voor alle aanvragen, voor zover zij volledig zijn.
Binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag wordt een beslissing genomen over de subsidieverlening. Bij positieve besluitvorming wordt het volledig verleende subsidiebedrag direct uitgekeerd als voorschot.
Is het uitgekeerde voorschot later hoger gebleken dan de definitief vastgestelde subsidie? Dan dient de penvoerder dit verschil binnen één maand na vaststelling terug te betalen aan het Stimuleringsfonds.
3.5. Subsidievaststelling
Om de subsidiering af te ronden in Fasen II en III, dient de penvoerder uiterlijk twee weken na afloop van de betreffende fase een aanvraag tot subsidievaststelling in. Hierbij verstrekt de penvoerder een financiële en inhoudelijke verantwoording, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
4.1. Wijziging, intrekking en terugvordering subsidies
De artikelen 4:48 tot en met 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling.
4.2. Regeling SVDJ Incubator
Alle bepalingen uit de Regeling SVDJ Incubator zijn op deze oproep van toepassing tenzij daar in deze oproep van wordt afgeweken. In geval van strijdigheid tussen deze regeling en de Regeling SVDJ Incubator prevaleren de bepalingen van deze regeling.
4.3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2026. Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 oktober 2026, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2026. Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2028 maar blijft van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verleende subsidies.
4.4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: SVDJ Incubator Jongeren en Journalistiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)