Besluit van 16 september 2026, houdende regels in verband met de uitgifte van de Nederlandse identiteitskaart (Besluit Nederlandse identiteitskaart) [KetenID WGK02610]
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 januari 2026, nr. 2025-0000700710;
Gelet op Verordening (EU) 2025/1208 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2025 betreffende de versterking van de beveiliging van identiteitskaarten van burgers van de Unie en van verblijfsdocumenten afgegeven aan burgers van de Unie en hun familieleden die hun recht van vrij verkeer uitoefenen (PbEU 2025, L 2025/1208), de artikelen 2, derde lid, 3, eerste, derde, en zevende lid, 4, tweede, vierde en vijfde lid, 5, eerste lid, onderdeel f, derde en vierde lid, 9, eerste, derde en zesde lid, 15, aanhef en onderdeel d, 17, vierde lid, 25, aanhef en onderdeel d, 26, vierde lid, 27, vijfde lid, 30, vierde lid, 34, 37, zesde lid, 39, 41, eerste lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart, de artikelen 2.7, tweede lid, 2.65 en 3.12, derde lid, van de Wet basisregistratie personen, en artikel 9, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 april 2026, nr. W04.26.00026/I);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 september 2026, nr. 2026-0000270559;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de Nederlandse identiteitskaart in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- basisadministratie: de basisregistratie personen in het Europese deel van Nederland, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, dan wel een bij landsverordening van Aruba, Curaçao of Sint Maarten ingestelde bevolkingsadministratie;
- gedetineerde: gedetineerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Penitentiaire beginselenwet;
- kosten: de kosten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
- leverancier: het bedrijf dat in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten van diensten in verband met de verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten, waaronder de vervaardiging en levering van Nederlandse identiteitskaarten;
- penitentiaire inrichting: penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
- rechten: de rechten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
- register paspoortsignaleringen: het register, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Paspoortwet;
Artikel 2. Plaatsing publiek identificatiemiddel
Het publiek identificatiemiddel wordt geplaatst op de Nederlandse identiteitskaart in de vorm van een applet op de daarop aangebrachte chip.
De in het eerste lid bedoelde applet bevat de volgende gegevens:
- a. het burgerservicenummer in versleutelde vorm ten behoeve van authenticatie van de houder van het document in het kader van elektronische dienstverlening en het burgerservicenummer in afgeleide vorm ten behoeve van authenticatie van de houder van het document in het kader van dienstverlening op elektronische wijze anders dan elektronische dienstverlening;
- b. de initiële, door Onze Minister verstrekte PIN-code en de CAN-code ten behoeve van beveiligde toegang tot de applet om gebruik van het publieke identificatiemiddel mogelijk te maken;
- c. een PUK-code waarmee de PIN-code kan worden gedeblokkeerd.
Artikel 3. Gekwalificeerd personeel
De werkzaamheden op grond van de wet en de daarop berustende bepalingen worden uitgevoerd door bevoegde en gekwalificeerde personen.
Hoofdstuk 2. Bepalingen over de Nederlandse identiteitskaarten
Artikel 4. Vaststelling identiteit en Nederlanderschap
Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager, alsmede over zijn Nederlanderschap dan wel zijn behandeling als Nederlander, indien het een persoon betreft op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, maakt de in artikel 15 van de wet bedoelde autoriteit gebruik van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse identiteitskaart of het door de aanvrager overlegde Nederlandse reisdocument, de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens, alsmede van de in de basisadministratie dan wel de in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens en van overige bij de tot uitreiking bevoegde autoriteit aanwezige documenten, waaronder in ieder geval worden verstaan documenten in verband met eerdere aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten.
Indien onzekerheid bestaat over de identiteit dan wel over het Nederlanderschap van de aanvrager stelt de in artikel 15 van de wet bedoelde autoriteit daarnaar een gericht onderzoek in. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de identiteit dan wel de nationaliteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, Nederlandse identiteitskaarten of reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld, dan wel buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat vermeld en eventuele andere bewijsstukken.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de door de betrokkene in het kader van het aanvraag- en uitgifteproces van identiteitskaarten over te leggen bescheiden en de beoordeling daarvan.
Artikel 5. Geldigheid Nederlandse identiteitskaart
De Nederlandse identiteitskaart is geldig voor tien jaren. Indien de aanvrager bij de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is de Nederlandse identiteitskaart geldig voor vijf jaren.
De vervangende Nederlandse identiteitskaart is geldig voor vijf jaren.
Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken op de Nederlandse identiteitskaart worden opgenomen, bedraagt de geldigheidsduur van de Nederlandse identiteitskaart één jaar.
Artikel 6. Aanvullende bevoegdheden burgemeesters aangewezen gemeenten bij aanvragen
In de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten is de burgemeester tevens bevoegd aanvragen in ontvangst te nemen:
- a. voor Nederlandse identiteitskaarten voor zover het personen betreft die niet in de basisregistratie personen als ingezetene zijn ingeschreven;
- b. voor Nederlandse identiteitskaarten voor zover het gedetineerden betreft die verblijven in een penitentiaire inrichting in die aangewezen gemeente.
De burgemeester van Haarlemmermeer is bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor Nederlandse identiteitskaarten van personen die in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn ingeschreven.
Artikel 7. Afzien opname vingerafdrukken
Van het opnemen van vingerafdrukken overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van de wet, wordt afgezien, indien:
- a. de aanvrager op het moment van het indienen van de aanvraag de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, of
- b. de daartoe aangewezen persoon van oordeel is dat het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om van de aanvrager te verlangen dat bij hem op het moment van het indienen van de aanvraag een of meer vingerafdrukken worden opgenomen.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over situaties waarin aanvullende documenten kunnen worden gevraagd in verband met de beoordeling van het eerste lid, aanhef en onderdeel b.
Artikel 8. Onbekwaamheid plaatsen handtekening
Van het opnemen van een handtekening wordt afgezien, indien de persoon aan wie de aangevraagde Nederlandse identiteitskaart moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen.
Artikel 9. Aanvullende bevoegdheden burgemeesters aangewezen gemeenten bij verstrekking
In de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten is de burgemeester tevens bevoegd tot verstrekking:
- a. van Nederlandse identiteitskaarten voor zover het personen betreft die niet in de basisregistratie personen als ingezetene zijn ingeschreven;
- b. van Nederlandse identiteitskaarten voor zover het gedetineerden betreft die verblijven in een penitentiaire inrichting in die aangewezen gemeente.
De burgemeester van Haarlemmermeer is bevoegd tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten aan personen die in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn ingeschreven.
Artikel 10. Uitreiking
Tot uitreiking van de Nederlandse identiteitskaart wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld.
Artikel 11. Verificatie vingerafdrukken bij uitreiking
Indien de tot uitreiking bevoegde persoon twijfelt aan de identiteit van de aanvrager worden de vingerafdrukken van de aanvrager geverifieerd tegen de vingerafdrukken die in de uit te reiken Nederlandse identiteitskaart zijn opgenomen.
Indien de verificatie niet slaagt, wordt de Nederlandse identiteitskaart niet uitgereikt.
Artikel 12. Verval van rechtswege
De burgemeester, de gezaghebber of Onze Minister van Buitenlandse Zaken deelt met het oog op een vermelding in het register paspoortsignaleringen op grond van artikel 30, derde lid, van de wet Onze Minister de gegevens mede van de houder van een Nederlandse identiteitskaart die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het document in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
De autoriteit die de in het eerste lid bedoelde Nederlandse identiteitskaart heeft ingehouden, dan wel bij wie de desbetreffende Nederlandse identiteitskaart is ingeleverd, deelt Onze Minister zulks terstond mede met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register paspoortsignaleringen.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling wordt gedaan.
Artikel 13. Redenen definitieve onttrekking aan het verkeer
Een Nederlandse identiteitskaart wordt, naast het in artikel 27, vierde lid, van de wet gestelde, ook terstond definitief aan het verkeer onttrokken door de daartoe op grond van artikel 39 van de wet bevoegde autoriteit die het document onder zich heeft, indien:
- a. het daartoe, al dan niet bij de uitreiking van een nieuwe of vervangende Nederlandse identiteitskaart of een nieuw reisdocument, is ingeleverd;
- b. het ingevolge artikel 37, eerste lid, van de wet is ingehouden, tenzij nog een beroepstermijn open staat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is;
- c. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd;
- d. het als gevonden Nederlandse identiteitskaart is ontvangen, tenzij:
- 1°. de gezaghebber in de gelegenheid is het terug te geven aan de in de basisadministratie als ingezetene van zijn openbaar lichaam ingeschreven houder die nog geen verklaring als bedoeld in artikel 19 van de wet heeft afgelegd; of
- 2°. Onze Minister van Buitenlandse Zaken of de commandant, bedoeld in artikel 4.5 van het Paspoortbesluit, in de gelegenheid is het terug te geven aan de houder, die nog geen verklaring als bedoeld in artikel 19 van de wet heeft afgelegd.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze van onttrekking aan het verkeer.
Hoofdstuk 3. Verwerking van persoonsgegevens
Artikel 14. Passende maatregelen tot uitreiking bevoegde autoriteiten voor onder hen berustende gegevens
De tot uitreiking bevoegde autoriteiten treffen passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de onder hen berustende gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens.
De in het eerste lid bedoelde maatregelen omvatten ten minste:
- a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens;
- b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten waarin de in registers dan wel administraties opgenomen gegevens aanwezig zijn;
- c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur, programmatuur en opslagmedia;
- d. maatregelen voor het geval de geheimhouding of integriteit van de gegevens is geschaad;
- e. maatregelen bij calamiteiten.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen.
Artikel 15. Eisen vervaardiging publiek identificatiemiddel
Bij ministeriële regeling worden voorschriften gesteld over de technische en organisatorische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging van het publiek identificatiemiddel.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften bevatten ten minste eisen die zien op:
- a. informatieveiligheid;
- b. data-integriteit;
- c. vertrouwelijkheid;
- d. bescherming van persoonsgegevens.
Hoofdstuk 4. Kosten, verschuldigd ter zake van Nederlandse identiteitskaarten
Paragraaf 1. In Nederland aan het Rijk verschuldigde kosten
Artikel 16. Kosten gemeente
Een gemeente is aan het Rijk de in artikel 19, eerste lid, vastgelegde kosten verschuldigd in verband met door de leverancier geleverde Nederlandse identiteitskaarten en door de leverancier verrichte spoedleveringen. Van een spoedlevering als bedoeld in dit artikel is sprake, indien naar aanleiding van een daartoe vanuit de gemeente verstrekte opdracht, die de leverancier op werkdagen vóór 16.00 uur heeft bereikt, een gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaart de daarop volgende werkdag uiterlijk 16.00 uur is afgeleverd bij de in de aanvraag opgegeven uitgiftelocatie.
De in het eerste lid bedoelde kosten zijn niet dan wel gedeeltelijk verschuldigd naar rato van de aan de aanvrager verleende kwijtschelding van de rechten, die op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening voor de desbetreffende handeling geheven kunnen worden, indien de kwijtschelding is verleend overeenkomstig de krachtens artikel 255, tweede lid, van de Gemeentewet gestelde regels.
De in artikel 19, eerste lid, onderdelen a tot en met c, vastgelegde kosten zijn niet verschuldigd in verband met de levering van een Nederlandse identiteitskaart ter vervanging van een eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart, indien:
- a. de eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart door toedoen van de leverancier niet op de juiste wijze was vervaardigd, of
- b. bij de uitreiking van de eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart een verificatie van de vingerafdrukken heeft plaatsgevonden en bij deze verificatie anders dan door toedoen van de aanvrager niet kon worden vastgesteld dat diens vingerafdrukken overeenkomen met de vingerafdrukken, opgenomen in de Nederlandse identiteitskaart. In laatstgenoemde situatie wordt het verschil tussen het toepasselijke bedrag, genoemd in artikel 19, eerste lid, en het toepasselijke bedrag, genoemd in artikel 19, tweede lid, gerestitueerd aan de betreffende gemeente.
De in artikel 19, eerste lid, onderdeel c, vastgelegde kosten zijn niet verschuldigd, indien de spoedlevering door toedoen van de leverancier niet binnen de gestelde periode heeft plaatsgevonden, dan wel de met spoed geleverde Nederlandse identiteitskaarten door toedoen van de leverancier niet op de juiste wijze blijken te zijn vervaardigd.
Artikel 17. Kosten openbaar lichaam
Een openbaar lichaam is aan het Rijk de in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, vastgelegde kosten verschuldigd in verband met door de leverancier geleverde Nederlandse identiteitskaarten.
De in het eerste lid bedoelde kosten zijn niet dan wel gedeeltelijk verschuldigd naar rato van de aan de aanvrager verleende kwijtschelding van de rechten, die op grond van de toepasselijke eilandsverordening voor de desbetreffende handeling geheven kunnen worden, indien de kwijtschelding is verleend overeenkomstig de krachtens artikel 8.58, eerste lid, van de Belastingwet BES gestelde regels.
De in het eerste lid bedoelde kosten zijn niet verschuldigd in verband met de levering van een Nederlandse identiteitskaart, die plaatsvindt ter vervanging van een eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart, die door toedoen van de leverancier niet op de juiste wijze was vervaardigd.
Artikel 18. Vaststelling kosten en wijze van afwikkeling
Onze Minister stelt maandelijks het bedrag vast van de kosten die door een gemeente of een openbaar lichaam aan het Rijk moeten worden afgedragen. Deze vaststelling geschiedt:
- a. voor een gemeente: aan de hand van de in de voorafgaande maand geleverde Nederlandse identiteitskaarten en verrichte spoedleveringen, bedoeld in artikel 16, eerste lid, verminderd met de in de voorafgaande maand geleverde Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 16, derde lid;
- b. voor een openbaar lichaam: aan de hand van de in de voorafgaande maand geleverde Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, verminderd met de in de voorafgaande maand geleverde Nederlandse identiteitskaarten, bedoeld in artikel 17, derde lid.
Onze Minister zendt voor het einde van elke kalendermaand een factuur aan de gemeente of het openbaar lichaam, waarin het bedrag van de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde kosten die aan het Rijk moeten worden afgedragen, wordt vermeld.
Onze Minister stelt het bedrag vast van de kosten die aan een gemeente of een openbaar lichaam worden gerestitueerd en maakt, tegelijk met het verzenden van de factuur, bedoeld in het tweede lid, schriftelijk aan de gemeente of het openbaar lichaam bekend welk bedrag wordt gerestitueerd en op welke wijze de betaling daarvan zal plaatsvinden. De vaststelling van het te restitueren bedrag geschiedt:
- a. voor een gemeente op basis van de door de gemeente verstrekte afschriften van de beschikkingen, inhoudende gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als bedoeld in artikel 16, tweede lid, en de van de gemeente ontvangen en bij de leverancier geverifieerde mededelingen omtrent gevallen waarin een spoedlevering niet binnen de gestelde periode heeft plaatsgevonden dan wel de met spoed geleverde Nederlandse identiteitskaarten niet op de juiste wijze blijken te zijn vervaardigd, als bedoeld in artikel 16, vierde lid;
- b. voor een openbaar lichaam op basis van de door het openbaar lichaam verstrekte afschriften van de beschikkingen, inhoudende gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als bedoeld in artikel 17, tweede lid.
De afdracht van de aan het Rijk verschuldigde kosten, bedoeld in het tweede lid, geschiedt:
- a. door een gemeente in het kader van de rijksverrekening op grond van het Koninklijk Besluit van 28 maart 1925 (Stb. 1925, 125) tot regeling van de betalingen tusschen Rijk en Gemeenten, waarbij automatische verrekening bij de BNG Bank N.V. dient plaats te vinden, uiterlijk binnen vier weken na de verzending van de factuur, bedoeld in het tweede lid;
- b. door een openbaar lichaam door middel van automatische incasso van een door het openbaar lichaam daartoe geopende bankrekening.
Onze Minister regelt op welke wijze de juistheid van de bedragen die ter zake van de verschuldigde kosten aan het Rijk zijn afgedragen, wordt vastgesteld.
Paragraaf 2. De kosten
Artikel 19. Bedragen
De aan het Rijk verschuldigde kosten bedragen:
- a. voor een Nederlandse identiteitskaart:
- 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
| € 45,80 |
|---|
| USD 51,80; |
- 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
| € 8,85 |
|---|
| USD 10,00; |
- b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
| € 8,85; |
|---|
- c. voor de spoedlevering van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
| € 60,30. |
|---|
De van de aanvrager op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening of eilandsverordening ten hoogste te heffen rechten bedragen:
- a. voor een Nederlandse identiteitskaart:
- 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
| € 80,10 in een gemeentelijke verordening |
|---|
| USD 126,50 in een eilandsverordening; |
- 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
| € 43,20 in een gemeentelijke verordening |
|---|
| USD 83,75 in een eilandsverordening; |
- b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
| € 39,05; |
|---|
- c. voor de versnelde uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
| € 60,30; |
|---|
- d. voor het bezorgen van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op de in de onderdelen a en b genoemde bedragen:
| € 19,00 in een gemeentelijke verordening |
|---|
| USD 21,05 in een eilandsverordening. |
In afwijking van het tweede lid bedragen de op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening ten hoogste te heffen rechten voor een aanvrager die niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven:
- a. voor een Nederlandse identiteitskaart:
- 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
| € 128,95 |
|---|
| USD 145,70 |
| XCG 260,80 |
| AWG 260,80; |
- 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
| € 92,00 |
|---|
| USD 104,00 |
| XCG 186,15 |
| AWG 186,15; |
- b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
| € 87,85; |
|---|
- c. voor het bezorgen van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op de in de onderdelen a en b genoemde bedragen:
| € 31,70. |
|---|
De toeslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt niet in rekening gebracht bij een aanvrager als bedoeld in het derde lid.
De rechten, bedoeld in het tweede en derde lid, worden niet geheven voor een Nederlandse identiteitskaart indien deze Nederlandse identiteitskaart strekt tot vervanging van een eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 16, derde lid, of artikel 17, derde lid.
Hoofdstuk 5. Rechten, verschuldigd ter zake van Nederlandse identiteitskaarten
Paragraaf 1. Heffing van rechten buiten het Koninkrijk
Artikel 20. Bevoegden heffing
Bevoegd tot het heffen van de in artikel 24 vastgelegde rechten, dan wel tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding daarvan zijn:
- a. buiten het Koninkrijk: de hoofden van de door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen consulaire posten;
- b. Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 21. Kwijtschelding
Aan de aanvrager in het buitenland die woonachtig is in het ressort van de consulaire post waar hij zijn aanvraag indient en niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de door hem aan het Rijk verschuldigde rechten geheel of gedeeltelijk te betalen kan geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van deze rechten worden verleend.
Artikel 22. Invorderingswet 1990
Met betrekking tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding zijn de krachtens artikel 26 van de Invorderingswet 1990 door Onze Minister van Financiën gestelde regels betreffende de kwijtschelding van rijksbelastingen in de privésfeer van overeenkomstige toepassing.
Artikel 23. Valuta
De vaststelling van de valuta waarin de betaling van de in artikel 24 vastgelegde rechten in het buitenland plaatsvindt en de herleiding van deze rechten in de vastgestelde valuta geschieden overeenkomstig artikel 6 van de Rijkswet op de consulaire tarieven.
Paragraaf 2. De rechten
Artikel 24. Bedragen
De rechten die ten bate van het Rijk van een aanvrager buiten het Koninkrijk kunnen worden geheven, bedragen:
- a. voor een Nederlandse identiteitskaart:
- 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
| € 167,80; |
|---|
- 2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
| € 128,75; |
|---|
- b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
| € 122,10; |
|---|
- c. indien de aanvrager kiest voor het bezorgen van het document: ten hoogste de kosten die de lokale bezorgdienst in rekening brengt voor het bezorgen van het document;
- d. voor het versneld aanvragen van een document als bedoeld in onderdeel a, zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
| € 12,40; |
|---|
- e. voor het aanvragen van een document als bedoeld in onderdeel a buiten het Koninkrijk op een andere locatie dan die van de door Onze Minister van Buitenlandse Zaken ter uitvoering van de artikelen 15, onderdeel c, en 27, eerste lid, van de wet aangewezen posten, zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
| € 26,85. |
|---|
De in het eerste lid genoemde rechten worden niet geheven, indien de verstrekking van de Nederlandse identiteitskaart plaatsvindt in verband met een ambtelijke fout of indien de verstrekking plaatsvindt in verband met de vervanging van een eerder geleverd document als bedoeld in artikel 16, derde lid, of artikel 17, derde lid.
Artikel 25. Wijze van heffing
De in artikel 24 bedoelde rechten worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 26. Bevoegdheid vaststelling bij ministeriële regeling
Bij ministeriële regeling kunnen:
- a. regels worden gesteld ter uitvoering van artikel 3, eerste en derde lid, 26, vierde lid, 29, 34 en 37, zesde lid, van de wet;
- b. aanvullende regels worden gesteld ter uitvoering van de artikelen 2, derde lid, 3, derde lid, 3, zevende lid, 17, vierde lid, en 27, vijfde lid, en 41, eerste lid, van de wet.
Artikel 28. Wijziging Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES
Wijzigt het Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES.
Artikel 29. Wijziging Besluit basisregistratie personen
Wijzigt het Besluit basisregistratie personen.
Artikel 30. Wijziging Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens
Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Artikel 32. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop Wet op de Nederlandse identiteitskaart in werking treedt, met uitzondering van de artikelen 27 en 31, die in werking treden met ingang van het tijdstip waarop de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding op grond van artikel 13, tweede lid, van die wet vervalt.
Artikel 33. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Nederlandse identiteitskaart.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)