Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers

Type Verdrag
Publication 1983-05-01
State In force
Source BWB
artikelen 38
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa, die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn Leden, ten einde, met eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de idealen en beginselen, die hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, te beschermen en te verwezenlijken, alsmede hun economische en sociale vooruitgang te stimuleren,

Overwegende dat de rechtspositie van migrerende werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten van de Raad van Europa, dient te worden geregeld ten einde hun voor zover mogelijk een behandeling te verzekeren die niet minder gunstig is dan die welke de nationale werknemers van de ontvangende Staat genieten ten aanzien van de levens- en arbeidsomstandigheden,

Vastbesloten de maatschappelijke vooruitgang en het welzijn van de migrerende werknemers en hun gezinsleden te bevorderen,

Bevestigend dat de rechten en voorrechten die zij aan elkaars onderdanen verlenen, worden toegekend op grond van de grote verbondenheid die krachtens het statuut tussen de Lid-Staten van de Raad van Europa bestaat,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I

Artikel 1. Begripsomschrijving

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „migrerende werknemer" verstaan de onderdaan van een Verdragsluitende Partij die van een andere Verdragsluitende Partij toestemming heeft gekregen om op haar grondgebied te verblijven ten einde aldaar arbeid in loondienst te gaan verrichten.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op:

  • a. grensarbeiders;
  • b. kunstenaars, met inbegrip van artiesten op het gebied van variété, cabaret en toneel, alsmede sportlieden die voor een korte tijd te werk worden gesteld en personen die een vrij beroep uitoefenen;
  • c. zeelieden;
  • d. personen die een opleiding volgen;
  • e. seizoenarbeiders; migrerende seizoenarbeiders zijn personen die, als onderdaan van een Verdragsluitende Partij, op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, tegen betaling seizoengebonden arbeid verrichten op basis van een contract van bepaalde duur of ten behoeve van bepaalde werkzaamheden;
  • f. werknemers die onderdaan zijn van een Verdragsluitende Partij en op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij bepaalde werkzaamheden verrichten voor rekening van een onderneming die haar hoofdkantoor buiten het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij heeft.

HOOFDSTUK II

Artikel 2. Vormen van werving

1.

De werving van toekomstige migrerende werknemers kan geschieden door middel van een op naam gestelde aanvraag dan wel door middel van een niet op naam gestelde aanvraag; in dit laatste geval dient de aanvraag te worden gericht door tussenkomst van het officiële orgaan van de Staat van oorsprong indien een zodanig orgaan bestaat en eventueel door tussenkomst van het officiële orgaan van de ontvangende Staat.

2.

De administratiekosten verband houdende met werving, introductie en tewerkstelling, wanneer deze worden uitgevoerd door een officieel orgaan, mogen niet ten laste komen van de toekomstige migrerende werknemer.

Artikel 3. Medisch onderzoek en onderzoek naar vakbekwaamheid

1.

De werving van toekomstige migrerende werknemers kan worden voorafgegaan door een medisch onderzoek en een onderzoek naar vakbekwaamheid.

2.

Het medisch onderzoek en het onderzoek naar vakbekwaamheid dienen om vast te stellen of de toekomstige migrerende werknemer lichamelijk en geestelijk in staat is tot en technisch gekwalificeerd voor de hem aangeboden functie en om vast te stellen, dat de gezondheidstoestand van deze werknemer geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid.

3.

De wijze van terugbetaling van de kosten verbonden aan het medisch onderzoek en het onderzoek naar vakbekwaamheid wordt eventueel geregeld in het kader van bilaterale overeenkomsten zodat deze kosten niet ten laste komen van de toekomstige migrerende werknemer.

4.

De migrerende werknemer die in het bezit is van een op naam gestelde aanbieding van werk mag, behoudens een op grond van fraude gerechtvaardigde uitzondering, slechts op verzoek van de werkgever worden onderworpen aan een onderzoek inzake vakbekwaamheid.

Artikel 4. Recht om het land te verlaten - recht op toelating administratieve formaliteiten

1.

Iedere Verdragsluitende Partij waarborgt de migrerende werknemer de volgende rechten:

  • -. het recht het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarvan hij onderdaan is te verlaten;
  • -. het recht op toelating tot het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen om daar arbeid in loondienst te gaan verrichten wanneer de migrerende werknemer hiertoe van tevoren toestemming heeft ontvangen en de vereiste documenten heeft verkregen.
2.

Deze rechten worden overeengekomen onder voorbehoud van de door de wetgeving voorgeschreven beperkingen betreffende de staatsveiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.

3.

De documenten die de migrerende werknemer nodig heeft voor emigratie en immigratie worden zo spoedig mogelijk afgegeven, kosteloos dan wel tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de desbetreffende administratiekosten.

Artikel 5. Formaliteiten en procedure betreffende het arbeidscontract

Iedere migrerende werknemer die werk heeft gevonden, ontvangt, voor zijn vertrek naar de ontvangende Staat, een arbeidscontract of een bepaalde aanbieding van werk die kunnen worden opgesteld in een of meer in de Staat van oorsprong gangbare talen alsmede in een of meer in de ontvangende Staat gangbare talen. Het gebruik van ten minste één taal van de Staat van oorsprong en één taal van de ontvangende Staat is verplicht in geval van werving door een officieel orgaan of door een officieel erkend arbeidsbureau.

Artikel 6. Inlichtingen

1.

De Verdragsluitende Partijen verstrekken elkaar en de aspirantemigranten passende inlichtingen over hun verblijf, de voorwaarden en mogelijkheden van gezinshereniging, de aard van het werk, de mogelijkheden om een nieuw arbeidscontract te sluiten wanneer het eerste contract is afgelopen, de vereiste vakbekwaamheid, de werken levensomstandigheden (met inbegrip van de kosten van levensonderhoud), salariëring, sociale zekerheid, huisvesting, voeding, het overmaken van spaargelden, de reis alsmede de bedragen die op het salaris worden ingehouden voor sociale voorzieningen, belastingen en andere lasten. Tevens kunnen inlichtingen worden verstrekt over de omstandigheden op cultureel en religieus gebied in de ontvangende Staat.

2.

Bij werving door tussenkomst van een officieel orgaan van de ontvangende Staat worden deze inlichtingen aan de aspirant-emigrant medegedeeld voor diens vertrek en wel in een taal die hij kan begrijpen, zodat hij met volledige kennis van zaken een besluit kan nemen. Indien nodig wordt de vertaling van deze inlichtingen in een taal die de aspirant-emigrant kan begrijpen, in het algemeen verzorgd door de Staat van oorsprong.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich ertoe passende maatregelen te nemen om misleidende propaganda ten aanzien van emigratie en immigratie te voorkomen.

Artikel 7. Reis

1.

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich ertoe ervoor te zorgen dat bij officiële collectieve werving de kosten van de reis naar het ontvangende land in geen geval ten laste van de migrerende werknemer komen. De regeling voor betaling van deze kosten wordt vastgesteld bij bilaterale overeenkomsten die tevens kunnen voorzien in de uitbreiding van bovengenoemde maatregelen tot de gezinnen en tot werknemers die individueel worden aangeworven.

2.

Ten aanzien van migrerende werknemers en hun gezinnen die zich op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij bevinden op doortocht naar de ontvangende Staat of bij hun terugkeer naar de Staat van oorsprong, dienen door de bevoegde autoriteit van de Staat van doortocht alle maatregelen te worden genomen om de reis te bespoedigen en om oponthoud en administratieve moeilijkheden te voorkomen.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij verleent vrijstelling van invoerrechten en -heffingen bij binnenkomst in de ontvangende Staat, bij definitieve terugkeer in de Staat van oorsprong alsmede bij doortocht:

  • a. voor de persoonlijke bezittingen en voor meubilair toebehorend aan de migrerende werknemers en aan de bij hen inwonende gezinsleden;
  • b. in een redelijke mate, voor gereedschap en draagbare uitrusting die de migrerende werknemers nodig hebben voor de uitoefening van hun vak.

De hierboven bedoelde vrijstellingen worden verleend overeenkomstig de bepalingen van de in genoemde Staten van kracht zijnde wetten of voorschriften.

HOOFDSTUK III

Artikel 8. Werkvergunning

1.

Iedere Verdragsluitende Partij die een migrerende werknemer toelaat om arbeid in loondienst te verrichten, verstrekt of verlengt voor hem (behalve bij vrijstelling) een werkvergunning op de bij haar wetgeving voorziene voorwaarden.

2.

De werkvergunning die voor de eerste maal is verstrekt, kan de werknemer in het algemeen evenwel niet voor langer dan één jaar verbinden aan een zelfde werkgever of aan een zelfde plaats.

3.

Bij verlenging van de werkvergunning van de migrerende werknemer dient deze vergunning in het algemeen te worden verstrekt voor de duur van ten minste één jaar voor zover de situatie op en de ontwikkeling van de arbeidsmarkt zulks toestaan.

Artikel 9. Verblijfsvergunning

1.

Iedere Verdragsluitende Partij verleent, voor zover de nationale wetgeving zulks eist, een verblijfsvergunning aan migrerende werknemers die toestemming hebben gekregen om arbeid in loondienst te gaan verrichten op het grondgebied van die Partij overeenkomstig de voorwaarden voorzien in dit Verdrag.

2.

De verblijfsvergunning wordt, op de voorwaarden voorzien door de nationale wetgeving, verleend en eventueel verlengd voor een duur die in het algemeen gelijk is aan de geldigheidsduur van de werkvergunning. Wanneer de werkvergunning van onbepaalde duur is, wordt de verblijfsvergunning verleend en eventueel verlengd voor een periode die in het algemeen ten minste één jaar bedraagt. De afgifte van het document en de verlenging daarvan geschieden kosteloos of tegen betaling van alleen de administratiekosten.

3.

De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing op de gezinsleden van de migrerende werknemer die toestemming hebben gekregen om zich bij hem te voegen overeenkomstig artikel 12 van dit Verdrag.

4.

Indien de migrerende werknemer niet langer tewerk gesteld is, doordat hij als gevolg van ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt is, ofwel doordat hij onvrijwillig werkloos is en dit naar behoren is geconstateerd door de bevoegde autoriteiten, wordt hem, voor de toepassing van het bepaalde in artikel 25 van dit Verdrag, toegestaan te blijven op het grondgebied van de ontvangende Staat voor een periode die niet korter mag zijn dan 5 maanden.

In het in de vorige alinea bedoelde geval is evenwel geen enkele Verdragsluitende Partij verplicht de migrerende werknemer toe te staan te blijven voor een langere periode dan die waarover de werkloosheidsuitkering wordt betaald.

5.

De verblijfsvergunning die is afgegeven overeenkomstig het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel kan worden ingetrokken:

  • a. om redenen van nationale veiligheid, openbare orde of goede zeden;
  • b. indien de houder ervan weigert, na naar behoren te zijn ingelicht over de consequenties van een zodanige weigering, zich te houden aan de voorschriften die een medische autoriteit hem heeft gegeven met het oog op de bescherming van de volksgezondheid;
  • c. indien aan een wezenlijke voorwaarde voor de afgifte of de geldigheid van de verblijfsvergunning niet is voldaan.

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich er echter toe, de migrerende werknemers wier verblijfsvergunning is ingetrokken, daadwerkelijk het recht te verlenen om overeenkomstig de bij haar wetgeving voorziene procedure in beroep te gaan bij een rechterlijke of administratieve instantie.

Artikel 10. Opvang

1.

Bij aankomst in de ontvangende Staat ontvangen de migrerende werknemers en hun gezinsleden alle passende inlichtingen en adviezen alsmede alle nodige hulp bij hun vestiging en hun aanpassing.

2.

Hiertoe genieten de migrerende werknemers en hun gezinsleden de hulp en bijstand van de diensten voor algemeen welzijn en openbare instellingen van de ontvangende Staat alsmede de hulp van de consulaire autoriteiten, van hun land van oorsprong. Bovendien ontvangen de migrerende werknemers op voet van gelijkheid als de nationale werknemers hulp en bijstand van de diensten voor arbeidsvoorziening. Iedere Verdragsluitende Partij streeft er evenwel naar, indien zulks nodig mocht zijn, te voorzien in gespecialiseerde sociale diensten om de opvang van de migrerende werknemers en hun gezinnen te vergemakkelijken of te coördineren.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich ertoe de migrerende werknemers en hun gezinsleden de vrijheid te waarborgen om godsdienstoefeningen te houden in overeenstemming met hun geloof; zij vergemakkelijkt hun, binnen de grenzen van de aanwezige middelen, het houden van deze godsdienstoefeningen.

Artikel 11. Verhaal van bedragen verschuldigd uit hoofde van een onderhoudsplicht

1.

De hoedanigheid van migrerende werknemer mag geen belemmering vormen voor het verhaal van verschuldigde bedragen ten behoeve van personen die zijn achtergebleven in de Staat van oorsprong en jegens wie een onderhoudsplicht bestaat die voortvloeit uit familiebetrekkingen, verwantschap, huwelijk of aanverwantschap met inbegrip van de onderhoudsplichten jegens een onwettig kind.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij neemt de maatregelen die nodig zijn voor het verhaal van de bedragen die verschuldigd zijn uit hoofde van een onderhoudsplicht, door daartoe, voor zover mogelijk, gebruik te maken van het formulier dat is aanvaard door het Comité van Ministers van de Raad van Europa.

3.

Voor zover mogelijk neemt iedere Verdragsluitende Partij maatregelen om een enkele nationale of regionale instantie aan te wijzen die belast zal zijn met het ontvangen en verzenden van de aanvragen om onderhoud dat verschuldigd is uit hoofde van een onderhoudsplicht die voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid hierboven.

4.

Dit artikel laat de bepalingen van reeds gesloten of nog te sluiten bilaterale of multilaterale overeenkomsten onverlet.

Artikel 12. Gezinshereniging

1.

Het is de echtgenoot van de migrerende werknemer die op wettige wijze is tewerk gesteld op het grondgebied van een Verdrag sluitende Partij alsmede diens niet-gehuwde kinderen, die door de van toepassing zijnde wetgeving van de ontvangende Staat worden beschouwd als minderjarig en die te zijnen laste komen, toegestaan om op soortgelijke voorwaarden als in dit Verdrag is voorzien ten aanzien van de toelating van migrerende werknemers en volgens de procedures die voor deze toelating zijn voorzien door de wetgeving of door internationale overeenkomsten, zich te voegen bij de migrerende werknemer op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, mits de betrokkene voor zijn gezin beschikt over huisvesting die voor de nationale werknemers in het gebied waar hij is tewerk gesteld, als normaal wordt beschouwd. Iedere Verdragsluitende Partij kan het verlenen van de hierboven bedoelde toestemming afhankelijk stellen van een wachttijd die niet langer mag zijn dan twaalf maanden.

2.

Iedere Staat kan te allen tijde door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, die één maand na ontvangst van kracht wordt, de in het eerste lid hierboven bedoelde gezinshereniging bovendien afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de migrerende werknemer beschikt over vaste middelen van bestaan die voldoende zijn om te voorzien in de behoeften van zijn gezin.

3.

Iedere Staat kan te allen tijde door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, die één maand na ontvangst van kracht wordt, zich tijdelijk ontslagen achten van de verplichting de in het eerste lid hierboven bedoelde toestemming te verlenen voor een of meer in de verklaring genoemde delen van zijn grondgebied, mits deze maatregelen niet in strijd zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit andere internationale regelingen. In de verklaring dienen de bijzondere redenen te worden vermeld die zulks rechtvaardigen met betrekking tot de opvangcapaciteit.

Iedere Staat die gebruik maakt van deze mogelijkheid houdt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa volledig op de hoogte van de genomen maatregelen en zorgt ervoor dat deze maatregelen zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd. Voorts dient deze Staat de Secretaris-Generaal op de hoogte te stellen van het tijdstip waarop deze maatregelen ophouden van kracht te zijn en de bepalingen van het Verdrag weer ten volle van toepassing worden.

De verklaring heeft in het algemeen geen invloed op de verzoeken om gezinshereniging die, voordat de verklaring is gericht aan de Secretaris-Generaal, bij de bevoegde autoriteiten zijn ingediend door migrerende werknemers die reeds in het desbetreffende deel van het grondgebied zijn gevestigd.

Artikel 13. Huisvesting

1.

Iedere Verdragsluitende Partij kent de migrerende werknemer wat het verkrijgen van huisvesting en huurmogelijkheden betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die zij geeft aan haar eigen onderdanen indien deze aangelegenheid valt onder haar wetten en voorschriften.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij draagt er zorg voor dat de bevoegde nationale diensten in voorkomende gevallen controles uitvoeren, in samenwerking met de betrokken consulaire autoriteiten die handelen binnen het kader van hun bevoegdheid, ten einde te verzekeren dat voor de migrerende werknemers de normen voor bewoonbaarheid op dezelfde wijze worden geëerbiedigd als voor haar eigen onderdanen.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich ertoe de migrerende werknemers, in het kader van haar wetten en voorschriften, te beschermen tegen uitbuiting bij huur.

4.

Iedere Verdragsluitende Partij draagt er, met inzet van de middelen die de bevoegde nationale diensten hiertoe ter beschikking staan, zorg voor dat de migrerende werknemer beschikt over behoorlijke huisvesting.

Artikel 14. Vooropleiding - schoolonderwijs, taalonderwijs en beroepsonderwijs - herscholing

1.

De migrerende werknemers en hun gezinsleden die op wettige wijze zijn binnengekomen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, hebben op basis van gelijkheid en op dezelfde voorwaarden als de nationale werknemers recht op algemeen onderwijs en beroepsonderwijs alsmede op een beroepsopleiding en herscholing en hebben toegang tot het hoger onderwijs overeenkomstig de bepalingen die in het algemeen gelden voor de toelating tot de verschillende instellingen in de ontvangende Staat.

2.

Ten einde de toegang tot scholen voor algemeen onderwijs en beroepsonderwijs alsmede tot centra voor beroepsopleiding te bevorderen, vergemakkelijkt de ontvangende Staat het onderwijs in zijn taal of talen ten behoeve van de migrerende werknemers en hun gezinsleden.

3.

Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid hierboven blijft de toekenning van beurzen voorbehouden aan het oordeel van iedere Verdragsluitende Partij, die alles in het werk zal stellen om op dit gebied de kinderen van migrerende werknemers die in hun gezin in de ontvangende Staat wonen - overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van deze Overeenkomst - dezelfde faciliteiten te bieden die zij ook aan haar eigen onderdanen biedt.

4.

De eerder verworven vakbekwaamheid van de werknemer alsmede de in de Staat van oorsprong verworven diploma's en getuigschriften op vakgebied worden door de Verdragsluitende Partijen erkend op de wijze zoals vastgelegd in bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

5.

De betrokken Verdragsluitende Partijen zien er, in het kader van een nauwe samenwerking, op toe dat er bij de beroepsopleiding en herscholing in de zin van dit artikel zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de behoeften van de migrerende werknemers met het oog op de terugkeer naar hun Staat van oorsprong.

Artikel 15. Onderricht in de moedertaal van de migrerende werknemer

De betrokken Verdragsluitende Partijen treden gezamenlijk op ten einde voor zover mogelijk ten behoeve van de kinderen van de migrerende werknemers speciale cursussen op te zetten voor het onderricht in de moedertaal van de migrerende werknemer met het doel onder meer hun terugkeer in de Staat van oorsprong te vergemakkelijken.

Artikel 16. Arbeidsvoorwaarden

1.

Op het gebied van de arbeidsvoorwaarden ontvangen de migrerende werknemers die toestemming hebben om arbeid te verrichten, een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke geldt voor de nationale werknemers krachtens de wetten of voorschriften, collectieve arbeidsovereenkomsten of gebruiken.

2.

Bij overeenkomst mag niet worden afgeweken van het beginsel van gelijkheid van behandeling bedoeld in het vorige lid.

Artikel 17. Overmaking van spaargelden

1.

Iedere Verdragsluitende Partij maakt het de migrerende werknemers die zulks wensen, mogelijk om, op een door haar wetgeving vastgestelde wijze, de verdiensten of spaargelden geheel of gedeeltelijk over te maken.

Deze bepaling geldt eveneens voor het overmaken van bedragen die de migrerende werknemers als onderhoud verschuldigd zijn. De overmaking van bedragen die door de migrerende werknemers als onderhoud verschuldigd zijn, mag in geen geval worden bemoeilijkt of verhinderd.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij maakt het, in het kader van bilaterale overeenkomsten of anderszins, mogelijk om de bedragen waarop de migrerende werknemers bij het verlaten van het grondgebied van de ontvangende Staat recht hebben, over te maken.

Artikel 18. Sociale zekerheid

1.

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich ertoe, op haar grondgebied aan de migrerende werknemers en aan hun gezinsleden, op het gebied van de sociale zekerheid, dezelfde behandeling toe te kennen als aan haar eigen onderdanen, behoudens de voorwaarden gesteld bij de nationale wetgeving en bij de tussen de betrokken Verdragsluitende Partijen gesloten of nog te sluiten bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

2.

De Verdragsluitende Partijen stellen voorts alles in het werk om de migrerende werknemers en hun gezinsleden te verzekeren van het behoud van de in opbouw, zijnde en de verkregen rechten alsmede van het in het buitenland verlenen van uitkeringen en verstrekkingen en wel door middel van bilaterale en multilaterale overeenkomsten.

Artikel 19. Sociale en medische bijstand

Iedere Verdragsluitende Partij verplicht zich ertoe, op haar grondgebied aan de migrerende werknemers en hun gezinsleden die wettig op haar grondgebied verblijven sociale en medische bijstand te verlenen op dezelfde wijze als aan haar eigen onderdanen, zulks overeenkomstig de verplichtingen die op haar rusten krachtens internationale overeenkomsten en met name het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand van 1953.

Artikel 20. Arbeidsongevallen en beroepsziekten - arbeidshygiëne

1.

Ten aanzien van het voorkomen van arbeidsongevallen en beroepsziekten alsmede ten aanzien van de arbeidshygiëne, genieten de migrerende werknemers dezelfde rechten en dezelfde bescherming als de nationale werknemers overeenkomstig de wetten van een Verdragsluitende Partij en de collectieve arbeidsovereenkomsten en rekening houdend met hun bijzondere situatie.

2.

De migrerende werknemer die op het grondgebied van de ontvangende Staat een arbeidsongeval heeft gehad of een beroepsziekte heeft opgelopen, heeft recht op revalidatie op dezelfde wijze als de nationale werknemers.

Artikel 21. Toezicht op de arbeidsomstandigheden

Iedere Verdragsluitende Partij oefent toezicht uit of laat toezicht uitoefenen op de arbeidsomstandigheden van de migrerende werknemers op dezelfde wijze als dit ten behoeve van de nationale werknemers geschiedt. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de bevoegde organen of instellingen van de ontvangende Staat en door iedere andere door de ontvangende Staat gemachtigde instantie.

Artikel 22. Overlijden

Iedere Verdragsluitende Partij draagt er, in het kader van haar wetten of eventueel in het kader van bilaterale overeenkomsten, zorg voor dat maatregelen worden genomen ten einde alle nodige hulp en bijstand te verlenen voor het vervoer naar de Staat van oorsprong van het stoffelijk overschot van migrerende werknemers die zijn overleden ten gevolge van een arbeidsongeval.

Artikel 23. Inkomstenbelasting

1.

Ten aanzien van de inkomsten en onverminderd de bepalingen betreffende de dubbele belasting vervat in de reeds gesloten of nog te sluiten overeenkomsten tussen Verdragsluitende Partijen, worden de migrerende werknemers op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij niet onderworpen aan rechten, heffingen, belastingen of bijdragen, onder welke benaming ook, die hoger of zwaarder zijn dan die worden geëist van de eigen onderdanen die zich in soortgelijke omstandigheden bevinden. Zij genieten met name vermindering of vrijstelling van belasting of heffingen alsmede verlaging van de belastinggrondslag, met inbegrip van aftrek in verband met gezinslasten.

2.

De Verdragsluitende Partijen stellen onderling, door middel van bilaterale of multilaterale overeenkomsten inzake dubbele belasting, de maatregelen vast die genomen zouden kunnen worden ter voorkoming van dubbele belasting van de verdiensten van de migrerende werknemers.

Artikel 24. Beëindiging van het arbeidscontract en ontslag

1.

Bij beëindiging van een arbeidscontract met bepaalde geldigheidsduur aan het eind van de overeengekomen periode, alsmede bij vroegtijdige beëindiging van een zodanig contract of bij beëindiging van een arbeidscontract met onbepaalde geldigheidsduur, geniet de migrerende werknemer een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke de nationale werknemers genieten krachtens de bepalingen van de wetgeving of de collectieve arbeidsovereenkomsten.

2.

In geval van persoonlijk of collectief ontslag geniet de migrerende werknemer de behandeling die van toepassing is op de nationale werknemers krachtens de wetgeving of de collectieve arbeidsovereenkomsten, met name ten aanzien van de vorm van ontslag en van de opzegtermijn, de in de wetgeving of in de collectieve arbeidsovereenkomsten voorziene vergoedingen alsmede de vergoedingen waarop hij recht mocht hebben in geval van onwettige beëindiging van zijn arbeidscontract.

Artikel 25. Nieuwe tewerkstelling

1.

Indien een migrerende werknemer buiten zijn schuld zijn betrekking zou verliezen, zoals in geval van afvloeiing of langdurige ziekte, vergemakkelijkt de bevoegde autoriteit van de ontvangende Staat dat hij opnieuw tewerk wordt gesteld overeenkomstig de in die Staat van kracht zijnde wetten en voorschriften.

2.

Daartoe bevordert de ontvangende Staat die maatregelen die nodig zijn om de betrokken migrerende werknemer voor zover, mogelijk te revalideren of te herscholen, mits hij blijk geeft van zijn voornemen in de ontvangende Staat te blijven werken.

Artikel 26. Beroep op de rechterlijke en bestuurlijke autoriteiten van de ontvangende Staat

1.

Iedere Verdragsluitende Partij kent de migrerende werknemers bij rechtzaken een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die van haar eigen onderdanen. De migrerende werknemers hebben, op dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het betrokken land, recht op volledige wettelijke en gerechtelijke bescherming van hun persoon en hun bezittingen alsmede van hun rechten en belangen; zij hebben met name, op dezelfde wijze als de onderdanen van het betrokken land, het recht zich te wenden tot de bevoegde rechterlijke en bestuurlijke autoriteiten en zich te laten bijstaan door de persoon van hun keuze die daartoe door de wetten van bedoelde Staat is gemachtigd, bijvoorbeeld in geschillen met hun werkgever, hun gezinsleden of derden. Dit artikel laat de bepalingen van het in de ontvangende Staat van kracht zijnde internationale privaatrecht onverlet.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij verleent, op dezelfde voorwaarden als aan haar eigen onderdanen, de migrerende werknemers rechtsbijstand, en bij civielrechtelijke of strafrechtelijke procedures de mogelijkheid om zich door een tolk te laten bijstaan indien de migrerende werknemer de ter zitting gebezigde taal niet begrijpt of niet spreekt.

Artikel 27. Gebruik van de diensten voor arbeidsbemiddeling

Iedere Verdragsluitende Partij kent de migrerende werknemers en hun gezinsleden die wettig op haar grondgebied verblijven het recht toe gebruik te maken van de diensten voor arbeidsbemiddeling op dezelfde voorwaarden als de nationale werknemers, behoudens de in die Staat van kracht zijnde wettelijke bepalingen en voorschriften alsmede administratieve gebruiken, met inbegrip van de toelatingsvoorwaarden.

Artikel 28. Uitoefening van de syndicale rechten

Iedere Verdragsluitende Partij kent de migrerende werknemers de vrije uitoefening van de syndicale rechten toe voor de behartiging van hun economische en sociale belangen, op de voorwaarden door de nationale wetgeving voor haar eigen onderdanen bepaald.

Artikel 29. Deelneming in de aangelegenheden van de onderneming

Iedere Verdragsluitende Partij bevordert voor zover mogelijk de deelneming van de migrerende werknemers in de aangelegenheden van de onderneming op dezelfde voorwaarden als ten aanzien van nationale werknemers.

HOOFDSTUK IV

Artikel 30. Terugkeer

1.

Iedere Verdragsluitende Partij neemt voor zover mogelijk passende maatregelen ten einde de migrerende werknemers en hun gezinsleden te helpen bij hun definitieve terugkeer naar hun Staat van oorsprong, met name de maatregelen bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, van dit Verdrag. Het verlenen van financiële hulp wordt overgelaten aan het oordeel van iedere Verdragsluitende Partij.

2.

Ten einde de migrerende werknemers voor hun terugreis kennis te doen nemen van de omstandigheden waaronder zij zich weer kunnen vestigen in hun Staat van oorsprong, verstrekt deze Staat inlichtingen aan de ontvangende Staat die deze op verzoek aan de belanghebbenden ter beschikking stelt; deze inlichtingen hebben met name betrekking op:

  • -. de arbeidsmogelijkheden en -voorwaarden in hun land van oorsprong;
  • -. de financiële hulp die wordt verleend voor de economische reintegratie;
  • -. het behoud van de in het buitenland verworven rechten op het gebied van de sociale zekerheid;
  • -. de stappen die dienen te worden gedaan ten einde het vinden van huisvesting te vergemakkelijken;
  • -. de gelijkstelling van de in het buitenland verworven vakdiploma's en eventueel de onderzoeken die nodig zijn voor het verkrijgen van de erkenning hiervan;
  • -. de gelijkstelling van de in het buitenland behaalde getuigschriften of diploma's opdat de kinderen van migrerende werknemers op scholen kunnen worden toegelaten zonder dat hun opleiding te laag wordt gewaardeerd.

HOOFDSTUK V

Artikel 31. Behoud van verworven rechten

Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag worden uitgelegd als een rechtvaardiging van een behandeling die minder gunstig is dan die welke voor een migrerende werknemer voortvloeit uit de nationale wetgeving van de ontvangende Staat en uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij deze Staat Partij is.

Artikel 32. Betrekkingen tussen dit Verdrag en het interne recht van de Verdragsluitende Partijen of internationale overeenkomsten

De bepalingen van dit Verdrag laten onverlet de geldende of toekomstige bepalingen van het interne recht van de Verdragsluitende Partijen en van de bilaterale of multilaterale verdragen, overeenkomsten, akkoorden en regelingen, alsmede de uitvoeringsmaatregelen die gunstiger zijn voor de door dit Verdrag beschermde personen.

Artikel 33. Toepassing van het Verdrag

1.

Binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt een Raadgevende Commissie in het leven geroepen.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij wijst in deze Raadgevende Commissie een vertegenwoordiger aan. Iedere andere Lid-Staat van de Raad van Europa kan zich hierin doen vertegenwoordigen door een waarnemer die het recht heeft in de vergadering te spreken.

3.

De Raadgevende Commissie onderzoekt ieder voorstel dat haar wordt voorgelegd door een van de Verdragsluitende Partijen ten einde de toepassingsvoorwaarden van het Verdrag te vergemakkelijken of te verbeteren, alsmede ieder voorstel tot wijziging van het Verdrag.

4.

De adviezen en aanbevelingen van de Raadgevende Commissie worden door de Leden van de Commissie aanvaard met meerderheid van stemmen; de voorstellen tot wijziging van het Verdrag evenwel worden door de Leden van de Commissie met algemene stemmen aanvaard.

5.

De hierboven bedoelde adviezen, aanbevelingen en voorstellen van de Raadgevende Commissie worden gericht aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa dat ten aanzien hiervan een besluit neemt.

6.

De Raadgevende Commissie wordt bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en komt in het algemeen ten minste eenmaal in de twee jaar bijeen en bovendien wanneer het Comité van Ministers of ten minste twee Verdragsluitende Partijen hierom verzoeken; de Commissie komt tevens bijeen op verzoek van een Verdragsluitende Partij ingeval het bepaalde in artikel 12, derde lid, van toepassing is.

7.

Ten behoeve van het Comité van Ministers stelt de Raadgevende Commissie regelmatig een verslag op met gegevens betreffende de wetten en voorschriften die van kracht zijn op het grondgebied van de Partijen en die betrekking hebben op de in dit Verdrag behandelde aangelegenheden.

HOOFDSTUK VI

Artikel 34. Ondertekening - bekrachtiging - inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van nederlegging van de vijfde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

3.

Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die het Verdrag op een later tijdstip bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 35. Territoriale reikwijdte

1.

Iedere Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of te allen tijde daarna, de toepassing van dit Verdrag door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, uitbreiden tot alle of tot een of meer gebieden waarvan hij de internationale betrekkingen behartigt of waarvoor hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

2.

Iedere overeenkomstig het vorige lid afgelegde verklaring kan, met betrekking tot ieder in die verklaring aangewezen gebied, worden ingetrokken. Deze intrekking wordt van kracht zes maanden nadat de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa de verklaring heeft ontvangen waarin de intrekking wordt medegedeeld.

Artikel 36. Voorbehouden

1.

Iedere Verdragsluitende Partij kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, een of meer voorbehouden maken die betrekking kunnen hebben op ten hoogste negen artikelen van de Hoofdstukken II tot en met IV behalve de artikelen 4, 8, 9, 12, 16, 17, 20, 25 en 26.

2.

Iedere Verdragsluitende Partij kan te allen tijde een door haar krachtens het vorige lid gemaakt voorbehoud geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring die van kracht wordt op de datum van ontvangst.

Artikel 37. Opzegging van het Verdrag

1.

Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving die van kracht wordt na zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst.

2.

Opzegging is niet mogelijk voor het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag ten aanzien van de betrokken Verdragsluitende Partij.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij die ophoudt Lid te zijn van de Raad van Europa, houdt tevens op Partij te zijn bij dit Verdrag zes maanden na de datum waarop haar lidmaatschap is beëindigd.

Artikel 38. Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de Lid-Staten van de Raad kennis van:

  • a. iedere ondertekening;
  • b. de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
  • c. iedere kennisgeving ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede en derde lid;
  • d. iedere datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig artikel 34;
  • e. iedere verklaring ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 35;
  • f. ieder voorbehoud gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 36, eerste lid;
  • g. de intrekking van een voorbehoud geschied overeenkomstig het bepaalde in artikel 36, tweede lid;
  • h. iedere kennisgeving ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 37 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 24th day of November 1977, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)