Verdrag inzake het Open Luchtruim
- D. in te stemmen met uitstel van de aanvang van de observatievlucht, teneinde de geobserveerde Partij in staat te stellen het door de observerende Partij vastgestelde probleem te verhelpen. Ingeval het probleem ten genoegen van de observerende Partij wordt opgelost, vindt de vlucht plaats overeenkomstig het missieplan, indien nodig herzien in verband met uitstel. Ingeval het probleem niet ten genoegen van de observerende Partij wordt opgelost, verlaat de observerende Partij het grondgebied van de geobserveerde Partij; of
- E. af te zien van de observatievlucht overeenkomstig artikel VIII van het Verdrag en het grondgebied van de geobserveerde Partij onmiddellijk te verlaten.
8
Ingeval de observatievlucht wordt verboden, of daarvan wordt afgezien door de Staat-Partij die om de demonstratievlucht heeft verzocht, wordt geen observatievlucht in mindering gebracht op het quotum van beide Staten-Partijen en legt de Staat-Partij die om de demonstratievlucht heeft verzocht, de aangelegenheid voor aan de "Open Luchtruim"-Overlegcommissie.
AFDELING I. VLUCHTWAARNEMERS EN VLUCHTVERTEGENWOORDIGERS
1
De bepalingen van deze Bijlage zijn van toepassing op het in overeenstemming met artikel XIII aangewezen personeel. Elke Staat-Partij heeft het recht te allen tijde het in artikel VI, Afdeling III, genoemde aantal vluchtwaarnemers en vluchtvertegenwoordigers aan boord van het observatievliegtuig aanwezig te doen zijn. De bepalingen van die Afdeling regelen hun werkzaamheden met betrekking tot de organisatie en de uitvoering van observatievluchten. Elke Staat-Partij vergemakkelijkt de werkzaamheden van vluchtwaarnemers en vluchtvertegenwoordigers overeenkomstig deze Bijlage.
2
De geobserveerde Partij wijst één van de vluchtwaarnemers aan als hoofdvluchtwaamemer. De hoofdvluchtwaarnemer dient onderdaan te zijn van de geobserveerde Partij. De observerende Partij wijst één van de vluchtvertegenwoordigers aan als hoofdvluchtvertegenwoordiger. De hoofdvluchtvertegenwoordiger dient onderdaan te zijn van de observerende Partij.
3
Bij de voorbereiding van de observatievlucht hebben de vluchtwaarnemers en vluchtvertegenwoordigers het recht:
- A. zichzelf vertrouwd te maken met de technische documentatie betreffende de werking en de bediening van de sensoren en de vlieghandleiding van het observatievliegtuig; en
- B. zichzelf vertrouwd te maken met de uitrusting van het observatievliegtuig met betrekking tot de controle van het vluchtregime en de werking en bediening van de sensoren aan boord van het observatievliegtuig.
4
Vluchtwaarnemers en vluchtvertegenwoordigers hebben het recht:
- A. gedurende de gehele observatievlucht, met inbegrip van tussenlandingen om bij te tanken en in noodgevallen, aan boord van het observatievliegtuig te blijven;
- B. landkaarten, vliegkaarten, publikaties en bedieningshandleidingen mede aan boord te nemen en aldaar te gebruiken;
- C. zich gedurende de observatievlucht ongehinderd door het observatievliegtuig, met inbegrip van de bemanningsruimte, te bewegen, behoudens redenen verband houdende met de veiligheid van de vlucht. In de uitoefening van hun rechten bemoeien de vluchtwaarnemers of vluchtvertegenwoordigers zich niet met de werkzaamheden van de bemanning;
- D. de inachtneming van het vliegplan te controleren en het vluchtregime van het observatievliegtuig en de werking en bediening van de sensoren te observeren;
- E. te luisteren naar het interne en externe radioverkeer aan boord van het observatievliegtuig en interne radiomededelingen te doen; en
- F. de parameters van het vluchtregime en de werking en bediening van de sensoren aan te tekenen op landkaarten, vliegkaarten en notitieblokken.
5
Naast de in paragraaf 4 van deze Afdeling omschreven rechten heeft de hoofdvluchtwaarnemer het recht:
- A. met de bemanning overleg te plegen over de inachtneming van de nationale vliegvoorschriften en de bepalingen van het Verdrag;
- B. gedurende de observatievlucht de werkzaamheden van de bemanning te observeren, met inbegrip van werkzaamheden in de bemanningsruimte, alsmede de werking en bediening van de vlucht- en navigatie-instrumenten van het observatievliegtuig waar te nemen;
- C. de bemanning aanbevelingen te doen betreffende de naleving van het vliegplan;
- D. de bemanning, zonder zich met haar werkzaamheden te bemoeien, te vragen om informatie over het vluchtregime; en
- E. zich, indien nodig, in verbinding te stellen met de autoriteiten die zijn belast met de luchtverkeersleiding en te helpen mededelingen van de met de luchtverkeersleiding belaste autoriteiten aan de bemanning en mededelingen van de bemanning aan de met de luchtverkeersleiding belaste autoriteiten omtrent het uitvoeren van de observatievlucht door te geven en te interpreteren; hiertoe is het de hoofdvluchtwaarnemer toegestaan externe radiomededelingen te doen met gebruikmaking van de radio-apparatuur van het observatievliegtuig.
6
Ingeval de hoofdvluchtwaarnemer meent dat het observatievliegtuig afwijkt van zijn vliegplan, licht hij de bemanning in en kan hij de met de luchtverkeersleiding belaste autoriteiten op de hoogte brengen van de afwijkingen van het vliegplan van het observatievliegtuig die hij bedreigend acht voor de veiligheid van de vlucht.
7
Naast de in paragraaf 5 van deze Afdeling omschreven rechten heeft de hoofdvluchtvertegenwoordiger:
- A. de in paragraaf S, letters A, B en D, omschreven rechten ten aanzien van de bemanning; en
- B. in geval van afwijking van het vliegplan, het recht om van de bemanning opheldering te verkrijgen met betrekking tot de redenen voor die afwijking.
8
Vluchtvertegenwoordigers hebben het recht leiding te geven aan de bediening van de sensoren tijdens de observatievlucht. Bovendien hebben vluchtvertegenwoordigers het recht de sensoren tijdens de observatievlucht te bedienen, mits de geobserveerde Partij hiervan vóór de aanvang van de observatievlucht in kennis wordt gesteld. Ingeval de vluchtvertegenwoordigers gebruik maken van hun recht om de sensoren te bedienen, overeenkomstig deze paragraaf, is de geobserveerde Partij niet verantwoordelijk voor storingen of gebreken in de door de sensoren verzamelde gegevens ten gevolge van de bediening van de sensoren door de vluchtvertegenwoordigers.
AFDELING II. VERTEGENWOORDIGERS
1
Een observerende Partij die een door een derde Staat-Partij aangewezen observatievliegtuig gebruikt, heeft het recht te allen tijde het in artikel VI, Afdeling III, van het Verdrag genoemde aantal vertegenwoordigers aan boord van het observatievliegtuig aanwezig te doen zijn.
2
De observerende Partij wijst één van haar vertegenwoordigers aan als hoofdvertegenwoordiger. De hoofdvertegenwoordiger heeft de rechten van de hoofdvluchtvertegenwoordiger als omschreven in Afdeling I van deze Bijlage.
Daarnaast
- A. pleegt de hoofdvertegenwoordiger overleg met de gezagvoerder over de naleving van de bepalingen van het Verdrag;
- B. heeft de hoofdvertegenwoordiger het recht toe te zien op de naleving van de bepalingen van het Verdrag door de geobserveerde Partij; en
- C. heeft de hoofdvertegenwoordiger, in geval van afwijking van het vliegplan, het recht van de gezagvoerder opheldering te verkrijgen met betrekking tot de redenen voor de afwijking.
3
Vertegenwoordigers en tolken hebben de rechten van vluchtvertegenwoordigers als omschreven in Afdeling I van deze Bijlage.
1
Teneinde mogelijk samenvallen van tijdstippen van uitvoering van observatievluchten boven dezelfde Staat-Partij te vermijden, kan elke Staat-Partij die het recht heeft observatievluchten uit te voeren ingevolge de jaarlijkse verdeling van actieve quotums, alle andere Staten-Partijen uiterlijk 1 november van elk jaar in kennis stellen van zijn voornemen om zijn actieve quotum in het daaropvolgende jaar geheel of gedeeltelijk te gebruiken. In de kennisgeving dient te worden vermeld het aantal observatievluchten dat die Staat-Partij voornemens is uit te voeren boven het grondgebied van andere Staten-Partijen gedurende elk kwartaal van dat jaar.
2
Het totale aantal voorgenomen observatievluchten boven het grondgebied van een Staat-Partij gedurende een bepaald kwartaal, waarvan kennisgeving wordt gedaan in overeenstemming met paragraaf 1 van deze Bijlage, mag in geen geval meer bedragen dan 16. Behoudens het in artikel VI, Afdeling I, derde lid, bepaalde, is een Staat-Partij niet verplicht meer dan één vlucht te dulden op enig tijdstip gedurende het in artikel VI, Afdeling I, negende lid, van het Verdrag genoemde tijdvak.
3
Staten-Partijen die in overeenstemming met paragraaf 1 van deze Bijlage kennisgeving hebben gedaan van hun voornemen één of meer actieve quotums te gebruiken voor observatievluchten boven het grondgebied van dezelfde Staat-Partij gedurende een bepaald kwartaal of bepaalde kwartalen, plegen, indien nodig, overleg teneinde samenvallen van hun geplande observatievluchten te vermijden. Ingeval door middel van overleg tussen de betrokken Staten-Partijen geen overeenstemming kan worden bereikt over het vermijden van dit samenvallen, wordt de kwestie opgelost door middel van loting onder die Staten-Partijen. Het eerste overleg, betreffende observatievluchten in het eerste kwartaal, aanvangende op 1 januari van het volgende jaar, begint onmiddellijk na ontvangst van de in paragraaf 1 van deze Bijlage bedoelde kennisgeving. Het daaropvolgende overleg tussen de betrokken Staten-Partijen wordt gevoerd tussen 1 februari en 15 februari betreffende het kwartaal aanvangende op 1 april, tussen 1 mei en 15 mei betreffende het kwartaal aanvangende op 1 juli, en tussen 1 augustus en 15 augustus betreffende het kwartaal aanvangende op 1 oktober. De betrokken Staten-Partijen stellen alle andere StatenPartijen uiterlijk 15 november, 15 februari, 15 mei, respectievelijk 15 augustus in kennis van de tijdens het overleg vastgestelde volgorde van de observatievluchten.
4
Uiterlijk zeven dagen na de kennisgeving van de ingevolge paragraaf 3 van deze Bijlage vastgestelde volgorde van de observatievluchten stelt elke Staat-Partij alle andere Staten-Partijen die voornemens zijn gedurende dat kwartaal observatievluchten uit te voeren boven zijn grondgebied in kennis van elke vlucht ten aanzien waarvan hij voornemens is gebruik te maken van het recht zijn eigen observatievliegtuig ter beschikking te stellen.
5
Elke Staat-Partij die geen kennisgeving heeft gedaan ingevolge paragraaf 1 van deze Bijlage of die geen kennisgeving heeft gedaan van zijn voornemen al zijn actieve quotums te gebruiken, of die een voor een kwartaal geplande observatievlucht niet heeft uitgevoerd, heeft het recht die resterende actieve quotums alsnog te gebruiken, mits met die observatievluchten rekening is gehouden bij de in paragraaf 3 van deze Bijlage bedoelde overeenstemming.
1
Ten vroegste 90 dagen na de inwerkingtreding van het Verdrag verstrekt een Staat-Partij, op verzoek van een andere Staat-Partij, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van dit verzoek de volgende informatie, in overeenstemming met de voorschriften van de ICAO:
- A. de structuur van zijn luchtruim, zoals bekendgemaakt in de Aeronautical Information Publication (AIP);
- B. gedetailleerde informatie over alle gevaarlijke delen van het luchtruim; en
- C. informatie betreffende de vliegvelden en de aankomst- en vertrekprocedures voor elk van zijn:
-
- punten van binnenkomst en punten van vertrek;
-
- „open luchtruim"-vliegvelden; en
-
- uitwijkvliegvelden en bijtankvliegvelden voor zijn punten van binnenkomst, punten van vertrek en „open luchtruim"-vliegvelden.
2
Elke Staat-Partij stelt Staten-Partijen die overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1 van deze Bijlage om informatie hebben verzocht onmiddellijk in kennis van wijzigingen in de overeenkomstig paragraaf 1 van deze Bijlage verstrekte informatie. Onverminderd de bepalingen van deze paragraaf behoeven geen Berichten aan Luchtvarenden (NOTAM's) te worden verstrekt.
3
Uiterlijk 90 dagen na de inwerkingtreding van het Verdrag stelt elke Staat-Partij alle andere Staten-Partijen in kennis van de bron van de ingevolge paragraaf 1 van deze Bijlage te verstrekken informatie.
1
Ingevolge de bepalingen van het Verdrag uitgevoerde observatievluchten die voorzien in observatie van het gehele grondgebied van Staten-Partijen laten het Verdrag van Montreux van 20 juli 1936 onverlet.
2
Op de vaststelling van de route en de kennisgeving van transitvluchten van vliegtuigen ter toepassing van het Verdrag, die onder artikel 23 van het Verdrag van Montreux vallen, zijn de bepalingen van dat artikel van toepassing.
AFDELING I. INFORMATIE OVER FILMONTWIKKELAPPARATUUR, DUPLICATORS EN FOTOFILMS
1
Overeenkomstig Afdeling II, paragraaf 3, letter A, punt 3, van Bijlage D bij het Verdrag verstrekt elke Staat-Partij, wanneer hij de andere Staten-Partijen kennisgeving doet van de filmontwikkelapparatuur of duplicators die hij voornemens is te gebruiken om het oorspronkelijke negatief te ontwikkelen of duplicaatpositieven of -negatieven te vervaardigen, de volgende informatie van de producent:
- A. de naam van de ontwikkelapparatuur of de duplicator;
- B. de maximale en minimale breedte en lengte, indien van toepassing, van de film die daarmee kan worden ontwikkeld of gedupliceerd;
- C. elk type film dat in die filmontwikkelapparatuur kan worden ontwikkeld of gedupliceerd; en
- D. elke stap van het procédé, met inbegrip van de belichtingsomvang, de temperatuur, de duur, de aanbevolen filmtransportsnelheid, chemicaliën en chemische mengsels voor elk type film.
2
Overeenkomstig Afdeling II, paragraaf 3, letter B, punt 2, van Bijlage D bij het Verdrag verstrekt elke Staat-Partij, wanneer hij informatie verstrekt over de typen zwart/wit-film voor luchtopnamen die hij voornemens is te gebruiken voor het verzamelen van gegevens gedurende het onderzoek tijdens een vlucht of een observatievlucht, of om die gegevens te dupliceren, de volgende informatie van de producent voor elk type film voor luchtopnamen dat met behulp van de in paragraaf 1 van deze Afdeling bedoelde filmontwikkelapparatuur of duplicators kan worden ontwikkeld of gedupliceerd, voor zover noodzakelijk om de mogelijkheden van de film te bevestigen.
Afhankelijk van de nationale gebruiken van de producent van de film kan deze informatie omvatten:
- A. de effectieve filmsnelheid;
- B. het oplossend vermogen/de modulatie;
- C. de spectrale gevoeligheid; en
- D. de optische dichtheid, gemeten met evenwijdige lichtstralen, of sensitometrische eigenschappen.
3
Teneinde de sensitometrische eigenschappen van het filmmateriaal voor het maken van luchtopnamen vast te stellen overeenkomstig de nationale methoden heeft elke Staat-Partij het recht op verzoek onbelichte monsters te ontvangen van alle typen fotofilm die als gegevensdrager zullen worden gebruikt, alsook de chemicaliën waarmee zij worden ontwikkeld, en aanwijzingen te ontvangen voor het ontwikkelen en dupliceren van die fotofilms. Bedoelde monsters en aanwijzingen dienen uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het verzoek daartoe te worden verstrekt.
AFDELING II. HET CONTROLEREN VAN HET ONTWIKKELEN EN DUPLICEREN VAN DE FILM
1
Staten-Partijen die deelnemen aan de certificering van een observatievliegtuig en de sensoren daarvan hebben het recht het ontwikkelen en dupliceren te controleren van de film voor luchtopnamen die is gebruikt gedurende het onderzoek tijdens een vlucht. Personeel van de geobserveerde en de observerende Partij heeft het recht het ontwikkelen en dupliceren te controleren van de film voor luchtopnamen die is gebruikt tijdens een demonstratievlucht of een observatievlucht.
2
Tijdens het controleren van het ontwikkelen en dupliceren van de film voor luchtopnamen hebben de Staten-Partijen het recht de volgende apparatuur mede te brengen en te gebruiken, zulks op een wijze die het ontwikkelen of dupliceren van de film niet beïnvloedt:
- A. lakmoespapier;
- B. thermometers;
- C. chemische testapparatuur, met inbegrip van pH-meters en hydrometers;
- D. stopwatches;
- E. sensitometers;
- F. densitometers; en
- G. sensitometrische proefstroken van 21 trappen en grijswiggen.
3
Vóór het ontwikkelen van de films die zijn belicht gedurende het onderzoek tijdens een vlucht, een demonstratievlucht of een observatievlucht controleren de Staten-Partijen de filmontwikkelapparatuur en de chemicaliën door een sensitometrische proefstrook van 21-trappen te ontwikkelen of een 21-trappenwig te belichten en te ontwikkelen, teneinde te bevestigen dat de sensitometrische gegevens voor het ontwikkelen van dat type film met behulp van dat ontwikkelprocédé overeenstemt met de overeenkomstig Afdeling 1 van deze Bijlage verstrekte gegevens. Het origineel of het duplicaat van negatieven of positieven van films voor luchtopnamen worden eerst ontwikkeld of gedupliceerd nadat het ontwikkelen van de sensitometrische proefstrook van 21 trappen of het belichten en ontwikkelen van de 21- trappenwig overeenstemt met de overeenkomstig de bepalingen van Afdeling I van deze Bijlage verstrekte eigenschappen van het desbetreffende type film voor luchtopnamen en de desbetreffende filmontwikkelapparatuur of duplicator, tenzij anders is overeengekomen.
4
Vóór het ontwikkelen van de films die zijn belicht gedurende het onderzoek tijdens een vlucht, een demonstratievlucht of een observatievlucht hebben de Staten-Partijen het recht de filmontwikkelapparatuur en de chemicaliën te controleren door een proeffilm te belichten en te ontwikkelen van hetzelfde type als dat wat is gebruikt gedurende het onderzoek tijdens een vlucht, de demonstratievlucht of de observatievlucht, teneinde te bevestigen dat het spoel- en fixeerproces geschikt is voor duurzame archivering.
AFDELING I. ALGEMENE BEPALINGEN
1
De „Open Luchtruim"-Overlegcommissie is samengesteld uit door elke Staat-Partij aangewezen vertegenwoordigers. Plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen van een Staat-Partij kunnen aan de handelingen van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie deelnemen voor zover zulks door die Staat-Partij noodzakelijk wordt geacht.
2
De eerste bijeenkomst van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie begint binnen 60 dagen na ondertekening van het Verdrag. Voorzitter van de openingsbijeenkomst is de vertegenwoordiger van Canada.
3
De „Open Luchtruim"-Overlegcommissie houdt ten minste vier gewone vergaderingen per kalenderjaar, tenzij zij anders besluit. Op verzoek van één of meer Staten-Partijen worden buitengewone vergaderingen belegd door de Voorzitter van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie, die alle andere Staten-Partijen onmiddellijk in kennis stelt van het verzoek. Deze vergaderingen beginnen uiterlijk 15 dagen na ontvangst van een verzoek daartoe door de Voorzitter.
4
Vergaderingen van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie duren ten hoogste vier weken, tenzij zij anders besluit.
5
Staten-Partijen bekleden bij toerbeurt het Voorzitterschap van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie, zulks in de alfabetische volgorde van de benaming van de Staten-Partijen in de Franse taal. Elke Voorzitter fungeert vanaf de opening van een vergadering tot aan de opening van de volgende vergadering, tenzij anders is overeengekomen.
6
De vertegenwoordigers zitten op vergaderingen in de alfabetische volgorde van de benaming van de Staten-Partijen in de Franse taal.
7
De werktalen van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie zijn de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Russische en de Spaanse taal.
8
De handelingen van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie zijn vertrouwelijk, tenzij anders is overeengekomen. De „Open Luchtruim"-Overlegcommissie kan overeenkomen haar handelingen of besluiten openbaar te maken.
9
Gedurende het tijdvak van voorlopige toepassing en vóór 30 juni 1992 stelt de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie de verdeling van de uit het Verdrag voortvloeiende kosten vast. Zij stelt tevens zo spoedig mogelijk de verdeelsleutel vast voor de gezamenlijke uitgaven in verband met het functioneren van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie.
10
Gedurende het tijdvak van voorlopige toepassing van het Verdrag stelt de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie een document op betreffende de op grond van het Verdrag vereiste kennisgevingen en rapporten. In dat document dienen alle bedoelde kennisgevingen en rapporten te zijn genoemd; indien van toepassing zijn hierin de desbetreffende modellen opgenomen.
11
De „Open Luchtruim"-Overleg stelt haar reglement van orde en werkwijzen vast en herziet deze indien nodig.
AFDELING II. JAARLIJKSE TOETSING VAN ACTIEVE QUOTUMS
1
De Staten-Partijen die de verdeling van het voorgaande jaar betreffende hun actieve quotum geheel of gedeeltelijk willen wijzigen, geven alle andere Staten-Partijen en de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie uiterlijk 1 oktober van elk jaar te kennen boven welke Staten-Partijen zij in het volgende kalenderjaar observatievluchten wensen uit te voeren. Deze voorgestelde wijzigingen worden tijdens die toetsing door de Staten-Partijen bestudeerd, zulks overeenkomstig de in de volgende paragrafen van deze Afdeling uiteengezette regels.
2
Indien de verzoeken om observatievluchten boven het grondgebied van een bepaalde Staat-Partij niet meer bedragen dan diens passieve quotum, wordt de verdeling vastgesteld zoals gewenst en ter goedkeuring voorgelegd aan de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie.
3
Indien de verzoeken om observatievluchten boven het grondgebied van een bepaalde Staat-Partij meer bedragen dan diens passieve quotum, wordt de verdeling vastgesteld met algemene instemming van de betrokken Staten-Partijen en ter goedkeuring voorgelegd aan de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie.
AFDELING III. BUITENGEWONE OBSERVATIEVLUCHTEN
1
De „Open-Luchtruim"-Overlegcommissie bestudeert verzoeken van organen van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, die bevoegd zijn op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheer, en van andere daarvoor in aanmerking komende internationale organisaties, ter vergemakkelijking van het organiseren en uitvoeren van buitengewone observatievluchten boven het grondgebied van een Staat-Partij met diens instemming.
2
De bij deze observatievluchten verkregen gegevens worden ter beschikking gesteld van de betrokken organen en organisaties.
3
Onverminderd de overige bepalingen van het Verdrag kunnen Staten-Partijen op bilaterale en vrijwillige basis overeenkomen observatievluchten uit te voeren boven elkaars grondgebied overeenkomstig de procedures voor het uitvoeren van observatievluchten. De bij deze observatievluchten verkregen gegevens worden ter beschikking gesteld van de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie, tenzij de betrokken Staten-Partijen anders zijn overeengekomen.
4
Overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling uitgevoerde observatievluchten worden niet in mindering gebracht op de actieve of passieve quotums van de betrokken Staten-Partijen.
AFDELING IV. ANDERE TOEPASSINGSGEBIEDEN VOOR HET „OPEN LUCHTRUIM"-REGIME
1
Staten-Partijen kunnen ter bestudering in de „Open Luchtruim"-Overlegcommissie voorstellen indienen voor het gebruik van het „open luchtruim"-regime op andere specifieke gebieden, zoals het milieu.
2
De „Open Luchtruim"-Overlegcommissie kan besluiten nemen over deze conferentie of latere conferenties, bijeengeroepen ter toetsing van de toepassing van het Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van artikel XVI, derde lid, van het Verdrag.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)