Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 september 2026, nr. 2026-0000430874, houdende regels in verband met de verstrekking van de Nederlandse identiteitskaart (Regeling Nederlandse identiteitskaart) [KetenID WGK026112]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-10-01
Laatst bijgewerkt 2026-10-02
State In force
Source BWB
artikelen 119
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De overige gegevens met betrekking tot de aanvraag, verstrekking en uitreiking worden als afzonderlijke documenten in de Nederlandse-identiteitskaartenadministratie opgenomen op een wijze die raadpleging in samenhang met de in het tweede lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.

4.

De in de Nederlandse-identiteitskaartenadministratie opgenomen gegevens, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in artikel 3, achtste lid, van de wet worden na de datum van verstrekking bewaard gedurende een periode van:

  • a. 11 jaar indien de geldigheidsduur van het verstrekte document 5 jaar of korter is of indien het verstrekte document niet wordt uitgereikt;
  • b. 16 jaar indien de geldigheidsduur van het verstrekte document langer dan 5 jaar is.
Artikel 63. Verstrekking gegevens

Onverminderd artikel 3, achtste lid, van de wet, wordt de verstrekking van gegevens uit de in artikel 62 bedoelde Nederlandse-identiteitskaartenadministratie uitsluitend toegestaan aan:

  • a. degenen die bij of krachtens de wet belast zijn met de uitvoering daarvan, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot Nederlandse identiteitskaarten;
  • b. degenen die bij of krachtens de Paspoortwet belast zijn met de uitvoering daarvan, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot reisdocumenten of Nederlandse identiteitskaarten;
  • c. de ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een Nederlandse consulaire vertegenwoordiging in het buitenland onderscheidenlijk het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor consulaire handelingen waarbij de identiteit van de betrokken persoon moet worden vastgesteld;
  • d. de opsporingsambtenaren bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en de artikelen 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten in het kader van het onderzoek waarbij zij zijn betrokken of voor zover die noodzakelijk zijn voor de identificatie van slachtoffers;
  • e. de ambtenaren van het openbaar Ministerie van het Europese deel van Nederland en het openbaar Ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden;
  • f. de ambtenaren werkzaam voor de Minister die het aangaat, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verzoek tot weigering en de daarmee verband houdende vermelding van deze gegevens in het register paspoortsignaleringen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Paspoortwet;
  • g. de ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden in verband met de verwerking van gegevens in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, in verband met de uitoefening van hun taak als bedoeld in artikel 40 van de wet, alsmede in verband met onderzoek naar onregelmatigheden met Nederlandse identiteitskaarten;
  • h. degene die in opdracht van het college van burgemeester en wethouders, het bestuurscollege of de Minister van Buitenlandse Zaken belast is met de controle op de uitvoering van de bij of krachtens de wet gestelde regels, de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, de werking van het aanvraagsysteem reisdocumenten of de opneming van identiteitskaartengegevens in de basisadministratie, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden;
  • i. de houder, beheerder, bewerker en degene die belast is met de invoer, wijziging, of verwijdering van gegevens, voor zover die gegevens, de rechtstreekse toegang daaronder begrepen, noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun in verband daarmee opgedragen werkzaamheden;
  • j. de ambtenaren werkzaam bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 8, tweede lid, en artikel 10, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
Artikel 64. Administratie Nederlandse identiteitskaarten die ex artikel 7 zijn verstrekt
1.

Een burgemeester van een gemeente genoemd in artikel 7 en de burgemeester van Haarlemmermeer voeren een aparte administratie van de door hen ingevolge artikel 9, eerste lid, van het besluit respectievelijk artikel 9, tweede lid, van het besluit verstrekte Nederlandse identiteitskaarten.

2.

De artikelen 62 en 63 zijn van overeenkomstige toepassing op de inrichting van deze administratie en op de verstrekking van gegevens daaruit.

Artikel 65. Registratie ontvangen kennisgevingen in basisadministratie
1.

De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg dat de onderstaande feiten in de basisadministratie, waarin de betrokken persoon als ingezetene is ingeschreven, worden geregistreerd wanneer die door middel van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst een kennisgeving ontvangt van:

  • a. de definitieve onttrekking aan het verkeer van een Nederlandse identiteitskaart en de uitreiking van een nieuwe Nederlandse identiteitskaart, waarbij is vermeld of de oude Nederlandse identiteitskaart is ingehouden, ingeleverd of vermist;
  • b. de uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart, waarbij definitieve onttrekking aan het verkeer van een eerder verstrekte Nederlandse identiteitskaart niet aan de orde is; of
  • c. de definitieve onttrekking van een Nederlandse identiteitskaart, waarbij geen nieuw Nederlandse identiteitskaart is uitgereikt.
2.

De burgemeester of de gezaghebber die een in het eerste lid bedoelde kennisgeving ontvangt betreffende een persoon die laatstelijk ingezetene van zijn gemeente of openbaar lichaam was, bewaart deze kennisgeving als onderdeel van de basisadministratie tot het moment dat de betrokken persoon weer ingezetene van een gemeente of openbaar lichaam wordt, dan wel elf jaar zijn verstreken.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde registratie vindt niet plaats, indien de feiten betrekking hebben op een gevonden Nederlandse identiteitskaart.

4.

De autoriteit die ten onrechte een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, zendt deze door aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de betrokken persoon ingezetene is, of laatstelijk ingezetene was.

5.

Indien een persoon wederom ingezetene wordt, wordt een in de tussentijd gezonden kennisgeving als bedoeld in het eerste lid opgevraagd bij de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waarvan de betrokken persoon laatstelijk ingezetene was.

Hoofdstuk 9. Organisatie en beheer aanvraagsysteem reisdocumenten

§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde personen

Artikel 66. Algemene regels
1.

De burgemeester, de gezaghebber dan wel de Minister van Buitenlandse Zaken, of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst de personen aan die bevoegd zijn tot het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de wet zijn voorgeschreven.

2.

De in het eerste lid bedoelde aanwijzing van personen, alsmede de registratie van hun bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de functionele beschrijvingen met betrekking tot het aanvraagsysteem reisdocumenten en overeenkomstig de beveiligingsprocedure, bedoeld in artikel 88.

3.

De gezaghebber draagt er zorg voor dat de handelingen, bedoeld in het eerste lid, die plaatsvinden in een niet tot de organisatie van het openbaar lichaam behorende uitgiftelocatie, uitsluitend worden verricht door bezoldigde ambtenaren van het openbaar lichaam.

Artikel 67. Autorisatiebevoegden
1.

De burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken of een door deze laatste aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie ten minste twee personen aan die binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten zullen functioneren als autorisatiebevoegde reisdocumentenstation overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 82. Tevens wijst de burgemeester of de gezaghebber per aanvraagstationlocatie ten minste twee personen aan die zullen functioneren als autorisatiebevoegde aanvraagstation overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 82.

2.

De burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken draagt er zorg voor, dat een autorisatiebevoegde in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.

3.

De autorisatiebevoegden zijn rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de burgemeester, de gezaghebber dan wel de Minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel 68. Identificatiekaart
1.

Per reisdocumentenstation worden ten minste twee en ten hoogste twintig identificatiekaarten beschikbaar gesteld aan de autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2.

In afwijking van het eerste lid worden aan het autorisatiebevoegde reisdocumentenstation, aangewezen door de Minister van Buitenlandse Zaken of een door deze aangewezen ambtenaar, ten minste twee en ten hoogste 65 identificatiekaarten beschikbaar gesteld per reisdocumentenstation.

3.

Het autorisatiebevoegde reisdocumentenstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 82, verantwoordelijk voor het autorisatiebeheer, de bewaring van de identificatiekaarten en de registratie van de personen aan wie hij in een bepaald tijdvak een kaart verstrekt.

4.

Het autorisatiebevoegde reisdocumentenstation registreert in het reisdocumentenstation met inachtneming van de gebruikershandleiding de intrekking van identificatiekaarten, indien deze na verlies, diefstal of defect verloren zijn gegaan of onbruikbaar zijn geworden of anderszins niet langer gebruikt mogen worden. De autorisatiebevoegde draagt zorg voor de vernietiging van ingetrokken identificatiekaarten voor zover deze in zijn bezit zijn en geen nader onderzoek daaraan hoeft plaats te vinden.

5.

De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven en ingetrokken identificatiekaarten.

Artikel 69. Opstartkaart
1.

Per aanvraagstationlocatie worden door de leverancier twee opstartkaarten verstrekt, waarmee het aanvraagstation in werking kan worden gesteld.

2.

Het autorisatiebevoegde aanvraagstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 82, verantwoordelijk voor de bewaring en het gebruik van de opstartkaart.

3.

Bij defect of verlies van een opstartkaart wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.

4.

Een defecte opstartkaart wordt terstond aan de leverancier toegestuurd.

5.

De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven opstartkaarten. Tevens registreert hij welke opstartkaarten vermist zijn.

Artikel 70. Mobiel vingerafdrukopname-apparaat
1.

De burgemeester, de gezaghebber dan wel de Minister van Buitenlandse Zaken, of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie de personen aan die aanvragen in behandeling mogen nemen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het mobiel vingerafdrukopname-apparaat, bedoeld in artikel 82.

2.

In afwijking van het eerste lid, wijst de burgemeester van Haarlemmermeer of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar ten minste drie personen aan bij de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten die aanvragen in behandeling mogen nemen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het mobiel vingerafdrukopname-apparaat, bedoeld in artikel 82.

3.

De leverancier verstrekt aan het autorisatiebevoegde aanvraagstation het wachtwoord waarmee toegang tot het mobiel vingerafdrukopname-apparaat kan worden verkregen en een authenticatiekaart waarmee het mobiel vingerafdrukopname-apparaat in het lokale netwerk van de uitgiftelocatie of de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten kan worden aangesloten.

4.

Het autorisatiebevoegde aanvraagstation brengt dit wachtwoord uitsluitend ter kennis aan de aangewezen personen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en ziet erop toe dat het wachtwoord te allen tijde gescheiden van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt bewaard. Alle betrokkenen nemen alle daartoe noodzakelijke maatregelen om te voorkomen dat het wachtwoord bekend wordt. Indien het wachtwoord is zoekgeraakt of ter kennis is gekomen van een onbevoegde, wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.

5.

Artikel 69, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verstrekte authenticatiekaart.

Artikel 71. Tot ontvangst bevoegde personen bij gemeenten
1.

De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie ten minste drie personen aan om zendingen van Nederlandse identiteitskaarten en foto- en handtekeningformulieren in ontvangst te nemen. Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2.

De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde personen, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid, vindt plaats bij de distributeur, met gebruikmaking van de door de burgemeester daartoe beschikbaar gestelde machtiging tot ontvangstneming.

3.

De machtiging tot ontvangstneming wordt gewaarmerkt met een afdruk van een dienststempel en de handtekening van de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen persoon.

4.

De gemeente bewaart een kopie van het in het derde lid genoemde formulier.

Artikel 72. Tot ontvangst bevoegde personen bij de openbare lichamen
1.

De gezaghebber of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst ten minste drie personen aan om zendingen van gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen. Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2.

De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde personen, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid, vindt plaats bij de transporteur.

Artikel 73. Tot ontvangst bevoegde personen in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
1.

De burgemeester van Haarlemmermeer of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst ten minste drie personen bij de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten aan om zendingen van gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen.

2.

De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde personen, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid, vindt plaats bij de transporteur.

Artikel 74. Tot ontvangst bevoegde personen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken
1.

De Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst op zijn ministerie ten minste drie personen aan om zendingen van gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen. Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2.

De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde personen, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid, vindt plaats bij de distributeur met gebruikmaking van de door de Minister van Buitenlandse Zaken daartoe beschikbaar gestelde machtiging tot ontvangstneming.

3.

De machtiging wordt gewaarmerkt met een afdruk van een dienststempel en de handtekening van de Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen persoon.

4.

Een kopie van het in het derde lid genoemde formulier wordt op het ministerie bewaard.

Artikel 75. Registratie parafen
1.

De Minister van Buitenlandse Zaken houdt een administratie bij van de parafen van de personen die tot parafering van aanvraagformulieren bevoegd zijn.

2.

Een paraaf als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval net zo lang bewaard als de aanvragen waarin een paraaf van de desbetreffende persoon is opgenomen.

§ 2. Aflevering zendingen

Artikel 76. Aanmelding en registratie aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties door gemeenten en de openbare lichamen
1.

De burgemeester dan wel de gezaghebber, of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar meldt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de aanvraagstationlocatie in zijn gemeente of openbaar lichaam waar één of meerdere aanvraagstations zijn geplaatst alsmede de uitgiftelocatie waar de verzending van de aanvragen naar de leverancier en de aflevering van de zendingen door de distributeur of de transporteur plaatsvindt.

2.

Indien in de gemeente of het openbaar lichaam gebruik wordt gemaakt van meerdere aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties als bedoeld in het eerste lid, worden deze locaties, mits de beveiliging daarvan voldoet aan de beveiligingseisen, bedoeld in hoofdstuk 10, op de in het eerste lid aangegeven wijze, eveneens aangemeld.

3.

Wijzigingen met betrekking tot aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties worden, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk drie maanden voor het tijdstip waarop de wijziging ingaat, gemeld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

4.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste, tweede en derde lid aangemelde aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties en geeft deze gegevens door aan de leverancier.

5.

De leverancier wijst aan elke uitgiftelocatie een unieke locatiecode toe en meldt deze terug aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan de burgemeester dan wel de gezaghebber.

Artikel 77. Aanmelding en registratie aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties door het Ministerie van Buitenlandse Zaken
1.

De Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar meldt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de aanvraagstationlocaties waar één of meerdere aanvraagstations zijn geplaatst alsmede de uitgiftelocatie waar de verzending van de aanvragen naar de leverancier geschiedt, alsmede de locatie in Nederland waar de aflevering van de zendingen door de distributeur plaatsvindt.

2.

Wijzigingen met betrekking tot aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties worden, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, tijdig gemeld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

3.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste en tweede lid aangemelde aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties en geeft deze gegevens door aan de leverancier.

4.

De leverancier wijst aan elke uitgiftelocatie een unieke locatiecode toe en meldt deze terug aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel 78. Vastlegging tijdstip aflevering
1.

De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen persoon spreekt met het bestelkantoor het tijdstip af waarop de zending wordt afgeleverd.

2.

De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending in een openbaar lichaam wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de transporteur.

3.

De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending bij een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de distributeur.

§ 3. Beheer ontvangen Nederlandse identiteitskaarten

Artikel 79. Bewaring bij gemeenten en de openbare lichamen
1.

De Nederlandse identiteitskaarten worden bij de gemeente en het openbaar lichaam bewaard op de in artikel 86 voorgeschreven wijze tot het tijdstip dat zij worden uitgereikt, dan wel:

  • a. indien het een gemeente betreft, worden opgehaald door de leverancier ingevolge artikel 35 of per aangetekende post worden verstuurd ingevolge artikel 41 of 42;
  • b. indien het een openbaar lichaam betreft, per aangetekende post, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, worden teruggestuurd aan de leverancier.
2.

Aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation wordt nagegaan welke Nederlandse identiteitskaarten langer dan drie maanden na de datum dat zij voor uitreiking beschikbaar zijn gesteld nog niet zijn uitgereikt, teneinde deze ingevolge artikel 24, vierde lid, van de wet definitief aan het verkeer te onttrekken.

Artikel 80. Bewaring bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken
1.

De geleverde gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaarten worden bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, in een daartoe bestemde ruimte, bewaard op de in artikel 86 voorgeschreven wijze tot het tijdstip, dat zij door de bevoegde afdeling beschikbaar worden gesteld aan de bij het ministerie tot uitreiking bevoegde personen of doorgezonden aan de daartoe bestemde locatie, dan wel worden opgehaald door de leverancier ingevolge artikel 34.

2.

De ingevolge het eerste lid beschikbaar gestelde of doorgezonden Nederlandse identiteitskaarten worden, bij de desbetreffende afdeling op het ministerie of op de desbetreffende locatie in het buitenland, bewaard op de in artikel 86 voorgeschreven wijze tot het tijdstip, dat zij door de daartoe bevoegde persoon worden uitgereikt, dan wel worden geretourneerd aan de in het eerste lid bedoelde afdeling om te worden teruggestuurd aan de leverancier ingevolge artikel 41.

3.

Aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation wordt bij de desbetreffende afdeling op het ministerie of op de desbetreffende locatie in het buitenland nagegaan welke gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaarten binnen drie maanden na de datum van ontvangst nog niet zijn uitgereikt, teneinde deze ingevolge artikel 27, vierde lid, van de wet definitief aan het verkeer te onttrekken.

Artikel 81. Ontbrekende Nederlandse identiteitskaarten
1.

Indien op enig moment een gepersonaliseerde Nederlandse identiteitskaart na aflevering en registratie daarvan in het reisdocumentenstation blijkt te ontbreken, wordt terstond een inventarisatie opgemaakt van de nog aanwezige Nederlandse identiteitskaarten aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation.

2.

De ontbrekende Nederlandse identiteitskaarten worden geregistreerd in het reisdocumentenstation.

3.

Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing.

§ 4. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen

Artikel 82. Reisdocumentenstation, aanvraagstation, mobiel vingerafdrukopname-apparaat en reisdocumentenmodule
1.

De burgemeester, de gezaghebber of de Minister van Buitenlandse Zaken maakt binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten gebruik van het reisdocumentenstation, het aanvraagstation, het mobiel vingerafdrukopname-apparaat en de overige materialen, overeenkomstig deze regeling en met inachtneming van de bijgeleverde gebruikershandleidingen.

2.

De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg voor de technische inrichting, de werking en de beveiliging van de reisdocumentenmodule en de correcte uitwisseling van de daarin opgenomen gegevens met het reisdocumentenstation en de basisadministratie, overeenkomstig deze regeling en met inachtneming van de ter zake door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nader gegeven voorschriften.

Artikel 83. Foto- en handtekeningformulieren en andere standaardformulieren
1.

De in artikel 22 bedoelde foto- en handtekeningformulieren worden viermaal per jaar door de leverancier beschikbaar gesteld.

2.

Het aantal foto- en handtekeningformulieren dat jaarlijks beschikbaar wordt gesteld, is gebaseerd op het jaarlijkse aantal aanvraagbestanden, dat ingevolge artikel 26 vanuit de desbetreffende uitgiftelocatie aan de leverancier is gezonden, in de periode tussen 1 oktober en 30 september, vermeerderd met vijf procent. De leverancier maakt jaarlijks voor 1 november het aantal beschikbaar te stellen foto- en handtekeningformulieren voor het volgende kalenderjaar en de tijdstippen waarop deze worden afgeleverd, bekend aan de uitgiftelocatie.

3.

Indien tussen twee aflevertijdstippen blijkt dat de voorraad foto- en handtekeningformulieren ontoereikend zal zijn, kan met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier een spoedbestelling worden gedaan. De omvang van de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot het eerstvolgende aflevertijdstip te overbruggen.

4.

In afwijking van het derde lid, kan de Minister van Buitenlandse Zaken uitsluitend een spoedbestelling als bedoeld in het derde lid doen nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat het reguliere aflevertijdstip niet kan worden vervroegd.

5.

De foto- en handtekeningformulieren worden door de leverancier binnen tien werkdagen na de spoedbestelling geleverd op de uitgiftelocatie waarvoor de bestelling is gedaan.

6.

De overige standaardformulieren worden eenmalig door de leverancier ter beschikking gesteld en kunnen desgewenst worden nabesteld.

7.

De foto- en handtekeningformulieren en andere standaardformulieren worden kosteloos verstrekt.

Hoofdstuk 10. Beveiliging

Artikel 84. Algemene regels

De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten, bedoeld in de artikelen 15 en 35 van de wet, treffen maatregelen om de onder hen berustende Nederlandse identiteitskaarten, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

Artikel 85. Publiek identificatiemiddel

De voorschriften voor de technische en organisatorische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging van het publiek identificatiemiddel zijn:

  • a. de Baseline Informatiebeveiliging Overheid; en
  • b. de Voorschriften Informatiebeveiliging Rijksdienst.
Artikel 86. Fysieke beveiliging
1.

Buiten de werkuren worden de van de leverancier ontvangen Nederlandse identiteitskaarten, de ingehouden Nederlandse identiteitskaarten, de opslagmedia, de documentatie en de overige materialen opgeslagen in een inbraakvertragende en brandwerende voorziening, zoals een gesloten inbraakwerende waardekast of kluis, die in passende verhouding staat tot de waarde van de inhoud. Deze voorziening is in een af te sluiten ruimte geplaatst.

2.

De plaatsen waar de Nederlandse identiteitskaarten, de documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de ruimte waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn uitgerust met een inbraakalarmeringssysteem dat, indien deze toebehoort aan een gemeente of een openbaar lichaam, in verbinding staat met een door de rijksoverheid toegelaten alarmcentrale. Voor zover een openbaar lichaam niet beschikt over een inbraakalarmeringssysteem, bedoeld in de eerste zin van dit lid, staan deze plaatsen en deze ruimte onder permanente fysieke (24-uurs) bewaking.

3.

De apparatuur en programmatuur, alsmede de tijdens de werkuren uit te reiken of ingehouden Nederlandse identiteitskaarten en de te gebruiken documentatie en overige materialen bevinden zich, onder voortdurend toezicht, op een voor onbevoegden onbereikbare en afsluitbare plaats.

4.

In afwijking van het eerste lid, blijft de authenticatiekaart ook tijdens de werkuren opgeslagen in de voorziening, bedoeld in het eerste lid. De authenticatiekaart mag zich uitsluitend buiten de desbetreffende voorziening bevinden op het moment dat deze nodig is om het mobiel vingerafdrukopname-apparaat in het lokale netwerk van de uitgiftelocatie aan te sluiten.

5.

In afwijking van het tweede en derde lid, staat een aanvraagstation of een mobiel vingerafdrukopname-apparaat gedurende de werkuren onder voortdurend toezicht van degene die bevoegd is tot het gebruik ervan en bevindt het zich buiten de werkuren in een voor onbevoegden onbereikbare, afsluitbare en bij voorkeur beveiligde ruimte.

6.

In afwijking van het tweede lid, geldt voor de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten dat de plaatsen waar de Nederlandse identiteitskaarten, de documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de ruimte waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn uitgerust met een inbraakalarmeringssysteem dat in verbinding staat met een ter plaatse door de overheid toegelaten alarmcentrale, dan wel onder permanente fysieke (24-uurs) bewaking staan.

Artikel 87. Back-up en herstel van gegevens in het aanvraagsysteem reisdocumenten
1.

Van de in de reisdocumentenmodule en de in het reisdocumentenstation opgeslagen gegevens wordt dagelijks een reservekopie gemaakt. Voor het reisdocumentenstation wordt daartoe gebruikgemaakt van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verstrekken opslagmedia. Per reisdocumentenstation worden 5 opslagmedia verstrekt. Na het maken van de reservekopie wordt gecontroleerd of deze is geslaagd.

2.

De bewaring van de reservekopieën geschiedt zodanig, dat de twee oudste reservekopieën op de locatie van het reisdocumentenarchiefstation worden bewaard, terwijl de drie meest recente reservekopieën elders worden bewaard, in een vergelijkbare voorziening als bedoeld in artikel 86, eerste lid.

3.

De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde procedure inzake back-up en herstel, die erin voorziet dat reconstructie van de gegevens mogelijk is.

Artikel 88. Beveiligingsprocedures en beveiligingsfunctionaris
1.

De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden in ieder geval maatregelen vastgelegd inzake:

  • a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de van de leverancier ontvangen Nederlandse identiteitskaarten, de ingehouden Nederlandse identiteitskaarten, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
  • b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het achtste lid;
  • c. de functiescheiding tussen de bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten betrokken functionarissen, in het geval van de burgemeester of de gezaghebber;
  • d. de functiescheiding tussen de bij het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten betrokken functionarissen, in het geval van de Minister van Buitenlandse Zaken;
  • e. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.
2.

Indien het als gevolg van een noodsituatie wegens de omvang van het ambtelijk apparaat niet mogelijk is om gedurende een beperkte periode te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, bedoelde functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid, worden afgeweken.

3.

In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt met behulp van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst vastgelegd:

  • a. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;
  • b. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;
  • c. de namen van de personen die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten.
4.

Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen persoon, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de aanvraag, de verstrekking en de uitreiking van de Nederlandse identiteitskaarten, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, aanwezig is en de verstrekking, het beheer en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. Indien sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 90.

5.

De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg, dat de bij de uitvoering van de wet betrokken personen regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico’s en ten minste eenmaal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter zake.

6.

De beveiligingsprocedure wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.

7.

Ten behoeve van het opstellen en evalueren van de beveiligingsprocedure wordt gebruikgemaakt van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvoor beschikbaar gestelde hulpmiddelen. Afwijkingen van de beveiligingsvoorschriften worden schriftelijk vastgelegd en ten minste vijf jaar naast de beveiligingsprocedure bewaard.

8.

De burgemeester of de gezaghebber wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.

9.

De Minister van Buitenlandse Zaken wijst per locatie een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.

10.

De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.

11.

De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.

12.

De verstrekkende autoriteit draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.

13.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid en het negende tot en met het elfde lid, maken deel uit van de reguliere accountantscontrole van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

14.

Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris door de burgemeester of de gezaghebber wordt terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

15.

De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de verstrekkende autoriteit die hem als zodanig aangewezen heeft.

Artikel 89. Controle toepassing beveiligingsmaatregelen
1.

De burgemeester of de gezaghebber voert jaarlijks uiterlijk op een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen tijdstip een controle uit op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, genoemd in de artikelen 84 tot en met 88, en de overige aspecten van het aanvraag- en uitgifteproces van Nederlandse identiteitskaarten en informeert jaarlijks uiterlijk op een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen tijdstip de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de bevindingen van de controle.

2.

Bij de controle en de verslaglegging wordt gebruikgemaakt van de daarvoor door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde hulpmiddelen.

3.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in aanvulling op de in het eerste lid bedoelde controle steekproefsgewijze een nader onderzoek uitvoeren teneinde de bevindingen van de controle, bedoeld in het eerste lid, te verifiëren.

4.

De Minister van Buitenlandse Zaken voert een keer per jaar een controle uit op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 84 tot en met 88.

5.

Indien de in het vierde lid bedoelde controle daartoe aanleiding geeft, wordt de beveiligingsprocedure aangepast.

Artikel 90. Ontvreemding of vernietiging
1.

Bij ontvreemding dan wel vernietiging van Nederlandse identiteitskaarten, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins wordt door de met de uitvoering van de wet belaste autoriteit, bedoeld in de artikelen 15 en 35 van de wet, daarvan terstond aangifte gedaan bij de plaatselijke politie en stelt deze tevens terstond de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvan in kennis.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt door de Commandant van de Koninklijke Marechaussee in de in dat lid bedoelde situatie geen aangifte gedaan maar proces-verbaal opgemaakt.

3.

De in het eerste lid bedoelde autoriteit zendt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vervolgens binnen één werkdag, een schriftelijke kennisgeving waarin de navolgende gegevens zijn opgenomen:

  • a. het tijdstip en de exacte toedracht van de ontvreemding of vernietiging;
  • b. de nummers van de ontvreemde of vernietigde Nederlandse identiteitskaarten, alsmede de daarin vermelde persoonsgegevens;
  • c. de ontvreemde of vernietigde apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen met de eventueel daarop vermelde nummers.
4.

Zodra het door de plaatselijke politie opgemaakte proces-verbaal beschikbaar is, wordt daarvan een afschrift gezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 11. Voorkoming en bestrijding misbruik

Artikel 91. Aanschrijving tot inlevering

Onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van de houder van een Nederlandse identiteitskaart ingevolge de wet, draagt de burgemeester of de gezaghebber er bij wijze van faciliteit zorg voor dat de persoon die ingezetene van zijn gemeente of openbaar lichaam is, en houder is van een Nederlandse identiteitskaart, waarvan de geldigheidsduur binnenkort zal verlopen, schriftelijk wordt gewezen op het verstrijken van de geldigheidstermijn, de verplichting de Nederlandse identiteitskaart in te leveren en de mogelijkheid om een nieuwe Nederlandse identiteitskaart aan te vragen.

Artikel 92. Onderzoek onregelmatigheden en melding
1.

De burgemeester, de gezaghebber, de Minister van Buitenlandse Zaken of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee die in verband met een handeling op grond van deze regeling een Nederlandse identiteitskaart krijgt overgelegd, gaat aan de hand van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte lijst van toetsingspunten na of met de desbetreffende Nederlandse identiteitskaart enige onregelmatigheid is gepleegd.

2.

De burgemeester, de gezaghebber, de Minister van Buitenlandse Zaken of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee die van mening is dat met de Nederlandse identiteitskaart onregelmatigheden zijn gepleegd die geen strafbare feiten opleveren, onttrekt deze Nederlandse identiteitskaart op de in artikel 58, eerste lid, bedoelde wijze definitief aan het verkeer.

Artikel 93. Aangifte bij politie, melding en verzending aan Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten
1.

Indien bij de burgemeester of de gezaghebber het vermoeden bestaat dat de met de Nederlandse identiteitskaart gepleegde onregelmatigheden strafbare feiten opleveren en de vermoedelijke dader bekend is, wordt daarvan onder gelijktijdige overlegging van het desbetreffende Nederlandse identiteitskaart aangifte gedaan bij de plaatselijke politie en melding gemaakt aan het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

2.

Indien bij de Minister van Buitenlandse Zaken of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee het vermoeden bestaat dat de met de Nederlandse identiteitskaart gepleegde onregelmatigheden strafbare feiten opleveren of dat vermoeden bij de burgemeester of de gezaghebber bestaat en de vermoedelijke dader niet bekend is, wordt de desbetreffende Nederlandse identiteitskaart per aangetekende post met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier aan het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee gezonden.

3.

De Commandant van het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee onttrekt de Nederlandse identiteitskaart, bedoeld in het vorige lid, definitief aan het verkeer door middel van vernietiging als bedoeld in artikel 58, eerste lid.

Hoofdstuk 12. Verantwoording

Artikel 94. Vaststelling van aan Rijk verschuldigde kosten
1.

De door de gemeente of het openbaar lichaam aan het Rijk verschuldigde kosten worden vastgesteld aan de hand van de aanvraagbestanden die met gebruikmaking van het reisdocumentenstation aan de leverancier zijn verzonden.

2.

Het college van burgemeester en wethouders stelt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de hoogte van:

  • a. het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het besluit, door het zenden van een afschrift van de beschikking waarbij de kwijtschelding is verleend;
  • b. een situatie waarin een spoedlevering niet binnen de gestelde periode heeft plaatsgevonden, dan wel de met spoed geleverde Nederlandse identiteitskaart niet op de juiste wijze blijken te zijn vervaardigd, door het zenden van een daarop betrekking hebbende en door de leverancier geverifieerde mededeling.
3.

Het bestuurscollege stelt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de hoogte van het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het besluit, door het zenden van een afschrift van de beschikking waarbij de kwijtschelding is verleend.

Artikel 95. Reviewrecht accountant

Ten behoeve van de controle op de juistheid en volledigheid van de bedragen die ter zake van de verschuldigde kosten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet aan het Rijk zijn afgedragen, is het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege verplicht desgevraagd aan de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daartoe aangewezen ambtenaren de voor deze controle benodigde informatie te verschaffen. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet en artikel 38, derde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoelde registeraccountants.

Hoofdstuk 13. Afdracht van aan het Rijk verschuldigde kosten en heffing van aan het Rijk verschuldigde rechten

Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 96. Overgang aanwijzingen en registraties onder de Paspoortwet
1.

Degene die op grond van artikel 78, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 of artikel 86, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangewezen als bevoegd tot het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de Paspoortwet zijn voorgeschreven, wordt geacht ook te zijn aangewezen als bevoegd tot het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de Wet op de Nederlandse identiteitskaart zijn voorgeschreven op grond van artikel 66, eerste lid.

2.

Degene die op grond van artikel 79, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 of artikel 87, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangewezen als autorisatiebevoegde reisdocumentenstation wordt geacht ook te zijn aangewezen als autorisatiebevoegde reisdocumenten onder artikel 67, eerste lid.

3.

Degene die op grond van artikel 80b, eerste of tweede lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 of artikel 88b, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangewezen als persoon die aanvragen in behandeling mag nemen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt geacht ook te zijn aangewezen als persoon die aanvragen in behandeling mag nemen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat onder artikel 70, eerste lid.

4.

Degene die op grond van de artikelen 81, eerste lid, 82, eerste lid, of 82a, eerste lid van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 of artikel 89, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangewezen als in-ontvangstnemer van zendingen wordt geacht ook te zijn aangewezen als in-ontvangstnemer van zendingen onder respectievelijk de artikelen 71, eerste lid, 72, eerste lid, 73, eerste lid en 74, eerste lid.

5.

Een registratie als bedoeld in artikel 76, vierde lid, kan achterwege blijven indien deze aanvraagstationlocatie of deze uitgiftelocatie reeds geregistreerd is onder artikel 83, vierde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001.

6.

Een registratie als bedoeld in artikel 77, vierde lid, kan achterwege blijven indien deze aanvraagstationlocatie of deze uitgiftelocatie reeds geregistreerd is onder artikel 91, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001.

7.

Degene die op grond van artikel 93, achtste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, artikel 107, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 of artikel 55, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangewezen als beveiligingsfunctionaris wordt geacht ook te zijn aangewezen als beveiligingsfunctionaris onder artikel 88, achtste dan wel negende lid.

Artikel 97. Wijzigingen in verband met de invoering StopID

Wijzigt deze regeling.

Artikel 98. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de Nederlandse identiteitskaart in werking treedt, met uitzondering van artikel 97, dat in werking treedt op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 99. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Nederlandse identiteitskaart.

Bijlage A. Standaardclausules

I. Standaardclausules burgerlijke staat

Burgerlijke staat Standaardclausule I (uitgeschreven)1 Afkorting
H – gehuwd
(geslacht houder = ‘V’) echtgenote van/wife of/éspouse de e/v
(geslacht houder = ‘M’) echtgenoot van/husband of/époux de e/v
W – weduwe/weduwnaar Gehuwd geweest met/formerly married to/anciennement marié(e) à w/v
S – gescheiden Gehuwd geweest met/formerly married to/anciennement marié(e) à g/v
P – geregistreerde partner geregistreerd partner van/registered partner of/partenaire enregistré(e) de p/v
B – gescheiden geregistreerde partner geregistreerd partner geweest van/former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de b/v
A – achtergebleven geregistreerde partner geregistreerd partner geweest van/former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de a/v

1 De hiertoe aangewezen persoon geeft in het aanvraagformulier desgewenst de burgerlijke staat van de aanvrager aan. Afhankelijk van de ruimte op de achterzijde vermeldt de producent de afgekorte versie van de betreffende standaardclausule gevolgd door de naam van de echtgenoot/partner/gewezen echtgenoot/gewezen partner. Indien er niet genoeg ruimte is, wordt de naam afgebroken.

II. zie/see/voir p.

III. Niet in staat tot ondertekening/Unable to sign/Incapable de signer

IV. Nederlandse/Netherlands/Néerlandaise

Bijlage B. Foutafhandelingsprocedure

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan een tweetal nader onderverdeeld is. De foutsituaties worden hieronder beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens schematisch aangegeven hoe gehandeld wordt.

I. De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen

Hiervan is sprake, indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die dan gevolgd wordt, is weergegeven in schema I.

II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

Dit is het geval, indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

III. De ontvangen zending is beschadigd

Hiervan is sprake, indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. De volgende situaties worden onderscheiden:

IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

Hiervan is sprake, indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten, er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten, of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

In dit geval wordt de procedure, weergegeven in schema IV, gevolgd.

V. Overige calamiteiten

Indien zich een situatie voordoet, die niet in één van de bovenstaande categorieën is onder te brengen, wordt de procedure, weergegeven in schema V, gevolgd.

Bijlage C. Fotomatrix

Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.

Bijlage D. Model Nederlandse identiteitskaart

Bijlage E. Model vervangende Nederlandse identiteitskaart

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage C, die zal worden geplaatst op https://www.rvig.nl.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)