Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

Type Verdrag
Publication 2025-02-19
Laatst bijgewerkt 2014-04-12
State In force
Source BWB
artikelen 129
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Op de naleving van de verplichtingen krachtens deze Overeenkomst wordt toegezien door enerzijds de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en anderzijds de Commissie van de EG, die handelt in overeenstemming met het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en deze Overeenkomst.

2.

Ten einde een uniform toezicht in de gehele EER te verzekeren, wordt door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de Commissie van de EG samengewerkt, informatie uitgewisseld en overleg gepleegd over kwesties betreffende het toezichtbeleid en over afzonderlijke gevallen.

3.

Klachten betreffende de toepassing van deze Overeenkomst worden gericht tot de Commissie van de EG en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, die elkaar in kennis stellen van de ontvangen klachten.

4.

Elk van beide organen onderzoekt alle klachten ter zake waarvan het bevoegd is en geeft de klachten ter zake waarvan het andere orgaan bevoegd is aan dat orgaan door.

5.

Bij onenigheid tussen deze twee organen over de maatregelen die in verband met een klacht of met het resultaat van het onderzoek moeten worden genomen, kan elk van deze organen de zaak voorleggen aan het Gemengd Comité van de EER, dat overeenkomstig artikel 111 optreedt.

Artikel 110

De krachtens deze Overeenkomst door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de Commissie van de EG genomen beschikkingen welke voor natuurlijke of rechtspersonen met uitzondering van de staten een geldelijke verplichting inhouden, vormen executoriale titel. Hetzelfde geldt voor krachtens deze Overeenkomst gedane soortgelijke uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen en het EVA-Hof.

De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de regels van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de toezichtprocedure, op de toezichtprocedure aangebracht door de autoriteit die door elke overeenkomstsluitende partij daartoe wordt aangewezen en wordt bekendgemaakt aan de andere overeenkomstsluitende partijen, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, de Commissie van de EG, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen en het EVA-Hof.

Nadat deze formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze overgaan tot de tenuitvoerlegging in overeenstemming met de wetgeving van de staat op het grondgebied waarvan de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden, door zich rechtstreeks tot de bevoegde instantie te wenden.

De tenuitvoerlegging kan alleen worden geschorst krachtens een beschikking van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, voor zover het gaat om beschikkingen van de Commissie van de EG, het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen of het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, of krachtens een beschikking van het EVA-Hof voor zover het gaat om beschikkingen van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA of het EVA-Hof. Het toezicht op de regelmatigheid van de wijze van tenuitvoerlegging behoort evenwel tot de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties.

Afdeling 3. Beslechting van geschillen

Artikel 111

1.

Geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst kunnen door de Gemeenschap of een EVA-Staat overeenkomstig de volgende bepalingen aan het Gemengd Comité van de EER worden voorgelegd.

2.

Het Gemengd Comité van de EER kan het geschil beslechten. Het comité ontvangt alle informatie die nuttig kan zijn voor een diepgaand onderzoek van de situatie met het oog op het uitwerken van een aanvaardbare oplossing. Daartoe onderzoekt het Gemengd Comité alle mogelijkheden om de goede werking van de Overeenkomst in stand te houden.

3.

Indien een geschil betrekking heeft op de uitlegging van bepalingen van deze Overeenkomst die in essentie gelijk zijn aan overeenkomstige regels van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal of ter uitvoering van die Verdragen aangenomen besluiten, en indien het geschil niet beslecht is binnen drie maanden nadat het aan het Gemengd Comité van de EER is voorgelegd, kunnen de overeenkomstsluitende partijen die bij het geschil zijn betrokken, overeenkomen het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te verzoeken zich over de uitlegging van de desbetreffende regels uit te spreken.

Indien het Gemengd Comité van de EER in een dergelijk geschil geen oplossing bereikt binnen zes maanden vanaf het tijdstip waarop de procedure is ingeleid of indien de overeenkomstsluitende partijen die bij het geschil zijn betrokken tegen die tijd niet hebben besloten het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een beslissing te verzoeken, kan een overeenkomstsluitende partij, ten einde eventuele onevenwichtige situaties te corrigeren,

  • -. hetzij overeenkomstig artikel 112, lid 2, en volgens de procedure van artikel 113 het initiatief tot een vrijwaringsmaatregel nemen;
  • -. hetzij artikel 102 mutatis mutandis toepassen.
4.

Indien een geschil betrekking heeft op het toepassingsgebied of de duur van vrijwaringsmaatregelen die overeenkomstig artikel 111, lid 3, of artikel 112 zijn genomen, dan wel op de evenredigheid van de overeenkomstig artikel 114 genomen maatregelen om het evenwicht te herstellen, en indien het Gemengd Comité van de EER er niet in slaagt het geschil op te lossen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de zaak aan het comité is voorgelegd, kan elke overeenkomstsluitende partij het geschil overeenkomstig de procedures van Protocol 33 aan arbitrage onderwerpen. Vraagstukken inzake de uitlegging van de in lid 3 bedoelde bepalingen van deze Overeenkomst mogen in die procedures niet worden behandeld. De arbitrage-uitspraak is bindend voor de partijen bij het geschil.

HOOFDSTUK 4. VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 112

1.

Indien er mogelijk aanhoudende ernstige economische, maatschappelijke of met het milieu verband houdende moeilijkheden van sectoriële of regionale aard rijzen, mag een overeenkomstsluitende partij overeenkomstig de in artikel 113 vastgestelde voorwaarden en procedures unilateraal passende maatregelen treffen.

2.

Dergelijke vrijwaringsmaatregelen zijn naar draagwijdte en duur beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de situatie te verhelpen. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.

3.

De vrijwaringsmaatregelen zijn ten aanzien van alle overeenkomstsluitende partijen van toepassing.

Artikel 113

1.

Een overeenkomstsluitende partij die overweegt vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig artikel 112 te treffen, stelt de overige overeenkomstsluitende partijen hiervan onverwijld via het Gemengd Comité van de EER in kennis en verstrekt alle relevante inlichtingen.

2.

De overeenkomstsluitende partijen plegen onmiddellijk overleg in het Gemengd Comité van de EER om een voor elke partij aanvaardbare oplossing te vinden.

3.

De betrokken overeenkomstsluitende partij mag geen vrijwaringsmaatregelen nemen binnen een maand na de datum van kennisgeving overeenkomstig lid 1, tenzij de overlegprocedure overeenkomstig lid 2 vóór het verstrijken van de gestelde termijn is beëindigd. Wanneer uitzonderlijke omstandigheden die onmiddellijke maatregelen vereisen voorafgaand onderzoek uitsluiten, mag de betrokken overeenkomstsluitende partij onmiddellijk de vrijwaringsmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om de situatie te verhelpen.

Voor de Gemeenschap neemt de EG-Commissie het initiatief tot de vrijwaringsmaatregelen.

4.

De betrokken overeenkomstsluitende partij stelt het Gemengd Comité van de EER onverwijld in kennis van de getroffen maatregelen en verstrekt alle relevante inlichtingen.

5.

Vanaf de datum van invoering wordt over de vrijwaringsmaatregelen om de drie maanden overleg gepleegd in het Gemengd Comité van de EER, met het oog op de intrekking ervan vóór de gestelde vervaldatum of de beperking van het toepassingsgebied.

Elke overeenkomstsluitende partij kan het Gemengd Comité van de EER te allen tijde om herziening van de maatregelen verzoeken.

Artikel 114

1.

Indien een vrijwaringsmaatregel van een overeenkomstsluitende partij het evenwicht tussen de uit deze Overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen verstoort, kan elke andere overeenkomstsluitende partij ten aanzien van die partij de strikt noodzakelijke evenredige maatregelen nemen om het evenwicht te herstellen. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van de EER zo weinig mogelijk verstoren.

2.

De procedure van artikel 113 is van toepassing.

DEEL VIII. FINANCIEEL MECHANISME

Artikel 115

De overeenkomstsluitende partijen zijn het erover eens dat met het oog op de bevordering van een gestadige en evenwichtige versterking van hun handel en hun economische betrekkingen, zoals bepaald in artikel 1, de economische en sociale verschillen tussen hun regio's moeten worden teruggedrongen. Zij wijzen in dit verband op de elders in deze Overeenkomst en de daarbij behorende protocollen vastgestelde desbetreffende bepalingen, inclusief sommige betreffende landbouw en visserij.

Artikel 116

De EVA-Staten stellen een financieel mechanisme in om in het kader van de EER en in aanvulling op de stappen die de Gemeenschap in dezen reeds heeft gezet bij te dragen tot de in artikel 115 vastgestelde doelstellingen.

Artikel 117

Protocol 38, Protocol 38 bis, het addendum bij Protocol 38 bis, Protocol 38 ter en het addendum bij Protocol 38 ter bevatten bepalingen betreffende het financieel mechanisme.

DEEL IX. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 118

1.

Wanneer een overeenkomstsluitende partij meent dat het in het belang van alle overeenkomstsluitende partijen nuttig zou zijn de bij deze Overeenkomst tot stand gebrachte betrekkingen verder te ontwikkelen door ze uit te breiden tot niet door de Overeenkomst bestreken gebieden, legt zij daartoe in de EER-Raad een met redenen omkleed verzoek voor aan de overige overeenkomstsluitende partijen. De EER-Raad kan het Gemengd Comité van de EER opdracht geven alle aspecten van dit verzoek te onderzoeken en een verslag te publiceren.

De EER-Raad kan in voorkomend geval de politieke besluiten nemen met het oog op het openen van onderhandelingen tussen de overeenkomstsluitende partijen.

2.

De uit de in lid 1 bedoelde onderhandelingen voortvloeiende overeenkomsten moeten door de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig hun eigen procedures worden bekrachtigd of goedgekeurd.

Artikel 119

De bijlagen en de daarin vermelde besluiten, zoals aangepast voor de toepassing van deze Overeenkomst, en de protocollen vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 120

Tenzij anders wordt bepaald in deze Overeenkomst en met name in de Protocollen 41, en 43, hebben de bepalingen van de onderhavige Overeenkomst voorrang boven de bepalingen in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen de Europese Economische Gemeenschap enerzijds en één of meerdere EVA-Staten anderzijds, voor zover de onderhavige Overeenkomst dezelfde onderwerpen regelt.

Artikel 121

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geen beletsel voor samenwerking :

  • a). in het kader van de Noorse samenwerking, voor zover die samenwerking de goede werking van deze Overeenkomst niet schaadt;
  • b). in het kader van de regionale unie tussen Zwitserland en Liechtenstein, voor zover de doelstellingen van die unie niet door de uitvoering van deze Overeenkomst worden bereikt en de goede werking van de Overeenkomst niet wordt geschaad ;

Artikel 122

De vertegenwoordigers, afgevaardigden en deskundigen van de overeenkomstsluitende partijen alsmede de ambtenaren en andere personeelsleden die bij deze Overeenkomst zijn betrokken, mogen, ook nadat zij hun taken hebben beëindigd, geen ruchtbaarheid geven aan inlichtingen, die krachtens hun aard zijn onderworpen aan het beroepsgeheim en met name aan inlichtingen betreffende ondernemingen, hun handelsbetrekkingen of de elementen van hun kostprijs.

Artikel 123

Niets in deze Overeenkomst verhindert een overeenkomstsluitende partij maatregelen te treffen :

  • a). die zij noodzakelijk acht ter voorkoming van de verbreiding van inlichtingen die strijdig zijn met de wezenlijke belangen van haar veiligheid ;
  • b). die betrekking hebben op de produktie van of de handel in wapens, munitie en oorlogsmateriaal of andere produkten die onontbeerlijk zijn voor defensiedoeleinden of onderzoek, ontwikkeling of produktie onontbeerlijk voor defensiedoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de mededingingsverhoudingen voor produkten die niet bestemd zijn voor specifiek militaire doeleinden ;
  • c). die zij noodzakelijk acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse onlusten waardoor de openbare orde wordt verstoord, in geval van oorlog of van een ernstige internationale spanning welke oorlogsgevaar inhoudt, of om te voldoen aan de verplichtingen die zij met het oog op het behoud van de vrede en van de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel 124

De overeenkomstsluitende partijen verlenen nationale behandeling wat betreft financiële deelneming door de onderdanen van de Lid-Staten van de EG en de EVA-Staten in het kapitaal van rechtspersonen in de zin van artikel 34, onverminderd de toepassing van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 125

Deze Overeenkomst laat de regeling van het eigendomsrecht van de overeenkomstsluitende partijen onverlet.

Artikel 126

1.

De Overeenkomst is van toepassing op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden en op de grondgebieden van IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen.

2.

In afwijking van lid 1 is deze Overeenkomst niet van toepassing op de Ålandeilanden. De regering van Finland kan evenwel door een verklaring die bij de bekrachtiging van deze Overeenkomst wordt neergelegd bij de depositaris, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de overeenkomstsluitende partijen, ervan kennis geven dat de Overeenkomst op die eilanden van toepassing is onder dezelfde voorwaarden als waaronder zij voor andere delen van Finland geldt, behoudens de volgende bepalingen:

  • a). De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geen beletsel voor de toepassing te allen tijde op de Ålandeilanden van de geldende voorschriften inzake:
  • i). beperkingen op het recht voor natuurlijke personen die niet in het bezit zijn van het regionale burgerschap van Åland, en voor rechtspersonen, om op de Ålandeilanden onroerend goed aan te kopen en te bezitten zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten van de eilanden;
  • ii). beperkingen op het recht van vestiging en het recht diensten te verrichten van natuurlijke personen die niet in het bezit zijn van het regionale burgerschap van Åland of van een rechtspersoon, zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten van de eilanden.
  • b). Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten die Ålanders in Finland genieten.
  • c). De autoriteiten van de Ålandeilanden behandelen alle natuurlijke en rechtspersonen van de overeenkomstsluitende partijen op gelijke voet.

Artikel 127

Elke overeenkomstsluitende partij kan deze Overeenkomst opzeggen, mits zij daarvan ten minste twaalf maanden tevoren schriftelijk kennis geeft aan de overige overeenkomstsluitende partijen.

Onmiddellijk na de kennisgeving van de voorgenomen opzegging, roepen de overige overeenkomstsluitende partijen een diplomatieke conferentie bijeen ten einde te bezien welke wijzigingen in de Overeenkomst moeten worden aangebracht.

Artikel 128

1.

Elke Europese Staat die tot de Gemeenschap toetreedt, moet, en de Zwitserse Bondsstaat of elke Europese Staat die tot de EVA toetreedt, kan, vragen partij te worden bij deze Overeenkomst. Deze aanvragen wordt tot de EER-Raad gericht.

2.

De voorwaarden voor een dergelijk lidmaatschap worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen en de Staat die de aanvraag doet. Bedoelde overeenkomst behoeft bekrachtiging of goedkeuring door alle overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig hun eigen procedures.

Artikel 129

1.

Deze Overeenkomst wordt opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de IJslandse, de Nederlandse, de Noorse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal. zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

Naar aanleiding van de uitbreidingen van de Europese Economische Ruimte zijn eveneens de versies van deze overeenkomst in de Bulgaarse, de Estse, de Hongaarse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische taal gelijkelijk authentiek.

De teksten van de in de bijlagen genoemde besluiten zijn gelijkelijk authentiek in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zoals zij in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn verschenen, en worden met het oog op hun echtverklaring in de IJslandse en Noorse taal opgemaakt en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

2.

Deze Overeenkomst zal door de overeenkomstsluitende partijen worden bekrachtigd of goedgekeurd overeenkomstig hun onderscheidene grondwettelijke bepalingen.

Zij zal worden neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen dat voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan alle andere overeenkomstsluitende partijen.

De akten van bekrachtiging of goedkeuring zullen worden nedergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen dat alle andere overeenkomstsluitende partijen hiervan in kennis stelt.

3.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum en op de voorwaarden als bepaald in het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Oporto, de tweede mei negentienhonderd tweeënnegentig.

De Overeenkomst is op 2 mei 1992 ondertekend voor:

de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen

België

Denemarken

Duitsland

Frankrijk

Griekenland

Ierland

Italië

het Koninkrijk der Nederlanden

Luxemburg

Portugal

Spanje

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Finland

Liechtenstein

Noorwegen

Oostenrijk

IJsland

Zweden

Zwitserland

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)